• Oogst week 45 (2018)

    De akte van mijn moeder

    De Hongaar András Forgách (1952) is in eigen land een bekende schrijver. Men kent hem ook van zijn werk als vertaler, toneelschrijver en beeldend kunstenaar. In de jaren zeventig en tachtig was hij actief in verzet tegen het Sovjetregime.

    Zijn nieuwste roman De akte van mijn moeder is gebaseerd op de waarheid. Een waarheid waar hij dertig jaar na het overlijden van zijn moeder bij toeval achterkomt omdat een oude jeugdvriend hem daarop attendeert. Het blijkt dat zijn moeder, op wie hij dol was, vanaf 1975 tot aan haar dood gespioneerd heeft voor de geheime dienst. Zij rapporteerde over bekenden, haar vrienden, en zelfs over haar echtgenoot en kinderen. Dat zijn ouders Stalinisten waren, wist Forgách wel. Maar dat zijn moeder zo ver zou gaan, was een schok voor hem.

    Het boek is inmiddels in 14 landen vertaald en wordt ook verfilmd.

    De vertaalster, Rebekka Hermán Mostert, over dit boek: ‘Het is een boek met tanden, bij vlagen hilarisch, soms dor irritant, soms heel raak en roerend, maar zeker informatief, op het randje van exhibitionistisch. Hongarije in de ‘soft-socialistische’ late jaren, met mensen voor en tegen, onmachtig in en buiten het systeem, Israël en de Arabieren, de Holocaust, toe maar. Met talloze excursen, feiten en namen tussen neus en lippen door, die je langs even zovele nieuwe paden sturen. Een lange, ongemakkelijke blik in de keuken van een schrijver die aan systeemontleding doet, en daarbij zichzelf en de zijnen niet spaart. Een poging tot reconstructie. Een ontdekking van een wereld en werelden. Een altaar voor moeilijke liefde.’

     

     

     

     

     

     

    De akte van mijn moeder
    Auteur: András Forgách
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Mijn zusje, de seriemoordenaar

    Na Forgàch die schrijft over het verraad van zijn moeder, nu een ander ‘familieboek’, Mijn zusje, de seriemoordenaar, over twee bizarre zusjes. De één, de mooie Ayoola, vermoordt na verloop van tijd al haar vriendjes, de ander, Korede ruimt de boel op wist alle sporen. Totdat Ayoola ingaat op de avances van een man op wie Korede heimelijk verliefd is.

    Oyinkan Braithwaite studeerde rechten en creatief schrijven, werkte voor online magazines en een Nigeriaanse uitgeverij en treedt ook op als als poetry slammer. Ze wilde altijd al schrijfster worden en publiceerde Mijn zusje, de seriemoordenaar op een online platform. Omdat ze zoveel enthousiaste reacties kreeg, stuurde ze het naar een uitgever. Inmiddels is haar debuut een groot succes en zijn de filmrechten ervan verkocht.

     

     

    Mijn zusje, de seriemoordenaar
    Auteur: Oyinkan Braithwaite
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Voor wie in het donker op mij wacht

    Als je wakker wordt moet je altijd even aan de dag wennen’
    en dat is helemaal niet waar, ik hoef helemaal niet aan de dag te wennen, waar ik aan moet wennen is dat ze dingen verplaatsen zonder mij iets te vragen, ze doen gewoon waar ze zin in hebben, de dame op leeftijd schudde het kussen op, hielp me rechtop te gaan zitten
    ‘Voorzichtig want u hebt al vaker geknoeid’
    gaf me mijn pillen en schonk thee voor me in, terwijl de kat als water op de grond gleed, als ze langs mijn benen strijkt hoor je een motortje dat ronkt tot zijn staart voorbij is en hij me vergeet, heel even moest ik denken aan Faro, aan mijn moeder, als ze ’s avonds de soep op tafel zette, en mijn vader, die met zijn servet half in het boordje van zijn hemd en half in zijn hand, in bretels en zonder colbertje
    ‘Kom eens hier’
    zei dat ik mijn tong moest uitsteken, zijn wijsvinger natmaakte en een vlek van mijn neus wreef’

    (…)

    Nauwelijks interpunctie, het is niet altijd duidelijk over wie de hoofdpersoon het heeft, herinnering en werkelijkheid wisselen elkaar af. Je moet er wel bijblijven bij het lezen van Voor wie in het donker op mij wacht van António Lobo Antunes.

    Voor wie in het donker op mij wacht gaat over de kracht van het geheugen en tegelijkertijd het verliezen van herinneringen.
    De 79-jarige Celeste is de verteller. Ze lijdt aan alzheimer en is overgeleverd aan de zorg van een oudere vrouw en de neef van haar tweede echtgenoot. Hoewel het spreken haar steeds slechter vergaat, probeert ze haar herinneringen vast te houden – aan haar jeugd in de Algarve, haar jaren als actrice en haar twee huwelijken. Als actrice verplaatst ze zich bovendien voortdurend in de mensen die haar omringen en verzint ze levens voor hen.

    Voor wie in het donker op mij wacht
    Auteur: António Lobo Antunes
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 44

    De dochter van Crusoe

    Deze week een vertaalde roman uit 1985 van Jane Gardam, poëzie van Karel Wasch, een kerstverhaal zonder woorden van Frank Flöthmann en een roman van de Duitse schrijver Uwe Timm.

    Jane Gardam (1928) publiceerde meer dan dertig boeken waaronder romans, verhalen en kinderboeken. Ze is de enige auteur in Engeland die twee keer met de Whitbread/Costa Award werd bekroond. Toch maakten wij in Nederland pas in 2017 kennis met haar door de uitgave van de Old Filth-trilogie bij uitgeverij Cossee die direct een groot succes werd.
    De roman De dochter van Crusoë uit 1985 werd onlangs vertaald. Het boek is deels gebaseerd op Gardam’s eigen jeugd en die van haar moeder in het Yorkshire van begin vorige eeuw.
    De zesjarige Polly Flint wordt bij twee vrome tantes achtergelaten in een huis aan de Engelse kust. Met om zich heen niets anders dan de duinen en een uitgestrekt landschap leest Polly zich de dagen door. Daarbij ontwikkelt ze een grote verwantschap met Robinson Crusoë: zij leeft immers net als Crusoë eenzaam en verlaten aan de kust en ze zijn beiden de held van hun eigen verhaal. De beschrijvingen van het leven van Polly strekt zich uit over acht decennia. Ze ontmoet de liefde en de overzichtelijke Victoriaanse eeuw maakt plaats voor de grote veranderingen van de twintigste eeuw. We worden meegenomen in de veranderingen in het leven van Polly en hoe het huis aan de Engelse kust omsloten wordt door woonwijken en autowegen.

    En ja, het is zoals de schrijver Ian McEwan al zei: ‘Jane Gardams boeken behoren tot de grote schatten van de Engelse literatuur.’

    De dochter van Crusoe
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Icarië

    In het werk van Uwe Timm (1940) spelen autobiografische apsecten en het verleden van Duitsland een grote rol. Zijn boek Mijn broer bijvoorbeeld (2003) gaat over zijn zestien jaar oudere broer die bij de Waffen-SS diende en in 1943 in Oekraïne is gestorven. Het werd door NRC Handelsblad geselecteerd als een van de beste boeken van 2003. In eigen land ontving hij dit jaar de prestigieuze Schiller-Preis voor zijn hele oeuvre.

    Ook in Icarië dat zich afspeelt in het Duitsland van 1945, verweeft hij feiten met fictie. De oorlog is verloren en geallieerde troepen rukken op langs verwoeste steden. De Amerikaanse officier Michael Hansen krijgt opdracht van de geheime dienst uit te zoeken welke rol de vooraanstaande rassenhygiënicus dr. Alfred Ploetz heeft gespeeld in het Derde Rijk. Hansen verricht zijn werk vanuit een geconfisqueerde villa, legt beslag op een luxe cabriolet en wordt verliefd op de jonge Duitse weduwe Molly.
    Uwe Timm wilde al meer dan veertig jaar over dr. Alfred Ploetz – die de grootvader van Timm’s vrouw is en van grote invloed was op de rassenleer van de nazi’s – schrijven. Nu het zich eindelijk liet schrijven is het evenals Mijn broer bijvoorbeeld, een zeer persoonlijk werk geworden waarvoor hij een indrukwekkende hoeveelheid research pleegde.

    Icarië
    Auteur: Uwe Timm
    Uitgeverij: Podium

    Het geluid van denken

    Dichter, biograaf, columnist en essayist, Karel Wasch, publiceert voor het eerst een gedichtenbundel bij uitgeverij In de Knipscheer. Zijn gedichten gaan over liefde en schuld, en indringende thema’s als een tragische vriendschap, een zieke moeder, katholieke rituelen als een processie en spanningen in een gezin. In deze bundel neemt de dichter de lezer mee op een odyssee door zijn leven, maakt hem deelgenoot van zijn ontheemding, de turbulenties in zijn geest. Volgens de uitgever is Het geluid van denken ‘een bundel voor de poëzieliefhebber, persoonlijk, gedurfd en buiten de gebaande paden van de mediawerkelijkheid.’
    En kan gelezen worden als een poëtische autobiografie ‘waarbij de lezer als een blinde een beeld aftast, voelt wat het voorstelt en er zo zijn eigen betekenis aan geeft.’

    Het geluid van denken
    Auteur: Karel Wasch
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Stille nacht

    De tekenaar Frank Flöthmann maakte al eerder van traditionele vertellingen een getekende versie; zonder tekst. Daarbij is het steeds weer verbazend hoeveel informatie Flöthmann kwijt kan in enkele simpele beelden.
    Zo hertekende hij verhalen van Shakespeare, maar ook maakte hij een animatiefilm over het Kindeke Jezus waarbij de enige woorden gebruikt worden voor de inleiding die aldus luiden: ‘Er zijn verhalen die zo groot zijn, dat ze geen woorden nodig hebben’.

    Zo heeft hij nu ook het kerstverhaal met tekeningen vertaald naar deze tijd. Waarin vragen naar voren komen als: ‘Wat geef je een kind dat de hele wereld in zijn hand houdt? En als dat kind de zoon van God is maar niet wil slapen, houdt zijn stiefvader dan ook nog van hem? En is het wel verantwoord van de Drie Wijzen om een klein kind zo veel geschenken te geven?’ Een kerstverhaal met humor en liefde voor detail en zonder woorden: dat prikkelt de verbeelding.

    Er wordt gezegd dat zijn boek over het kerstverhaal behoort tot de hoogtepunten van de stille strips.

    Stille nacht
    Auteur: Frank Flöthmann
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Oogst week 43 – 2018

    Om aan te raken

    Harm Hendrik ten Napel is schrijver, filosoof en boekverkoper. Zijn verhalen en essays zijn onder andere in Tirade en De Revisor verschenen, en op Klecks, dat hij in 2016 samen met zijn broer oprichtte. ‘Met Klecks willen we ruimte maken voor literaire kritiek, en dan met name die van poëzie.’

    Onlangs is van hem bij uitgeverij Querido Om aan te raken verschenen, een bescheiden verhalenbundel. Korte zinnen, zonder opsmuk. Heel doelgericht. Zo schrijft Ten Napel. Het lukt de mensen in Om aan te raken niet altijd om uit hun hoofd te komen en de intimiteit te vinden waarnaar ze verlangen. Sommigen weten niet eens dat ze hunkeren, anderen kunnen het moeilijk uitdrukken.

    Uit het verhaal ‘Ze kwam en hij toen ook’:
    Hoelang wist hij het al? Al best wel lang. Al voordat ze iets kregen? Ja, in principe wel. Ze was opgestaan. Wilde ze er nog over praten? Nu niet. Het is oké, hoor, had ze gezegd. Het is oké. Ik ga denk ik maar gewoon vroeg slapen. Bel me morgenavond. Dan praten we verder.’

     

     

    Om aan te raken
    Auteur: Harm Hendrik ten Napel
    Uitgeverij: Querido

    Pessimisme kun je leren!

    Om zijn bloemlezing aan te prijzen met werk van Lévi Weemoedt schreef Özcan Akyol het volgende:

    ‘Aan het begin van deze eeuw, toen ik nog een puisterige puber was, voelde ik een grote behoefte om in de literatuur de antwoorden op mijn levensvragen te vinden. Dat lukte niet. Hoewel ik het kunstenaarsleven leidde, inclusief een getormenteerde ziel en een geveinsde zucht naar drank, net als mijn literaire helden, duwden de meeste boeken me verder in de put. Tot ik het werk van Lévi Weemoedt ontdekte.

    De persoonlijke ellende spat van zijn poëzie, maar hij verpakt het in de liefde voor taal en ongebreidelde zelfspot, een combinatie die ik niet voor mogelijk hield. Als hij een mislukking beschreef, bood me dat troost, en moest ik ongemakkelijk lachen om mijn eigen pathetische overdrijvingen. Nog vaker deed hij me huiveren om zijn tekstuele spitsvondigheid en het superieure spel met woorden dat hij telkens speelt. De gedichten kwamen soms wat kort en eenvoudig op me over, maar er zijn maar weinig dichters die het autonoom na kunnen doen.

    Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decennium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoond. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid houdt de taal hem overeind. Iedereen moet Weemoedt lezen! Vandaar deze bloemlezing, die ik met veel plezier heb samengesteld.’

    Pessimisme kun je leren!
    Auteur: Levi Weemoedt
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Drift

    Haar debuut De hemel boven Parijs dat in 2014 bij Cossee verscheen, werd goed ontvangen (‘een wonderlijk eigen toon’, De Groene Amsterdammer, ‘Een droomdebuut’, Tubantia).
    Het werd bovendien genomineerd voor verschillende literatuurprijzen.

    Haar nieuwste boek Drift is bij DasMag verschenen:
    ‘Feit: een jonge vrouw trouwt met haar jeugdliefde.
    Feit: niet veel later, in het holst van de nacht, verlaat ze hem.
    Ze neemt alleen haar dagboeken mee.
    Die vrouw ben ik. Die nacht is nu. Alles ervoor en erna is een verhaal.’

    Bregje Hofstede (1988) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn. Ze schrijft verhalen en essays. Na De hemel boven Parijs schreef ze de essaybundel De herontdekking van het lichaam: over de burn-out.

     

    Drift
    Auteur: Bregje Hofstede
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag
  • Oogst week 42 (2018)

    Een Bijlmerliedje

    Een mooie oogst deze week: een coming of age roman van Diana Tjin; de laatste – en naar gezegd wordt zijn beste – roman van Charles Dickens; een familiegeschiedenis door Bart Meuleman en de jeugdherinneringen van de Franse schrijfster Alba Arikha.

    Cartograaf en schrijfster Diana Tjin debuteerde in 2017 met de historische roman Het geheim van mevrouw Grünwald. Haar tweede boek Een Bijlmerliedje is een coming of age roman over het meisje Sheila dat opgroeit in de jaren zeventig in de Bijlmer, waar ze op tienerleeftijd met haar ouders en drie broers is komen wonen. Een verhaal over het belang van vriendschap, rivaliteit, het verlangen mee te tellen en het zoeken naar erkenning als meisje met een Surinaamse achtergrond. Een prettig leesbaar verhaal, dat ook een mooi beeld schets van het Amsterdam in die jaren, de eerste metro, de verlatenheid van die grote flatgebouwen in de Bijlmer.
    In fragmentarische hoofdstukken schetst Tjin de ontwikkeling van een jong meisje waarbij elke ervaring, levensles op speelse wijze gerelateerd worden aan een muzieknummer uit die tijd. Zoals onder andere: ‘Both Sides Now’ van Joni Mitchel, ‘Take Time to Now Here’ van Percy Sledge en ‘To Love Somebody’ van Nina Simone.

    Een Bijlmerliedje
    Auteur: Diana Tjin
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Onze wederzijdse vriend

    Een naar het buitenland geëmigreerde Engelse jongeman krijgt bericht dat zijn vader, die ook wel de Gouden vuilnisman genoemd wordt, is overleden. Hem komt een enorme erfenis toe, mits hij trouwt met een door hem onbekende, en door zijn vader uitgekozen bruid. De jongeman vertrekt per boot naar Londen en sluit tijdens de zeereis vriendschap met een bootsman. De jongeman neemt de bootsman in vertrouwen en vertelt hem van zijn erfenis en de daaraan verbonden voorwaarde.
    Na aankomst in Londen zoeken zij samen onderdak en spreken af om onopvallend op zoek te gaan naar de bruid, om haar te kunnen gadeslaan. Maar de bootsman heeft andere plannen en wil de erfgenaam vergiftigen om dan zijn plaats in te nemen.

    Dan ontwikkelt zich een verhaal met een keur aan personages zoals we die kennen in de verhalen van Dickens. Zoals een wees, een goedhartige arme vrouw, een sluwe arbeider, een geheimzinnig figuur, een gierigaard, het zit er allemaal in. En zoals gezegd, volgens velen overtreft dit werk alle voorgaande werken van Dickens.

    Onze wederzijdse vriend
    Auteur: Charles Dickens
    Uitgeverij: Athenaeum

    Hoe mijn vader werd verwekt

    Bart Meuleman (1965) is toneelschrijver, regisseur en dichter en schreef met Hoe mijn vader werd verwekt zijn tweede roman. Zijn vader werd als baby bij zijn moeder weggehaald omdat ze ongetrouwd zwanger werd. Naar aanleiding van een foto die hij vindt van een vrouw met zijn vader als kind op schoot: – ‘Het was een oude vrouw zoals er duizenden zijn, maar in haar kwade ogen en aan haar grauwe vel zag ik op slag al het slechte waartoe ze in staat was geweest. Ik zag het des te beter omdat op haar schoot, in een wollen truitje en met glimmende schoentjes met riempjes, mijn vader zat, met een blik, verschrikt, die mij vreemd was.‘ – besluit hij op onderzoek te gaan naar zijn grootmoeder.

    Als jong meisje werd zij na de Eerste Wereldoorlog vanuit de Kempen naar Brugge gestuurd om in een gegoede familie de huishouding te doen. Ze raakt zwanger en het kind wordt onder de hoede van een bejaarde engeltjesmaakster gesteld. Aan de hand van materiaal dat Bart Meuleman in de archieven vindt, vermengd met zijn verbeelding geeft hij deze jonge vrouw een stem.

    Hoe mijn vader werd verwekt
    Auteur: Bart Meuleman
    Uitgeverij: Querido

    Herinneringen aan een verloren wereld

    Alba Arikha studeerde vele jaren piano voordat ze zich tot het schrijven wendde. Ze heeft inmiddels vier boeken geschreven en is in vijf talen vertaald. Herinneringen aan een verloren wereld (2012) is haar derde boek en speelt zich af in de jaren tachtig in Parijs. Het appartement waar Alba Arikha en haar zus opgroeiden was het centrum van literaire en artistieke ontmoetingen. Samuel Beckett was haar peetoom, haar vader was de schilder Avigdor Arikha, haar moeder de dichter Anne Atik.

    Arikha’s eigen herinneringen spelen zich af tegen de geschiedenis van haar Joodse familie in oorlog en ballingschap en de altijd aanwezige nagalm van de holocaust. Ondertussen probeert ze zich als opgroeiende tiener halsstarrig te ontworstelen aan haar afkomst.

    Het boek werd in The New Yorker geselecteerd als een van de beste boeken van 2012.

    Herinneringen aan een verloren wereld
    Auteur: Alba Arikha
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 41 (2018)

    Laatste plicht

    In 1996 verscheen de eerste aflevering van Feuilletons, het tijdschrift dat Jeroen Brouwers reserveerde voor alleen maar eigen bijdragen, die vele vormen aannamen: verhalen, herinneringen, dagboekaantekeningen, schrijversportretten, polemieken, brieven, essays en overpeinzingen. Feuilletons is niet alleen qua inhoud, maar ook qua toon een staalkaart van Brouwers’ kunnen en kijk op de literaire wereld.

    Deze week verscheen de tiende en tevens laatste aflevering: Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest. Hans Roest (1917 – 2006) was chef van de lectuurredactie van een uitgeverij van familiebladen toen Jeroen Brouwers hem in 1962 leerde kennen. Hij had al gauw in de gaten dat Brouwers zich beter op zijn eigen werk kon richten dan in opdracht van ‘de Geepee’ – de Geillustreerde Pers – jeugdidolen en andere BN’ers te interviewen. Dankzij zijn connecties bezorgde hij Brouwers niet alleen een uitgever, maar ook een baantje als dat hem in staat stelde te schrijven, waardoor hij ‘niet meer naar Ria Valk, Rob de Nijs, Mieke Telkamp of een andere coryfee uit door spotlights beschenen werelden’ hoefde om ze te ondervragen.

    Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest is een eerbetoon, al plaatst Jeroen Brouwers ook kritische kanttekeningen, aan de man die zijn chef en mentor, en in zekere zin ook zijn mecenas was. ‘Ik heb veel aan hem te danken, veel van hem geleerd’, schrijft Jeroen Brouwers in Laatste plicht.
    Roest die zelf ook wel eens dichtte, onderhield contacten en correspondeerde met schrijvers van naam, collectioneerde hun werk en hengelde handtekeningen en opdrachten binnen.

    Zoals Hans Roest aan het eind van zijn leven grote schoonmaak hield en alleen de hem dierbaarste schrijvers onderdak bleef bieden (waaronder heel veel Jeroen Brouwers), zo ruimt Brouwers met zijn herinneringen aan Meneer Roest in zekere zin ook op. Laatste plicht moest hij nog schrijven. Zoals hij het ook ooit zijn plicht vond om de biografie van Hélène Swarth te schrijven, die Hans Roest ondanks al zijn goede voornemens – en de toezegging aan de dichteres – niet in op papier bleek te krijgen.

    Roest gaf zelf tijdens zijn leven nauwelijks iets over zichzelf prijs, Brouwers schreef een liefdevol portret waarin hij zonder zichzelf op de voorgrond te dringen ook een belangrijke plaats voor zichzelf heeft ingeruimd.

    Een dag voor Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest verscheen Feuilletons: een selectie waarin een dwarsdoorsnede staat van wat Jeroen Brouwers sinds 1996 in zijn eigen tijdschrift schreef. Waarbij aangetekend moet worden dat stukken die al eerder in boekvorm werden herdrukt ontbreken.

    Laatste plicht
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    De rechtvaardigen

    ‘Ik kon geen Baltische ziel van hem maken’, zei Jan Brokken tijdens de presentatie van zijn boek De rechtvaardigen: hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde. Honorair consul Jan Zwartendijk – zijn geld verdiende hij bij Philips – woonde maar drie jaar in Litouwen, niet lang genoeg om het opnemen van zijn verhaal in Baltische zielen te rechtvaardigen.
    En dat is achteraf maar goed ook want het verhaal over Zwartendijk en de andere rechtvaardigen die samen een groot aantal – hoeveel precies is niet duidelijk – joden via een ‘Curaçaovisum’ Litouwen uit wisten de loodsen zou niet in dat boek gepast hebben.

    Jan Brokken reconstrueert minutieus hoe het idee voor het ‘Curaçaovisum’ ontstond, wie er bij betrokken waren en wat hun beweegredenen waren. Daarnaast ging hij op zoek naar mensen die hun leven te danken hebben aan deze ontsnappingsclausule. Hun verhalen en ervaringen bedt hij in in het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, dat in grote lijnen als bekend verondersteld mag worden, maar door het inzoomen op de details opnieuw zeggingskracht krijgt.

    Jan Zwartendijk – ‘de engel van Curaçao’ – stierf in 1976 zonder te weten of hij de duizenden joden ook werkelijk een dienst bewezen had (hij vreesde dat zij hun dood tegemoet vluchtten). Onderzoek naar het effect van zijn daden bleef lang uit, hoewel zijn familie daar bij diverse instanties op aandrong. Uiteindelijk bleek dat 95 procent van de mensen die hij van een visum voorzag de oorlog overleefde. In plaats van een onderscheiding kreeg Jan Zwartendijk een reprimande: hij had zich niet aan de consulaire regels gehouden (inmiddels zijn daar Kamervragen over gesteld).

    Jan Brokken vertrouwde niet blind op bestaand onderzoek, maar spitte verder. Met hulp van velen, waaronder de zoon en dochter van Jan Zwartendijk. Rangschikte de feiten en componeerde vervolgens een complex verhaal, dat recht doet aan alle betrokkenen. De rechtvaardigen is een eerbetoon, zoals ook het monument in Kaunas voor Jan Zwartendijk en elk steentje op het familiegraf in Hillegersberg een eerbetoon is.

    En het boek gaat niet alleen over Jan Zwartendijk.

    De rechtvaardigen
    Auteur: Jan Brokken
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    80 jaar oorlog

    Al direct na de eerste aflevering oogstte de televisieserie 80 jaar oorlog veel lof. De makers hebben er alles aan gedaan om de Tachtigjarige Oorlog tot de verbeelding te laten spreken. Feiten worden in verhalen gegoten en er wordt ingezoomd op getuigenissen van mensen van vlees en bloed.
    Ook in het bijbehorende boek met dezelfde titel wordt dat concept in rood, wit en blauw gevolgd. Historicus Gijs van der Ham die verantwoordelijk is voor de tentoonstelling in het Rijksmuseum beschrijft het verloop van de oorlog (het rode katern). Tekstschrijver Marchien den Hertog – historicus van opleiding – en  tekent ‘kleine’ verhalen op die duidelijk maken hoe groot de invloed op het dagelijks leven van degenen die de oorlog voerden en ondergingen was (wit), en Judith Pollman, Peter Vandermeersch en Stephanie Archangel laten zien dat de oorlog die van 1568 tot 1648 duurde sporen heeft nagelaten in het hedendaagse Nederland (blauw).

    80 jaar oorlog is een rijk geïllustreerd – documenten, schilderijen, voorwerpen en stills uit de serie – boek, dat geen concessies doet. Het is een grondige reconstructie van een oorlog die de meeste Nederlanders alleen nog van naam kennen. Er worden heikele kwesties in aangesneden die nu net zo in het geding zijn als toen, zoals tolerantie, godsdienstvrijheid en identiteit.

    Als in het Rijksmuseum de tentoonstelling 80 jaar oorlog: de geboorte van een land na 20 januari 2019 plaatsgemaakt heeft voor een volgende en de televisieserie alleen nog via Uitzending Gemist bekeken kan worden, kan het boek heel goed zonder die referentiekaders geraadpleegd en/of gelezen worden.

    80 jaar oorlog
    Auteur: Gijs van der Ham ; Judith Pollmann ; Peter Vandermeersch
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)
  • Oogst week 40 (2018)

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie

    Er mag rivaliteit geweest zijn tussen de schrijvende broer en zus – Geerten en Doeschka – Meijsing, maar uit Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie spreekt vooral verwantschap en vertrouwdheid. Dat zal voor een deel zijn – zoals Geerten Meijsing in Spätlese, het nawoord bij de brieven schrijft, waaruit ook blijkt hoe hard de klap van de plotselinge dood van zijn zus bij hem aangekomen is – omdat zij elkaar op papier ontzagen en vooral complimenteus waren waar het hun werk betrof, maar dat is niet de voornaamste reden.
    Belangrijker is dat zij elkaar als mens verstonden en hun vak op dezelfde manier benaderden:

    ‘het schrijverschap was en is voor ons een allesomvattende levenshouding waaraan alle andere bezigheden en beslommeringen van het dagelijkse leven ondergeschikt zijn, de nevenwerkzaamheden die mijn zuster voorzichtigheidshalve bijna tot op het einde verricht heeft ten spijt.’

    In de brieven, die de periode 1979 tot 2009 beslaan, gaat het over het werk en de litteratuur, maar minstens even prominent aanwezig zijn de beslommeringen – privé en zakelijk – die in de praktijk behoorlijk veel energie en tijd vragen. Doeschka en Geerten Meijsing nemen geen blad voor de mond en sparen elkaar ondanks hun verwantschap niet. Hun jalousie de métier laait op als de één van de ander vindt dat hij/zij zich teveel op het territorium van de ander begeeft.

    De brieven zijn door Nop Maas zo gedetailleerd geannoteerd dat er niet veel aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten, maar zijn werkwijze stimuleert het

     

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie
    Auteur: Geerten Meijsing & Doeschka Meijsing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Istanbul, Istanbul

    Burhan Sönmez leefde tien jaar in ballingschap in Londen. Inmiddels woont en werkt hij weer in Istanbul, maar bij terugkeer trof hij een andere stad aan dan hij verliet, waardoor hij in zekere zin opnieuw in ballingschap verblijft. Vertelde hij vorige maand in De Balie, waar hij te gast was tijdens PEN Spreekt.
    Istanbul, Istanbul volgt de vorm van de Decamerone van Boccaccio. Tien dagen lang vertellen vier politieke  gevangenen – een dokter, een student, een barbier en ‘oom Küheylan’ – elkaar verhalen om de moed erin te houden. Zij zitten in een ondergrondse cel in Istanbul waar zij op elk willekeurig moment opnieuw verhoord kunnen worden.

    In die verhalen is Istanbul alom tegenwoordig. De bovengrondse stad, de stad die in herinneringen voortleeft en het mythische Istanbul. De vier die behalve hun gevangenschap weinig met elkaar gemeen hebben, bieden via hun verbeelding weerstand tegen de martelingen die zijn ondergaan.
    Istanbul, Istanbul verscheen in 2015, voordat de situatie in Turkije door de mislukte coup dramatisch verslechterde, maar de roman kan gelezen worden als een aanklacht tegen de meedogenloze manier waarop tegenstanders van het regime sindsdien onschadelijk gemaakt worden.

    Maar Istanbul, Istanbul laat zich los van een specifieke historische context ook lezen als een pleidooi voor het vertellen van verhalen. Burhan Sünmez geeft zijn personages de nodige overwegingen mee die ontleend zijn aan de (wereld)literatuur.

    Istanbul, Istanbul
    Auteur: Burhan Sönmez
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Alle verhalen

    Haar schilderijen tonen verwantschap met het werk van Jheronimus / Jeroen Bosch. Ze worden bevolkt door wezens die eerder aan de fantasie ontsproten lijken te zijn dan dat zij hun oorsprong in de werkelijke wereld hebben. Leonora Carrington (1917-2011) schilderde niet alleen, ze schreef ook, zij het niet heel veel en vooral korte verhalen. Die verhalen – vorig jaar ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag gebundeld en nu onder de titel Alle verhalen verschenen in het Nederlands – zijn net zo surrealistisch als haar schilderijen. Macabere sprookjes lijken het, waarin de grens tussen leven en dood vloeibaar is. Zwarte verhalen, waarin de natuur en de vergankelijkheid zich opdringen. Maar tegelijk getuigen ze van een scherpe kijk op de conventies waarmee het leven gepaard gaat. Veel van haar vrouwelijke personages onttrekken zich aan hun voorbestemde leven, zonder dat Leonora Carrington nadrukkelijk een feministisch statement maakt.

    Haar vroegste verhalen dateren uit de jaren 1937/’38. Naarmate de tijd verstrijkt, sluipt er meer herkenbare werkelijkheid en idem dito maatschappijkritiek in de verhalen die Leonora Carrington in het Engels, Frans en Spaans schreef.

    Eerder dit jaar verscheen al het autobiografische Beneden, waarin Leonora Carrington verslag doet van de waanzin die haar trof na de arrestatie van kunstenaar Max Ernst en haar gedwongen opname in een inrichting.

     

    Alle verhalen
    Auteur: Leonora Carrington
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Kellendonk

    ‘Een schrijversbiografie heeft pas iets in te brengen wanneer de schrijver zich niet volledig heeft kunnen waarmaken, wanneer toevallige omstandigheden hun bulten en blauwe plekken op het oeuvre hebben achtergelaten en de schepper interessanter is dan het werk, dat in zoverre dus mislukt mag heten.’

    Tot zover Frans Kellendonk. Zijn oeuvre – verre van mislukt – is relatief klein gebleven, want toen Frans Kellendonk in 1990 stierf, was hij pas 39. In zekere zin geldt voor hem dus dat hij zich als schrijver niet volledig heeft kunnen waarmaken en is het gerechtvaardigd dat er een biografie verschijnt van een schrijver die al wel veel beloftes inloste, maar nog niet uitgedacht en uitgeschreven was.
    Jaap Goedegebuure was niet de eerst aangewezen biograaf, maar uiteindelijk wel degene die de opdracht tot een (goed) einde bracht. Afgaande op zijn inleiding en het eerste hoofdstuk gaat Jaap Goedegebuure op zoek naar ‘continuïteit’ in het werk van de auteur in wiens leven juist (culturele) breuklijnen bepalend waren. Kellendonk trad niet in de voetsporen van zijn vader – zoals veel zonen van zijn generatie dat niet meer deden – en gaf gehoor aan de roep van het dichterschap én hij nam afstand van de traditionele wijze van het belijden van het rooms-katholieke geloof zonder de rituelen vaarwel te zeggen. Wat Jaap Goedegebuure voor ogen stond, was het traceren van de ‘spiegeling van de familiegeschiedenis in de grote geschiedenis.’ Hij zocht naar de invloed van Kellendonks afkomst op zijn maatschappijvisie en wereldbeschouwing, zoals die in zijn werk – romans, verhalen en essays – vorm kreeg. Volgens degenen die Kellendonk: een biografie al uit hebben met wisselend succes.

    Kellendonk
    Auteur: Jaap Goedegebuure
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)
  • Oogst week 39 (2018)

    Een iets beschuttere plek misschien

    De oogst van deze week bestaat uit een nieuwe uitgave in de reeks Privé Domein, een literair tijdschrift, een kleine roman van de Noorse auteur Tomas Espedal en een ooit aan de keizer van Rome opgedragen boekwerk van de Romeinse letterkundige en amateur-wetenschapper C. Plinius Secundus.

    Schrijver en  publicist Cyrille Offermans (1945) werkte een jaar lang aan wat nog het best te omschrijven is als een intellectueel journaal. Een iets beschuttere plek misschien bevat een verzameling notities, beschouwingen, herinneringen, observaties alsook essayistische commentaren op gelezen boeken en gebeurtenissen in de wereld. Het boek (en dus het jaar) begint en eindigt met de doffe ellende in Syrië. Daartussenin worden vele onderwerpen gepresenteerd – van de Franse verkiezingen en de afnemende tekenvaardigheid van de schooljeugd tot en met uiteenzettingen over bibliomanie, de betekenis van carnaval, de eerste woordjes van een kleinkind of de ziekte van een vriendin. Er gebeurt veel in de wereld. En dat is te lezen in dit boek.

     

     

    Een iets beschuttere plek misschien
    Auteur: Cyrille Offermans
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    2018/3

    Vertaalster en publiciste Hein Groen schreef onder meer het mooie boekje De ruimte van Virginia Woolf (1998) over het scheppen van ruimte van de schrijfster om te kunnen schrijven. Op dit moment werkt Groen aan een literaire reisgids van Venetië waarover in deze Parelduiker een stuk over de Venetiaanse romanschrijver Pier Maria Pasinetti (1913-2006) getiteld, ‘Een vergeten Venetiaanse Proust’. Ze beschrijft de plekken waar hij geleefd en geschreven heeft. En daar schrijft ze mooi over, een wandeling die je graag met haar meeloopt. ‘Elke keer als ik in de wijk San Polo op de Ponte Bernardo langs het huis loop waar de schrijver (…) een groot deel van zijn jeugd heeft doorgebracht staat er wel ergens een raam open en kan ik de trillende reflectie van water op het plafond bijna zijn.’ Die bewegende weerschijn van water op het plafond noemen de Venetianen ‘La gibigiana’ en blijkt de meest veelzeggende metafoor in Pasinetti’s werk te zijn. Een reisgids om naar uit te kijken, en dan op naar Venetië.

    Ook besteedt de Parelduiker in drie afleveringen aandacht aan de Culturele hoofdstad Leeuwarden. In deze editie ‘Literair Leeuwarden (II)’. Teake Oppewal, redacteur op het gebied van Friese literatuur schreef,  ‘Onder het plaveisel van de stad’, een literaire wandeling door de stad. Een plattegrond is erbij opgenomen.
    In de rubriek ‘Laag water’ een reactie van Clara Eggink op het gedicht Jij, socialistisch meisje door Jac. van Hattum, een gedicht dat haar ‘kriegel’ maakte en ‘kwaadaardigheid’ bij haar opriep.

    2018/3
    Auteur: Eindredactie: Hein Aalders
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Buiten de orde

    Tomas Espedal (Noorwegen 1961) verheft zijn eigen biografie – net als zijn landgenoot Karl Ove Knausgård – tot literatuur. Maar waar Knausgård zijn leven tot in detail weergeeft, is Espedal een minimalist in woorden en dat levert ingedikt proza op. Hoewel Espedal als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen geldt, verscheen pas in 2017 een eerste vertaalde roman van hem in Nederland: Tussen april en september, een roman over het verlies van een vrouw en over rouw.

    Ook in Buiten de orde, is sprake van een gestorven geliefde en verwerking van verlies. De ik-figuur van de roman krijgt een relatie met een veel jongere vrouw. Zijn omgeving keurt hun relatie af en daarom trekken ze zich terug in het huis van de man. De man is gelukkiger dan ooit, tot hij na zes jaar wordt verlaten door de jonge vrouw. Ze wil de wereld in en laat de man gewond achter. De man wordt vervolgens overspoeld door herinneringen aan zijn jeugd, zijn eerste liefde, de jaren met zijn overleden vrouw. Beelden van gelukkige ogenblikken en moeilijke momenten trekken aan hem voorbij. Langzaam lost het verdriet van de man op. “Jij zegt voorbij, maar de liefde wil niet voorbij zijn.’ is uiteindelijk zijn bitterzoete conclusie.

    Buiten de orde
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De wereld

    C. Plinius Secundus (23- 24 na Chr.) was een Romeins letterkundige en amateur-wetenschapper en had als doel in zijn leven zoveel mogelijk kennis (over wat dan ook) te verzamelen. Het blijkt dat hij geen oog dicht wilde doen omdat hij niets van het leven wilde missen. Om geen snippertje van het leven te verspillen, zou hij zich tijdens het eten en baden hebben laten voorlezen en liet hij aantekeningen maken. Alle feiten die hij ooit gedurende zijn leven had gevonden bracht hij samen in het boekwerk De wereld, Naturalis Historia.

    De wereld is een overzicht van antieke kennis: over alles wat de Romeinen en de Grieken wisten over de hemel, de aarde, mensen, dieren, planten, geneesmiddelen, stenen, metalen en kunstwerken. Plinius schrijft over insecten, vogels, exotische beesten, rare mensen, overstromende rivieren, ingepolderd land. Over honderdvijfentachtig soorten wijn en de opslag ervan, hoe je touw maakt, of papyrus, of glas, hoe je edelstenen vervalst. Honderden plantaardige en minerale geneesmiddelen somt hij op, tegen allerhande kwalen, vaak onzinnig, dikwijls effectief. Plinius is cynisch over zijn tijdgenoten die niet geïnteresseerd zijn in wetenschap. En hij lardeert zijn boek met anekdotes en sappige verhalen. Ook had hij graag verteld hoe een vulkaanuitbarsting er van dichtbij uitziet, maar dat experiment overleefde hij niet.

     

    De wereld
    Auteur: C. Plinius Secundus
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 38 (2018)

    Het oog van de school

    Zeebiologe Helen Scales duikt, onderzoekt en schrijft. Ze is daarbij zowel gefascineerd door als bezorgd om het leven in het water. En hoewel het misschien een ongewoon boek is tussen alle romans, besteden we toch kort aandacht aan dit bijzondere boek over vissen. Want blijkbaar kunnen we nog wat van ze leren als we de ondertitel van het boek mogen geloven.

    In Het oog van de school geeft Helen Scales tal van geheimen prijs. Vissen blijken slim, emotioneel en bedachtzaam en kunnen ons veel vertellen over het leven, de oceanen en meer. Het is een boek over ‘vissen met prachtige namen en kleuren, over vliegende, kruipende, zingende en dansende vissen, over vissen met handjes, vissen die aan graffiti doen en vissen die met elkaar communiceren door middel van flatulentie. Maar bovenal over het onuitwisbare stempel dat vissen drukken op onze eigen bovenwaterwereld.’

     

    Het oog van de school
    Auteur: Helen Scales
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)

    De vulkaan

    Op de Nederlandse Wikipedia pagina over Klaus Mann, wordt zijn roman De vulkaan niet genoemd. Maar volgens de uitgeverij beschouwde hij De vulkaan zelf als zijn beste boek, en de uitgeverij noemt het ‘een van de belangrijkste exilromans ooit geschreven’. Ria van Hengel heeft het nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    ‘Een groep uit Duitsland gevluchte kunstenaars, geleerden en bohemiens spreekt begin jaren dertig regelmatig af in een Parijs café. Onder hen de actrice Marion en de aan heroïne verslaafde dichter Martin (in wie iets van Klaus Mann zelf te herkennen is), die er zijn geliefde, de Braziliaan Kikjou, leert kennen. In Amsterdam probeert een ontslagen Joodse hoogleraar uit Bonn een nieuw bestaan op te bouwen, terwijl twee jonge Duitse proletariërs zonder papieren door heel Europa worden gejaagd – Klaus Mann biedt ons een breed palet van verschillend gemotiveerde emigranten.

    We volgen hen in hun strijd om het bestaan, in hun twijfels en heimwee, hun vriendschap, eerzucht en liefde, eenzaamheid en angst voor de dood, of juist het verlangen daarnaar. Want de dreiging neemt almaar toe: in 1939 staat Europa als een vulkaan op uitbarsten.’

    De vulkaan
    Auteur: Klaus Mann
    Uitgeverij: Querido (2018)

    De herkomst van Anderen

    Nobelprijswinnares Toni Morrison, een van Amerika’s belangrijkste hedendaagse auteurs schrijft in De herkomst van Anderen over de thema’s die haar werk kenmerken: ras, grenzen, migratie, angst, het verlangen om ergens thuis te zijn. ‘Wat is ras en waarom is het zo belangrijk? Waarom heeft de mens behoefte aan de Ander? En waarom beangstigt de aanwezigheid van de Ander ons?
    In De herkomst van Anderen gaat Toni Morrison op zoek naar antwoorden. Ze grijpt terug naar haar eigen jeugd, maar onderzoekt ook de geschiedenis, de politiek en de literatuur. Ze schrijft over de negentiende-eeuwse literatuur waarin slavernij werd geromantiseerd en vergelijkt deze boeken met de dagboekaantekeningen van slavenhouders. Morrison onderzoekt wat het betekent om zwart te zijn en verkent verschillende opvattingen over raciale zuiverheid, globalisering en massamigratie in deze eeuw. De herkomst van Anderen is Morrisons persoonlijkste non-fictiewerk tot nu toe.’

    De herkomst van Anderen
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2018)

    Autobiografie van mijn moeder

    Tot slot aandacht voor een debuut van de Franse Violaine Huisman (1979). Autobiografie van mijn moeder gaat over drie vrouwen, de zusjes Elsa en Violaine en hun ongewone moeder. Hun moeder is danseres, mooi, bipolair, gek en onvoorspelbaar, deelt met vele mannen het bed, en is dol op haar dochters en dat is wederzijds.

    Violaine Huisman woont en werkt in New York, waar ze literaire evenementen organiseert en Engelstalige literatuur naar het Frans vertaalt.

     

    Autobiografie van mijn moeder
    Auteur: Violaine Huisman
    Uitgeverij: De Geus (2018)
  • Oogst week 37 – 2018

    De hartenjager

    De vierhonderdste sterfdag van Gerbrandt Adriaensz. Bredero is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Op 23 augustus werd zijn laatste rustplaats – tussen Kalverstraat en Rokin – met een plaquette gemarkeerd; Brechtje van Dijk (muziek), Lisanne van Aert (libretto) en Warre Simons (regie) maakten Niet de klucht van koe, ‘een absurde prog-rock opera’ op basis van teksten van Bredero en van René van Stipriaan verscheen De hartenjager: leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero. Het is maar een kleine greep uit dat waarmee de Amsterdamse schilder/dichter herdacht wordt.

    Over het leven van Bredero is weinig bekend. Een traditionele biografie is De hartenjager van Van Stipriaan niet. Niet alleen. Want het eerste deel bevat wel degelijk een reconstructie van het leven van Bredero. Dat Van Stipriaan bij gebrek aan feitelijke informatie niet anders kon dan dat leven zien in het licht van werk en thematiek en tegen de achtergrond van een welvarende stad waar ook het culturele leven bloeit, betekent niet dat hij aan het hineininterpretieren slaat. Hoewel met het nodige voorbehoud – veel is niet absoluut zeker, maar dan kiest Van Stipriaan voor het meest waarschijnlijke – ontstaat daardoor een levendig portret van een naar kennis hongerende Bredero, die als geen ander de veranderlijkheid van mens en maatschappij vastlegde.

    In het tweede deel van De hartenjager vat René van Stipriaan de ontvangst en interpretatie van het werk van Bredero in de loop der eeuwen samen om daar daarna in het derde deel zijn eigen conclusies aan toe te voegen. Hij beschouwt hij de komische, de amoureuze en de religieuze Bredero en betrekt ook leven en werk van diens tijdgenoten bij zijn analyse.
    Dat de belangstelling voor het werk van Bredero al vrij snel na zijn dood wegebde had volgens Van Stipriaan niets te maken met de kwaliteit. Bredero’s beste werk doorstaat volgens hem de vergelijking met dat van Shakespeare. Bredero kreeg echter te maken met wat hij zelf tot motto en leidraad van zijn leven en werk maakte: ’het kan verkeeren’. De samenleving veranderde en opvattingen over taal en literatuur veranderden mee.

    Als er een ding duidelijk wordt uit De hartenjager dan is het de voortreffelijkheid van de uiterst productieve dichter/toneelschrijver Gerbrandt Adriaensz. Bredero, vertegenwoordiger van het neostoïsche gedachtegoed, die zijn klassieken kende en onderdeel uitmaakte van een netwerk van vakbroeders. Hij raakte de kern van het (klein)burgerlijke. Zijn stukken lenen zich zeker thematisch voor heropvoering. Bredero schrok er niet voor terug om heikele thema’s aan te kaarten die nu opnieuw actueel zijn.

    De hartenjager
    Auteur: René van Stipriaan
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Vloedlijnen

    ‘In Vloedlijnen zit een man op het strand. Als hij goed luistert, hoort hij fluisterende, zingende en orerende stemmen die verwoede pogingen doen om greep te krijgen op een ontsnappend leven. Ergerlijk genoeg worden die verhalen stelselmatig onderbroken door stoorzenders die uit een andere wereld lijken te komen. Het dieptepunt van de bundel wordt gevormd door een operalibretto waarin een activist zich tegen beklemmende structuren verzet.’

    Bovenstaande tekst is geen citaat uit de recensie van een tot wanhoop gedreven criticus. Met dit citaat opent de flaptekst van Vloedlijnen, de nieuwe gedichtenbundel van Piet Gerbrandy. Ook dit keer maakt Gerbrandy het zijn lezers niet makkelijk, maar de door de uitgever verstrekte tekst nodigt uit om de zes cycli en dat ene libretto argwanend tegemoet te treden, om vervolgens de teugels van de weerzin gaandeweg te laten vieren en tot de conclusie te komen dat er veel gezegd en ontregeld wordt in Vloedlijnen.
    Een andere vaststelling zou kunnen zijn dat als Piet Gerbrandy in zijn verantwoording niet geschreven had dat een aanzienlijk deel van zijn gedichten al eerder verscheen, dit alleen degenen die de dichter op de voet volgen opgevallen zou zijn. Wie niet zo thuis is in zijn werk zullen vanwege vorm, toon en een consequent suggestief refereren aan vooral samenhang en eenheid opvallen.

    Vloedlijnen
    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Uitgeverij AtlasContact (2018)

    Neem de titel serieus

    Terwijl Rodaan Al Galidi de beminnelijkheid zelve lijkt als hij anderen tegemoet treedt, haalt hij in zijn werk regelmatig hard uit als hij het heeft over de wereld waarin hij beland is. Door de charmante wijze waarop hij het Nederlands hanteert en zijn ongebruikelijke beelden, valt dat niet altijd meteen op.
    Doordat de dichter de zinsnede ‘psychisch ziek’ vaak laat vallen en er ook regelmatig in inrichtingen verbleven wordt, lijkt Neem de titel serieus over geesteszieken te gaan, maar eigenlijk is de rode draad in de bundel ‘lijden onder de druk van de omstandigheden’. Niemand is gevrijwaard van relatiestress, vervreemding en stigmatisering.

    Mijn bestaan

    Soms word ik bang wakker
    dat ik echt besta.
    Angstig tast ik de muren af,
    het bed, mijn nek
    en zoek mijn gezicht,
    maar ik kan het niet vinden.

    Trillend sta ik op.
    Ik doe het licht aan,
    trek mij onrust aan
    en loop alleen
    op de sneeuw die mijn hart bedekt.

    Alles buiten
    is nog steeds zoals het ooit gestapeld is.
    Maar de wereld die mij koesterde,
    tot ik haar geworden ben,
    is verdwenen.

    Meer dan de vorm hebben de gedichten in Neem de titel serieus hun oorsprong gemeen. Die ligt in het waarnemen, in het voelen en vinden.

    De bundel is opgedragen aan Begoña, en omdat het eerste gedicht gaat over een liefde die voorbij lijkt te zijn en Begoña met name genoemd wordt, is de verleiding groot in Begoña een vrouw te zien. Maar ‘zij’ zou ook zomaar iedere buitenstaander kunnen zijn. Dan leest Neem de titel serieus anders.

    Neem de titel serieus
    Auteur: Rodaan Al Galidi
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Het epos van sjeik Bedredinn

    Het epos van sjeik Bedreddin een van de klassieke titels uit de Turkse literatuur. Nâzim Hikmet schreef het  toen hij in 1936 in de gevangenis zat vanwege zijn revolutionaire, want communistische, ideeën. De raamvertelling – die begint met een gevangen gezette dichter die het epos van sjeik Bedreddin ligt te lezen en vervolgens door een derwisj meegevoerd wordt de geschiedenis in, waardoor hij een ooggetuige wordt van de door de sjeik aangevoerde boerenopstand in de veertiende eeuw, waar hij vervolgens verslag van doet – weerspiegelt Nâzim Hikmets eigen verhaal. Sjeik Bedreddin voert gewapend strijd tegen de Osmaanse sultan, de schrijver/dichter Himket neemt het met zijn pen op tegen het autocratische regime van de Turkse Republiek. Hikmets verhaal in een verhaal is deels proza en deels poëzie.

    Sytske Sötemann voorzag haar vertaling van een inleiding waardoor duidelijk wordt hoe uit de uit een kosmopolitische en aristocratische familie stammende Nâzim Hikmet een revolutionair groeide die de eerste avant-gardistische dichter van Turkije werd.

     

    Het epos van sjeik Bedredinn
    Auteur: Nâzim Hikmet
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Straks komt het

    Hij wijdde al eens een boek aan Marcel Duchamp en in zijn vorige roman verbond hij een verhaal over zijn moeder met de levens van Giorgio de Chirico en Alberto Giacometti. In Straks komt het reist K. Schippers in de voetsporen van Kurt Schwitters, maar gaat het ook over de oorlog en over jazz.

    In Straks komt het ontspint het verhaal zich niet langs de lijnen der geleidelijkheid: K. Schippers associeert er vrolijk edoch vakkundig op los. Dat is inmiddels zijn handelsmerk. In navolging van Kurt Schwitters raapt, verzamelt en assembleert hij. En aan het eind blijkt hij toch een samenhangend verhaal verteld te hebben, waarin  beleefd en verzonnen in elkaar overlopen.

    Straks komt het
    Auteur: K. Schippers
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)
  • Oogst week 36 (2018)

    De liefde van een half leven

    Deze week is de oogst een liefdesroman van de Chinese schrijfster Eileen Chang (1920 – 1995); een nieuwe roman van Arnon Grunberg, een boek over vrouwelijke componistes en pianistes en een herziene uitgave van de biografie van Slauerhoff.

    Eileen Chang was een van de invloedrijkste schrijfsters van China en was bekend om haar fictieve werk waarin ze het spanningsveld tussen man en vrouw in de liefde beschreef. De liefde van een half leven is de eerste roman van haar die vertaald werd en gaat over de ontmoeting tussen een verlegen ingenieur en de schone Manzhen. Ze worden verliefd maar door druk van buitenaf (familie) wordt een toekomst voor hen samen al gauw een onmogelijkheid. De vraag is dan of de liefde overwint en ze elkaar uiteindelijk vinden. Romantiek ten top.

    Het verhaal is gesitueerd in het Shanghai van de jaren dertig. Volgens de uitgever een tijdloze, internationaal herontdekte roman en nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. Met een nawoord door vertaalster Silvia Marijnissen.

    De liefde van een half leven
    Auteur: Eileen Chang
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Goede mannen

    Een boek over rouw, zo werd de nieuwe roman van Arnon Grunberg al genoemd. Goede mannen gaat over Geniek Janowski, brandweerman, liefdevolle echtgenoot, vader van twee zonen, mede-eigenaar van een pony en fatsoenlijk burger te Heerlen. Dan slaat het noodlot toe: zijn puberzoon pleegt zelfmoord. Hoe moet je na zo’n drama verder? De man probeert zijn inwendige lijden te verdringen met fysieke pijn en zoekt ook troost in een klooster.

    De brandweermannen van de C-ploeg slepen Janowski – die door iedereen de Pool wordt genoemd – erdoorheen en de vrouw van een collega brengt hem eetbare troost. Daarop volgt  echter nog meer onheil. De Pool besluit daarop niet te walgen van zijn lot maar het te beminnen.

    Goede mannen gaat over een vader die denkt dat een goede man altijd een stapje opzij doet, dat goed zijn niet veel anders is dan verlangen naar het goede. Minder goede verlangens leg je gewoon het zwijgen op. Zou op die manier het onheil voorkomen kunnen worden?

     

    Goede mannen
    Auteur: Arnon Grunberg
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Vrouw aan de piano

    In Vrouw aan de piano beschrijft Veerle Janssens het jaar waarin ze vijftig werd aan de hand van een twaalftal pianostukken, elke maand een stuk. Geïnspireerd op Das Jahr van Fanny Mendelssohn, de niet minder begaafde zus van Felix Mendelssohn. Fanny was een Duitse componiste die terugkeek op de uitzonderlijk gelukkige tijd die ze doorbracht in Italië. Voor elke maand van dat jaar componeerde ze een pianowerk.
    Vrouw aan de piano is een zoektocht naar bijzondere, muzikale vrouwen, naar miskend en zelfs gefnuikt talent, naar virtuositeit en passie. Maar ook een zoektocht van een journaliste naar zichzelf in een jaar getekend door drastische veranderingen in haar leven. Een jaar van verbeelding en dromen.

    Vrouw aan de piano is een kennismaking met componistes-pianistes uit de 19de en begin 20ste eeuw, waarbij ook enkele hedendaagse componistes aan het woord komen.

     

    Vrouw aan de piano
    Auteur: Veerle Janssens
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag

    Slauerhoff

    Deze biografie werd eerder uitgegeven in 1998. Nu herzien en uitgebreid met nieuwe informatie uit later ontdekte brieven, verhalen over grammofoonplaten met fadomuziek die Slauerhoff bezat en een foto van een jonge verpleegster die Slauerhoff als assistente in Tanger wilde hebben. Ook zijn er meer foto’s van zijn grote liefde Darja Collin in opgenomen en inzicht in zijn financiële verdiensten als scheepsarts en dichter.

    Slauerhoff (1898-1936) wordt nog steeds veel gelezen. Als scheepsarts zwierf hij over vrijwel alle wereldzeeën. Zijn jeugd in Friesland, de Amsterdamse studententijd, de hartstochtelijke literaire vriendschappen en de onverwachte vetes, de zeereizen, de verwantschap met de Portugese fado-cultuur en de Chinese poëtische filosofie – alles komt aan bod in deze biografie.

    Wim Hazeu verrichtte zes jaar onderzoek naar het leven van Slauerhoff.

     

    Slauerhoff
    Auteur: Wim Hazeu
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 35 – 2018

    Zeemansgraf voor een kort verhaal

    We beginnen dit nieuwe boekenseizoen met een debuut met een intrigerende titel, Zeemansgraf voor een kort verhaal geschreven door Dorothée Albers (1966). Albers studeerde Franse Taal- en Letterkunde en Communicatiewetenschap en is o.a schrijfcoach.

    ‘Zeemansgraf voor een kort verhaal vertelt het verhaal van drie generaties musici. Saxofonist Jurre wordt als pasgeboren baby weggehaald bij zijn moeder Jet, een concertpianiste, waardoor ze elkaar nooit ontmoeten. En wanneer Jurre ontdekt dat hij geadopteerd is, houdt hij dit voor zichzelf. Ook zijn dochter Fine komt dat niet te weten.

    Hoewel deze drie generaties gescheiden zijn door het leven, zijn zij verbonden door hun muzikale talent, waarvoor zij alles overhebben, maar die ook een zware last op hun leven legt.’

    Zeemansgraf voor een kort verhaal
    Auteur: Dorothée Albers
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    In aanwezigheid van Schopenhauer

    Michel Houellebecq is al jaren zeer gefascineerd door de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 – 1860).
    In In aanwezigheid van Schopenhauer geeft hij aan waarom.

    … ‘Dat is meer in het algemeen het doel van dit boek: aan de hand van een aantal van mijn favoriete passages wil ik laten zien waarom Schopenhauers intellectuele houding in mijn ogen een voorbeeld blijft voor elke filosoof in spe; en ook waarom je, zelfs als je het aan het eind van de rit met hem oneens blijkt, niet anders dan grote dankbaarheid jegens hem kunt voelen. Waarom, om nogmaals met Nietzsche te spreken, “het feit dat zo iemand heeft geschreven, werkelijk het plezier om op deze aarde te leven heeft vergroot”.’

    Martin de Haan is de vaste vertaler van de boeken van Houellebecq. Van hem verscheen in 2015 Aan de rand van de wereld. Michel Houellebecq. Portret in dertig korte stukken. Hij schreef een uitgebreid voorwoord in In aanwezigheid van Schopenhauer.

    In aanwezigheid van Schopenhauer
    Auteur: Michel Houellebecq
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hoe wij kijken

    De BBC-reeks Civilisations is een remake van de bekende serie Civilisation uit 1969. Het oorspronkelijke Civilisation kwam voort uit de visie van kunstkenner en presentator Kenneth Clark. Clark besteedde vooral aandacht aan de tijd vanaf de Middeleeuwen.

    De nieuwe serie biedt een blik op kunst en cultuur in zes continenten, van oertijd tot nu. De verschillende afleveringen worden gepresenteerd door Simon Schama, Mary Beard en David Olusoga. Aan de hand van kunstenaars en objecten uit verschillende culturen staan zijn stil bij het ontstaan en de ontwikkeling van de menselijke creativiteit, en hoe beschavingen elkaar daarbij beïnvloedden.

    In het verlengde van die serie zijn afgelopen juli en augustus bij uitgeverij Athenaeum de boeken Met gelovige ogen van Mary Beard en Verering van de vooruitgang van David Olusoga verschenen.

    Beard is een Britse classica, o.a. hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge en auteur over de Oudheid in The Times Literary Supplement. Zij weet die periode voor een breed publiek toegankelijk te maken. In Hoe wij kijken onderzoekt zij ‘hoe de menselijke gestalte werd vormgegeven in een aantal van de vroegste kunstuitingen ter wereld – van de gigantische stenen hoofden van de Olmec in Midden-Amerika tot het terracottaleger van de eerste keizer van China. Ze legt uit hoe een uit de oudheid afkomstige weergave van het menselijk lichaam de manier waarop mensen in het Westen hun eigen cultuur en die van anderen zien beïnvloedt, en soms vervormt. In het tweede deel
    van het boek staat deze vraag centraal: wat is de functie van de beeldende
    kunst in de religie? Met andere woorden: hoe kijken we naar
    mensen en naar goden?’

    Hoe wij kijken
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Athenaeum

    Eerste ontmoetingen

    David Olusoga is dus een van de andere presentatoren van de hierboven genoemde serie Civilisations.

    ‘De van oorsprong Nigeriaanse historicus David Olusoga reist de wereld rond om de geschiedenissen die volken met elkaar verbinden aan elkaar te knopen. We lezen wat er met de kunst gebeurde tijdens het tijdperk van de ontdekkingsreizen, toen beschavingen elkaar voor het eerst ontmoetten. Natuurlijk was dat een periode van veroveringen en vernietiging, maar het was ook een tijd van wederzijdse nieuwsgierigheid, wereldhandel en de uitruil van ideeën.
    Met de industriële revolutie in de negentiende eeuw veranderde de kijk van de kunstenaar op de wereld: de nieuwe fabrieken, de urbanisatie en de onderwerping door Europa van andere volken lieten hun sporen na in de kunst.’

    Eerste ontmoetingen
    Auteur: David Olusoga
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Zomerboeken 2018 – In het hoofd van de lezer

    Jaloezie

    In Jaloezie (1957) van Alain Robbe-Grillet mag de lezer zelf het verhaal achter de tekst construeren. Het decor van een Afrikaanse bananenplantage wordt ogenschijnlijk afstandelijk beschreven als door een camera-oog. Dat Robbe-Grillet ingenieur is proef je aan de vele staaltjes geometrische beschrijvingskunst. De observerende blik is die van de afwezige echtgenoot die nauwgezet registreert hoe zijn vrouw A… en zijn vriend Franck (die getrouwd is met een zekere Christiane die niet goed tegen het tropische klimaat bestand is) met elkaar omgaan. Als vanzelf laadt de tekst zich met een zekere suspense. De jaloerse echtgenoot neemt zelf niet actief deel aan het ‘verhaal’, maar zijn aanwezigheid wordt verondersteld als er bijvoorbeeld wordt ingezoomd op de tafelschikking. Heel subtiel lijkt er toch sprake van enig contact tussen hem en de geobserveerden.

    Het boek kent een aantal scènes die keer op keer in iets gewijzigde vorm terugkeren, al naar gelang de observerende verteller zich op iets andere details richt. De jaloerse argwaan van de ‘vertelinstantie’ raakt verstrikt in het cyclische verhaalverloop. Typisch voor Robbe-Grillet is ook dat A… en Franck op hun beurt praten over een roman waarvan de handeling zich in Afrika speelt en de heldin niet tegen het tropische klimaat lijkt opgewassen…

     

     

    Jaloezie
    Auteur: Alain Robbe-Grillet

    Stijloefeningen

    Een ander strak vormgegeven boek dat een eenmaal ingeslagen weg met een uiterste consequentie vervolgt is Stijloefeningen (147) van Raymond Queneau. Alleen spat hier wel de speelsheid van de 99 stijlversies van een en dezelfde gebeurtenis van de pagina’s af: een buspassagier neemt waar hoe een jongeman met een raar hoedje een medereiziger ervan beschuldigt voortdurend tegen hem op te botsen in het gedrang van in- en uitstappende mensen. Een paar uur later komt hij dezelfde jongeman in de stad weer tegen, lopend naast iemand die hem de raad geeft een extra knoop aan zijn overjas te zetten. Banaler kan het niet, zou je denken. Des te groter de uitdaging om dit Zinloze Feit de wereldliteratuur binnen te smokkelen door het in bijna ieder denkbare vorm te gieten: van telegramstijl tot alexandrijnen, van een ode tot een heus blijspel, van een breedsprakige stijl tot een eentje uit alleen maar tussenwerpsels opgebouwd.
    Speelde het verhaal zich oorspronkelijk in Parijs af, de vertaling uit 1978 van Rudy Kousbroek heeft het hele gebeuren naar het Amsterdamse getrokken en de boel dus flink vernederlandst. Heel behoorlijk werk, maar het voordeel van een vertaald boek is dat het opnieuw vertaald kan worden. Weinig boeken nodigen zo uit om om de 25 jaar opnieuw vertaald te worden als dit. En dat is een reuzecompliment voor Raymond Queneau.

     

     

    Stijloefeningen
    Auteur: Raymond Queneau

    Kindertijd

    Het derde boek, Kindertijd (1983), speelt deels op Frans grondgebied en deels op Russisch. De in 1900 in Ivanovo uit Russisch-joodse ouders geboren Nathalie Sarraute stond niet alleen aan de wieg van de Nouveau Roman maar wist die ook ruimschoots te overleven. Onder andere met dit op 83- jarige leeftijd geschreven boek dat in plaats van een anonieme verteller een autobiografische ik aan het woord laat. Al is de vorm niet bepaald die van een chronologisch afgerolde standaardautobiografie. De opgerakelde herinneringen aan de eerste, niet al te gelukkig verlopen twaalf jaar van haar leven, pendelend en opgedeeld tussen haar gescheiden ouders in Parijs (moeder) en Sint Petersburg (vader) en ingeklemd tussen beide talen, worden door een wantrouwende tegenstem steevast ondervraagd en kritisch tegen het licht gehouden: ‘Ben je daar zeker van?’ ‘Voelde je dat echt op dat moment?’. Het eigenlijke onderwerp is dan ook meer: hoe een zelfbewustzijn vorm krijgt. Een belangrijke component daarvan is haar gevoeligheid voor het zintuiglijke van woorden, en uitdrukkingen; het ‘blootleggen van alle rijkdommen’ die een woord in zich bergt. Ook de dubbelzinnigheid van taal en het gemak om met woorden iets anders te bedoelen dan men zegt. Zo heeft het jonge meisje op gegeven moment met haar moeder afgesproken dat ze haar als ze ‘gelukkig was zou schrijven: “Ik ben hier heel gelukkig” met een streep onder ‘heel’. En alleen ‘Ik ben gelukkig’ als ik het niet was.’ Sarrautes stijl is zoekend en tastend met bijbehorende puntjes… Nergens thuis en op haar plek weet zij zich uiteindelijk geborgen in haar zelf geschreven woorden.

     

    Kindertijd
    Auteur: Nathalie Sarraute