• Heruitgave gewenst van: De groene pad

    De groene pad

    Mijn vader las in zijn leven één boek: De groene pad. Hij was toen een jaar of twaalf of dertien en het boek heeft een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. De groene pad stond bij ons thuis synoniem voor een van de spannendste en wreedste boeken dat ooit was geschreven. Mijn vader wilde er onder het avondeten weleens over vertellen. Althans over de eerste bladzijdes, want dat herinner ik me, zijn hervertelling ging nooit verder dan de eerste pagina’s. Dan legde hij zijn mes met een tik op zijn bord en zei: ‘Het is een gruwelijk boek! Je was nog niet op pagina drie of een handvol mensen was doodgeschoten, vermoord of op een andere manier om het leven gebracht.’ Waar het boek was gebleven, ik wilde het dolgraag lezen, wist hij niet meer. Misschien had hij het van iemand geleend en weer teruggegeven? Of het boek was met overige oud papier naar de voetbalclub gebracht?

    Ruim tien jaar geleden, bij zijn zeventigste verjaardag, begon mijn eigen zoektocht naar De groene pad. Het leek me zo leuk om hem te verrassen met een nieuw exemplaar van dit in onze familie iconische boek. Tot mijn verrassing kon ik het boek nergens vinden. Eerst kostte het mij moeite om de naam van de schrijver te vinden. Die bleek Walter S. Masterman te zijn, overleden in 1946 en auteur van een twintigtal detective, science fiction en horrorverhalen. The green toad uit 1929 is zijn vierde boek. De VN Detective en Thrillergids, die ook op internet is gepubliceerd, hielp me op weg. The green toad leek in hetzelfde jaar al in het Nederlands vertaald te zijn. Er is redelijk wat van Masterman vertaald. Je vindt afbeeldingen van boeken als Het vliegende monster, Terug uit het graf en De wreker slaat toe, maar het omslag van De groene pad blijft onvindbaar. Sterker, het boek lijkt nagenoeg van de aardbodem verdwenen, ook Boekwinkeltjes en andere platforms voor tweedehandsboeken bieden De groene pad nooit aan.

    Een andere ‘hit’ op internet is het Leeuwarder Nieuwsblad van maart 1941. Het is toch Boekenweek in de oorlog en in dat kader is er een advertentie gezet: Knip dit uit! luidt de oproep. Je hebt romans in prachtband, maar ook detectives en in die lijst staat ook De groene pad. Aan te schaffen voor f 0,69,-.  Zou het dan werkelijk vertaald zijn in 1929 en in 1941 zijn aangeboden? Of gaat het hier om een nieuwe druk? Allemaal vragen. Twee maanden na deze advertentie werd mijn vader geboren. Zwierf het boek toen al bij zijn ouders thuis? Natuurlijk kan ik The green toad aanschaffen, die is gewoon leverbaar, maar ik wil de Nederlandse versie in mijn handen krijgen, papiertje omheen en cadeau doen. Een herdruk anno 2022 is ook goed.


    Ook dit is een bijdrage in het kader van de rubriek Hoop op vertaling. Gedurende de zomer van 2022 schrijven onze recensenten bijdragen over boeken die zij opnieuw onder de aandacht willen brengen, of waarvan ze vinden dat ze het waard zijn om heruitgegeven of vertaald te worden.

    De groene pad
    Auteur: Walter S. Masterman
  • Hoop op vertaling: Het rusteloze graf

    Het rusteloze graf

    Een boek dat elke literatuurliefhebber zou moeten lezen en herlezen is het wonderlijke geschrift The unquiet grave dat in 1944 is gepubliceerd door Engelse criticus Cyril Connolly, onder het pseudoniem Palinurus. Het is een lucide boek over de verhouding van de mens tot de beschaving, met een accent op de letteren. Grotendeels opgebouwd uit citaten uit de wereldliteratuur en commentaar daarop, verraadt het de voorkeur van de auteur voor de Franse taal en cultuur. Het werk is niet zozeer ‘mooi’ of ‘leuk’, wel zeer indringend.

    Dit merkwaardige, compacte meesterwerk is in 1982 in het Nederlands vertaald als Het rusteloze graf door Joyce & Co. [= Geerten Meijsing en Keith Snell]. Van die vertaling bestaat maar één uitgave, in de reeks Privé-domein; antiquarisch is dit boekje moeilijk verkrijgbaar en doorgaans is het nog al duur. Terwijl het op ieders nachtkastje thuishoort – of toch tenminste voor velen een bron van inspiratie zou kunnen zijn.

     

    Zie ook:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyril_Connolly
    https://en.wikipedia.org/wiki/The_Unquiet_Grave_(book)
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Joyce_%26_Co.


    Dit is een bijdrage van Reinder Storm die op ons verzoek om titels door te geven die een vertaling verdienen pleit voor een vertaling van The unquiet grave van Cyril Connolly.
    Binnenkort een pleidooi van zijn hand voor de vertaling van Berliner, Amsterdamer und ach, – Jude auch.
    Het rusteloze graf
    Auteur: Cyril Connolly
    Uitgeverij: De Arbeiderspers – Privé-domein
  • Hoop op vertaling: Gwen Harwood – Collected Poems

    Collected Poems

    Boeken leiden je naar andere boeken, als stapstenen in een rivier. Ik las een boek van Guido van Heulendonk, Vrienden van de poëzie. Dit bevat vier verhalen over een kettingbrief van gedichten die in coronatijd aan diverse mensen verstuurd worden en hun levens beïnvloeden. In het eerste verhaal, Trisha, krijgt een man van een vroegere collega een gedicht toegestuurd van de Australische dichter Gwen Harwood, Barn Owl getiteld. Zonder het te citeren vertelt Van Heulendonk waar het over gaat: een meisje is boos op haar vader. Omdat ze zich met haar wrok geen raad weet, schiet ze een kerkuil neer. Maar de uil leeft nog. Ontzet van zijn bloedige verminking,  zeer plastisch en rauw beschreven, beseft ze wat ze gedaan heeft. De vader staat plotseling achter haar en draagt haar op de uil te doden: ‘End what you have begun’.

    Het is het eerste deel van het tweedelige gedicht Father and child. De pendant heet Nightfall, waarin de autoritaire vader oud is geworden en door de inmiddels volwassen dochter met liefde en mededogen beschreven wordt. Van Heulendonk vermeldt ook dat het gedicht een rol speelt in Julian Barnes’ The Sense of an Ending. Daar probeert een schooljongen het gedicht via Eros en Thanatos te verklaren, wat later de rode draad in het boek van Barnes blijkt te zijn. Titel en dichter van het gedicht over de ‘barn owl’ worden niet genoemd; Barnes nam blijkbaar aan dat iedereen wel wist welk gedicht hij bedoelde, maar ik had er geen idee van toen ik zijn boek las. Ik had – net als de verteller in Trisha – nog nooit van Gwen Harwood gehoord. Ik kende zelfs helemaal geen Australische auteurs, of anders wist ik niet dat ze Australisch waren. Alleen Nick Cave, die zijn poëzie op muziek gezet heeft, neemt een prominente plaats in op mijn lijstje van mensen wier werk ik niet kan missen. Maar van Harwood wilde ik meer lezen.

    Er bleek van haar niets vertaald te zijn in het Nederlands. Het was al een hele klus om überhaupt een bundel van haar te vinden, laat staan een verzamelbundel met haar complete werk. Uiteindelijk heb ik na lang zoeken een afgeschreven, beduimeld en gestempeld bibliotheekboek met de verzamelde gedichten gevonden in de bibliotheek van Diamond Valley in Brisbane, Australië: Collected Poems. De verzendkosten overtroffen vele malen de aanschafprijs. Maar ik was er dolgelukkig mee. Net zo blij als toen ik uit Amerika een eerste druk liet bezorgen van T.H. White, The sword in the stone, met daarin de hoofdstukken die in alle latere edities ontbreken.

    Gwen Harwood (1920-1995) mag dan hier onbekend zijn, in Australië is zij een literaire beroemdheid wier gedichten op middelbare scholen en universiteiten op de verplichte leeslijst staan. Er is zelfs in 1996 een literaire prijs naar haar vernoemd: The Gwen Harwood Poetry Prize. Het beste gedicht wint 2000 Australische dollar. Naast dichter was zij ook librettist; muziek speelde een grote rol in haar leven, wat ook in haar gedichten merkbaar is. Haar eerste gedicht verscheen onder een van haar vele pseudoniemen. Ze schreef onder meer namens Walter Lehmann, Francis Geyer, die als Hongaarse vluchteling schreef over ballingschap, en Timothy Kline. Dit was een jonge anti-oorlogsveteraan van de Vietnamoorlog. Ze hield ervan om een masker te dragen, zei ze in een interview uit 1970: “I like disguises, I like wigs and beards.” Haar bekendste vrouwelijke pseudoniem was Miriam Stone, een verongelijkte
    huisvrouw die klaagde over haar bestaan als echtgenote, huisvrouw en moeder. Hiermee brak zij al vroeg een lans voor alle vrouwen die nooit hadden durven toegeven dat niet elke vrouw gelukkig is met keuken en kinderen. Bovendien liet ze zien dat zij als ‘dichter-huisvrouw’, zoals ze in de media genoemd werd, zelf meer dichter dan huisvrouw kon zijn.

    In the park

    She sits in the park. Her clothes are out of date.
    Two children whine and bicker, tug her skirt.
    A third draws aimless patterns in the dirt
    Someone she loved once passed by – too late
    to feign indifference to that casual nod.
    “How nice” et cetera. “Time holds great surprises.”
    From his neat head unquestionably rises
    a small balloon…”but for the grace of God…”
    They stand a while in flickering light, rehearsing
    the children’s names and birthdays. “It’s so sweet
    to hear their chatter, watch them grow and thrive, ”
    she says to his departing smile. Then, nursing
    the youngest child, sits staring at her feet.
    To the wind she says, “They have eaten me alive.”

    Haar meestal lange gedichten zijn buitengewoon melodieus en lenen zich voor voordracht. Haar onderwerpen zijn gekozen uit de filosofie, de Europese poëzie – waarbij soms een echo van W.H. Auden is te horen – en de muziek. Bovenal put zij echter uit de verrukkingen en de frustraties van het dagelijkse leven met haar huwelijk en haar vier kinderen: intimiteit, verlangen, plezier, melancholie, grimmigheid, felheid met scheutjes boosaardigheid. Haar poëzie is zeer aards en kan onverwacht humoristisch zijn te midden van de ernst, zoals ze ook een algemene beschrijving plotseling een zeer persoonlijke draai kan geven. Haar liefde voor muziek maakt haar gedichten vormvast en metrisch, het eindrijm is zo subtiel dat het pas bij herlezen wordt opgemerkt. De interpunctie is zeer zorgvuldig en overdacht aangebracht. De traditionele vormen doorbreekt ze vaak door een andere spreker te introduceren in het gedicht. Haar poëzie is intelligent, romantisch en sarcastisch tegelijk, met scherpe hoekjes en weerhaakjes.

    Being in the World

    Alone behind the wheel
    half-stupid with fatigue
    I fell briefly asleep
    on the Midland Highway. God
    or someone slapped my life
    back in my empty hands
    before metal shaped my ends.
    Now there’s iron in my soul.
    Iron in my tongue, too,
    clapping against the skull.
    Somebody, something loves me
    enough to keep me here.
    Let my enemies take care.

    Een dierbaar boek onder de aandacht brengen is zoiets als busladingen vol toeristen naar een tot dan toe onbekend eiland brengen, in de hoop dat de ongerepte staat niet zal worden bezoedeld door achtergelaten afval, luide popmuziek of op elke straathoek een McDonalds. Of zoals een kind, dat zijn grootste schat laat zien op een bedje van watten in een mooi versierd doosje, hoopt dat de volwassenen niet schouderophalend zullen zeggen: o, een knikker. Toch riskeer ik graag deze onderschatting. Van harte hoop ik dat Harwood meer in de belangstelling komt te staan in Nederland. Haar volledige werk omvat 368 gedichten en 13 libretto’s; een goede vertaler zou van de gedichten een tweetalige uitgave kunnen maken. Gwen Harwood verdient het om herinnerd en geliefd te worden.

    Anniversary

    So the light falls, and so it fell
    on branches leaved with flocking birds.
    Light stole a city’s weight to swell
    the coloured life of stone. Your words
    hung weightless in my ear: Remember me.
    All words except those words were drowned
    in the fresh babbling rush of spring.
    In summer’s dream-filled light one sound
    echoed through all the whispering
    galleries of green: Remember me.
    Rods of light point home the flocking
    starlings to wintry trees, and turn
    stone into golden ochre, locking
    the orbit of my pain. I learn
    the weight of light and stone. Remember me.

     

     


    Dit is een speciale bijdrage in het kader van de zomerrubriek Hoop op vertaling. Gedurende de zomer van 2022 zullen onze recensenten bijdragen leveren over boeken die zij opnieuw onder de aandacht willen brengen, omdat ze het waard zijn om heruitgegeven of vertaald te worden.

     

    Collected Poems
    Auteur: Gwen Harwood
  • Hoop op vertaling: Taipei jen

    Taipei jen (Taipei people)

    Jongens van glas (Crystal boys) van Pai Hdien-yung is een cultboek. Maar als je het werkelijke meesterwerk van deze Taiwanese schrijver wil lezen dan kom je toch uit op Taipei people (Taipei jen). De Engelse vertaling stamt uit 1982, elf jaar na de eerste Chinese editie, en de auteur zelf heeft een grote bijdrage aan de vertaling geleverd. Op het omslag een aanbeveling van Henry Miller ‘A master of portraiture’, en in het voorwoord een vergelijking met Dubliners van James Joyce. Er is een groot verschil met het boek van Joyce: de mensen die in Taipei people geportretteerd worden zijn emigranten.

    Als in 1949 het vasteland van China in handen komt van Mao Zedong en de communisten, vlucht een grote groep Chinezen, in het kielzog van de vorige machthebber, Tsjang Kai-Sjek, naar Taiwan. Over deze mensen gaat Taipei people, emigranten die in de setting van een nieuwe stad, Taipei, ook terugblikken op hun leven in China. Oude soldaten en voormalige staatslieden, courtisanes (hier sing-song girls genoemd), weduwen, een homoseksuele filmregisseur, Taipei people is een boek rijk aan karakters.

    In veertien verhalen krijg je een doorsnede van een generatie die veel verloor en een nieuw leven, met vallen en opstaan, moest opbouwen. Die emigratie, van China naar Taiwan, met consequenties overigens voor de lokale bevolking, biedt in het klein de problematiek die heden ten dage grote groepen mensen ervaren die door politieke omstandigheden hun land verlaten. Overigens hoop ik dat een Nederlandse vertaling net zo inventief mag zijn als de Amerikaanse. In het verhaal ‘Ode to Bygone Days’ gebruikten de vertalers bijvoorbeeld het dialect van het Amerikaanse zuiden om de taal van twee oude vrouwen, klagend over wat voorbij is, weer te geven.

    Welke oplossing, denk ik dan nieuwsgierig, zou een vertaler naar het Nederlands kiezen? En wat wordt de titel? Taipeinezen of Mensen van Taipei of gewoonweg Emigranten, om maar alvast wat suggesties te doen, of iets geheel anders? We hebben zulke goede vertalers van het Chinees naar het Nederlands, er is toch wel iemand of een duo dat dit grootse boek zou willen vertalen?

     

     


    Dit is een speciale bijdrage in het kader van de rubriek Hoop op vertaling. Gedurende de zomer van 2022 zullen onze recensenten bijdragen leveren over boeken die zij opnieuw onder de aandacht willen brengen, of waarvan ze vinden dat ze het waard zijn om heruitgegeven of vertaald te worden.

    Taipei jen (Taipei people)
    Auteur: Pai Hdien-yung
  • Hoop op vertaling: Fifty Sounds, Crying in H Mart en The Undercurrents

    Fifty Sounds

    Welke boeken verdienen een vertaling? Ik ben enthousiast over een essayistisch sub-genre, dat vooral in de Engelstalige literaire wereld aan populariteit wint: een boeklang essay verpakt als memoires van de schrijver, met een specifiek onderwerp als kruiwagen voor de vertelling. Dat is een mondvol dat hopelijk duidelijker wordt met de volgende drie voorbeelden. Alle drie zijn het boeken die een Nederlandse vertaling zouden verdienen.

    In Fifty Sounds (Fitzcarraldo, 2021) vertelt Polly Barton haar wordingsgeschiedenis als vertaalster Japans aan de hand van vijftig onomatopoëtische Japanse uitdrukkingen. De beschrijving van haar worsteling met het Japans is even geestig als ontwapenend. ‘Een zintuigelijk bombardement’ noemt ze haar eerste ervaringen met de taal, waarvoor ze al gauw een obsessie ontwikkelt. Ze is nog jong en onbekend met de Japanse cultuur als ze naar het land wordt gestuurd om daar Engelse les te geven. Door kleinere en grotere blamages krijgt ze door hoe vaak ze ernaast zit, niet alleen met haar beginselen van het Japans maar ook met haar gedrag. Als ze inziet hoe zeer de taal verbonden is met de onmogelijk ingewikkelde culturele codes van het land, bijt ze zich twee keer zo hard erin vast. Dat verleent Fifty Sounds een universele strekking als een verhaal over wat het is te leren leven in een cultuur die ver af staat van wat je gewend bent.

    Fifty Sounds
    Auteur: Polly Barton
    Uitgeverij: Fitzcarraldo, 2021

    Crying in H Mart 

    De tweede essay-memoires die ik graag in een Nederlandse vertaling zou willen zien, zijn Crying in H Mart (Alfred A. Knopf, 2021) van Michelle Zauner, beter bekend als de voorvrouw van de Amerikaanse indiepopband Japanese Breakfast, die op 26 oktober 2022 in Paradiso in Amsterdam optreedt. Vooral pakkend is het eerste deel van het boek dat oorspronkelijk als een zelfstandig essay verscheen in The New Yorker. Daarin beschrijft Zauner hoe Koreaanse Amerikanen hun heimwee weg eten in de Aziatische supermarkt. Misschien zijn ze Koreanen van de tweede generatie, net zoals Zauner, die een Koreaanse moeder heeft. Hun smachten naar Koreaanse gerechten vertelt over een onverzadigbaar verlangen naar een thuis, een verlangen dat Zauner met ze deelt als ze voet probeert te vatten in New York. Zomers reist ze naar familie in Seoul, waar ze een thuisgevoel krijgt als ze de thuisgemaakte kimchi van haar tante proeft. Kimchi, gefermenteerde groente en onmisbaar in de Koreaanse keuken, staat symbool voor Zauners relatie tot haar Koreaanse familie zoals de onomatopoëtische klanken synoniem zijn voor Bartons verhouding tot het Japans  – soms plezierig, vaak ingewikkeld en altijd kostelijk.

    Crying in H Mart 
    Auteur: Michelle Zauner
    Uitgeverij: Alfred A. Knopf, (2021)

    The Undercurrents

    In vorm meest traditioneel essayistisch is het derde boek, The Undercurrents van Kirsty Bell (Fitzcarraldo, 2022). Bell opent haar verkenning van het heden en het verleden van Berlijn met een kleine, maar hardnekkige huishoudelijke ramp: een lekkend dak. Dat lek groeit gaandeweg tot eenzelfde soort afmetingen als Zauners kimchi en Bartons onomatopoetica: het onthult voor Bell andere, grotere rampen in haar persoonlijke leven even goed als in de de geschiedenis van Berlijn, haar gekozen woonplaats. Op dat moment woont ze er al een geruime tijd en meent ze een stabiel gezinsleven te leiden. Toch ontstaan er barsten – of lektranen – en valt haar huwelijk uiteen. Als een gescheiden moeder met twee jonge kinderen komt ze voor een werkelijkheid te staan die haar ogen opent, ook voor de stad zoals die geworden is. Vanuit haar raam kijkend gaat ze op zoek naar de zichtbare en onzichtbare sporen die het verleden in Berlijn en daarmee ook in haar appartementsgebouw heeft achtergelaten. Lek of geen lek, die kennis verandert haar verhouding tot het huis – en tot haarzelf.


    Dit is een speciale bijdrage in het kader van de rubriek Hoop op vertaling. Gedurende de zomer van 2022 zullen onze recensenten bijdragen leveren over boeken die zij opnieuw onder de aandacht willen brengen, of waarvan ze vinden dat ze het waard zijn om heruitgegeven of vertaald te worden.

    The Undercurrents
    Auteur: Kirsty Bell
    Uitgeverij: Fitzcarraldo, (2022)
  • Oogst week 27 – 2022

    Alles echt gebeurd

    ‘Echt gebeurd is geen excuus’, beweerde Gerard Reve ooit. Het is ook de Nederlandse titel van een verzameling anekdotes van Heinrich von Kleist die onlangs verscheen. Er wringt iets tussen fictie en waarheid: blijkbaar is er behoefte aangetoond te zien dat het onwaarschijnlijke tóch waar is (vergelijk ook de titel van het laatste boek van Frank Westerman, Te waar om mooi te zijn). Omgekeerd zijn we vaak nieuwsgierig naar verbanden tussen de roman van een schrijver met zijn eigen leven. Jeroen Brouwers moest niets hebben van dat neuzen naar autobiografische verwijzingen in zijn romans. Amper een maand na zijn dood is nu toch Alles echt gebeurd verschenen. Het is een verzameling teksten waarin Brouwers het heeft over zijn eigen leven, verhelderende teksten die ‘niettemin alle gelogen zijn’:
    ‘Ik ben steeds een buitenbeen geweest, mijns ondanks een outsider, steeds ‘anders’ dan mijn omgeving. Waar ik was, sprak men een andere taal dan de taal die ik sprak, in letterlijke en in figuurlijke zin. Hoe gangbaar mijn lichaam, mijn geest en mijn karakter ook zijn, ik pas op een of andere manier niet in het bestaan dat voorbestemd was het mijne te worden. Waar ik kom, wek ik agressie op omdat ik er niet bij hoor. Ben ik hier, hoor ik eigenlijk daar. Ben ik daar, heb ik heimwee naar hier. Steeds heimwee, maar ik weet niet meer waarnaar. Steeds zwerven, al kom ik al jaren nog nauwelijks mijn tuintje uit. Hoewel in volle vrijheid, voel ik mij gevangen. Hoewel in het genot van alles wat het hartje begeert, toch met zo goed als niks tevreden of blij. Wil ik deelnemen aan ‘de revolutie’, ‘de revolutie’ is net voorbij. Zo is mijn leven’

    Alles echt gebeurd
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je krijgt van mij een wit paard cadeau

    Amalia de Tena werd geboren in Mérida, studeerde Spaanse taal en letterkunde in Barcelona, maar woont al lang in Nederland. Op haar 64ste komt ze met haar debuutroman:  Je krijgt van mij een wit paard cadeau voert de lezer naar haar geboorteland onder Franco.
    Ze kwam tot schrijven omdat ze maandenlang niet kon praten ten tijde van een behandeling wegens stembandkanker. Ze keerde op papier terug naar het meisje van acht dat ze eens was. In de roman is dat Ana, het zusje van María del Mar. Hun vader is bezeten van geld. Eens zal hij volgens hem de hoofdprijs winnen in de loterij: ‘Papa, María del Mar en ik zijn er dus zeker van dat wij dit jaar de hoofdprijs gaan winnen.
    Nadat hij de borden had weggeruimd, vroeg papa mij fluisterend wat ik als cadeau wilde krijgen. Dat had ik al lang geleden bedacht.
    ‘Ik wil een wit paard’, zei ik.
    ‘María del Mar heeft ook een wit paard gevraagd’, zei hij.
    We spraken af dat papa haar zou overhalen om een zwart paard te kiezen, zoals Furia van televisie. Dat van mij zou Terry heten, net als het paard dat in de bioscoop reclame maakte voor cognac’.
    Later, wanneer Ana volwassen is en haar familie financieel ten gronde is gegaan, zal ze de geschiedenis van haar vader moeten herschrijven.

    Je krijgt van mij een wit paard cadeau
    Auteur: Amalia de Tena
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd

    Ook in De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd van Rune Christiansen wordt de lezer meegenomen in de beschouwingen van een jonge vrouw, Norma, dertig jaar, over haar eigen leven en dat van haar (gescheiden) ouders. En ook hier een paard dat haar gedachtestroom op gang brengt. Terwijl Norma op haar vader staat te wachten ziet ze in de verte een wazige verschijning van een ruiter op een paard. Wie is die ruiter? Wat is de betekenis van dit beeld? Vragen die Norma zich stelt, gevoelig als zij is voor tekenen die wijzen op geheimen.
    Opvallend is dat het de derde roman is van deze Noorse schrijver, een man, waarin hij zich verplaatst in het hoofd van een vrouw. In De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman was dat een vrouwelijke dierenarts en in Fanny en het mysterie in het treurende bos een dromerige pubervrouw.

    De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd
    Auteur: Rune Christiansen
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 26 – 2022

    De blauwe schuit

    ‘De literatuur van een land wordt gemaakt door schrijvers, de wereldliteratuur door vertalers. Zonder vertalers zijn wij schrijvers nergens, zitten we vast in onze eigen taal.’

    Deze woorden van de Portugese schrijver José Saramago, uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens, zijn waar, maar gaan nog verder dan dat. Vul voor ‘schrijvers’ maar eens ‘lezers’ in!

    Dat geldt helemaal als het ‘verre’ talen betreft. Jacques Westerhoven is vertaler van zo’n ‘verre’ taal, hij heeft veel Japanse literatuur voor de Nederlandse lezer toegankelijk gemaakt, bijvoorbeeld van de schrijvers Haruki Murakami, Mishima, Oë, Tanizaki en Junpei Gomikawa. Hij kreeg er in 2020 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor vertalers voor. (Lees hier het juryrapport en het wordt duidelijk wat een prestatie het is om goed uit het Japans te vertalen.)

    Jacques Westerhoven is ook de vertaler van De blauwe schuit van Shūgorō Yamamoto dat onlangs bij Van Oorschot verscheen.
    In De blauwe schuit huurt een onbekende jonge schrijver in 1928 een huisje in een vissersstadje dat qua afstand niet ver van Tokyo ligt, maar waar hij zich bijna op een andere planeet waant. Daar koopt hij een wrakkig bootje waarmee hij de omgeving verkent, en tegelijkertijd leert hij de bevolking van het stadje kennen. Zo komt hij meer aan de weet over ‘emmergekken’, filosofische vissers, ondernemende schooljongens, eenden, krabben en strandkastanjes.

    In Japan is Shūgorō Yamamoto (1903–1967) misschien wel de bekendste schrijver van historische fictie, maar in het buitenland is zijn naam nagenoeg onbekend. Toch zijn meer dan dertig van zijn werken verfilmd. Tijd om kennis te maken dus!

    De blauwe schuit
    Auteur: Shūgorō Yamamoto
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Rusteloos

    In het VPRO-programma ‘Nooit meer slapen’ had Pieter van der Wielen op 8 juni jl. een gesprek met Casper Luckerhof, indoloog en historicus, journalist en boekverkoper.

    ‘Nooit meer slapen’ wordt midden in de nacht uitgezonden, grote kans dus dat u het gemist heeft, maar je kan het terugluisteren. Het duurt even, maar gaandeweg word je steeds nieuwsgieriger naar Rusteloos, en de totstandkoming daarvan. 

    Luckerhof had een bijzondere jeugd. Hij groeide op in een huis dat vol stond met Boeddhabeeldjes, een huis dat ook dienstdeed als een soort van tempel voor Tibetaanse monniken. Pas op de universiteit werd Luckerhof geconfronteerd met de wereldse kant van het boeddhisme en onstond het rebelse idee om ‘voor eens en voor altijd af te rekenen met Boeddha’. Hij zou een biografie gaan schrijven en reisde af naar het geboortedorp van Boeddha in Nepal.

    Die biografie is er nooit gekomen, maar hij heeft wel een bijzonder jaar gehad. Hij kreeg een baan in de grootste Boeddhistische bibliotheek van de wereld. Daar gebeurde eigenlijk niets. Zijn werk bestond er uit het afstoffen en rechtzetten van de boeken en het afwimpelen van bezoekers.
    Er werkten nog twee anderen mannen, een Duitser en een Italiaan en er ontstond een raar soort biotoop. De onderlinge verhoudingen komen uiteindelijk onder spanning te staan, en Luckerhof wordt ontslagen.

    In plaats van de biografie over Boeddha heeft Luckerhof Rusteloos geschreven, een boek dat hij graag een memoir noemt: hij heeft het verhaal over zijn tijd in Nepal verteld zoals hij denkt dat het gegaan is.

    Rusteloos
    Auteur: Casper Luckerhof
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Boeken die geschiedenis schreven

    ­Onder de titel Books that made History (Boeken die geschiedenis schreven) is op 20 juni jl. in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een tentoonstelling geopend over 25 buitengewone boeken en hun auteurs. Boeken die niet alleen een sterke band hebben met de universiteit, vanaf de oprichting in 1575 tot op heden, maar die ook grote invloed hebben gehad op de stad Leiden en daarbuiten. Boeken van auteurs als Galileo Galilei, Albert Einstein, Anna Maria van Schurman en Anton de Kom, die tot op de dag van vandaag invloed hebben op hoe wij denken

    Gelijktijdig met de tentoonstelling verschijnt bij uitgeverij Athenaeum een Nederlandstalige publicatie met essays over de 25 werken, die nog meer context en achtergronden bieden. Het boek staat onder redactie van Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven.
    Hedendaagse experts en (on)bekende ‘ambassadeurs’ blazen de boeken nieuw leven in met hun kennis, anekdotes en persoonlijke bespiegelingen. Boeken die geschiedenis schreven bekijkt de werken vanuit de tijd waarin ze zijn geschreven. Aan bod komt, onder meer, de opkomst van universiteiten en bibliotheken, de rol van drukkerijen, en de plaats van vrouwen en mensen van kleur.

    De selectiecommissie is zich ervan bewust dat een keuze altijd subjectief is. Bezoekers van de tentoonstelling kunnen stemmen op hun favoriete boek, maar ook een suggestie doen voor andere titels, die in deze lijst zouden thuishoren.
    De tentoonstelling is t/m 4 september 2022 te bezoeken.

    Boeken die geschiedenis schreven
    Auteur: Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 25 – 22 juni 2022

    Weekdier

    Hans Depelchin (1991) werd in 2020 bij het grote publiek bekend met Weekdier. In deze roman schrijft de Oostendenaar over een gefingeerde Antwerpse groep jongeren in de Bevrijdingslaan. Een groot gedeelte beslaan hun relaties en seksualiteit. Over zijn eigen debuut zei hij, onder meer: ‘Ik wist niet dat ik zo pervers schreef.’ De Vlaamse én Nederlandse kritieken loofden hem echter om zijn veelzijdigheid, fantasie en realiteitszin wat de adolescentie betreft. De titel is een dichterlijke metafoor voor de gevoelige mens, zonder zijn schelp. Depelchins poëtische inborst moest wel leiden tot een gedichtenbundel: Spanriem.

    Doorgaans worden spanriemen gebruikt om goederen mee vast te zetten in aanhangwagens. Ze houden de controle over wat door snelheid wil bewegen, is het idee. Hoe vaak doet de mens dit niet met zijn emoties? Depelchin dicht in Spanriem over liefde en hoe wij haar niet kunnen (be)dwingen. Drie richtingen kijkt Depelchin uit om de liefde te ontdekken: naar land, naar zee – al refereert de titel hier niet direct aan – en in zichzelf. Bovendien leent zijn dichtkunst zich voor muzikale begeleiding. Er circuleren vele filmpjes op YouTube waar hij zijn gedichten voordraagt in samenwerking met WolfeWolfe en Breathe, twee muziekensembles. Zo wordt Spanriem de gevoelige snaar van een viool.

    Weekdier
    Auteur: Hans Depelchin
    Uitgeverij: De Geus

    Grensverkenningen – Langs oude grenzen in Nederland

    We hebben er bijna allemaal weleens één vastgehouden: een atlas. Voor de ene persoon een onuitputtelijke bron van verwondering en verrijking, voor de ander een raadselachtige stapel kaarten. Romancier en NRC-publicist Kester Freriks slaat de handen ineen met Martijn Storms – conservator Kaarten & Atlassen aan de Leidse universiteitsbibliotheek – om de Nederlandse geschiedenis aan de hand van grenzen te reconstrueren. Zij bewijzen in Grensverkenningen – Langs oude grenzen in NEDERLAND dat deze nooit willekeurig bestaan. Nu eens bakent een natuurlijke barrière zoals een rivier, zee of bergketen een gebied af, dan weer een door de mens gecreëerd legerfort.

    Freriks en Storms putten voornamelijk uit de collectie van Bodel Nijenhuis, die de Leidse universiteit postuum massa’s kaarten naliet. Bekend van zijn melancholische werk over Indonesië, Echo’s van Indië, bedrijft Freriks andermaal pure nostalgie. Waar Nederland te boek staat als een ‘onttoverd’ land, dat zelfs de groei van een berkenboompje regisseert, geeft de Jakartaan Nederland zijn magie terug. Hoe is onze strijd tegen het water in het landschap terug te zien? Waaraan herkennen we tot waar de prehistorische ijslaag reikte en welke nederzettingen ver voor de Romeinse hegemonie al bestonden? Door dit boek worden geen grenzen gesloten, maar geopend.

    Grensverkenningen - Langs oude grenzen in Nederland
    Auteur: Kester Freriks & Martijn Storms
    Uitgeverij: Athenaeum

    Tussen geld en God – Dostojevski voor beginners

    Van de meeste schrijvers hoeven we niet heel hun leven uit te pluizen. Sommige zijn echter zó groot, dat we geen andere keus hebben. Slavist Arthur Langeveld moet dit hebben gedacht over Fjodor Dostojevski. Over de Rus, bekend van onder meer Misdaad en Straf en De gebroeders Karamazov, schrijft de vertaler Tussen geld en God – Dostojevski voor beginners. Hem is deze klus wel toevertrouwd, getuige de in 1999 gewonnen Aleida-schotprijs en de in 2006 gewonnen Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertaaloeuvre van Russische literatuur. Daarnaast promoveerde de Amsterdammer in 1988 bij Karel van het Reve met zijn proefschrift Vertalen wat er staat.

    Tussen geld en God is expliciet literaire non-fictie. Langeveld stelt zichzelf ten doel alle fictie, overdrijving en heraldiek uit zijn boek te weren. De feiten spreken voor zich. Zo was Dostojevski zo arm als een kerkrat, die bovendien daadwerkelijk kerken bezocht, als diepgelovig mens. Ten diepste wantrouwde hij het blinde geloof in de wetenschap als panacee voor alle menselijke problemen, wat blijkt uit zijn roman De jongeling. Toch behandelt Langeveld niet slechts ideologische schommelingen. Dostojevski’s turbulente leven kent een jeugd met een bullebak van een vader en een bewogen liefdesleven. Dit boek is dan wel voor beginners, maar bepaald niet voor Dummies.

    Tussen geld en God - Dostojevski voor beginners
    Auteur: Arthur Langeveld
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Oogst week 24 – 2022

    Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen

    In de serie Privé-domein is Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen van de Russische romancier, toneelschrijver en dichter Anatoli Mariëngof (1897-1962) uitgegeven. Het zijn de prachtig en soms humoristisch geschreven memoires van zijn kindertijd en zijn volwassenwording aan de beginjaren van de revolutie. ‘Mijn ouders kleden mij op hoogst krenkende wijze: niet in een broek, zoals het een man betaamt, maar in jurkjes, blauwe en roze,’ zo begint Mijn eeuw…

    Mariëngof kwam uit een adellijke familie en stond bekend als een dandy en een nihilist. Hij was bevriend met de populaire dichter Sergej Jesenin met wie hij de ‘imaginistische school’ oprichtte, een Russische poëziestroming en dichtersgroepering waarin de inhoud van de poëzie ondergeschikt was aan het beeld. Door fricties hield de beweging na een paar jaar op te bestaan. Het laatste imaginistische product was Mariëngofs boek Roman zonder leugens (1927), een schandaalroman omdat hij veel details over het vrije liefdesleven van Jesenin bevatte, die inmiddels zelfmoord had gepleegd. Daarna volgden nog twee schandaalromans.

    In de flaptekst van Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen staat onder meer dat het een wonder is dat Anatoli Mariëngof de Stalinterreur overleefde; hij noemde de Rode Revolutie een gehaktmolen en tijdens de proletarische gelijkschakeling wandelde hij in maatpak en hoge hoed door Moskou. De Sovjetautoriteiten zagen hem als subversief en er werd nog nauwelijks iets van hem gepubliceerd. Hij werd vergeten. Eind jaren tachtig werd zijn werk herontdekt.

     

    Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen
    Auteur: Anatoli Mariëngof
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De toekomst van het sterven

    Marli Huijer, arts, filosoof en columnist, schreef een voorlichtingsboek over dood gaan: De toekomst van het sterven. Dat sterven is aan het zicht onttrokken, concludeerde de gepensioneerde hoogleraar publieksfilosofie. Zij ziet dat ouderen graag gezond willen doorleven tot hun honderdste en dan in een klap overlijden, in dat idee gesteund door verouderingsdeskundigen en transhumanisten. In de praktijk gaat het zo niet, de aftakeling begint meestal kort na het pensioen en duurt gemiddeld een jaar of vijftien. Maar mensen hebben niet meer geleerd hoe goed te sterven.

    In Trouw van 31 mei zegt Huijer, zelf 67: ‘Ik houd niet van het woord zin − dingen hebben geen zin. Betekenis is wat je met elkaar ontwikkelt, (…) Het draait om nabije relaties. Vandaar dat heel oude mensen, van wie de vrienden, kinderen soms ook, overleden zijn, er geen zin meer in hebben. De betekenis is weg.’

    In haar boek probeert ze antwoord te geven op hoe we omgaan met de laatste levensfase, met ziektes en aftakeling en de vraag of mensen zich daarmee (willen) voorbereiden op de dood. Ze hecht waarde aan het zoeken naar het juiste moment van sterven. En als de hele samenleving steeds ouder wordt, zijn de kosten van de zorg dan nog op te brengen? Huisartsen en wijkverpleging zijn overbelast en van de 80-plussers voelt twee derde zich eenzaam. Behalve naar wat de laatste levensfase voor individuen en hun omgeving betekent kijkt Huijer ook naar de consequenties op het maatschappelijke en het politieke vlak.

     

    De toekomst van het sterven
    Auteur: Marli Huijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Toen wij vogels waren

    Toen wij vogels waren is de eerste roman van Ayanna Lloyd Banwo, Trinidadiaans schrijfster met een graad in creatief schrijven van de Universiteit van East Anglia. In een interview met Pen Transmissions zegt zij dat ze het boek schreef ‘met een inheems gevoel voor religie en spiritualiteit, waar de tijd niet lineair is, waar de levenden en de doden niet zo ver van elkaar verwijderd zijn als we misschien denken.’ Dus bevat het tijdloze thema’s als liefde, romantiek, magisch realisme, traditie en fantasie.

    In het fictieve Port Angeles, gelijkend op Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad en Tobago, arriveert Darwin die als grafdelver gaat werken, het enige werk wat hij kan vinden en nodig heeft om zijn zieke moeder te ondersteunen. Zij hangt het rastafarigeloof aan waarin de doden de doden moeten begraven. Graf delven gaat daar regelrecht tegenin.
    Op de uitgestrekte oude begraafplaats, vol met geheimen en problemen, ontmoet Darwin Yejide. Hun beider lot zal onuitwisbaar met elkaar verbonden raken.

    Yejides moeder stamt af van de corbeaux, zwarte vogels die bij zonsondergang naar het oosten vliegen met de zielen van de doden. Zij kan met de doden communiceren en hen helpen vrede te vinden. Als haar moeder sterft, erft Yejide dit ‘geschenk’ waarvan ze niet weet of ze het wel wil. Haar grootmoeder vertelde haar verhalen over de tijd voor de tijd, toen de dieren konden praten en vredig met elkaar samenleefden. ‘Maar op een dag loopt een krijger het woud in. Hij ziet dat er volop dieren zijn om op te jagen en vruchten om te eten. Wanneer hij naar de bomen kijkt, ziet hij alleen de huizen die hij kan bouwen en (…) het land (…) ziet hij alleen wat hij kan nemen. De dieren proberen met hem te praten (…) maar hij kent hun taal niet en dus kan hij ze niet verstaan.’ Er komen meer krijgers, en boeren, en priesters. Oorlog volgt. De dieren verdwijnen en vele van hen veranderen in vogels. Volgens The Guardian echoot Dickens in dit liefdesverhaal over een doodgraver en een medium. The Observer noemt het een meesterlijk debuut en de New York Times Book Review roemt het mythische en boeiende.

     

    Toen wij vogels waren
    Auteur: Ayanna Lloyd Banwo
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Oogst week 23 – 2022

    Hierheen naar het gas, dames en heren

    Wie de indrukwekkende verzameling Bij ons in Auschwitz van Arnon Grunberg uit 2020 las, zal zich Tadeusz Borowski herinneren. Hij verschafte Grunberg niet alleen de titel van diens verzameling getuigenissen, maar ook het openingsverhaal Hierheen naar de gaskamer, dames en heren. Onder die titel is nu ook de bundel verhalen en gedichten van Borowski verschenen die hij in 1947 publiceerde.

    De opmaak van het omslag is identiek aan de verzameling die Grunberg maakte. En Grunberg is op zijn beurt de inleider van deze bundel van de Poolse schrijver. Borowski werd in 1943 tewerkgesteld in Auschwitz, waar hij met een longontsteking in het kampziekenhuis belandde. Hij was er getuige van de rijen gevangenen die in de gaskamers verdwenen. In 1958 maakte Borowski een einde aan zijn leven. Hij was toen 28 jaar.
    Een van de gedichten uit Hierheen naar de gaskamer, dames en heren is getiteld Een kindersprookje.

    Op lange familieavonden
    Zullen wij kinderen vertellen
    over gevangeniskelders, verhoren,
    over kampen, over ovens.

    We zullen vertellen over bundels,
    over goud, over juwelen uit transporten,
    we zullen kinderen vertrouwd maken op school
    met de techniek van plundering en moord.

    Door generaties zullen woorden gaan,
    ze zullen kwaad opwekken en haat.
    Kinderen zullen gaskamers bouwen,
    kinderen zullen er mensen in vermoorden.

    Hierheen naar het gas, dames en heren
    Auteur: Tadeusz Borowski
    Uitgeverij: Querido

    Ogen van de Rigel

    Vanuit de lucht ziet Barrøy eruit als een voetstap in de oceaan, met in het westen een paar verbrijzelde tenen. Ware het niet dat niemand Barrøy ooit vanuit de lucht heeft gezien, met uitzondering van de bemanning van de bommenwerpers, die niet wisten wat ze zagen, en Onze-Lieve-Heer, die geen enkele bedoeling lijkt te hebben gehad met deze afdruk die hij in de zee heeft achtergelaten’. Deze schets van het eiland waarmee  De ogen van de Rigel opent, maakt duidelijk dat hier geen gemakkelijk leven worden geleid. Deze roman is het derde deel  van de trilogie van de Noorse schrijver Roy Jacobsen, waarvan eerder verschenen De onzichtbaren ((2021) en Witte Zee (eveneens 2021).

    In De onzichtbaren erfde Ingrid, de enige dochter van de familie die op Barrøy leefde van visvangst en turfsteken, het eiland. In Witte Zee is ze nog de enige bewoner van het eiland als Alexander, een Russische krijgsgevangene (het is 1944), aanspoelt die ze in huis neemt. In het nu verschenen De ogen van Rigel verlaat Ingrid het eiland om de vader van haar kind (Alexander). De Rigel is de naam van het scip waarmee hij in deel 2 strandde. Haar zoektocht levert een beschrijving op van wat de Tweede Wereldoorlog met Noorwegen en Zweden heeft gedaan.

    Ogen van de Rigel
    Auteur: Roy Jacobsen
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Nader tot de ontreddering

    Nader tot de ontreddering: De koude revolutie 2022 van Michel Houellebecq is een flink herziene editie van De koude revolutie uit 2004. Die uitgave met losse essays van de auteur werd twee jaar geleden in Frankrijk gevolgd door Interventions 2020, dat ook al weer een uitbreiding was van een uitgave onder die titel in 1998. Volgens Houellebecq zijn nu al zijn losse stukken gebundeld.

    Nader tot de ontreddering is gebaseerd op Interventions 2020, maar bevat niet alles daaruit. Ten opzichte van De koude revolutie uit 2004 zijn zestien nieuwe stukken opgenomen., waaronder zelfs weer één dat de Fransman schreef ná 2020 (een pleidooi tegen euthanasie). ‘De voorstanders van euthanasie’, zo lezen we, ‘zwelgen in woorden waarvan ze de betekenis zozeer verdraaien dat het recht om ze uit te spreken hen zou moeten worden ontzegd. In het geval van “medelijden” is de leugen voelbaar. In het geval van “waardigheid” is het geniepiger. We zijn ver van de kantiaanse definitie van waardigheid afgeweken door het lichamelijk wezen geleidelijk aan in de plaats te stellen van het zedelijk wezen (…), door het wezenlijk menselijke vermogen om te gehoorzamen aan de categorische imperatief te vervangen door gezondheidstoestand, een veel dierlijker en platter idee, dat inmiddels een soort mogelijkheidsvoorwaarde van de menselijke waardigheid is geworden, tot het daarvan uiteindelijk de enige ware betekenis vertegenwoordigt’.

    Nader tot de ontreddering
    Auteur: Michel Houellebecq
    Uitgeverij: De Arbeiders Pers
  • Oogst week 22 -2022

    Moeder wist niet beter

    Journalist en schrijver Paul Teunissen is geïnteresseerd in mensen. Dat blijkt uit zijn onderwerpkeuze voor zijn artikelen die hij schreef voor o.a. Het Parool en Vrij Nederland. Het zijn allemaal betrokken artikelen die ingaan op het verdriet, de worsteling en het leven van individuen. Verhalen over o.a. een thuisloos meisje, over ouders van omgekomen kinderen, zijn ouder wordende vader (ook verfilmd) en over het jongenmeisje Juul.

    Ook zijn eerder verschenen boeken gaan over echte mensen. In In de beste kringen kruipt hij in de huid van mensen die hun dierbaren zien lijden aan ziektes als dementie, depressie, schizofrenie en borderline. En in Extreme overlast schetst hij ‘Portretten van op drift geraakte levens’.

    Zijn derde boek, de onlangs verschenen roman Moeder wist niet beter wijkt echter af omdat het autobiografisch is. Het is een boek over rouw en berouw, over jezelf verliezen en uiteindelijk hervinden, over hoe de liefde ook na de dood blijft voortbestaan.

    Moeder wist niet beter is het verslag van een zoon die niet met de teloorgang van zijn eens liefdevolle moeder kan omgaan. Hij besluit haar een laatste brief te schrijven en verbreekt vervolgens het contact. Kort daarna overlijdt zijn moeder en verliest de rouwende zoon de grip op zijn bestaan. Twintig jaar later schrijft hij haar opnieuw, in een ultieme poging te doorgronden waarom hun ooit intens verbonden levens zo wreed uiteenvielen.

     

    Moeder wist niet beter
    Auteur: Paul Teunissen
    Uitgeverij: Uitgeverij Podium

    School voor zotten

    In hetzelfde jaar dat de Russische schrijver Sasja Sokolov, in 1975, de Sovjet Unie voorgoed mocht verlaten werd zijn manuscript van School voor zotten de Sovjet-Unie uit gesmokkeld en in het westen gepubliceerd.
    Sokolov werd in 1943 in Canada geboren, als zoon van een hooggeplaatste diplomaat maar groeide sinds 1946 op in de Sovjet-Unie.

    School voor zotten gaat over een jonge bewoner van een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De jongen probeert in het reine te komen met de dood van zijn dierbare mentor en met zijn onbeantwoorde liefde voor zijn lerares. Zijn herinneringen aan jeugdzomers vallen samen met het heden, de doden zijn nog in leven en de geliefde is alom aanwezig.

    School voor zotten laat zich eveneens lezen als een metafoor voor het leven in de toenmalige Sovjet-Unie. Maar ook voor het leven in het huidige Poetin-Rusland waar nog steeds outsiders en dissidenten in psychiatrische inrichtingen of kampen worden opgesloten.

    Het boek werd vertaald door Gerard Cruys. Maxim Osipov, auteur van De wereld is niet stuk te krijgen schreef een nawoord.

     

    School voor zotten
    Auteur: Sasja Sokolov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Het gele behang

    Vorige week werd Moederland in deze rubriek genoemd, een van de ‘vergeten literaire werken’ die uitgeverij Karakters terug onder de aandacht van het lezend publiek wil brengen.
    De schrijfster daarvan, de sociologe Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) wordt wereldwijd beschouwd als een (weliswaar niet onomstreden) belangrijke feministische schrijfster. Haar opvattingen en ideeën verwerkte ze in haar romans en verhalen, en Moederland en Het gele behang zijn daarvan de meest bekende.

    Bij uitgeverij Orlando is onlangs Het gele behang verschenen. Het titelverhaal is gebaseerd op de eigen worsteling van de auteur met een postnatale depressie. In het verhaal raakt een jonge moeder in de ban van het gele behangpatroon op haar kamer, waarin ze een verplichte rustkuur ondergaat, en verliest langzaam haar verstand. De publicatie van ‘Het gele behang’ in 1892 veroorzaakte indertijd grote opschudding in de literaire en medische wereld.
    De andere verhalen in de bundel gaan over de traditionele plaats van de vrouw in de maatschappij. Voor Perkins Gilman stond vast dat niet alleen vrouwen maar ook mannen en kinderen zouden profiteren van het doorbreken van de vaste rolpatronen. Leidraad in al haar verhalen is de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.

    De verhalen voor deze bundel zijn geselecteerd, vertaald en van een nawoord voorzien door Tjadine Stheeman.

    Het gele behang
    Auteur: Charlotte Perkins Gilman
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando
  • Oogst week 21 – 2022

    Wolven op het ruiterpad – Over mensen en andere roedeldieren

    Hoogleraar Richard Dawkins heet weliswaar de pitbull van Charles Darwin, Nederland heeft zijn eigen waakhond van de evolutieleer: Tijs Goldschmidt. Op veertigjarige leeftijd, in 1993, stopt de evolutiebioloog met academisch werk om zich op het schrijven toe te leggen. Twee jaar later wordt zijn proefschrift Darwins hofvijver genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, die het nipt afstaat aan Connie Palmens De Vriendschap. Voor zijn essaybundeling Oversprongen wint Goldschmidt in 2001 de Jan Hanlo-essayprijs, waarmee zijn schrijverstalent definitief is bevestigd. Zelf definieert hij het ideale essay als een brief die je aan een goede vriend of vriendin zou schrijven. Sinds 17 mei jl. ligt zijn nieuwste boek in de winkel: Wolven op het ruiterpad – Over mensen en andere roedeldieren.

    Het kunstmatige onderscheid tussen cultuur en natuur heft Goldschmidt op. Via persoonlijke verhandelingen en filosofische overwegingen probeert hij te onderzoeken hoe het biologische verschijnsel evolutie juist haar weerslag heeft op door de mens gemaakte abstracties, zoals DNA-onderzoek, tekstdragers en onze mobiliteit. Zelfs racisme, xenofobie en pornografie krijgen aandacht. Hoe belezen hij zich hierbij ook betoont, zijn frivoliteit en associërend vermogen laten hem nooit in de steek. Toegankelijkheid is heilig.

    Wolven op het ruiterpad - Over mensen en andere roedeldieren
    Auteur: Tijs Goldschmidt
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen – Athenaeum

    Moederland

    Als beïnvloeder van Simone de Beauvoir en Iris Murdoch is Charlotte Perkins Gilman (1860 – 1935) een belangrijke feminist. Zij breekt door met Het gele behang (The yellow wallpaper): een aanklacht tegen het Victoriaanse patriarchaat én een openhartige, deels autobiografische roman over een vrouw met een zenuwinzinking. Tegelijk is Gilman omstreden vanwege onversneden racistische denkbeelden. Ze bepleit eugenetica, wil de slavernij liefst herinvoeren en ontmenselijkt Afro-Amerikanen. Bovendien hekelt ze de ‘omvolking’ waaronder de Angelsaksische populatie in de VS gebukt gaat. In 1915, precies zeventig jaar voor de feministische dystopie over de dienstmaagd van Atwood, schrijft Gilman Moederland, origineel Herland.

    In Moederland, waarnaar de titel verwijst, leven alleen vrouwen en meisjes. Als Amazones bonen zij hun eigen dopjes en dat zonder oorlog, ziektes of andere narigheid. Overheersing, religieuze regimes en kwalijke ideologieën bedreigen de vrede evenmin. Ann J. Lane, Gilmans voornaamste critica, omschrijft Moederland als vooruitstrevend. Het behandelt thema’s waarmee we als androcentrische samenleving nog altijd worstelen: de vermeende onderworpenheid van de vrouwelijke natuur, het spanningsveld tussen zelfstandigheid en nabijheid in seksuele relaties, en werk als zelfexpressie. Ruim een eeuw na de publicatie blijkt Moederland razend actueel. Dat zegt genoeg over hoe het met het matriarchaat gesteld is.

    Moederland
    Auteur: Charlotte Perkins Gilman
    Uitgeverij: Karakters

    Langs de kustlijn

    Ooit geweten dat de Waddenkust van Den Helder tot aan het Deense Jutland loopt? De Deense schrijfster Dorthe Nors neemt ons mee langs de kust die als geen ander onderhevig is aan de getijden. Haar schrijverscarrière kent dan weer geen eb en vloed. Als publicist voor The New Yorker geniet Nors internationale bekendheid; haar werk wordt in vele landen gewaardeerd. Waar Nors aanvankelijk begint met thrillers, sleept zij in 2014 de Per Olov Enquist-prijs voor Karateslag in de wacht. In 2017 loopt zij met Spiegel, spiegel, schouder ternauwernood de Man Booker International mis. Nu is daar dus Langs de kustlijn, origineel En linje i verden.

    Het melancholische, Deense volkslied ‘Der er et yndigt land’ (Er is een lieflijk land) krijgt een proza-uitwerking. Waar deze hymne de oostelijke kust bezingt van Denemarken, eert Nors juist de westelijke kant. Het motto van het volkslied luidt: ‘Deze hoek van de wereld lacht meer naar mij dan welke ook’. Hoewel de Waddenkust geografisch gezien inderdaad de vorm aanneemt van een brede glimlach, lopend van Schagen tot Skagen, tovert Nors meer tevoorschijn dan een grijns. Haar hommage aan wandelpaden en literatuur koppelt ze aan natuurpracht, grijze luchten en gevoel. De waddenkust, wát een kust.

     

    Langs de kustlijn
    Auteur: Dorthe Nors
    Uitgeverij: Podium