• Burhan Sönmez vertalen via een omweg

    Omdat Burhan Sönmez er in Istanbul, Istanbul blijk van geeft de stad die in zijn roman zo’n voorname rol speelt nogal goed te kennen, lag het voor Petra Stienen – vorige maand moderator van dienst tijdens PEN Spreekt: Turkish Writers in Exile – voor de hand de vertaler, te vragen of een reis naar die stad onderdeel uitmaakte van de voorbereidingen van zijn vertaling.
    Hij, René van Veen, reageerde nogal ongemakkelijk toen Petra Stienen hem die vraag stelde. Van Veen zat in de zaal en was duidelijk niet voorbereid op een actieve rol tijdens het gesprek. Hij antwoordde desondanks en met zijn antwoord verbaasde hij Petra Stienen. René van Veen bekende namelijk nog nooit in Istanbul geweest te zijn.

    Nog voordat Van Veen vertelde dat hij het wel heel graag gewild had: naar Istanbul gaan, leek Petra Stienen haar belangstelling voor hem verloren te hebben. Toen ook nog eens bleek dat het boek niet van de voor haar voor de hand liggende uitgever was, spoedde zij zich terug naar haar gasten op het podium. Van René van Veen wilde ze niets meer weten.

    Ik vond het eerlijk gezegd niet zo gek dat René van Veen nog nooit in Istanbul geweest was. René van Veen heeft geen bijzondere band met Turkije en/of de Turkse literatuur. Hij vertaalde Istanbul, Istanbul niet uit het Turks, maar uit het Engels.
    Dat moet Petra Stienen geweten hebben – het stond duidelijk in het colofon – en daar had ze een vraag over moeten stellen.

    Waarom koos uitgever Orlando ervoor om Istanbul, Istanbul via een omweg te laten vertalen? Was er geen vertaler beschikbaar die het boek op korte termijn uit het Turks kon vertalen; wilde de uitgever de kwaliteit van de vertaling kunnen controleren en was het Engels als afgeleide brontaal handiger of gaf de schrijver wellicht zelf de voorkeur aan het via-via vertalen?
    Ik had ook wel willen weten wat Hanneke van der Heijden, vertaalster van Turks proza (zij zat naast Burhan Sönmez en de naar Nederland uitgeweken schrijfster Çiler Ilhan op het podium) en/of eventuele andere in de zaal aanwezige vertalers van Turkse literatuur vonden van de keuze voor een vertaler die het Turks niet machtig is.

    Daar ging het die avond in de Balie natuurlijk niet over, en dus was het heel verstandig van Petra Stienen om niet door te vragen. Vragen naar het waarom van het niet rechtstreeks uit de brontaal vertalen, zou een discussie op zich geworden zijn en afgeleid hebben van waar het die avond echt over ging: wat het voor een Turkse schrijver betekent om in ballingschap te leven en te werken?
    Maar dat René van Veen de roman uit het Engels vertaalde, dat had wel vermeld moeten worden. Niet alleen was het dan minder gek geweest dat hij nooit in Istanbul was, het had veel meer recht gedaan aan alles wat er daarvoor en daarna gezegd werd over de netelige positie waarin ook vertalers zich in Turkije bevinden.

     

    foto: still uit de stream

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Hero Hokwerda over Griekse literatuur en Nikos Kazantzakis

    Hero Hokwerda over Griekse literatuur en Nikos Kazantzakis

    Gesprek met een toegewijd vertaler

    Terwijl bijna iedereen Homeros kent of tenminste van zijn Ilias en Odyssee gehoord heeft, is de moderne Griekse literatuur voor de meeste lezers onontgonnen gebied. De dichter Konstantínos Kaváfis geniet enige bekendheid en vanwege Zorba de Griek doet de naam Nikos Kazantzakis ook nog wel een belletje rinkelen, maar dan houdt het voor velen op.
    Hero Hokwerda probeert daar als vertaler al bijna veertig jaar verandering in te brengen. Sinds 1979 heeft hij meer dan vijftig Griekse schrijvers in Nederland geïntroduceerd. Recent verscheen Kapitein Michalis, zijn derde (her)vertaling van een roman van Nikos Kazantzakis.


    Net als hun collega’s in de meeste West-Europese landen zijn Nederlandse uitgevers nooit uitzonderlijk geïnteresseerd geweest in de moderne Griekse literatuur. Terwijl die literatuur volgens vertaler Hero Hokwerda (1949) het ontdekken meer dan waard is. ‘Zij is mooi en zij heeft iets te zeggen.’

     

     

    Leuren met literatuur

    Hokwerda droeg veel van de titels die hij vertaalde zelf aan bij potentiële uitgevers. ‘Het is niet zo dat uitgevers bij mij op de stoep staan met boeken die ze vertaald willen hebben. Ik moet er zelf achteraan zitten en ermee leuren.’ Niet al zijn keuzes en aanbevelingen bleken bij uitgevers in de smaak te vallen: ‘Dode schrijvers verdwenen van de stapel, verhalenbundels waren niet in trek: er bleef al snel niets meer over.’

    ‘Of een uitgever zelf iets met Griekenland heeft, is vaak doorslaggevend. In de tijd dat Maarten Asscher directeur was bij uitgeverij Meulenhoff kostte het relatief weinig moeite om daar belangstelling te wekken voor een roman of voor verhalen.’ Toen Maarten Asscher vertrok, bleek Meulenhoff zelfs geen belangstelling meer te hebben voor de al voltooide vertaling van de novelle Gioconda van Nikos Kokantzis, waarvoor het contract al getekend was.
    Gioconda werd vervolgens de kern van een bloemlezing – Gioconda. De joden van Thessaloniki in de Griekse literatuur. Een bloemlezing – die in 2004 verscheen bij Ta Grammata, een uitgever die nadrukkelijk ‘het bevorderen van de kennis van en liefde voor de Griekse literatuur in het Nederlands taalgebied’ tot doel heeft. Hokwerda is als redactiesecretaris en vertaler nauw betrokken bij het fonds.


    Grote Griekse thema’s

    Hoewel Hero Hokwerda klassieke talen studeerde, heeft hij zich altijd gericht op het moderne Griekenland. Hij ziet het hedendaagse Griekenland niet als een uitloper van de klassieke oudheid en moderne schrijvers niet alleen maar als erfgenamen van Homeros, maar hij realiseert zich dat velen dat onderscheid tussen historische tijdperken niet maken en dat de Grieken zelf hoe dan ook een speciale band met de oudheid hebben, alleen al door de taal en doordat zij in hetzelfde gebied wonen.
    Hokwerda is kieskeurig als het gaat om de boeken die hij vertaalt: ‘Ik wil boeken vertalen die iets over Griekenland zeggen. Die inzicht geven in hoe Grieken hun land en hun verleden beleven, én hoe ze omgaan met de uitdagingen van de tegenwoordige tijd.’

    Dat betekent dat hij bijna automatisch uitkomt bij romans en verhalen over onderwerpen die een belangrijke rol spelen in de recente Griekse geschiedenis: de beide wereldoorlogen, de ‘Grote Catastrofe’ in 1922, toen de Turken Izmir veroverden en de Griekse bevolking de stad en Turkije moest verlaten, en de Griekse Burgeroorlog (1946-1949).
    Hoewel er in zijn ogen geen Grote Griekse Roman verschenen is over één van deze onderwerpen – ‘misschien zitten ze daarvoor te vast in hun verleden’ – zou Hokwerda graag Η ζωή εν τάφω (‘Leven in het graf’) van Stratis Myrivilis (1890-1969) vertalen. ‘Je kunt die roman zien als de Griekse equivalent van Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque. Het gaat over de loopgravenoorlog op de Balkan.’
    Ook Το Κιβώτιο (‘De kist’) van Aris Alexandrou (1922-1978) verdient het om vertaald te worden. ‘In deze roman krijgt tijdens de Burgeroorlog een groep partizanen de opdracht een kist met iets belangrijks van a naar b te verslepen. Aan het eind van hun “overlevingstocht” blijkt de kist leeg. Het is een existentialistische roman. De vrijdenker Alexandrou beperkt zich niet tot een eenzijdig beeld van de burgeroorlog.’
    Of die vertalingen er komen, hangt ook weer af van de bereidheid van een uitgever om een financieel risico te nemen, want ‘eigenlijk kan het publiceren van vertaalde Griekse literatuur niet uit’.
    Dat de Griekse overheid het vertalen van Griekse literatuur niet langer financieel ondersteunt, speelt daarbij een rol. ‘Het wachten is nog steeds op de herstart van wat je het “Grieks letterenfonds” zou kunnen noemen.


    Eerste integrale vertalingen Kazantzakis’ drieluik

    Voor het idee om drie romans van Nikos Kazantzakis (1883-1957) opnieuw te vertalen, vond Hero Hokwerda in Koen van Gulik van Wereldbibliotheek – daar verscheen in het verleden al werk van Kazantzakis – een geïnteresseerd uitgever. Van Gulik kende Kazantzakis uit de boekenkast van zijn ouders.
    Het recent verschenen Kapitein Michalis (Vrijheid of dood) (1955, vertaling 2018) vormt samen met Leven en wandel van Zorbás de Griek (1946, vertaling 2015) en Christus wordt weer gekruisigd (1952, vertaling 2016) een drieluik. In tegenstelling tot vroeger werk van Kazantzakis gaan deze romans over ‘echte, levende mensen en niet langer in de eerste plaats over abstracte ideeën’.
    De drie romans werden eerder – door verschillende vertalers voor verschillende uitgeverijen – vertaald in het Nederlands, maar Hero Hokwerda is de eerste die Βίος και Πολιτεία του Αλέξη Ζορμπά, Ο Χριστός Ξανασταυρώνεται en Ο Καπετάν Μιχάλης rechtstreeks op basis van de definitieve, integrale tekst uit het Grieks vertaalde.

    Dat het werk van Kazantzakis aanvankelijk via een omweg de Nederlandse lezer bereikte, lag niet alleen aan het feit dat er – ook toen, in de jaren vijftig en zestig – maar weinig Nederlandse vertalers het Nieuwgrieks machtig waren. ‘Zeventig jaar geleden werd er toegewerkt naar de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Nikos Kazantzakis. Kazantzakis werkte daar graag aan mee. Hij vond het eigenlijk niet meer dan terecht dat hij die Nobelprijs zou krijgen.
    Met name Max Tau, een Duits-Noorse literair agent, spande zich in om het werk van Kazantzakis in allerlei West-Europese talen vertaald te krijgen. Daartoe stelde Kazantzakis vaak nog voorlopige versies van zijn romans beschikbaar. Die nog niet definitieve teksten werden in het Duits vertaald, en daaruit weer in het Engels en Zweeds, en via die vertalingen in het Nederlands.’

    Wie die eerste vertalingen van H. Edinga, André Noorbeek, H.C.M. Edelman vergelijkt met die van Hokwerda zal de nodige verschillen opmerken. Die zijn niet alleen maar terug te voeren op het via-via vertalen en de inzichten en gekozen oplossingen van de diverse vertalers – Hokwerda: ‘met name de Zweedse vertaler heeft het nodige toegevoegd en weggelaten’, maar dus ook met de nog onvoltooide staat waarin de romans die vertalers bereikte.

     

    De tale Kazantzakis’

    Nikos Kazantzakis behoort tot de toonaangevende schrijvers van Griekenland, maar de houding van het Griekse (lezers)publiek is ambivalent. ‘Hij wordt veel vereerd, voor sommigen is hij zelfs een goeroe, maar moderne Grieken kunnen ook moeite hebben met de toeristische en folkloristische sporen die het gevolg zijn van het succes van Zorba de Griek, de film van Michael Cacoyannis met Anthony Quinn als Alexis Zorbas. Al Kazantzakis kan er natuurlijk niets aan doen dat al die taverna’s voor toeristen “Zorbas” heten. En in de roman zit zoveel meer dan in de film.’

    Een vanuit literair oogpunt belangrijker bezwaar dat tegen Nikos Kazantzakis ingebracht wordt, is zijn taal. Kazantzakis gebruikte de Kretenzische variant van de dimotikí, de op de spreektaal geënte versie van het Grieks. ‘In de vertaling is dat makkelijk. Dan hoef je je niet aan zijn Kretenzisch gebonden te voelen. Ik vertaal zijn Kretenzisch in gewoon Nederlands, maar Grieken zitten wel vast aan de taal van Kazantzakis.
    Die taal was in zijn tijd modern, en was ook zeker als modern bedoeld, maar intussen is het voor veel Grieken een heel ouderwets, gedateerd taalgebruik, dat ook niet altijd even goed meer begrepen wordt.’
    Hero Hokwerda heeft geen moment overwogen om te zoeken naar een Nederlandse equivalent van Kazantzakis’ Kretenzisch. Zijn stijl bleef hij vanzelfsprekend wel trouw: ‘Kazantzakis schrijft heel levendig, heel direct, en rauw ook soms. Dat moet natuurlijk wel overgebracht worden.’

     

    Dichter en denker

    Hoewel Nikos Kazantzakis zeker in Nederland vooral bekend is als schrijver van romans, zag hij zichzelf in de eerst plaats als dichter en als denker. ‘De romans heeft hij maar een beetje als bijzaak beschouwd. Door het schrijven van romans bevrijdde hij zich als het ware van zichzelf. Dan was hij op vakantie uit  zijn “hogere bevlogenheid”. Dan hoefde hij niets van zichzelf.’

    ‘Gelukkig maar, want hij heeft een paar heel mooie romans geschreven, denk ik dan’, laat Hero Hokwerda erop volgen. Want het werk dat Kazantzakis zelf als de kern van zijn oeuvre beschouwde – zijn toneelstukken en zijn poëzie, waaronder zijn opus magnum: Οδύσεια (1938), een episch gedicht in 33.333 verzen bedoeld als vervolg op dé Oydysee van Homeros – is aan Hokwerda niet besteed.
    ‘Het ging hem bij de Οδύσεια ook om het werk als poëzie, maar het was vooral een kapstok om zijn ideeën aan op te hangen. Het is me in meerdere opzichten te groot. Het gaat niet alleen om het aantal bladzijden en het aantal regels. Het is mij te hoog bevlogen. Het is te veel. Daar ben ik te nuchter voor, ben ik bang.’

     

    De Kretenzer Kazantzakis

    ‘Nikos Kazantzakis zag zichzelf als Kretenzer én als wereldburger. Hij reisde veel, vestigde zich her en der, maar het Kretenzische heeft hij nooit losgelaten, ook in zijn werk niet. Het historische verhaal van “Zorbas” speelt op de Peloponnesos, maar dat heeft hij getransponeerd naar Kreta. Christus wordt weer gekruisigd speelt in Klein-Azië, maar is toch ook heel Kretenzisch, en in Kapitein Michalis keert hij terug naar het Kreta van zijn jeugd.
    Zelf zei hij dat alles wat hij schreef doortrokken is van de “Kretenzische blik”. Hij gaat daarbij terug naar de Minoërs, naar de stier-springende jongelingen op een muurschildering in Knossos. Zoals die jongens met de stier spelen, wat toch tamelijk gevaarlijk is, zo gaat de Kretenzer met de dood om: die ziet hij met open ogen tegemoet.’
    Het is de houding die Kapitein Michalis kenmerkt, die moet kiezen tussen vrijheid en dood, een houding die ook Alexis Zorbas en sommige personages uit Christus wordt weer gekruisigd niet vreemd is.

    Op de motieven van kapitein Michalis is het een en ander af te dingen. ‘Kapitein Michalis wordt meestal gezien als vrijheidsstrijder, maar het is wel een rare vrijheidsstrijder. Kreta lijkt hem niet zoveel te kunnen schelen, het gaat hem eigenlijk meer om zichzelf. Eigenlijk heeft kapitein Michalis de Kretenzische zaak verraden. Er zijn anderen, waaronder Polyxingis, op wie kapitein Michalis neerkeek, die kraniger aan de zaak van Kreta vasthielden.’

    ‘Kazantzakis was zelf ook een vat vol tegenstrijdigheden. Hij wilde eigenlijk dolgraag een man van actie zijn, maar zijn actie was het schrijven. Hij heeft moeite gehad zich daarmee te verzoenen. Eigenlijk is Leven en wandel van Zorbás de Griek zijn verzoening met die tweeslachtigheid. De personages Alexis Zorbas en “de schrijver” vertegenwoordigen de twee kanten van zijn persoonlijkheid.’

     

    Vrijzinnige denkbeelden

    Dat het graf van Nikos Kazantzakis zich in Iraklion op een bastion bevindt dat stamt uit de Venetiaanse tijd en niet op een kerkhof is het gevolg van een controverse met de Grieks-Orthodoxe kerk, die de denkbeelden van de schrijver hekelde. Inmiddels is hij min of meer gerehabiliteerd, en werd hij ter gelegenheid van zijn zestigste sterfdag op verschillende manieren geëerd, ook van kerkelijke kant.
    Kazantzakis had zijn eigen kijk op religie en wereld. ‘Er zijn mensen die geneigd zijn om hem als atheïst te bestempelen, maar dat is mijn ogen onzin. Hij was op een vrijzinnige wijze orthodox. Kazantzakis verwierp het idee van een persoonlijke God en het idee van opstanding uit de dood en een leven in een hiernamaals.
    Op basis van zijn eigen inzichten probeerde hij een godsdienst te ontwerpen, en hij heeft het ideaal gehad om, toen hij in 1914 naar de berg Athos ging, ook daadwerkelijk een nieuwe godsdienst te stichten. Dat zou ongetwijfeld een moderne godsdienst zijn geweest, zonder persoonlijke God en hiernamaals. Het hele leven speelde zich volgens Kazantzakis op aarde af.’

    ‘De vrijzinnige manier waarop Nikos Kazantzakis omgaat met het godsbegrip en het lijden en de dood – onderwerpen waar iedereen mee kan zitten of in elk geval mee te maken kan krijgen – is nog steeds actueel. Zijn worsteling met deze algemeen menselijke onderwerpen zou ook tegenwoordig veel mensen moeten kunnen aanspreken. Bovendien richtte Kazantzakis zich niet alleen op de verlossing van het individu. Hij had ook uitgesproken ideeën over het “verlossen” van de samenleving. Zoals de mens als individu door alle mislukking, nederlaag en dood heen zich telkens weer moet oprichten op de weg naar het hogere doel, dat is de strijd voor de weg omhoog, zo moet ook de samenleving dat; ook daar is elke mislukking tegelijk een nieuw begin op de eindeloze weg omhoog.’

     

    Voor Hero Hokwerda zit het vertalen van het werk van Kazantzakis er na Kapitein Michalis (Vrijheid of dood) voorlopig op. Zijn volgende vertaling is overigens al zo goed als klaar: Hitlers geheime dagboek van Charis Vlavianós. ‘De roman speelt in 1923, 1924 als de putsch mislukt is, Hitler in de gevangenis zit en zijn proces uitbuit om er weer helemaal bovenop te komen.’
    De roman zal in 2019 verschijnen, hoogstwaarschijnlijk bij Ta Grammata.

     

    Foto Hero Hokwerda: © Eva Overbeeke.

    Recensies van van Nikos Kazantzakis op Literair Nederland:
    Leven en wandel van Zorbás de Griek.
    Christus wordt weer gekruisigd.
    Kapitein Michalis  (Vrijheid of dood).

     

     

  • Verstaat u vertaals?

    Verstaat u vertaals?

    Stel dat een vertaler zou doen wat de meeste mensen denken dat een vertaler doet… Stel dat een vertaler altijd letterlijk zou vertalen wat er staat… De literatuur zou er een stuk minder leesbaar door worden. Wie te dicht bij de bron blijft, loopt het risico een vertaling vol kreupele zinnen af te leveren die waarschijnlijk ook nog eens wemelt van de woorden die hun herkomst verraden en niet naadloos passen in de taal waarin ze beland zijn.
    Volgens Paul Claes zijn het vooral beginnelingen die (te) krampachtig vasthouden aan het origineel, maar hij geeft in Gouden vertaalregels: tips voor beginnende [en andere] vertalers grif toe dat het onbewust ook de beste vertalers overkomt: het nauwgezet kopiëren van woordenschat, woordvolgorde en zinsbouw uit de brontaal. ‘Vertaals’, zo noemt Claes de taal tussen bron en doel.

    Hoewel het de lezer misschien vreemd in de oren klinkt: vertalen wat er staat is zelden de bedoeling. Echte vertalers weten dat. Die weten dat ze soms alles op alles moeten zetten om een Nederlandse tekst af te leveren die net zo klinkt als het Braziliaans-Portugees van Raduan Nassar of Clarice Lispector of het Russisch van Aleksandr Poesjkin. Die durven die eerbiedwaardige teksten los te laten, maken er iets anders van en doen een schrijver met hun vertaling toch recht. Als het goed is, weten zij precies wat een schrijver te vertellen heeft en hoe ze dat in het Nederlands moeten zeggen.

    Verzinnen wat er staat, dat is volgens Harrie Lemmens de kern van het werk dat hij inmiddels al een jaar of dertig doet. Sommige schrijvers kent hij inmiddels zo goed dat hij tijdens het lezen al precies hoe de zin die komt, gaat lopen. In het hoofd van een schrijver kunnen kruipen helpt, maar het eigen gevoel laten spreken ook. Meer dan het beheersen van (een) techniek is vertalen volgens Harrie Lemmens namelijk een kwestie van gevoel.
    Collega-vertaler Hans Boland houdt het op instinct, en een strategie heeft hij niet. Wel een manier van werken. Voordat Hans Boland een tekst vertaalt, maakt hij omtrekkende bewegingen. Hij verkent een tekst – de vorm en de inhoud – uitputtend. Dan pas begint hij te vertalen: ‘Als je alles wat er niet staat eenmaal hebt, ben je er al bijna’.

    Hans Boland, Harrie Lemmens, Paul Claes  en vele collega’s met hen weten dat de schrijvers die zij vertalen alleen tot de verbeelding van lezers zullen spreken als het Nederlands van hun vertalers onberispelijk is.
    Om te voorkomen dat er ‘vertaals’ in hun translaties sluipt, moeten zij het origineel af en toe laten voor wat het is. Dat voelt niet altijd goed. Mariolein Sabarte Belacortu – ook haar hoorde ik recent vertellen over haar vak – kwam in gewetensnood toen ze tijdens het vertalen van een tekst van de Mexicaanse dichter Dolores Dorantes geen gehoor kon geven aan een voorschrift van de dichter. Met enige schaamte gaf ze toe Dolores Dorantes niet op de hoogte te hebben gesteld van de uiteindelijk door haar gekozen oplossing.
    Vertalen is en blijft een kwestie van meerzijdige partijdigheid.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

     

  • Claus, vertaler pur sang

    Claus, vertaler pur sang
    Begin dit jaar overleed Hugo Claus, vermaard als schrijver en als veelzijdig kunstenaar. Maar evengoed – of misschien: meer nog- is Claus een fabuleuze, soms ook mysterieuze vertaler. In vier bijdragen wordt geprobeerd te achterhalen wat het geheim is achter zijn teksten. Verder neemt Henri Bloemen de vertaalwetenschap flink de maat. Hij bespreekt een boek van Mona Baker en vraagt zich af of haar positie, die hij aanvecht, symptomatisch is voor de gehele vertaalwetenschap. Voorts, ter relativering en vermaak: metatalige reflectie en complottheorie, maar dan Vertaliaans en zuurstofarm.

    Filter
    Tijdschrift over vertalen
    jaargang 15, aflevering 3