De bekentenis van Lúcio
Sommige zelfmoordenaars halen de club van 27 net niet. Eén van hen is de Portugese schrijver Mario de Sá-Carneiro. In 1916 pleegt hij zelfmoord op 26-jarige leeftijd. In het semi-autobiografische De bekentenis van Lúcio (A confissão de Lúcio) schrijft De Sá-Carneiro over de 10 jaar die hij vastzat. Hij zou zijn beste vriend, Ricardo Loureiro, echter helemaal niet hebben vermoord. Maar hoe betrouwbaar is de hoofdpersoon eigenlijk, die gebukt gaat onder waanbeelden en depressies?
De Sá-Carneiro gold na Fernando Pessoa als de toonaangevende Portugese dichter van de vroege twintigste eeuw. Onder meer Ted Hughes en Sylvia Plath verslonden zijn gedichten. In 2016 stond Portugal zelfs stil bij de 100ste sterfdag van de auteur. Naast De bekentenis van Lúcio schreef hij boeken als De vriendschap, De hemel staat in brand en Lieve Fernando Pessoa, een briefwisseling met de beroemde schrijver. Oud zou Mario dus niet worden. Een zoveelste jong talent, in de knop gebroken.

Molo Uku – Erfenis van de Gouden Eeuw
Graphic novels zijn een perfect opstapje om jongeren aan het lezen te krijgen. Dit heeft docent, marketeer en schrijver, Erno Pickee, waarschijnlijk geïnspireerd tot Molo Uku. Dit stripboek vertelt over de VOC-tijd, maar dan vanuit het perspectief van twee Molukse jongens. Alfred Birney, die zich ergert over dat eeuwige Oeroeg van Hella Haasse en Max Havelaar van Multatuli op de ‘inclusieve’ boekenlijsten, kan zijn hart ophalen. Eindelijk een verhaal over ‘de Oost’, verteld dóór onderdrukten, en niet óver onderdrukten.
Als een multinational waar Shell bij verbleekt, houdt de VOC huis in de zeventiende eeuw. De compagnie veroorzaakt hongersnoden, slavenhandel en duizenden doden onder de Molukkers. Nederland moet deze geschiedenis kennen en niet wegmoffelen onder het tapijt. Daarom geeft Pickee aan de InHolland lessen over integriteit en authenticiteit. Hopelijk levert Molo Uku, niet te verwarren met het mierzoete en eurocentrische tempo doeloe, een bescheiden bijdrage aan een zelfbewuster Nederland.

Voet in voet oog in oog
Voet in voet oog in oog klinkt als een Bijbelse vergeldingsformule, maar dat is het niet. Elly Stolwijk beschrijft het lot van haar vader Fons, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in nazi-Duitsland tewerkgesteld is. Heel zijn leven zwijgt hij over deze zware jaren in Berlijn en Haucherthal. Ruim 450.000 teruggekeerde jongemannen doen hetzelfde tijdens de wederopbouw. Fons vertelt alleen dat hij iets deed in fabrieken met moertjes en schroefjes. Verder overheerst de schaamte om geen echt verzet te hebben gepleegd tegen de nazi’s.
Elly Stolwijk, naast auteur ook kunstenares, schreef eerder al de poëziebundel Met liefde de vluchtige holte. Drie jaar geleden verscheen De laatste framboos, waarvoor het Poëziecentrum in Gent haar nomineerde voor de Poëziedebuutprijs. In dat werk kruipt Stolwijk in de huid van een vrouw die een kind verliest, precies wanneer de zwangerschap op haar eind loopt. Met Voet in voet oog in oog behandelt Stolwijk wederom een trauma: iets overleven zonder dat je er trots op wilt zijn.














Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.



