• De zee is eeuwig doende om af te breken

    De zee is eeuwig doende om af te breken

    Op 10 augustus 1856 werd Last Island (l’Isle Dernière), een zandafzetting in de Golf van Mexico, getroffen door een orkaan die het eiland volledig verwoestte. Het was een populair vakantieoord voor inwoners van het iets noordelijker gelegen New Orleans. Op de dag van het noodweer hadden zo’n vierhonderd mensen bij de opkomende storm hun huisjes verlaten en het enige hotel opgezocht waar ze de dag muziek makend en dansend doorbrachten tot alles voorbij zou zijn. De orkaan bleek zo vernietigend dat het eiland met het hotel compleet werd weggevaagd.

    De Grieks-Ierse schrijver Lafkadio Hearn (1850-1904) was als journalist werkzaam in onder andere New Orleans toen hij bijna dertig jaar later, in 1883, een legende hoorde vertellen dat slechts één meisje van vier de orkaan had overleefd. Het kind was gevonden door een visser op een klein eiland en door hem en zijn vrouw opgevoed. Toen ze later door familie was teruggehaald naar Orleans zou ze niet aan de stad hebben kunnen wennen en was ze, zo wilde het verhaal, teruggekeerd naar haar adoptieouders om weer in de natuur te leven. Hearn was getroffen door het verhaal en bezocht in 1886 en 1887 wat van eiland over was en begon er aan zijn novelle Chita. Herinnering aan Last Island. Hij verscheen aanvankelijk als feuilleton en in 1889 als roman. Vorig jaar verscheen er een Nederlandse vertaling van.

    Natuur

    De titel Chita geeft de kern van Hearns eigen interpretatie van de gebeurtenissen uit 1856 niet goed weer. Natuurlijk is Chita (de naam van het meisje in de novelle) één van de belangrijkste personages, maar de ondertitel komt dichter bij wat de auteur wil doen. Niet voor niets duikt Chita pas op als we op de helft van de novelle zijn. Hearn beschrijft eigenlijk een ander thema: de onmetelijke grootheid van de natuur tegenover de hooghartigheid van de mens.

    Chita bestaat uit drie delen. Vooral in het eerste daarvan (‘De legende van l’Isle Dernière’) blijkt dat contrast in de uitbundige beschrijving van de kracht van de natuur in de uitloop van de Mississippi in de Golf van Mexico tegenover de vakantievierende toeristen op het eiland; die denken de orkaan die zich al enkele dagen aankondigt te kunnen weerstaan door de dag dansend in het hotel door te brengen. Maar: ‘de gele Mississippi is eeuwig bezig om op te bouwen; de zee is eeuwig doende om af te breken’. Het doet denken aan de ondergang van de Titanic terwijl het orkest doorspeelt – de ramp uit 1912 die Hearn dus nog niet kon kennen.

    Geologie

    Ook in ‘Uit de kracht van de zee’, het tweede deel, doet Hearn iets dergelijks. Hij plaatst in een geologische uitweiding het korte leven van de mens tegenover de ouderdom van de aarde. Pas daarna begint het verhaal van het meisje (ze blijkt een Creoolse dochter van een tot slaaf gemaakte) dat, eenmaal opgenomen in het gezin van visser Feliu Viosca en zijn vrouw Carmen, de naam Conchita (Chita) krijgt. Betekenisvol want concha betekent schelp, een verwijzing naar de titel van deel 2 én het feit dat Feliu haar uit de zee opviste.

    De verwikkelingen in het derde deel, ‘De schaduw van het tij’ kunnen hier moeilijk worden samengevat zonder een spoiler te geven. Laat hier volstaan dat blijkt hoe ondoorgrondelijk de lotgevallen van de mens zijn.

    Naadloos

    Chita is de eerste roman van Lafkadio Hearn in een Nederlandse vertaling door Barbara de Lange. Zij vertaalde in 2024 een Japanse verhalenbundel van dezelfde schrijver: Kwaidan. Japanse spookverhalen uit 1904.

    Hearn was de zoon van een Ierse vader en een Griekse moeder en werd geboren op het eiland Lefkas; zijn voornaam Lafkadio verwijst ernaar. Zijn ouders bekommerden zich nauwelijks om hem en stalden hem als kind al bij een tante in Ierland. Vandaar zocht hij jong zijn heil in de VS waar hij journalist werd. Toen hij in die functie eens in Japan verzeild raakte werd hij zo verliefd op dat land dat hij er trouwde met de samoeraidochter Koizumi Yakumo en haar familienaam aannam.

    De Nederlandse vertaling van Kwaidan gaat vergezeld van een nawoord door Jannie Regnerus. Zij woonde kort in Japan. Wie nu Chita leest valt op hoezeer Hearn in die novelle en in de spookverhalen van vijftien jaar later dezelfde auteur is. Regnerus heeft het over de antropomorfe benadering van de natuur in Kwaidan. Die is eveneens overtuigend aanwezig in Chita. En de wereld van spoken en geesten in de Japanse verhalen is ook in de novelle te herkennen waarin diverse keren geesten en ouders verschijnen in dromen. Regnerus stelt zelfs over wat Hearn in Japan doet: het ‘sluit naadloos aan op zijn voorgeschiedenis’.

    Dat kun je na lezing van Chita onderschrijven. Het lijkt immers niet gewaagd te veronderstellen dat de geschiedenis van het geredde meisje dat haar ouders verloor en door anderen werd opgevoed Hearn geraakt zal hebben vanwege zijn eigen problematische jeugd met ouders die hem aan zijn lot overlieten.

     

  • Dagerman schrijft ver voorbij clichés

    Dagerman schrijft ver voorbij clichés

    Stig Dagerman staat niet bekend als een schrijver die in zijn werk luchtige onderwerpen onder de loep nam: dood, angst, schaamte, eenzaamheid en armoede behoren tot de vaakst terugkerende thema’s. In veel van de verhalen in Natte sneeuw plaatst Dagerman zijn personages in benepen omstandigheden, en toont hij aan de hand van een reeks treffend gekozen scènes, de complexiteit en intensiteit van hun emoties. Zo draait Open de deur, Richard om een vrouw die lijdt onder de continue dronkenschap en losbandigheid van haar echtgenoot en hem haar smarten voor het voetlicht wil brengen, maar niet weet hoe ze dat moet aanpakken.

    In De verrassing verkneukelen een moeder en haar zoon zich om een opname die zij samen maakten voor de verjaardag van de opa van het kind. Opa neemt de verrassing met grote ondankbaarheid in ontvangst: de teleurstelling van de moeder en het kind zijn schrijnend. Ook in Een kind doden – de titel behoeft weinig toelichting – en in De hond en het lot, gaat over een man die op een tragische manier zijn dood tegemoet treedt en de hond die hij achterlaat, confronteert Dagerman de lezer met de rauwe, onversneden ellende van zijn personages. Die manier van schrijven maakt de emotionele ervaringen van de personages invoelbaar en onontkoombaar.

    Thematisch uniform, stilistisch divers

    Dagerman was geen schrijver die zijn lezers een hart onder de riem stak: hij had weinig bemoedigende boodschappen te delen. Maar het zou verkeerd zijn om de bundel Natte sneeuw op grond van de thematische overeenkomsten tussen de verhalen te beschrijven als een eenvormig product. Hoe vergelijkbaar de thematiek in de verhalen is, zo verschillend zijn de teksten immers in hun stijl. Dagerman deinsde er niet voor terug om met verschillende verteltranten en genres te experimenteren. Sommige verhalen zijn wat lichtvoetiger en voorzien van een goede dosis humor, zoals Een kleine tragedie, Mijn zoon rookt meerschuimpijpenWaar is mijn Noorse trui?. Soms zijn ze duister (De rode wagons), soms horrorachtig (De vreemde man, Zaterdagsreis), en soms absurdistisch (Het proces), surrealistisch (De lord die ik roeide) of satirisch (De man die niet wilde huilen).

    De souplesse en de vanzelfsprekendheid waarmee Dagerman van het een op het andere verhaal tussen verschillende genres schakelde, vestigen Dagerman ten enenmale als zeer veelzijdig auteur. Dit maakt hem als schrijver uniek en voorziet zijn verhalen bovendien van een positieve dimensie die zich op een interessante manier tot de neerslachtige thematiek verhoudt. De expertise die Dagerman in het bedrijven van al die verschillende genres aan de dag legde, maakt immers duidelijk dat hij de volledige controle had over zijn teksten. Te midden van alle ellende, van alle willekeur en tragiek moet het schrijven een troost, een rots in de branding voor Dagerman zijn geweest. Geen ruimte geven aan die dimensie van Dagermans schrijverschap zou een miskenning van zijn oeuvre inhouden.

    Voorbij de ‘alledaagse’ creativiteit

    Dagermans thematische stokpaardjes – dood, angst en eenzaamheid – zijn stevig verankerd en vertegenwoordigd in de wereldliteratuur in het algemeen. Bij het behandelen van dergelijke weinig opzienbarende, en vanuit literair oogpunt gezien wellicht zelfs wat banale, thema’s ligt het gevaar in clichés te vervallen daarom voortdurend op de loer. Maar Stig Dagerman behoort tot een select groepje van schrijvers – Clarice Lispector en Juan Carlos Onetti behoren ook tot dat groepje – die, waar zij ook over schrijven, nooit op een cliché te betrappen zijn. Deze schrijvers naderen de essentie van het mens-zijn nog net iets dichter dan andere schrijvers. Alsof zij toegang hebben tot een voor anderen ontoegankelijke bron van kennis. De materie in die bron, die zich nog een stukje dichter bij de kern van de menselijke conditie lijkt te bevinden dan de ‘gewone’ fantasie of creativiteit, is tamelijk abstract van aard en is dus moeilijk in woorden te vatten. Maar Stig Dagerman vindt die woorden toch.

    Vanuit een kunstzinnig en literair perspectief is dat bewonderenswaardig, maar zorgt het er ook voor dat zijn teksten bij tijd en wijle willekeurig en onnavolgbaar aanvoelen. De ontoegankelijkheid die in Dagermans verhalen regelmatig de kop opsteekt, maakt dat Natte sneeuw bepaald geen lichte kost is. De teksten vergen concentratie en een bereidwilligheid om diep te graven in de eigen, menselijke ervaring, en in de relaties tussen tekst, auteur en lezer. Dat zal de lezer niet gemakkelijk vallen, maar voor wie die uitdaging aangaat zal het lezen van Natte sneeuw een bijzonder bevredigende ervaring zijn.

     

     

  • Oogst week 4 – 2026

    Oogst week 4 – 2026

    Deining

    ‘Er bestaat geen twijfel over dat Jones een van de meest getalenteerde schrijvers van Groot-Brittannië is,’ aldus The Independent on Sunday.

    De Britse Cynan Jones (1975), geboren en getogen in Wales, is de auteur van vijf korte romans en diverse korte verhalen. Hij werd genomineerd voor talloze internationale prijzen. Zijn werk is gepubliceerd in meer dan twintig landen en zijn korte verhalen zijn uitgezonden op BBC Radio 4 en verschenen in diverse bloemlezingen en publicaties, waaronder Granta Magazine en The New Yorker. Hij schreef ook het scenario voor een aflevering van de met een BAFTA bekroonde misdaadserie Hinterland en Three Tales, een verzameling verhalen voor kinderen.

    Deining (oorspronkelijke titel Pulse) is de recent verschenen verhalenbundel in vertaling van Manon Smits. Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen. Angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid verwerkt Jones op aangrijpende wijze.

    Deining
    Auteur: Cynan Jones
    Uitgeverij: Koppernik

    Wildnissen

    Wildnissen is de nieuwe bundel van de Vlaamse dichter Xavier Roelens. Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

    In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen. Nu voelt hij de verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die bij het vaderschap komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zonen naar de presidenten die met oorlog de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnissen, maar hij gaat uiteindelijk liever wandelen.

    Xavier Roelens (Rekkem, 1976) is poëzie-enthousiast. Hij was coördinator aan de SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden en geeft sinds enkele jaren les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé.

    Hij was hoofdredacteur van het literaire tijdschrift En er is, stelde met Maarten De Pourq de bloemlezing Op het oog samen. Eigen gedichten verschenen in o.a. DWB, NRC Handelsblad, De Revisor, Het liegend konijn en Poëziekrant of waren te horen op Crossing Border en De Nachten. Hij is redacteur van In Letterland.

    Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met Er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch. Zijn nieuwste werk, Wildnissen, verschijnt januari 2026.

    Wildnissen
    Auteur: Xavier Roelens
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Chita, herinneringen aan Last island

    Een heldere novelle waarin de mens wordt onderworpen aan de schoonheid én de wreedheid van de natuur. Klimaatroman avant la lettre.

    Lacfadio Hearn is geen onbekende bij Literair Nederland. De Grieks-Ierse schrijver, vertaler en leraar uit de negentiende eeuw, woonde jarenlang in Japan woonde en introduceerde de Japanse cultuur en literatuur in de westerse wereld. Zoals met zijn verzamelingen van legendes en spookverhalen, Kwaidan.

    Zijn novelle Chita: A Memory of Last Island uit 1889 over Last Island is nu door Koppernik opnieuw uitgegeven in de Nederlandse vertaling van Barbara de Lange.

    In 1856 heeft een verwoestende orkaan het eiland Last Island, nabij New Orleans, volledig weggevaagd. In de nasleep van de storm redt de visser Feliu Viosca een kind. Zijn vrouw Carmen werd al tijden geplaagd door dromen waarin hun overleden dochter, Conchita, terugkeerde – en haar droom lijkt even waarheid te worden. Ze dopen het kind Chita, en leren haar zwemmen, laten haar kennismaken met hun geloof, en met alles wat je moet weten over het leven aan de kust. Ze weten dat haar moeder dood is, maar hoe zit het met haar vader, die op de lijst van vermisten stond.

    Chita is gebaseerd op historische feite en oorspronkelijk in 1888 gepubliceerd als feuilleton in Harper’s New Monthly Magazine. Hearn heeft een heldere, vlotte pen. Met veel mooie natuurbeschrijvingen geeft hij inzicht in het hardvochtige leven van de lokale bevolking.

     

     

    Chita, herinneringen aan Last island
    Auteur: Lafcadio Hearn
    Uitgeverij: Koppernik
  • ‘Rot op met je canon’

    ‘Rot op met je canon’

    In 1947 werd de Nieuw-Zeelandse schrijfster Janet Frame als schizofreen gediagnosticeerd. Ze zat acht jaar in een psychiatrische inrichting en kreeg daar meer dan 200 electroshockbehandelingen. In 1952 werd ze ternauwernood gered van een lobotomie en ontslagen uit de inrichting nadat een leidinggevende had gelezen dat haar een literaire prijs was toegekend. Frame was niet schizofreen.
    Dit voorval wordt door de Amerikaanse schrijfster Kate Zambreno aangehaald in haar al in 2013 verschenen maar nu pas in het Nederlands vertaalde Heldinnen. Daarin wordt deze episode over Frame verteld naar aanleiding van het tragische leven van Vivien (Viv) Eliot, de vrouw van T.S. (Tom) Eliot, die wellicht een schrijver had kunnen worden als zij niet zo (onder andere door Tom) vernederd was.

    Wat Janet Frame overkwam doet verder sterk denken aan de Amerikaanse actrice Frances Farmer over wie Zambreno eveneens schrijft. Farmer werd in 1943 gearresteerd vanwege de weigering een verkeersboete te betalen. De eigenzinnige vrouw werd daarop gediagnosticeerd als psychotisch en schizofreen. Ook zij kreeg shocktherapie. Na een jaar werd ze genezen verklaard.

    Gekke echtgenotes

    Kate Zambreno is geobsedeerd door het verschijnsel dat zelfbewuste vrouwen in de kunst- en literaire wereld zoals Frame en Farmer werden gemarginaliseerd en zelfs weggezet als hysterisch of anderszins gepathologiseerd, vooral als ze de vrouw-van zijn.  Dat overkwam niet alleen de al genoemde Viv Eliot, maar ook bijvoorbeeld Jane, vrouw van Paul Bowles, Zelda, vrouw van Scott Fitzgerald, Jean Rhys (pseudoniem van Ella Rees Williams), Djuna Barnes en anderen: ‘Ik raakte in de ban van de gekke echtgenotes, mijn eeuwige referentiepunt’ schrijft Zambreno. Haar [ze beschouwt zich als non-binair, maar in navolging van Basje Boer in het Voorwoord bij de vertaling van Heldinnen worden hierna de vrouwelijke voornaamwoorden gebruikt] onderzoek dat uiteindelijk zal resulteren in Heldinnen noemt ze een ‘boek van schaduwgeschiedenissen’.

    Voor Zambreno lagen de vragen die die levens opriepen dicht bij haar eigen werkelijkheid. Ze is getrouwd met kunstenaar John Vincler en voelde zich vaak de vrouw-van die steeds haar man volgde (hij verhuisde in verband met zijn carrière vaak en was het meest bepalend voor de agenda van het gezin) en ondertussen met veel strijd haar eigen onafhankelijke leven wilde leven. Haar eigen biografie verweeft ze met wat haar onderdompeling in al die vrouwenverhalen te zeggen heeft.

    Sudderen

    Zambreno’s onderzoek kreeg een extra stimulans toen ze in 2009 een blog startte onder een titel die verwees naar de genoemde actrice: Frances Farmer is My Sister. Het werd een platform waarop veel vrouwen hun kennis en ervaring deelden. Van alles wat daar beschreven werd en wat ze zelf analyseerde uit lezen en herlezen van literatuur maakte ze een synthese, ‘een soort langdurig laten sudderen van een groot aantal elementen’. Dat sudderen is duidelijk niet zonder emotie gegaan; je voelt vaak de kwaadheid die regelmatig bij haar op kwam. Heldinnen ademt verontwaardiging over al het onrecht dat ambitieuze vrouwen is aangedaan. Ze wil dat dat verandert en spoort vrouwen aan zich niet te laten wegzetten: ‘Het is cruciaal dat wij onszelf (…) weten te overtuigen van onze uiteindelijke genialiteit’ en: ‘Rot op met je canon. Rot op met al die grote jongens met hun belangrijke boeken’.

    Witregels

    Zambreno beheerst haar materiaal tot in haar vezels. Haar kennis strekt zich uit tot de kleinste details. Dat maakt lezing van Heldinnen niet altijd gemakkelijk. Het is een stortvloed van informatie, die iets weg heeft van een omgevallen archiefkast. De pagina’s lijken achtereen volgeplakt met snippers van aantekeningen, gevonden citaten, fragmenten en associatieve zijsporen. Ondanks een indeling in hoofdstukken lijkt er niet veel ordening in te zitten. Ze herhaalt zich vaak en strooit met losse gedachten tussen teksten door. Ze gebruikt werkwoordloze zinnen, als een soort verzuchtingen, met veel witregels en springt van de hak op de tak. Een voorbeeld ter verduidelijking is het volgende over Vivien Eliot (die ook bevriend was met Bertrand Russell):

    ‘(witregel)
    Ik voel me geroepen op te treden als de literaire executeur van de doden en de uitgewisten. Het is mijn verantwoordelijkheid te waken over hun nalatenschap.
    (witregel)
    In 1947 overleed Viv op achtenvijftigjarige leeftijd. De doodsoorzaak op haar overlijdensakte luidt ‘hartaanval’. Mogelijk door medische nalatigheid of een overdosis. In haar grafsteen is de verkeerde datum gebeiteld. Het jaar erop won haar man de Nobelprijs. (En vervolgens Bertrand Russell twee jaar later – is er voor of na haar ooit iemand geweest die het bed heeft gedeeld met twee winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur?)
    (witregel)
    Een doorhaling.  De regel ‘Voor mijn vrouw’ verdween uit zijn gedicht ‘Aswoensdag’. Bertrand Russell schreef haar uit zijn memoires.
    (witregel)’

    Toch zou het jammer zijn om Heldinnen om die reden terzijde te leggen. Zambreno doet iets belangrijks. Ze leert vrouwen-van autonoom te zijn en hun echtgenoten eventuele superioriteitsgevoelens ter discussie te stellen.

  • Prachtig verstoorde rust

    Prachtig verstoorde rust

    Autran Dourado (1926-2012) was een Braziliaanse schrijver van romans en verhalen. Zijn roman Opera der doden (Ópera dos mortos) verscheen in 1967 en werd in 1997 in het Nederlands vertaald door Harrie Lemmens. In 2025 is het boek opnieuw (ongewijzigd) uitgebracht. Beide vertalingen bevatten hetzelfde nawoord van de vertaler.

    De roman begint fabelachtig. De eerste zin luidt: ‘Voor ik u antwoord geef op uw vraag, eerst dit:’ Vervolgens ontvouwt zich het verhaal van een familie van grootgrondbezitters en van het huis dat ze bewonen. Lucas Procópio Honório Cota is een potentaat die zijn bezit met ijzeren vuist bestuurt. Zijn zoon, Joāo Capistrano Honório Cota, is een stuk milder. Hij laat een tweede verdieping op het huis bouwen waardoor twee generaties met elkaar verbonden worden, maar het blijft de vraag of ze een eenheid vormen.

    Joāo Capistrano Honório Cota verwijt zijn stadgenoten dat ze zijn droom een politieke carrière na te jagen, gefnuikt hebben; hij keert daarop de stad de rug toe, trekt zich samen met zijn dochter Rosalina terug in het huis en sluit de wereld buiten. De tijd wordt letterlijk bevroren in het huis: de klokken worden namelijk na de dood van grootvader en moeder van Rosalina om precies drie uur stilgezet.

    Rosalina

    Na de dood van grootvader en vader bewoont Rosalina het huis samen met haar dienstmeid Quiquina, die niet kan praten. Overdag maakt Rosalina kunstbloemen, ’s avonds drinkt ze. Ze leidt een geïsoleerd leven totdat ze José Feliciano, die ook Juca de Mus of Zé-van-de-Majoor genoemd wordt, aanneemt als manusje-van-alles. Terwijl Quiquina stom is, maar niet doof, heeft José Feliciano een oog waar hij bijna niets mee ziet. De beangstigende buitenwereld wordt verbeeld door een gapende kloof die José Feliciano panische angst aanjaagt, omdat het hem doet denken aan een open graf.

    Met de komst van José Feliciano is de rust in het huis verstoord, zeker als hij ’s nachts Rosalina’s minnaar wordt. Overdag is zij nog steeds dona Rosalina en hij haar ondergeschikte, ’s nachts is ze een vurige vrouw die haar minnaar ontvangt. Die ontdekt dat er niet twee maar zelfs drie verschillende Rosalina’s in één persoon huizen. Voor de genoemde twee is er ook ‘dona Rosalina die had bestaan voor zijn komst naar het huis en die was blijven bestaan tot die ene nacht (…).’

    Katholieke context

    De drie namen van de mannelijke hoofdpersoon, de drie verschillende Rosalina’s, de klokken die om drie uur stilstaan: het cijfer drie komt natuurlijk niet voor niets vaak voor in de roman. In een katholieke context valt onmiddellijk te denken aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De slotzin luidt: ‘Daar ging Rosalina, onze doorn, onze smart.’ Ook die zin valt goed in een katholieke context te plaatsen.

    Afwisselende stijl

    Dourade geeft de directe rede in de tekst zonder leestekens weer en maakt daardoor de innerlijke monologen en de dialogen gelijkwaardig. Die eenvormigheid doorbreekt hij stilistisch: er staan veel korte, elliptische zinnen in de tekst, maar tegen het eind komen zinnen voor die pagina’s lang doordenderen (op pag. 200-202 bijvoorbeeld). Omdat hij de gebeurtenissen via de gedachten, de innerlijke monologen, van de personages vertelt, wisselt hij continu van perspectief: de lezer kruipt in het hoofd van steeds een andere hoofdpersoon.

    Keuzes van de vertaler

    De vertaler heeft ervoor gekozen een paar (Braziliaanse) woorden en begrippen toe te lichten (handig natuurlijk), maar systematisch gebeurt dat helaas niet: wat zijn een fustein, organdie, kroep, manenwolf, cantilene, jabuticaba of een aanrechtkeuken? Het gebruik van Braziliaanse namen wordt doorbroken bij de pony die de Nederlandse naam Vuurvliegje krijgt, en bij Juca de Mus.

    Het opnieuw uitgeven van een vertaling die 28 jaar geleden gemaakt is, houdt het risico in dat woorden die vroeger normaal waren, nu niet meer gebruikt mogen worden. Zo komt de term ‘slaaf’ in de tekst voor. Daarom is het jammer dat het nawoord ongewijzigd is overgenomen: in een nieuw nawoord had de vertaler een verklaring kunnen geven waarom hij vastgehouden heeft aan deze omstreden terminologie.

    Het zijn schoonheidsfoutjes in een prachtig gecomponeerde en adequaat vertaalde roman die dankzij de herdruk nu weer voor iedereen binnen handbereik is. Het verhaal is zeer de moeite waard en wanneer u het boek uitgelezen hebt, weet u ook waar de slotzin van de roman naar verwijst.

    Opera der doden

    Opera der doden

    Autran Dourado

    ISBN 01234

    21312 pagina’s

    Prijs: € 1.312,00

    Buy with Libris
  • Oogst week 44 – 2025

    De Burgess-broers

    De Amerikaanse Elizabeth Strout, onder andere bekend van Olive Kitteridge waarmee ze de Pulitzerprijs won en waarvan HBO een miniserie maakte, schrijft beeldend en met veel sfeer en oog voor detail. Van de Nederlandstalige Lucy Barton-­serie zijn er inmiddels meer dan 25.000 exemplaren verkocht. Deel zes, De Burgess-broers, het ontbrekende puzzelstuk in de serie, is nu ook verschenen.

    Jim en Bob Burgess zijn na het bizarre ongeluk waarbij hun vader omkwam uit hun geboorteplaats Shirley Falls in Maine naar New York City verhuisd. Jim, de elegante, succesvolle bedrijfsadvocaat, kleineerde als sinds hun jeugd zijn goedhartige broer, Bob. Hij is een advocaat bij de rechtsbijstand. Bob idealiseert Jim en heeft zich bij zijn underdog rol neergelegd er is een zekere dynamiek in hun relatie ontstaan. Totdat deze wordt verstoord door hun zus, Susan. Susan’s tienerzoon, Zach, is in de problemen gekomen, hij heeft een aanslag in een moskee gepleegd. Susan roept haar broers naar huis, ze heeft hun hulp hard nodig. De gebroeders Burgess keren eensgezind terug naar hun geboorteplaats waar ze geconfronteerd worden met de onderhuidse spanningen, die in hun jeugd ontstonden.  De schaduwen hangen er nog, de oude controverses komen aan de oppervlakte en zal hen voorgoed veranderen.

     

    De Burgess-broers
    Auteur: Elizabeth Strout
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Een verdwaalde zomerdag

    Een verdwaalde zomerdag is een verhaal over trauma’s die generaties lang doorwerken. Camille bezoekt jaarlijks het graf van haar moeder, de beroemde Zuid-Afrikaanse dichteres Astrid Viljoen. In 1965 liep zij, 31 jaar oud, op een winterochtend de zee in. Camille is ook 31 en voelt de aanwezigheid van haar moeder sterker dan ooit. Ze wil weten wie ze was en wie ze zelf is geworden.

    Tegen de achtergrond van een veranderend land met apartheid en verzet, groeide Astrid op in een wereld van regels en rituelen. Terwijl haar leven en het land veranderden en de spanningen toenamen, zocht Astrid houvast in de taal. Ze werd schrijver, trouwde en werd moeder. Toch raakte ze steeds verder verstrikt in verlies, ze hunkerde naar vrijheid en dat in een door onrust verdeeld land. Een verdwaalde zomerdag is losjes gebaseerd op het leven van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker (1933 – 1965).

    Janneke Lidewij Siebelink (1974) groeide op in een schrijversgezin als dochter van Jan Siebelink. Ze schreef familiegeschiedenissen, werkte bij verschillende uitgevers. Ze organiseerde en presenteerde lezingen en events zoals het Kinderenboekenweekfeest. In 2022 debuteerde ze met Soms sneeuwt het in april. Een jaar later verscheen December slaan we even over, verhalen van mensen in hun laatste levensfase in een hospice.

    Een verdwaalde zomerdag
    Auteur: Janneke Siebelink
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Heldinnen

    In december 2009 begon Kate Zambreno, Amerikaanse novelist, essayist en literatuurcriticus,  een blog met de naam Frances Farmer is My Sister.  De blog groeide uit tot een onlinegemeenschap met o.a. feministen die de verstikkende patriarchale kijk op het kunstenaarschap bespraken. In 2013 verscheen het boek Heroines, dat nu pas in het Nederlands is vertaald. In Heldinnen wordt aangetoond hoe vrouwen hebben bijgedragen aan het werk van hun man maar daar nooit voor werden erkend.

    Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald, om er een paar te noemen, waren vrouwen van beroemde schrijvers, ze waren hun muzen. Dat ze zelf ook schreven deed er nauwelijks toe; hun bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werd niet genoemd. Erger nog, niet zelden werden ze ondergebracht in psychiatrische instellingen.

    In Heldinnen schrijft Zambreno essay-achtig de ‘schaduwgeschiedenissen’ van deze vergeten vouwen en signaleert ze hoe de geschiedenis de vrouwelijke ervaring consequent als minderwaardig wegzet. Zambreno gebruikt haar eigen leven met John, een academicus die dikwijls van universiteit wisselt, zodat ze vaak verhuizen. Net zoals de ‘vrouwen-van’ voelt Zambreno zich ook een aanhangsel, al heeft ze wel tijd om te schrijven

    Heldinnen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik
  • Oogst week 41 – 2025

    Verblijf

    Deze veelgeprezen bundel is het debuut van psychiater en dichter Yasmin Namavar, die haar wortels in Iran heeft liggen. Hoewel haar afkomst niet nadrukkelijk voorop staat, speelt die wel een rol in haar zoektocht naar waar je voorgoed verblijven kunt. Omdat ze desondanks weet dat alles slechts tijdelijk is, onderzoekt ze de diverse mogelijkheden van verblijven: in je lichaam, in het verleden, maar vooral in de taal. Dat levert prachtige en vooral spannende poëzie op omdat verblijf en veiligheid nooit samen lijken te gaan.

    Het verleden van haar ouders wordt afgezet tegen haar eigen heden in zintuigelijke, voluptueuze taal, weelderig en wulps. Zo probeert ze twee werelden te verenigen in haar leven die beide deel uitmaken van haar identiteit, zonder de ene boven de andere te laten uitstijgen. Identiteit als ‘een jas die je nooit meer hoeft uit te doen’. De gedichten van Yasmin Namavar onttrekken zich aan elke vergelijking en breken met alle hedendaagse trends. Haar zinderende poëzie reikt verder dan Nederland of Iran: het is vooral een zoektocht naar vrede met en in zichzelf, die ze gevonden lijkt te hebben in een modus vivendi die van twee delen één geheel maakt.

    ‘Ik trek een lange jas aan, veel te groot en draag hem zesentwintig jaar, sleep hem over keien, bergpassen, door bossen sleep hem door het gangpad van een drukke tram als het regent loopt mijn capuchon vol, mijn haar in een knot, nat op mijn hoofd hier groeit mijn eigen gelijk, een maretak verstikt zichzelf nooit de jas wordt een verhaal, een altaar, een gotspe, een bos dat aan mijn lippen staat het bos is hout mijn plek is groen op een zonnige dag in maart (en het lijkt wel mei), overal de geur van reukgras ga ik weer links en werp mijn jas af mijn lichaam een vondeling in het bos wacht op een nieuwe kledingstuk, vel na vel bladder ik af iets om aan te kleven is er niet’

     

    Verblijf
    Auteur: Yasmin Namavar
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De tijd is puin, De tijd is hoop (bloemlezing)

    Stichting Poetry International bestaat dit jaar vijfenvijftig jaar. Dichters, vertalers en poëzieliefhebbers komen al even lang bijeen op het Festival dat jaarlijks in juni in Rotterdam georganiseerd wordt. Vijfendertig dichters uit binnen- en buitenland worden daar uitgenodigd om hun werk te laten horen. Ter ere van dit jubileum is er een bundel uitgebracht met bijdragen van zeventien dichters uit vijftien verschillende landen, die in de originele taal te lezen zijn, maar ook in een vertaling naar het Nederlands en het Engels. De Nederlandse poëzie wordt vertegenwoordigd door Ramsey Nasr, Derek Otte (uit wiens gedicht De Tijd de titel voor de bundel werd gekozen) en Ilja Leonard Pfeijffer.

    Andere Nederlandstalige gedichten zijn van Astrid Roemer uit Suriname en Tom Lanoye uit België. Maar ook dichters uit Oekraïne, Liberia en Barbados komen aan het woord, bekende en onbekende, luchtige en zwaarmoedige, zoals ook de titel aangeeft. In het voorwoord wordt vermeld dat deze bundel alles ‘weerspiegelt […] waar Poetry International voor staat’ en waar ze ook in de toekomst voor blijft staan. Extra aandacht zou wel mogen uitgaan naar de vertalers van elke gedicht, van wie enkelen zelf ook dichter zijn, zoals Jabik Veenbaas en Babeth Fonchie Fotchind, maar ook Ton Naaijkens, Lisa Thunnissen en Ingrid Degraeve. Zonder hen hadden we het meeste van al dit moois niet kunnen lezen. Zoals dit fragment uit het lange gedicht ‘Toen het voorbij was’ van Ljoeba Jakymtsjoek (Oekraïne), vertaald door Eric Metz.

    ‘hier hollen kinderen rond die opgroeiden zonder stroom
    ze groeiden op in de vochtige schuilkelders van scholen en flatgebouwen
    en nodeloos zijn pathetische frasen zoals dat kinderen bloemen zijn
    want de kamerplanten gingen dood tijdens de winteravonden
    zonder warmte, zonder licht, zonder toezicht
    maar onze kinderen leerden te groeien onder beton en in de diepte
    ze leerden te leven in gangen en in badkuipen’

     

     

    De tijd is puin, De tijd is hoop (bloemlezing)
    Auteur: 55 jaar Poetry International
    Uitgeverij: Koppernik

    Er hangt iets van lente in de klas…

    Een aanrader voor iedereen die iets met het onderwijs te maken heeft (gehad), deze dikke bloemlezing van meer dan 900 gedichten over leraren, leerlingen, huiswerk, pesten, spijbelen, schoolverlaters, strafwerk, examenstress en veel meer! Het schoolleven biedt rijke stof voor dichters. Ze nemen je mee in de onderwijsgeschiedenis vanaf de middeleeuwen tot nu, met gedichten en liedteksten uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en de Nederlandse Antillen. De onderwijsgedichten brengen je in een oogwenk terug in je eigen klas, op het schoolplein, in de gymzaal, bij je schoolvrienden, bij de gepeste leerling of het piepende krijtje. Ze roepen ook herinneringen op aan de leraar die zó kon vertellen dat Willem van Oranje ieder moment kon binnenlopen. En aan de gymleraar die je zo trots maakte omdat je nu wél de kastsprong kon maken of aan de leraar voor wie je met genoegen steeds weer rijtjes Engelse woorden leerde.

    Pijn, eenzaamheid, verdriet, spijt, maar ook vrolijkheid, trots en dankbaarheid, alle emoties met betrekking tot het schoolleven komen voorbij in deze gedichten. Henk Sissing en Theo Magito brachten al in 2011 de bloemlezing Soms moet het werkelijk even stil zijn uit, maar deze nieuwe bundel overtreft de vorige in opzet en omvang. De gedichten zijn niet alleen van bekende, maar ook van veel tot nog toe onbekende dichters. Bovendien zijn er meer gedichten uit het laatste decennium opgenomen. Zoals het mooie gedicht van Paul Bezembinder over dichter en leraar klassieke talen J. H. Leopold:

    Dichterschap
    Hij gaf verdwenen talen. Aan een school
    in Rotterdam. Daaruit ontstond misschien
    die diepe eenzaamheid die in hem school,
    de angst dat iemand hem zou willen zien
    om wie hij was, – om wie hij had te zijn,
    een fluisteraar van oude stemmen zacht
    die zich in peppels om de woning klein
    verstopten voor de stiltes van de nacht.

     

     

    Er hangt iets van lente in de klas...
    Auteur: onder redactie van : Henk Sissing en Theo Magito
    Uitgeverij: Noordboek
  • Oogst week 40 – 2025

    Verspreid over de aarde

    Japan is van de aardbodem verdwenen in de nieuwe roman Verspreid over de aarde van Yoko Tawada (1960). De inwoners zwerven over de wereld en Japan wordt nu het land van sushi genoemd. Hoofdpersoon Hiruko is via Noorwegen en Zweden in Denemarken beland en heeft zelf een taal ontworpen, het Pansca, waarin ze immigrantenkinderen lesgeeft. Ze wil graag in haar moedertaal praten, maar er is niemand om dat mee te doen. Onder het opmerkelijke gezelschap om Hiruko heen bevinden zich de Deense taalkundige Knut, en Nanoek uit Groenland die vaak voor een Japanner wordt aangezien. In de vrolijke dystopie ontmoet het gezelschap op zijn zoektocht onder andere een dode walvis, een Andalusische matador en robotvrouwen.

    Volgens vertaler Luc Van Haute gebruikt Tawada altijd woordspelletjes in haar taal, maar ‘ditmaal was die uitdaging nog een stuk groter, met personages van verschillende nationaliteiten die in verschillende landen communiceren in verschillende talen.’

    Yoko Tawada is geboren in Tokio, verhuisde in 1982 naar Duitsland waar ze Duitse literatuur studeerde. Sinds 2006 woont ze in Berlijn. Tawada schrijft in het Japans en in het Duits en won vele Japanse en Duitse prijzen voor haar werk. Haar thema’s zijn de relatie tussen woorden en realiteit en het idee dat verschillen in taal assimilatie in een andere cultuur onmogelijk maken. Het gaat vaak over het overstijgen van grenzen, zowel wat betreft reizen tussen landen en culturen als de grens tussen waken en dromen, gedachten en emoties. Tawada publiceerde tientallen boeken, verhalen en essays. Ze laat zich beïnvloeden door Paul Celan en Franz Kafka.

     

    Verspreid over de aarde
    Auteur: Yoko Tawada
    Uitgeverij: Koppernik

    De zwevende wereld

    Om nog even bij Japan te blijven: Het leven van de Duits-Nederlandse arts, wetenschapper en botanicus Franz von Siebold (1796-1866) vond onderdak in De zwevende wereld, het nieuwste boek van Annejet van der Zijl. Maar niet alleen zijn leven, ook dat van zijn Japanse dochter Kusumoto Ine ‘Oine’ (1827-1903) wordt door Van der Zijl meeslepend beschreven. Oine was de eerste vrouwelijke arts in Japan en is tegenwoordig een heldin in boeken, opera’s en televisieseries.

    Von Siebold vertrok in 1823 naar de Hollandse handelspost Deshima, aanvankelijk met de opdracht om informatie te verzamelen over het toen nog grotendeels van de buitenwereld afgesloten Japan. Hij ontmoette er zijn grote liefde Sonogi en kreeg met haar dochter Oine. ‘Onder het portret dat Franz opnam in het eerste deel van Nippon, dat hij in deze maanden aan het schrijven was, noemde hij haar Otaksa, het koosnaampje dat hij zijn geliefde na de geboorte van hun dochter had gegeven.’ Helaas werd Von Siebold verbannen uit Japan. Vader en dochter zouden elkaar tientallen jaren niet zien en toen het eindelijk zover was, pakte de ontmoeting anders uit dan voorzien.
    Von Siebold werd wereldwijd beroemd als Japankenner. In Nederland kregen de vele door hem gestuurde en meegebrachte planten een plek, onder meer in de Leidse Hortus Botanicus.

    Van der Zijl schreef een uniek boek over een unieke vader en een unieke dochter, dat begint met ‘Het lijden van de jonge Siebold. (…) De vroegste kinderjaren van Philippe Franz von Siebold waren doordrenkt met tranen, de rest van zijn jeugd met oorlog.’ Het boek bevat stambomen van zijn familie en van die van Sonogi, plus een overzicht van historische en persoonlijke gebeurtenissen.

     

    De zwevende wereld
    Auteur: Annejet van der Zijl
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Afdruk

    In de nieuwe roman van Peter Brouwer, Afdruk, is Carl in de jaren tachtig student fotografie in Utrecht. Hij beleeft zijn studententijd met vrienden die korter of langer in zijn leven aanwezig zijn. Zo heeft hij een onenightstand met de twintig jaar oudere Mara die de volgende dag zijn camera lijkt te hebben gestolen. Als vijftigjarige blijkt hij in het bezit van een haarkam in de vorm van een vogel. Hij was vergeten dat hij de kam bezat en waar deze vandaan kwam weet hij niet meer. Zijn vrouw, een kunsthistorica, zet hem ertoe aan om het verhaal achter de kam te gaan uitzoeken. Maakt het voorwerp deel uit van een traumatische geschiedenis, is het verleden onzichtbaar geworden?

    In Zuid-Frankrijk zoekt Carl antwoorden op vragen die in zijn studententijd zijn ontstaan. Hij ontmoet er Patrique Rossier, een Fransman en Carls voormalige docent die teruggetrokken op de Haute-Vienne leeft. Hij bezoekt een gruwelplek uit de Tweede Wereldoorlog, het dorp Oradour sur Glane waar in 1944 de Nazi’s een massaslachting aanrichtten. Er is sprake van roofkunst en van een geschilderd portret van een meisje met een masker dat Carl op Corsica ziet. Dat herinnert hem aan de nacht met Mara.

    Peter Brouwer (1965) studeerde Duitse taal- en letterkunde. Hij is schrijver, vertaler en nuziektheatermaker. Voor Afdruk publiceerde hij al drie romans en drie poëziebundels.

     

    Afdruk
    Auteur: Peter Brouwer
    Uitgeverij: Nobelman
  • Oogst week 38 – 2025

    Oogst week 38 – 2025

    Opera der doden

    Rosalina is de laatste uit een familie van grootgrondbezitters. Zij heeft een rustig bestaan en woont alleen met haar dienstmeid in een groot oud herenhuis een Braziliaanse provinciestad. Zij koestert de oude familiegewoontes en put daar zelfvertrouwen uit. Van verandering moet ze niks hebben.
    Maar haar geïsoleerde bestaan verandert toch. Ze maakt kennis met een vreemdeling, José Felicano, en neemt hem aan als klusjesman. Hij wordt haar minnaar. Haar rust is verstoord en zij gaat een dubbelleven leiden.

    Autran Dourado (1926 – 2022) is in Nederland niet zo bekend, maar zijn werk wordt in Brazilië zeer gewaardeerd. Bij uitgeverij Koppernik verscheen in 2024 van hem de roman Het mensenschip.
    Opera der doden is vertaald en van een nawoord voorzien door Harrie Lemmens.

    Opera der doden
    Auteur: Autran Dourado
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Windhandel

    Windhandel is een begrip dat aangeeft dat er zaken aan- en verkocht worden tegen zeer speculatieve en vaak irreële prijzen, puur om er veel winst mee te behalen.
    Het gevaar is dat die handel na verloop van tijd in één keer in elkaar zakt. Voorbeelden daarvan zijn Zwarte Donderdag in 1929, Zwarte Maandag uit 1987, het uiteenspatten van de internetbubbel in 2000 en de kredietcrisis van 2007. Ook de bitcoin kent inmiddels hoge pieken en diepe dalen. En toch blijven mensen er gevoelig voor.

    In Windhandel geeft Maarten Biermans op basis van ooggetuigenverslagen een inzicht in vijf eeuwen speculeren. Met alle hoogte- en dieptepunten voor de betrokkenen van dien.

    Maarten Biermans (1974) is econoom, hij doceert duurzame financiering aan de Universiteit van Amsterdam.

    Windhandel
    Auteur: Maarten Biermans
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2025)

    Zilte windsels suikerwier

    Zilte windsels suikerwier gaat over Duifje, een meisje van 13 jaar dat zich eenzaam en vervreemd voelt in haar omgeving, en de jonge voormalige bootvluchteling Rayan. Beiden wonen in dezelfde ongezellige en naargeestige flat die op de nominatie staat om afgebroken te worden. Duifje woont er antikraak met haar moeder, Rayan is daar met zijn ouders terecht gekomen na zijn tijd in het AZC.

    Duifje worstelt met het feit dat ze diabetes heeft en de daaraan klevende ongemakken en Rayan associeert gebeurtenissen met dingen uit zijn pijnlijke verleden. Zij ontwikkelen een vriendschap en vinden steun bij elkaar. Samen krijgen ze te maken met de plaatselijke pestkoppen.

    Inge Nicole is het pseudoniem van Inge Nicole Bak (1968).
    Inge Nicole Bak debuteerde in 1994 als schrijfster van poëzie met de bundel Nachtbloem.
    Naast het schrijven van proza en poëzie, maakt zij ook beeldend werk. In Zilte windsels suikerwier zijn 11 acrylverf collages van de auteur opgenomen.

    Zilte windsels suikerwier
    Auteur: Inge Nicole
    Uitgeverij: Uitgeverij In de Knipscheer
  • Geen helden, maar gewone mensen

    Geen helden, maar gewone mensen

    Het debuut Zwarte zomer van Tea Tupajić verscheen onlangs in juli, dertig jaar na de verschrikkingen in Srebrenica in 1995. Het Nederlandse vredesbataljon ‘Dutchbat III’, werd daar door de VN gestationeerd om de moslimenclave en de door de VN toegewezen veilige zone te beschermen tijdens de Bosnische burgeroorlog. Maar dat liep mis.

    Op 11 juli vonden hevige gevechten plaats tussen de Bosnische Moslims en de Bosnische Serviërs. De moslimenclave viel en na de overgave overtuigde kolonel-generaal Mladić de Dutchbat leiding dat de overdracht van de inwoners noodzakelijk was voor hun veiligheid. Het bleek een valstrik. In de dagen die volgden werden bijna 8400 Bosnische moslimmannen en -jongens gedood door de Bosnisch-Servische troepen.

    Tea Tupajić (1984, Sarajevo) is film- en theaterregisseur. Zij reisde door heel Nederland en sprak met meer dan honderd veteranen. Zwarte zomer is gebaseerd op het theaterstuk Dark Numbers dat ze in 2018 maakteover en met Dutchbat-veteranen. In het boek verweeft Tupajić de herinneringen van zes slachtoffers, waardoor het een dwarsdoorsnede van ervaringen wordt. Al is het aanvankelijk gissen wie er aan het woord is.

    Deze mensen, mannen en vrouwen, jong en onervaren of ouder met meer ervaring, waren tijdens de bloedhete zomer van 1995 getuige van de verschrikkingen. Nog steeds leven ze met de trauma’s en nabeelden ervan op hun netvlies. Soms zijn het slechts een paar zinnen op een bladzijde, wat indringend overkomt, omdat er ook veel wordt weggelaten. De getuigen hebben hun ervaringen heel verschillend beleefd. Soms zijn die rauw en benemen je de adem, dan weer zijn ze afstandelijk, relativerend.

    Dwarsdoorsnede van ervaringen
    Twee jonge vrouwen die de ernst van hun missie aanvankelijk niet zo duidelijk in de gaten hadden, worden in één keer volwassen als ze oog in oog met de vijand staan. ‘Ik sta bij de poort. Ik zie vijfentwintigduizend vluchtelingen die allemaal de compound in willen. We hebben plek voor vijfduizend. We moeten een selectie maken.’ Na een halve bladspiegel witregels eindigt het stukje. ‘Alleen vrouwen en kinderen.’

    Een legerarts staat voor moeilijke keuzes en een onwerkbare situatie. Een man moet na de oorlog in het reine komen met PTTS. Een ander wilde graag net zo heldhaftig worden als zijn grootvaders die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zaten. Het zijn de mooie, en gruwelijke herinneringen, grappige anekdotes en morbide grappen die een eerlijke inkijk geven in wat er destijds gebeurd is. In het laatste hoofdstuk presenteert de auteur zich, en horen we bij monde van een van de slachtoffers meer over haar motief om dit boekje te maken.

    Dark numbers en zwarte zomer
    Zwarte zomer is mooi opgebouwd, gaandeweg weet je (toch) wie er aan het woord is en dringt de pijn en onzekerheid van de slachtoffers steeds dieper tot je door. Zoals de twijfel als je moet kiezen tussen menselijkheid en militair handelen. ‘Ik handelde overeenkomstig de opdracht. Maar was de opdracht goed? Had ik de opdracht moeten negeren.’ En later als de confrontatie met het thuisfront komt, waar de beste stuurlui aan wal stonden, overheerste de twijfel. ‘Ben ik een goede soldaat geweest of een lafaard?’ Dat dealen met het onbegrip van de buitenstaanders wat er bij dergelijke traumatische ervaringen altijd is, bleek voor iedereen moeilijk en ingewikkeld.

    Enkele veteranen die in het boek voorkomen speelden ook mee in het theaterstuk Dark numbers. In een interview met Herien Wensink in De Morgen in 2019 zegt Tupajić:

    ‘Het wordt hen verweten dat ze zich niet als helden hebben gedragen daar. Maar het zijn geen helden, het zijn gewone mensen, mensen die worstelen en fouten maken. Hoe houden zij zich staande in zo’n situatie? En erna? Goed, ze leven nog. Maar als ik naar ze kijk, vraag ik me af of ze het zo goed hebben doorstaan. Hebben ze het wel overleefd? Of zijn ze alleen maar lichamelijk ongeschonden teruggekomen?’

    Zwarte zomer is een aangrijpend relaas van de verschrikkingen van een oorlog, een genocide, gezien door de ogen van gewone mensen. Het is een eyeopener voor gewone mensen die er niet bij waren en die geen idee hebben wat zich daar heeft afgespeeld. Kortom, een belangwekkend boek over een geschiedenis die niet in de vergetelheid mag raken.

  • Oogst week 26 – 2025



    Addertje

    Van dichter en kunstenaar Jolanda Kooijmans verscheen eerder werk in onder andere De Revisor, Ooteoote, Deus ex Machina en in de bundels De Branie en De aarde nu. In 2020 debuuteerde ze met Twee ton

    In haar nieuwste bundel, Addertje ontmoeten we het demonische wezen Addertje dat haar moeder zoekt. Het bange meisje Zuuz dat de stem van de duivel heeft gehoord. Haar oudoom Drie die eindeloos op sterven ligt. De kinder misbruikende priester Bubblebeez die de hel onder zijn toog meedraagt. De eeuwig klagende treinreiziger Constant en de zeldzame watersatan, aan de andere kant van het gangpad, die het op hem gemunt heeft.

    Addertje is een wonderlijk lichte, fijnzinnige en diepzinnige dichtbundel over de duivel. De vier verhalende gedichten gaan over het kwaad, over vervreemding, verdraaiing, angst, het verloren lopen in de wereld, het passeren van een kritische grens. Het archetype van de duivel wordt opnieuw geboren in een veelheid van vormen en gedaanten en hij is verrassend anders dan je denkt.

    oké
    genoeg poëzie

    Addertje is geboren
    op slag en compleet
    een schepsel

    en wat betekent dan Addertjes naam?

    Addertjes naam is: de niet op gerekende
    maar ook: de verrassende
    maar ook: de zeker wetende
    dat alles uiteindelijk zal worden rechtgezet

    Addertjes naam is de lach in het vuistje

    allemaal waar
    maar op dit moment is ze maar één ding:
    honger

     

    Addertje
    Auteur: Jolanda Kooijmans
    Uitgeverij: Koppernik

    Achter het glas

    Onna Kosters is docent Engels en promoveerde op het werk van James Joyce. Hij vertaalde gedichten van Beckett en Seamus Heaney. Zijn eigen werk staat in de traditie van de dichters die hij vertaalde. Hij schrijft vaak lange gedichten waarin meerdere verhaallijnen elkaar aflossen en betekenis geven. Met het gedicht ‘Doe-het-zelf’ won hij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012. 

    In Achter het glas gaat het om kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: glazen ogen zijn overal. In lange, meanderende gedichten en heldere, compacte lyriek legt Kosters de huidige tijd bloot.
    Gewapend is het glas, gewapend is het veilig. Aan welke kant van het glas bevind je je? Weet je het antwoord pas als je het breekt? Onno Kosters leidt je langs en door de transparante wanden die ons scheiden van de werkelijkheid: beeldschermbril en dwazenspiegel, touchscreen en monitor, televisie en surveillancelens. Kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: de glazen ogen zijn overal. Hoe verhoud je je achter het glas tot de ander, tot de wereld en tot jezelf?

    Alsof je er niet bij bent
    gaat het leven ’s ochtends aan en ’s avonds uit. 

    De dagen lichtreuzen
    en ondertussen 

    alsof je er niet bij bent
    beweeg je of het uitmaakt, 

    hou je je staande op het lichaam
    dat je staand houdt

     

     

    Achter het glas
    Auteur: Onno Kosters
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De onderkant

    Als psychotherapeute en als dichter – van Soldatenliederen (1991) tot en met Berichten van het front (2020) – heeft Anna Enquist steeds achter en onder de dingen gekeken, tegels lichtend van de ziel en vliezen wegtrekkend van de oppervlakkige werkelijkheid, om te verkennen wat er woelt en woedt in de duistere ‘ruimte onder grond en mos’. In deze nieuwe bundel, haar tiende, vervolgt ze die missie met onverminderde passie en vasthoudendheid. Wat daar zoal wordt aangetroffen: een innerlijk toneel van krimp, benauwd geluk, de glimmende hoeven van een sater, een wak in de winter. Ook de dood heeft er een vooraanstaande plaats in gekregen.

    Het blauwe touwtje

    Leg de duizend dingen van de dode
    op de tafel. Een hondenhalsband rood
    als bloedkoraal. Injectiespuiten, herderstas.
    Elk voorwerp vastpakken, bekijken, ordenen,
    beschrijven. Je observeert, je voelt niets.

    Duizend herinneringen in een tijdlijn
    plaatsen. De herder slurpte rode wijn
    met suiker; zijn hond piste op ons terras.
    ‘Onder de steen leeft hij, de hagedis’.
    Hij zei het vriendelijk. Het deed me niets.

    Maar nu, bij de al jaren droogstaande
    schapentrog, vind ik het blauwe touwtje.
    Thuis in elke herdersbroekzak om een hek
    te sluiten, een boom te markeren. Fel blauw,
    als vroeger. Ik pak het op. En dan, ja, dan.

     



    De onderkant
    Auteur: Anna Enquist
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Een monument voor alle Russische ‘meisjes’

    Een monument voor alle Russische ‘meisjes’

    De Russische schrijver en vredesactivist Daria Serenko (1993) komt na haar afstuderen te werken in een kleine regionale bibliotheek, op een kantoor zonder ramen, maar met fotobehang vol tropisch groen en schuimende watervallen. Verscholen achter grote monitoren zitten, bijna onzichtbaar, ‘de meisjes’. Daria wordt één van ‘de meisjes’ waarop de instituties van de Russische bureaucratie zijn gebouwd. ‘De meisjes’ vormen de kruipolie van het hele staatsapparaat en zijn voor het functioneren daarvan volkomen inwisselbaar. De individualiteit wordt door de tandraderen van dat apparaat vermorzeld. De kalender van de menstruatiecyclus hangt naast die van de belangrijkste data uit de geschiedenis van Rusland. Dit beeld wordt in een prachtige tekening treffend gevisualiseerd door het raamwerk van de maanden van het jaar af te beelden als de spijlen van een cel waarachter ‘de meisjes’ gevangen zitten. Niet zonder een wrang gevoel voor humor schetst Serenko de krankzinnige werking van die bureaucratie in een treffende anekdote. Als kort voor de opening van een tentoonstelling van een beroemde kunstenaar in de galerie waar Daria inmiddels werkt het bericht komt dat de kunstenaar onverwachts is overleden en dat over een paar dagen de begrafenis zal plaatsvinden zodat de tentoonstelling helaas niet kan doorgaan, reageert haar leidinggevende totaal verbijsterd: ‘Overleden? Ik kan niet zomaar iets annuleren dat al naar het departement is gestuurd.’ Als Daria vervolgens antwoordt: ‘Maar ú annuleert het toch niet, dat doet de dood.’, krijgt zij te horen ‘De dood is geen geldig excuus, probeer er een herdenkingstentoonstelling van te maken’.

    Dun ijs is gevaarlijk

    ‘De meisjes’ worden voortdurend in de gaten gehouden en moeten voor elke kleinigheid verantwoording afleggen. Dat de angst een geïnstitutionaliseerd verschijnsel is en voortdurend levend gehouden moet worden, toont de volgende anekdote. Op een gegeven moment komt er een oekaze van het Ministerie van Noodsituaties met het bevel een bepaalde screensaver op alle schermen van de instelling te installeren. De screensaver toont een breed dal met een dichtgevroren, besneeuwde rivier. Een paar seconden gebeurt er dan helemaal niets. Daarna verschijnen er plotseling twee mensen in beeld van op de rug gezien. Zij lopen hand in hand naar de rivier. Daar staan ze even stil. Dan overschrijden zij een grens, stappen op het ijs en verdwijnen onder water zonder nog boven te komen. Boven in beeld verschijnt in grote cursieve letters: Dun ijs is gevaarlijk!  Met andere woorden: ‘Pas op dat je je houd aan de richtlijnen van de staat, anders loopt het niet goed met je af.’

    Niet klein te krijgen, ‘die meisjes’

    Toch zijn ‘de meisjes’ hun individualiteit niet echt kwijt en broeit er onderhuids ook verzet. Soms komt dat tot uiting door het initiatief van een van die rots-in-de-branding-meisjes, Oksana. Zij neemt als eerste ontslag. Daarna pas volgen de anderen, collectief. Aanvankelijk lijkt het goed te gaan met Oksana. Zij gaat samenwonen met haar vrouw, schrijft een roman en krijgt een prijs. Maar dan wordt een heel literatuurfestival waarop zij een lezing zou geven afgelast. Oksana wordt aan de schandpaal genageld als een perverseling, een lesbo, een pot en sodomiet, een heks en een bedreiging voor de traditie. Hoe ‘de meisjes’ ook proberen hun instituties te ontvluchten, de instituties halen ze altijd weer in en verzwelgen ze

    Een tweeluik

    Ik wens mijn huis as bestaat uit twee delen. In het eerste deel, ‘Meisjes en instituties’, geeft Daria Serenko een beschrijving van haar werkervaringen in overheidsinstellingen als bibliotheken, galeries en universiteiten na haar afstuderen.

    Deel twee gaat over haar leven in de gevangenis. Zij was aanhanger van Navalny en werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen de oorlog in Oekraïne. In de gevangenis krijgt zij te maken met het keiharde regime dat daar geldt, waarin lichamelijk geweld, seksuele intimidatie en eenzame opsluiting behoren tot het standaardrepertoire om mensen geestelijk te breken. Daar komt zij echter ook in contact met mensen uit sociale lagen van de bevolking die haar eigenlijk vreemd zijn. Zelf heeft zij een intellectuele achtergrond van mensen uit een universitair milieu waarin boeken en tijdschriften gelezen worden, en waarin gediscussieerd wordt over politiek. In de gevangenis zitten veelal mensen die een misdrijf hebben begaan, die gewend zijn van dag tot dag te leven en in wier leven dronkenschap en prostitutie de gewoonste zaken van de wereld zijn. Er zitten weinig ‘politieken’ in de gevangenis. Die worden dan ook vol wantrouwen bekeken. Als zij na haar eenzame opsluiting een paar volksvrouwen als celgenoten krijgt, moet zij eerst door dat wantrouwen heen breken. Dan ontstaat er begrip en uiteindelijk ook een band tussen de vrouwen.

    Requiem voor Rusland

    Steeds meer komt Daria Serenko er achter dat zij het leven in Rusland haat, dat zij het land haat dat gebouwd is op onderdrukking, op leugens en geschiedvervalsing, hoeveel pijn het ook kost om dit voor zichzelf te erkennen. Na haar vrijlating gaat zij, zoals zoveel Russen, in ballingschap naar Georgië.

    De situatie in het huidige Rusland is, zeker voor vrouwen, hopeloos, vooral na de dood van Navalny van wie Serenko een vurig aanhanger was. Ik wens mijn huis as is een vlammende kreet van verontwaardiging, pijn en wanhoop van een getormenteerde schrijver. Het is een hartstochtelijk requiem in woord en beeld voor de meisjes van Rusland, zoals zij haar seksegenoten werkzaam in alle geledingen van de Russische bureaucratie noemt. Persoonlijke anekdotes op de werkvloer en in de gevangenis zet zij kracht bij in wrange, maar ook ontroerende tekeningen en in beklemmende gedichten, die je soms tot tranen toe beroeren. Zo richt Daria Serenko in Ik wens mijn huis as een klein monument op voor, wat zij noemt, alle Russische meisjes.