• Kafka’s leven in brieven

    Kafka’s leven in brieven

    Ik moet u zo ontzettend schrijven, een keuze uit de brieven van Franz Kafka, is een van de laatste vertalingen van Willem van Toorn (1935-2024). Hij vertaalde vrijwel alles van Kafka, ook de briefwisseling tussen Kafka en Max Brod – levenslange vriend en latere biograaf – waarvan veel brieven in deze bundeling zijn terechtgekomen. De titel is ontleend aan één van de brieven aan Milena, een van Kafka’s geliefden. Het is een ‘strikt persoonlijke keuze’ schrijft Van Toorn in de inleiding, het zijn de brieven die hem het meest vertelden over de mens en de schrijver Kafka. In 2024 verscheen ook nog een boekje met Van Toorns essays: Kafka voor beginners, als een afscheid van zijn lezers.

    De bijna driehonderd door Van Toorn gekozen brieven van Kafka zijn van 1900 tot 1920 geschreven aan vrienden, familie, geliefden, en uitgevers. Ze staan in chronologische volgorde, zodat ze een beeld geven van Kafka’s leven en ontwikkeling tot vier jaar voor zijn dood. De laatste jaren ontbreken helaas, misschien ontbrak het Van Toorn aan tijd de briefwisseling af te maken. De laatste vier jaar vat hij samen in één pagina commentaar, geen brief uit deze belangrijke periode. Ook omdat het vijfde en laatste deel van de uitgave van de Briefe van Kafka die door Hans-Gerd Koch is samengesteld, pas later dit jaar zal verschijnen. Alle brieven en kaarten in deze uitgave zijn voorzien van uitgebreide bronvermelding en commentaar. 

    Belangrijk materiaal voor biografen

    Achter de brieven in zijn vertaling heeft Van Toorn een korte toelichting geschreven, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de beschikbare bronnen door Kafka-specialisten Hans-Gerd Koch, Hartmut Binder en Klaus Wagenbach. Helaas staat er in deze uitgave geen register op de ontvangers, dat het op- en terugzoeken van de brieven voor de lezers eenvoudiger zou kunnen maken.  

    De brieven en dagboeken zijn belangrijk materiaal geweest voor de biografen van Kafka, die na de eerste biografie van Max Brod uiteindelijk beter in staat waren een minder persoonlijk gekleurd en ongecensureerd beeld van Kafka te geven. Deze keuze uit de brieven Kafka is ook een unieke bron om de mens Kafka te leren kennen: een uiterst vriendelijke, gevoelige, fundamenteel twijfelende en ook humoristische Kafka. Zijn brieven, en niet te vergeten zijn dagboeken, omvatten bij elkaar veel meer tekst dan al zijn verhalen en romans bij elkaar. Kafka zelf zou waarschijnlijk, net als van zijn nagelaten romans en andere teksten, nooit gewild hebben dat ze werden gepubliceerd. Hij wilde die manuscripten zelfs laten vernietigen. Gelukkig heeft zijn vriend Max Brod die wens van Kafka niet echt serieus genomen en vrijwel alles laten publiceren dat volgens hem de moeite waard was. 

    Literaire juweeltjes

    Veel van Kafka’s brieven zijn literaire juweeltjes. In een van de eerste gekozen brieven schrijft de 20-jarige Kafka aan zijn vriend Oskar Pollak de beroemd geworden zin ‘We hebben de boeken nodig die ons treffen als een ongeluk dat ons veel pijn doet, zoals de dood van iemand die wij meer liefhadden dan onszelf, alsof we verstoten waren naar de bossen, ver van alle mensen, als een zelfmoord, een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in onszelf.’ 

    Het grootste deel van de gekozen brieven is geschreven aan zijn geliefde Felice Bauer, van september 1912 tot begin 1918. Deze brieven ‘getuigen van een grote gespletenheid van Kafka ten opzichte van Felice’ schrijft Van Toorn in een van zijn commentaren. Het was een bijzonder moeizame relatie die verschillende keren aan en uit ging, zoals met de dramatische woorden van Kafka in een brief uit mei 2013: ‘Dit is dus het einde Felice met dit zwijgen laat je me los en maak je een einde aan mijn hoop op het enige geluk dat op aarde voor mij mogelijk is.’

    Ruim vier jaar later schrijft Kafka aan zijn zuster Ottla over een bezoek van Felice: ‘De dagen met F. waren erg (…) en de laatste middag heb ik meer gehuild dan in alle jaren in mijn kindertijd.’ In zijn ‘vermoedelijk’ laatste brief aan Felice Bauer: ‘Een ding wilde ik nog zeggen: er waren en zijn ogenblikken waarop voor mij (…) iets in wezen hogers door lijkt te breken, maar ik ben, zoals altijd, te zwak om het vast te houden of het tegenover mij in stand te houden’.     

    Brieven aan Milena Jesenska-Polak

    Naast deze brieven zijn er veel aan vriend Max Brod en de bekende brieven aan Milena Jesenska-Polak, met wie Kafka vanaf maart 1920 een intieme, niet alleen epistolaire liefdesverhouding onderhield. Over haar brieven schrijft Kafka aan Milena dat ze ‘als geheel, bijna in elke regel, het mooiste (zijn) wat mij in mijn leven is overkomen’. Ook schreef hij haar ‘Enige tijd geleden heb ik je gevraagd niet elke dag te schrijven, ik was bang voor de brieven; als er een keer geen kwam was ik rustiger; als ik er één op de tafel zag liggen, moest ik al mijn krachten verzamelen en dat was bij lange na niet genoeg – en vandaag zou ik ongelukkig zijn geweest als deze kaarten (…) niet waren gekomen. Dank je.’ 

    De laatste brief die Van Toorn koos, is aan Kafka’s zus Ottla over zijn aankomst in Matliary in de Tatra waar Ottla een kamer voor hem heeft gereserveerd. Zij was zelf niet meegekomen, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, schrijft Van Toorn in zijn commentaar ‘omdat ze bang was voor besmetting’. Kafka had tuberculose. In Matliary zou hij student Robert Klopstock die ook aan tuberculose leed, ontmoeten. ‘Klopstock zou hem tot op het moment van zijn sterven terzijde staan.’
    Voor de brieven uit de laatste jaren tot juni 1923 is de lezer aangewezen op het laatste deel van de – oorspronkelijke, duitstalige – Briefe dat in november zal verschijnen.  



  • Oogst week 21 – 2025

    Leeft een rivier?

    Steeds vaker hoor je berichten over initiatieven die ervoor (willen) zorgen dat de natuur de status van rechtspersoon krijgt. Zowel in Nederland als daarbuiten. Net als mensen en bedrijven wordt de natuur daarmee door het rechtssysteem erkend als zelfstandige entiteit, en kunnen er namens de natuur rechtszaken aangespannen worden.
    In Nederland is op dit gebied de Stichting Rechten van de Natuur opgericht.

    De Engelse natuurschrijver Robert Mcfarlane is een overtuigd aanhanger van rechten voor de natuur. Zijn werk wordt internationaal gewaardeerd, hij won er prijzen mee en soms werden er op basis van zijn boeken ook documentaires gemaakt. Van hem is nu bij Uitgeverij Athenaeum Leeft een rivier? verschenen. Centraal daarin staan drie grote stroomgebieden die in gevaar zijn in Ecuador, India en Canada. Hij behandelt niet alleen het aloude nut van rivieren als vervoermiddel, leverancier van energie en drinkwater e.d., maar hij gaat vooral in op de gevaren die de rivieren bedreigen als gevolg van vervuiling, droogte en indamming.

    Leeft een rivier?
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2025)

    Alma

    De ene puber is de andere niet. Dat weten we allemaal. In Alma krijgt de hoofdpersoon te maken met een zoon die van de een op de andere dag echt in de weerstand gaat. Hij wil niet meer naar school, is niet aanspreekbaar en zit alleen maar te gamen en te blowen.

    Alma is psychiater en is prima in staat om anderen van goed advies te voorzien. Maar hoe moeilijk is het als het haar eigen zoon betreft! Niet alleen in de omgang met hem, maar ook in relatie tot haar man, de andere zoon èn zichzelf!

    Judith de Graaf is psychotherapeut. In 2024 verscheen van haar de roman Ontijd, een familieroman over voltooid leven. Ze schreef ook korte verhalen. Die verschenen o.a. in literair tijdschrift Extaze. Als psychotherapeut is zij o.a. actief bij gezins- en opvoedingsproblemen.

    Alma zal op 5 juni a.s. bij boekhandel Broese in Utrecht gepresenteerd worden.

    Alma
    Auteur: Judith de Graaf
    Uitgeverij: Uitgeverij De Brouwerij

    De omvang van de wereld

    In het werk van een van de grootste schrijvers van Europa, de Portugees António
    Lobo Antunes (1942), komen vaak dezelfde thema’s voor. Macht, dood en oorlog. Zijn werk kenmerkt zich echter ook door humor, al is die soms ver te zoeken. Hij gebruikt vaak verschillende vertelstemmen en autobiografische elementen in zijn werk.
    Zo ook in De omvang van de wereld. Daarin vertellen vier personages het verhaal. Een oude zieke man, zijn buitenechtelijke dochter, zijn huisgenote en haar minnaar. Ze zijn allemaal op enige manier met elkaar verbonden.
    Het verhaal doet er in dit boek minder toe. Het zijn vooral monologen, overpeinzingen, van de vier personages die betrekking hebben op al dan niet betrouwbare herinneringen aan de jeugd, de geboortegrond, de stad (Lissabon), gevoelens van eenzaamheid en andere existentiële waarden.
    Het is geen lineair verhaal. Elk hoofdstuk bestaat uit één lange zin, veel interpunctie, herhalingen en andere stijlmethoden.
    Harrie Lemmens vertaalde het boek en voorzag het van een nawoord. Arjan Peters schreef de inleiding. Volgens Lobo Antunes is De omvang van de wereld zijn laatste boek.

    De omvang van de wereld
    Auteur: António Lobo Antunes
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Maaskant Haun (2025)
  • Manon Lescaut: tussen kunst en kitsch

    Manon Lescaut: tussen kunst en kitsch

    De roman Manon Lescaut uit 1731 is geschreven door Abbé Prévost (1697-1763) en diende als basis voor de beroemde opera van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924). Dat is allemaal bekend, maar niet helemaal correct. De titel van de roman luidt namelijk: Het verhaal van chevalier Des Grieux en Manon Lescait en de auteur heet voluit Antoine François (Abbé) Prévost d’Exiles. Toen zijn boek uitkwam, werd het meteen verboden vanwege het schandalige gedrag van de hoofdpersonen wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het onmiddellijke succes. Het is een klassieke raamvertelling: de fictieve markies de Renoncourt heeft het verhaal ‘volkomen exact en waarheidsgetrouw’ opgeschreven zoals de chevalier hem dat verteld heeft. We krijgen daarmee ook de visie van de chevalier op de gebeurtenissen en ook zijn kijk op Manon Lescaut. Zij heeft nauwelijks een eigen stem, behalve in de dialogen met de chevalier. Voor de achttiende eeuw is dat niet vreemd, maar heden ten dage doet dat nogal gemankeerd aan.

    Abbé Prévost

    Abbé Prévost is in 1726 tot priester gewijd, maar het leven als monnik bevalt hem niet en hij gaat naar Engeland. Als huisleraar geeft hij Franse les, maar een leerlinge wordt verliefd op hem waarop hij wordt weggestuurd en de dochter uitgehuwelijkt wordt. Hij wil van zijn pen gaan leven en gaat naar Nederland omdat daar geen gebrek aan uitgevers is. In december 1730 sluit hij een contract met Étienne Néaulme (1701-1753) voor de romanreeks Mémoires d’un homme de qualité. Het zevende deel houdt met deze romanreeks slechts losjes verband: L’Histoire du chevalier des Grieux et de Manon Lescaut waarin de auteur misschien wel zijn liefde voor de Haagse courtisane Lenki Eckhardt heeft verwerkt. Prévost ondertekent zoveel contracten (en incasseert zoveel voorschotten), dat hij niet alle manuscripten op tijd kan inleveren. Op 17 januari 1733 wordt hij in Den Haag failliet verklaard, waarop hij opnieuw naar Engeland vlucht. Daar overspeelt hij zijn hand: in 1733 vervalst hij een schuldbekentenis, een misdrijf waarop hoge straffen staan. Eerloos en geruïneerd keert hij terug naar Frankrijk, waar de paus hem zijn afvalligheid van het katholieke geloof vergeeft: hij mag intreden in een Normandische abdij en wordt later aalmoezenier in Parijs. Publiceren is in die functies blijkbaar geen bezwaar: hij specialiseert zich in romanachtige geschiedenisboeken, biografieën, reisverhalen en vertalingen uit het Engels voor hij op 66-jarige leeftijd overlijdt.

    Het verhaal van Manon Lescaut

    Waar draait het om in de roman over Manon Lescaut? Het is, volgens het voorbericht van markies de Renancour, ter leringe ende vermaak: ‘Het is aangename lectuur en bevat bovendien maar weinig gebeurtenissen die niet tot lering kunnen strekken; ik sticht mijn lezers terwijl ik ze vermaak, en bewijs ze daarmee volgens mij een grote dienst.’

    In het eerste deel van het verhaal ontmoet de chevalier Manon Lescaut in een herberg, voordat zij – tegen haar zin – naar een klooster gestuurd wordt. Hij ontfermt zich over haar en ze gaan in Parijs samenwonen, maar hij kan haar niet onderhouden en ‘(…) in plaats van me boos te maken over de bedragen die zij soms over de balk smeet stond ik [de chevalier] direct klaar om haar alles te geven waarvan ik dacht dat het haar zou kunnen gerieven.’ Om aan geld te komen lijkt het erop dat Manon haar toegewijde geliefde bedriegt met een rijke, oudere man. Of wil ze hem enkel een flinke som geld afhandig maken waarmee ze comfortabel met de chevalier kan leven? Er volgen vele verwikkelingen: de chevalier is ‘ (…) geboren voor kortstondige vreugde en langdurig verdriet. Bevrijdde Vrouwe Fortuna me uit de ene afgrond, dan stortte ze me onmiddellijk weer in de andere.’

    Het tweede deel van het verhaal begint ermee dat een jonge edelman verliefd wordt op Manon Lescaut. Ze wil ‘(…) zijn geschenken aannemen en hem dan uitlachen.’ Hij biedt haar inderdaad een huis aan en een royaal jaargeld. Maar hij is wel zo slim dat ze eerst moet komen voordat hij haar het geld geeft. Ze belooft aan de chevalier meteen terug te komen zodra ze het geld in handen heeft. In plaats daarvan stuurt ze een mooi meisje met een briefje van haar: ze blijft liever een tijdje bij haar rijke minnaar om hem zo nog meer geld afhandig te kunnen maken. De chevalier stuurt het meisje terug en twijfelt aan de bedoelingen van Manon Lescaut: hij heeft niets meer dan liefde en trouw te bieden terwijl zij misschien op zijn armoe neerkijkt en met zijn argeloosheid spot.

    Wat interessanter is dan de vele verwikkelingen in het verhaal is de historische achtergrond in het tweede deel: begin 1720 worden meer dan honderd vrouwen uit een gevangenis in Parijs verscheept naar Louisiana, de Franse kolonie aan de Golf van Mexico. Ze zijn beschuldigd van prostitutie, maar de meesten zijn op grond van valse beschuldigingen opgepakt. De overtocht vindt plaats onder erbarmelijke omstandigheden: de vrouwen zitten aan elkaar geketend in een krap scheepsruim, met te weinig eten en drinken, waardoor meer dan de helft van hen de oversteek niet overleeft. Degenen die het wel overleven, moeten in Nouvel Orléans (het huidige New Orleans) een nieuw bestaan zien op te bouwen. Dit lot ondergaat ook Manon Lescaut in de roman. De chevalier reist echter met haar mee en raakt in een duel verwikkeld met een neef van de Gouverneur. Ze vluchten en Manon Lescaut overlijdt in de wildernis. Het slot van het verhaal wordt afgeraffeld: de chevalier keert terug naar Frankrijk.

    Het nachleben van Manon Lescaut

    Het verhaal van Manon Lescaut is bewerkt tot één of meer balletten, toneelstukken, televisieseries, speelfilms en opera’s. Het beroemdst is de opera van Puccini die van Manon Lescaut een tragische heldin maakt met wie het publiek kan meeleven. Ze is daarmee de eerste van de nog beroemdere vrouwen uit Puccini’s latere opera’s: Mimì (La Bohème, 1896), Floria Tosca (Tosca, 1900) en Cio-Cio-San (Madama Butterfly, 1904). In Puccini’s opera valt de chevalier op het eind – wanneer Manon Lescaut is gestorven – gek van verdriet in zwijm op haar dode lichaam.

    In Nederland zijn we inmiddels aan de derde vertaling toe van de roman. Martin de Haan werd voorafgegaan door J.A. Sandfort en Daan de Jong. In zijn inleiding wijst De Haan op ‘(…) de overdreven weergave van de gebeurtenissen zelf, die de personages even onwaarschijnlijk maakt als figuren uit een opera.’ Daarom zijn de gebeurtenissen in dit boek – ondanks alle goede bedoelingen – vooral kitsch en worden ze pas kunst in de opera van Puccini. Naar een opera ga je immers voor de muziek en is het verhaal maar bijzaak.

     

     

  • Oogst week 20 – 2024

    Het land achter de zee

    Midden in de grootste hedendaagse crisis tussen Israël en de Palestijnen is er een boek verschenen dat vertelt over de Joodse overlevenden van de Holocaust die na de oorlog naar Palestina vertrokken, destijds nog Brits mandaatgebied. Het land achter de zee is gebaseerd op een ooggetuigenverslag dat historisch letterkundige dr. Frans Blom een aantal jaar geleden in handen kreeg.

    Het is niet alleen een hoofdstuk uit de pijnlijke geschiedenis van het Palestijnse volk en Israël, het laat ook het verband zien met huidige vluchtelingencrises. De Joodse vluchtelingen werden beschouwd als illegale migranten en geïnterneerd in kampen op Cyprus waar tienduizenden werden opgesloten. Dat deze kampen hebben bestaan was al lang bekend, maar persoonlijke verhalen over dit drama waren dat nog niet of nauwelijks.

    Het ooggetuigenverslag is van de hand van de Joodse Amsterdammer Emil Pimentel (1923-1988), die twee jaar in zo’n kamp heeft vastgezeten en die in 1988 in Israël is overleden. Zijn zoon bezorgde het materiaal dat Emil had geschreven. Het was heel veel: dagboeken, gedichten, brieven en korte verhalen. Niemand had het ooit gelezen. Dat heeft zijn familie pas dertig jaar na zijn dood gedaan.

    In voorwoord ‘Tot de lezer’ staat: ‘Het verhaal van Emiles migratie is een essentieel onderdeel van de Joodse naoorlogse geschiedenis en de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Tegelijk kan het een spiegel zijn voor het heden. Het grootste conflict van het Midden-Oosten, dat door de migratie na de Holocaust voor het eerst hevig oplaaide en nu bijna dagelijks het nieuws beheerst, is na 75 jaar strijd zo diepgeworteld en zo complex dat er ondanks herhaalde pogingen nog geen begin van een oplossing in zicht is.’

    Het land achter de zee
    Auteur: Frans R.E. Blom, Vivian Beekman
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2024)

    Wat onbesproken bleef

    In Wat onbesproken bleef doet Daniël erg zijn best om met zijn vader in gesprek te gaan om zo achter een hoop geheimzinnigheid te komen. Maar het gaat moeizaam, zeker als Daniël vraagt over de oorlog en zijn Joodse moeder.

    Pas als hij een map met aantekeningen van zijn vader uit de oorlog vindt, krijgt hij iets meer beeld over zowel het leven van zijn vader, die als soldaat in het Duitse leger diende, als dat van zijn moeder.

    Nog even had iedereen gehoopt dat Niek Bremen de presentatie van zijn laatste boek Wat onbesproken bleef zou kunnen bijwonen, maar helaas. De Limburgse schrijver Niek Bremen overleed half maart van dit jaar, zijn boek is onlangs, op 11 mei jl. postuum gepresenteerd. Bremen begon pas laat met schrijven, op 72-jarige leeftijd debuteerde hij met zijn roman Bang voor de liefde. Ook heeft hij verschillende verhalenbundels geschreven. Over Wat ons raakt uit 2021 schreef Daan Lameijer op deze website: ‘Bremen raakt ons ontegenzeggelijk, maar richt zijn pijlen niet op de onderbuik. Liever schotelt hij ons een wonderlijke combinatie voor van gitzwarte nationale historie, niet waargemaakte dromen en een lachwekkende nietszeggendheid.’ Lees hier de hele recensie.

     

     

     

     

     

    Wat onbesproken bleef
    Auteur: Niek Bremen
    Uitgeverij: Uitgeverij In de Knipscheer (2024)

    Van licht naar duisternis

    Aan het begin van de twintigste eeuw bloeiden in Wenen de kunsten en de wetenschap als nooit tevoren. Als we aan bekende namen denken uit die tijd, betreft dat in vrijwel alle gevallen mannen. Alsof de vrouwen niet bestonden of geen belangrijke rol speelden. Met Van licht naar duisternis brengt Kris Lauwerys daar, voor in ieder geval drie vrouwen, verandering in. Het gaat om Emilie Flöge, Milena Jesenská en Veza Taubner-Calderon (Veza Canetti).

    Emilie Flöge was een succesvol modeontwerpster. Gustav Klimt was haar vriend en bewonderaar die haar o.a. afbeeldde in haar eigen ontwerpen op zijn nu zo beroemde werken.
    Milena Jesenská was schrijfster en journalist. Naar aanleiding van haar verzoek aan Kafka om zijn werk te mogen vertalen, onstond een uitgebreide briefwisseling. Kafka’s brieven aan haar zijn bewaard gebleven en werden in 1952 uitgegeven onder de titel Briefe an Milena.

    Veza Taubner-Calderon publiceerde onder pseudoniem en het is ook bekend dat ze meeschreef aan het werk van haar echtgenoot Elias Canetti, zonder daar ooit waardering voor te krijgen. Haar eigen werk werd pas postuum onder haar  naam (Canetti) gepubliceerd en wordt gezien als van groot literair niveau.

    Er zijn meer boeken die over de bloei en neergang van het Wenen uit die tijd gaan. Maar Lauwerys kleurt de stad in mede aan de hand van deze drie vrouwen en hun omgeving en dat is een eigentijdse en hoognodige invalshoek.

    Van licht naar duisternis
    Auteur: Kris Lauwerys
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2024)
  • Oogst week 51 – 2023

    Oogst week 51 – 2023

    Russisch familiealbum

    ‘Van mijn kennissen woont er niemand meer in het huis waar ze zijn opgegroeid of zelfs maar in de stad of het dorp waar ze hun kinderjaren hebben doorgebracht. De meesten van mijn vrienden leven gescheiden van hun ouders. Velen zijn in het ene land geboren en wonen nu in het andere. Anderen leven in ballingschap en geven hun gedachten gestalte in een tweede taal te midden van vreemden. Ik heb vrienden wier familieverleden uitgewist is in de concentratie-kampen. Zij zijn de weeskinderen van de geschiedenis.’

    Zo begint Russisch familiealbum van Michael Ignatieff. Het lijkt zo actueel, maar nieuw is dit boek zeker niet. Het is verschenen in 1987 en het is ook niet de eerste keer dat het in Nederland uitgebracht wordt. Het is een echte klassieker, en door de oorlog in Oekraïne zal het zeker weer op de belangstelling van veel lezers kunnen rekenen.
    In deze familiekroniek die o.a. de laatste jaren van het tsaristische Rusland beschrijft, gaat Ignatieff (zoon van een Russische graaf en een Canadese moeder) op zoek naar het verhaal van de familie van zijn vader. Zijn grootouders vluchtten tijdens de Russische Revolutie. Russisch familiealbum is op hun memoires gebaseerd. Ignatieff riep ook de hulp in van familieleden en maakte voor het boek in 1983 en 1986 twee studiereizen naar de Sovjet-Unie.

    Russisch familiealbum
    Auteur: Michael Ignatieff
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Puur geluk en andere verhalen

    De Engelse schrijfster Katherine Mansfield (1888 – 1923) wordt alom gewaardeerd om haar korte verhalen. Ze werd geboren in Nieuw-Zeeland. Voor haar studie vertrok ze naar Londen. Ze keerde daarna voor korte tijd terug naar haar geboorteland. Daar aarde ze niet meer en ze koos uiteindelijk definitief voor Europa, waar ze zich desondanks ook nooit helemaal thuis heeft gevoeld. Haar bekendste korte verhalen schreef ze met Nieuw-Zeeland als achtergrond. Een daarvan is Puur geluk.

    Mansfield was bevriend met o.a. de schrijvers Virginia Woolf en D.H. Lawrence en was een groot liefhebber van Tsjechov, door wie zij ook geïnspireerd werd. Zij schreef over mensen die vastzitten in situaties waarin ze permanent tegenover elkaar lijken te staan en pijnlijke schade veroorzaken door hun onvermogen om open en eerlijk te zijn. De veertien verhalen in Puur geluk gaan over dingen die meestal niet gebeuren en gevoelens die niet gedeeld kunnen worden.

    Barbara de Lange vertaalde Puur geluk. Zij vertaalde o.a. ook Virginia Woolf, D.H. Lawrence, Donna Tartt, Howard Jacobson en Margaret Atwood.
    In december 2023 ontving De Lange de Letterenfonds Vertaalprijs, een oeuvreprijs voor literair vertalers die zich onderscheiden door o.a. de hoge kwaliteit van hun vertaalwerk.
    In 2017 publiceerde Literair Nederland een interview met haar.

    Puur geluk en andere verhalen
    Auteur: Niek Hendriks en Theo Hendriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2023)

    En steeds is alles er

    Marjoleine de Vos is schrijver en dichter. Ze is daarnaast columnist en redacteur kunst bij NRC Handelsblad. Voor haar dichtbundel Zeehond werd ze in 2002 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2023 kreeg ze de Groenman-taalprijs, die elke twee jaar wordt uitgereikt aan een schrijver die zich onderscheidt door goed en creatief gebruik van de Nederlandse taal.
    Dat ze zich goed kan uitdrukken is – zeker over een onderwerp als de dood – van grote waarde, en meteen te ervaren in de beginpagina’s van En steeds is alles er waarin de auteur haar eerste verwondering beschrijft als ze het levenloze lichaam ziet van de man van wie ze gehouden heeft.
    ‘De laatste blik op het gezicht, zó graag had je die willen werpen, maar die is onmogelijk, omdat het gezicht het gezicht niet is. De wisseltruc van de dood, die je liefste meeneemt en je achterlaat met iets van Madame Tussauds. Iets wat al na korte tijd best weg kan.’

    Om even later verder te gaan: ‘En dan ligt het daar, netjes aangekleed in het mooie overhemd, het gezicht in een plooi die je er nog nooit op hebt gezien. De aanraking van die wasachtigheid, de streling die je bedoelde en die afketst van de koude wang. Het lichaam heeft de dierbare losgelaten. De scheiding tussen lichaam en geest is duidelijk zichtbaar en de geest is weg. Laat dat lichaam dan ook maar – néé! Laat me het lichaam houden! De tegenstrijdigheden.’
    Rake uitspraken en emoties. Voorstelbaar, en zo herkenbaar.

    En steeds is alles er
    Auteur: Marjoleine de Vos
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • De Russische Proust

    De Russische Proust

    Schrik niet van de openingszin van het meesterwerk Bedrog van de Russische schrijver Joeri Felsen. Het is een schitterende zin, maar ook voer voor echte taalliefhebbers. Het is tevens een van zijn kortste zinnen: ‘In mijn leven is al het uiterlijke – sociaal contact, een kennissenkring, mijn dagindeling – dor en vervelend, waardoor het weinige dat nog zou kunnen sprankelen samen met mijn laatste, krachteloze streven naar vervoering is verzonken in een uitzichtloze sluimertoestand die mij belet de treurige moed op te brengen om mezelf in de ogen te zien, of om, desnoods zonder daar consequenties aan te verbinden, berouw te voelen, of om blijk te geven van spontane, menselijke, robuuste warmte.’ Of je haakt nu af of je leest wellustig door in de wetenschap dat je een bijzonder boek in handen hebt. Maar…, 

    Joeri Felsen is geboren in 1894 in een welgestelde, Joodse familie in Sint-Petersburg met goede contacten aan het hof van de tsaar. Op de vlucht voor de revolutionaire woelingen in 1917 vestigt hij zich met zijn familie eerst op het familiebezit in Riga, vervolgens in Berlijn en uiteindelijk in Parijs, het centrum van de Russische diaspora. Daar publiceert hij ook zijn roman BedrogHij werd beschouwd als een van de grootste talenten uit de Russische diaspora en werd al snel in één adem genoemd met iemand als Nabokov. Voordat zijn talent volledig tot wasdom kon komen, werd het in 1943 in de knop gebroken in de gaskamer van Auschwitz.

    Vermoedelijk autobiografisch

    Bedrog is geschreven in de vorm van een dagboek en, vermoedelijk, sterk autobiografisch. Het is een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt ergens in de jaren twintig in Parijs. Wanneer precies blijft onduidelijk, Felsen geeft nergens een feit waaraan je informatie kunt ontlenen over waar een en ander zich precies afspeelt in Parijs. Ook de naam van de dagboekschrijver blijft in raadselen gehuld, waardoor het vermoedelijk autobiografische karakter versterkt wordt. Het draait om zijn liefde voor Leelja Gerd, een gescheiden vrouw.

    Leelja is het nichtje van mevrouw N., een kennis van hem uit zijn Berlijnse jaren. Leelja is van plan naar Parijs te komen en mevrouw N. vraagt hem haar te chaperonneren: ‘U zult daar geen spijt van krijgen’. In de vijf dagen voor haar aankomst in Parijs vormt hij zich een beeld van haar dat groteske vormen aanneemt. Hij is al bij voorbaat hopeloos verliefd en stelt alles in het werk om haar verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Als zij eindelijk arriveert, wacht hij haar op bij de trein met een ruiker rode rozen. Leelja voldoet geheel aan de voorstelling die hij zich van haar gemaakt heeft op basis van de gegevens van mevrouw N. Zijn verliefdheid krijgt nu vleugels, maar Leelja bepaalt al meteen het speelveld. Als een echte gentleman dringt hij zich niet op, maar omringt haar met alle noodzakelijke zorg. In zijn dagboek onderzoekt hij voortdurend de zuiverheid van zijn liefde voor Leelja.

    Analyse van gevoelens

    Hij sublimeert zijn gevoelens en verafgoodt ondertussen Leelja, die niets fout kan doen. Leelja lijkt hem eigenlijk maar een saaie vent te vinden en zoekt steeds openlijker elders haar heil. Zij bedriegt hem voortdurend waar hij bijstaat. Hij beschrijft de wanhoop van zijn gevoelens in zijn dagboek en vraagt zich af wat hij kan doen. Hij zoekt toenadering tot twee andere vrouwen en ziet zelf heel goed dat er, wat hem betreft, geen sprake is van liefde, dat hij ze bedriegt en speelt met hun gevoelens. Hij raakt jaloers op zijn mededingers en zint op wraak, maar zodra hij slechts een kleine liefkozing van Leelja krijgt, is hij op slag al zijn kwaadaardige gedachten weer kwijt. Kortom, hij is een speelbal van Leelja geworden. Hij ziet het zelf, maar is niet in staat er iets aan te doen. Als het uiteindelijk tot een heftige woordenwisseling komt, bekent zij hem: ‘Ja, ik haatte u. Zo’n ziekte bestaat: irritatie die uitgroeit tot haatgevoelens voor degene die het lef heeft je lief te hebben en van wie je je niet kan ontdoen – tenzij je die liefde beantwoordt.’ Hij komt tot de conclusie dat liefde blind maakt en er om vraagt bedrogen te worden. 

    Het gaat in dit boek eigenlijk niet om het verloop van het verhaal. Het gaat om de analyse van zijn gevoelens en zijn daaruit voortvloeiende gedrag, het tot op het bot rationeel fileren van zichzelf om te komen tot een bevredigende perceptie van wat voor hem liefde is, wat hem de bijnaam ‘de Russische Proust’ oplevert. Bedrog is door het zeer waarschijnlijk autobiografische karakter een voorloper van wat later gaat heten ‘bekentenisliteratuur’.  Het is een feest, en beslist geen straf, om elke zin tweemaal te lezen en het boek als geheel driemaal. 

    Alle lof voor dit boek komt ook toe aan de vertaler, Hans Boland. Als ‘postpaard van de beschaving’ – de eretitel voor vertalers is van Poesjkin – heeft hij een formidabele klus geklaard door de onmogelijk lange zinnen van Felsen om te zetten in wondermooi Nederlands. Het is ook zijn boek geworden. 

    Brandende actualiteit

    Aan de vooravond van de oorlog die hem zou leiden naar de gaskamer in Auschwitz diende Joeri Felsen zijn critici van repliek, die zeiden dat de gruwelijke tijd waarin zij leefden zich niet leende voor het schrijven over liefde, sentiment of individuele nood, met de uitspraak: ‘Ik ben fysiek niet in staat te vechten en mijn enig redmiddel is de kunst van het observeren, maar ons doel is hetzelfde: de mens en de ziel veilig te stellen.’ Juist als emigrant en slachtoffer van een bestaan in onvrijheid wordt zijn wapen gevormd door in vrijheid te schrijven over individuele normen en waarden, die het leven betekenis geven. Dit maakt Joeri Felsen tot een buitengewoon actuele schrijver. Zijn opvatting dat kunstenaars juist in tijden van opkomende dictaturen de taak hebben op te komen voor de soevereiniteit van het individu, sluit nauw aan bij het denken dat Maxim Osipov en zijn vrienden verenigt rondom het onlangs opgerichte tijdschrift The Fifth Wave, waarin zij een platform bieden aan het vrije woord van Russische schrijvers in ballingschap.

     

     

  • Oogst week 24 – 2023

    Vlindertje van methusalem. Essays over natuur en landschap.

    In deze rubriek worden ook boeken getipt die al wat langer uit zijn. Zoals Het vlindertje van Methusalem van filosoof en natuurhistoricus Johan van de Gronden dat vorig jaar verschenen is. Het is een prachtige verzameling essays waarin Van de Gronden de weg van zijn speurtochten en onderzoek beschrijft terwijl hij door Midden-Amerika reist en de trek van de bedreigde monarchvlinders zijn aandacht trekt. Deze vlindersoort volbrengt reis van duizenden kilometers en meerdere generaties door rond Allerzielen in Mexico aan te komen. In Zuid-Afrika zoekt Van de Gronden naar de resten van een verdwenen taal en in het Franse Ermenonville overdenkt hij de invloedrijke nalatenschap van de Zwitserse natuurfilosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).

    Van de Gronden in de inleiding: ‘De essays in dit boek zijn geleidelijk aan tot stand gekomen, terloops ontsnapt aan de waan van alledag. Ze kennen alle een, om eens een medische term te gebruiken, grote latentietijd. Natuurlijk zijn er momenten geweest waarop ik me heb afgevraagd of ik dit ene lucifershoutje nou echt moest afsteken terwijl om ons heen het vuur al hoog oplaaide. Ach, als het vonkje van de verwondering overspringt op een enkeling die even de stilte van het boek verkiest boven het geraas van de wereld, dan is het goed.’

    En dat is waarom wij lezen, dat er een vonkje mag overspringen.

     

    Vlindertje van methusalem. Essays over natuur en landschap.
    Auteur: Johan van de Gronden
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep

    Het bouwen van een zenuwstelsel

    In Het Bouwen van een zenuwstelsel een memoirschrijft Margo Jefferson (1947) over de kunstenaars en musici die haar hebben gevormd en waarom die zo belangrijk voor haar waren. Jefferson is sinds de jaren zeventig een van Amerika’s meest gerenommeerde essayisten en critici. In 2015 werd ze vooral bekend door de publicatie van Negroland, haar eerste boek over zichzelf.

    Jefferson groeide op in een witte welgestelde wijk die haar levenshouding bepaalde. In Het bouwen van een zenuwstelsel breekt Jefferson zichzelf eerst af, en bouwt zichzelf vervolgens weer op door haar gelauwerde kritieken te vervlechten met de woorden van overleden familieleden. Ze beschrijft sleutelmomenten uit haar leven, vermengd met gedramatiseerde berichten van mensen die haar vergezelden.  Zo ontstond een remix van haarzelf en herontdekt Jefferson haar identiteit en de vorm van deze memoir.

    In een interview in de Volkskrant zei Jefferson: ‘Wij waren ons er zeer van bewust dat de witte buitenwereld ons scherp in de gaten hield. Het cliché wilde dat zwarte vrouwen uitgesproken sensueel waren en daarnaast geschikt waren voor zwaar werk. Dat wij intellectueel of kunstzinnig zouden kunnen zijn, was totaal ondenkbaar.’

    Het bouwen van een zenuwstelsel
    Auteur: Margo Jefferson
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    Cannery Row is de straat waar deze roman zich afspeelt en die door Steinbeck wordt beschreven als: ‘een stinkboel, een geknars, een soort licht, een klank, een manier van leven, een nostalgie, een droom. Op Cannery Row ligt alles op een kluitje of verspreid, een en al blik en ijzer en roest en versplinterd hout, brokkelige bestrating en percelen onkruid en schroothopen, keten van golfplaat waar sardines worden ingeblikt, kroegen, restaurants, bordelen, stampvolle kruidenierswinkeltjes, laboratoria en logementen.’

    Cannery Row speelt zich af gedurende de Grote Depressie en beschrijft de belevenissen van een aantal zonderlinge types, zoals de Chinese kruidenier Li Chong, de zeebioloog Doc, de bewoners van het bordeel van Dora en vooral van Mack en zijn jongens, een groep van vier die leeft aan de rand van de maatschappij, zijn eigen wetten en regels stelt en er een bijzondere levenswijze op na houdt.

    Uit Cannery Row: ‘De winkel van Li Tjong mocht dan geen toonbeeld van netheid zijn, het assortiment was een mirakel. Het was er klein en stampvol maar in die ene ruimte kon je alles vinden wat je nodig had of wat er van je gading was: kleren, zowel vers als ingeblikt voedsel, sterkedrank, tabak, visgerei, machineonderdelen, boten, touw, petten, varkenskarbonades. Je kon bij Li Tjong terecht voor pantoffels, een zijden kimono, een miniflesje whisky en een sigaar.’

     

    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Oogst week 21 – 2023

    Japanse mythen – Goden, helden en geesten

    Mythen horen bij Japan als vissen in het water. Iedereen in Japan kent ze, ze worden verteld in families, er worden toneelstukken over gemaakt, ze komen terug in boeken en films. Mythen leven in de geest van iedere Japanner. De mythologie is afkomstig uit het Shintoïsme (de oorspronkelijke Japanse natuurreligie), uit het Boeddhisme en uit middeleeuwse verhalen over wraakzuchtige geesten. In het Shintoïsme heeft elk natuurlijk element – een boom, dier, vulkaan, mens – een ziel. Veel verhalen zijn gerelateerd aan de extreem afwisselende topografie van Japan. De mythen worden bevolkt door goden en godinnen, geesten, helden en pratende dieren.

    Buiten Japan zijn de Japanse mythen minder bekend. Japanoloog Joshua Frydman van de Universiteit van Oklahoma heeft in Japanse mythen – Goden, helden en geesten vele oude verhalen opnieuw verteld. Ze gaan over de schepping van het land, de reïncarnatie van oude godheden in helden en zielen. Naast het vertellen van de mythen plaatst Frydman ze in de cultuur, de religie en de geschiedenis en volgt ze tot aan de manga-industrie en hedendaagse videogames. De westerse lezer zal door het lezen van dit rijk geïllustreerde boek beter begrijpen hoe in Japan verleden en heden diep ineengrijpen.

     

    Japanse mythen - Goden, helden en geesten
    Auteur: Joshua Frydman
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum 2023

    Dansen als de meeuwen

    Bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt werd bekend met zijn boek Darwins hofvijver (1994), gebaseerd op zijn proefschrift (1989) over de studie van cichliden in het Victoriameer. Hij beschrijft daarin de verstrekkende gevolgen van een vreemde soort in een ecosysteem en verweeft de wetenschappelijke feiten met persoonlijke gedachten en observaties. Het boek vond meteen een groot publiek en werd vertaald in onder meer het Engels, Italiaans, Duits, Frans, Chinees en Japans.

    In 1993 verliet Goldschmidt de wetenschap om zich geheel aan het schrijven te wijden. In essays kon hij zijn persoonlijke inzichten en wederwaardigheden beter kwijt. Dansen als de meeuwen bevat een ruime keuze uit zijn boeiende essays en brieven en is aangevuld met nieuw werk. 64 pagina’s met kleurenillustraties hebben ieder een eigen verhaal.

    Goldschmidts onderwerpkeuze is zeer divers. Hij schrijft net zo gemakkelijk over mensen als Gerard Reve, Dick Hillenius en Papoea’s als over muziek, antropologie, diergedrag en beeldende kunst. En niet te vergeten de evolutie, zijn vakgebied. Alles in bedachtzaam en soms ironisch geformuleerde zinnen die de lezer in Goldschmidts veelzijdige manier van kijken en denken meenemen.
    Op 25 mei wordt hem de P.C. Hooftprijs 2023 uitgereikt. Uit het juryrapport: ‘Als essayist is hij een verteller die weet dat de inhoud en vorm hand in hand gaan en hij is een meester in het verschuiven van accenten, het leggen van onverwachte relaties en het opkloppen van sleetse verbanden.’

     

    Dansen als de meeuwen
    Auteur: Tijs Goldschmidt
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot, Uitgeverij Atheneaum – Polak en Van Gennep 2023

    Het graf van de wever

    Toen Seumas O’Kelly (1880-1918) al was overleden verscheen in 1919 in Ierland het boek Het graf van de wever van deze schrijver en journalist die tegelijk met James Joyce aan het University College in Dublin studeerde. Hij was hoofdredacteur van Nationality, de krant van Sinn Féin. Toen daar een groep Britse soldaten binnenviel, kreeg O’Kelly een hersenbloeding waaraan hij bezweek. Hij was behoorlijk productief en had al twee romans, talloze verhalen en toneelstukken geschreven. Het poëtische, tragikomische Het graf van de wever, vol zwarte humor, werd in Ierland een geliefde klassieker.

    Twee bejaarde mannen, de spijkerslager Meehaul Lynskey en de steenbikker Cahir Bowes, gaan op de oude begraafplaats Cloon na Moray op zoek naar het graf van de clan van Mortimer Hehir, de wever die pas is overleden. Op de begraafplaats mogen alleen oudere families en leden van clans begraven worden en Hehir behoorde tot zo’n clan. Het graf is echter niet te vinden. De zerken zijn vervallen, donkergroen van het mos en half afgebroken. De hele begraafplaats is een doolhof. Vergezeld van twee jonge grafdelvers en de weduwe van de wever beginnen de oude mannen aan hun opdracht. Er volgen nogal wat mislukkingen, plus een hoop gekrakeel over de geschiedenis van Cloon na Moray en zijn bewoners. Wie weet daar het meeste van?

     

    Het graf van de wever
    Auteur: Seumas O'Kelly
    Uitgeverij: Uitgeverij Zirimiri Press 2023
  • Literaire poging om het leven stil te laten staan

    Literaire poging om het leven stil te laten staan

    Waarom zou iemand anno 2023 de nieuwe uitgave van de vijfennegentig jaar geleden verschenen roman To the Lighthouse van Virginia Woolf willen recenseren? Voor een antwoord daarop was een verdieping in de receptiegeschiedenis van deze roman in Nederland nodig. Naar de vuurtoren is betrekkelijk laat naar het Nederlands vertaald; in 1981 door Jo Fiedeldij Dop. Sinds dat jaar zijn er vier andere drukken van deze vertaling verschenen, de laatste in 2020. De vertaling door Barbara de Lange is dus de tweede transfer van de klassieker naar het Nederlands en als zodanig verdient Naar de vuurtoren zeker kritische aandacht. 

    De vertaling is van een hoog niveau gezien de uitdaging van de stijl waarin Woolf schreef. De lange meanderende zinnen, onderbroken door aanhalingstekens en streepjes om de gedachtegangen en oprispingen van het gevoel van de personages weer te geven, zullen het het vertaalproces bemoeilijkt hebben. De Lange is er echter in geslaagd om een vertaling te maken die prettig leest en de oriëntatie van de lezer in de vele lange zinnen niet belemmert. De vertaalster kan ook geprezen worden voor haar omgang met de voetnoten: deze verduidelijken de intertekstuele verwijzingen, gelegd in de mond van personages, een verzameling Engelse intellectuelen, die er hun redes mee doorspekken. De voetnoten komen echter weer niet zo vaak voor dat de leeservaring er door verstoord wordt. 

    Meditatief lezen

    De ‘stream of consciousness’ waarmee de gedachten en gevoelens van de familie Ramsay en hun gasten weergegeven worden, zorgt ervoor dat het boek om een specifiek soort aandacht vraagt. De lezer moet zich focussen om te kunnen volgen door wiens bewustzijn de beschreven indrukken gefilterd worden. Tegelijkertijd wordt de aandacht steeds verlegd, golft van het ene personage naar het andere, zoals de zee rondom het eiland Skye waar de roman zich afspeelt.  Het lezen van deze roman kan met meditatie vergeleken worden omdat dit ook de focus doet vernauwen. Naar de vuurtoren is dan ook geen roman die zich laat lezen in een rumoerige trein, of slaperig in bed. 

    De aandacht die de roman vraagt, wordt echter rijkelijk beloond. Het bijzondere aan de personages zoals mevrouw Ramsay, de moeder van acht kinderen, Lily Briscoe, de schilderes, of William Bankes, de wetenschapper, is dat ze ontvankelijk zijn voor de geheimzinnige en bijzondere dingen in de  routineuze en alledaagse aspecten van het leven, zoals de natuur om hen heen, hun ervaringen. Ze stellen zich verwonderde vragen over de aard van eigen waarnemingen. ‘Wie weet wat we zijn, wat we voelen?’ Of over interpersoonlijke relaties. ‘Wie kan zelfs op het moment van vertrouwelijkheid weten: dit is iemand kennen?’ Dit kan ertoe leiden dat de lezer tijdens het lezen zelf ook meer aandacht opbrengt voor zijn eigen waarnemingen en de verbazingwekkende kanten van de schijnbare vanzelfsprekendheid van het bestaan. 

    Mevrouw Ramsay het middelpunt

    Hoofdpersonage mevrouw Ramsay vormt het centrum waaromheen de structuur van de roman is gebouwd. Zij is de kern om wie alle andere personages draaien, die het thuisgevoel voor haar kinderen en man creëert. Door de ogen van het zesjarige zoontje James wordt de volgende scène van woordeloze communicatie tussen zijn moeder en vader verbeeld: ‘Hij moest de verzekering krijgen dat ook hij in het hart van het leven had geleefd; nodig was […]. Flitsend met haar naalden, zelfverzekerd, met rechte rug, schiep ze zitkamer en keuken, vulde ze alle met licht; nodigde hem uit om zich daar te ontspannen, in en uit te lopen, te genieten.’

    In het derde deel van de roman die zich tien jaar na het eerste deel afspeelt, vormt mevrouw Ramsay nog steeds het middelpunt, ook al is ze inmiddels overleden. De meeste personages uit deel een komen weer terug naar Skye en herleven betekenisvolle momenten van tien jaar geleden. De focus in het derde deel vloeit heen en weer tussen meneer Ramsay, zijn jongste kinderen op een boot op weg naar de vuurtoren, en Lily Briscoe die bij de zee schildert. De gedachten van Lily cirkelen rondom haar herinneringen aan mevrouw Ramsay, die voor haar de schakel vormt die alle aanwezige mensen in het huis met elkaar verbond. 

    ‘Wanneer ze aan haarzelf en Charles met die keilende steentjes dacht, en aan dat hele tafereel op het strand, leek het allemaal vaag afhankelijk van mevrouw Ramsay […] ze voegde dit en dat en nog wat samen, en vormde op die manier […] iets – dat tafereel op het strand bijvoorbeeld, dat moment van vriendschap en genegenheid – wat overeind bleef, na al die jaren intact.’

    Het monument dat Virginia Woolf met woorden heeft opgericht voor deze vrouw die in sommige opzichten op haar moeder en in andere op haarzelf lijkt, heeft na vijfennegentig jaar niets van haar betoverende kracht verloren. Deze poging om de eeuwige, universele vragen naar de betekenis van het leven vast te leggen, voelt vandaag nog steeds relevant. Het hoopvolle geloof in de kracht en het vermogen van kunst om dat te doen waarvan de roman doordrongen is, voelt als verfrissende tegenhanger voor de sceptici van vandaag. 

     

  • Een tocht vol avontuur en ontdekkingen

    Een tocht vol avontuur en ontdekkingen

    Recensie door Peter Samuel

    In het besef dat de aarde rond was, groeide ruim vijf eeuwen geleden de drang om naar onbekende, verre landen te zoeken meer en meer. Dáár moesten de rijkdommen voor het oprapen liggen. De eerste die volledig om de aarde voer en daarna als eerste Europeaan de Stille Oceaan overstak, was de Portugees Ferdinand Magellaan (1480-1521). Vóór hem was de in Genua geboren Christoffel Columbus in 1492 via een westelijke route al op een continent gestuit. Op zoek naar een handelsweg met Azië landde hij op de kust van Amerika. De vraag bleef of Indië vanuit Europa via een westerse doorvaart kon worden bereikt. Gezagvoerder Magellaan vertrok in 1519 met een vloot van vijf schepen vanuit Spanje in de richting van de Indische archipel. Het verslag van de Italiaanse edelman Antonio Pigafetta, onder de titel De reis van de Spanjaarden naar de Molukken (door Théo Buckinx in het Nederlands vertaald), vertolkt Magellaans tocht tot een avontuur vol ontdekkingen en wetenswaardigheden, bijvoorbeeld ‘dat de koning van Portugal in het geheim al tien jaar van Maluku (= de Molukken) had geprofiteerd, zonder dat de koning van Spanje dit wist’.

    Ontdekkingstochten

    Ontdekken en verkennen van onbekende streken op aarde zit in de aard van de mens. Nieuwsgierigheid naar plekken waar niemand eerder was, is al eeuwenlang de drang van ontdekkingsreizigers. De Venetiaan Marco Polo (1254-1324) verkende tussen 1271 en 1295 de zijderoute naar China en grote delen van West-Azië. Wie kent niet de naam van Columbus (1451-1506), die verschillende expedities naar de Caraïben ondernam. Hij legde in 1492 aan in de Nieuwe Wereld, hoewel hij nooit voet aan wal zette in Noord-Amerika. De Portugees Vasco da Gama (1469-1524) behoorde in zijn lange carrière als ontdekkingsreiziger tot de eersten die de Afrikaanse kaap rondden om zo naar Indië te varen. De Nederlander Abel Tasman (1603-1659) staat te boek als ontdekker van Nieuw-Zeeland en Tasmanië. Hij was in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en kreeg opdracht om Nieuw-Holland (het huidige Australië) te onderzoeken. Hiervan was de westkust al eerder door Nederlanders ontdekt. De VOC hoopte op handel met en exploitatie van dit zuidelijke continent.

    Verslag van een ooggetuige

    Ferdinand Magellaan probeerde met steun van de Spaanse koning in 1519 via een zuidwestelijke route in de Grote of Stille Oceaan te komen. Hij slaagde in zijn opzet, hoewel vier schepen en het grootste deel van de bemanningen in hun reis naar de Molukken omkwamen. Zelf werd de gezagvoerder op een van de eilanden door een giftige pijl geraakt, waardoor Magellaan voortijdig het leven verloor. Dagboekanier Antonio Pigafetta overleefde de gehele reis. Met een scherp oog voor gebeurtenissen aan boord, voor onbekende landschappen en de daar levende volkeren hanteerde hij zijn pen. De zo getrouw mogelijke vertaling biedt een betrouwbaar beeld, hoewel de oorspronkelijke schrijver Pigafetta geen groot stilist was. Het relaas kan zelfs wat ‘droogstoppelig’ worden genoemd, al blijft de spanning in het verloop van de reis de lezer vasthouden. Dit geldt zeker voor geïnteresseerden in (ontdekkings-)reizen, die leidden naar eilanden waar bijvoorbeeld ‘mannen en vrouwen niet langer zijn dan een el en zulke grote oren hebben dat ze één daarvan tot hun bed maken en zich met het andere toedekken’ .

    De fraai verzorgde uitgave van Athenaeum-Polak & Van Gennep, herdruk van Magalhães’ reis om de wereld (Verslag van een ooggetuige) uit 2001, beslaat 156 bladzijden en is voorzien van drieëntwintig illustraties (voornamelijk afbeeldingen van eilanden) en een nawoord van de vertaler. In de kantlijnen van het boek staan op iedere pagina bij de alinea’s korte mededelingen over de tekstinhoud. Een zestigtal noten achterin verstrekt aanvullende uitleg of verklaring.

     

     

  • Oogst week 4 – 2023

    Verstild voorjaar

    De biologe Rachel Carson (1907–1964) waarschuwde als een van de eersten voor de gevolgen van het gedrag van de mens op het ecologisch evenwicht van de aarde. Haar boeken zijn inmiddels ook ‘verplichte kost’ voor iedereen die zich actief wil inzetten voor het milieu.

    Carson kreeg van huis uit de liefde voor de natuur mee. Het bleek de basis voor haar keuze om biologie te gaan studeren. Haar voorliefde was de zee, daarover publiceerde ze in 1941 Under the Sea Wind dat lovend werd ontvangen door critici, maar commercieel weinig succesvol was. Mogelijk als gevolg van het feit dat ze een vrouw was en daarom niet voldoende serieus werd genomen. Haar tweede boek The Sea Around Us uit 1951 werd ook positief ontvangen maar wèl goed verkocht, mede dankzij het feit dat het zo goed en voor de niet-wetenschappelijke lezer geschreven was.

    Later begon ze zich enorme zorgen te maken over het toegenomen gebruik van pesticiden en het effect daarvan op het milieu. Ze publiceerde daarover in 1962 in Silent Spring (Dode lente, 1964). Dit begint met een fabel over een stadje waar al het leven verdwijnt en mens en dier vreemde ziekteverschijnselen krijgen, maar dat de opmaat is voor de inhoud over de schadelijke gevolgen van overmatig gebruik van pesticiden. Dit boek werd ondanks kritiek en tegenwerking van de pesticidefabrikanten een bestseller. Het heeft de discussie over het gebruik van deze bestrijdingmiddelen op gang gebracht waardoor sommigen zelfs verboden werden. Silent Spring is onlangs onder de titel Verstilde lente opnieuw uitgebracht door uitgeverij Athenaeum. Het geldt nog steeds een van de meest zinvolle en goed leesbare titels op dit gebied.

    Verstild voorjaar
    Auteur: Rachel Carson
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2022)

    Kwaad geluk

    Tove Ditlevsen (1917 – 1976) is een Deense schrijfster die in Nederland nog niet zo lang bekend is. Zij had een moeilijk leven. Ze groeide in grote armoede in Kopenhagen op bij ouders die samen ongelukkig waren, moest al jong voor inkomsten zorgen, kreeg te kampen met verslavingen en trouwde vier keer, en elke keer was het geen succes. Veel van haar levenservaringen komen terug in haar boeken. De thematiek in haar boeken mag dan zwaar zijn, haar manier van schrijven allerminst. Daarom vindt men haar in Denemarken waarschijnlijk nog steeds een van de grootste auteurs van het land.

    Internationaal wint zij nu aan bekendheid. Aanleiding daarvoor is mogelijk haar plek op een jubileumlijst uit 2020, uitgebracht door haar uitgeverij die dat jaar 250 jaar bestond. Ze eindigde met haar roman Straat van de kindertijd op basis van de stemmen van zo’n 40.000 lezers, in de top tien van de beste boeken uit het fonds van deze uitgeverij. Sinds 2020 verschijnt haar werk in Nederland bij Uitgeverij Das Mag.

    Na Straat van de kindertijd kwam in een periode tussen ’67 en ’71 een trilogie van Ditlevsen uit Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid.
    Over deze trilogie schrijft vertaalster Lammie Post: ‘Het is bijzonder hoe het verhaal van een meisje dat opgroeit in de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog zoveel mensen weet te raken, en hoe herkenbaar haar verhaal nog steeds is.’

    Kwaad geluk uit 1963 is de eerste verhalenbundel die van Ditlevsen in Nederland verschijnt. Daarin schrijft ze vanuit geobsedeerde hoofdpersonen en komen haar bekende thema’s aan de orde: onbereikbaar geluk, ongelukkige huwelijken en dominante moeders. De verhalen uit deze bundel vormen de basis voor de titels uit de zogenoemde Kopenhagen-trilogie.

    Kwaad geluk
    Auteur: Tove Ditlevsen
    Uitgeverij: Das Mag (2023)

    De lokroep van Elisium

    Tot slot aandacht voor De lokroep van Elisium van de Estlandse schrijver en filmmaker Ilmar Taska (1953), een heel ander boek dan zijn roman Pobeda 1946 dat handelt over de onderdrukking van Estland door de Sovjet-Unie.

    In De lokroep van Elisium gaat het om de mogelijkheid om in een virtuele wereld, het Elysium-portal, historische bekendheden te ontmoeten. Met behulp van kunstmatige intelligentie is bestaand materiaal zoals films en interviews ingezet om de digitale karakters ‘authentiek’ te maken.
    De hoofdpersonen gaan in die virtuele wereld in gesprek met bijvoorbeeld Marlene Dietrich, Marilyn Monroe, John F. Kennedy en Vladimir Lenin. Maar niet alles blijkt te zijn zoals het lijkt.

    Pobeba 1946 werd op deze site besproken door Huub Bartman: ‘Ilmar Taska heeft een boek geschreven dat je ademloos leest. De spanning wordt prachtig opgebouwd met een filmische directheid. Hier verraadt Taska zijn eigenlijke stiel van scenarioschrijver en filmmaker. Die is af te lezen aan de opbouw en vormgeving van het verhaal. De verwikkelingen waarmee de hoofdrolspelers geconfronteerd worden volgen elkaar in korte scènes en in hoog tempo op zonder dat dit ten koste gaat van de psychologische en filosofische diepgang.’

    De lokroep van Elisium
    Auteur: Ilmar Taska
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman (2023)
  • Oogst week 38 – 2022

    Weerspiegeld in een waterglas

    Onlangs is bij uitgeverij Athenaeum een lijvige biografie verschenen over Maurice Gilliams (1900 – 1982) geschreven door Annette Portegies. Tegelijkertijd verscheen daar Een binnenplaats met gras, een bloemlezing uit Gilliams verhalend proza, poëzie en essays, samengesteld door schrijfster Leen Huet.

    Hoewel de Vlaamse Gilliams in 1969 de Constantijn Huygensprijs en in 1980 de Prijs der Nederlandse Letteren ontving, en zijn roman Elias of het gevecht met de nachtegalen is opgenomen in de Vlaamse Canon van de Nederlandstalige Literatuur, is hij, in ieder geval bij de Nederlandse lezers, nog vrij onbekend.

    Daar komt met deze beide uitgaven, en een podcast in oktober van de VRT misschien verandering in.
    Er bestaat zelfs een website over Maurice Gilliams. Daar kan je lezen dat schrijver en biograaf Pierre H. Dubois  in 1983 in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde het volgende schrijft: ‘Gilliams is een complexe figuur geweest. Wie het voorrecht had hem te kennen weet dat hij onder bepaalde omstandigheden zeer sociabel kon zijn, lachen kon als geen ander, verhalen vertellen, parodiëren, vlijmscherp uit de hoek komen en van een haast dodelijke ironie zijn. Er was een andere Gilliams, maar dezelfde, die mateloos melancholiek, zonder illusies, de vergeefsheid van alles en de opgeblazen ijdelheid van velen met spottende minachting doorzag. Er was een Gilliams die plotseling, door onrecht geprikkeld, een strijdbaarheid toonde, wonderlijk contrasterend met de stilte waarvan zijn werk getuigt. Er was, achter al deze verschijningsvormen, een raadselachtige Gilliams, de dichter, de denker, de mijmeraar die zich niet anders blootgaf dan in het spaarzame dat hij aan zijn handen, aan zijn hoofd, aan zijn hart, liet ontsnappen.’

    De podcast ‘Maurice Gilliams. Het wonderlijke leven van een schrijver uit Antwerpen’ gemaakt door Gudrun De Geyter, is vanaf 3 oktober op VRT Max te beluisteren.

    Weerspiegeld in een waterglas
    Auteur: Annette Portegies
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2022)

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel

    In de jaren 80 van de vorige eeuw schreef beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en acteur Armando (1929 – 2018) vooral vanuit Berlijn een wekelijks verslag voor de literatuurbijlage van NRC Handelsblad.
    In Uit Berlijn | Machthebbers | Krijgsgewoel zijn al deze columns gebundeld, aangevuld met twee langere verslagen uit China, inclusief bijbehorende illustraties.
    Het vormt het 20e deel in de serie Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland.
    Armando’s leven en werk werden voor een groot deel bepaald door de Tweede Wereldoorlog en Kamp Amersfoort. In zijn columns heeft hij het over de vele vormen en nuances die goed en kwaad kunnen aannemen. Soms blijft hij als commentator op de achtergrond, laat hij alleen de mensen aan het woord in de hoofdstukken ‘Flarden’.

    Het nawoord is geschreven door J. Heymans die in 1999 De boom, Over Armando uitbracht, een essay over het werk van de Nederlandse kunstenaar in de verschillende artistieke disciplines (de schilder, de schrijver, de beschouwer, de dichter, de beeldhouwer e.a.) en de onderlinge samenhang daarin.

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel
    Auteur: Armando
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2022)

    Neubach

    Erik Voermans is muzikant, componist, docent, columnist en schrijver.
    Jarenlang schreef hij – soms zeer kritische – columns over klassieke muziek voor het Parool. Deze zomer stopte hij daarmee.
    Van hem verschenen eerder Van Andriessen tot Zappa, een bundeling van interviews met componisten & andere verhalen, en Eerste Hulp Bij Klassieke Muziek, waarin hij voor mensen die kennis willen maken met klassieke muziek, maar niet weten waar te beginnen, als ‘reisleider’ fungeert.

    En nu is daar zijn eerste roman. Over een Russische componist, Vladimir Neubach, die in 1953 van Moskou via Berlijn naar Amsterdam vlucht. Daar groeit hij uit tot de succesvolste componist van zijn generatie. Op het hoogtepunt van zijn roem, als hij in opdracht van het Concertgebouworkest werkt aan een requiem en als de vrouwen in zijn leven zich van hem afkeren, gaat hij zijn onontkoombare ondergang tegemoet, geplaagd door schimmen uit het verleden.

    Uit Neubach:
    ‘Toen was het de beurt aan Neubachs Angels. Al bij de eerste episode met raadselachtig doorzichtige koperakkoorden, waarin de spanning tussen consonantie en dissonantie heel precies was afgewogen, ging er een golf van ontroering door de zaal. Toen het stuk na vijftien minuten was afgelopen, bleef het minstens tien seconden doodstil. Niemand durfde te applaudisseren. Een vrouw verbrak die stilte door luid ‘bis!’ te roepen, een verzoek dat als een veenbrand door de zaal ging, gevolgd door donderend geraas van klappende handen en stampende voeten.’

    Neubach
    Auteur: Erik Voermans
    Uitgeverij: AFdH