• Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    We vroegen de recensenten van Literair Nederland drie titels te noemen die ze deze zomer willen gaan lezen. De keuze was niet eenvoudig, het ene boek riep de titel van een ander boek op, wat soms zorgde voor een dilemma. Want noem je De Baptisten, van Nyk de Vries, of toch Berghonger van Fleur Jongepier? Soms is het noemen van een titel genoeg om de lezer nieuwsgierig te maken. Enkelen lezen literatuur uit het land waar ze deze zomer verblijven, de ander herleest de boeken van Simone De Beauvoir, of haalt klassiekers uit de kast die toch eens gelezen moeten worden. Waarom dan niet in twee weken op het Ierse platteland nu eindelijk eens Ulysses uitlezen. Soms betreft de keuze een onvertaald boek, zoals Oekraïense gedichten van Serhiy Zhadan. Of boeken uit het nalatenschap van een moeder, waarin ook De Beauvoir zich ophield. En soms lees je gewoon waar je zin in hebt, pak je wat je voorbij ziet komen, of boeken die je bezighouden. Daar is deze rubriek dan weer goed voor, waarin een keur aan vertaalde en Nederlandstalige literatuur voorbij komt. En laat ons in een reactie gerust weten welke boeken u deze zomer leest! Dan zullen we die erbij plaatsten.

     


     

    Momenteel lees ik Het land van Hrabal van Rik Zaal, een roman over de werking van ons geheugen en schrijven onder een totalitair regime. Het roept literatuur uit dergelijke landen bij me op die diepe indruk op me maakte. Allereerst van de Tsjechische Bohumil Hrabal zelf. Zijn Al te luide eenzaamheid (ook door de ik-figuur, Hendrik Terpstra, in de roman van Zaal genoemd) begint zo: ‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik mijn handen aan de letteren vuil (…) tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt’.



    Als tweede Schuilplaats voor andere tijden uit 2022 van de Bulgaar Georgi Gospodinov gaat ook over herinneringen waaraan we willen vasthouden. Over Oost-Europa: ‘Natuurlijk waren de burgers ervan allang uitgewaaierd, als familieleden die gedwongen waren samen te wonen onder één dak totdat de kinderen oud genoeg waren en iedereen zijn eigen weg ging (…) Ze wilden allemaal naar die (westerse) minnares, van wie ze droomden toen ze het gezamenlijke socialistische bed deelden’.

     

     

     

    Onvolprezen blijft tenslotte De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Hrabals landgenoot Jaroslav Hasek. Het is al uit 1923 maar de satire over een man die de boel saboteert door alle bevelen zo precies mogelijk uit te voeren en daardoor het gezag ondermijnt blijft aanspreken. De soldaat doet me, terwijl ik dit typ, ineens denken aan De klerk Bartleby van Herman Melville. Is die laatste met zijn fameuze ‘I prefer not to’  Svejks westerse tegenpool? En met die vraag ben ik terug bij Hendrik Terpstra. Hij maakt een onderscheid tussen Echte en Onechte Landen. Hij legt op pagina 37 van Het land van Hrabal uit wat hij daarmee bedoelt.

    Adri Altink


     

    Omdat ik tijdens mijn verblijf in Bretagne graag een klassieker lees die zich in dit deel van Frankrijk afspeelt, lees ik De Chouans (1829) van Honoré de Balzac. Een militaire historie en liefdesgeschiedenis ineen tijdens een opstand in Fougères. Een man en vrouw worden verliefd maar staan elk aan de andere kant van het conflict. Het is de Balzac-versie van Romeo & Juliet, Tony & Maria, en Danny & Sandy. De Nederlandse vertaling is niet meer verkrijgbaar, dus lees ik – digitaal – de Engelse vertaling. Met een extraatje, want als het bevalt kan ik de volledige ‘Comédie humaine’ gaan lezen want Balzac’s complete oeuvre staat nu in mijn digitale boekenkast.

     

     

    Nadat ik De Nacht beeft van Nadja Terranova had gelezen, over de gevolgen van een aardbeving op Sicilië dat je bij de lurven grijpt, wilde ik onmiddellijk meer van haar lezen. Afscheid van de geesten (2020) stond op de shortlist voor de Premio Strega en won de Premio Alassia Centolibri. Wederom is Sicilië het toneel, waarnaar Ida vanuit Rome terugkeert om het huis van jaar jeugd leeg te ruimen. Een literaire versie van mijn favoriete film, Nuovo Cinema Paradiso (Oscar voor de beste niet-Engelstalige film in 1989).  Niet meer leverbaar in Nederland, maar online vond ik een Nederlandse vertaling in Frankrijk. Inmiddels ligt het boek bij mij thuis op tafel te wachten tot ik tijd heb voor de Siciliaanse zomerhitte.

     

     

    Als ik over enkele weken naar Ierland vertrek wil ik James Joyce ter hand nemen. Vooralsnog staat Ulysses op het menu, een boek waar ik al vaak mee in mijn handen stond, maar steeds voor terugdeinsde. Ditmaal ga ik me eraan wagen. Het zal geen probleem zijn om dit boek te verkrijgen, al is het nog wel oppassen met de versies. Vanaf zijn publicatie is de roman controversieel, wat in meerdere landen tot een verbod leidde. En er zijn verschillende versies in omloop met elk een eigen interpretatie. Het schijnt geen makkelijk boek te zijn en eindigde in 2007 bij de Guardian-verkiezing van het minst uitgelezen boek op de derde plaats. Vandaar mijn eerdere huiver. Maar ik ben optimistisch. Twee weken op het platteland van Ierland, met voldoende tijd om te verpozen bij het haardvuur in deze of gene pub, moet voldoende zijn om het te lezen. Of om het weg te leggen.

    Martin Lok


     

    Van de internationaal bekende Oekraïense schrijver, dichter en rockster Serhiy Zhadan (1974) zijn twee van zijn twaalf romans in Nederlandse vertaling verschenen, maar zijn gedichten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog niet vertaald. Deze zomertip betreft een Engelse vertaling  en is tegelijkertijd een pleidooi voor een uitgave in het Nederlands. How Fire Decends is een bundel met nieuwe en oude gedichten die in 2023 (Yale University Press) verscheen. Een keuze uit de bundels Psalms to Aviation (2021), List of Ships (2020), Antenna (2018), Templars (2016) en de laatste New Poems (2021-2022) zijn afkomstig van zijn Facebook-website, waaronder ook gedichten van na de Russische inval. 

    Zhadan is geboren in Staroblisk, een stad in Luhansk (Oost-Oekraïne) en hij woonde het grootste deel van zijn leven in Charkiv. Hij is activist vanaf de Oranje Revolutie (2004) en daarna de Maidan Revolutie (2013 – 2014). In het voorwoord schrijft Ilya Kaminsky dat Zhadan en zijn landgenoten werden bestormd door een pro-Russische menigte en hij gedwongen werd de Russische vlag te kussen. Hij weigerde, werd geslagen en liep een hersenschudding op. Deze dramatische gebeurtenis had invloed op zijn poëzie die een documentaire wending onderging.         

    De landschappen in het oosten van Oekraïne zijn aanwezig in al zijn werk, ook in de gedichten. Een fragment uit een langer gedicht: ‘The mutilated landscape clenches its teeth / framed by the light / slashed by moonlight / Pain and hope unite us / in the openings of the dark sky.’  

    In zijn laatste in het Duits vertaalde bundel schrijft Zhadan: ‘Voor het eerst had ik de behoefte mijn gedichten te dateren. Omdat de context meer betekenis had dan de tekst zelf. De gedichten van de laatste jaren verliezen hun autonomie, hun onafhankelijkheid, ze lijken steeds meer op een dagboek. Dat helpt het gevoel voor de tijd (…) niet te verliezen. De tijd betekent tegenwoordig veel, ze getuigt van je vaardigheid te spreken, je onvermogen te zwijgen.’   

    Ronald Bos  


     

    Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederland door Gilles Dorleijn en Wiljan van de Akker beschrijft in meer dan 1000 pagina’s de vermeende ‘revolutie van Tachtig’. Het prachtig uitgegeven kloeke boek is ja en nee een literatuurgeschiedenis zeggen de schrijvers. ‘Nee’ want het beperkt zich tot de poëzie van Kloos en de zijnen en haren, ‘ja’ want de werkelijke invloed van de nieuwe dichters en hun nieuwe werk is in een breed literair kader onderzocht. In 41 hoofdstukken geven de beide emeritus hoogleraren een empirische basis aan, en een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis, de canon en gevestigde namen. Ze laten zien dat de nieuwe poëzie niet meer in dienst staat van kerk, kapitaal of politiek, maar een eigen scheppingsplan heeft. Dorleijn en Van den Akker spreken van een ‘autonomie +’. Met zijn twee kilo is het boek niet geschikt om mee te nemen op fietsvakantie maar het is wel een fijn boek om zo nu en dan wat hoofdstukken in te lezen. Of noem ik als eerste tip toch Tom Lanoys veelgeprezen ReinAard-bewerking?

     

    De baptisten moet een heerlijke roman zijn over hoofdpersoon Marten en muziekmaten, jongens uit gelovige dorpen in het noordoosten van Friesland. Een opgroeiroman tegen het decor van de opkomst en ondergang van hun band en van een kerkleven dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en door iedereen gerespecteerd wordt. Het vraagstuk van het verdampende geloof in de wellicht wat pedant-atheïstisch westerse cultuur met minachting voor religie wordt kritisch benaderd door hoofdpersoon Marten, geboetseerd naar de schrijver zelf. Nyk de Vries (1971) is al meer dan twintig jaar actief als schrijver, muzikant en literair performer. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân. Hij is geboren en getogen in het Friese Noordbergum, heeft in Groningen gestudeerd en woont nu al jaren met zijn gezin in het zoals hij zelf zegt ‘gegentrificeerde’ Amsterdam-Oost. Hij weet dus waarover hij praat. ‘Ik voel me een intermediair tussen stad en platteland, geloof en ongeloof’, zegt hij zelf. Of noem ik Berghonger van de bergminnende filosofe Fleur Jongepier als eerste tip? Jongepier beschrijft berghonger, een bergzelf en bergmelancholie in dit zelfonderzoek dat mag leiden tot het opnieuw afstellen van het kompas van het leven.

     

    Dilemma van Erna Barth is een recent verschenen young adultboek. Hoofdpersoon Mick doet mee aan de eindronde van de filosofie-olympiade. Als hij wint, kan hij met het prijzengeld zijn vervolgstudie betalen; hij wil namelijk graag naar de landbouwhogeschool in Wageningen en later de boerderij van zijn ouders overnemen. Zijn vader ziet dat niet zitten. Hij heeft namelijk lang geleden tegen zijn zin zijn carrière als financieel directeur op moeten geven, is in plaats van tijdelijk, structureel ‘boer’ geworden en ziet liever dat zijn zoon een studie kiest ‘met meer perspectief’. Mick is stiekem naar de olympiade afgereisd. Hij komt daar in een rare situatie terecht waar in plaats van een serieuze filosofiewedstrijd vooral intriges en dubbele agenda’s een rol lijken te spelen. Spanning gegarandeerd dus! Daarnaast komen de beroemdste filosofen en filosofische begrippen langs in dit boek, dat opent met Aristoteles’ wijsheid ‘Twijfel is het begin van alle wijsheid’.

    Joke Aartsen


     

    In mijn boekenkast staat de boeken van Simone de Beauvoir, favorieten uit mijn twennertijd. De tweede sekse, Alle mensen zijn sterfelijk, De mandarijnen, Bloed van anderen, Met kramp in de ziel, Een wereld van mooie plaatjes en Uitgenodigd. Boeken die  kort na WO II geschreven en gepubliceerd zijn en heruitgegeven werden in de jaren ’80 door Agathon in een vertaling van Ernst van Altena. De maatschappelijke onderwerpen zoals existentialisme, feminisme en het patriarchaat zijn de hoofdthema’s van Simone De Beauvoir, hoewel zestig, zeventig jaar geleden geschreven zijn ze nog steeds verrassend actueel. 

    Uitgenodigd nam ik uit de boekenkast van mijn moeder. Ik bewaar sterke herinneringen aan die eerste lezing, er ging een wereld voor me open. Wanneer ik de eerste zinnen herlees, beleef ik hetzelfde als toen.Uitgenodigd is een sleutelroman, die gaat over een driehoeksverhouding tussen Pierre (Sartre), Francoise (De Beauvoir) en Xavière Pagès, (de Russische Olga) een jong meisje dat het echtpaar uitnodigt bij hen te komen wonen. De spanning tussen Francoise en Pierre wordt sterk opgebouwd. Want hoe feministisch en vrij van geest de echtelieden ook zijn, zodra jaloezie om de hoek komt kijken, is geen enkele relatie meer veilig. Tijd voor een herlezing, want alles is weggezakt.

     

    De mandarijen las ik negen jaar geleden, ik kwam mijn eigen recensie op Goodreads tegen. Het is een dikke pil met autobiografische aspecten. Een groep intellectuele Parijzenaren discussieert over de huidige wereld, koude oorlog, Algerijnse oorlog, waarin verzetsman Henri, (Albert Camus) een belangrijke rol speelt. Anne’s (De Beauvoir) innerlijke twijfel en haar uiterlijke beschaafdheid is sterk, ook de ongelijkwaardige strijd tussen man en vrouw wordt duidelijk. De mannen doen maar en de vrouwen zorgen. Dat intellectuele vrije klimaat, zonder enige bekrompenheid waarin toch ook niet alles pais en vree is, vind ik heel verfrissend. Erg genoten van dat boek. Tijd voor een nieuwe ontmoeting.

     

     

    Met kramp in de ziel is eigenlijk de Beauvoirs debuut, hoewel het pas in 1979 werd gepubliceerd. Ze was nog geen dertig toen ze, gebaseerd op haar eigen leven, aan de hand van vijf portretten van jonge vrouwen beschreef hoe ze zich ontworstelde aan het katholieke milieu. Vijf korte verhalen met eenzelfde thema die een eenheid vormen. 

    Marjet Maks

     


     

    Deze zomer heb ik besloten de boeken nog eens te lezen die ik meenam toen we mijn moeders huis uitruimden. Het betreft romans van Daphne du Maurier: Rachel, Janet, De kopermijn, Herberg Jamaica en van Pearl S. Buck: Oostenwind, westenwind en Het trotse hart. Boeken die verschenen tussen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de Margriet-bibliotheek, gebonden exemplaren met een linnen kaft. Vaak was de vertaling geautoriseerd, wat betekende dat er flink in de tekst gesnoeid was. 

    Nobelprijswinnaar van 1938, Pearl Buck – door William Faulkner smalend ‘China hand Buck’ genoemd (hij kreeg de Nobelprijs pas elf jaar later) – schreef over China, het land waar ze opgroeide en waarnaar ze altijd heimwee bleef hebben. Bettine Vriesekoop schreef een biografie over haar, Het China-gevoel van Pearl S. Buck.

     

    Daphne du Maurier was een schrijfster met een heel complex karakter. Ze hield niet van publiciteit en trok zich meestal terug in haar geliefde Cornwall. Rebecca is haar beroemdste roman, maar voor mij is Rachel (vertaling van: My cousin Rachel) net iets beter. Steeds als ik het boek gelezen heb – en dat is al heel vaak – vraag ik me af of de hoofdpersoon onschuldig was of een berekenende intrigante. Misschien kom ik er na deze keer lezen achter. 

     

     

     

    Als ik praat over het werk van Sylvia Plath, reageren de meeste mensen met: ‘Oh, die vrouw die haar hoofd in de oven heeft gestoken omdat haar man vreemdging’. Dat kan me erg kwaad maken: ze heeft verdorie wel meer betekenis verdiend dan alleen om haar zelfgekozen dood herinnerd te worden. Om mezelf en anderen ervan te overtuigen hoe groot zij was als dichteres, heb ik me voorgenomen mijn oude bundel Collected Poems van haar nog eens door te nemen. Haar gedichten zijn zo persoonlijk en oprecht, dat je het gevoel krijgt haar gekend te hebben, al zijn diezelfde gedichten verre van gemakkelijk. Haar eerste bundel The Colossus bevat nog niet het dramatische werk dat pas met Ariel naar voren komt. Ik weet dat veel literatuurliefhebbers zich in twee kampen verdeeld hebben: de Plathianen, die zich zo fel keren tegen haar echtgenoot en collega-dichter Ted Hughes dat ze zelfs geprobeerd hebben zijn naam van haar grafsteen af te krijgen, en een partij die Hughes verdedigt door dik en dun, maar ik hou van het werk van beiden. Connie Palmen schreef in haar roman Jij zegt het over het huwelijk van Plath en Hughes, gezien door de ogen van Hughes. 

     

    Al mijn boeken van Isaak Babel heb ik weggegeven (behalve de dagboeken en briefwisselingen) en ik heb daarvoor in de plaats Alle verhalen van Isaak Babel gekocht in de vertaling van Froukje Slofstra. Een paar jaar geleden heb ik me op de boekenmarkt in Dordrecht ervan laten overtuigen dat haar vertaling beter is dan die van Charles B. Timmer uit 1972. Bij de kraam van uitgeverij Van Oorschot – die al sinds 1953 de Russische Bibliotheek beheert – vertelden ze me dat waar Timmer twintig woorden nodig heeft om een zin van Babel te vertalen, Slofstra het met vijf woorden af kan. Dat is precies zoals Babel zelf te werk ging: schrappen en nog eens schrappen, totdat alleen het hoognodigste overbleef. Hij had dat geleerd van de door hem zo bewonderde Gustave Flaubert en Guy de Maupassant.

    Ik was een beetje huiverig om eraan te beginnen uit angst dat het zou tegenvallen, maar deze zomer zal ik de verhalen van Babel opnieuw lezen, deze keer in de vertaling van Slofstra. Ik begin met De Rode Ruiterij, omdat dat een van de mooiste, gruwelijkste, indrukwekkendste verhalenbundels is die ik ken.

    Hettie Marzak


     

    De keuze of ik een roman, studieboek of dichtbundel pak, wordt vooral ingegeven door waar ik op een bepaald moment zin in of behoefte aan heb. Ze liggen altijd alle drie binnen handbereik. Ook tijdens mijn vakantie. Mijn romankeuze wordt ingegeven door het land waar ik dit jaar met vakantie naar toe ga, namelijk Engeland: Wij van de Ripetta van Tomas Lieske. Een roman waarin de schilder Caravaggio de schrijver Shakespeare ontmoet, waarin twee kunsten elkaar ontmoeten. Caravaggio en Shakespeare raken met elkaar bevriend. Een fictief verhaal. Volgens een recensie van Lieke van den Krommenacker wacht mij een ‘levendige, komische en kunstige historische roman die je onherroepelijk ook aan het denken zet over het heden’. De titel verwijst naar een steegje, de Via di Ripetta in Rome, waar ze niet zitten te wachten op een buitenlander zoals Shakespeare.

     

    Ik voel me in de hele wereld thuis van Rosa Luxemburg ga ik lezen ter voorbereiding op een filosofie leesclub met als thema ‘Liefde en verzet’. Brieven van politica, filosofe en activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) met een nawoord van Joke Hermsen. Hermsen schrijft dat toen ze Luxemburgs ‘brieven voor het eerst las, [ze] niet alleen werd getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak’. Tijdens een vakantie in Berlijn ben ik eens naar de brug gelopen waar Luxemburg in 1919 door soldaten in het Landwehrkanal was gegooid. Ik heb altijd wat met Lieux de mémoires gehad, maar dit was wel een heel lugubere plek om tijdens je vakantie te bezoeken.

     

    De dunne dichtbundel die ik meeneem (het moet allemaal maar in de koffer passen) is Vergeten liedjes van P.C. Boutens. Op een dag kwam ik een gedicht hieruit, – het bleek het laatste te zijn – tegen in de mailing ‘Laurens Jz. Coster – iedere werkdag een gedicht’ (redactie Raymond Noë). Toen ik het doorstuurde aan een van mijn vrienden, zei hij dat hij het helemaal bij mij vond passen. Is het ‘t zoeken naar een ‘hogere werkelijkheid’ die mij bij Boutens aanspreekt, zijn filosofische insteek, het verlangen naar eenheid, of het wat intellectualistische dat P.N. van Eyck hem verweet? Ik ga het ontdekken. Elke dag een gedicht op papier. Als een bonbon die je langzaam moet proeven. Alleen geen Engelse ben ik bang. Dat dan weer niet.

    Drie filosofisch getinte boeken die aan het denken zetten, geschreven in een poëtische taal, levendig en sprankelend schijnt. Het moet raar lopen willen ze niet met elkaar in gesprek gaan. En met mij, als lezer, waarin ze een eenheid hopen te vinden.

    Els van Swol


     

    De terugkeer van de charlatan van Jo Komkommer gaat over vervlogen dagen en mensen die er niet meer zijn. Vanuit zijn herinnering en gesprekken met anderen schrijft hij over zijn vader, of over een collega uit de hotelbranche waarin Komkommer dertig jaar werkte. Het zijn prachtige kleine biografieën. Ook over die jaren in dat boetiekhotel in Antwerpen schrijft hij. Wie hij daar ontmoette, acteurs, schrijvers, hoe er gewerkt werd, de collegialiteit. Daartussendoor het verlangen naar een zweempje roem. Hoe hij Isabella Rosselline steeds opnieuw in zijn herinnering het hotel ziet verlaten. Met een citaat van Karel van het Reve, over een een Duitse man die hij voor de oorlog kende, (… Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gegearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?) opent het boek. Denken aan dingen en mensen tegen het vergeten. Jo Kommer toont zich een liefdevol schrijver met een zweem van weemoed. Prachtig boek!

     

    De wereld in 48 stukken van Menno Hartman laat me verwonderen over dingen waar ik niets van weet. Bijzondere dingen, die aan het licht komen als je de wereldkaart in stukken opdeelt, je focust op een deel daarvan. Wat Hartman deed, hij knipte de wereldkaart in 48 stukken. Hoe de wereld zich dan aan je voordoet. Waar de dingen begonnen, connecties in landslijnen, culturen. Een stuk over Mexico begin over vleermuizen, dan over Rebecca Solnit die schrijft over Tina Modotti die een rol speelde in de Mexicaans communistische beweging waar ook Diego Rivera en Frida Kahlo bij betrokken waren, en eindigt met een gedicht van Octavio Paz. In twee en een halve bladzijde ontstaat een hele wereld. Ook Hartman schrijft vanuit herinneringen, vele delen op de wereldkaart bezocht hij zelf. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk, het persoonlijke ontdekken, zijn kennis van de wereldliteratuur, het zoeken naar het verhaal achter de dingen. Dit alles verweven in 48 fijn geschreven stukken. Een boek als een schatkist.

     

    Pooltochten dromen van Erik Harteveld is een klein brievenboek. De blinde Anselm Bijvoet zoekt via de mail contact met de schrijver. De briefwisseling houdt drie maanden stand (10 april – 18 juli 2024). De blinde maakt de schrijver deelgenoot van de reizen die hij d.m.v. een brailleglobe met reliëf maakt. ‘Vanmiddag ga ik eens de tocht van Nansen naar de Noordpool herbeleven.’ Maar is ook nogal kriegelig over het gemak waarmee Harteveld zijn brieven beantwoord. En dan het mysterie van de ouders van Anselm die tijdens een oudejaarsnacht bij een brand in het tuinschuurtje zijn omgekomen. Of hij daar de hand in had? De vraag van de schrijver of zijn ouders oliebollen in het schuurtje bakten waardoor brand ontstond, wordt genegeerd. Na een tiental brieven schrijft Harteveld, ‘Ik ben er nog niet uit of je een grapjas bent of gewoon een vervelend mannetje.’ Na wederzijdse irritaties komt er een kentering, een toegeven aan elkaar, maar ook elkaar door hebben. Over de kracht van het woord en alles wat verzonnen is. Een pareltje, mysterieus ook (waarom schrijven mensen elkaar?).

    Ingrid van der Graaf


     

    Ingezonden lezersreactie:

    Deze vakantie neem ik het Verzamelde werk van Kafka mee, het ligt al een week achter de voorruit in de helle zon te versmoren, het is te heet om te lezen in Zuid-Frankrijk maar morgen gaan we naar koelere oorden, Kafka vind ik geweldig, zijn korte en langere verhalen. ‘Een plattelandsdokter’ bijvoorbeeld is meeslepend, geestig, hij komt handen te kort:’De moeder staat bij het bed en lokt mij erheen; ik volg haar en leg, terwijl een der paarden luidkeels naar de zoldering hinnikt, mijn hoofd op de borst van de jongen, die rilt onder mijn natte baard.’

    Mijn zoon (21) leest bij gebrek aan digitalia Madame Bovary van Gustave Flaubert. Hij weet nu wat ‘drie morgens land’ betekent,  maar hij vindt het traag, weinig spanning tot nu toe. maar toch mooie beschrijvingen van kunstvoorwerpen en chateaus…Voor een bijna niet van zijn telefoon los te weken jongere is hij toch zeer belezen: Hertmans, Gospodinov, The prophet song. Tom Sawyer vond hij het mooist, vanwege de spanning en de beschrijvingen van het oude Amerika.

    Hadewijch Griffioen

     

  • Wat niet kan is nog nooit gebeurd

    Wat niet kan is nog nooit gebeurd

    En tóch gebeurt het. In Tomas Lieskes nieuwste roman Wij van de Ripetta ontmoeten de Engelse dichter Shakespeare en de Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio elkaar in het 16e eeuwse Rome en trekken ze kort samen op. Zij zijn twee belangrijke personages in de roman. De ‘Wij’ van de Ripetta zijn de stamgasten van het wijnlokaal Ripetta waar de meeste ontmoetingen plaatsvinden. Zij zijn de ‘toeschouwers’, de ‘beschouwers van de lijnen van het lot’, de plukkers van de dag, de vinophilen, wankelmoedigen, dromers, de gasten die achterblijven. Het verhaal wordt met name verteld door een alwetende verteller, maar in de meeste van de zeven hoofdstukken ook deels door deze stamgasten en vanuit hun perspectief leert de lezer de hoofdpersonages vooral kennen. Als een rode draad lopen de kroegscènes door de roman, scènes die een feest om te lezen zijn voor de lezer, die aanschuift bij de gasten in de stamkroeg, denkbeeldig meedrinkt en toehoort, vertrouwd raakt met het meer of minder gezellige gezelschap en mét hen hoopt op een goede afloop.

    In het begin van het boek trekt Caravaggio te voet door de Maremma, een kuststreek ten noorden van Rome. De schilder wil weer terug naar Rome, want hij heeft ‘genoeg gezien en in zijn herinnering opgeslagen om alles wat hij aan Bijbelse voorstellingen zou schilderen een landschap te geven (…)’. De ontmoeting met de twaalfjarige onbevangen en vrolijke kwebbelkous Francesco, ‘Cecco’, is een bonus. ‘Ik heb je in het licht gevonden’, zegt Caravaggio en de twee trekken vanaf dat moment gezamenlijk verder. Stiekem zijn hiermee Carvaggio’s belangrijkste handelsmerken uit de doeken gedaan. Al in de Maremma ziet de schilder voor zich hoe hij ‘de hele Bijbel tot geschilderde werkelijkheid van nu en hier wil maken’. Hij hanteert in zijn werk een voor die tijd vernieuwende naturalistische stijl en gebruikt claire-obscureffecten, zoals duidelijk op de omslag van het boek, waarop een afbeelding van Caravaggio’s ‘De roeping van Matteüs’ uit 1599 prijkt – een beeld dat overigens ook een associatie met een stamtafel in de kroeg oproept.

    De schrijver en de schilder

    De relatie tussen de weerbarstige kunstenaar en zijn jonge vriend is warm en herkenbaar beschreven. ‘Alles kan, als je maar gelooft’, beweert de jonge Cecco. Dat vrolijke optimisme is aanstekelijk, maar een grotemensenwerkelijkheid blijkt toch wat weerbarstiger. Bij aankomst in Rome zijn ze getuige van een nare gewelddadige vechtpartij die Caravaggio later in nachtmerries blijft achtervolgen. De schilder en zijn jonge vriend wonen samen in Rome. Cecco verleent in huis en bij Caravaggio’s werk de nodige hand- en spandiensten. Ook staat hij model voor een schilderij van Johannes de Doper dat Caravaggio maakt in opdracht van de Ciriaco Mattei, een broer van de kardinaal. Er wordt gefluisterd over een intiemer relatie tussen beiden, maar in deze roman is Cecco geen ‘bardassa’, schandknaap.

    Will, William, ‘Shaksbird’ doet zijn indrukwekkende intrede in de Ripetta op een middag van een van de allereerste jaren van de zeventiende eeuw. De stamgasten reageren verrast maar vooral geïmponeerd, schilder en schrijver herkennen in elkaar iemand om serieus te nemen. De schrijver en zijn werk en afkomst roepen veel vragen op en dat brengt nieuwe vaart en vrolijkheid in de roman. Will spreekt een ‘zwalkend Italiaans’, hij heeft het bijvoorbeeld over een ‘afluistervink’ of iemand die een ‘beenblok’ is en er zijn grappige verwijzingen naar werk van Shakespeare zoals ‘mijn koninkrijk voor een jas’ en de midzomernacht die meerdere keren langskomt. De stamgasten zijn vooral argwanend over zijn protestants-Britse achtergrond, maar katholiek of protestant is voor Will niet zo relevant: ‘Toneel is mijn geloof’, stelt hij. Hij legt overeenkomsten uit tussen het toneel in zijn thuisland en de paus in de Italiaanse kerk en betoogt dat het in zijn stukken, die veelal in een ver verleden spelen, net als bij Caravaggio’s werk in feite gaat over ‘de politiek van vandaag’ en ‘de keuze tussen goed en kwaad’. In de apotheose van de roman wordt een gelegenheidsstuk van de toneelschrijver opgevoerd door en voor de stamgasten. Vreemdeling Will, die weer terug naar het Britse moet, helpt hiermee zijn kunstbroeder Caravaggio bedoeld of onbedoeld tegen zijn nachtmerries. Hij geeft hem op de valreep ook nog een belangrijk advies voor zijn nieuwste Johannes de Doperopdracht.

    Tomas Lieske heeft in 2024 de Constantijn Huygensprijs ontvangen voor zijn hele oeuvre. De jury spreekt onder andere van een fascinatie in zijn werk voor grensgebieden tussen verleden en heden en goed en kwaad. ‘De romans en gedichten van Lieske roepen (…) werelden op waarin wat bestaat niet belangrijker is dan wat niet bestaat.’ Wie werk van Lieske wel eens (te) absurd of surrealistisch vindt, zoals bij de bekroonde titels Franklin (2000, Inktaapprijs) of Niets dat hier hemelt (2023, Bordewijkprijs en nominatie Libris), kan zich zonder zorgen aan deze laatste Ripettaroman wagen. Lieske beschrijft hierin namelijk weliswaar een gebeurtenis die ‘niet kan’, althans onwaarschijnlijk is, en die  nooit gebeurd is (voor zover we weten hebben Shakespeare en Caravaggio elkaar nooit ontmoet) maar hij doet dat geloofwaardig en heel realistisch. Wij van de Ripetta is een mooi geschreven, interessant en grappig boek met een vertelling waar je als lezer op een prettige manier in meegenomen wordt.

     

     

  • Oogst week 50 – 2024

    Oogst week 50 – 2024

    IJsvogel

    Dit najaar verscheen IJsvogel, het debuut van van beeldend kunstenaar Lotta Blokker (1980).
    De aanleiding om te gaan schrijven was haar fascinatie voor wereldberoemde en vooral impactvolle foto’s, vertelt ze in Een Uur Cultuur van de VPRO. Wat haar bezighield was de vraag waarom maken juist deze foto’s zo’n indruk? Een van die foto’s was ‘Het meisje en de gier’ van fotograaf Kevin Carter die voor zijn foto de Pulitzerprijs won en een paar maanden daarna zelfmoord pleegde. Het hele verhaal was zo aangrijpend voor Blokker dat ze vanuit een obsessieve behoefte een beeld van hem maakte. Tot haar verbazing voelde ze zich daarna toch niet helemaal van hem ‘bevrijd’. Toen is ze gaan schrijven en ontstond Max, een hoofdpersoon uit een van de drie verhalen uit IJsvogel.

    Max is een man die dagelijks vanuit zijn huis een vrouw en haar dochtertje filmt met een videocamera.
    Lieke en Vincent uit een ander verhaal draaien eindeloos om elkaar heen. Hij omdat hij getrouwd is en een trouwe echtgenoot wil zijn. Zij omdat ze weet dat hij getrouwd is, maar ze is ook hopeloos verliefd. En in het laatste verhaal worstelt een vader met de dood van zijn zoon en zijn tekortkomingen als vader.

    Alle verhalen zijn los van elkaar te lezen, maar er zijn wel verbanden.

    Bij de presentatie van IJsvogel zei Kees ’t Hart: ‘Er gaat iets bijzonders van dit werk uit. Het is nieuwsgierig, het is volhardend. Het toont allerlei creatieve en psychologische inzichten. Het is nergens rancuneus; de personages hebben het moeilijk, maar er hangt een geëngageerde meelevendheid in dit boek.’

    IJsvogel
    Auteur: Lotta Blokker
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Die mooie Atlantische wals

    In Die mooie Atlantische wals worden twee verhalen met elkaar verweven. Het ene verhaal speelt in 1957 en gaat over het harde leven op zee van een walvisjager in de Zuid-Atlantische Oceaan. Ook al kiest hij vervolgens bewust voor een leven op de Shetlands, aan de wal met vrouw en kind, hij blijft toch de zee missen.
    Het andere verhaal dat in het heden speelt gaat over een oude man, Jack. Hij woont op Shetland, alleen, in het huis waarin hij is opgegroeid. Hij houdt van muziek, Amerikaanse countrymuziek. Hij luistert ernaar en schrijft het ook. Als er op een dag onverwachts iets bij hem wordt afgeleverd is dat het begin van een grote verandering in zijn regelmatige en eenzame leven.

    Tegelijk met het boek heeft Tallack ook een plaat met countrymuziek uitgebracht. Bij elk hoofdstuk is een songtekst opgenomen. De plaat heet ‘That Beautiful Atlantic Waltz’ en is via streamingdiensten te beluisteren.

    De Schotse Malachy Tallack (1980) is muzikant, schrijver en journalist. Hij publiceerde zowel fictie als non-fictie. Hij was redacteur van het tijdschrift Shetland Life, richtte het online tijdschrift The Island Review op en is hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Gutter.

     

     

    Die mooie Atlantische wals
    Auteur: Malachy Tallack
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    Wij van de Ripetta

    In de nieuwe roman van Tomas Lieske ontmoeten Caravaggio (1571-1610) en Shakespeare (1564-1616) elkaar. Het waren tijdgenoten, maar het is onbekend en wordt als onwaarschijnlijk betiteld dat de twee elkaar echt ontmoet hebben. Maar laat zo’n ontmoeting maar aan Lieske over. Hij laat vaker beroemdheden optreden in zijn romans, die vaak geestig zijn, de verbeelding voeden en een goed (historisch) verhaal vertellen.

    Wij van de Ripetta speelt zich grotendeels af in een kroeg in de Via di Ripetta, gelegen in een wat gure buurt. De bezoekers van de kroeg komen daar om te drinken, anderen te ontmoeten en vooral elkaar op de hoogte te houden van het wel en wee van de buurtbewoners. Naar die verhalen is de vreemdeling op zoek.

    In eerste instantie zit men helemaal niet te wachten op een vreemdeling, maar dit is wel een bijzondere en al snel is iedereen gefascineerd door de man, de muze van Caravaggio Lena en zijn hulp Cecco incluis, tot verdriet van Caravaggio zelf.

    In juni van dit jaar werd bekend dat Tomas Lieske de winnaar is van de Constantijn Huijgensprijs, een prijs die hij op 25 januari 2025 in Theater aan het Spui in Den Haag uitgereikt zal krijgen voor zijn gehele oeuvre dat bestaat uit romans, verhalen, gedichten en essays.

    Wij van de Ripetta
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido
  • Constantijn Huygensprijs voor Tomas Lieske

    Woensdagavond werd in het radioprogramma Kunststof bekendgemaakt dat Tomas Lieske, (pseudoniem van Ton van Drunen, 1943) de Constantijn Huygensprijs 2024 krijgt. Het is een prijs voor zijn gehele oeuvre, dat bestaat uit romans, verhalen, gedichten en essays. De jury spreekt van taal die fonkelt, de nieuwsgierigheid wekt en de verbeelding viert. In een reactie op deze bekendmaking, zei Lieske, ‘Ik was verbaasd toen ik werd gebeld, want vorig jaar kreeg ik ook al een telefoontje van juryvoorzitter Aad Meinderts. Destijds omdat mijn meest recente roman werd bekroond met een andere Haagse Literatuurprijs, en nu ontvang ik dus deze mooie prijs voor mijn hele oeuvre. Dat is natuurlijk geweldig’.

    Lieske debuteerde in 1987 met de dichtbundel De ijsgeneraals en brak in 2000 door naar een groter publiek met zijn roman Franklin. Zijn meest recente roman, Niets dat hier hemelt, is in 2023 bekroond met de F. Bordewijk-prijs voor verhalend proza. Uit zijn werk spreekt een aanhoudende fascinatie voor grenzen en overgangsgebieden. Tussen verleden en heden, kennis en verbeelding, goed en kwaad bevindt zich een dun vlies. Veel van zijn personages – vaak verloren, verweesde en beschadigde kinderen – gebruiken hun levendige verbeelding om een tekort te compenseren. De romans en gedichten van Lieske roepen werelden op waarin wat bestaat niet belangrijker is dan wat niet bestaat.

    Over zijn werk zegt Lieske, ‘Ik geef via een omweg commentaar op de wereld om mij heen. Neem bijvoorbeeld Niets dat hier hemelt. Deze roman speelt zich af in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, in een dorp dat in die vorm eigenlijk niet meer bestaat. Je gaat als lezer terug in de tijd, naar een periode die voorafgaat aan de Nazitijd. Dat komt in het boek voor, maar tegelijkertijd gaat het veel meer over de wereld van nu, maar dan in een iets andere verpakking.’

    ‘Met zijn romans, verhalen, gedichten en met zijn vroegere poëziekronieken voor het literaire tijdschrift Tirade, in 1989 gebundeld onder de titel Een hoofd in de toendra, werkt Lieske aan een oeuvre dat zich zo niet in omvang, dan wel in reikwijdte, vormbeheersing en soortelijk gewicht kan meten met dat van de schrijver over wie hij lang geleden zijn doctoraalscriptie Nederlands schreef: Simons Vestdijk. , aldus de jury, die bestond uit: Jeroen Dera, Layla El-Dekmak, Laurens Ham, Rashif El Kaoui, Helma van Lierop, Aad Meinderts (voorzitter), Mathijs Sanders, Jeannette Smit en Sarah Vankersschaever

    De Constantijn Huygensprijs is een van de vijf Haagse Literatuurprijzen en bedraagt € 12.000.

    De prijs zal tijdens het Writers Unlimited Festival op zaterdag 25 januari 2025 uitgereikt worden.

     

  • Beste boeken van 2023

    Beste boeken van 2023

    Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.

     

     

     

     

    Verder kijken – Esther Kinsky

    Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.

     

     

    His Natural Life – Marcus Clarke

    Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)

     

     

     


    Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden

    Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.

     

     

     

    Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer

    Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)

     

     

     


    De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren

    Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.

     

     

    Het boek van de kinderen – A.S. Byatt

    Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)

     

     


    Nirwana – Tommy Wieringa

    Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.

     

     

    Het hart van de ever – Baltasar Porcel

    Het hart van de ever is de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)

     

     


    Ruitjesblues – Jan Beuving

    Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)

     

     

     


    Luister – Sacha Bronwasser
    De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.

     

     

    Een schitterend wit – Jon Fosse
    Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)

     

     


    Das Spinnennetz – Joseph Roth
    Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.

     

     

    De wintersoldaat – Daniël Mason

    In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)

     

     


    Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje

    Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

     

     

    De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf
    Ademloos las ik dit jaar
    Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)

     

     


    Scherven – Bret Easton
    Dit jaar las ik
    Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie. 

     

     

    In het huis van de dichter – Jan Brokken
    Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)

     

     


    Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.  

     

     



    De laatste witte man
    – Mohsin Hamid
    Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)

     

     


    Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom
    Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
     verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden. 

     

     

     

    Balts – Luuk Gruwez
    In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)

     


    ArkadiaSipko Melissen
    Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
     Arkadia is prachtig geschreven!

     

     


    Drengr
    – Aron Dijkstra
    Een echte Viking is
    drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)

     


    Jij zegt het – Connie Palmen
    Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’

     


    Goudjakhals
    – Julien Ignacio

    Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)

     

     


    Marente de Moor – De schoft 

    Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen. 

     

    Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt 

    Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)

     

     


    Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose

    Een prachtig indrukwekkende debuutroman van de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.

     

     


    Rugzwemmen – Marc ter Horst

    Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)

     

     


    Een kleine weldaad – Raymond Carver

    Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.

     

    De minnaar – Marguerite Duras

    Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)

     

     

     

  • Een mooi palet aan literaire kleuren en smaken

    Een mooi palet aan literaire kleuren en smaken

    De zomer is voorbij maar de zomereditie van literair tijdschrift Tirade is er nog. Een editie met veel ruimte voor poëzie, verschillende essays en verhalen. In deze tijd heeft de geest nood aan een breed palet van kleuren en smaken om te beseffen dat het leven niet eenduidig te verklaren is. Toepasselijk is dan ook dat Lodewijk Verduin het in zijn inleidende ‘Redactioneel’ heeft over het verspreiden van literaire ‘spaanders die terechtkomen in humus, andere planten weer doen groeien, of bloeien’. En ‘viert Tirade […] de literatuur met wildgroei van teksten uit alle genrehoeken, geschreven door auteurs van uiteenlopend, veelkleurig pluimage.’

    Het essay, ‘Het demasqué der standpunten’ van Mathijs Sanders komt uit de letterkundige hoek en heeft als uitgangspunt een ontmoeting tussen de twee tijdgenoten Menno ter Braak en F. Bordewijk. Hoe beide schrijvers tezelfdertijd op een bijeenkomst waren om het honderdjarig bestaan van hun uitgeverij Nijgh & Van Ditmar te vieren. Of ze toen werkelijk kennis met elkaar maakten, is niet zeker. ‘Spraken de twee schrijvers elkaar die middag? Ik probeer het mij voor te stellen.’ Naar zo blijkt was de ontmoeting, ‘tussen twee van de belangrijkste prozaschrijvers van het interbellum [..] vooral een ontmoeting op papier’.

    Leessporen

    Via leessporen in de boeken die Ter Braak en Bordewijk van elkaar lazen en die zich in hun huisbibliotheek bevonden – welke sinds enkele jaren ‘gebroederlijk’ naast elkaar in de kelder van de Leidse universiteitsbibliotheek staan – volgt Sanders de aard van de onderzoekingen die beiden in elkaars boeken ondernamen. Een prachtige speurtocht waar de lezer in meegenomen wordt om als een detective de aantekeningen en onderstrepingen in beider boeken te volgen. En de herkenbare twijfels over zijn eigen interpretatie, ‘Lees ik in Ter Braaks potloodaantekeningen iets wat er niet staat? Zie ik bijna een eeuw na dato iets wat de criticus zelf destijds niet onder woorden kon of wilde brengen? Ben ik bevangen door de hoogmoed van de hermeneut, over wie de filosoof Schleiermacher begin negentiende eeuw schreef dat het diens opdracht is om de auteur beter te begrijpen dan hij zichzelf begreep?’ Dit fijne essay is een bewerking van een lezing gehouden door Mathijs Sanders in de Universiteitsbibliotheek van Leiden op 24 nov. ‘22.

    Anja Sicking geeft in ‘Wachten op de clou’, een mooie lezing van de dystopische roman Onder het asfalt (2022) van Maarten van der Graaff. Ze merkt op dat Van der Graaffs ‘fascinatie voor het wegvallen van de bestaande ordening van het landschap’ niet nieuw is in zijn oeuvre, en heeft het onder meer over schrijvers en hun rijbewijs halen, over wat zoal tijdens het rijden wordt waargenomen. Van een rijleraar hoorde zij datvan alle beroepsgroepen, schrijvers het langst erover doen hun rijbewijs te halen. ‘Dat is omdat ze geen onderscheid maken ‘tussen hoofd- en bijzaken, hun aandacht blijft vaak aan iets onbenulligs hangen.’ Zelf slaagde ze na tachtig rijlessen voor haar rijbewijs, op een zaterdagochtend, toen de wegen bijkans leeg waren, ‘op een verdwaald konijn na’. Weet dat een onbenullig detail voor een schrijver van groot belang is.

    Samen zwaluwstaarten

    Van Tomas Lieske drie gedichten met een adelijke Charlotte De Bourbon in de hoofdrol. Het gedicht, ‘Charlotte De Bourbon leest poëzie’, opent meesterlijk met: ‘Vivat Astrid Lampe, vivat Piet Gerbrandy, vivat. // Kunnen die twee niet samen zwaluwstaarten daar moet letterlijk / gesproken iets moois uit groeien van het hardste hout’ / (…) En over de wantsen in het bed van de kasteelvrouw, ‘als kleine letters die zich rennend verbergen’. In het woord ‘zwalustaarten’ ontstaat zonder meer een beeld van bovengenoemde dichters samen, dat daar iets goeds uit voortkomt.

    In vijf gedichten van Lies Gallez gaat het over verlangen, ‘aanraakpunten’ die verbinden en het belang van het benoemen van de dingen. Waaronder het veelzeggende gedicht, ‘Pogingen om een moeder gelukkig te maken’. 

    ‘je moet dit leren: de miserie van je moeder kun je niet oplossen. zelfs niet door
    een eeuwige glimlach met je mee te smokkelen, zelfs niet door voetstappen zo
    licht als het licht zelf op zondagochtend, zelfs niet met koppen koffie’

    Goed verhaal en essaydebuut

    In het goed geschreven verhaal ‘The Timekeepers’ van Jonathan van der Horst gaat het over de tijd. ‘Hoe alles wat vandaag van belang lijkt, morgen alweer verdwenen kan zijn. Opgeslokt door de tijd.’ Over vriendschap waar een uiterste houdbaarheidsdatum op zit. Als twee van de drie oude vrienden elkaar na lange tijd weer ontmoeten, zegt de een, ‘ We gaan het niet over Pepijn hebben. Dat is voorbij. Afgelopen. We zijn hier niet om oude koeien uit de sloot te halen.’
    ‘Wat ben ik dan?’
    ‘Een oude vriend. Dat is iets anders. Een oude koe sterft een langzame dood. Een oude vriend verwaarloos je alleen maar.’ 

    Verder in deze Tirade het essaydebuut ‘Ik geloof dat mensen planten zijn’, van Marijke Vos. Van Sander Kollaard werd de reactie die hij in januari van dit jaar voorlas tijdens een avond in Spui25 over ecokritiek in zijn roman Uit het leven van een hond en in de Nederlandstalige literatuur, opgenomen. Van Kyrke Otto de zeer ritmisch lezende gedichten, ‘Drie gedichten voor Sophia’. Van Rodante van der Waal het gedicht ‘Krijg een kind met mij’ in zes afleveringen. Van Yasmin Namavar drie gedichten. Twee gedichten van Piet Gerbrandy en Lilian van Ooyen met ook twee gedichten. Van Rozalie Hirs staat er met een serie van vijf gedichten, ‘Als je aanwezigheid’ in, en van Pieter Franciscus M. vier gedichten onder de titel, ‘Merlin’. Werner Valk schreef het verhaal ‘Vogelbot’. Kortom een Tirade met niets dan mooie bijdragen die met genoegen gelezen werden.

    De illustraties zijn van Rein Klomp.

     

    Tirade verschijnt vijf keer per jaar.

     

  • Oogst week 8 – 2023

    Niets dat hier hemelt

    Tomas Lieske is in 1943 geboren in Den Haag. De stad staat voor de ene helft op zandgrond, voor de andere helft op veengrond. Niets dat hier hemelt – Lieskes nieuwste roman – vertelt over de ondergang van een veengebied. Hiervoor is niet de invasie nodig van een heel leger of een tsunami uit de Noordzee. Slechts één familie volstaat om het geboortedorp van de hoofdpersoon te bedreigen. Vijf broers plunderen de omgeving en vinden zelfs een halfdode ruiter op zijn paard. Hun jongste broer, uiteraard Benjamin geheten, laten ze letterlijk in de huid van de paardrijder kruipen. Bear Grylls, eat your heart out…

    In 1992 gedebuteerd met proza geldt Lieske als een laatbloeier. Sinds Oorlogstuinen schreef hij een slordige twintig romans en won hij onder meer de Libris Literatuur Prijs en de Littéraire Witte Prijs. In de vroege jaren ’80 echter oogstte hij al lof met zijn gedichten en essays voor Tirade en de Revisor. Velen werden gecompileerd in Een hoofd in de toendra (1989). Nu voert hij onze hoofden naar veen en moerassen, die wegzinken onder de wreedheid van vijf broers.

    Niets dat hier hemelt
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Zij.

    #MeToo-schandalen komen tegenwoordig in zulke grote getallen aan het licht, dat verontwaardiging plaatsmaakt voor ongevoeligheid. Daarom is Zij. van Maaike Neuville misschien wel het belangrijkste boek van dit voorjaar. De lezer volgt Ada Peeters, een gelauwerde actrice die in de theaterwereld met veel mannen heeft samengewerkt. Het zweet loopt haar over de rug wanneer zij een monoloog zal houden in de stad waar ‘hij’ woont… Neuvilles ervaringen als film- en theatermaker zullen voor Ada’s belevenissen een dankbare inspiratiebron zijn geweest.

    Zij. wordt gepromoot als een boek over intimiteit en overschreden grenzen, zelfs bij wederzijdse instemming. Een verhaal dat het onderscheid tussen dader en slachtoffer vervaagt, maar niet weggumt. De titel alleen al is voer voor speculatie: ‘zij’, is dat de hoofdpersoon? Zijn ‘zij’ de mannen? De vrouwen? Aangezien Neuville evenals Ada actrice is, onder andere in Red Light, ligt een autobiografische lezing voor de hand. Dat Zij. het verhaal van vele Ada’s vertelt, bewijst andermaal de urgentie van deze roman.

    Zij.
    Auteur: Maaike Neuville
    Uitgeverij: Bezige Bij

    Goed komen – een seksuele queeste

    Een populair Nederlands motto luidt: ‘Komt goed.’ Het betekent dat we niet te veel moeten nadenken over de toekomst, waar we beperkt invloed op hebben. Waar Joy Delima vroeger een beperkte invloed op had, mede door gebrekkige kennis en nare ervaringen, was haar seksleven. In plaats van te denken dat het allemaal wel goed zou komen, besloot zij tot een seksuele queeste: Goed komen. De kaft van dit boek eert het vrouwelijke genot door het orgaan af te beelden dat zo vaak wordt gezocht, maar slechts mondjesmaat gevonden.

    Hoewel Goed komen gepubliceerd werd op Valentijnsdag van dit jaar, beschouwt en behandelt Delima seksualiteit niet als onderdeel van de romantische liefde. Veel meer gaat haar boek over schaamte, zelfwaardering en eenzaamheid. Het is bedoeld voor wie houdt van seks, of ervan wil leren houden. Met name haar openhartigheid en humor worden alom geprezen en leverden haar reeds een wekelijkse column in Volkskrant Magazine op. Na Goed komen is te hopen dat er nog vele hoogtepunten zullen volgen!

    Goed komen - een seksuele queeste
    Auteur: Joy Delima
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 51 – 2021

    Het spettert geluk

    De erelijst van schrijver Tomas Lieske is ontzagwekkend: de VSB Poëzieprijs, de Libris Literatuurprijs, de Inktaap en de Littéraire Witte Prijs staan reeds op zijn palmares. Na boeken als Dünya, Honderd hoge dagen en Gran café boulevard vervaardigde Lieske een in Parijs spelende poëziebundel, genaamd Het spettert geluk. Normaliter ontleent een dichtwerk zijn kracht niet per se aan een plot, maar daarop vormt Lieskes recentste uitgave een uitzondering. Lieske (pseudoniem van Antonius Theodorus van Drunen) vertelt hier het verhaal van maatschappelijk verstoten zwervers in de Franse hoofdstad: een perfect decor voor de donkere dagen rond Kerst.

    Zonder hier al te veel over de inhoud prijs te geven zal de literatuurliefhebber zijn geluk op kunnen wat intertekstualiteit betreft: de Klassieke Oudheid, de Bijbel, de Verlichting: ze zijn volop aanwezig. Het spettert geluk doet denken aan Iason en de Argonauten, de Ark van Noach en Les Misérables. Bovendien wordt één van Lieskes eerdere bundels, Keto Stiefcommando, nieuw leven ingeblazen. De gelijknamige Afrikaanse banlieu-bewoner brengt de verstotenen namelijk onder in een boot, die tijdens een reis over én door de Seine op allerlei opmerkelijke overblijfselen van oude en moderne culturen stuit. Van scooters tot sarcofagen…

    Het spettert geluk
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden

    Soms komen talige vondsten uit onverwachte hoek. Radio 538 had jarenlang de rubriek ‘Een woord dat je niet zo vaak hoort’. En oké, het jolige gedoe en harde gelach nam je dan op de koop toe. Ook politici kunnen er wat van. Zo voelt Baudet zich geregeld ‘Spengleriaans angehaucht’ en noemt hij menslievende landgenoten ‘oikofoob’. Evers en Baudet bedrijven echter kinderspel vergeleken bij NRC-columnist Guus Middag, die onlangs het Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden uitbracht. Van 2012 tot 2020 verzorgde Middag bovendien voor Onze Taal de rubriek ‘Raarwoord’: een uitvoerige behandeling neologismen die andermaal bewijzen hoe leuk taal kan zijn.

    De schrijver van onder meer De wereld is weer plat, ja en De eerste keer heeft de afgelopen jaren niet bepaald stilgezeten met zijn compilatie. Hij vult immers 192 pagina’s met nieuwvormingen. Een losse greep uit Middags woordenboekje, waar uitgeverij Van Oorschot overigens ook een opsomming van geeft, zegt al genoeg: ‘beatlehaar’, ‘honduree’, ‘behangenees’, ‘allesdier’, ‘zwouten’. Een bijkomend aardigheidje van het verklarende zakwoordenboek is dat Middag elk exemplaar persoonlijk heeft ondertekend met een unieke opdracht. Met nóg meer nieuwe vondsten, misschien? Vooruit, nog ééntje dan: ‘matchboxrupsbandafdruk’.

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden
    Auteur: Guus Middag
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Minjan – mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov

    De non-fictieroman Mazzel tov betekende de definitieve doorbraak voor de Vlaamse Margot Vanderstraeten. De Standaard en het NRC prezen haar om haar integriteit en medemenselijkheid in dit boek over de Joods-orthodoxe gemeenschap. Ze won er zelfs de E. du Perronprijs mee. Nu schrijft Vanderstraeten hierop een vervolg, waarin ze het gesprek aangaat met allerlei vertegenwoordigers van de Chassidische cultuur. Niet iedereen was namelijk even tevreden met Mazzel tov… De titel Minjan betekent ‘een groep van minimaal tien volwassen mannen waarmee een joodse gebedsdienst kan plaatsvinden’. Hiermee stipt zij subtiel de rechtlijnigheid aan die zij kritisch en respectvol bevraagt.

    Strikt genomen is Minjan een reportage die de lezer langs de Chassidische kring in Antwerpen voert. Vanderstraeten levert kritiek, zij het niet onder de vlag van ‘satire’, de vrijbrief om zo kwetsend mogelijk uit de hoek te komen. Wel betoont ze zich een onbevangen, seculier en onafhankelijk denker. Respect is voor haar niet ‘leven en laten leven’, maar ‘er hard tegenin gaan’. Bovendien biedt zij een inkijkje in haar privéleven; haar vriend is ernstig ziek. Via een keur van interessante personen komt ze erachter dat behoren tot een groep naast nadelen ook voordelen biedt. En zoals het een reportage betaamt, voegen de foto’s couleur locale toe.

    Minjan - mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov
    Auteur: Margot Vanderstraeten
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • De zomerboeken van Adri Altink

    De zomerboeken van Adri Altink

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Adri Altink gaat op vakantie en neemt mee:
    Ross King – De boekhandelaar van Florence
    Margriet van der Heijden – Denken is verrukkelijk. Het leven van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest
    Laura Jansen – Wij zagen een licht
    Cyrille Offermans – Midden in het onbewoonbare
    Ingmar Heytze – De honderd van Heytze

    ‘De boekhandelaar van Florence uit de titel is Vespasiano da Bisticci, die midden in de ontwikkeling van de boekdrukkunst stond en Ross King is een boeiende verteller. In de dubbelbiografie van het echtpaar Ehrenfest is mijn interesse gewekt door een prachtige roman, De verrijzenis van Arago van Tomas Lieske. Daarin speelt Paul Ehrenfest een grote rol. Van kunst- en literatuurcriticus Cyrille Offermans las ik twee jaar geleden de dagboeknotities Een iets beschuttere plek misschien. Ik vond die zo boeiend dat ik de opvolger, Midden in het onbewoonbare, eveneens verschenen in de serie Privé domein, nu ook klaar leg. Sinds mijn ervaringen met vluchtelingen op Lesbos, kan ik verslagen daarover maar moeilijk ongelezen laten. Daarom Wij zagen een licht van Laura Jansen, die er twee en een half jaar werkte. De honderd van Heytze gaat mee omdat hij heerlijk gezelschap is om bij weg te mijmeren.’

     

    Lees hier meer over Adri Altink.

     

  • Met woorden alles mogelijk maken

    Met woorden alles mogelijk maken

    Het ligt natuurlijk niet voor de hand dat Ludwig van Beethoven in 1815 in Wenen in een lift stapte (toen nog een bezienswaardigheid) en terecht kwam in de stuurcabine van een 100 meter hoge hijskraan op een bouwplaats in Jeddah (Saoedi-Arabië , om daar een gesprek te voeren met de gesjeesde student Luuk Hefter die gekozen heeft voor een loopbaan als kraanmachinist. Beethoven heeft één boodschap voor hem: ‘doe maar alsof je mij bent’.

    Evenmin ligt het voor de hand dat Luuk vervolgens getroffen wordt door een geluidloze explosie van wit licht, waarna  hij enige tijd blind is en naar huis gezonden wordt voor herstel. Steeds piekerend over wat Beethoven hem ook nog heeft gezegd: ‘Laat de luisteraar weten hoe ik heb moeten worstelen om die muziek zo te krijgen. Laat ze weten hoe ik het bedoel. (…) Beschrijf de randen van het bewustzijn.’

    Goed verteller

    Tomas Lieske bewijst in zijn roman Honderd hoge dagen dat met woorden alles mogelijk gemaakt kan worden, ook deze onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Het is een kwestie van gewoon blijven vertellen dat het zo plaats vond en na enige tijd gelooft de lezer het. Je kan op deze manier zelfs president van de Verenigde Staten worden, bleek 4 jaar geleden. Maar: je moet wel een goede verteller zijn, kunnen strooien met details die het onwaarschijnlijke toch geloofwaardig maken. En dat kan Lieske.
    Na zo’n hoogstandje oogt het wat alledaags dat Luuk  – herstellend van de blindheid –  onstuitbaar verliefd raakt op Mira, de dochter van zijn pleegbroer,  die hij lang geleden verteld heeft over zijn passie voor Beethoven en die nu op diens muziek danst. ‘Mira die haar lichaam volkomen beheerste, die haar lijf kon opvouwen en uitvouwen en in de lucht kon werpen. Die haar voet zo aarzelend kon neerzetten en zo nauwkeurig op de muziek dat de tranen me in de ogen schoten.’

    Om de veel jongere Mira in te palmen met verhalen over de componist verdiept Luuk zich in de details van Beethovens leven, daarbij geholpen door  Jill Anklamer, ondanks deze meisjesnaam een man, en één van de vele gekken die in in Lieske’s alternatieve wereld rondlopen. Anklamer houdt dossiers met feitjes over Beethoven bij en leent ze mondjesmaat uit aan Luuk. En die maakt daar met Lieske’s pen mooie verhalen van, die Mira zó moeten bekoren dat zij zich aan hem geeft. Dat lukt maar deels en zijn voortdurende pogingen haar te veroveren behoren niet tot de meest geslaagde gedeelten van deze roman.

    De vorige eeuwwisseling

    De verhalen over Beethoven zijn het boeiendst. Lieske ontpopt zich daarin als een rasverteller die het Wenen en Bonn van rond de vorige eeuwwisseling volop tot leven brengt. In die wereld banjert Beethoven rond als een slonzige excentriek, wiens onsmakelijke eetgewoonten en ongewassen uiterlijk door de Weners uit zijn omgeving alleen getolereerd worden omdat hij bekend staat als een goede pianist en componist.
    ‘Tijd voor een maal. Hij gooit met geweld de deur van de brasserie open, doet één stap naar binnen, spreidt zijn armen uit en roept galmend door de ruimte: – Dag allemaal, hier komt Ludwig van Beethoven. Mensen die vlak bij de deur zitten, schrikken geweldig; sommigen verderop lachen, de obers kijken bezorgd.(…) Een gast die nogal bescheiden tegen de wand zit, staat op en applaudisseert  kort, Beethoven ziet het en het doet hem deugd. (..) – Foie gras en een glas Gneixendorfer, roept hij naar een ober die langsloopt met een stapel vuile borden. (…)’

    Als hij de bestelde foie gras krijgt, ‘kijkt hij triomfantelijk rond en begint te neuriën, wat de buren flink stoort. Dat word nog duidelijker als hij begint te eten en de foie gras met zijn vingers naar zijn mond brengt en luid smakkend en grommend de lekkernij verorbert.’

    Portret van Beethoven

    Niet dat de Weners enig idee hebben van de pijn en de moeite die hij over heeft voor het vangen van de ultieme muziek die hem steeds ontglipt. Dat hij daarvoor moedwillig de eenzaamheid kiest, steeds dover wordt, last heeft van zijn ogen en lijdt aan darmkrampen, dat weten ze niet. Maar als hij die muziek eindelijk kan vastleggen in het Kwartet in Bes – weten ze er wel afwijzend op te reageren: ‘Moordlustig zijn zijn gevoelens als hij verneemt hoe er in de bladen gereageerd wordt op zijn kwartet. (..) Onspeelbaar is een beschrijving die bij al zijn werk gebruikt wordt. Maar dit keer ‘scheldt men er lustiger op los. ‘Een orkest dat aan het stemmen is,’ zegt de een. En een ander oordeelt ‘net Chinees’. ‘Alleen begrijpbaar voor Marokkanen,’ zegt de lolbroek van de Allgemeine musikalische Zeitung.’

    Hoe het afloopt met de (uiteindelijk meerdere) ontmoetingen tussen Beethoven en de kraanmachinist Luuk Hefter kan hier niet verteld worden. Luuk en zijn Mira zullen na het lezen van Honderd hoge nachten de lezer niet lang bijblijven. Maar Lieske’s portret van Ludwig van Beethoven beslist wèl.

     

     

  • Scheppen van een nieuwe beschaving als een moderne Tolkien

    Scheppen van een nieuwe beschaving als een moderne Tolkien

    In zijn voorlaatste bundel Daedalea bracht Tomas Lieske zijn nieuwste held voor het voetlicht: Keto Stiefcommando, de leider van een groep jongeren die gestrand zijn in de faubourgs van Parijs. Lieske noemt ze ‘klonkies’, een Afrikaans woord dat associaties oproept met een klont van losse elementen die samengeklonken zijn, maar ook doet denken aan ‘jonkies’. Het zijn verschoppelingen: illegale migranten, zwervers en verslaafden uit alle windstreken, maar voornamelijk Afrika, die onder leiding van Keto proberen hun waardigheid te behouden. Waar ze in Daedalea hun eigen scheppingsverhaal en bijbehorende mythen creëerden, gaan ze in deze nieuwe bundel op zoek naar helden.

    Beschermgeesten en helden

    Daartoe spitten ze tijdschriften en kranten door: beroemde personen die ze aantreffen, worden voortaan hun beschermgeesten. Vier dichters worden door Keto uit zijn ‘troepie’ uitgekozen om gedichten te maken over de kindertijd van deze ‘tijdschrifthelden’: Hercuul, die uit Mali komt en Parijs op zijn duimpje kent, Damn Good Memory, alcoholist en de enige blanke van de groep, Merci Merci, een vrouw op zoek is naar haar wortels in Afrika, en Imker Graat, een souteneur die de inleiding van deze bundel en van de diverse afdelingen voor zijn rekening neemt.

    Steeds als er een gedicht klaar is, brengen ze de bezongen held in een stoet van vuilniswagens naar het kerkhof van Saint-Denis, dansend en zingend, terwijl ze borden en foto’s van de held met zich mee dragen. Eén Afrikaanse held zou lang geleden begraven zijn op Saint-Denis: Kame Tristan, wiens mythische verhaal door Keto zelf verteld wordt als rode draad in de zoektocht naar helden. Vervolgens wordt met bloedrode kleurstof de naam van de de held gespoten op een reeds aanwezige graftombe en daarmee wordt de held officieel geïnstalleerd: ‘Zo rust onze Ignaz Semmelweis ingehaak met een lid van het Huis Valois en onze Iosif Brodski slaapt skuif-skuif op de vorstin van Orléans.’

    Groteske voorstellingen

    Dat is het verhaal en alsof dat gegeven al niet bizar genoeg is, wordt het door Lieske uitgewerkt tot een bonte verzameling van groteske voorstellingen, die in het begin een beetje onwennig aandoet, maar niet lang: al gauw loopt de lezer vrolijk mee in de optocht achter de vuilniswagens, met Keto voorop, om meer dan veertig universele helden te bezingen. Deze helden zijn gekozen uit de Westerse geschiedenis, zoals Margarethe van Valois, Mozart en Jeanne d’Arc (‘Als ik water in mijn oor giet hoor ik stemmen’), maar ook zijn ze aan de verbeelding ontsproten: Alice in Wonderland bijvoorbeeld en ook Miss Blanche, het reclame-icoon van de Virginiasigaretten.

    Achtergrond historische figuren

    Helaas ontbreekt er een index in de bundel: die zou het opzoeken van een held vergemakkelijkt hebben. Wel heeft Lieske enigszins een chronologische volgorde aangehouden: Julius Caesar staat aan het begin en Margaret Thatcher ergens aan het einde van de bundel. Informatie over de betreffende persoon wordt kort weergegeven onderaan de inleiding van elk gedicht. Deze inleiding wordt door een van de dichters of door Keto zelf  weergegeven in een prozagedicht, waarin Bargoens, Afrikaans en straattaal dooreen geweven worden zonder dat het gekunsteld aandoet of tot onbegrip leidt; maar de ‘yslike paaiboelie’ in de inleiding van Damn Good Memory bij het gedicht over Don Quichot moest toch wel opgezocht worden en blijkt een ‘vreselijke boeman’ te zijn in het Afrikaans. De gedichten over de kindertijd van de helden zijn daarentegen alle in het Nederlands geschreven.

    Omdat de gedichten over de jeugd van de helden gaan, worden hun latere daden waardoor ze nu bekendheid genieten niet specifiek genoemd, maar wel wordt er aan gerefereerd: het gedicht over Charlotte Corday, die in 1793 gedurende de Franse revolutie Jean-Paul Marat in zijn bad neerstak, begint met: ‘Het allerfijnste in mijn leven is urenlang zitten / in bad […]’
    En Louis Blériot, de luchtvaartpionier, ziet als kind met zijn ouders aan het strand pelikanen zweven, ook al verzekert zijn vader hem dat die aan die kust niet voorkomen:

    ‘Ideale ouders zijn vogelmensen
    die in een circus werken, iets met trapeze,
    geen enkel ander doel in het leven dan elke nacht
    van lichtmast naar lichtmast te zweven
    zonder te vallen; een gevecht tegen de wetten
    van de natuur, uitschakelen van zwaartekracht.’

    Uitvindster beha

    De helden komen overal vandaan en daarom is het niet verwonderlijk dat de gedichten vol staan met verwijzingen naar niet alleen daadwerkelijke gebeurtenissen, maar ook naar de literatuur: T.S. Eliot, de Bijbel, Paul Celan. Ook de keuze van de helden zelf is verrassend: Groucho Marx,  Dylan Thomas, Mary Phelps Jacob die de beha zou hebben uitgevonden – en zelfs de eenvoudige min Petronella Munts die als een van de eerste westerse vrouwen mee mocht op de scheepsreis naar Decima. De belezenheid die Lieske hiermee toont, wordt ook van de lezer verwacht, maar de bonte verscheidenheid van gedichten is een beloning op zich.

    Lieske heeft een krachttoer verricht met het boekstaven van de kronieken van deze nieuw gevormde bevolkingsgroep. Hij kent hen een bestaansrecht toe door ze een mythologie te verlenen, een gedeelde geschiedenis en een eigen taal met zelfgekozen helden waarin ieder van deze groep zich kan herkennen. Door aan deze voorwaarden te voldoen heeft hij als een moderne Tolkien een heel nieuwe beschaving geschapen, die niet onder hoeft te doen voor de reeds bestaande oude culturen.
    Hij heeft met Keto Stiefcommando een bundel geschreven die ‘[…] tikt en zingt en schatert en klinkt […] tegen mijn raai raai riepa donkiebloed aan. / Laat die sjampanjebottels nou maar knal.’

     

  • Oogst week 8 – 2019

    Een leven zonder einde

    In de oogst van deze week een roman van de Franse schrijver Frédéric Beigbeder, waar ik nog nooit iets van gelezen heb maar wiens werk, nu ervan gehoord is, gelezen zal gaan worden. Dan  een roman over collaboratie met de bezetter door Kristien Hemmerechts, een nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske en een klein, doch fijn boekje van Bert Wagendorp.

    Bij De Geus verschijnt Een leven zonder einde van journalist, literair criticus en romancier Frédéric Beigbeder (1965). Beigneder werkte jarenlang als tekstschrijver op een reclamebureau. Als schrijver brak hij door met de roman 99 francs (2000), waarin hij de reclamewereld kritisch beschrijft. Internationale aandacht verkreeg hij met zijn boek Windows on the World (2003), waarin hij afwisselend het verhaal beschrijft van een man en zijn zoontjes die in het restaurant van het World Trade Center aan het ontbijt zitten op de ochtend van de aanslag en van een schrijver die op hetzelfde moment aan een verhaal werkt in de Tour Montparnasse.

    Van de cover van Een leven zonder einde de volgende tekst:

    Vroeger dacht ik één keer per dag aan de dood. Sinds ik de vijftig gepasseerd ben, denk ik er elke minuut aan. Dit boek vertelt hoe ik me voornam te stoppen met dat stomme sterven. Creperen zonder te reageren was geen optie.
    F.B.

    PS: Al heeft het er alle schijn van, dit boek is géén science fiction.’

    Dat klinkt berustend en uitdagend, maar vooral opstandig; dit moet gelezen worden om te kunnen duiden wat de betekenis van dit boek is.

    Een leven zonder einde
    Auteur: Frédéric Beigbeder
    Uitgeverij: De Geus

    Het verdriet van Vlaanderen

    De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts (1955) maakte naast haar vele romans, reisverhalen en verhalenbundels ook naam met haar autobiografische essays. Daarvan is Taal zonder mij (1997) wel de bekendste.
    Hemmerechts weet de meest ingewikkelde thema’s op een invoelbare manier te verwoorden. Haar roman De vrouw die de honden eten gaf (2014) over de vrouw van Dutroux, Michelle Martin, deed veel stof opwaaien, maar werd ook geprezen om zijn kwaliteit.

    Haar nieuwe roman Het verdriet van Vlaanderen (wat onvermijdelijk doet denken aan dat andere ‘verdriet van’, door Hugo Claus) gaat over een lange traditie van zwijgen over de collaboratie met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Belgie. De vader van de tweelingbroers Hein en Toon Van den Brempt was een SS’er, hun moeder werkte als secretaresse voor het hoofd van de Belgische SS. Er werd lang over gezwegen maar nu willen zij die stilte doorbreken. Samen met Kristien Hemmerechts gingen ze op zoek naar de waarheid achter de taboes, de leugens en de mythes die na de Tweede Wereldoorlog aanbleven.

    Het verdriet van Vlaanderen
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus

    Keto Stiefcommando

    Poëzie: Deze week verscheen de nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske, Keto Stiefcommando. ‘Een knots en Lieskiaans theatraal verhaal van een serie bendeleden uit Saint Denis die zich met levens bemoeien’, liet tijdschrijft Terras op Facebook weten. ‘De kindertijd van hertogin Anna Amalia’ uit de bundel werd online voorgepubliceerd in op Terras.

    Er zijn Afrikaanse jongens, die onder leiding van ene Keto Stiefcommando gedichten schrijven op helden. ‘Die gedichten brengen ze stuk voor stuk naar de basiliek van Saint-Denis. Zingend en bier in hun droge kelen gietend lopen ze achter de vuilniswagens aan door Parijs. Ze dragen foto’s mee van hun bezongen held en spuiten met rode verf de naam op een monumentale graftombe. Wie zijn die helden van wie zij de kindertijd bezingen? Ze vormen een uiterst eigenaardige verzameling van personen uit de westerse cultuurgeschiedenis: van Garibaldi en Don Quichot tot Eiffel en Thatcher.’
 De bundel wordt als ‘actueel, rauw en verwarmend’ gekwalificeerd.

    Keto Stiefcommando
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Fictie moet de sport redden

    Columnist en schrijver Bert Wagendorp (1956) schrijft al sinds jaar en dag voor de Volkskrant en schreef verhalen, een roman en een novelle.
    Fictie moet de sport redden is zijn nieuwste publicatie. Over wielrennen als een literair genre om het uit het dal van de nutteloze activiteiten te halen. Wagendorp haalt daarbij de literaire criticus Kees Fens aan, die dol was op wielrennen. Er werd gezegd dat Fens wielerkoersen las, zoals hij  boeken las. Het koersverloop als een verhaal. Fens wenste tijdens het wielrennen kijken dan ook niet te worden gestoord, zoals een lezer niet uit een verhaal wenst te worden getrokken.

    Wagendorp onderzoekt in Fictie moet de sport redden de indruk dat sport in de loop der jaren een dimensionaler is geworden, dat werkelijkheid en verbeelding steeds meer zijn samen gevallen, en de verbeelding verdwenen is. ‘Het is alsof de kale wedstrijd een waarde op zich vertegenwoordigt en we geen fictionalisering meer nodig hebben. Kees Fens zou in een sportcolumn wel raad hebben geweten met deze ontwikkeling.’

    Fictie moet de sport redden
    Auteur: Bert Wagendorp
    Uitgeverij: Athenaeum