• Waar verhalen zich ophouden

    Waar verhalen zich ophouden

    Vrouwen doppen hun eigen boontjes ze slaan er niet op los. Die zin zat in mijn hoofd toen ik wakker werd. Gisteren, naast een jonge vrouw in de auto, mijn jongste dochter. We gingen naar Twente een houten vloer uitzoeken.  Ze zei in een land te leven waar vrouwen geen ruimte kunnen innemen of ze worden vermoord. In mijn woorden dan. Zonder die mannen die een vrouw het licht niet gunnen, blijft er genoeg over voor vrouwen om behoedzaam met de openbare ruimte om te gaan. Ik mijd bepaalde plekken als ik alleen door het donker fiets, scan in twee blikken een treincoupé. Uit gewoonte. Het gevoel dat iets me op de hielen zit.

    Er is een verhuizing op handen, vloeren moeten gelegd, muren gesausd, het huidige huis ontmanteld. Ik probeer mezelf te vangen terwijl ik gaande ben. Ik bedoel, er is opeens zoveel betekenis in de dingen om me heen. We zijn onderweg (de man en ik) naar de dochter die meegaat een vloer uitzoeken. Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid van Rebecca Solnit in mijn tas. Niet dat ik het eruit zal halen. Ik ken mezelf. Maar in deze dagen van verandering houdt dit boek me bij de les. Spotify speelt Green Eyes van Kate Wolf. Ik zing mee, ‘Green eyes they don’t miss a thing’. Zeg de man hoe mooi dit is. Dan zingt ze, ‘You don’t throw a word away’, waarmee ze de zwijgzaamheid van haar man bezingt. Ik zie er een verhaal in maar waar begin ik. Zwijgzame mannen geven me een ongemakkelijk gevoel, maar als Kate Wolf erover zingt, smelt ik. Ik kijk naar de man achter het stuur en denk, doe maar, zwijg maar.

    Dat ik dingen gemist heb en alles al eens geschreven werd. Er beweegt iets. Solnit schrijft, ‘In de meest traditionele en akelige vorm komt een vrouw neer op een grote verdwijntruc, op jezelf wegcijferen en de mond snoeren om mannen meer ruimte te geven in een wereld waarin je bestaan als een aanval wordt gezien.’ Dat veel geografische plekken naar mannen zijn vernoemd. Niet dat die namen moeten verdwijnen. Het feit dat vrouwen niet genoemd werden en wij het niet zagen, is wat ze wil benadrukken. Ik lees het gretig.

    Deze week wordt er aandacht voor meer veiligheid op straat voor vrouwen gevraagd. Angst maakt weerloos, zei mijn dochter nog. Ook daar zie ik een verhaal in. Als ik nu eens begin.

    Later die dag bekeken we het huis voor de tweede keer. Dat de afmetingen van de verschillende kamers van het appartement kleiner leken dan ze zich in mijn hoofd hadden voorgedaan. Dat achter de woorden, ‘ze slaan er niet op los’, mannen staan die erop los slaan. Geweld als taal om duidelijk te maken dat iets niet bevalt. Daarover zou ik een essay willen schrijven, om dingen uit te zoeken.

    Solnit citeert een dagboekfragment van de toen negentienjarige Sylvia Plath. ‘Dat ik als vrouw geboren ben is mijn grootste tragedie. Ja, mijn brandende verlangen om me te mengen onder wegwerkers , zeelieden en soldaten, onder stamgasten in de kroeg – deel uit te maken van zo’n groep, anoniem, en te luisteren en te registreren – het wordt allemaal verhinderd door het feit dat ik een meisje ben, een vrouw die altijd het gevaar loopt aangerand of verkracht te worden. Mijn vurige belangstelling voor mannen en hun levens wordt vaak ten onrechte uitgelegd als de wens om hen te verleiden of als uitnodiging tot intimiteiten.’ Ook dit wordt gretig en met herkenning gelezen. Solnit over intimidatie en geweld tegen vrouwen als onderdeel van een systeem. Lees haar, (gebiedende toon).

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van haar leven afspeelt en de boeken die ze leest.

     

     

  • Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    We vroegen de recensenten van Literair Nederland drie titels te noemen die ze deze zomer willen gaan lezen. De keuze was niet eenvoudig, het ene boek riep de titel van een ander boek op, wat soms zorgde voor een dilemma. Want noem je De Baptisten, van Nyk de Vries, of toch Berghonger van Fleur Jongepier? Soms is het noemen van een titel genoeg om de lezer nieuwsgierig te maken. Enkelen lezen literatuur uit het land waar ze deze zomer verblijven, de ander herleest de boeken van Simone De Beauvoir, of haalt klassiekers uit de kast die toch eens gelezen moeten worden. Waarom dan niet in twee weken op het Ierse platteland nu eindelijk eens Ulysses uitlezen. Soms betreft de keuze een onvertaald boek, zoals Oekraïense gedichten van Serhiy Zhadan. Of boeken uit het nalatenschap van een moeder, waarin ook De Beauvoir zich ophield. En soms lees je gewoon waar je zin in hebt, pak je wat je voorbij ziet komen, of boeken die je bezighouden. Daar is deze rubriek dan weer goed voor, waarin een keur aan vertaalde en Nederlandstalige literatuur voorbij komt. En laat ons in een reactie gerust weten welke boeken u deze zomer leest! Dan zullen we die erbij plaatsten.

     


     

    Momenteel lees ik Het land van Hrabal van Rik Zaal, een roman over de werking van ons geheugen en schrijven onder een totalitair regime. Het roept literatuur uit dergelijke landen bij me op die diepe indruk op me maakte. Allereerst van de Tsjechische Bohumil Hrabal zelf. Zijn Al te luide eenzaamheid (ook door de ik-figuur, Hendrik Terpstra, in de roman van Zaal genoemd) begint zo: ‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik mijn handen aan de letteren vuil (…) tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt’.



    Als tweede Schuilplaats voor andere tijden uit 2022 van de Bulgaar Georgi Gospodinov gaat ook over herinneringen waaraan we willen vasthouden. Over Oost-Europa: ‘Natuurlijk waren de burgers ervan allang uitgewaaierd, als familieleden die gedwongen waren samen te wonen onder één dak totdat de kinderen oud genoeg waren en iedereen zijn eigen weg ging (…) Ze wilden allemaal naar die (westerse) minnares, van wie ze droomden toen ze het gezamenlijke socialistische bed deelden’.

     

     

     

    Onvolprezen blijft tenslotte De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Hrabals landgenoot Jaroslav Hasek. Het is al uit 1923 maar de satire over een man die de boel saboteert door alle bevelen zo precies mogelijk uit te voeren en daardoor het gezag ondermijnt blijft aanspreken. De soldaat doet me, terwijl ik dit typ, ineens denken aan De klerk Bartleby van Herman Melville. Is die laatste met zijn fameuze ‘I prefer not to’  Svejks westerse tegenpool? En met die vraag ben ik terug bij Hendrik Terpstra. Hij maakt een onderscheid tussen Echte en Onechte Landen. Hij legt op pagina 37 van Het land van Hrabal uit wat hij daarmee bedoelt.

    Adri Altink


     

    Omdat ik tijdens mijn verblijf in Bretagne graag een klassieker lees die zich in dit deel van Frankrijk afspeelt, lees ik De Chouans (1829) van Honoré de Balzac. Een militaire historie en liefdesgeschiedenis ineen tijdens een opstand in Fougères. Een man en vrouw worden verliefd maar staan elk aan de andere kant van het conflict. Het is de Balzac-versie van Romeo & Juliet, Tony & Maria, en Danny & Sandy. De Nederlandse vertaling is niet meer verkrijgbaar, dus lees ik – digitaal – de Engelse vertaling. Met een extraatje, want als het bevalt kan ik de volledige ‘Comédie humaine’ gaan lezen want Balzac’s complete oeuvre staat nu in mijn digitale boekenkast.

     

     

    Nadat ik De Nacht beeft van Nadja Terranova had gelezen, over de gevolgen van een aardbeving op Sicilië dat je bij de lurven grijpt, wilde ik onmiddellijk meer van haar lezen. Afscheid van de geesten (2020) stond op de shortlist voor de Premio Strega en won de Premio Alassia Centolibri. Wederom is Sicilië het toneel, waarnaar Ida vanuit Rome terugkeert om het huis van jaar jeugd leeg te ruimen. Een literaire versie van mijn favoriete film, Nuovo Cinema Paradiso (Oscar voor de beste niet-Engelstalige film in 1989).  Niet meer leverbaar in Nederland, maar online vond ik een Nederlandse vertaling in Frankrijk. Inmiddels ligt het boek bij mij thuis op tafel te wachten tot ik tijd heb voor de Siciliaanse zomerhitte.

     

     

    Als ik over enkele weken naar Ierland vertrek wil ik James Joyce ter hand nemen. Vooralsnog staat Ulysses op het menu, een boek waar ik al vaak mee in mijn handen stond, maar steeds voor terugdeinsde. Ditmaal ga ik me eraan wagen. Het zal geen probleem zijn om dit boek te verkrijgen, al is het nog wel oppassen met de versies. Vanaf zijn publicatie is de roman controversieel, wat in meerdere landen tot een verbod leidde. En er zijn verschillende versies in omloop met elk een eigen interpretatie. Het schijnt geen makkelijk boek te zijn en eindigde in 2007 bij de Guardian-verkiezing van het minst uitgelezen boek op de derde plaats. Vandaar mijn eerdere huiver. Maar ik ben optimistisch. Twee weken op het platteland van Ierland, met voldoende tijd om te verpozen bij het haardvuur in deze of gene pub, moet voldoende zijn om het te lezen. Of om het weg te leggen.

    Martin Lok


     

    Van de internationaal bekende Oekraïense schrijver, dichter en rockster Serhiy Zhadan (1974) zijn twee van zijn twaalf romans in Nederlandse vertaling verschenen, maar zijn gedichten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog niet vertaald. Deze zomertip betreft een Engelse vertaling  en is tegelijkertijd een pleidooi voor een uitgave in het Nederlands. How Fire Decends is een bundel met nieuwe en oude gedichten die in 2023 (Yale University Press) verscheen. Een keuze uit de bundels Psalms to Aviation (2021), List of Ships (2020), Antenna (2018), Templars (2016) en de laatste New Poems (2021-2022) zijn afkomstig van zijn Facebook-website, waaronder ook gedichten van na de Russische inval. 

    Zhadan is geboren in Staroblisk, een stad in Luhansk (Oost-Oekraïne) en hij woonde het grootste deel van zijn leven in Charkiv. Hij is activist vanaf de Oranje Revolutie (2004) en daarna de Maidan Revolutie (2013 – 2014). In het voorwoord schrijft Ilya Kaminsky dat Zhadan en zijn landgenoten werden bestormd door een pro-Russische menigte en hij gedwongen werd de Russische vlag te kussen. Hij weigerde, werd geslagen en liep een hersenschudding op. Deze dramatische gebeurtenis had invloed op zijn poëzie die een documentaire wending onderging.         

    De landschappen in het oosten van Oekraïne zijn aanwezig in al zijn werk, ook in de gedichten. Een fragment uit een langer gedicht: ‘The mutilated landscape clenches its teeth / framed by the light / slashed by moonlight / Pain and hope unite us / in the openings of the dark sky.’  

    In zijn laatste in het Duits vertaalde bundel schrijft Zhadan: ‘Voor het eerst had ik de behoefte mijn gedichten te dateren. Omdat de context meer betekenis had dan de tekst zelf. De gedichten van de laatste jaren verliezen hun autonomie, hun onafhankelijkheid, ze lijken steeds meer op een dagboek. Dat helpt het gevoel voor de tijd (…) niet te verliezen. De tijd betekent tegenwoordig veel, ze getuigt van je vaardigheid te spreken, je onvermogen te zwijgen.’   

    Ronald Bos  


     

    Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederland door Gilles Dorleijn en Wiljan van de Akker beschrijft in meer dan 1000 pagina’s de vermeende ‘revolutie van Tachtig’. Het prachtig uitgegeven kloeke boek is ja en nee een literatuurgeschiedenis zeggen de schrijvers. ‘Nee’ want het beperkt zich tot de poëzie van Kloos en de zijnen en haren, ‘ja’ want de werkelijke invloed van de nieuwe dichters en hun nieuwe werk is in een breed literair kader onderzocht. In 41 hoofdstukken geven de beide emeritus hoogleraren een empirische basis aan, en een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis, de canon en gevestigde namen. Ze laten zien dat de nieuwe poëzie niet meer in dienst staat van kerk, kapitaal of politiek, maar een eigen scheppingsplan heeft. Dorleijn en Van den Akker spreken van een ‘autonomie +’. Met zijn twee kilo is het boek niet geschikt om mee te nemen op fietsvakantie maar het is wel een fijn boek om zo nu en dan wat hoofdstukken in te lezen. Of noem ik als eerste tip toch Tom Lanoys veelgeprezen ReinAard-bewerking?

     

    De baptisten moet een heerlijke roman zijn over hoofdpersoon Marten en muziekmaten, jongens uit gelovige dorpen in het noordoosten van Friesland. Een opgroeiroman tegen het decor van de opkomst en ondergang van hun band en van een kerkleven dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en door iedereen gerespecteerd wordt. Het vraagstuk van het verdampende geloof in de wellicht wat pedant-atheïstisch westerse cultuur met minachting voor religie wordt kritisch benaderd door hoofdpersoon Marten, geboetseerd naar de schrijver zelf. Nyk de Vries (1971) is al meer dan twintig jaar actief als schrijver, muzikant en literair performer. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân. Hij is geboren en getogen in het Friese Noordbergum, heeft in Groningen gestudeerd en woont nu al jaren met zijn gezin in het zoals hij zelf zegt ‘gegentrificeerde’ Amsterdam-Oost. Hij weet dus waarover hij praat. ‘Ik voel me een intermediair tussen stad en platteland, geloof en ongeloof’, zegt hij zelf. Of noem ik Berghonger van de bergminnende filosofe Fleur Jongepier als eerste tip? Jongepier beschrijft berghonger, een bergzelf en bergmelancholie in dit zelfonderzoek dat mag leiden tot het opnieuw afstellen van het kompas van het leven.

     

    Dilemma van Erna Barth is een recent verschenen young adultboek. Hoofdpersoon Mick doet mee aan de eindronde van de filosofie-olympiade. Als hij wint, kan hij met het prijzengeld zijn vervolgstudie betalen; hij wil namelijk graag naar de landbouwhogeschool in Wageningen en later de boerderij van zijn ouders overnemen. Zijn vader ziet dat niet zitten. Hij heeft namelijk lang geleden tegen zijn zin zijn carrière als financieel directeur op moeten geven, is in plaats van tijdelijk, structureel ‘boer’ geworden en ziet liever dat zijn zoon een studie kiest ‘met meer perspectief’. Mick is stiekem naar de olympiade afgereisd. Hij komt daar in een rare situatie terecht waar in plaats van een serieuze filosofiewedstrijd vooral intriges en dubbele agenda’s een rol lijken te spelen. Spanning gegarandeerd dus! Daarnaast komen de beroemdste filosofen en filosofische begrippen langs in dit boek, dat opent met Aristoteles’ wijsheid ‘Twijfel is het begin van alle wijsheid’.

    Joke Aartsen


     

    In mijn boekenkast staat de boeken van Simone de Beauvoir, favorieten uit mijn twennertijd. De tweede sekse, Alle mensen zijn sterfelijk, De mandarijnen, Bloed van anderen, Met kramp in de ziel, Een wereld van mooie plaatjes en Uitgenodigd. Boeken die  kort na WO II geschreven en gepubliceerd zijn en heruitgegeven werden in de jaren ’80 door Agathon in een vertaling van Ernst van Altena. De maatschappelijke onderwerpen zoals existentialisme, feminisme en het patriarchaat zijn de hoofdthema’s van Simone De Beauvoir, hoewel zestig, zeventig jaar geleden geschreven zijn ze nog steeds verrassend actueel. 

    Uitgenodigd nam ik uit de boekenkast van mijn moeder. Ik bewaar sterke herinneringen aan die eerste lezing, er ging een wereld voor me open. Wanneer ik de eerste zinnen herlees, beleef ik hetzelfde als toen.Uitgenodigd is een sleutelroman, die gaat over een driehoeksverhouding tussen Pierre (Sartre), Francoise (De Beauvoir) en Xavière Pagès, (de Russische Olga) een jong meisje dat het echtpaar uitnodigt bij hen te komen wonen. De spanning tussen Francoise en Pierre wordt sterk opgebouwd. Want hoe feministisch en vrij van geest de echtelieden ook zijn, zodra jaloezie om de hoek komt kijken, is geen enkele relatie meer veilig. Tijd voor een herlezing, want alles is weggezakt.

     

    De mandarijen las ik negen jaar geleden, ik kwam mijn eigen recensie op Goodreads tegen. Het is een dikke pil met autobiografische aspecten. Een groep intellectuele Parijzenaren discussieert over de huidige wereld, koude oorlog, Algerijnse oorlog, waarin verzetsman Henri, (Albert Camus) een belangrijke rol speelt. Anne’s (De Beauvoir) innerlijke twijfel en haar uiterlijke beschaafdheid is sterk, ook de ongelijkwaardige strijd tussen man en vrouw wordt duidelijk. De mannen doen maar en de vrouwen zorgen. Dat intellectuele vrije klimaat, zonder enige bekrompenheid waarin toch ook niet alles pais en vree is, vind ik heel verfrissend. Erg genoten van dat boek. Tijd voor een nieuwe ontmoeting.

     

     

    Met kramp in de ziel is eigenlijk de Beauvoirs debuut, hoewel het pas in 1979 werd gepubliceerd. Ze was nog geen dertig toen ze, gebaseerd op haar eigen leven, aan de hand van vijf portretten van jonge vrouwen beschreef hoe ze zich ontworstelde aan het katholieke milieu. Vijf korte verhalen met eenzelfde thema die een eenheid vormen. 

    Marjet Maks

     


     

    Deze zomer heb ik besloten de boeken nog eens te lezen die ik meenam toen we mijn moeders huis uitruimden. Het betreft romans van Daphne du Maurier: Rachel, Janet, De kopermijn, Herberg Jamaica en van Pearl S. Buck: Oostenwind, westenwind en Het trotse hart. Boeken die verschenen tussen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de Margriet-bibliotheek, gebonden exemplaren met een linnen kaft. Vaak was de vertaling geautoriseerd, wat betekende dat er flink in de tekst gesnoeid was. 

    Nobelprijswinnaar van 1938, Pearl Buck – door William Faulkner smalend ‘China hand Buck’ genoemd (hij kreeg de Nobelprijs pas elf jaar later) – schreef over China, het land waar ze opgroeide en waarnaar ze altijd heimwee bleef hebben. Bettine Vriesekoop schreef een biografie over haar, Het China-gevoel van Pearl S. Buck.

     

    Daphne du Maurier was een schrijfster met een heel complex karakter. Ze hield niet van publiciteit en trok zich meestal terug in haar geliefde Cornwall. Rebecca is haar beroemdste roman, maar voor mij is Rachel (vertaling van: My cousin Rachel) net iets beter. Steeds als ik het boek gelezen heb – en dat is al heel vaak – vraag ik me af of de hoofdpersoon onschuldig was of een berekenende intrigante. Misschien kom ik er na deze keer lezen achter. 

     

     

     

    Als ik praat over het werk van Sylvia Plath, reageren de meeste mensen met: ‘Oh, die vrouw die haar hoofd in de oven heeft gestoken omdat haar man vreemdging’. Dat kan me erg kwaad maken: ze heeft verdorie wel meer betekenis verdiend dan alleen om haar zelfgekozen dood herinnerd te worden. Om mezelf en anderen ervan te overtuigen hoe groot zij was als dichteres, heb ik me voorgenomen mijn oude bundel Collected Poems van haar nog eens door te nemen. Haar gedichten zijn zo persoonlijk en oprecht, dat je het gevoel krijgt haar gekend te hebben, al zijn diezelfde gedichten verre van gemakkelijk. Haar eerste bundel The Colossus bevat nog niet het dramatische werk dat pas met Ariel naar voren komt. Ik weet dat veel literatuurliefhebbers zich in twee kampen verdeeld hebben: de Plathianen, die zich zo fel keren tegen haar echtgenoot en collega-dichter Ted Hughes dat ze zelfs geprobeerd hebben zijn naam van haar grafsteen af te krijgen, en een partij die Hughes verdedigt door dik en dun, maar ik hou van het werk van beiden. Connie Palmen schreef in haar roman Jij zegt het over het huwelijk van Plath en Hughes, gezien door de ogen van Hughes. 

     

    Al mijn boeken van Isaak Babel heb ik weggegeven (behalve de dagboeken en briefwisselingen) en ik heb daarvoor in de plaats Alle verhalen van Isaak Babel gekocht in de vertaling van Froukje Slofstra. Een paar jaar geleden heb ik me op de boekenmarkt in Dordrecht ervan laten overtuigen dat haar vertaling beter is dan die van Charles B. Timmer uit 1972. Bij de kraam van uitgeverij Van Oorschot – die al sinds 1953 de Russische Bibliotheek beheert – vertelden ze me dat waar Timmer twintig woorden nodig heeft om een zin van Babel te vertalen, Slofstra het met vijf woorden af kan. Dat is precies zoals Babel zelf te werk ging: schrappen en nog eens schrappen, totdat alleen het hoognodigste overbleef. Hij had dat geleerd van de door hem zo bewonderde Gustave Flaubert en Guy de Maupassant.

    Ik was een beetje huiverig om eraan te beginnen uit angst dat het zou tegenvallen, maar deze zomer zal ik de verhalen van Babel opnieuw lezen, deze keer in de vertaling van Slofstra. Ik begin met De Rode Ruiterij, omdat dat een van de mooiste, gruwelijkste, indrukwekkendste verhalenbundels is die ik ken.

    Hettie Marzak


     

    De keuze of ik een roman, studieboek of dichtbundel pak, wordt vooral ingegeven door waar ik op een bepaald moment zin in of behoefte aan heb. Ze liggen altijd alle drie binnen handbereik. Ook tijdens mijn vakantie. Mijn romankeuze wordt ingegeven door het land waar ik dit jaar met vakantie naar toe ga, namelijk Engeland: Wij van de Ripetta van Tomas Lieske. Een roman waarin de schilder Caravaggio de schrijver Shakespeare ontmoet, waarin twee kunsten elkaar ontmoeten. Caravaggio en Shakespeare raken met elkaar bevriend. Een fictief verhaal. Volgens een recensie van Lieke van den Krommenacker wacht mij een ‘levendige, komische en kunstige historische roman die je onherroepelijk ook aan het denken zet over het heden’. De titel verwijst naar een steegje, de Via di Ripetta in Rome, waar ze niet zitten te wachten op een buitenlander zoals Shakespeare.

     

    Ik voel me in de hele wereld thuis van Rosa Luxemburg ga ik lezen ter voorbereiding op een filosofie leesclub met als thema ‘Liefde en verzet’. Brieven van politica, filosofe en activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) met een nawoord van Joke Hermsen. Hermsen schrijft dat toen ze Luxemburgs ‘brieven voor het eerst las, [ze] niet alleen werd getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak’. Tijdens een vakantie in Berlijn ben ik eens naar de brug gelopen waar Luxemburg in 1919 door soldaten in het Landwehrkanal was gegooid. Ik heb altijd wat met Lieux de mémoires gehad, maar dit was wel een heel lugubere plek om tijdens je vakantie te bezoeken.

     

    De dunne dichtbundel die ik meeneem (het moet allemaal maar in de koffer passen) is Vergeten liedjes van P.C. Boutens. Op een dag kwam ik een gedicht hieruit, – het bleek het laatste te zijn – tegen in de mailing ‘Laurens Jz. Coster – iedere werkdag een gedicht’ (redactie Raymond Noë). Toen ik het doorstuurde aan een van mijn vrienden, zei hij dat hij het helemaal bij mij vond passen. Is het ‘t zoeken naar een ‘hogere werkelijkheid’ die mij bij Boutens aanspreekt, zijn filosofische insteek, het verlangen naar eenheid, of het wat intellectualistische dat P.N. van Eyck hem verweet? Ik ga het ontdekken. Elke dag een gedicht op papier. Als een bonbon die je langzaam moet proeven. Alleen geen Engelse ben ik bang. Dat dan weer niet.

    Drie filosofisch getinte boeken die aan het denken zetten, geschreven in een poëtische taal, levendig en sprankelend schijnt. Het moet raar lopen willen ze niet met elkaar in gesprek gaan. En met mij, als lezer, waarin ze een eenheid hopen te vinden.

    Els van Swol


     

    De terugkeer van de charlatan van Jo Komkommer gaat over vervlogen dagen en mensen die er niet meer zijn. Vanuit zijn herinnering en gesprekken met anderen schrijft hij over zijn vader, of over een collega uit de hotelbranche waarin Komkommer dertig jaar werkte. Het zijn prachtige kleine biografieën. Ook over die jaren in dat boetiekhotel in Antwerpen schrijft hij. Wie hij daar ontmoette, acteurs, schrijvers, hoe er gewerkt werd, de collegialiteit. Daartussendoor het verlangen naar een zweempje roem. Hoe hij Isabella Rosselline steeds opnieuw in zijn herinnering het hotel ziet verlaten. Met een citaat van Karel van het Reve, over een een Duitse man die hij voor de oorlog kende, (… Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gegearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?) opent het boek. Denken aan dingen en mensen tegen het vergeten. Jo Kommer toont zich een liefdevol schrijver met een zweem van weemoed. Prachtig boek!

     

    De wereld in 48 stukken van Menno Hartman laat me verwonderen over dingen waar ik niets van weet. Bijzondere dingen, die aan het licht komen als je de wereldkaart in stukken opdeelt, je focust op een deel daarvan. Wat Hartman deed, hij knipte de wereldkaart in 48 stukken. Hoe de wereld zich dan aan je voordoet. Waar de dingen begonnen, connecties in landslijnen, culturen. Een stuk over Mexico begin over vleermuizen, dan over Rebecca Solnit die schrijft over Tina Modotti die een rol speelde in de Mexicaans communistische beweging waar ook Diego Rivera en Frida Kahlo bij betrokken waren, en eindigt met een gedicht van Octavio Paz. In twee en een halve bladzijde ontstaat een hele wereld. Ook Hartman schrijft vanuit herinneringen, vele delen op de wereldkaart bezocht hij zelf. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk, het persoonlijke ontdekken, zijn kennis van de wereldliteratuur, het zoeken naar het verhaal achter de dingen. Dit alles verweven in 48 fijn geschreven stukken. Een boek als een schatkist.

     

    Pooltochten dromen van Erik Harteveld is een klein brievenboek. De blinde Anselm Bijvoet zoekt via de mail contact met de schrijver. De briefwisseling houdt drie maanden stand (10 april – 18 juli 2024). De blinde maakt de schrijver deelgenoot van de reizen die hij d.m.v. een brailleglobe met reliëf maakt. ‘Vanmiddag ga ik eens de tocht van Nansen naar de Noordpool herbeleven.’ Maar is ook nogal kriegelig over het gemak waarmee Harteveld zijn brieven beantwoord. En dan het mysterie van de ouders van Anselm die tijdens een oudejaarsnacht bij een brand in het tuinschuurtje zijn omgekomen. Of hij daar de hand in had? De vraag van de schrijver of zijn ouders oliebollen in het schuurtje bakten waardoor brand ontstond, wordt genegeerd. Na een tiental brieven schrijft Harteveld, ‘Ik ben er nog niet uit of je een grapjas bent of gewoon een vervelend mannetje.’ Na wederzijdse irritaties komt er een kentering, een toegeven aan elkaar, maar ook elkaar door hebben. Over de kracht van het woord en alles wat verzonnen is. Een pareltje, mysterieus ook (waarom schrijven mensen elkaar?).

    Ingrid van der Graaf


     

    Ingezonden lezersreactie:

    Deze vakantie neem ik het Verzamelde werk van Kafka mee, het ligt al een week achter de voorruit in de helle zon te versmoren, het is te heet om te lezen in Zuid-Frankrijk maar morgen gaan we naar koelere oorden, Kafka vind ik geweldig, zijn korte en langere verhalen. ‘Een plattelandsdokter’ bijvoorbeeld is meeslepend, geestig, hij komt handen te kort:’De moeder staat bij het bed en lokt mij erheen; ik volg haar en leg, terwijl een der paarden luidkeels naar de zoldering hinnikt, mijn hoofd op de borst van de jongen, die rilt onder mijn natte baard.’

    Mijn zoon (21) leest bij gebrek aan digitalia Madame Bovary van Gustave Flaubert. Hij weet nu wat ‘drie morgens land’ betekent,  maar hij vindt het traag, weinig spanning tot nu toe. maar toch mooie beschrijvingen van kunstvoorwerpen en chateaus…Voor een bijna niet van zijn telefoon los te weken jongere is hij toch zeer belezen: Hertmans, Gospodinov, The prophet song. Tom Sawyer vond hij het mooist, vanwege de spanning en de beschrijvingen van het oude Amerika.

    Hadewijch Griffioen

     

  • Dat het steeds meer over mezelf zou gaan

    Dat het steeds meer over mezelf zou gaan


    Een gesprek met Obe Alkema naar aanleiding van zijn onlangs verschenen boek
    Bewogen Selfies. Over een verzameling selfies die veel weg hebben van (foto)beelden zoals we de selfie als ‘showing who you are’ kennen, maar dan in tekst. We spreken over een memoir, al kan dat wat pretentieus klinken, en ontbreken de jeugdherinneringen. Waarvan Alkema er volgens eigen zeggen niet veel heeft. Bewogen Selfies vraagt de aandacht en zet alles in beweging. Een reden de schrijver om een interview te vragen.

     

    We spreken af in De Utrechtse Boekenbar aan de Westerkade. Het is een zonnige vrijdagochtend eind februari. Als ik, door treinstoringen te laat, de Boekenbar binnenkom zit  Alkema al rechtsachter aan een tafeltje. Het is er gezellig druk, de zon verlicht de ruimte en door de openstaande deur komen flarden van een gesprek, de roep van een meeuw vanaf de kade naar binnen. We bestellen koffie, en vooruit, nemen er iets lekkers bij.

     

    Schrijver en dichter Obe Alkema (1993) debuteerde in 2018 met de dichtbundel Obelisque, in 2019 genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hij studeerde Nederlands in Groningen en begon halverwege zijn studie met het schrijven van poëzie. ‘Best laat eigenlijk.’, zegt hij er zelf over. Over zijn schrijven van toen zegt hij nu: ‘Soms, als ik daaraan terugdenk, vraag ik me af wat ik toen aan het doen was. Het lijkt niet op het werk van nu. Er was toen heel weinig ‘ik’, alles bleef op afstand. Ik schreef heel fragmentarisch en nodeloos ingewikkeld.’ Alkema werkte jarenlang bij uitgeverij Ankh Hermes en sinds vorig jaar werkt hij als informatiespecialist bij de gemeente Utrecht.

     

    Bewogen Selfies is een boek dat niet in een hokje te vangen is. Het bestaat uit verschillende tekstdocumenten, scroll sessies, dagboek delen. Ook te lezen als confrontaties van de schrijver met zichzelf. Maar het boeit mateloos, om het anders zijn en de veelheid informatie die het prijsgeeft. Geen eenduidig verhaal, toch is dit het verhaal van een ontdekkingstocht. 


    Hoe is het ontstaan en hoe lang heb je eraan gewerkt? 

    ‘Vooraf wist ik nog niet wat het moest worden. Het is telkens van vorm veranderd. Eerst dacht ik aan een essaybundel. Ik had veel literatuurstudie gedaan, veel gelezen en geschreven over schrijvers, stukken die ik daarvoor wilde gebruiken. Maar die gedachte liet ik steeds meer los. Niet alles waar ik over wilde schrijven, had een verwijzing of een onderbouwing nodig. Ik heb er uiteindelijk  viereneenhalf jaar aan gewerkt. Ik zag toen wel dat dit boek steeds meer over mezelf zou gaan.’


    Met een selfie geef je jezelf bloot aan anderen. In deze memoir worden de selfies steeds gewaagder, intiemer ook als het over je seksleven gaat. Waarom wilde je deze teksten vrijgeven?

    ‘Bij sommige teksten heb ik me wel afgevraagd of het niet te veel was. Dat is ook waarom het boek zolang geduurd heeft, dat het maar niet afkwam. Omdat ik al vroeg wist dat er ook een stuk over mijn seksleven in moest, maar niet wist hoe. Wat hielp is dat literaire tijdschriften me soms om een bijdrage vroegen. In nY verscheen het stuk over mijn seksleven. Die publicaties waren een soort aanloop naar het boek. Wat me ook hielp, was de input van anderen, zoals van de redacties van literaire tijdschriften. Dat had ik nodig om verder te gaan.’


    Alkema voegt zich onder de ‘New Narrative Writers’, een stroming die eind jaren zeventig ontstond en geïnitieerd werd door de Amerikaanse dichters Robert Glück en Bruce Boone. Alkema memoreert aan de kleine hype die tien jaar geleden ontstond rond de debuutroman
    I love Dick van de Amerikaanse schrijfster Chris Kraus die wel met New Narrative geassocieerd wordt. Een feministische Cultklassieker. Vandaaruit las hij zich verder de ‘New Narrative’ stroming in. 

    ‘In 2016 ontmoette ik Robert Glück toen hij naar Amsterdam kwam. We hebben samen opgetreden in Perdu. Zo ontstond er een persoonlijker contact. Glück publiceerde dat jaar ook een essaybundel Communal Nude waarin veel staat over de ‘New Narrative’ groep en andere vertegenwoordigers van deze stroming. Zo opende zich een soort van bibliotheek van schrijvers voor mij.’


    Hoe heb je al die teksten die je in de afgelopen vierenhalf jaar geschreven hebt, de gegevens die je verzameld hebt, een plek gegeven in het boek?

    ‘Het boek is samengesteld uit een derde van het materiaal dat ik had. Heel veel heeft het niet gehaald. De lijst van headlines bijvoorbeeld was eerst geclusterd. In de eindredactie ontstond het idee om van de compositie van het boek ook een bewogen selfie te maken. Door de scroll sessies niet te clusteren maar juist af te wisselen, verdeeld door het boek. Door stukken een andere plaats te geven in het boek kwam ik er ook achter dat er hier en daar nog meer geschaafd en geschrapt kon worden.’


    Wat heb je met de overgebleven tekst gedaan?

    ‘Misschien komt er nog eens een soort B-side van de dingen die het boek niet gehaald hebben. Ik had bijvoorbeeld ook werkplannen voor subsidie aanvragen, residentieplekken erin opgenomen met het oog op de toezeggingen of afwijzingen. Als een soort van context van de ontstaansgeschiedenis van het boek. Die zijn er wel uitgebleven.’


    Je klinkt als een verzamelaar van teksten, verwijzingen en gevonden gegevens, maar ook als een schrijver die zichzelf steeds weer opnieuw onder ogen wil komen. Waar haalde je die scroll gegevens vandaan?

    ‘Die heb ik ooit verzameld toen ik jaren geleden van Facebook afging. Jarenlang heb ik daar op een knop van ‘Bewaren voor later’ gedrukt. Als ik iets tegenkwam wat ik interessant vond, maar niet direct tijd had om te lezen, bewaarde ik het voor later. Maar uiteindelijk doe je daar niks mee. Toch wilde ik die gegevens niet kwijt toen ik met Facebook stopte. Dus heb ik al die linkjes gekopieerd en in excel opgeslagen. Vervolgens heb ik er jaren niks mee gedaan, tot ik op een gegeven moment dacht, hier ga ik toch iets mee doen.’

    ‘Eerst waren het de links, toen dacht ik aan de headlines die aan die linkjes vasthangen. Zo werden ze allemaal geopend en werd het een tijdsbeeld van 2015/’16/’17. Daar zat een vrij sterk beeld van Metoo in bijvoorbeeld. Ik vond het interessant te zien hoe er in zo’n korte tijd, zoveel veranderd is.’

    ‘Daarom vond ik het belangrijk en passend, ook al was het niet dezelfde periode waarin ik aan dit boek werkte, het toch te gebruiken. Als een soort tijdsprong. Net als met mijn oude gedichten, daar kan ik op een gegeven moment ook iets mee.’


    Alles wat je hebt vastgelegd en is opgenomen in dit boek heeft een bepaalde urgentie van ik moet/wil hier iets mee. Hoe werkt die drang om te noteren in het dagelijkse leven?

    ‘Ik ben constant dingen aan het opschrijven, zeker nu ik in de ambtelijke wereld werk. Die ambtelijke terminologie vind ik heerlijk. Die zal ik zeker in een volgende dichtbundel gebruiken. Er is altijd een tweede spoor dat bij mij open staat. Ik sta altijd aan voor woorden, teksten.’ 


    Er is een memoir over de Amerikaanse auteur Kevin Killian, ‘Mijn Kevin, ons Parijs’, in het boek opgenomen. Een zeer persoonlijk document, waaruit grote bewondering voor deze auteur spreekt en gaat over de verwerking van diens dood, waarin Alkema zichzelf ‘een gênante nabestaande.’ noemt.
    ‘Kevin was als New Narrative writer voor mij een soort mentor. We hebben elkaar een paar keer ontmoet’ 


    Er staat een stuk in het boek waarin je schrijft over je opname op een psychiatrische afdeling. In een recensie voor het NRC van de bundel Is daar iemand van Micha Hamel (over zijn opname), liet je al eens terloops weten dat je zelf ook opgenomen bent geweest. Je bent daar vrij open over.

    ‘Vanaf dag één van mijn opname heb ik alles vastgelegd in een dagboek. Wetend dat ik hier iets mee wilde. Ik wilde begrijpen hoe angst werkt, hoe schaamte werkt, dat wilde ik doorgronden. Toch vond ik het spannend dit openbaar te maken.
    Wat ik ook heb opgenomen is een deel van de rapportage over mijn gedrag. Therapeuten moesten alles rapporteren en als patiënt had je het recht die rapportage in te zien. Dat bewerkstelligde wel dat patiënten zich gingen gedragen zoals gewenst was. Daardoor gingen ze zich bij een sessie zelf censureren. Voor mezelf had ik besloten die rapportage pas achteraf te lezen. Want ik heb ook sterk die neiging, uit angst om wat ze over me zouden kunnen zeggen. Ik kreeg het advies om me als een puber te gaan gedragen, onredelijk, als een etterbak. Dus het was echt muurtjes afbreken, sociale barrières overwinnen.’ 


    Zou je kunnen zeggen dat je je angsten en schaamte in de bek gekeken hebt?

    ‘Jazeker. Na de opname die ik beschrijf, is er nog een vervolgtraject geweest van acht maanden. Elke woensdag de hele dag therapie en dan de andere dagen om te oefenen, het zelf te proberen. Het gaat nu goed, angst en schaamte zijn flink afgenomen. Soms denk ik, ben ik dat? Natuurlijk zijn er mindere dagen, zoals iedereen die wel heeft.’


    Heb je veel gelezen in die periode?

    ‘Tijdens de opname vond ik het fijn om me terug te trekken om te lezen. Ik ontdekte veel vrouwen die over gekte hebben geschreven. Virginia Woolf, Astrid Roemer, Sylvia Plath, The Bell Jar. Lezen was een manier om mezelf te spiegelen. Uit The Bell Jar, over iemand die is opgenomen, is ook een citaat in het boek terechtgekomen.’


    Wat komt er na dit boek?

    ‘Ik heb het plan om elke tien jaar zo’n boek uit te brengen. En dan is er nog mijn dichtwerk, waar ik alweer mee bezig ben.’

     

     

    Auteursfoto: Jared Meijer


     

     

     

     

     

     

     

    Bewogen Selfies / Obe Alkema / 256 blz. / Het Balanseer

     

     

     

  • Sylvia Plath en de ‘Big Freeze’

    Sylvia Plath en de ‘Big Freeze’

    Het was februari 1963 dat Sylvia Plath in Londen het leven liet. Het was de koudste winter ooit in Engeland, de ‘Big Freeze’. Op 11 februari stak zij haar hoofd in de oven. Kort daarvoor bracht ze haar twee kinderen een beker warme melk op bed, iets te eten. Ze trok ze een warme trui aan, ging terug naar de keuken, waar ze haar leven beëindigde. In de zomer, voorafgaand aan haar daad, verliet haar man, Ted Hughes haar voor een ander. Alsof dat alles verklaren zou.

    Ik lees de brieven die Sylvia Plath aan haar moeder in Amerika schreef. Op 2 oktober 1956 schreef ze, ‘everyday, one has to earn the name of “writer” over again, with much wrestling’. Haar hele leven was een ‘wrestling’ om erkenning te krijgen voor haar schrijverschap. Haar moeder adviseerde haar in een van haar brieven steno te leren zodat ze in haar onderhoud zou kunnen voorzien. Plath schreef haar terug dat er niets anders voor haar op zat dan te accepteren dat haar dochter schrijfster was.  

    In haar laatste brief aan haar moeder (February 4, 1963) schreef ze: ‘I shall simple have to fight it out on my own over here… The children need me most right now, and so I shall try to go on for the next few years writing mornings, being with them afternoons and seeing friends or studying and reading evenings.’ Op 12 februari ontving haar moeder een telegram van Hughes, ‘Sylvia died yesterday’. Ze werd dertig jaar, haar roman The bell jar was net gepubliceerd. 

    In februari 1963 waren het IJsselmeer en de Waddenzee bevroren. Ik was zeven, ik wist niets van Sylvia Plath. Op een zaterdag gingen mijn zus en ik met de slee naar de groenteboer voor een zak aardappelen. In twintig minuten gleden we erheen. Op de terugweg kregen onze rubberen laarzen geen grip op de bevroren grond. Mijn zus trok uit alle macht, ik boog om de slee een duw te geven en viel voorover op het ijs. Het leek wel een slapstick uit Laurel en Hardy. We gierden het uit.  Tot het bloed uit mijn gescheurde bovenlip de sneeuw kleurde. De vrieskou bracht alles tot stilstand. 

    De schrijfster Fay Weldon (1931-2023) schreef in 2006 een stuk over Sylvia Plath voor  Vogue Magazine. Ze was bevriend met de vrouw waarvoor Ted Hughes haar verliet. Ze schreef: ‘En koud was het, tijdens de winter van 1963. Ik was acht maanden zwanger toen Sylvia pillen innam en haar hoofd in de oven stak. Ik woonde twee minuten lopen bij haar vandaan. Ze woonde met twee kleine kinderen in een huurflat. Het was een klein, ellendig en koud flatje. Misschien maakte het bord dat aan de gevel hing en dat iedereen duidelijk maakte dat W.B. Yeats er had gewoond, iets goed. Ik wist dat het slecht met haar ging. Ik had bij haar langs moeten gaan. Ik had naar Sylvia toe moeten gaan. Ik wist dat ze vanuit haar flatje het huis in Chalcot Square kon zien waar ze met Ted had gewoond.’

    In de wonderschone roman over een liefde, Jij zegt het vertelt een gefictionaliseerde Ted Hughes over zijn leven met Plath. ‘Onwetend van de ramp die zich op 23 Fitzroy had voltrokken en die op dat uur aan het licht kwam, bracht ik op de vroege maandagochtend van 11 februari 1963 mijn vriendin naar haar werk, reed naar huis, maakte de kachel aan, ging achter de schrijftafel zitten en schreef. Het was nog drie uur lang bedrieglijk stil totdat rond twaalven de telefoon met een schok ontwaakte en snerpend de sluier van mijn ontzettende argeloosheid verscheurde. Ik nam op om het schot te casseren van de vier verwoestende woorden die de rest van mijn leven zouden nagalmen: “Je vrouw is dood.”’
    In februari denk ik aan Sylvia Plath, aan bittere kou.



     

    vertaling tekst Fay Weldon: Rob van Essen
    Jij zegt het
    / Connie Palmen / Prometheus (2017)


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks een boekencolumn.

     

     

     

     

  • De zomerboeken van Hettie Marzak

    De zomerboeken van Hettie Marzak

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Hettie Marzak  leest deze zomer:
    David Leeming, James Baldwin
    Irene Vallejo, Papyrus
    Heather Clarke, Rode komeet
    Bettine Vriesekoop, Het China-gevoel van Pearl S. Buck
    Carl Friedman, Verzameld werk

     

    ‘In de biografie van James Baldwin door David Leeming ben ik al begonnen, omdat Baldwin als geen ander uit ervaring kon
    schrijven over de achterstelling van zwarte mensen, iets dat nog steeds actueel is.
     Papyrus van Irene Vallejo heb ik voor mijn verjaardag gekregen van mijn kinderen, die weten dat ze hun moeder blij kunnen
    maken met ‘het ritselen van papier’.
    De biografie van Sylvia Plath, Rode Komeet, door Heather Clarke, wil ik gaan lezen omdat ik weliswaar heel veel gelezen heb over
    en van Ted Hughes, maar van Plath nog veel te weinig.
    En Het China-gevoel van Pearl S. Buck van Bettine Vriesekoop moet alle vragen beantwoorden die ik me al zo lang gesteld heb
    sinds ik lang geleden voor het eerst Oostenwind Westenwind van Buck las.
    Carl Friedman, Verzameld werk, omdat ik heel benieuwd ben naar wat ze nog meer geschreven heeft dan alleen Tralievader, De
    grauwe minnaar
    en Twee koffers vol, die ik al gelezen heb.’

    Lees hier meer over Hettie Marzak
  • What’s in a name

    Vanmorgen liep ik een boekhandel binnen. Ik had geen paraplu nodig, of leesbril. Ik zocht een boek. Dat kon gelukkig in deze boekhandel. Het winkeltje lag aan een rustige winkelstraat waar, op het uitwaaierende geroep van voorbij fietsende scholieren en het rammelen van de winkeldeur die ik opentrok, verder niets te horen was. Bij binnenkomst stond daar als een blok de toonbank, vol papierwerk, boekjes, boeken, folders en een hoge kassa. Links lag de winkel als een open boek voor me. Boeken aan mijn voeten en boven mijn hoofd. Daartussen een smal pad dat langs boeken voerde die op kuithoogte lagen. Achter me een hoog opgetaste boekentafel. Rustig aan nu. Denk, denk om de rugzak. Draai met beleid en stoot nergens tegen aan. Bukken om, naar zal blijken, de zesde druk van Sylvia Plath’s De glazen stolp, naar me toe te halen.

    Vanuit een nis onder de trap die zich halverwege de winkel bevindt, klinkt een goedemorgen. En of ik het vinden kan. ‘Jaja, neenee’, zeg ik en sla het boek van Plath open. De boekhandelaar treedt uit zijn nis naar voren. Een echte boekhandelaar, beetje raar haar, plat op zijn hoofd, bril op zijn neus, niets bijzonders. ‘En, vraag ik, bent u blij dat het doek voor Polare gevallen is?’ Gelijk ik de naam uitspreek wordt er in mijn hoofd een gitaar aangeslagen. ‘Kreeg u zoiets als: eigen schuld dikke bult en ik had het wel gedacht?’ ‘Tjsa’, zei de boekhandelaar die een echte romanticus bleek: ‘die groots opgezette boekhandels kijken naar kopers maar vergeten de lezers. Deze stad kent geen Polare’, vervolgde de boekhandelaar grijnzend. Een hese stem zong in mijn hoofd: ‘Volare oho, cantaré oho ho ho’. Ik kon er niets aan doen. Zo gauw ik Polare hoor, denk of een vestiging binnenloop, gaan de Gipsy Kings los in mijn hoofd. Niet dat het er iets mee te maken heeft. Die opzwepende vurigheid bezat Polare helemaal niet. What’s in a name? In die van Polare dus niets. Echte boekenwinkels varen wel onder namen als Someren & Ten Bosch, Lovink, Nawijn & Polak, Athenaeum, Schimmelpennink. En daar staat dan Boekhandel voor, of achter. Weet je gelijk waar je aan toe bent.
    Ik stond nog met De glazen stolp in mijn handen en las de eerste zin die een hoop in me losmaakte:

    ‘Het was een merkwaardige snikhete zomer, de zomer dat ze de Rosenbergs elektrocuteerden, en ik was in New York, en wist niet wat ik er deed.’ De hitte was voelbaar, blote voeten over smeltende teerwegen en de dreiging van het onbevattelijke. En dat je dan niet weet wat je daar doet. Maar ook niet weg gaat. Bij de kassa zei de boekhandelaar, nog steeds grijnzend: ‘Een klant vertelde me laatst dat als hij bij Polare rondliep, hij subiet niet meer wist wat hij er deed. Merkwaardig niet?’ Volare, oho, cantaré oho ho ho, ging het in mijn hoofd terwijl ik toekeek hoe de boekhandelaar het boek met papier omwikkelde en vakkundig dichtplakte.

     

  • Sylvia Plath (1932-1963) – Een leven in gedichten

    De in Amerika geboren schrijfster Sylvia Plath (1932 – 1963)  woonde afwisselend in Amerika en Engeland. Ze overleed in 1963 in Londen. Hoewel zij een groot deel van haar leven schreef, werd het meeste van haar werk pas na haar dood gepubliceerd. In het jaar 1940, toen haar vader Otto Plath, de van oorsprong Duitse hoogleraar zoölogie, overleed, schreef zij haar eerste gedicht. Gedurende haar volwassen leven leed ze aan een ernstige vorm van depressie. Tijdens haar studie aan het prestigieuze Smith College schreef ze meer dan vierhonderd gedichten die onregelmatig in Amerikaanse tijdschriften verschenen en waarmee ze enig succes oogstte.

    Toen ze in 1950 aan het Smith College begon deed ze haar eerste zelfmoordpoging. Later schreef ze daarover in de roman The Bell Jar (De glazen stolp 1963), die ze uitgaf onder het pseudoniem ‘Victoria Lucas’. Na haar zelfmoordpoging werd Plath korte tijd opgenomen in een psychiatrische inrichting. In 1955 studeerde ze cum laude af en ontving een beurs voor Cambridge. Ook aan deze universiteit schreef ze gedichten die in de studentenkrant Varsity werden geplaatst.

    De poëzie van Plath heeft een macabere kant en is emotioneel zeer geladen. Woede, afgunst, wraaklust, passie en een sterk doodsverlangen spreekt uit haar gedichten. De vroege dood van haar vader heeft een groot deel van haar leven bepaalt. In het gedicht Daddy schildert ze haar vader af als een verrader. Het is een zwartgallig gedicht waarin ze haar vader een nazi noemt en zichzelf voor joods uitgeeft.

    Sylvia Plath deed driemaal een zelfmoordpoging waarover ze het gedicht Lady Lazerus schreef. Daarin maakt ze van het sterven en wederop staan een kunst.

    ‘I have done it again.
    One year in every ten
    I manage it -‘

    (…)

    And I a smiling woman.
    I am only thirty.
    And like the cat

    I have nine times to die
    This is Number Three.
    What a trash
    To annihilate each decade.’

    In Cambridge ontmoette ze de Engelse dichter Ted Hughes, met wie ze in 1956 trouwt. Ze wonen afwisselend in Amerika, waar Plath lesgeeft, en Engeland. Robert Lowell, die ze van lezingen in Boston kent, zou later van grote invloed op haar werk zijn.

    Haar eerste dichtbundel, The Colossus, kwam in 1960 in Engeland uit. In februari 1961 kreeg ze een miskraam, waar ze in een aantal gedichten naar verwees. Na de geboorte van hun eerste kind Frieda, leefde het paar bijna twee jaar gescheiden. Plath keerde terug naar Londen. Ze huurde een appartement waar ook William Butler Yeats ooit woonde en niet veel later werd de scheiding tussen Hughes en Plath een feit. In de strenge winter van 1962/1963 werd Plath ziek. Op 11 februari 1963 zette ze eten en een glas melk voor haar twee kinderen neer waarna ze haar hoofd in de oven stak en zichzelf vergaste. Twee jaar na haar dood verscheen de poëziebundel Ariel, die ze in een maand tijd geschreven had en waarmee ze een van de meest gevierde dichteressen ter wereld werd. Sylvia Plath werd begraven op het kerkhof van Heptonstall in West Yorkshire.

     

    Bibliografie
    Poëzie
    The Colossus (1960)
    Ariel (1965)
    Crossing the Water (1971)
    Winter Trees (1972)
    The Collected Poems (1981)

    Proza
    The Bell Jar (De glazen stolp) (1963), onder pseudoniem  Victoria Lucas
    Letters Home (1975), geschreven aan en samengesteld door haar moeder
    Johnny Panic and the Bible of Dreams (1977)
    The Journals of Sylvia Plath (1982)
    The Magic Mirror (1989)
    The Unabridged Journals of Sylvia Plath (2000), Plaths eindscriptie aan Smith College samengesteld door Karen V. Kukil

    Kinderboeken
    The Bed Book (1976)
    The It-Doesn’t-Matter-Suit (1996)
    Collected Children’s Stories (2001)
    Mrs. Cherry’s Kitchen (2001)

    Over Sylvia Plath
    The Death and Life of Sylvia Plath (1991), Ronald Hayman
    De film Sylvia (regie Christine Jeffs, 2003) schetst een beeld van de problematische verhouding van het dichtersechtpaar;
    De Amerikaanse singer-songwriter Ryan Adams schreef het nummer Sylvia Plath dat verscheen op zijn album Gold.