• Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    Getipt door de recensenten van Literair Nederland

    We vroegen de recensenten van Literair Nederland drie titels te noemen die ze deze zomer willen gaan lezen. De keuze was niet eenvoudig, het ene boek riep de titel van een ander boek op, wat soms zorgde voor een dilemma. Want noem je De Baptisten, van Nyk de Vries, of toch Berghonger van Fleur Jongepier? Soms is het noemen van een titel genoeg om de lezer nieuwsgierig te maken. Enkelen lezen literatuur uit het land waar ze deze zomer verblijven, de ander herleest de boeken van Simone De Beauvoir, of haalt klassiekers uit de kast die toch eens gelezen moeten worden. Waarom dan niet in twee weken op het Ierse platteland nu eindelijk eens Ulysses uitlezen. Soms betreft de keuze een onvertaald boek, zoals Oekraïense gedichten van Serhiy Zhadan. Of boeken uit het nalatenschap van een moeder, waarin ook De Beauvoir zich ophield. En soms lees je gewoon waar je zin in hebt, pak je wat je voorbij ziet komen, of boeken die je bezighouden. Daar is deze rubriek dan weer goed voor, waarin een keur aan vertaalde en Nederlandstalige literatuur voorbij komt. En laat ons in een reactie gerust weten welke boeken u deze zomer leest! Dan zullen we die erbij plaatsten.

     


     

    Momenteel lees ik Het land van Hrabal van Rik Zaal, een roman over de werking van ons geheugen en schrijven onder een totalitair regime. Het roept literatuur uit dergelijke landen bij me op die diepe indruk op me maakte. Allereerst van de Tsjechische Bohumil Hrabal zelf. Zijn Al te luide eenzaamheid (ook door de ik-figuur, Hendrik Terpstra, in de roman van Zaal genoemd) begint zo: ‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik mijn handen aan de letteren vuil (…) tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt’.



    Als tweede Schuilplaats voor andere tijden uit 2022 van de Bulgaar Georgi Gospodinov gaat ook over herinneringen waaraan we willen vasthouden. Over Oost-Europa: ‘Natuurlijk waren de burgers ervan allang uitgewaaierd, als familieleden die gedwongen waren samen te wonen onder één dak totdat de kinderen oud genoeg waren en iedereen zijn eigen weg ging (…) Ze wilden allemaal naar die (westerse) minnares, van wie ze droomden toen ze het gezamenlijke socialistische bed deelden’.

     

     

     

    Onvolprezen blijft tenslotte De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Hrabals landgenoot Jaroslav Hasek. Het is al uit 1923 maar de satire over een man die de boel saboteert door alle bevelen zo precies mogelijk uit te voeren en daardoor het gezag ondermijnt blijft aanspreken. De soldaat doet me, terwijl ik dit typ, ineens denken aan De klerk Bartleby van Herman Melville. Is die laatste met zijn fameuze ‘I prefer not to’  Svejks westerse tegenpool? En met die vraag ben ik terug bij Hendrik Terpstra. Hij maakt een onderscheid tussen Echte en Onechte Landen. Hij legt op pagina 37 van Het land van Hrabal uit wat hij daarmee bedoelt.

    Adri Altink


     

    Omdat ik tijdens mijn verblijf in Bretagne graag een klassieker lees die zich in dit deel van Frankrijk afspeelt, lees ik De Chouans (1829) van Honoré de Balzac. Een militaire historie en liefdesgeschiedenis ineen tijdens een opstand in Fougères. Een man en vrouw worden verliefd maar staan elk aan de andere kant van het conflict. Het is de Balzac-versie van Romeo & Juliet, Tony & Maria, en Danny & Sandy. De Nederlandse vertaling is niet meer verkrijgbaar, dus lees ik – digitaal – de Engelse vertaling. Met een extraatje, want als het bevalt kan ik de volledige ‘Comédie humaine’ gaan lezen want Balzac’s complete oeuvre staat nu in mijn digitale boekenkast.

     

     

    Nadat ik De Nacht beeft van Nadja Terranova had gelezen, over de gevolgen van een aardbeving op Sicilië dat je bij de lurven grijpt, wilde ik onmiddellijk meer van haar lezen. Afscheid van de geesten (2020) stond op de shortlist voor de Premio Strega en won de Premio Alassia Centolibri. Wederom is Sicilië het toneel, waarnaar Ida vanuit Rome terugkeert om het huis van jaar jeugd leeg te ruimen. Een literaire versie van mijn favoriete film, Nuovo Cinema Paradiso (Oscar voor de beste niet-Engelstalige film in 1989).  Niet meer leverbaar in Nederland, maar online vond ik een Nederlandse vertaling in Frankrijk. Inmiddels ligt het boek bij mij thuis op tafel te wachten tot ik tijd heb voor de Siciliaanse zomerhitte.

     

     

    Als ik over enkele weken naar Ierland vertrek wil ik James Joyce ter hand nemen. Vooralsnog staat Ulysses op het menu, een boek waar ik al vaak mee in mijn handen stond, maar steeds voor terugdeinsde. Ditmaal ga ik me eraan wagen. Het zal geen probleem zijn om dit boek te verkrijgen, al is het nog wel oppassen met de versies. Vanaf zijn publicatie is de roman controversieel, wat in meerdere landen tot een verbod leidde. En er zijn verschillende versies in omloop met elk een eigen interpretatie. Het schijnt geen makkelijk boek te zijn en eindigde in 2007 bij de Guardian-verkiezing van het minst uitgelezen boek op de derde plaats. Vandaar mijn eerdere huiver. Maar ik ben optimistisch. Twee weken op het platteland van Ierland, met voldoende tijd om te verpozen bij het haardvuur in deze of gene pub, moet voldoende zijn om het te lezen. Of om het weg te leggen.

    Martin Lok


     

    Van de internationaal bekende Oekraïense schrijver, dichter en rockster Serhiy Zhadan (1974) zijn twee van zijn twaalf romans in Nederlandse vertaling verschenen, maar zijn gedichten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog niet vertaald. Deze zomertip betreft een Engelse vertaling  en is tegelijkertijd een pleidooi voor een uitgave in het Nederlands. How Fire Decends is een bundel met nieuwe en oude gedichten die in 2023 (Yale University Press) verscheen. Een keuze uit de bundels Psalms to Aviation (2021), List of Ships (2020), Antenna (2018), Templars (2016) en de laatste New Poems (2021-2022) zijn afkomstig van zijn Facebook-website, waaronder ook gedichten van na de Russische inval. 

    Zhadan is geboren in Staroblisk, een stad in Luhansk (Oost-Oekraïne) en hij woonde het grootste deel van zijn leven in Charkiv. Hij is activist vanaf de Oranje Revolutie (2004) en daarna de Maidan Revolutie (2013 – 2014). In het voorwoord schrijft Ilya Kaminsky dat Zhadan en zijn landgenoten werden bestormd door een pro-Russische menigte en hij gedwongen werd de Russische vlag te kussen. Hij weigerde, werd geslagen en liep een hersenschudding op. Deze dramatische gebeurtenis had invloed op zijn poëzie die een documentaire wending onderging.         

    De landschappen in het oosten van Oekraïne zijn aanwezig in al zijn werk, ook in de gedichten. Een fragment uit een langer gedicht: ‘The mutilated landscape clenches its teeth / framed by the light / slashed by moonlight / Pain and hope unite us / in the openings of the dark sky.’  

    In zijn laatste in het Duits vertaalde bundel schrijft Zhadan: ‘Voor het eerst had ik de behoefte mijn gedichten te dateren. Omdat de context meer betekenis had dan de tekst zelf. De gedichten van de laatste jaren verliezen hun autonomie, hun onafhankelijkheid, ze lijken steeds meer op een dagboek. Dat helpt het gevoel voor de tijd (…) niet te verliezen. De tijd betekent tegenwoordig veel, ze getuigt van je vaardigheid te spreken, je onvermogen te zwijgen.’   

    Ronald Bos  


     

    Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederland door Gilles Dorleijn en Wiljan van de Akker beschrijft in meer dan 1000 pagina’s de vermeende ‘revolutie van Tachtig’. Het prachtig uitgegeven kloeke boek is ja en nee een literatuurgeschiedenis zeggen de schrijvers. ‘Nee’ want het beperkt zich tot de poëzie van Kloos en de zijnen en haren, ‘ja’ want de werkelijke invloed van de nieuwe dichters en hun nieuwe werk is in een breed literair kader onderzocht. In 41 hoofdstukken geven de beide emeritus hoogleraren een empirische basis aan, en een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis, de canon en gevestigde namen. Ze laten zien dat de nieuwe poëzie niet meer in dienst staat van kerk, kapitaal of politiek, maar een eigen scheppingsplan heeft. Dorleijn en Van den Akker spreken van een ‘autonomie +’. Met zijn twee kilo is het boek niet geschikt om mee te nemen op fietsvakantie maar het is wel een fijn boek om zo nu en dan wat hoofdstukken in te lezen. Of noem ik als eerste tip toch Tom Lanoys veelgeprezen ReinAard-bewerking?

     

    De baptisten moet een heerlijke roman zijn over hoofdpersoon Marten en muziekmaten, jongens uit gelovige dorpen in het noordoosten van Friesland. Een opgroeiroman tegen het decor van de opkomst en ondergang van hun band en van een kerkleven dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en door iedereen gerespecteerd wordt. Het vraagstuk van het verdampende geloof in de wellicht wat pedant-atheïstisch westerse cultuur met minachting voor religie wordt kritisch benaderd door hoofdpersoon Marten, geboetseerd naar de schrijver zelf. Nyk de Vries (1971) is al meer dan twintig jaar actief als schrijver, muzikant en literair performer. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân. Hij is geboren en getogen in het Friese Noordbergum, heeft in Groningen gestudeerd en woont nu al jaren met zijn gezin in het zoals hij zelf zegt ‘gegentrificeerde’ Amsterdam-Oost. Hij weet dus waarover hij praat. ‘Ik voel me een intermediair tussen stad en platteland, geloof en ongeloof’, zegt hij zelf. Of noem ik Berghonger van de bergminnende filosofe Fleur Jongepier als eerste tip? Jongepier beschrijft berghonger, een bergzelf en bergmelancholie in dit zelfonderzoek dat mag leiden tot het opnieuw afstellen van het kompas van het leven.

     

    Dilemma van Erna Barth is een recent verschenen young adultboek. Hoofdpersoon Mick doet mee aan de eindronde van de filosofie-olympiade. Als hij wint, kan hij met het prijzengeld zijn vervolgstudie betalen; hij wil namelijk graag naar de landbouwhogeschool in Wageningen en later de boerderij van zijn ouders overnemen. Zijn vader ziet dat niet zitten. Hij heeft namelijk lang geleden tegen zijn zin zijn carrière als financieel directeur op moeten geven, is in plaats van tijdelijk, structureel ‘boer’ geworden en ziet liever dat zijn zoon een studie kiest ‘met meer perspectief’. Mick is stiekem naar de olympiade afgereisd. Hij komt daar in een rare situatie terecht waar in plaats van een serieuze filosofiewedstrijd vooral intriges en dubbele agenda’s een rol lijken te spelen. Spanning gegarandeerd dus! Daarnaast komen de beroemdste filosofen en filosofische begrippen langs in dit boek, dat opent met Aristoteles’ wijsheid ‘Twijfel is het begin van alle wijsheid’.

    Joke Aartsen


     

    In mijn boekenkast staat de boeken van Simone de Beauvoir, favorieten uit mijn twennertijd. De tweede sekse, Alle mensen zijn sterfelijk, De mandarijnen, Bloed van anderen, Met kramp in de ziel, Een wereld van mooie plaatjes en Uitgenodigd. Boeken die  kort na WO II geschreven en gepubliceerd zijn en heruitgegeven werden in de jaren ’80 door Agathon in een vertaling van Ernst van Altena. De maatschappelijke onderwerpen zoals existentialisme, feminisme en het patriarchaat zijn de hoofdthema’s van Simone De Beauvoir, hoewel zestig, zeventig jaar geleden geschreven zijn ze nog steeds verrassend actueel. 

    Uitgenodigd nam ik uit de boekenkast van mijn moeder. Ik bewaar sterke herinneringen aan die eerste lezing, er ging een wereld voor me open. Wanneer ik de eerste zinnen herlees, beleef ik hetzelfde als toen.Uitgenodigd is een sleutelroman, die gaat over een driehoeksverhouding tussen Pierre (Sartre), Francoise (De Beauvoir) en Xavière Pagès, (de Russische Olga) een jong meisje dat het echtpaar uitnodigt bij hen te komen wonen. De spanning tussen Francoise en Pierre wordt sterk opgebouwd. Want hoe feministisch en vrij van geest de echtelieden ook zijn, zodra jaloezie om de hoek komt kijken, is geen enkele relatie meer veilig. Tijd voor een herlezing, want alles is weggezakt.

     

    De mandarijen las ik negen jaar geleden, ik kwam mijn eigen recensie op Goodreads tegen. Het is een dikke pil met autobiografische aspecten. Een groep intellectuele Parijzenaren discussieert over de huidige wereld, koude oorlog, Algerijnse oorlog, waarin verzetsman Henri, (Albert Camus) een belangrijke rol speelt. Anne’s (De Beauvoir) innerlijke twijfel en haar uiterlijke beschaafdheid is sterk, ook de ongelijkwaardige strijd tussen man en vrouw wordt duidelijk. De mannen doen maar en de vrouwen zorgen. Dat intellectuele vrije klimaat, zonder enige bekrompenheid waarin toch ook niet alles pais en vree is, vind ik heel verfrissend. Erg genoten van dat boek. Tijd voor een nieuwe ontmoeting.

     

     

    Met kramp in de ziel is eigenlijk de Beauvoirs debuut, hoewel het pas in 1979 werd gepubliceerd. Ze was nog geen dertig toen ze, gebaseerd op haar eigen leven, aan de hand van vijf portretten van jonge vrouwen beschreef hoe ze zich ontworstelde aan het katholieke milieu. Vijf korte verhalen met eenzelfde thema die een eenheid vormen. 

    Marjet Maks

     


     

    Deze zomer heb ik besloten de boeken nog eens te lezen die ik meenam toen we mijn moeders huis uitruimden. Het betreft romans van Daphne du Maurier: Rachel, Janet, De kopermijn, Herberg Jamaica en van Pearl S. Buck: Oostenwind, westenwind en Het trotse hart. Boeken die verschenen tussen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de Margriet-bibliotheek, gebonden exemplaren met een linnen kaft. Vaak was de vertaling geautoriseerd, wat betekende dat er flink in de tekst gesnoeid was. 

    Nobelprijswinnaar van 1938, Pearl Buck – door William Faulkner smalend ‘China hand Buck’ genoemd (hij kreeg de Nobelprijs pas elf jaar later) – schreef over China, het land waar ze opgroeide en waarnaar ze altijd heimwee bleef hebben. Bettine Vriesekoop schreef een biografie over haar, Het China-gevoel van Pearl S. Buck.

     

    Daphne du Maurier was een schrijfster met een heel complex karakter. Ze hield niet van publiciteit en trok zich meestal terug in haar geliefde Cornwall. Rebecca is haar beroemdste roman, maar voor mij is Rachel (vertaling van: My cousin Rachel) net iets beter. Steeds als ik het boek gelezen heb – en dat is al heel vaak – vraag ik me af of de hoofdpersoon onschuldig was of een berekenende intrigante. Misschien kom ik er na deze keer lezen achter. 

     

     

     

    Als ik praat over het werk van Sylvia Plath, reageren de meeste mensen met: ‘Oh, die vrouw die haar hoofd in de oven heeft gestoken omdat haar man vreemdging’. Dat kan me erg kwaad maken: ze heeft verdorie wel meer betekenis verdiend dan alleen om haar zelfgekozen dood herinnerd te worden. Om mezelf en anderen ervan te overtuigen hoe groot zij was als dichteres, heb ik me voorgenomen mijn oude bundel Collected Poems van haar nog eens door te nemen. Haar gedichten zijn zo persoonlijk en oprecht, dat je het gevoel krijgt haar gekend te hebben, al zijn diezelfde gedichten verre van gemakkelijk. Haar eerste bundel The Colossus bevat nog niet het dramatische werk dat pas met Ariel naar voren komt. Ik weet dat veel literatuurliefhebbers zich in twee kampen verdeeld hebben: de Plathianen, die zich zo fel keren tegen haar echtgenoot en collega-dichter Ted Hughes dat ze zelfs geprobeerd hebben zijn naam van haar grafsteen af te krijgen, en een partij die Hughes verdedigt door dik en dun, maar ik hou van het werk van beiden. Connie Palmen schreef in haar roman Jij zegt het over het huwelijk van Plath en Hughes, gezien door de ogen van Hughes. 

     

    Al mijn boeken van Isaak Babel heb ik weggegeven (behalve de dagboeken en briefwisselingen) en ik heb daarvoor in de plaats Alle verhalen van Isaak Babel gekocht in de vertaling van Froukje Slofstra. Een paar jaar geleden heb ik me op de boekenmarkt in Dordrecht ervan laten overtuigen dat haar vertaling beter is dan die van Charles B. Timmer uit 1972. Bij de kraam van uitgeverij Van Oorschot – die al sinds 1953 de Russische Bibliotheek beheert – vertelden ze me dat waar Timmer twintig woorden nodig heeft om een zin van Babel te vertalen, Slofstra het met vijf woorden af kan. Dat is precies zoals Babel zelf te werk ging: schrappen en nog eens schrappen, totdat alleen het hoognodigste overbleef. Hij had dat geleerd van de door hem zo bewonderde Gustave Flaubert en Guy de Maupassant.

    Ik was een beetje huiverig om eraan te beginnen uit angst dat het zou tegenvallen, maar deze zomer zal ik de verhalen van Babel opnieuw lezen, deze keer in de vertaling van Slofstra. Ik begin met De Rode Ruiterij, omdat dat een van de mooiste, gruwelijkste, indrukwekkendste verhalenbundels is die ik ken.

    Hettie Marzak


     

    De keuze of ik een roman, studieboek of dichtbundel pak, wordt vooral ingegeven door waar ik op een bepaald moment zin in of behoefte aan heb. Ze liggen altijd alle drie binnen handbereik. Ook tijdens mijn vakantie. Mijn romankeuze wordt ingegeven door het land waar ik dit jaar met vakantie naar toe ga, namelijk Engeland: Wij van de Ripetta van Tomas Lieske. Een roman waarin de schilder Caravaggio de schrijver Shakespeare ontmoet, waarin twee kunsten elkaar ontmoeten. Caravaggio en Shakespeare raken met elkaar bevriend. Een fictief verhaal. Volgens een recensie van Lieke van den Krommenacker wacht mij een ‘levendige, komische en kunstige historische roman die je onherroepelijk ook aan het denken zet over het heden’. De titel verwijst naar een steegje, de Via di Ripetta in Rome, waar ze niet zitten te wachten op een buitenlander zoals Shakespeare.

     

    Ik voel me in de hele wereld thuis van Rosa Luxemburg ga ik lezen ter voorbereiding op een filosofie leesclub met als thema ‘Liefde en verzet’. Brieven van politica, filosofe en activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) met een nawoord van Joke Hermsen. Hermsen schrijft dat toen ze Luxemburgs ‘brieven voor het eerst las, [ze] niet alleen werd getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak’. Tijdens een vakantie in Berlijn ben ik eens naar de brug gelopen waar Luxemburg in 1919 door soldaten in het Landwehrkanal was gegooid. Ik heb altijd wat met Lieux de mémoires gehad, maar dit was wel een heel lugubere plek om tijdens je vakantie te bezoeken.

     

    De dunne dichtbundel die ik meeneem (het moet allemaal maar in de koffer passen) is Vergeten liedjes van P.C. Boutens. Op een dag kwam ik een gedicht hieruit, – het bleek het laatste te zijn – tegen in de mailing ‘Laurens Jz. Coster – iedere werkdag een gedicht’ (redactie Raymond Noë). Toen ik het doorstuurde aan een van mijn vrienden, zei hij dat hij het helemaal bij mij vond passen. Is het ‘t zoeken naar een ‘hogere werkelijkheid’ die mij bij Boutens aanspreekt, zijn filosofische insteek, het verlangen naar eenheid, of het wat intellectualistische dat P.N. van Eyck hem verweet? Ik ga het ontdekken. Elke dag een gedicht op papier. Als een bonbon die je langzaam moet proeven. Alleen geen Engelse ben ik bang. Dat dan weer niet.

    Drie filosofisch getinte boeken die aan het denken zetten, geschreven in een poëtische taal, levendig en sprankelend schijnt. Het moet raar lopen willen ze niet met elkaar in gesprek gaan. En met mij, als lezer, waarin ze een eenheid hopen te vinden.

    Els van Swol


     

    De terugkeer van de charlatan van Jo Komkommer gaat over vervlogen dagen en mensen die er niet meer zijn. Vanuit zijn herinnering en gesprekken met anderen schrijft hij over zijn vader, of over een collega uit de hotelbranche waarin Komkommer dertig jaar werkte. Het zijn prachtige kleine biografieën. Ook over die jaren in dat boetiekhotel in Antwerpen schrijft hij. Wie hij daar ontmoette, acteurs, schrijvers, hoe er gewerkt werd, de collegialiteit. Daartussendoor het verlangen naar een zweempje roem. Hoe hij Isabella Rosselline steeds opnieuw in zijn herinnering het hotel ziet verlaten. Met een citaat van Karel van het Reve, over een een Duitse man die hij voor de oorlog kende, (… Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gegearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?) opent het boek. Denken aan dingen en mensen tegen het vergeten. Jo Kommer toont zich een liefdevol schrijver met een zweem van weemoed. Prachtig boek!

     

    De wereld in 48 stukken van Menno Hartman laat me verwonderen over dingen waar ik niets van weet. Bijzondere dingen, die aan het licht komen als je de wereldkaart in stukken opdeelt, je focust op een deel daarvan. Wat Hartman deed, hij knipte de wereldkaart in 48 stukken. Hoe de wereld zich dan aan je voordoet. Waar de dingen begonnen, connecties in landslijnen, culturen. Een stuk over Mexico begin over vleermuizen, dan over Rebecca Solnit die schrijft over Tina Modotti die een rol speelde in de Mexicaans communistische beweging waar ook Diego Rivera en Frida Kahlo bij betrokken waren, en eindigt met een gedicht van Octavio Paz. In twee en een halve bladzijde ontstaat een hele wereld. Ook Hartman schrijft vanuit herinneringen, vele delen op de wereldkaart bezocht hij zelf. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk, het persoonlijke ontdekken, zijn kennis van de wereldliteratuur, het zoeken naar het verhaal achter de dingen. Dit alles verweven in 48 fijn geschreven stukken. Een boek als een schatkist.

     

    Pooltochten dromen van Erik Harteveld is een klein brievenboek. De blinde Anselm Bijvoet zoekt via de mail contact met de schrijver. De briefwisseling houdt drie maanden stand (10 april – 18 juli 2024). De blinde maakt de schrijver deelgenoot van de reizen die hij d.m.v. een brailleglobe met reliëf maakt. ‘Vanmiddag ga ik eens de tocht van Nansen naar de Noordpool herbeleven.’ Maar is ook nogal kriegelig over het gemak waarmee Harteveld zijn brieven beantwoord. En dan het mysterie van de ouders van Anselm die tijdens een oudejaarsnacht bij een brand in het tuinschuurtje zijn omgekomen. Of hij daar de hand in had? De vraag van de schrijver of zijn ouders oliebollen in het schuurtje bakten waardoor brand ontstond, wordt genegeerd. Na een tiental brieven schrijft Harteveld, ‘Ik ben er nog niet uit of je een grapjas bent of gewoon een vervelend mannetje.’ Na wederzijdse irritaties komt er een kentering, een toegeven aan elkaar, maar ook elkaar door hebben. Over de kracht van het woord en alles wat verzonnen is. Een pareltje, mysterieus ook (waarom schrijven mensen elkaar?).

    Ingrid van der Graaf


     

    Ingezonden lezersreactie:

    Deze vakantie neem ik het Verzamelde werk van Kafka mee, het ligt al een week achter de voorruit in de helle zon te versmoren, het is te heet om te lezen in Zuid-Frankrijk maar morgen gaan we naar koelere oorden, Kafka vind ik geweldig, zijn korte en langere verhalen. ‘Een plattelandsdokter’ bijvoorbeeld is meeslepend, geestig, hij komt handen te kort:’De moeder staat bij het bed en lokt mij erheen; ik volg haar en leg, terwijl een der paarden luidkeels naar de zoldering hinnikt, mijn hoofd op de borst van de jongen, die rilt onder mijn natte baard.’

    Mijn zoon (21) leest bij gebrek aan digitalia Madame Bovary van Gustave Flaubert. Hij weet nu wat ‘drie morgens land’ betekent,  maar hij vindt het traag, weinig spanning tot nu toe. maar toch mooie beschrijvingen van kunstvoorwerpen en chateaus…Voor een bijna niet van zijn telefoon los te weken jongere is hij toch zeer belezen: Hertmans, Gospodinov, The prophet song. Tom Sawyer vond hij het mooist, vanwege de spanning en de beschrijvingen van het oude Amerika.

    Hadewijch Griffioen

     

  • Waar woorden blijven

    Waar woorden blijven

    Zolang ik op slippers blijf lopen en mijn door de zomer gebruinde voeten kan zien, is de zomer nog niet voorbij. Oh ja, en als ik in de vroege ochtend de buurvrouw vanuit haar achtertuin hoor telefoneren, in het Pools. Waarbij ik me verbeeld dat het Portugees is. Dat ik weer in Portugal ben waar de Oekraïense kokkin, (Marina, tenger als een ballerina, wat ze ook was, in Portugal werd ze pas kokkin) in de keuken pasteitjes bakt. Marina (ik haal haar uit de omhaakte vorm naar open zinnen), sprak Portugees in verbaasd klinkende en korte zinnen. Ik leerde van haar wat Oekraïense gerechten te maken. Deruni (aardappelpannenkoekjes) en borsjtsj, in ruil gaf ik haar de Portugese woorden die ik kende: ‘manteiga’ voor boter, ‘azeite’ voor olijfolie, ‘cebolas’ voor uien, ‘sopa de couve’ voor koolsoep, ‘panelas’ voor pannen, ‘forno’ voor gasfornuis, ‘cheira bem’ voor wat ruikt het lekker. 

    Portugese woorden leerde ik uit de vertaalde boeken die wekelijks bij de zaterdageditie van de krant Publico te verkrijgen waren. Bloed van anderen van Simone de Beauvoir werd O sangue dos outros. Ik las ze naast elkaar:
    ‘Hij opende de deur en alle ogen werden op hem gericht:
    ‘Quando abriu a porta, todos os olhos se voltaram para ele:
    “Wat willen jullie van me?” vroeg hij.
    “Que me querem?” perguntou.
    Laurent zat schrijlings op een stoel voor de haard.
    Laurent estava escarranchado numa cadeira diante do fogo.
    “Ik moet weten of de beslissing vóór morgenochtend genomen wordt of niet,” zei Laurent.
    “Preciso de saber se está ou não decidido para amanhã de manhã”, disse Laurent.’

    ‘Amanhã de manhã’ zei ik in situaties waar ik niet goed uit kwam. Het kwam eruit als een belofte, als iets dat nog niet helemaal zichtbaar was maar dat wel zou worden. Inmiddels heb ik koude voeten, sokken mag ik pas aan als dit stukje klaar is. Naast me ligt de nieuwe Terras, met Portugeestalig proza en poëzie van dertig schrijvers, uitgezocht en vertaald door elf vertalers. Hoe gebruiken we woorden, waar blijven ze als we ze niet meer uitspreken, ‘wat worden we als we alleen  nog kunnen zeggen wat we ons kunnen veroorloven?’ De kernvraag in de dystopische roman Echologie (2018) van de Portugese schrijfster Joana Bértholo. Anne Lopes Michielsen vertaalde er enkele fragmenten uit. Zoals deze, in ‘de mond als portaal’ vraagt een kind aan haar moeder:
    ‘Mamaaaaa?’ (denk aan het langgerekte ‘Mae’ van Portugese kinderen)
    ‘Ben je al wakker?’
    ‘Denk je dat we dichter bij elkaar zouden zijn als er geen “ik” en “jij” zouden zijn?’
    Of:
    ‘Mamaaaaa?’
    ‘Ja, Candela.’
    ‘Waarom is het verleden onvoltooid?’

    Met deze editie van Terras had ik in Portugal willen zitten, waar woorden nieuwe betekenissen kregen. En nee, het verleden is nooit voltooid. Nu eerst sokken aan, en hopen dat dit boek van Joana Bértholo inmiddels vertaald bij de boekhandel ligt. Haar aansprekende taal moet ik lezen. Lees overigens eerst deze Terras, getiteld ‘Lusofonie’, klinkt als een muziekstuk, een compositie van prachtige verhalen in fijnzinnige vertalingen.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.

     

     

  • Tot vrouw gemaakt

    Tot vrouw gemaakt

    Simone de Beauvoir (1908 – 1986) heeft haar novelle De onafscheidelijken nooit willen publiceren. Ze schreef het in 1954 vlak na één van haar beste boeken: De mandarijnen. Daarmee won ze de Prix Goncourt, tegelijkertijd liet ze De onafscheidelijken stilletjes in een la verdwijnen. Nu is het zeventig jaar later door inspanningen van haar aangenomen dochter Sylvie Le Bon de Beauvoir toch verschenen. Postuum. Waardoor je als lezer meteen voor de vraag wordt gesteld of De Beauvoir met deze uitgave gelukkig zou zijn geweest.

    Aantrekkingskracht

    De onafscheidelijken gaat over een intense vriendschap tussen Sylvie Lepage, het alter ego van De Beauvoir, en Andrée Gallard, voor wie Élizabeth ‘Zaza’ Lacoin model stond. Kenners van De Beauvoir herkennen de vriendschap uit Een welopgevoed meisje (1958).  Om het autobiografisch gehalte van De onafscheidelijken te onderstrepen staan Simone en Élizabeth zelf op het omslag afgebeeld en zijn aan het eind enkele brieven van Simone en Zaza opgenomen en een handvol foto’s.

    Ze leren elkaar kennen bij aanvang van een nieuw schooljaar. Allebei negen jaar oud, godvruchtig en hoogbegaafd. Buiten de veilige muren van het schoolgebouw woedt de Eerste Wereldoorlog. Sylvie bewondert dit meisje dat zo zelfverzekerd leerkrachten antwoordt. Andrée heeft een leerachterstand opgelopen door een ongeluk – de brandwonden zijn nog zichtbaar – en ze vraagt Sylvies schriften te leen: een vriendschap begint. We volgen de twee meisjes naar de middelbare school, de eindexamens en de aanvang van het studentenleven aan de Sorbonne. Het is een vriendschap die tegen liefde aanleunt. Sylvie spreekt zich daarover ook uit: ‘U hebt het nooit geweten, maar vanaf de dag waarop ik u leerde kennen, bent u alles voor mij geweest (…). Ik had besloten dat als u zou sterven, ik ook meteen zou sterven.’ Verbouwereerd luistert Andrée naar deze bekentenis. Vriendinnen die elkaar met u aanspreken, het hoort bij een voorbije tijd. Ook dat aan Sylvies liefde voor Andrée verder geen woorden vuil worden gemaakt, hoort wellicht bij een boek uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Is er erotiek, of is de aantrekkingskracht uitsluitend geestelijk? In een hedendaagse roman zou Sylvie met één zo’n zin niet wegkomen.

    Zorg

    Er verschuift in deze vriendschap ook iets. De tomeloze bewondering van Sylvie voor het vrije gedrag van Andrée verandert in zorg als ze steeds meer doorkrijgt dat haar vriendin speelbal is van haar moeder en zich steeds meer conformeert aan de eisen die haar familie, haar sociale achtergrond en religieuze overtuiging stellen. De jongens waarop Andrée verliefd wordt, passen niet in het ideaalplaatje dat vader en moeder Gallard voor ogen hebben. Dat geldt ook voor Pascal, een medestudent waarvoor de filosoof Maurice Merleau-Ponty model stond. Het kan niet anders of deze liefde eindigt dramatisch. Andrée sterft jong. Bij haar graf zegt haar vader: ‘Wij zijn slechts instrumenten in Gods handen geweest.’

    Doorgeven van de rekening

    De onafscheidelijken mist spanning, het is te vlak en te weinig uitgewerkt om echt indruk te kunnen maken. Dan helpt het om meer context bij het verhaal te betrekken. De nawoorden van Sylvie Le Bon de Beauvoir (de overeenkomst met de naam van het hoofdpersonage blijft frappant) en van Bregje Hofstede tillen het boek op een hoger plan. Beide cirkelen om het centrale idee van Simone de Beauvoir: On ne naît pas femme, on le devient. Het leven van haar vriendin is voor De Beauvoir het verdrietige voorbeeld van hoe traditie, geloof en maatschappelijke context beperkend zijn voor vrouwen. De moeder lijkt in de novelle de kwade genius achter het mislukte leven van Andrée, maar ook zij is in haar jeugd geconfronteerd met de verwachtingen die voor haar sekse golden: een goed huwelijk, moederschap, dienstbaar en ondergeschikt zijn. De rekening van haar eigen gefnuikte ambities komt ook bij haar dochter terecht en je hoeft geen profeet te zijn om te raden dat een volgende generatie het risico loopt dezelfde rekening gepresenteerd te krijgen. Le Bon de Beauvoir zegt dan ook met de gloed van activisme dat er voor Simone geen groter schandaal bestond dan dat een individualiseringsproces in de kiem gesmoord wordt, dat is ‘een aanslag op het mens-zijn’. Om vervolgens André Gides oproep ‘Heb lief wat je nooit twee keer zult zien’ te beamen. Van jou bestaat er maar een, je bent onvervangbaar.

    Al is de context er een van vervlogen tijden – wie discussieert er met vrienden nog over het Jansenisme? -, de boodschap van De Beauvoir is opmerkelijk actueel. Zaza werd slachtoffer van de tijd (de eerste helft van de twintigste eeuw) en het milieu waarin zij werd geboren. Met De onafscheidelijken kan De Beauvoir ook nu vrouwen inspireren, maar ook mensen van kleur, LHBTIQ+ of die witte heterojongen uit een arbeidersmilieu. Zo sluit haar visie verrassend genoeg aan bij een recente stroom aan boeken en documentaires die illustreren hoe ongelijkheid tussen mensen ontstaat en blijft bestaan, en hoe lastig die te doorbreken is. De onafscheidelijken mag dan als boek wat mager zijn, het bevestigt wel dat het gedachtegoed van De Beauvoir in deze tijd nog steeds relevant is. Het kan lezers bovendien op het spoor zetten van haar filosofische werk. Of ze daar gelukkig mee zou zijn, is dan geen vraag meer.

     

     

  • Tweemaal delven in een literaire niche

    De nutteloze monden

    Een filosofisch getoonzet toneelstuk en een met de vertelvorm experimenterende novelle, het zijn nogal verschillende teksten waarover het hier gaat. Beiden verschenen in de ‘Franse reeks’ van uitgeverij Vleugels dat in ons taalgebied het platform vormt voor exclusieve, vertaalde Franstalige literatuur uit de 20e eeuw. De nutteloze monden van Simone de Beauvoir en De gefnuikte roeping van Pierre Klossowski worden opgenomen in een rij werken van klinkende namen: André Gide, Paul Válery, Marguerite Duras en Guillaume Appolinaire, om er een paar te noemen.

    Eten of gegeten worden

    Simone de Beauvoir is een gevestigd schrijver en filsoof, maar haar toneelstuk De nutteloze monden geniet geen grote bekendheid. Het werd opgevoerd in het najaar van 1945 en zou haar enige toneelwerk blijven. Voor de Nederlandse vertaling tekende Eva Wissenburg, die ook een lezenswaardig nawoord schreef. De setting is een Vlaams stadje in de 14e eeuw, Vaucelles, maar het stuk valt niet los te zien van de oorlogsjaren die net ten einde waren en met name van de Jodenvervolging. De middeleeuwse bevolking van Vaucelles is in opstand gekomen tegen onrechtvaardige heersers en hoge belastingen. Bestuurd door een stadsraad probeert men een nieuwe samenleving op te bouwen, met democratische trekken. Vanzelfsprekend laten de oude machtsstructuren dit niet zonder slag of stoot gebeuren en daarom wordt de stad belegerd. Naarmate het voedsel schaarser wordt, loopt de spanning in Vaucelles op.

    Voor de kern van het plot liet De Beauvoir zich inspireren door een historisch fenomeen, beschreven in middeleeuwse teksten, namelijk dat in tijden van beleg soms een deel van de bevolking als ‘nutteloze monden’ de stadspoort werd uitgezet. Door middel van een handvol personages belicht de Franse filosofe de verschillende ethische kanten hiervan, waarbij individuele vrijheid maar ook het vraagstuk van handelen versus niet-handelen belangrijke thema’s zijn. Voor elk ingewikkeld probleem bestaat een simpele oplossing, en die is fout, dat is gechargeerd gezegd de vuistregel die opdoemt. Deze sterk morele insteek vormt zowel de kracht als de zwakte van de vertelling. Enerzijds zijn de filosofische overpeinzingen interessant, anderzijds blijven de personages en het verhaal te schematisch, omdat ze in dienst staan van de ideeën die Simone de Beauvoir naar voren brengt.

    Dilemma’s goed invoelbaar

    Toch hebben met name de karakters van Jean-Pierre en Catherine, die zich beiden verzetten tegen het besluit van de stadsraad om de helft van de bevolking op te offeren, de nodige ambivalentie en hun dilemma’s zijn goed invoelbaar. Het gaat bij hen zeker niet alleen over abstracte zaken maar bijvoorbeeld ook over menselijke relaties en het ruimte geven aan de ander. Neem Jean-Pierre wanneer hij zijn geliefde beschrijft: ‘“Clarice is anders dan u. Ze is een vreemdelinge in deze wereld en verwacht niets van de toekomst. Voor haar is het genoeg om zichzelf te zijn. Ik hoef niets van haar te hebben en heb haar niets te geven”’.

    De positie van Catherine, echtgenote van de voorzitter van de raad, doet wat denken aan die van het personage Serena uit The Handmaid’s Tale (met name in het tweede seizoen van de tv-serie); zij heeft zich eveneens verbonden aan een man van wie ze moreel en qua intelligentie de meerdere is, maar staat vervolgens zelf met lege handen. Heel wat fraaie, korte scènes en dialogen komen voorbij in De nutteloze monden, bijvoorbeeld het begin van hoofdstuk één, vol honger en verveling, en twee waarin stadsbewoners elkaar beschuldigen van het eten van stro. Veel aardser wordt het niet, wat een mooie contrastwerking geeft met al het gefilosofeer later. De verschillende personages strooien intussen met uitspraken om over door te denken, zoals deze vraag van Jean-Pierre aan zijn lief: ‘“Sinds wanneer geloof jij in woorden?”’

     

     

    De nutteloze monden
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    De gefnuikte roeping

    Voer voor promovendi

    Pas echt obscuur wordt het bij Pierre Klossowski en diens novelle De gefnuikte roeping. Liehebbers van niche literatuur kunnen hun hart ophalen. Een rariteit vormt direct de expositie, dat het genre van de religieuze literatuur analyseert. Dit gebeurt op zo’n complexe manier dat de tekst na een paar pagina’s al niet meer au sérieux kan worden genomen: de schrijver stuurt je welbewust het bos in. De hele novelle blijkt een geparafraseerde samenvatting van een, zogenaamd, anoniem werk waarop de verteller de hand heeft weten te leggen. Dankzij deze opzet lees je nooit rechtstreeks over protagonist Jerôme en zijn zoektocht langs de katholieke instituten, maar altijd vanuit een metaperspectief. Wanneer er al iets gezegd wordt door de personages dan gebeurt dat als een citaat, met vaak vertellerscommentaar erbij. Belangrijke bouwstenen van de traditionele roman, personages en verhaal, verdwijnen op deze manier naar de achtergrond ten faveure van de vertelwijze. Daarom kan dit werk van Pierre Klossowki uit 1950 misschien wel als een vroege uiting van de Nouveau roman worden gezien. Net als in De Beauvoirs De nutteloze monden speelt het Derde Rijk op de achtergrond een rol, gerepresenteerd via ‘De inquisitiepartij’.

    Wie de moeite neemt ontdekt daarnaast vermoedelijk heel wat literaire theorie en intertekstualiteit bij Klossowski, maar je kan de vraag stellen of dit voor de algemene lezer werkelijk zo boeiend is. De gefnuikte roepinglijkt vooral interessant voor essayisten en promovendi. Vertaler Katelijne de Vuyst helpt het publiek wel met een vrij uitgebreide verklaring achterin en ook de beperkte omvang van het werkje – zo’n 70 pagina’s telt het – moet geen belemmering vormen.

    Van de twee besproken werken zal de toneeltekst van De Beauvoir waarschijnlijk het grootste publiek trekken, niet ten onrechte, want het is een interessant stuk. De belangstelling voor Simone de Beauvoir lijkt de laatste jaren gestaag toe te nemen. Zeer recent nog kwam een niet eerder verschenen autobiografische roman van haar uit, De onafscheidelijken. Pierre Klossowski valt echt in de categorie van de verworven smaak. Werk zoekt lezer, en dan vooral degenen die bereid zijn hun literaire vleugels flink uit te slaan.

     

     

    De gefnuikte roeping
    Auteur: Pierre Klossowski
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels (2020)
  • Oogst week 42 – 2020

    De kern van de zaak

    Wat doe je als je – figuurlijk, dan – na een ommetje een heel andere man aantreft dan degene die je thuis achterliet? In De kern van de zaak van de Australische auteur Madeleine St John overkomt het Nicola, die onaangenaam wordt verrast als ze weer thuiskomt nadat ze een pakje sigaretten heeft gekocht. Want: waarom wil haar vriend Jonathan haar opeens niet meer zien en werkt hij haar na zes jaar samen hun woning uit? Waarom werkt wat ze hadden ‘gewoon niet’ meer? Vanaf dat moment is het aan Nicola om het ‘leven na Jonathan’ aan te gaan, en aan Jonathan om in te zien wat hij heeft veroorzaakt.

    Madeleine St John schreef De kern van de zaak (The Essence of the Thing) in 1997. De roman werd genomineerd voor de Man Booker Prize en behaalde de shortlist. Deze vertaling is een postume uitgave: St John overleed in 2007.

    De kern van de zaak
    Auteur: Madeleine St John
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De onafscheidelijken

    Simone de Beauvoirs autobiografische roman De onafscheidelijken (Les inséperables) verscheen niet eerder. Autobiografisch, omdat de vriendschap die in dit boek centraal staat overeenkomsten vertoont met de hechte band van De Beauvoir en haar boezemvriendin, Elisabeth ‘Zaza’ Lacoin; dit jaar pas verschenen (zowel het origineel als in vertaling), omdat het boek bij leven van de auteur als ’te intiem’ bestempeld werd. De Beauvoirs dochter, Sylvie Le Bon-de Beauvoir, vond het manuscript in haar moeders archief en schreef het voorwoord.

    De hoofdpersonen, Andrée (Zaza) en Sylvie (Simone), ontmoeten elkaar op een katholieke meisjesschool in de vroege twintigste eeuw en hun levens raken vrijwel meteen verstrengeld. Hun vriendschap lijkt verder te gaan dan vriendschap alleen, en samen verzetten ze zich tegen het benauwende conservatieve milieu waarin ze zijn opgegroeid. Maar hun vriendschap komt tot een plotseling einde.

    De echte Andrée, Zaza, overleed al op 21-jarige leeftijd aan hersenontsteking. Na haar dood werd De Beauvoir een van de invloedrijkste filosofen van de 20e eeuw, mede dankzij haar baanbrekende magnum opus De tweede sekse (1949) – de feministische thema’s die zij daarin aansnijdt, schemeren in zeker opzicht ook door in De onafscheidelijken, dat De Beauvoir verrassend genoeg pas zes jaar na De tweede sekse schreef.

    De onafscheidelijken
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Cossee

    Zussen

    Juli en September zijn de zussen uit de gelijknamige titel. Er is ze iets vreselijks overkomen, en hun moeder Sheela neemt ze mee naar een verlaten huis in the middle of nowhere in de hoop dat de zussen ervan opknappen. Met het huis is van alles mis – de unheimische indeling ervan doet denken aan Shirley Jacksons geesteskind Hill House (The Haunting of Hill House), en ook dit huis beweegt en kraakt zonder aanwijsbare (lees: menselijke) oorzaak. En dat is pas het begin. Sheela sluit zichzelf op in een van de kamers, en de narratieven van haar en haar dochters splitsen op, toewerkend naar een ontknoping.

    De Britse Daisy Johnson (1990) behaalde met haar eerste roman, Everything Under, een plek op de shortlist van de Man Booker Prize 2018.

    Zussen
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV
  • Kerstpudding en mistletoe

    Kerstpudding en mistletoe

    Iemand zegt: ‘Plum speech. Ik moet een Plum speech houden’. Ik word wakker, ben het zelf die dit murmelt. Het klinkt aannemelijk, speechen over pudding nu kerstmis nadert. Waarom ook niet. Er zijn veel dingen waarvan ik denk er iets mee te moeten doen. Zo moet er een sfeer van kerst in huis komen. Moet de kamer anders ingericht, moeten er meubels uit, er iets bij. Ik voel me als de vrouw in The sorrowful wife, van Nick Cave, ‘Who is shifting the furniture around’.
    Ik zie voor me een feestelijk gedekte tafel met damasten kleden in een eetkamer met krullerige versieringen, een kerstboom tot aan het plafond, honderden lichtjes, – man, wat een lichtjes. Kerstmis vieren zoals in films en op plaatjes. Compleet met een goudbruin gebraden kerstkalkoen op een bed van groen, flonkerende wijnglazen, pasteitjes en het dessert iets met sterretjes. Mistletoe in de deuropening, kerstsokken aan de schoorsteenmantel, rond de kerstboom een stoomtrein die af en toe fluit, stoom afblaast. De boom zelf onbereikbaar door pakjes in alle maten en vormen, berg van beloften. Van knuffels die knipogen, poppen die babyflesjes leegdrinken, boeken die zichzelf lezen.

    Dan komt de titel Een wereld van mooie plaatjes, van Simone de Beauvoir in mijn hoofd. Over het leven van een jonge vrouw in Parijs, door haar ouders gemodelleerd tot voorbeeldige vrouw, met enkel do’s and don’ts hoe te leven. Ze werkt in de reclamewereld, verleidt  mensen dingen te kopen die ze niet nodig hebben. Een wereld van valse schijn. Voor haar dochter wil ze het anders: ‘Een kind opvoeden, dat is niet er een mooi plaatje van te maken.’ Een veelzeggend boek, met innerlijke conflicten, nog steeds van deze tijd, (jongens lees dit boek!).

    De kamer staat op zijn kop en ik lees Nacht en dag van Virginia Woolf. Over verschillen in burgerlijke stand, met diners en theevisites, voortreffelijk geserveerde gerechten waarbij gasten zich volgens de regelen der conversatiekunst vermaken. En loop door de straten van Londen naar jongerenbijeenkomsten, waarbij toen al gezeten werd op matrassen op de grond. Maar ook hier is wat je ziet, de buitenkant – schijn. Een boek waarin de werkelijkheid, heimelijke gedachten betrapt, gedachten achter geënsceneerde plaatjes kijken.
    ‘Ineens kwam de gedachte bij Katharine boven dat iemand die op dat moment de deur opendeed waarschijnlijk zou denken dat ze zich vermaakten; hij zou denken: wat een heerlijk huis om in binnen te komen!, en ze moest vanzelf lachen en zei iets wat bijdroeg aan het rumoer – wat vermoedelijk vooral het huis tot eer strekte, want zijzelf was helemaal niet zo opgewekt.’
    Als iemand de deur naar mijn huiskamer zou openen, zou die hem gauw weer sluiten. En niet zien hoe ik me vermaak met deze geweldige roman van Virginia Woolf.

     

    Een wereld van mooie plaatjes / Simone de Beauvoir / vertaling Ernst van Altena / Agathon (1980)
    Nacht en dag / Virginia Woolf / vertaling Barbara de Lange / Arbeiderspers (2019)


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

  • ‘Nieuwe’ novelle van Simone de Beauvoir

    ‘Nieuwe’ novelle van Simone de Beauvoir

    Misverstand of vertwijfeling
    Toen was er ineens, 28 jaar na haar dood, een nieuw boek van Simone de Beauvoir, de grande dame van het existentialisme en aanstichtster van de Tweede Feministische Golf. De schrijfster verwijderde ‘Misverstand in Moskou’ uit de kopij van haar verhalenbundel De gebroken vrouw (1969). In 1992 verscheen het postuum in een Amerikaans tijdschrift en nu is er een Nederlandse vertaling. Misverstand in Moskou is vintage De Beauvoir, maar niet De Beauvoir op haar best.

    De jaren zestig van de twintigste eeuw. De gepensioneerde André reist met zijn vrouw Nicole van Parijs naar Moskou voor een bezoek aan Masja, zijn dochter uit een eerder huwelijk. Ze ‘doen’ de geijkte bezienswaardigheden die ze vaak al kennen van eerdere gelegenheden, maken uitstapjes voor zover het bureau voor buitenlanders dat toestaat, en vangen hier en daar een glimp op van het dagelijks leven onder communistisch bewind. André helpt Masja met redigeer- en vertaalwerk, en Masja geeft André Russische les. Nicole zakt weg in een soort depressie; voelt zich ongeliefd, buitengesloten en oud: ‘Masja had gezegd: u bent nog jong, toch had ze Nicole bij de arm genomen. Eigenlijk kwam het door haar dat Nicole sinds ze hier was haar leeftijd zo sterk voelde. Het drong tot haar door dat ze was blijven vasthouden aan het beeld dat ze van zichzelf had toen ze veertig was; ze herkende zichzelf in de sterke jonge vouw die Masja was; temeer omdat ze ervaring en gezag uitstraalde, even rijp was als Nicole; ze waren gelijkwaardig. Vervolgens herinnerde een gebaar, een stembuiging, een voorkomendheid haar er opeens aan dat er tussen hen een leeftijdsverschil bestond van twintig jaar – dat ze zestig was.’ En Nicole verveelt zich. Als André dan ook nog voorstelt langer te blijven zodat hij kan doorpakken met zijn Russisch, schopt Nicole een scène en loopt zelfs weg, Moskou in. Maar de twee vinden elkaar weer in een expat-bar en alles komt goed. ‘Het is een groot geluk met elkaar te kunnen praten, dacht ze. Als een paar niet in staat is zich van woorden te bedienen, is het begrijpelijk dat de misverstanden zich opstapelen en ten slotte alles tussen hen bederven.’

    Kamerspel
    In het verhaal springt het perspectief heen en weer tussen Nicole en André, zodat de lezer eerder dan de hoofdpersonen doorheeft welk misverstand uitdraait op een relatiecrisis. Ook André voelt zich oud en afgedaan. Hij worstelt met zijn gebrek aan ambitie (er is sprake van artikelen die hij ooit van plan was te schrijven), ervaart een groeiende afstand tot Nicole en drinkt om dat te verdringen. Misverstand in Moskou is een verhaal in grijstinten; een ‘Kammerspiel‘ over verdorrende liefde tegen een grauwe Sovjet-achtergrond. En dan is er nog het motief van desillusie in het politieke systeem – het Sovjetleven dat ‘zeker voor buitenlanders’ minder zegenrijk heeft uitgepakt als verhoopt. Het is ook een ‘redeneerderig’ verhaal. Dat is niets nieuws bij De Beauvoir, maar hier stoort het. Zie het lange citaat hierboven. Niets kan worden gezegd of gedaan zonder de begeleidende gedachten van Nicole of André daarbij uit te serveren. Als Nicole in de trein naar buiten staart, bij voorbeeld: ‘Ze had net vier mooie dagen achter de rug, Moskou was wel wat veranderd; het was vooral lelijker geworden. (Jammer dat veranderingen bijna altijd negatief uitpakken, wat zowel voor plaatsen als voor mensen geldt.)’ En dan is er dat plotse halfzachte einde, inclusief het belang van ‘met elkaar in gesprek blijven.’

    Persoonlijk en politiek
    Blijft de vraag: waarom heeft De Beauvoir Misverstand in Moskou niet gepubliceerd tijdens haar leven? Vond ze het niet goed genoeg in literair opzicht, of speelden andere factoren mee? Het existentialisme was in de jaren vijftig voor velen een complete levensstijl. De mens was in de wereld geworpen, het bestaan zinloos (zo had de Tweede Wereldoorlog nog eens aangetoond), en dus moest je actief werken aan het verwezenlijken van je authentieke essentie en je intermenselijke solidariteit. Dat vereiste dat je je onttrok aan de ‘bourgeois’-normen, waarden en instituties als huwelijk, geloof en beroep. Het persoonlijke werd politiek: vrije liefde, geestverruimend roken en drinken, en diepe gedachten uitwisselen in een keldercafé bij jazzmuziek en druipkaarslicht. Outfit: een zwarte coltrui en een zonnebril, óók na zonsondergang.

    Ook de Beauvoir en Sartre besloten al in de jaren dertig dat trouwen enorm bourgeois zou zijn en dus uitgesloten. Zij sloten een pact: een open relatie moest het zijn, met onvoorwaardelijke eerlijkheid, trouw aan elkaar en ruimte voor anderen. Niets voor elkaar verzwijgen, dan mocht alles. En daar werd het politieke persoonlijk, in hun leven. De Beauvoir schreef openhartig over haar relaties met bij voorbeeld schrijver Boris Vian, cineast Claude Lanzmann en uitgever Nelson Algren. Maar pas na haar dood werd duidelijk, uit biografieën en briefwisselingen, hoe complex het netwerk van verhoudingen was waarin Sartre en De Beauvoir elkaar insponnen. Liaisons dangereuses is er niets bij. De Beauvoir ‘deed’ niet alleen medewerkers, tijdschriftsecretarissen en veelbelovende nieuwelingen, ze knoopte ook relaties aan met (veelal jongere) vrouwen, die ze ‘overdeed’ aan Sartre. Of Sartre legde het aan met een zus of nicht van De Beauvoirs liefdespartners. En dat wisten ze dan allemaal van elkaar. Het klinkt incestueus, maar het werkte, totdat De Beauvoir zich oud voelde worden, in de jaren zestig. In een interview met The Paris Review in 1965 zei ze: ‘Ik was altijd al geobsedeerd door het verstrijken van de tijd en door de dood die ons onvermijdelijk insluit.’ In De ouderdom (1971) zou ze analyseren hoe de westerse maatschappij ouderen tot object maakt en onderdrukt. Maar dat was voor haar zelf te laat.

    In een vreemde huid
    In haar nawoord stipt Éliane Lecarme-Tabone parallellen aan tussen Misverstand in Moskou en het leven van de auteur: geregelde bezoeken aan Moskou met Sartre in de jaren zestig (uitgenodigd door de Schrijversbond), en groeiend onbehagen met het ooit bewonderde communistisch systeem. André’s dochter Masja blijkt geïnspireerd op Sartres Russische minnares Lena Zonina. Als we De Beauvoirs leven en werken zo met elkaar in verband gebracht zien (wat streng verboden is, zoals wij allen weten), wordt Nicole’s gevoel van afwijzing invoelbaarder en wordt het volgende citaat veelzeggender: ‘En toen was die onbekende jongen – een heel knappe knul – met André meegekomen; hij had haar met ongeïnteresseerde beleefdheid de hand gedrukt en opeens was er iets in haar veranderd. Voor haar was hij een man, jong en aantrekkelijk; voor hem was zij even seksloos als een oude vrouw van tachtig. Ze was die blik nooit meer te boven gekomen; ze was opgehouden met haar lichaam samen te vallen: ze zat voortaan in een vreemde huid, een treurigmakende vermomming.’ De vertwijfeling over het ouder worden, machtsverlies in de seksuele arena is, veel meer dan een relatie-communicatieprobleem, het onderliggende thema van Misverstand in Moskou. Happy end uitgesloten. Het lijkt erop dat de camouflage daarvan in dit verhaal te bangig en bleek uitpakte om te voldoen aan De Beauvoirs eisen wat betreft strijdbaarheid en onburgerlijkheid. Zo bezien wordt het toch nog een aangrijpend verhaal.

     

     

  • Geen weg terug (2)

    Een kamermeisje uit Luxemburg

    En zo waren we in Luxemburg aangekomen. Hm, Luxemburg. Nu, vooruit. Omdat het aan de late kant was, we moe waren en er Belgische frieten langs de kant van de weg verkocht werden, legden we ons er bij neer. Al wisten we niet wat we in Luxemburg te zoeken hadden. Wat ik een tekortkoming van onszelf vond. Denkend aan Frankrijk, waarheen we op weg waren, breekt er een stroom aan informatie in mijn hoofd los: slag bij Verdun, invasie Normandië; stad Rouen, waar Flaubert vandaan komt en waar zich een pesthuis, in originele staat, dat nu dienst doet als Kunstacademie en een ‘Bibliotéque’ met de naam Simone de Beauvoir bevindt. De Beauvoir hoort bij Sartre, Sartre was bevriend met Camus die het veelgeroemde boek La peste schreef. De Beauvoir had overigens een oogje op Camus maar dat is nooit iets geworden. Dan weet ik nog dat Sartre in oorlogstijd in de Elzas choucroute (zuurkool) had ontdekt. Dit, ongetwijfeld omdat Mijn Lief er dol op is.

    In België had ik Manneken Pis, Elsschot en De Standaard, bij de hand. Iets minder spontaan Frank Van Passel. Die een film van Manneken Pis en Villa des Roses maakte. Van Luxemburg borrelt er niet eens zoiets als het equivalent van de Eiffeltoren in me op. Wat wist ik nu meer over Luxemburg dan dat het een Groothertogdom is en dat er in drie talen: Luxemburgs (Letzebuergesh), Frans en Duits gesproken wordt?
    Dat één op de zes inwoners van Luxemburg Portugees is, wisten we van Google. Dat gaf ons net dat zetje waardoor we er een overnachting op waagden. Eens woonden we in Portugal, aan de voet van het gebergte Serra de Estrella hadden wij voor zeven jaar ons onderkomen. Op vrije dagen bezochten we Lissabon (stad van Fernando Pessoa, cafe Brasileira, José Saramago). En nu, wanneer wij Portugees horen spreken, stroomt ons hart over. De Portugezen zeggen: Saudade is een sentiment dat wanneer het niet in het hart besloten ligt, het via de ogen zijn weg naar buiten zoekt.

    In een lunchroom, (de regen viel ondertussen met bakken uit de lucht), serveerden ze het beroemde Portugese gebakje: pastéis de nata. Een taartje van room, suiker, eidooiers en bladerdeeg. We gingen de straat weer op. Bij de Hema, jawel, de Hema, kochten we paraplu’s. Daarna liepen we een Zweedse kledingwinkel binnen voor truien, sokken en waterdichte schoenen. Bij de kassa werd Portugees gesproken. Wij schoven snel aan in de rij. Voor en achter ons Nederlandse gezinnen, die ook niets anders te doen hadden dan in Luxemburg kleding te kopen. Wij zwegen in alle talen. Even later raakten Zoon en Dochter met de verkoopster in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Joana was een Luxemburgse Portugese. Familie van haar woonde in Rotterdam. Dat het in Luxemburg veel regende vertelde ze ook. Dat geloofden we wel. Joana wilde wel in Nederland wonen. Zoon en Dochter wel in Portugal. Saudade, saudade.

    Weer thuis herinner ik me de eerste editie van 2014 van De Parelduiker. Daarin stond dat Emmanuel Bove’s moeder kamermeisje in Luxemburg was geweest voor ze met haar man naar Parijs vertrok. Uit niets bleek dat ze er ooit naar terugkeerde.

     

    Lees ook hoe Inge Meijer in Luxemburg terecht kwam, Geen weg terug.