• Twintig verhelderende essays

    Twintig verhelderende essays

    Piet Gerbrandy is dichter, classicus, docent en essayist. In zijn boek Het woord en de wereld laat hij in ruim twintig essays zien hoe deze vier domeinen van zijn werkterrein samenkomen, sterker nog, noodzakelijk zijn in hun samenhang. De essays zijn geschreven tussen 2018 en 2024 en bestrijken diverse terreinen: van religie tot de klassieke oudheid, van filosofie, Griekse en Latijnse schrijvers tot aan moderne poëzie. Vanuit verschillende invalshoeken en wetenschappen hebben mensen volgens Gerbrandy geprobeerd antwoord te geven op de eeuwige vragen: ‘Wie zijn wij? Hoe staan we in de wereld? Wat is schoonheid? Hoe moeten we handelen?’

    Ook Gerbrandy zelf buigt zich over deze vragen, waarbij zijn dichterschap leidend is in zijn zoektocht naar antwoorden, zoals de ondertitel van dit boek al aangeeft: Duidingen van een dichter. Maar je zou deze ondertitel ook anders kunnen lezen: er staat immers niet: duidingen door een dichter. Je zou je ook kunnen afvragen welke dichter er geduid wordt. Want dit boek gaat over veel dichters, die allen zoeken naar wat zij ‘aan de wereld kunnen toevoegen.’

    Poëzie als middel tot begrijpen

    Alles wat mensen naar elkaar willen overbrengen, geschiedt door middel van taal die ‘zowel verheldert als vertroebelt.’ In den beginne was het woord en dan met name beeldspraak en metafoor, zegt Gerbrandy. ‘Het is het enige gereedschap dat ons […] ten dienste staat om greep te krijgen op het geheel waarvan we zelf deel uitmaken.’ Poëzie zou daarbij het middel bij uitstek zijn om te begrijpen ‘wie, wat en waar we zijn’ omdat zij zich het meeste bedient van beeldspraak. Hij haalt daarom ook Aristoteles aan: ‘Poëzie onderzoekt wat het is te zijn’.

    Verrassend genoeg begint Gerbrandy zijn zoektocht naar samenhang en betekenis niet bij de hem zo vertrouwde klassieke oudheid, maar bij de dichter Lucebert (1924-1994) en het geheim dat hij zijn hele leven bij zich droeg. Namelijk dat hij nazistische en antisemitische opvatting zou hebben gekoesterd terwijl hij zich eerst keerde tegen oorlogsgeweld en onderdrukking. Gerbrandy onderzoekt of er in Luceberts poëzie sporen zijn aan te wijzen die duiden op sympathie voor het gedachtegoed van de nazi’s. Een gedegen analyse waarbij Gerbrandy diep ingaat op enkele gedichten van Lucebert en tot verrassende conclusies komt, maar nergens een oordeel velt.

    Heldere taal

    Andere dichters wier werk zorgvuldig en indringend wordt onderzocht zijn onder anderen Gorter, Sasja Janssen, H.C. ten Berge, Hans Faverey en Annemarie Estor. Het betoog van Gerbrandy over het werk van deze dichters is scherpzinnig en verrassend en biedt verschillende nieuwe inzichten in de analyse van poëzie. Belangrijk is dat hij zich in deze analyses niet verliest in vage bespiegelingen. Dat maakt zijn essays buitengewoon leesbaar, ook al zou je nog nooit iets hebben gelezen over de onderwerpen die Gerbrandy tegen het licht houdt. Niet iedere lezer beheerst de kennis van Grieks of Latijn, maar dat hoeft geen belemmering te zijn om deze essays te lezen; Gerbrandy neemt je mee naar de klassieke oudheid, waar hij je rondleidt en je nieuwsgierig en enthousiast maakt over alles wat hij erbij vertelt.

    Zoals bijvoorbeeld de essays over de Romeinse dichter Ovidius en zijn Metamorfosen, de Griekse Pindarus of de verteller Claudius Claudianus, over wie Hella S. Haasse Een nieuwer testament schreef. Het is Gerbrandy’s grote kracht dat hij het gedachtegoed van deze mensen naar onze tijd kan halen door te laten zien dat hun verhalen en mythen van alle tijden zijn:

    ‘Er is geen definitieve interpretatie, en iedere versie heeft evenveel bestaansrecht. het lichaam van de mythe trekt bij elke herneming een ander kleed aan, een weefsel van woorden die ertoe uitnodigen betekenis toe te kennen aan wat zich mogelijk onder de taal bevindt.’

    Nieuw licht op de bijbel

    Van de Klassieke Oudheid en haar goden is het een kleine stap naar een hoofdstuk over het ontstaan van offeren en dan vooral de overgang van mensenoffers naar het doden van dieren vanuit een religieuze overtuiging. Gerbrandy geeft een verklaring die aannemelijk is: ‘In eerste instantie is het waarschijnlijk een sociaal automatisme geweest: ik neem iets, dus ik moet iets geven. Het omgekeerde geldt eveneens: ik geef iets, dus mag ik verwachten iets te krijgen.’ Later wordt het offer getransformeerd tot een zoenoffer voor eerwraak tussen twee strijdende partijen om verder bloedvergieten te voorkomen.

    Ook het Christendom kent mensenoffers: de kruisiging van Christus, die Gerbrandy een ‘Unschuldskomödie’ noemt, ‘een vorm van ritueel gesjoemel’, omdat ‘zowel offeraar als slachtoffer wist dat de laatste na zijn dood opnieuw zijn comfortabele positie naast zijn vader zou kunnen innemen.’

    Gerbrandy noemt zichzelf een ‘ex-gereformeerde classicus’ en werpt vanuit die positie een geheel nieuw licht op de Bijbel en verschillende verhalen daaruit. Vooral zijn verhandelingen over het Hooglied en het verhaal over Job zijn verrassend en de bevindingen van Gerbrandy zijn goed onderbouwd. Hij komt tot de volgende conclusie: ‘het is in de eerste plaats de literaire kwaliteit van Job die me omverblaast, maar de strekking als zou de mens niets vermogen ten overstaan van hogere krachten, of je die nu God, het Lot, het Toeval of de Natuur noemt, blijft onverminderd actueel.’

    Het belang van kennis vergaren

    De enige manier om je staande te houden in een verwarrende wereld is volgens Gerbrandy in zijn essay De vorstin der dingen, het vergaren van kennis over die wereld. Niet per se via het onderwijs, al kan dat wel een helpende hand reiken, maar vooral door verhalen en door poëzie, omdat de literaire traditie universele waarheden bevat die via symbool en metafoor worden overgeleverd. Waarheid en werkelijkheid worden duidelijk door ze in taal te vatten. Taal en teksten geven inzicht in ons bestaan. Een brede intellectuele ontwikkeling is noodzakelijk om je te kunnen weren in het maatschappelijke leven. ‘Eruditie is niet ouderwets. Eruditie zou de 21st century skill bij uitstek kunnen zijn.’ Gerbrandy pleit voor een samengaan van traditie en experiment bij het verwerven van kennis.

    Een voorbeeld daarvan geeft hij als hij in de Metamorfosen van Ovidius en het Symposium van Plato verbinding legt met de hedendaagse maatschappij: de verkrachting van vele vrouwen door Zeus. de oppergod van het Griekse godendom, de huidige Me too– beweging en de Epstein files hebben te veel overeenkomsten om te negeren als het gaat om man-vrouw-verhoudingen en de moderne opvattingen daarover. De bruggen over de kloof tussen vroeger en nu kunnen alleen geslagen worden door een grondige verdieping in de materie die te vinden is in de literatuur, de dichters en de taal. Lees Gerbrandy en word wijzer.

     

     

     

    Titel

    Titel

    auteur

  • Oogst week 45 – 2025

    Strijden voor de mens – Oorlogsgeschriften (1936-1944)

    Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) schreef meerdere romans, essays en brieven maar werd vooral beroemd, wereldberoemd, met De kleine Prins (1943). Bedoeld als kinderboek worden ook miljoenen volwassenen wereldwijd nog steeds geïnspireerd door het verhaal van een prinsje dat na een bezoek aan verschillende planeten op de aarde terechtkomt. Met de piloot die hij daar ontmoet voert hij gesprekken vol fantasie en wijsheid over vriendschap, verantwoordelijkheid en inzicht. De Sain-Exupéry was piloot en in de Spaanse burgeroorlog oorlogscorrespondent. In WOII werd in 1944 zijn toestel bij de kust van Marseille neergeschoten, waarbij hij omkwam.

    Strijden voor de mens is een selectie van essays, brieven en toespraken waarin De Saint-Exupéry de aard van de mens onderzoekt – soms met wanhoop in het hart – en signaleert hoe beschaving en respect worden afgebroken. Hij bericht vanuit de loopgraven in de Spaanse burgeroorlog en vanuit de lucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Oorlog is volgens hem een ziekte die het mens-zijn ondermijnt. Hij zet wel uiteen waarom strijd onvermijdelijk is, maar blijft ook hoopvol over een mensheid waarin haat en wraak naar de marges worden gedrongen. De teksten getuigen van de aard van de Europese mens en zijn nog steeds actueel.

     

    Auteur: Antoine de Saint-Exupéry
    Uitgeverij: Nobelman

    Het woord en de wereld – Duidingen van een dichter

    Piet Gerbrandy (1958) is classicus, dichter en essayist. Hij doceert Latijn aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalt uit het Latijn en Grieks. Hij heeft tientallen publicaties op zijn naam staan waaronder vijftien dichtbundels. Onder de talloze prijzen die hij won is de Frans Kellendonkprijs voor zijn gehele oeuvre. Het woord en de wereld is Gerbrandy’s zesde bundel essays. Daarin schrijft hij op inzichtelijke wijze over klassieke en hedendaagse poëzie.

    Het woord vooraf begint hij met: ‘Sinds Parmenides en Herakleitos zich tweeënhalf millennium geleden begonnen af te vragen wat ze onder het Zijn zouden moeten verstaan, hebben dichters, denkers, biologen en psychiaters gepoogd de meest uiteenlopende antwoorden op die vraag te geven, tot nu toe zonder eenduidig resultaat. (…) Het ontslaat ons echter niet van de plicht om de grote vragen te blijven stellen. Wie zijn we? Hoe staan we in de wereld? Wat is schoonheid? Hoe moeten we handelen?’

    Gerbrandy pretendeert niet hier antwoorden op te hebben. In de essays denkt hij na over die grote vragen via de gebieden filosofie, antropologie, biologie, religie en poëzie. Hij behandelt schrijvers en dichters uit de oudheid en uit het heden. Zo noemt hij Herman Gorter, Lucebert, Annemarie Esdor, Dante, en Griekse denkers. De tekst laat zich lezen als een doorlopend verhaal. Het eerste hoofdstuk ‘Zwammen, woorden en spiegels – Poëzie als symbiose’ begint dan ook met het bespreken van de kosmos. ‘De goden hebben ons verlaten, ze zijn ondergedoken, (…)’ Achterin legt Gerbrandy verantwoording af. Er is een bibliografie opgenomen en een namenregister.

     

    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Jij blijft

    Zestigjarige Sam krijg in de autobiografische roman  Jij blijft van Gerard van Emmerik te horen dat hij niet lang meer te leven heeft, een boodschap die hij eens goed moet verwerken. Hij besluit om er voorlopig niets over aan zijn partner Luc te vertellen. ‘De dood werd iets om serieus te nemen, om in hem te geloven, vooral ‘s nachts, want ik hoefde maar te gaan liggen of daar was hij, (…)’.

    De twee hebben al veertig jaar een stabiele relatie en de huiselijke sfeer wil Sam graag vasthouden, ondanks de kleine irritaties en zijn af en toe de kop opstekende verlangen om alleen te wonen. Toch wordt de vertrouwde sfeer onderuit gehaald als Sam zijn doodvonnis heeft gekregen. De onderhuidse spanning stijgt. Is het niet vertellen aan Luc, al zal hij het op een zeker moment wel gaan doen, een goede beslissing? ‘Ik blijf staan, misschien op een manier zoals een aanstaande dode dat doet.’ Als hij eindelijk open over zijn naderende dood wil praten gebeurt er iets onverwachts.

    Jij blijft is een met ironie geschreven ontroerende en intieme roman over liefde en dood, soms cru en tegelijkertijd subtiel. Van Emmerik (1955) publiceerde eerder tien romans en verhalenbundels.

    Auteur: Gerard van Emmerik
    Uitgeverij: De Kring
  • Een mooi palet aan literaire kleuren en smaken

    Een mooi palet aan literaire kleuren en smaken

    De zomer is voorbij maar de zomereditie van literair tijdschrift Tirade is er nog. Een editie met veel ruimte voor poëzie, verschillende essays en verhalen. In deze tijd heeft de geest nood aan een breed palet van kleuren en smaken om te beseffen dat het leven niet eenduidig te verklaren is. Toepasselijk is dan ook dat Lodewijk Verduin het in zijn inleidende ‘Redactioneel’ heeft over het verspreiden van literaire ‘spaanders die terechtkomen in humus, andere planten weer doen groeien, of bloeien’. En ‘viert Tirade […] de literatuur met wildgroei van teksten uit alle genrehoeken, geschreven door auteurs van uiteenlopend, veelkleurig pluimage.’

    Het essay, ‘Het demasqué der standpunten’ van Mathijs Sanders komt uit de letterkundige hoek en heeft als uitgangspunt een ontmoeting tussen de twee tijdgenoten Menno ter Braak en F. Bordewijk. Hoe beide schrijvers tezelfdertijd op een bijeenkomst waren om het honderdjarig bestaan van hun uitgeverij Nijgh & Van Ditmar te vieren. Of ze toen werkelijk kennis met elkaar maakten, is niet zeker. ‘Spraken de twee schrijvers elkaar die middag? Ik probeer het mij voor te stellen.’ Naar zo blijkt was de ontmoeting, ‘tussen twee van de belangrijkste prozaschrijvers van het interbellum [..] vooral een ontmoeting op papier’.

    Leessporen

    Via leessporen in de boeken die Ter Braak en Bordewijk van elkaar lazen en die zich in hun huisbibliotheek bevonden – welke sinds enkele jaren ‘gebroederlijk’ naast elkaar in de kelder van de Leidse universiteitsbibliotheek staan – volgt Sanders de aard van de onderzoekingen die beiden in elkaars boeken ondernamen. Een prachtige speurtocht waar de lezer in meegenomen wordt om als een detective de aantekeningen en onderstrepingen in beider boeken te volgen. En de herkenbare twijfels over zijn eigen interpretatie, ‘Lees ik in Ter Braaks potloodaantekeningen iets wat er niet staat? Zie ik bijna een eeuw na dato iets wat de criticus zelf destijds niet onder woorden kon of wilde brengen? Ben ik bevangen door de hoogmoed van de hermeneut, over wie de filosoof Schleiermacher begin negentiende eeuw schreef dat het diens opdracht is om de auteur beter te begrijpen dan hij zichzelf begreep?’ Dit fijne essay is een bewerking van een lezing gehouden door Mathijs Sanders in de Universiteitsbibliotheek van Leiden op 24 nov. ‘22.

    Anja Sicking geeft in ‘Wachten op de clou’, een mooie lezing van de dystopische roman Onder het asfalt (2022) van Maarten van der Graaff. Ze merkt op dat Van der Graaffs ‘fascinatie voor het wegvallen van de bestaande ordening van het landschap’ niet nieuw is in zijn oeuvre, en heeft het onder meer over schrijvers en hun rijbewijs halen, over wat zoal tijdens het rijden wordt waargenomen. Van een rijleraar hoorde zij datvan alle beroepsgroepen, schrijvers het langst erover doen hun rijbewijs te halen. ‘Dat is omdat ze geen onderscheid maken ‘tussen hoofd- en bijzaken, hun aandacht blijft vaak aan iets onbenulligs hangen.’ Zelf slaagde ze na tachtig rijlessen voor haar rijbewijs, op een zaterdagochtend, toen de wegen bijkans leeg waren, ‘op een verdwaald konijn na’. Weet dat een onbenullig detail voor een schrijver van groot belang is.

    Samen zwaluwstaarten

    Van Tomas Lieske drie gedichten met een adelijke Charlotte De Bourbon in de hoofdrol. Het gedicht, ‘Charlotte De Bourbon leest poëzie’, opent meesterlijk met: ‘Vivat Astrid Lampe, vivat Piet Gerbrandy, vivat. // Kunnen die twee niet samen zwaluwstaarten daar moet letterlijk / gesproken iets moois uit groeien van het hardste hout’ / (…) En over de wantsen in het bed van de kasteelvrouw, ‘als kleine letters die zich rennend verbergen’. In het woord ‘zwalustaarten’ ontstaat zonder meer een beeld van bovengenoemde dichters samen, dat daar iets goeds uit voortkomt.

    In vijf gedichten van Lies Gallez gaat het over verlangen, ‘aanraakpunten’ die verbinden en het belang van het benoemen van de dingen. Waaronder het veelzeggende gedicht, ‘Pogingen om een moeder gelukkig te maken’. 

    ‘je moet dit leren: de miserie van je moeder kun je niet oplossen. zelfs niet door
    een eeuwige glimlach met je mee te smokkelen, zelfs niet door voetstappen zo
    licht als het licht zelf op zondagochtend, zelfs niet met koppen koffie’

    Goed verhaal en essaydebuut

    In het goed geschreven verhaal ‘The Timekeepers’ van Jonathan van der Horst gaat het over de tijd. ‘Hoe alles wat vandaag van belang lijkt, morgen alweer verdwenen kan zijn. Opgeslokt door de tijd.’ Over vriendschap waar een uiterste houdbaarheidsdatum op zit. Als twee van de drie oude vrienden elkaar na lange tijd weer ontmoeten, zegt de een, ‘ We gaan het niet over Pepijn hebben. Dat is voorbij. Afgelopen. We zijn hier niet om oude koeien uit de sloot te halen.’
    ‘Wat ben ik dan?’
    ‘Een oude vriend. Dat is iets anders. Een oude koe sterft een langzame dood. Een oude vriend verwaarloos je alleen maar.’ 

    Verder in deze Tirade het essaydebuut ‘Ik geloof dat mensen planten zijn’, van Marijke Vos. Van Sander Kollaard werd de reactie die hij in januari van dit jaar voorlas tijdens een avond in Spui25 over ecokritiek in zijn roman Uit het leven van een hond en in de Nederlandstalige literatuur, opgenomen. Van Kyrke Otto de zeer ritmisch lezende gedichten, ‘Drie gedichten voor Sophia’. Van Rodante van der Waal het gedicht ‘Krijg een kind met mij’ in zes afleveringen. Van Yasmin Namavar drie gedichten. Twee gedichten van Piet Gerbrandy en Lilian van Ooyen met ook twee gedichten. Van Rozalie Hirs staat er met een serie van vijf gedichten, ‘Als je aanwezigheid’ in, en van Pieter Franciscus M. vier gedichten onder de titel, ‘Merlin’. Werner Valk schreef het verhaal ‘Vogelbot’. Kortom een Tirade met niets dan mooie bijdragen die met genoegen gelezen werden.

    De illustraties zijn van Rein Klomp.

     

    Tirade verschijnt vijf keer per jaar.

     

  • Roelof ten Napel krijgt De grote Poëzieprijs toegekend

    Vrijdagavond 13 mei werd in het radioprogramma Opium op NPO 4 bekend gemaakt dat De grote Poeziëprijs werd toegekend aan Roelof ten Napel voor zijn bundel Dagen in huis.

    De jury van de Poeziëprijs had negentig bundels te beoordelen waarvan er vijf op de shortlist terechtkwamen. Naast Roelof ten Napel met Dagen in huis, waren dat Piet Gerbrandy met Ontbinding; Sasja Janssen met Virgula; Tijl Nuyts met Vervoersbewijzen en Charlotte Van den Broeck met Aarduitwrijvingen. De jury vond de bundel Dagen in huis een feestje om het leven te vieren en prijst daarbij de poëzie in het algemeen, ‘die weer eens bewijst een huis te kunnen zijn, met ruime, lichte kamers, voor al wie er onderdak zoekt’.

    Uit het juryrapport: ‘Ten Napel is een dichter die tegelijkertijd ook schilder, beeldhouwer, fotograaf is. Hij schrijft vanuit een bezield perspectief, waardoor zijn observaties nergens afstand scheppen, maar vaak juist iets tactiels en soms zelfs intiems hebben. Het huis uit de titel bijvoorbeeld, is ook op te vatten als ons lichaam, of dat van een ander: “Als we ons medeleven verbeelden als verplaatsen-in,/ hebben we dan van de ander geen huis gemaakt?”’

    Het in huis zijn wordt letterlijk vergeleken met ‘in leven zijn’ wat tegen de achtergrond van een pandemie onnadrukkelijk maar onoverkomelijk nog eens aan betekenis wint, schrijft de jury.

    Van dichter, prozaschrijver en essayist Roelof ten Napel (1993) verschenen, naast Dagen in huis, de bundels In het vlees (2019) en Het Woedeboek (2014), alsook de romans Een zoon van (2020) en Het leven zelf (2017).

    De jury van De Grote Poëzieprijs 2022 bestond uit, Elke Brems, (hoogleraar Letterkunde KU Leuven); Vicky Francken, (dichter, vertaler, redactielid tijdschrift Awater); John Jansen van Galen, (journalist); Maarten Moll, (schrijver en journalist) en Xavier Roelens, (dichter en poëziedocent).

    Aan De Grote Poëzieprijs 2022 is een bedrag verbonden van 20.000 euro.  Dagen in huis verscheen bij uitgeverij Hollands Diep in  2021.

     

     

  • Zoektocht naar liefde

    Zoektocht naar liefde

    Dichter, classicus en essayist Piet Gerbrandy trekt de deur achter zich dicht en neemt ons mee op een reis met onbekende bestemming. Zijn hoofdpersoon – de ik – in de bundel Ontbinding beschouwt zijn leven en zijn positie daarin, zijn lichaam en zijn liefdes om vervolgens op pad te gaan en de reis zelf de uiteindelijke aankomst te laten bepalen. In het eerste hoofdstuk Nu wordt gekeken naar de huidige stand van zaken. Klaar met het leven en de wereld om hem heen beschouwt hij eerst zichzelf.

    ‘nu dus dit lijf van mij –
     maar wie is de bron van dit zien in een vochtige avond?
     wat geeft mijn strot recht van spreken?
     is verval geen herschikking van krachten?
     blaft daar geen vos daar ja onder de oeroudste varens?’

    Verontwaardiging over huidig beleid

    In een van de volgende verzen wordt een cynische uiteenzetting over de maatschappelijke status van de ik gepresenteerd. De wat narrige toon is die van een man op leeftijd die zich steeds meer laat leiden door verontwaardiging over het gevoerde beleid.

    ‘U betaalt uw belasting integer.
     Aanvullend bent u verzekerd.
     U beft uw slavinnen met smaak.
     Uw vestigingsklimaat is mild en overwegend heilzaam.
     Uw saldi en activa ogen gezond.
     Meestal slaapt u zonder middel vredig.
     Uw bezoldiging is binnen geldende normen wel gepast.

     U ik jij men en hij: het wordt hier druk.
     Dat past in de ruimhartigheid van het vestigingsklimaat.
     Komt het echter op uitkeren aan
     dan geeft meneer niet thuis.’

    Gerbrandy is een meester in het vervlechten van poëzie en proza. De verzen in dit gedeelte van de bundel worden voorafgegaan door een paar regels in de hij-vorm die een herinnering, een gevoel of een vooruitzicht beschrijven. Om daarna gevolgd te worden door een vers dat dieper ingaat op het onderwerp en het gemoed van de ik verbeeld. De gedichten stromen over van anekdotes en metaforen die vooral de bekende aardse taal van Gerbrandy laten zien: ‘zwaluwen scheren geringd over stoffige plassen’ en even verderop ‘in slijk versterven bonte amfibieën’. Zintuiglijke zinnen die de leesbaarheid verrijken.

    Toekomstig weerzien

    Het hoofdstuk Wind is de laatste halte voordat de grote reis wordt aangevangen. Hier komt de classicus in Gerbrandy naar boven. De verteller verhaalt over de poëzie van een elfde-eeuwse kloosterling, het schrijven van klassieke sonnetten, colleges over middeleeuwse handschriften en studenten die zich fragmenten van oude zangen toe-eigenen. De aansluitende gedichten laten steeds meer los over het verlangen op pad te gaan en het toekomstige weerzien met een geliefde: ‘…er zijn er/ die goud en koel werk het mooiste vinden/ maar ik jou.’

    ‘Reis’ is het meest omvangrijke deel waarin prozastukken de overhand nemen en de grote reis begint. ‘Langzaam maar zeker naderde het moment waarop hem dringend verzocht zou worden zijn werkkamer op te ruimen en plaats te maken voor jongeren wie later een zelfde lot beschoren was. 

    Hij pakte zijn rugzak zijn stok en zijn kruik
       drie boeken voor slapeloze nachten
    hij trok door het land zonder bergen op zoek
       naar vuur voor zijn tanende krachten.’

    Het is vooral de sfeer – die de verteller oproept – die deze reis laat zien als eigenzinnige Odyssee. De hoofdpersoon, met stevige stok en ransel, heeft het vermoeden dat iets of iemand hem begeleidt. Een dier een schim of een engel. Hij loopt langs norse en ongeletterde landslieden, slaapt op een strozak in een schuur en ziet langs een bosrand twee wolven staan. Met hier en daar een verwijzing naar de actualiteit of zelfs een blik in de toekomst: ‘Toen de zomer naderde korf ik met een ontsmet stanleymes een jaap in mijn linkeronderarm om de chip los te snijden.’

    Herinneringen en een hunkeren naar liefde

    Steeds meer verandert deze omzwerving in een haast tastbare herinnering aan een geliefde. De schimmen die hem volgen lijken te transformeren in de gedaante van de vrouw. De laatste prozateksten, als verslag van de reis, worden een hartstochtelijke liefdesverklaring vol verlangen naar een lichamelijke hereniging.

    ‘Zij troonde hem mee naar haar vuren hut
       naast een beek vol kiezels en vissen
    dan troont zij hem mee naar haar nauwe alkoof
       om zijn oude leven te wissen.’

    Piet Gerbrandy lijkt zijn hoofdpersoon-op-leeftijd naar een definitief einde te sturen. Het sluitstuk van zijn leven met een grondige soul search als drijfveer. Maar het verloop van deze bundel laat nog wat anders zien: een sterke hunkering naar liefde die in de flarden ingevlochten poëzie de lust naar boven haalt.

    ‘In liefdesverklaringen was hij altijd vrij goed geweest maar ook dat ging de laatste tijd moeizamer.
     Je billen en wangen zijn blijvend
     dat is wel gebleken
     maar hoe het met mij zit en gaan moet
     daarover is minder bekend.

     Waar laatste syllaben hun -end voltrekken
     wijdt zich een witte stilte’

    Toch is in alles de klassieke aftocht te vinden. Het verdwijnen van de wereld na een oprisping vol passie en bevlogenheid. Gerbrandy dicht in grootse gebaren en minuscule details zonder zich te verliezen in te gemakkelijke metaforen. Uiteindelijk laat hij zijn protagonist achter bij het veronderstelde einddoel van diens reis:

    ‘Dit werk is onbegonnen
     zoals het ook onafgelopen is.

     Trek ik mij daarom terug uit alle rollen.
     Blijft wie stilaan verdwijnt onopgemerkt.’

     

     

  • Oogst week 37 – 2018

    De hartenjager

    De vierhonderdste sterfdag van Gerbrandt Adriaensz. Bredero is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Op 23 augustus werd zijn laatste rustplaats – tussen Kalverstraat en Rokin – met een plaquette gemarkeerd; Brechtje van Dijk (muziek), Lisanne van Aert (libretto) en Warre Simons (regie) maakten Niet de klucht van koe, ‘een absurde prog-rock opera’ op basis van teksten van Bredero en van René van Stipriaan verscheen De hartenjager: leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero. Het is maar een kleine greep uit dat waarmee de Amsterdamse schilder/dichter herdacht wordt.

    Over het leven van Bredero is weinig bekend. Een traditionele biografie is De hartenjager van Van Stipriaan niet. Niet alleen. Want het eerste deel bevat wel degelijk een reconstructie van het leven van Bredero. Dat Van Stipriaan bij gebrek aan feitelijke informatie niet anders kon dan dat leven zien in het licht van werk en thematiek en tegen de achtergrond van een welvarende stad waar ook het culturele leven bloeit, betekent niet dat hij aan het hineininterpretieren slaat. Hoewel met het nodige voorbehoud – veel is niet absoluut zeker, maar dan kiest Van Stipriaan voor het meest waarschijnlijke – ontstaat daardoor een levendig portret van een naar kennis hongerende Bredero, die als geen ander de veranderlijkheid van mens en maatschappij vastlegde.

    In het tweede deel van De hartenjager vat René van Stipriaan de ontvangst en interpretatie van het werk van Bredero in de loop der eeuwen samen om daar daarna in het derde deel zijn eigen conclusies aan toe te voegen. Hij beschouwt hij de komische, de amoureuze en de religieuze Bredero en betrekt ook leven en werk van diens tijdgenoten bij zijn analyse.
    Dat de belangstelling voor het werk van Bredero al vrij snel na zijn dood wegebde had volgens Van Stipriaan niets te maken met de kwaliteit. Bredero’s beste werk doorstaat volgens hem de vergelijking met dat van Shakespeare. Bredero kreeg echter te maken met wat hij zelf tot motto en leidraad van zijn leven en werk maakte: ’het kan verkeeren’. De samenleving veranderde en opvattingen over taal en literatuur veranderden mee.

    Als er een ding duidelijk wordt uit De hartenjager dan is het de voortreffelijkheid van de uiterst productieve dichter/toneelschrijver Gerbrandt Adriaensz. Bredero, vertegenwoordiger van het neostoïsche gedachtegoed, die zijn klassieken kende en onderdeel uitmaakte van een netwerk van vakbroeders. Hij raakte de kern van het (klein)burgerlijke. Zijn stukken lenen zich zeker thematisch voor heropvoering. Bredero schrok er niet voor terug om heikele thema’s aan te kaarten die nu opnieuw actueel zijn.

    De hartenjager
    Auteur: René van Stipriaan
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Vloedlijnen

    ‘In Vloedlijnen zit een man op het strand. Als hij goed luistert, hoort hij fluisterende, zingende en orerende stemmen die verwoede pogingen doen om greep te krijgen op een ontsnappend leven. Ergerlijk genoeg worden die verhalen stelselmatig onderbroken door stoorzenders die uit een andere wereld lijken te komen. Het dieptepunt van de bundel wordt gevormd door een operalibretto waarin een activist zich tegen beklemmende structuren verzet.’

    Bovenstaande tekst is geen citaat uit de recensie van een tot wanhoop gedreven criticus. Met dit citaat opent de flaptekst van Vloedlijnen, de nieuwe gedichtenbundel van Piet Gerbrandy. Ook dit keer maakt Gerbrandy het zijn lezers niet makkelijk, maar de door de uitgever verstrekte tekst nodigt uit om de zes cycli en dat ene libretto argwanend tegemoet te treden, om vervolgens de teugels van de weerzin gaandeweg te laten vieren en tot de conclusie te komen dat er veel gezegd en ontregeld wordt in Vloedlijnen.
    Een andere vaststelling zou kunnen zijn dat als Piet Gerbrandy in zijn verantwoording niet geschreven had dat een aanzienlijk deel van zijn gedichten al eerder verscheen, dit alleen degenen die de dichter op de voet volgen opgevallen zou zijn. Wie niet zo thuis is in zijn werk zullen vanwege vorm, toon en een consequent suggestief refereren aan vooral samenhang en eenheid opvallen.

    Vloedlijnen
    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Uitgeverij AtlasContact (2018)

    Neem de titel serieus

    Terwijl Rodaan Al Galidi de beminnelijkheid zelve lijkt als hij anderen tegemoet treedt, haalt hij in zijn werk regelmatig hard uit als hij het heeft over de wereld waarin hij beland is. Door de charmante wijze waarop hij het Nederlands hanteert en zijn ongebruikelijke beelden, valt dat niet altijd meteen op.
    Doordat de dichter de zinsnede ‘psychisch ziek’ vaak laat vallen en er ook regelmatig in inrichtingen verbleven wordt, lijkt Neem de titel serieus over geesteszieken te gaan, maar eigenlijk is de rode draad in de bundel ‘lijden onder de druk van de omstandigheden’. Niemand is gevrijwaard van relatiestress, vervreemding en stigmatisering.

    Mijn bestaan

    Soms word ik bang wakker
    dat ik echt besta.
    Angstig tast ik de muren af,
    het bed, mijn nek
    en zoek mijn gezicht,
    maar ik kan het niet vinden.

    Trillend sta ik op.
    Ik doe het licht aan,
    trek mij onrust aan
    en loop alleen
    op de sneeuw die mijn hart bedekt.

    Alles buiten
    is nog steeds zoals het ooit gestapeld is.
    Maar de wereld die mij koesterde,
    tot ik haar geworden ben,
    is verdwenen.

    Meer dan de vorm hebben de gedichten in Neem de titel serieus hun oorsprong gemeen. Die ligt in het waarnemen, in het voelen en vinden.

    De bundel is opgedragen aan Begoña, en omdat het eerste gedicht gaat over een liefde die voorbij lijkt te zijn en Begoña met name genoemd wordt, is de verleiding groot in Begoña een vrouw te zien. Maar ‘zij’ zou ook zomaar iedere buitenstaander kunnen zijn. Dan leest Neem de titel serieus anders.

    Neem de titel serieus
    Auteur: Rodaan Al Galidi
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Het epos van sjeik Bedredinn

    Het epos van sjeik Bedreddin een van de klassieke titels uit de Turkse literatuur. Nâzim Hikmet schreef het  toen hij in 1936 in de gevangenis zat vanwege zijn revolutionaire, want communistische, ideeën. De raamvertelling – die begint met een gevangen gezette dichter die het epos van sjeik Bedreddin ligt te lezen en vervolgens door een derwisj meegevoerd wordt de geschiedenis in, waardoor hij een ooggetuige wordt van de door de sjeik aangevoerde boerenopstand in de veertiende eeuw, waar hij vervolgens verslag van doet – weerspiegelt Nâzim Hikmets eigen verhaal. Sjeik Bedreddin voert gewapend strijd tegen de Osmaanse sultan, de schrijver/dichter Himket neemt het met zijn pen op tegen het autocratische regime van de Turkse Republiek. Hikmets verhaal in een verhaal is deels proza en deels poëzie.

    Sytske Sötemann voorzag haar vertaling van een inleiding waardoor duidelijk wordt hoe uit de uit een kosmopolitische en aristocratische familie stammende Nâzim Hikmet een revolutionair groeide die de eerste avant-gardistische dichter van Turkije werd.

     

    Het epos van sjeik Bedredinn
    Auteur: Nâzim Hikmet
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Straks komt het

    Hij wijdde al eens een boek aan Marcel Duchamp en in zijn vorige roman verbond hij een verhaal over zijn moeder met de levens van Giorgio de Chirico en Alberto Giacometti. In Straks komt het reist K. Schippers in de voetsporen van Kurt Schwitters, maar gaat het ook over de oorlog en over jazz.

    In Straks komt het ontspint het verhaal zich niet langs de lijnen der geleidelijkheid: K. Schippers associeert er vrolijk edoch vakkundig op los. Dat is inmiddels zijn handelsmerk. In navolging van Kurt Schwitters raapt, verzamelt en assembleert hij. En aan het eind blijkt hij toch een samenhangend verhaal verteld te hebben, waarin  beleefd en verzonnen in elkaar overlopen.

    Straks komt het
    Auteur: K. Schippers
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)
  • Oogst week 5

    Steencirkels

    Altijd interessant, wanneer een (poëzie)recensent zelf weer met een bundel komt. Na Vlinderslag (2013), waarin Gerbrandy proza en poëzie elkaar al liet afwisselen, beloven in dit nieuwe lange gedicht werkelijk alle registers los te gaan: ‘van tastende vertelling tot lyrische uitbarsting, van bittere satire tot nuchter commentaar,’ aldus de begeleidende tekst op de website van uitgeverij Atlas Contact, die vervolgt met: ‘Misschien wordt hier de poëzie opgeblazen. Dat moet dan maar.’

    De bezwerende toon wordt al in het openingshoofdstuk, Open, gezet:

    Het gaat om een man.
    Wij noemen hem O voorlopig.
    Om wat?
    Omdat hij open staat naar elementen. Omdat zijn oog de spil is van orkanen. Omdat O kwam en ging. Er was. Verdween. 

    Onderaan de pagina, in een ander lettertype, staat: Het geldt als beleefd eerst goden de woorden te laten. Een dergelijke werkwijze doet denken aan Coetzees Dagboek van een slecht jaar en maakt gelijk nieuwsgierig naar meer.

    Steencirkels
    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Illes Balears

    Waren er al diverse naslagwerken over Literaire Steden en Literaire Wandelingen samengesteld, nu komt uitgeverij Lubberhuizen met een nieuwe variant op het literaire reizen: Literaire Eilanden. Wat nu precies te verwachten van Illes Baleares wordt niet helemaal duidelijk – en maakt, grappig genoeg, erg nieuwsgierig. De begeleidende tekst op de website verhaalt vooral over de vele schrijvers en kunstenaars voor wie de Balearen een toevluchtsoord vormden in tijden van, bijvoorbeeld, de dreigende opkomst van de nazi’s. Later verbleef volgens de uitgever ‘het halve Leidseplein’ op de eilanden, gevolgd door de hippies: ‘Internationaal vermaarde schrijvers als Albert Vigoleis Thelen en Robert Graves en Nederlandse schrijvers als Cees Nooteboom, Jan Cremer en Theo Kars gaven de eilanden een prominente plek in hun werk. En nog steeds zijn de eilanden van ‘zon, zee en zonde’ populair onder kunstenaars en schrijvers.’ Hier zou ik nog aan toe willen voegen: schrijfster Esther Ending, opgegroeid op Ibiza en aan wie in Illes Baleares een heel stuk wordt gewijd. Kind van Ibiza (Lebowski) van Endings, biedt een prachtig inkijkje in hoe het was, op te groeien op het bekende eiland eind jaren tachtig – leestip voor wie na Illes Baleares nog niet genoeg geproefd heeft!

     

    Illes Balears
    Auteur: Hans van der Klis ; Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen

    Hoe verliefd is de lezer?

    En weer een boek om ons op te verheugen! Alleen de titel is al mooi. Doeschka Meijsing las niet alleen veel, maar ging vanaf haar jeugd ook al met grote regelmaat naar film, musea en theater. Hiervan deed ze aanvankelijk verslag in haar decennialang bijgehouden dagboeken, later publiceerde ze erover in Vrij Nederland, Elsevier, De Revisor en De Groene Amsterdammer. Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer en Meijsings partner, selecteerde Meijsings beste beschouwingen en leidde ze in. Verwacht mooie stukken over Rudy Kousbroek, Sophia Loren, Kuifje, Shakespeare en meer.

    Hoe verliefd is de lezer?
    Auteur: Doeschka Meijsing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Anna Karenina

    Een goede manier om een tijdloze roman zo tijdloos mogelijk te houden, is van tijd tot tijd de vertaling te herzien. Hans Boland waagt zich hieraan en weet met zijn nieuwe vertaling terecht de aandacht weer te vestigingen op Tolstois meesterwerk. Volgens Vladimir Nabokov is Anna Karenina de beste roman ooit, een oordeel waarop lezers gerust kunnen vertrouwen. De uitgeverij stelt zich nog altijd de vraag: ‘schreef Tolstoi een aanklacht tegen een vrouwonvriendelijke samenleving of vertolkte hij het orthodox-christelijke standpunt dat de vrouw op de wereld is om man en kinderen te dienen?’
    Lees en bedenk het zelf.

    Anna Karenina
    Auteur: Lev Tolstoi
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers
  • Oogst week 4

    Door Ingrid van der Graaf

    Er verschijnt veel poëzie deze eerste maand van 2015. Wellicht dat mooie poëzie dit  jaar wat in evenwicht kan zingen. En een novelle van de Franse auteur Jean Echenoz.

    Classicus, dichter, essayist en poëziecriticus, Piet Gerbrandy (1958) publiceerde verschillende dichtbundels die niet onopgemerkt zijn gebleven. Zijn debuutbundel Weloverwogen en onopgemerkt (1996) kreeg de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. De in 2013 verschenen bundel Vlinderslag werd bekroond met de Jan Campertprijs 2014 en is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2015. Voor zijn gehele oeuvre ontving Piet Gerbrandy in 2005 de Frans Kellendonkprijs. Het moment dus om dit jaar het complete poëziewerk van Gerbrandy onder de aandacht te brengen. Gerbrandy zoekt in zijn latere poëzie de grens van de vorm op en zit daar zo tegenaan te dringen dat zijn gedichten uit de voegen barsten. Je kunt wel spreken van een uniek en eigenzinnig oeuvre, dat het zeer waard is om in zijn gehele ontwikkeling te volgen. Alle gedichten van Gerbrandy worden nu  uitgebracht in de bundel Voegwoorden, Blz.: 672, bij Atlas/Contact voor € 39,99.

    normal_pac_9789044534795_cvrDe novelle 14 van Jean Echenoz, speelt rond het uitbreken en tijdens de Eerste Wereldoorlog. De boekhouder Anthime leidt een geregeld leven: doordeweeks werken, de weekenden brengt hij in het café door. Hij toont grote interesse in Blanche, de dochter van zijn baas die al een relatie heeft met Charles, de onderdirecteur. Dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit en worden beiden, Charles en Anthime naar het front gestuurd. Dan laat zich denken wat  daar zich tussen beide rivalen ontwikkelen zal. Echenoz (1947) won in 1999 de prestigieuze Prix Goncourt voor Ik ben weg. In het Nederlands verscheen eerder zijn trilogie over bijzondere personen: de componist Maurice Ravel (Ravel), de atleet Emil Zátopek (Hardlopen) en de uitvinder Nikola Tesla (Flitsen). Echenoz wordt gerekend tot de grootste Franse schrijvers van de laatste drie decennia. 14, vert. Martin de Haan, Blz: 128, De Geus kost € 15,95.

     
    Van Gasse - Zand op een zeebed JPG voor websiteVan de Vlaamse beeldend kunstenaar en dichter Lies van Gasse (1983) verscheen een nieuw ‘graphic poem’ met schitterende schrijf- en schildertechnieken. Van Gasse is één van de actiefste jonge stemmen in de Vlaamse poëzie. Ze ontwikkelde een schitterende verteltechniek door middel van geschilderde afbeeldingen en het geschreven woord.
    In Zand op een zeebed is een vrouw in de hectiek van het grote stadsleven op zoek naar de essentie van het menselijk bestaan. Blz: 176, uitgegeven bij de Wereldbibliotheek en kost: € 29,95.

     

    9200000030108015Ellen Deckwitz (1982) was Nederlands Kampioen Poetry Slam in 2009. Met haar debuut De steen vreest mij won ze de C. Buddingh’-prijs. Van haar is ook deze prachtige strofe uit het gedicht 1948, Siboga, dat in de eerste editie 2014 van Het Liegend Konijn werd opgenomen: ‘(…) de doden groeien met je mee. En we noemen / het pas afgesloten als we er niet meer bij kunnen.’ Nu te vinden in haar nieuwe bundel De blanke gave, waarin ze een wereld beschrijft van oprukkend water. Waarin de A2 verandert in een kalm en groot kanaal en moeders hun kinderen op het droge slepen. ‘Want wat kun je met een land waarin de krant niet meer is dan een sudoku met wat foto’s eromheen, en er achter iedere voordeur geheimen schuilgaan?’ Uitgegeven bij Atlas/Contact en kost: € 15,00.