• Nobelprijs voor Literatuur voor László Krasznahorkai

    Nobelprijs voor Literatuur voor László Krasznahorkai

     


    Dat je dan toch niks gelezen hebt van de schrijver die dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur kreeg toegekend.
    De in Duitsland wonende Hongaarse schrijver László Krasznahorkai (1954) kwam deze eer toe, ‘voor zijn meeslepende en visionaire oeuvre dat, te midden van apocalyptische terreur, de kracht van kunst bevestigt’.

    Krasznahorkai publiceerde negen romans, waarvan er vijf in het Nederlands werden vertaald door Mari Alföldy. Ook schreef hij korte verhalen, essays en scenario’s waaronder voor de zeven uur durende verfilming van zijn debuutroman Satantango (1985). In 2012 verscheen deze roman in het Nederlands.

    De schrijver die in 2004 de belangrijke Hongaarse Kossuthprijs ontving en in 2015 de Man Booker International Prize, liet weten zeer verrast te zijn door de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur en dat hij er niet op gerekend had, maar zeer verheugd was.

    ‘Ik ben diep verheugd dat ik de Nobelprijs heb ontvangen — vooral omdat deze onderscheiding bewijst dat de literatuur op zichzelf bestaat, voorbij allerlei niet-literaire verwachtingen, en dat zij nog altijd gelezen wordt. En voor wie literatuur leest, biedt zij een zekere hoop dat schoonheid, nobelheid en het sublieme nog steeds bestaan omwille van henzelf. Misschien biedt zij zelfs hoop aan hen in wie het leven zelf nog maar zwakjes flakkert. Heb vertrouwen – ook als er ogenschijnlijk geen reden toe is.

    Krasznahorkai wordt een groot schrijver genoemd in de orde van Kafka en Thomas Bernard. Zijn stijl wordt gekenmerkt door absurdisme en groteske overdaad. In de woorden van het Nobelprijscomité: ‘De artistieke blik van Krasznahorkai kijkt zonder illusies dwars door de breekbaarheid van de sociale orde. Tegelijk gelooft hij standvastig in de kracht van kunst.’
    Opgegroeid in armoede is armoede een thema dat regelmatig geromantiseerd terugkomt in zijn werk. Volgens Krasznahorkai: ‘Het grootste verlies is het verlies van armoede, het vermogen om prachtige liederen te zingen als we arm zijn. Nu kennen we alleen nog maar mensen die geen geld hebben.’ In zijn boeken verheft hij armoede tot schoonheid. Krasznahorkai wordt gezien als een schrijver met een volstrekt authentieke stem die ‘wil schrijven over de wereld, niet over het communisme in Hongarije, niet over Hongarije, maar over een diepere laag in de wereld.’ Dat is zijn drijfveer.

    Aan de Nobelprijs is een geldbedrag van ongeveer een miljoen euro verbonden en wordt uitgereikt op 10 december in Stockholm (Zweden).

     

    Tekening auteur: Niklas Elmehed © Nobel Prize Outreach

     

  • Tragisch einde van een lang verwachte Messias

    Tragisch einde van een lang verwachte Messias

    Wat de visionair László Krasznahorkai beschrijft in zijn roman Baron Wenckheim keert terug staat niet zover af van ons huidige leven tijdens een pandemie en dat maakt het lezen van dit vuistdikke boek nogal beklemmend. Baron Wenckheim keert terug verscheen in 2019 in de uitmuntende Nederlandse vertaling van Mari Alföldy, het boek verscheen in Hongarije in 2016 getiteld Báró Wenckheim hazatér. Krasznahorkai won in 2015 The Man Booker International Prize voor zijn hele oeuvre. Hij zette zich daarmee op de literaire wereldkaart en mag in een naam genoemd worden met internationale grote schrijvers als Dostojewski, Javier Marías, José Saramago en Gogol, dat terwijl hij slechts één boek wilde schrijven.

    In een interview in Paris Match zei hij, ‘Ik was ontevreden met het eerste boek en schreef een tweede dat me ook niet zo beviel en er kwam een derde. Nu, met dit boek Baron, sluit ik het verhaal af en heb bewezen één boek te hebben geschreven: Satanstango’ (weergaloos verfilmd door Béla Tarr), ‘De melancholie van het verzet, War and War’ (nog niet naar het Nederlands vertaald), en Baron Wenckheim keert terug: dit is mijn enige boek.

    Improviserend schrijven

    Zijn geboorteplaats, Gyula, staat model voor het decor in al zijn boeken. Het is een kleine Hongaarse stad, vlakbij de grens met Roemenië. Wat opvalt, is de experimentele structuur van zijn schrijven. De zinnen zijn bladzijdenlang; met komma’s, gedachtestreepjes en dubbele punten worden in tal van bijzinnen uitstapjes naar andere scènes en point-of-views gemaakt. Dialogen en herinneringen worden vaak indirect aan een ander vertelt. Per zin wordt een perspectief opgevoerd, maar even zo goed verandert het perspectief weer na de komma binnen dezelfde zin naar iemand anders. De handelingen en gedachten van de personages worden uitentreuren en met veel oog voor detail beschreven. Vaak wordt de gebeurtenis vanuit een ander perspectief opnieuw verteld. Dit vraagt nogal wat van de lezer, maar na zo’n tweehonderd bladzijden heb je de truc wel door.

    Het verhaal heeft een ijzersterke, meanderende sfeer, die verslavend werkt. Je deint mee op de stem van de vertellers (of de schrijver die, zo lijkt het soms, zijn verhaal innerlijk sprekend componeert). Zelf zegt Krasznahorkai in een interview hierover dat de roman een ‘cadenza’ is. Een muziekterm die refereert naar een deel van een concert waar het orkest stopt met spelen, zodat de solist vrij en improviserend verder kan spelen. Waarmee meteen die ene zin van het openingshoofdstuk, ‘Waarschuwing’, helder wordt. Een dirigent houdt een soort filosofische verhandeling in een lange interne monoloog die ons voorbereid op wat er zal komen.

    Lang verwachte Messias

    Nadat Baron Béla Wenckheim zijn familiekapitaal vergokt heeft in Buenos Aires, waar de 64 jarige Hongaar in ballingschap leefde, keert hij terug naar zijn geboorteplaats. Zodra het dorp hoort van zijn terugkeer, wordt hij binnengehaald als de Messias. Ergens heeft iemand het idee in de wereld geholpen dat de baron zijn fortuin aan de stad zal schenken. De baron is zich van geen kwaad bewust, met zijn aristocratische afkomst wordt hij eerder als een dégénéré afgeschilderd en laat alles gelaten langs zich heen gaan. Het enige wat hij hoopt is Marika, zijn jeugdliefde, weer te ontmoeten. Hij schrijft haar zelfs twee brieven. Echter, als hij voor haar staat, herkent hij haar niet, bovendien heeft hij haar naam als Marietta onthouden.

    Het verhaal begint met de professor, een internationale mossenexpert, die zich in een hut van ‘Hungarocell’, een soort piepschuim, in het Braambos aan de rand van de stad verbergt voor zijn 19-jarige dochter die een tv-ploeg en een leger journalisten heeft opgetrommeld. Ze eist financiële genoegdoening voor zijn nalatige vaderschap. Zelf heeft hij nauwelijks weet van deze dochter, maar ze lijkt op haar moeder, dus het zal wel zo zijn. Hij schiet een paar munitiemagazijnen leeg in de lucht wat de journalisten doet vluchten, maar de aandacht trekt van de motorbende met nazisympathieën, die het stadje terroriseert, en -zo blijkt later- nauw samenwerkt met de politie. Zij bezoeken de professor en als hij een van de bendeleden doodschiet, is de beer los. De professor moet noodgedwongen vluchten. 

    De professor en de baron zijn sleutelpersonages en worden omgeven door een even kleurrijke, als herkenbare (clichématige) stoet aan stedelingen. De schrijver verbindt de levens van zijn personages en rijgt ze aan elkaar als filmbeelden met absurde en tragische scènes, triviale gedachten, afgewisseld met filosofieën over religie, maatschappij, macht en de zin van ons bestaan.

    Bonte stoet personages

    Er zijn personages met terugkerende perspectieven, zoals de burgemeester die een groots feest wil organiseren voor de baron. In zijn welkomstspeech vertelt hij al waar hij zijn financiële schenking voor wil gebruiken. Bovendien laat hij een amateurkoor ‘Don’t cry for me, Argentina’ opvoeren, wat overigens compleet mislukt. Dan de directeur van de plaatselijke bibliotheek, hij spreekt Latijn, vindt zichzelf erg erudiet en kijkt neer op het Hongaarse dialect. De plaatselijke commissaris van de politie duldt geen tegenspraak en hoort het liefst zichzelf praten. De hoofdman van de motorbende, een ruwe bolster met larmoyante sentimentele gedachten over zijn doodgeschoten maat, Sterretje. De postbode, die de brieven van de baron aan Marika bezorgt. De conducteur op de trein waarin de baron vanuit Wenen naar zijn geboortestad reist.

    De kinderen in het weeshuis, gehuisvest in het voormalige landhuis van de familie Wenckheim, moeten eruit omdat de baron in zijn eigen huis wil verblijven. De timmerman die zijn bed in elkaar timmert. Marika en haar vriendin Irén. En Dante, die zichzelf tot persoonlijk secretaris van de baron benoemt. Hij is een vrolijke oplichter die zichzelf naar een voetballer bij Bayern München heeft vernoemd, maar van de auteur van De goddelijke komedie nog nooit heeft gehoord.
    Op de achtergrond figureren vluchtelingen, daklozen en zwervers zonder stem. Er wordt gedemonstreerd, verkracht en er vindt een heuse beeldenstorm plaats, waarmee het verhaal een onmiskenbaar hedendaagse lading krijgt.

    Mooie innerlijke monoloog

    De baron komt tragisch aan zijn einde. Na een mooie innerlijke monoloog wandelt hij in de nacht langs het spoor en heeft allerlei redenen om een eind te maken aan zijn leven. Op het juiste moment komt hij tot inkeer, maar dan is het te laat. Als de stad na zijn dood erachter komt dat de baron failliet was, is alle hoop op een betere toekomst vervlogen. Men neemt het recht in eigen hand en daarmee stevent de samenleving op zijn inktzwarte einde af. 

    Er staan mooie en kwetsbare passages tussen de vaak hilarische en verontrustende scènes. Het verhaal op zich is traag met veel herhalingen. Daarbij heeft Krasznahorkai weinig op met de mensheid en de Hongaar in het algemeen, wat vooral in het laatste hoofdstuk, ‘Aan de Hongaren’, duidelijk wordt. Hij veegt de vloer aan met zijn landgenoten en schopt tegen hun domheid, opportunisme, machtsmisbruik van mannen met grote ego’s, corruptie en bureaucratie en de desillusie van het neokapitalisme. Hij schetst een duistere en disfunctionele maatschappij die geregeerd wordt door angst en op apocalyptische wijze ten onder zal gaan. De link met een maatschappij waarin populistische leiders een rol spelen, is snel gelegd.

     

    Lees hier een interview met vertaler Hongaars Mari Alföldy na het winnen van de Filter Vertaalprijs 2014.

     

  • Het eindejaarslijstje 2017 van Menno Hartman

    Het eindejaarslijstje 2017 van Menno Hartman

    Wanneer ik mijn jaar in boeken bekijk, ontkom ik niet aan verbazing over een vreemd soort veelvormigheid. Ik zou als ik boekhandelaar was op basis van dit lijstje niet makkelijk een suggestie durven geven van wat ik nu eens zou moeten lezen. Heb je die suggestie wel, dan hoor ik het dolgraag ik leef van tips! Waarschijnlijk is ieders lijstje volstrekt eclectisch.  En is het slechts het jaar – dit fraaie en vreemde  2017 – dat de titels voor mij verbindt.

    Omdat ik soms een blogje over een boek schrijf, voeg ik een, hopelijk stimulerende korte regel onder de titel toe, en een linkje.

    Derek Walcott Omeros

    ‘Ik zuchtte dan om drie redenen: 1. om uiting te geven aan mijn intense bewondering van dit mooiste aller twintigste-eeuwse epische gedichten.’ Doorlezen

     

    Rebecca Sollnitt The faraway nearby

    ‘Solnit vraagt zich bij een enorme lading abrikozen uit de tuin van haar moeder af wat die plek en die boom voor haar betekend hebben. Bomen staan voor levens.’ Doorlezen

     

     

     

     

    Jared Diamond Collapse

    ‘Het type onderzoek is mooi: per boerderij wordt de mestvaal afgeschraapt en geteld hoeveel botjes van zeehonden zijn, en hoeveel van geiten en koeien etc. Schitterend inzicht verkregen via de afvalput.’ Doorlezen

     

    Ivan Toergenjev Lentebeken

    ‘In Toegenjevs Lentebeken wil de familie van de Duitse-Italiaanse  schone waar de Russische hoofdpersoon als een blok voor valt, niet dat hij zijn Russisch landgoed verkoopt, want daarmee verkoopt hij ook zijn lijfeigenen, en doet hij dus mee aan het in standhouden van slavernij.’ Verderlezen, vooral over slavernij

     

     

     

    László Krasznahorkai Satanstango

    ‘Hoe langer je over Satanstango nadenkt, hoe beter het boek klopt.’ Doorlezen

     

    Jane Gardam, trilogie

    ‘Dat is wel iets verslavends moet ik zeggen, ik zou het verhaal nog rustig vijf keer verteld kunnen krijgen indien geschreven door Jane Gardam.’ Doorlezen

     

     

    Junichiro Tanizaki De brug der dromen

    ‘Ik vond in deze bundel naast het geweldige voorwoord van Jos Vos, de vertaler – zo lees je maar weinig voorwoorden – de verhalen De brug der dromen,  en Het geheim, Omtrent mijnheer Van de Groenheuvel echt heel bijzonder.’ Doorlezen

     

    Noah Yuval Harari Sapiens

    ‘Harari weet er dan soms een inzicht van Dawkinsiaanse vindingrijkheid in te moffelen. Zoals dat het toch knap is hoe de plantensoort graan de mens heeft weten te domesticeren. Niet andersom inderdaad.’ Doorlezen

     

     

     

    Nu lees ik zelf rustig door in Orhan Pamuks, De vrouw met het rode haar met een mengeling van verbazing en irritatie. Maar ik lees blijkbaar toch door.

    Gelukkig nieuwjaar!

     

     

  • Interview met prijswinnend vertaalster Mari Alföldy

    Begin april ontving Mari Alföldy de Filter Vertaalprijs 2014. Zij ontving deze prijs voor haar vertaling van Satanstango van de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai. Deze Nederlandse vertaling verscheen in 2013 bij uitgeverij Wereldbibliotheek. De jury noemde zowel het boek als de vertaling een meesterwerk: ‘De jury voelde zich door deze Satanstango al evenzeer ingepakt als door de stilistische brille van Mari Alföldy, die de Filter Vertaalprijs 2014 ten volle verdient.’

    László Krasznahorkai (1954) werd geboren in de Oost-Hongaarse plaats Gyula. Zijn eerste roman Satanstango verscheen in 1985 en werd enthousiast ontvangen. Satanstango gaat over de bewoners van een naamloos, geïsoleerd gehucht dat door de autoriteiten is opgegeven. De inwoners bevinden zich in een hopeloze situatie. Als een charismatisch figuur die eerder in de kolonie heeft gewoond, terugkeert, wordt hij de hoop van de bewoners. Het is een roman over vertrouwen en verraad in vele vormen. Er is geen hoop op verlossing. Krasznahorkai heeft een filosofische kijk op de wereld en schrijft in lange, gecompliceerde zinnen. Soms doet de tekst bijbels aan. Het maken van een vertaling lijkt met name door de lange, ingewikkelde zinnen een flinke klus. Tijd om eens te vragen hoe vertaalster Mari Alföldy daar naar kijkt.

    Mari Alföldy (Boedapest, 1962) werkt sinds 1998 als literair vertaler en vertaalde romans van vooraanstaande Hongaarse auteurs, als Imre Kertész, György Konrád en Sándor Márai. Zij studeerde Klassieke Talen en Hongaars aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij ontving eerder de Hongaarse Kosztolányi-vertaalprijs en het Gouden Kruis van Verdienste van de Republiek Hongarije.

     

    Hoe gaat het vertalen van een boek in zijn werk? Leest u het eerst in de oorspronkelijke taal en is het dan een kwestie van een lineair proces, zin voor zin vertalen?
    Ik lees boek eerst door, tenzij ik het al ken. Daarna vertaal ik het zo goed mogelijk. Inderdaad is dat een vrij lineair proces. Nadat het hele boek vertaald is, lees ik het zelf nog eens goed door. Ik corrigeer fouten, tikfouten, woordherhalingen en zoek betere formuleringen.
    Vroeger liet ik het boek door iemand anders lezen, maar na zoveel boeken ben ik wat minder onzeker geworden en vind ik de redactie bij de uitgeverij voldoende controle. Ik vergelijk het boek altijd met het origineel, vooral om te kijken of ik niets heb overgeslagen. Bij sommige boeken is dat niet nodig en als ik erg in tijdnood ben wil dat er wel eens bij inschieten.
    Het zou goed zijn alles hardop voor te lezen maar dat is erg tijdrovend. Al doe ik dat bij poëzie wel.
    Dan gaat de tekst naar de uitgever, waar een redacteur ernaar kijkt. Die doet nog wat suggesties, meestal met een potlood op papier, soms digitaal, de een veel, de ander weinig. Die verwerk ik dan. Daarna krijg ik proefdrukken, dan gaat het vooral om afbrekingen en dergelijke. Je kunt nog wat correcties aanbrengen maar erg blij zijn ze daar niet mee. En dan na een paar werken is daar dan eindelijk het spannende moment dat de post de presentexemplaren brengt.


    Satanstango is een complex boek. De zinnen zijn lang en ingewikkeld. En wat de scènes betreft: het is niet altijd in een oogopslag helder wat er nu werkelijk aan de hand is. Had dat gevolgen voor het proces van vertalen?
    Voor de scènes maakt dat niet zoveel uit. Met de zinnen was het af en toe een heel gepuzzel om er mooie Nederlandse zinnen van te maken en er toch alles in te krijgen. Het Hongaars heeft andere mogelijkheden voor het grammaticaal aan elkaar koppelen van woorden. Vertaalproblemen zijn altijd moeilijk uit te leggen. Als het makkelijk uit te leggen was, had ik geen vertaalprobleem tenslotte. De meeste vertaalproblemen zijn vrij technisch en niet zo interessant voor het grote publiek. Krasznahorkai gebruikt veel ingevoegde stukjes tussen aanhalingstekens, subjectieve teksten van de personages in de vertellerstekst, en dat werkt in het Nederlands soms niet vanwege grammaticale regels voor directe en indirecte rede.

    De eerste zin, die ook terugkeert aan het einde, was al meteen een uitdaging:
    De ‘gebarsten grond’ (een betere vertaling zou zijn: ‘vol barstjes’, maar dat kun je in het Nederlands nu eenmaal niet bijvoeglijk gebruiken, en een bijzin als ‘die vol barstjes zat’ zou de toch al ingewikkelde zin nog zwaarder maken) wordt in het Hongaars ook nog szikes genoemd. Dat is een heel gewoon woord voor een bepaald type grond in een landschapsbeschrijving, waarvan het Nederlandse equivalent echter ‘alkalische grond’ zou zijn – een woord dat ik te technisch vind voor de eerste zin van een roman. In een literaire vertaling moet men idealiter streven naar wat met een mooi Duits woord Wirkungsequivalenz genoemd wordt: de Nederlandse lezer zo veel mogelijk dezelfde leeservaring bezorgen als de lezer van de brontaal. Als Hongaarse lezer een landschapsbeschrijving leest, moet de Nederlandse lezer niet met een geologische verhandeling worden opgezadeld, ook al zegt het woordenboek dat szikes alkalisch betekent. Alkalisch moest dus sneuvelen, al is weglaten geen vertaaloplossing om trots op te zijn. Gelukkig roepen de barsten het beeld van dat type landschap al voldoende op.

    Wat is volgens u de centrale boodschap van Satanstango?
    Boeken die je in één zin kunt samenvatten zijn geen goede boeken, maar toch, één mogelijke conclusie zou deze kunnen zijn: Er is transcendentie en geen verlossing. Wie vertrouwen en hoop in iets of iemand investeert wordt altijd teleurgesteld en kan alleen zichzelf iets verwijten.


    Voor mij is één van de meest intrigerende scènes het bezoek van
    Irimiás en Petrina aan de politie. Wat gebeurde daar precies volgens u in deze voor de verhaallijn zo belangrijke scène?
    Echt precies weet ik het ook niet, maar ze worden ingeschakeld als een soort geheim agenten. Al het moois wat Irimiás wordt toegedicht door de bewoners van de kolonie wordt hierdoor op losse schroeven gezet, net als de hoogdravende dingen die hij zelf verkondigt. Als we stellen dat de strekking van het boek is dat niemand en niets te vertrouwen is, dan speelt deze scène inderdaad een belangrijke rol in het opbouwen van die sfeer.


    Welke scène uit dit boek is u het meest bijgebleven?
    Dat zijn er verschillende. De zeer gecompliceerde beginzin en beginscène waarin de sfeer wordt gezet, het raadselachtige bezoek van Irimiás en Petrina aan de politie, de minutieuze beschrijving van de beperkte wereld van de dokter, het duivelse dansfeest in de kroeg, de gruwelijke scène waarin Estike, het onschuldigste wezen van het hele boek, de kat vermoordt, de rede van Irimiás – een schoolvoorbeeld van demagogie, de droomachtige taferelen met het lichaam van het meisje bij de kasteelruïne, de gebeurtenissen in het vervallen kerkje waar de dokter een laag-bij-de-grondse verklaring vindt voor het mysterieuze klokgelui uit de openingsscène.
    Wat ik ook bijzonder vind is dat dit eigenlijk sombere boek af en toe ook ronduit humoristisch is.
    Wat mij vooral opviel is dat hoe onduidelijk en schimmig alles blijft. Zoals de eerder genoemde scène bij de politie: vaak is niet duidelijk wat er nu precies gebeurt. Hoe voorkom je dat je als vertaler je eigen interpretatie tussen de regels stopt?
    Tot op zekere hoogte stop je altijd je eigen interpretatie erin. Het is geen wiskunde, er zijn altijd alternatieve vertalingen mogelijk. Als je een boek goed en belangrijk vindt, doe je extra je best om de bedoeling van de schrijver heel precies over te brengen.


    En bij dit boek bent u daar volgens de jury prima in geslaagd. Hoe belangrijk is deze prijs voor een vertaler?
    Voor mij is deze prijs heel belangrijk. Het is een enorme bevestiging als je vertaling door zo’n deskundige jury wordt uitgekozen en om het Nederlands wordt geroemd. Ik was erg blij met wat de jury schreef over ‘op duizelingwekkende wijze meegaan in de zinnen en hun geheimen.’ En als de jury dan zegt dat ze zich ‘ingepakt’ voelde, is dat wat je wilt als vertaler.


    Welk boek zouden we volgens u echt moeten lezen?
    Ik denk Kleuren en jaren van Margrit Kaffka. Ik ben al heel lang met haar bezig. Tijdens mijn studie Hongaars schreef ik mijn scriptie over haar. Het is een wat ouder boek, uit 1912, en het is het eerste boek in het Hongaars waar de vrouwelijke stem in naar voren komt. Mijn favoriete auteurs zijn veel hedendaagse Hongaarse schrijvers: Nádas, Esterházy, Spiró, Zádava, te veel om op te noemen. Van de oudere schrijvers vind ik Kosztolányi erg goed. Aan Nederlandse literatuur kom ik eigenlijk te weinig toe. Ik ben dol op Thomas Roosenboom en ook Nescio vind ik heerlijk. Ik heb al lang niets meer met mijn studie klassieke talen gedaan, maar onlangs heb ik weer eens wat Plato gelezen. Ik heb daar erg van genoten. Ik zou ook weer eens tijd moeten vrijmaken voor Homerus.
    Het belangrijkste boek dat ik heb vertaald is School aan de grens van Géza Ottlik. Het is één van de mooiste boeken die ik ken en het eerste boek dat op mijn aanbeveling is uitgegeven. Het spreekt me aan omdat je er vaak passages in aantreft waarbij je denkt, ‘ja, zo is het, maar ik had het zelf niet zo mooi kunnen zeggen’. Er worden heel verschrikkelijke dingen in beschreven. Het gaat over een militair internaat waar 10-jarige jongetjes door sadistische officieren worden afgebeuld. Ook maken de leerlingen elkaar het leven op een akelige manier zuur. Nu zouden we dat bullying noemen. Dit neemt ernstige vormen aan omdat het hele systeem op onderdrukking is gebaseerd. En toch, ondanks alles, is er een positieve ondertoon, die voornamelijk berust op de vriendschap tussen de jongens.
    Dit boek heeft ook veel invloed gehad op latere Hongaarse schrijvers met name door het thematiseren van ‘de moeilijkheden van vertellen’, waarmee hij de tijd van het ouderwetse vertellen afsluit en de weg opent voor post-moderne teksten. Ook Krasznahorkai plukte daar de vruchten van.

     

     

     

  • Oogst van de week 13

    door Menno Hartman

    De oogst van deze week staat in het teken van vertalingen en bij uitbreiding in het teken van de nominaties voor de Filter Vertaalprijs. Want wat zou de Nederlandse lezer zijn zonder de bemiddeling van al die goede vertalers? Elk van deze boeken is door decennia lezers gewaardeerd, je kunt ze dus rustig kopen, want ze zijn uitermate goed en volgens de jury bovendien goed vertaald…

    De Filter Vertaalprijs is door een aantal uitgevers – zo werd zojuist bekendgemaakt – vertienvoudigd omdat ze vonden dat er meer geld moest komen voor uitzonderlijke vertaalprestaties. Hierdoor ontvangt de laureaat een beduidend hoger prijzengeld: geen € 1.000,- maar € 10.000,- .

    Om welke boeken gaat het eigenlijk?

     

    9789028424371

    Mari Alföldy, vermoedelijk de eminentste vertaalster uit het Hongaars, vertaalde Satanstango van László Krasznahorkai (Wereldbibliotheek).In een vervallen gehucht ergens inHongarije wacht een handjevol achtergebleven mensen op de komst van de man die hen moet verlossen: Irimiás, een duister figuur met het charisma van een profeet. De bewoners kunnen zich niet onttrekken aan de suggestieve kracht van zijn belofte, al vermoeden ze wel dat ze, zoals altijd, met hem hun ongeluk tegemoet gaan. Er zijn aanbevelingen die niet gering zijn: ‘Satanstango stijgt ver uit boven het gekeuvel in veel hedendaagse literatuur.’ schrijft  W.G. Sebald bijvoorbeeld en ‘Krasznahorkai is te vergelijken met Gogol en Melville.’ – meende  Susan Sontag. Hier lees je wat fragmenten. 

    De cirkel

    Gerda Baardman, Lidwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker vertaalden De cirkel van Dave Eggers (Lebowski). Egger behoeft nauwelijks nog betoog. Na A Heartbreaking Work of Staggering Genius is de schrijver niet meer weggeweest. De cirkel gaat over de toenemende privacyloosheid door het internet.

     

    Don JuanIke Cialona, bekend van onder veel meer de vertaling van Dantes De goddelijke komedie samen met Peter Verstegen en de zeer opmerkelijke Hypnerotomachia Poliphili, vertaalde Don Juan van Lord Byron (Athenaeum – Polak & Van Gennep) het meesterwerk van Byron waarin de verleider verleid wordt. De inhoud van het boek werd als immoreel beschouwd, en misschien juist daarom werd het gedicht ongekend populair.

     

    De nieuwkomers lll

    Roel Schuyt (Russisch, Zuid-Slavische talen en Albanees meldt zijn website) vertaalde De nieuwkomers III van Lojze Kovačič (Van Gennep). Hier een fraai fragment en een inleiding op het tweede deel van het autobiografische drieluik dat een echte Sloveense klassieker is.

     

    De rode ruiterij

    Froukje Slofstra is genomineerd voor haar mooie vertaling van Verhalen van Isaak Babel (Van Oorschot) hier schreef Literair Nederland al een  juichende recensie over.

     

     

    Het verhaal van Genji

    En tenslotte de magistrale vertaling van Jos Vos van Het verhaal van Genji van Murasaki Shikibu (Athenaeum – Polak & Van Gennep) waarmee deze uitgeverij ook zijn nek uitsteekt. Het is in drie prachtuitgaven voor verschillende portemonnees gemaakt. De oudste tekst van deze zes genoemde boeken, stammend uit de elfde eeuw fris nieuw in fonkelend Nederlands.

     

    De Filter Vertaalprijs wordt dit jaar opgebracht door 11 vooraanstaande uitgevers, inclusief Vantilt, die de prijs tot nu toe alleen droeg, zijn dat: De Arbeiderspers, Athenaeum – Polak & Van Gennep, De Bezige Bij, Cossee, De Geus, Lebowski, Meulenhoff Boekerij, Van Oorschot, Podium en Wereldbibliotheek. Gehoopt wordt dat fondsen, particuliere begunstigers en andere uitgevers zich bij dit initiatief aansluiten.

    Welk van deze zes vertalingen kan rekenen op de vertienvoudigde Filter Vertaalprijs? Op 8 april 2014 wordt tijdens City2Cities: Internationale Literatuurdagen Utrecht de winnaar live bekendgemaakt.

    Voor die tijd kan je er minstens een lezen, daarna de andere vijf.

     

     

  • Duivelse bedrieglijkheid

    Duivelse bedrieglijkheid

    Soms lees je een prachtig boek dat je met een ongemakkelijk gevoel achterlaat. Satanstango is zo’n boek. László Krasznahorkai (Hongarije, 1954) schreef zijn debuutroman Satanstango al in 1985. Op dat moment gebeurde er veel in Hongarije, zelfs datgene dat niemand had verwacht. Het land veranderde, het communistische regime van leider Kádár wankelde. Dat maakte veranderingen in de literatuur mogelijk. Boeken die eerder taboe waren, werden nu wel uitgegeven. Satanstango verscheen, en oogstte zelfs lovende kritieken. Al was ook dit boek nog deels ‘veilig’ metaforisch: het verhaal zou zich overal hebben kunnen afspelen, al is het duidelijk dat Hongarije de plaats van handeling is.

    Satanstango speelt zich af op een naamloze, onherbergzame plaats, die ‘de kolonie’ wordt genoemd. Een toekomst is er niet, hoop evenmin sinds de landbouw ten onder ging. Armoede, leegte en uitzichtloosheid overheersen. Net als haat,wantrouwen en drankzucht. Een fijne plek is de kolonie niet. Het handje vol achtergeblevenen, de enigen die niet naar de stad trokken, weet dat hun situatie uitzichtloos is en dat redding onmogelijk is. Toch laten ze zich inpalmen door Irimiás en zijn helper Petrina. Misschien toch, tegen beter weten in, uit hoop op een beter leven? De kolonisten, al is dat eigenlijk niet echt de juiste naam voor het hulpeloze groepje ‘slaven zonder meester’, hebben slechts achternamen, zoals Kráner en Futaki. Anderen worden gekarakteriseerd door hun beroep zoals ‘de dokter’. De groepsdynamiek in de kolonie is fascinerend, net als de interactie tussen Irimiás en Petrina. ‘Luister makker, jij bent mijn leermeester, mijn redder, de nagel aan mijn doodskist en mijn moordenaar,’ is Petrina’s reactie als Irimiás hem vertelt dat ze teruggaan naar de kolonie. Wat er in het verleden gebeurd is, wordt niet duidelijk. Waarom ze verdwenen en doodgewaand werden, laat Krasznahorkai in het midden. Wel is meteen duidelijk dat hun terugkeer de ingeslapen kolonie in beweging brengt. Zoals vaak in deze roman duurt het even voor het voor de lezer duidelijk wordt wat er gebeurt of waar de scène over gaat. Dat leidt tot desoriëntatie en onrust, vooral over het centrale onderwerp van het boek: de terugkomst van Irimiàs. Heel lang blijft het onduidelijk: hebben de kolonisten te maken met de verlosser of met de duivel?

    Omdat Krasznahorkai een wisselend perspectief hanteert, krijgt de lezer een divers beeld van het leven in de kolonie. Het perspectief wisselt niet alleen tussen de personages, soms is er ook een alwetende verteller. De perspectiefwisselingen en de vaak erg lange zinnen vragen flink wat concentratie van de lezer, maar die krijgt er wel iets voor terug: een zeer indringend beeld van het leven in de kolonie. Vooral de scènes vanuit het perspectief van de manipulerende Irimás zijn meeslepend, met name zijn toespraak vol duivelse bedriegelijkheid. Maar dan blijkt ineens dat alles anders is dan het lijkt en het verhaal begint opnieuw.

    Zoals gezegd, uitzichtloosheid en troosteloosheid voeren de boventoon. Maar vreemd genoeg verheft de auteur door zijn prachtige manier van schrijven armoede bijna tot schoonheid.
    Armoede is een thema dat regelmatig terugkomt in Krasznahorkai’s werk. Het tekende zijn kindertijd en in zijn werk romantiseert hij het bijna. Zoals hij op de achterflap zegt: ‘Het grootste verlies is het verlies van armoede, het vermogen om prachtige liederen te zingen als we arm zijn. Nu kennen we alleen nog maar mensen die geen geld hebben.’

    Het verwondert dat de Nederlandse vertaling van Satanstango zo lang op zich heeft laten wachten. Al bij het verschijnen in Hongarije kreeg het lovende kritieken en in 1994 werd het boek verfilmd tot een maar liefst 7,5 uur durende zwart-wit film die al snel een cultstatus bereikte. Maar nu is het dan eindelijk zover: de Nederlandse vertaling van een boek dat binnenkomt, maar niet vrolijk maakt.