• Beeld van een getalenteerd en gevoelig kunstenares

    Beeld van een getalenteerd en gevoelig kunstenares

    Gedurende vele jaren heeft literatuurhistoricus Nop Maas (1949) intensief contact gehad met de dichteres Hanny Michaelis (1922-2007). In 2002 bezorgde Maas Michaelis’ boek Verst verleden. Jeugdherinneringen verteld aan Nop Maas verschenen bij Van Oorschot. Maas ondervroeg Michaelis natuurlijk over haar huwelijk met Gerard Reve voor zijn driedelige biografie over Reve, getiteld Kroniek van een schuldig leven (2009-2012). Hij was ook de bezorger van de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis, die postuum zijn uitgegeven in twee delen bij Van Oorschot, samen ruim 2.000 pagina’s. De Tweede Wereldoorlog betekende voor de joodse Hanny Michaelis persoonlijk een catastrofe: haar beide ouders werden door de nazi’s in Sobibor vermoord. Zelf overleefde ze de shoah door onder te duiken. 

    Talrijke herinneringen, opmerkingen en uitspraken van Michaelis, gedaan tijdens vele ontmoetingen heeft Nop Maas op geluidsband opgenomen en later schriftelijk uitgewerkt. Zelf spreekt hij van ‘ongeautoriseerde momentopnamen’. Deels in combinatie met wat Maas al eerder over haar schreef, heeft hij dit alles nu bewerkt tot het boek Vastgenageld aan de rand van het niets. Hiermee heeft Nop Maas geen biografie over Hanny Michaelis geschreven, en ook niet willen schrijven. Wel heeft hij uit al die soms terloopse uitlatingen en gespreksfragmenten een kaleidoskopisch geheel weten te maken dat boeit van begin tot eind.

    De vrouw die getrouwd was met

    Heel knap heeft Nop Maas de uitspraken en boutades van Michaelis geordend in een negental hoofdstukken, chronologisch en thematisch: Jeugdherinneringen, Na de oorlog, Leven met Reve, Na de scheiding, Jodendom, Eigen werk, Schrijvers, kunstenaars en uitgevers, Varia en ten slotte Haar laatste jaren.

    Dikwijls werd Michaelis vooral gezien als de vrouw die van 1948-1959 met Gerard Reve was getrouwd. In dit boek komen juist andere aspecten van haar leven aan bod. Even opmerkelijk als terecht is de aandacht voor Michaelis’ eigen poëzie. Tussen 1949 en 1971 publiceerde ze een vijftal bundels met gedichten, tezamen ruim tweehonderzeventig bladzijden. Ook daarover praat Michaelis laconiek, relativerend, spottend soms. Dat dit geen valse bescheidenheid is, blijkt wel uit het feit dat ze na 1971 inderdaad met dichten stopte, of in elk geval: het lukte niet meer. En hoe jammer is dat niet: ze wist met haar gedichten telkens nieuwe lezers te bereiken, haar werk werd met regelmaat herdrukt. 

    Roddelpraat van een lief mens

    Zeer aansprekend is het grote hoofdstuk over collega-dichters en -schrijvers en uitgevers. Niet alleen Nederlandse auteurs die zij gekend heeft, ook over veel anderen die zij alleen uit de lectuur heeft leren kennen, laat Michaelis zich over uit. Van Hans Christian Andersen tot aan de Zangeres zonder Naam. Met name omdat Michaelis totaal geen blad voor de mond neemt en de halve Nederlandse literatuur van de 20ste eeuw afwerkt, levert dit een verrukkelijk brok ongepolijste, uiterst levendige literaire geschiedenis op. Zo vond ze dat iemand van de portuur van Carry van Bruggen nog geboren moest worden, Hermans was iets heel bijzonders, H.J.A. Hofland is een ontzettende zak, de smaak van Komrij kan Michaelis gestolen worden, Harry Mulisch noemt ze een prulschrijver, Du Perron kon schrijven als de ziekte, Ethel Portnoy is een kolerewijf, A. Roland Holst viel omhoog door gebrek aan gewicht, Renate Rubinstein was narcistisch en jaloers. Roddelpraat? Och ja, maar van een oprecht, toegewijd en liefdevol mens. De dankbare en geamuseerde lezer vergeeft haar veel, zo niet alles.     

    Al lezend in dit boek wordt men telkens weer getroffen door de onnadrukkelijkheid waarmee Michaelis haar uitlatingen doet. Dit kan te maken hebben met de gefragmenteerde opbouw: allemaal miniatuurtjes die in hun samenstelling een gaaf en veelzijdig beeld opleveren. Een beeld van een getalenteerde, gevoelige kunstenares, die een dramatisch leven leidde en zich door haar opmerkingsgave, groot gevoel voor humor en neiging tot relativeren staande wist te houden. En zelfs meer dan dat. Michaelis’ poëzie verdient het gelezen te worden. Dit boek met herinneringen en commentaren is met Michaelis’ dagboeken en poëzie het sluitstuk van een boeiend en indrukwekkend drieluik.

     

     

  • Vederlichte verzen

    Vederlichte verzen

    Zijn jongensdroom om te kunnen vliegen heeft de in 2019 overleden Belgische kunstenaar Panamarenko nooit losgelaten. Heel zijn carrière lang bouwde hij machines met vleugels om die droom te verbeelden. Hij was niet de enige met zo’n droom. Verre van. Al eeuwenlang blijft de mens de vogels bewonderen om hun vliegkunsten. Ook dichters lijken begeesterd te zijn door de gevleugelden van het dierenrijk. Van vogels krijg je nooit genoeg is de waarachtige titel van een bloemlezing Nederlandstalige vogelpoëzie, samengesteld door Jan de Bas en Arie Bijl. Uit die honderdvijftig gedichten kan de lezer trachten achterhalen waarom de titel zo correct aanvoelt en waarom niet alleen dichters, maar mensen uit allerlei geledingen, gefascineerd blijven door vogels en soortgenoten.  

    Vogelvrij en verscheiden

    Ook in deze anthologie vormt de verwondering het startschot om enkele verzen aan vogels te wijden. Een enkele observatie kan volstaan om een hele beeldenwereld en wirwar aan verlangens te ontsluiten. Soms is de wens om bijvoorbeeld een reiger te zijn ook vrij letterlijk te nemen, zoals in een naamloos gedicht van Ed Franck: ‘Eénbenig / spiegel ik me / in een zomerse plas / aan een blauwe reiger / wat weinig / veren voor een vogel / de armen te hoekig / voor sierlijke vleugels // Maar stilstaan / op één been / kan ik al.’ Maar de variatie in aanpak is enorm. Gaande van de puntige abstractie van Judith Herzberg ( ‘bijna nooit zie je een vogel in de lucht / zich bedenken / zwenken terug) tot de absurde humor van Jan Hanlo’s gedicht mus (‘Tsjielp, tsjielp, tsjtielp…’).

    Niet enkel het taalregister maar ook de kwaliteit van de gedichten vertoont in deze bundel sterke schommelingen. Om te kunnen schommelen heb je uitmuntende uitschieters nodig en die zijn zeker aanwezig en bevatten een intense zeggingskracht. Die poëtische intensiteit ontstaat als de dichter zijn lezer vanuit een ordinaire waarneming weet mee te voeren naar een anders onbereikbare gedachte of onbekend gevoel. Zo oppert de dichteres Hanny Michaelis door het observeren van twee duiven die als ‘populaire vredessymbolen’ ‘menswaardig’ met elkaar zitten te vechten de volgende gedachte: ‘leerzaam tafereeltje voor wie / net als ik geneigd is / meer van dieren te houden / dan van de meeste mensen.’  En een opvliegende duif wekt bij Roland Jooris afstand op: ‘Eensklaps en wit / laat zij slechts / verte / in mij na.’ 

    Alledaagse verzen

    Soms blijft zo’n verdieping of bevraging van het vanzelfsprekende jammerlijk achterwege. De beelden verzanden in het alledaagse en ook de taal blijft braaf. In ‘tsjilp’ van Jaap Robben bevatten de verzen een aantal sentimentele strofes die niet verrassend genoeg geformuleerd zijn om echt te ontroeren: ‘voordat ik haar daar leg / hou ik haar stijve lijfje / dicht tegen me aan//.’ Dat is best een aardige en lieve strofe, maar meer ook niet. Wanneer eenvoudige taal de scherpte mankeert om een herkenbare situatie te ontstijgen, dan blijft het gedicht vastplakken aan het banale en wordt daarmee vleugellam. Dat is zeker het geval als je het vergelijkt met de spitsheid in ‘Eén zwaluw’ van Toon Tellegen: ‘Jij, / jij was een zwaluw, / De eerste zwaluw, // en je maakte zeven zomers / zonder één winter ertussenin. //’

    Natuurlijk pretendeert zo’n thematische bloemlezing niet per se baanbrekende poëzie te bevatten en hangt veel af van wat de samenstellers beogen. In hun bondige maar goed toegelichte voorwoord beamen Jan de Bas en Arie Bijl hun hoop dat ‘deze bloemlezing u als lezer inspireert om van vogels en poëzie te genieten’. De verzen van Robben of het reigerverlangen in het gedicht van Ed Franck kunnen dankzij hun laagdrempeligheid inderdaad grote groepen mensen charmeren. En de kwaliteit is allesbehalve slecht. Maar eerder in het voorwoord verklaren de samenstellers dat ‘dichters proberen om in taal door te dringen tot emoties die nauwelijks of zeer gebrekkig in woorden zijn te vatten en het gedrag van de vogel kan de lezer in zijn eigen gedragsspiegel laten kijken.’ Dat doel wordt door de meerderheid van de gedichten in deze bundel dan weer amper behaald.

    De beelden die wel op het netvlies blijven kleven kunnen echter een prima kennismaking inluiden met een voor de lezer onbekende poëet. Enkele van de interessantste gedichten uit de bundel zijn dan ook al redelijk exemplarisch voor de stijl en taal van een auteur: de minimale abstractie van Roland Jooris of de absurditeit van Hanlo en net zoals in zijn romans behandelt Ted van Lieshout in ‘dag mus’ schuldgevoelens en daderschap: ‘Wij vonden een gewonde mus / en legden hem in een doos. / Anders was hij doodgegaan. // […] Het leven van zoiets kleins is te teer / voor mensenhanden. Hij wijst ons / met zijn pootjes als daders aan.’

    ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan’

    Al vanaf de bovenstaande en oudst bekende Nederlandse zin doorkruisen vogels allerhande de poëzie van de lage landen. Nog steeds hebben alle vogels nesten en nog steeds krijgen we nooit genoeg van deze dieren. Ook niet na het doorbladeren van deze bloemlezing. Pauwen, meeuwen, roerdompen, merels, meerkoeten, hoenen… Zo divers als het vogelrijk zich laat gelden, zo veelzijdig is de hedendaagse poëzie. Wie deze anthologie als vogelgids of een verzameling baanbrekende gedichten beschouwt, zal na een tijdje gefrustreerd raken. Misschien is deze lectuur als het vogelspotten zelf. Bladzijde na bladzijde zie je niets op de bladspiegel neerstrijken. Heb geduld en blijf geconcentreerd verder speuren en lezen. Want opeens komt er een magnifiek exemplaar aanvliegen, een uitmuntend gedicht. Volg zijn vlucht en ga op zoek naar meer van deze auteur. Treed in de vleugelslag van Panamarenko en vlieg de vogel of verzen achterna. Deze gevleugelde woorden zullen je meevoeren naar de hoogste boom, naar zijn nest en naar het kloppende hart van de poëzie. 

     

     

  • Oogst week 19

    Alles voor het moederland

    De schrijvers Isaak Babel en Vasili Grossman fascineerden Michiel Krielaars. Bewondering, verbazing en nieuwsgierigheid waren voor hem de aanleiding om Alles voor het moederland te schrijven. Beide schrijvers waren in eerste instantie wel gecharmeerd van Stalins ‘nieuwe’ Rusland, totdat ze doorkregen dat ze niet meer konden schrijven wat ze wilden en ze inzagen hoe wreed de communistische werkelijkheid was -en zo weinig in overeenstemming met hun eigen idealen.
    In het eerste hoofdstuk schrijft Krielaars: ‘Aan de hand van het leven en het werk van zowel Babel als Grossman wil ik reconstrueren hoe het bestaan van een succesvol Sovjetschrijver er in een van de wreedste periodes uit de Russische geschiedenis uitzag. Wat mocht je publiceren en wat niet, hoe streng was de censuur, hoe verhield het regime zich tot je als je succes had, in welke kringen verkeerde je vanaf dat moment, wat moest je doen om niet gearresteerd te worden, en wat gebeurde er met je als je toch in ongenade viel?’

    Michiel Krielaars is jarenlang correspondent geweest in Rusland. Hij is nu chef Boeken bij het NRC. In 2015 won hij met Het brilletje van Tjechov de Bob den Uyl prijs.

    Alles voor het moederland
    Auteur: Michel Krielaars
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Couperus in de Oriënt

    De Oriënt verkend. Op reis met Louis Couperus en Marius Bauer, dat is de titel van de tentoonstelling die vanaf 21 mei a.s. te zien is in het Louis Couperus Museum te Den Haag. Historica José Buschman heeft ter gelegenheid daarvan haar eerder verschenen  onderzoek Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika hernieuwd.

    De schilder Marius Bauer (1867-1932) en Couperus (1863-1923) waren tijdgenoten en hebben beiden door o.a. Algerije gereisd. Net als Bauer zag Couperus in Algerije veel van zijn oosterse dromen terug. Maar hij bezag ook de Franse overheersing, de islam en de armoede.

    José Buschman heeft haar boek herzien door middel van onbekende foto’s, recente vondsten en opmerkelijke citaten, en reconstrueert de lange tocht van Couperus door de woestijn. Zij trekt verrassende conclusies over zijn schrijverschap en pleit voor een nieuwe, moderne kijk op zijn Afrikaanse reisverslag.

    verschijnt 20 mei 2017

    Couperus in de Oriënt
    Auteur: José Buschman
    Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen

    De wereld waar ik buiten sta

    Donderdag 1 januari ’42
    ± half 12 ’s avonds

    Ik zit in bed te schrijven. De koffers staan al gepakt en wel, ik heb alles zelf gedaan, een heerlijk zelfstandig gevoel. Mijn kamer ziet er nu helemaal ontredderd uit, de boekenplank eraf en alle boeken weg. Zoëven teder afscheid genomen van pappie en mammie, de laatste nacht hier, het was werkelijk roerend.
    In weerwil van de wanorde om me heen, van de weemoedige toespelingen van pappie en mammie en het besef, dat alles bittere ernst is, constateer ik een totale afwezigheid van sentimentele, melancholieke afscheidsgevoelens. Zelfs het feit, dat ik vanavond voor het laatst in mijn eigen bed, in mijn eigen kamertje lig, vervult me niet met de sombere gedachten, die ik heb gevreesd voor de laatste avond. Het afscheidswee schijnt een week geleden veel heviger te zijn geweest dan de laatste paar dagen.

    Uit: De wereld waar ik buiten sta, het tweede deel van de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis (1922–2007).

    De wereld waar ik buiten sta gaat over haar onderduikperiode bij verschillende orthodox-protestantse gezinnen: een cultuurschok van jewelste. In 1943 worden haar ouders gedeporteerd. Over hun lot blijft ze jarenlang in onzekerheid. Zij ziet haar jonge jaren voorbijgaan in angst, ongerustheid en emotionele stilstand. Haar belangrijkste troost vindt ze in het schrijven; in de gedichten die ze maakt, maar vooral in haar dagboek, dat haar enige serieuze gesprekspartner is.

    Na haar dood zijn haar dagboeken gevonden. Nop Maas heeft ze bezorgd. Ze zijn nu als Lenteloos voorjaar en De wereld waar ik buiten sta gepubliceerd.

    De wereld waar ik buiten sta
    Auteur: Hanny Michaelis
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Oogst week 46

    Lenteloos voorjaar Oorlogsdagboek 1940-1942

    Bij de oogst van deze week bevindt zich de uitgave van het eerste deel van de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis, de tiende roman van Jan van Mersbergen, een klassieker van Regina Ullmann en een verhalenbundel voor de donkere winteravonden van Jeanette Winterson.

    Na de dood van dichteres Hanny Michaelis (1922-2007), werd in haar nalatenschap een dagboek aangetroffen waarin ze gedurende enkele periodes van haar leven dagelijks notities had bijgehouden. Een verslag van haar ervaringen als gymnasiast, dienstmeisje en onderduikster. In dit eerste deel van het dagboek, Lenteloos voorjaar, worden de jaren beschreven tussen haar zeventiende en twintigste.
    Het dagboek gaat voor een groot deel over haar verliefdheden. Waarbij de aankomende oorlog een dreigende rol speelde. ‘Ik stond voor ’t raam en keek naar de zoeklichten, die als lange blauwlichtende vingers de stille, besterde hemel afzochten. En terwijl de zoeklichten uit en aan flitsten en een vliegtuig gedempt en angstaanjagend ronkte, had ik een vreemd, triestig gevoel; ik ondervond het als een soort heiligschennis van deze lichte, doorsterde voorjaarsavond.’
    In 2017 zal deel twee, Stilstaand water. Oorlogsdagboek 1942-1945, verschijnen.

     

    Lenteloos voorjaar Oorlogsdagboek 1940-1942
    Auteur: Hanny Michaelis
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De ruiter

    In De ruiter is de verteller een paard, wat op zich een intrigerende wijze van inzicht geeft in de menselijke beslommeringen. Er is een meisjes dat zich aangetrokken voelt tot een bendeleider die de halve stad terroriseert en meisjes als inwisselbaar behandelt. En dat kan niet goed gaan natuurlijk. Als dan ook blijkt dat het meisje in de stad niet meer veilig is, vertrekt ze naar haar grootvader. Een zwijgzame man die buiten de stad op een strook land woont nadat hij na de dood van zijn vrouw de polder introk om ruimte en rust te zoeken. Maar ook (of juist) op het platteland liggen dood en leven dicht bij elkaar.

    Hij richt zich tot de baas: Dus het is oké? Bij mij is er niks veranderd, zegt de baas.
    De man ademt uit, en met die adem de woorden: Ze heeft een beetje rust nodig. Goed, zegt de baas tegen hem, en tegen het meisje, iets harder: Kom. Dat ken ik van hem – kom, hop hup, klak klak met zijn tong. En weer krullen haar vingers als vogelpootjes om het handvat en ze trekt de koffer achter zich aan en loopt met de baas mee, trrr trrr doen de wieltjes weer, en als ze bij de tegels komen wordt het geluid trager t-r-r-r. Dan blijft het meisje staan en zegt: Is dat hem? Dat is hem, zegt de baas. Allebei kijken ze naar mij.
    Groot is-ie, zegt het meisje.

     

    De ruiter
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De landweg

    Regina Ullmann (1884-1961) is een belangrijk Zwitsers schrijfsters. Ze debuteerde in 1910, maar verwierf pas bekendheid met haar verhalenbundel De landweg(1921). In totaal publiceerde zij acht boeken.
    Volgens de achterflap spelen de verhalen zich af op het Zwitserse platteland en in een tijdperk waarin het archaïsche en het moderne samenkomen. De personages in haar verhalen worstelen met de dood, eenzaamheid in een onheilspellende wereld. In elk verhaal toont zij zich een meesterlijk observator van de kwetsbare mens. Haar proza is eigenzinnig en mysterieus wordt wel vergeleken met het werk van Robert Walser.

    De landweg
    Auteur: Regina Ullmann
    Uitgeverij: Lebowski

    Kerstdagen, 12 dagen, 12 verhaeln (plus1)

    Magie is een hoofdingrediënt in het speelse, vindingrijke oeuvre van Jeanette Winterson.  In de twaaf verhalen voor kerst, laat ze haar fantasie de vrije loop. Er is een verhaal van een afgelegen victoriaans huis aan zee, waar tijdens de langste nacht van het jaar, een eenzame gast ’s nachts mysterieuze geluiden hoort. Een verhaal van een vrouw alleen die wordt getroost door een filosofische fee die haar een wens laat doen. En over een ezel, die zijn bijzondere visie geeft op het verhaal van de geboorte van Jezus. Verhalen die het geloof in de kerst opnieuw zullen kunnen aanwakkeren. Deze verhalen worden door Winterson aangevuld met haar eigen bijzondere kerstherinneringen waarbij twaalf feestelijke recepten., de kerstsfeer op tafel zullen brengen.

     

    Kerstdagen, 12 dagen, 12 verhaeln (plus1)
    Auteur: Jeanette WInterson
    Uitgeverij: Atlas/Contact