• Levensecht en eigentijds

    Levensecht en eigentijds

    Sally Rooney is inmiddels een naam die niet meer weg te denken is uit de internationale literatuur. Sinds haar debuut Conversations with Friends en het megasucces van Normal People wordt ze overal ter wereld gelezen, besproken en soms ook verguisd. Ze wordt de stem van haar generatie genoemd, een auteur die de twijfels en verlangens van jonge volwassenen weet te vangen in glashelder proza. Maar met haar vierde roman, Intermezzo, gooit Rooney het over een andere boeg. Het boek voelt ambitieuzer, donkerder en stilistisch uitdagender dan wat we van haar gewend zijn.

    Rouwverwerking

    De roman draait rond twee broers in Dublin. Peter, 32, is een briljante, maar zelfdestructieve advocaat die mensenrechtenzaken pleit, maar intussen zijn eigen leven nauwelijks op de rails krijgt. Zijn tien jaar jongere broer Ivan is een voormalig schaaktalent dat zich opnieuw op het spel stort, terwijl hij een geheime relatie aangaat met Margaret, een vrouw van zesendertig uit Leitrim. Ook Peter worstelt met ingewikkelde liefdes. Enerzijds blijft hij emotioneel verstrikt in zijn ex Sylvia, die na een zwaar ongeluk een seksuele relatie niet meer ziet zitten. Anderzijds begint hij tegelijk iets met Naomi, een veel jongere studente die geld verdient met expliciete foto’s online. Over al deze relaties hangt de schaduw van het verlies van hun vader, dat de broers ieder op hun eigen manier proberen te verwerken.

    Geslaagd vertelexperiment

    Rooney kiest voor een opvallend vertelexperiment. In plaats van haar kenmerkende sobere stijl en strakke dialogen, krijgen we drie heel verschillende stemmen. Peters passages zijn fragmentarisch, soms haast staccato: korte, afgebroken zinnen die de chaos in zijn hoofd perfect weerspiegelen, een soort van stream-of-consciousness. Ivan klinkt luchtiger, met droge humor en een zekere lichtheid die past bij een jonger iemand die nog zoekend is. En dan is er nog Margaret, die traag en bedachtzaam spreekt, als een soort tegengewicht voor de onrust van de broers. Bovendien gebruikt Rooney geen  aanhalingstekens, waardoor dialogen en gedachten in elkaar overlopen. Dat maakt het lezen intens, maar soms ook moeilijker en verwarrend. Het is geen roman die je zomaar even gedachteloos kunt weglezen; hij vraagt concentratie en geduld. Toch is die vorm geen spielerei, maar inhoudelijk doordacht. Peters fragmentarische stijl laat voelen hoe hij de controle over zijn leven verliest. Ivan, jonger en nog kneedbaar, klinkt toegankelijker, bijna uitnodigend. Margaret brengt dan weer balans en reflectie. Zo wordt Intermezzo niet alleen een verhaal over rouw en liefde, maar ook een oefening in perspectief: wie kijkt, wie spreekt, en hoe kleurt taal onze beleving van verdriet?

    Kleinmenselijke thema’s

    De thematiek is herkenbaar voor wie eerder werk van Rooney las: relaties, macht, intimiteit, onzekerheid. Maar in Intermezzo komt daar een duidelijke laag van rouw en familiebanden bij. Hoe gaan twee heel verschillende mensen om met hetzelfde verlies? Hoe houd je elkaar vast als broers, wanneer je elk je eigen copingmechanisme hebt? Rooney schrijft daarover zonder pathetiek, maar met een melancholische scherpte die ontroert. De broers lijken elkaar soms te verliezen in hun verdriet, maar er is altijd dat onderhuidse besef van verbondenheid. Ook de liefdesverhalen zijn typisch Rooney: ongemakkelijk, gelaagd, vol spanning. Het leeftijdsverschil tussen Ivan en Margaret roept vragen op over macht en wederkerigheid. Peter laveert tussen de volwassen Sylvia en de jonge Naomi, en juist die driehoek legt bloot hoe verlangen vaak ook met controle en kwetsbaarheid te maken heeft. Rooney veroordeelt niet, maar legt bloot. Ze schrijft over mensen zoals ze zijn: tegenstrijdig, soms egoïstisch, vaak onzeker, altijd zoekend. Dat is ook meteen de kracht van de roman. Rooney maakt haar personages geloofwaardig door hun tekortkomingen. Peter kan briljant pleiten in de rechtszaal, maar faalt in zijn privéleven. Ivan is charmant en intelligent, maar ook onzettend naïef. Margaret is tegelijk liefdevol en afstandelijk. Die ambiguïteit maakt dat je als lezer voortdurend heen en weer geslingerd wordt: je begrijpt hun keuzes, maar je fronst er ook de wenkbrauwen bij.

    Valkuilen

    Waar sterktes zijn, zijn ook valkuilen. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de experimentele stijl. De fragmenten van Peter kunnen vermoeiend worden, en het ontbreken van duidelijke dialoogmarkeringen leidt soms tot frustratie. Ook de keuze om vooral vanuit mannelijke perspectieven te schrijven, waarbij vrouwen soms vooral dienen als spiegels of katalysatoren, is een punt van kritiek dat al vaker naar voren kwam. Bovendien klinkt het bredere maatschappelijke engagement dat haar eerdere werk typeerde hier minder luid. Rooney’s personages lijken zich vooral in hun eigen universum te bewegen, ver weg van de grote politieke vraagstukken.

    Toch is Intermezzo in veel opzichten Rooney’s meest geslaagde roman tot nu toe. Ze durft meer risico’s te nemen, zowel stilistisch als thematisch. Het resultaat is een boek dat niet iedereen zal bevallen, maar dat wel blijft hangen. Het is literatuur die traag binnendringt, die je dwingt stil te staan bij hoe mensen omgaan met verlies en liefde, bij hoe broers elkaar kunnen kwijtraken en terugvinden, bij hoe intieme relaties altijd balanceren tussen macht en overgave.

    Wie op zoek is naar een lichtvoetige pageturner, zal teleurgesteld zijn. Intermezzo vraagt inspanning en aandacht. Maar wie zich eraan overgeeft, ontdekt een rijk, gelaagd verhaal dat je niet zomaar loslaat. Rooney toont zich hier niet alleen als de chroniqueur van een generatie, maar als een auteur die blijft groeien, die durft te experimenteren en die diep onder de huid van haar personages kruipt.

     

     

  • Oogst week 42 – 2024

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    De Britse historicus en schrijver Jonathan Dimbleby (1944) is presentator van radio- en televisieprogramma’s over actuele zaken. Hij begon daarmee in 1969 bij de BBC en schreef mee aan televisieseries die hij zelf presenteerde. Boeken van zijn naam zijn onder meer: The Palestinians (1978), Russia: a journey to the heart of a land and its people (2008), Barbarossa – Hoe Hitler de oorlog verloor (2021).

    Dit jaar verscheen Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won. Dimbleby geeft daarin een nauwgezette analyse van de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen in het allesbepalende jaar 1944. Er werd een moordaanslag op Hitler gepleegd, de geallieerden landden op de stranden van Normandië en tegelijkertijd bracht het Rode Leger in Operatie Bagration de Duitse Wehrmacht een verwoestende nederlaag toe, waarbij Wit-Rusland en het oosten van Polen werden heroverd. Nazi-Duitsland werd op de knieën gedwongen. Deze Russische triomf aan het oostfront kenmerkt de geschiedenis van Europa na de oorlog. Churchill en Roosevelt bogen voor Stalin die Oost-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde hebben. Dimbleby legt verbanden tussen dit succes en de huidige oorlog van Poetin in Oekraïne.

     

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won
    Auteur: Jonathan Dimbleby
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    De A van Asta

    De Deens Tine Høeg (1985) schreef met De A van Asta niet een roman in de gewone zin van het woord. Ze speelt met woorden. De tekst bestaat uit korte zinnen en regels met een of meer witregels ertussen. Soms bestaat een regel uit één woord, en een of twee zinnen of regels op een bladzijde komen ook voor. Interpunctie ontbreekt vrijwel.

    Asta, de hoofdpersoon en ik-verteller is bezig aan een boek over een Poolse cementkunstenaar. Ze wordt gestoord in het werk en gaat terug naar het verleden als ze een uitnodiging ontvangt voor een herdenkingsdienst voor August, een jongen met wie ze in hetzelfde studentenhuis woonde en die tien jaar eerder is overleden. Mai was destijds al haar beste vriendin en is dat nog steeds. Geregeld past Asta op het zoontje van Mai.

    De roman gaat over het studentenleven van toen, de feestjes en verliefdheden, waarin August een relatie had met Mai. Over wie ze dachten te zijn en wie ze nu zijn. Angsten, herinneringen en ambities komen boven. Op trage wijze laat Høeg het verhaal tot leven komen dat Asta nooit aan Mai heeft durven vertellen. Hoe waren de onstuimige dagen voorafgaand aan Augusts dood, wat gebeurde er werkelijk in de nacht dat hij stierf?

    Het boek werd bewerkt tot een toneeltekst en opgevoerd door het Koninklijk Deens Theater.

    De A van Asta
    Auteur: Tine Høeg
    Uitgeverij: Koppernik

    Intermezzo

    De Ierse schrijfster Sally Rooney (1991) staat bekend als iemand die schrijft over de millennials. Door The Guardian werd ze uitgeroepen tot dè millennialstem en Time rekende haar in 2022 tot de meest invloedrijke mensen ter wereld. Rooney noemt zichzelf een feminist en een marxist, sommige critici spreken vooral dat laatste tegen.

    In haar roman Normale mensen zet ze wat als normaal en niet-normaal wordt gezien tegen elkaar af. Deze roman werd genomineerd voor de Booker Prize en won belangrijke andere prijzen. Er werd ook een televisieserie van gemaakt, net als van Gesprekken met vrienden.

    In Intermezzo, Rooney’s vierde roman, rouwen twee zeer verschillende broers om de dood van hun vader. Peter, een dertiger, is een succesvolle advocaat in Dublin. Hij heeft relaties met twee vrouwen en geen idee hoe hij die moet handlen. Hij lijkt onaantastbaar, maar kan niet zonder slaapmedicatie. De tweeëntwintigjarige Ivan, een professioneel schaker en sociaal onhandige loner, krijgt een relatie met de achttien jaar oudere, net gescheiden Margaret. Hij is niet bepaald dol op zijn broer. ‘Opzettelijk zacht, bijna sissend, zegt Ivan: “God man, wat haat ik jou. Mijn hele leven al.” Zonder zich te verroeren, zonder om zich heen te kijken of andere gasten of de serveersters op hen letten, zegt Peter alleen: “Weet ik.”’ Rooney ontleedt de karakters van de twee broers.

     

    Intermezzo
    Auteur: Sally Rooney
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 29 – 2024

    All Fours

    Dit is de laatste Oogst van de week voor de zomervakantie, in de eerste week van september verschijnt de volgende ‘oogst’.

    ‘Wervelend en geestig,’ noemt de Volkskrant de onlangs bij De Bezige Bij verschenen vertaling van de roman All Fours, in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel. De veelzijdige Amerikaanse Miranda July is regisseur, screenwriter, acteur en schrijver, All Fours is haar tweede roman.

    Een 45-jarige kunstenares neemt in Los Angeles afscheid van man en kinderen om per auto naar New York te rijden. Nog geen twintig minuten later neemt ze een afslag en boekt ze een kamer in een eenvoudig motel. Voor één nacht, maar dat worden er al snel meer. Ze begint zelfs een affaire met een jongere, getrouwde man. Wanneer ze beseft dat ze vlucht van haar realiteit als moeder, echtgenote en het ouder worden, neemt ze opnieuw een afslag in haar leven. Dat blijkt het begin te zijn van een heel andere reis.

    Miranda July bewijst opnieuw haar unieke benadering van fictie. Wrang, komisch en met een ongegeneerde nieuwsgierigheid naar menselijke intimiteit en tastbaar plezier in het verleggen van grenzen. July kaapt het bekende om dat te veranderen in iets nieuws en opwindends.

     

    All Fours
    Auteur: Miranda July
    Uitgeverij: De Bezige Bij 2024

    Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd

    Bij uitgeverij Lucht verscheen Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd, het debuut van Martin Koot (1968). Werkzaam bij onderzoeksbureau MoneyView, daarnaast is Koot muziekproducent, organisator van culturele evenementen en schrijver.

    In Boreling schrijft Martin Koot een kwetsbaar en persoonlijke verhaal, over hoe zijn eenzame kindertijd hem heeft gevormd voor de rest van zijn leven. Toen Koot als tiener steun en kameraadschap zocht bij een leraar van zijn lagere school werd hij misbruikt. Wanneer jaren later Martins huwelijk op de klippen loopt en de grond onder hem en zijn kinderen lijkt te verdwijnen, vindt hij de moed om op te staan en het juk van zijn jeugd en de pijnlijke gebeurtenissen te verwerken. Naast die narigheid heeft de auteur ook veel oog voor schoonheid en die schoonheid raakt. Een openhartig en toegankelijk geschreven boek.

     

    Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd
    Auteur: Martin Koot
    Uitgeverij: Lucht 2024

    Kairos.

    Kairos. van de (Oost-)Duitse auteur Jenny Erpenbeck (1967) was dit jaar de winnaar van The International Booker Prize van de in 2023 verschenen vertaalde literatuur. Erpenbeck wordt gezien als een krachtige stem in de hedendaagse Duitse literatuur.

    Veel DDR-romans gaan over het repressieve regime en de periode voor de val van de Muur. In Kairos. schetst Erpenbeck het gewone leven van gewone mensen die liefhebben, uitgaan, gelukkig en ongelukkig zijn door hun zorgen in de privésfeer. Maar op de achtergrond speelt de ingrijpende maatschappelijke en politieke omwenteling van de jaren ’80.

    Katharina is een studente van 19, Hans is 34, schrijver, radiomaker en getrouwd. Ze ontmoeten elkaar in de bus en voelen meteen een sterke aantrekkingskracht. Een wervelende affaire is het gevolg, maar gaandeweg verschuift er iets tussen hen. Katharina wordt volwassen en gaat meer haar eigen weg, wat bij Hans jaloezie en agressie oproept, zelfs met sadistische en paranoïde trekken. Een superieure roman over dimensies en lagen in de liefde, macht, verraad en de waarheid.

     

    Kairos.
    Auteur: Jenny Erpenbeck
    Uitgeverij: De Geus 2024
  • Prachtig tijdsbeeld van Franse tiener

    Prachtig tijdsbeeld van Franse tiener

    Het is dit jaar 150 jaar geleden dat de Franse schrijfster Colette werd geboren. Ter gelegenheid daarvan geeft uitgeverij Van Maaskant Haun een aantal van haar werken uit in een nieuwe vertaling. In haar tijd was Sidonie-Gabrielle Colette (1873-1954) al een zeer markant en vrijgevochten figuur. Ze droeg graag herenkostuums en was de eerste Franse schrijfster die een staatsbegrafenis kreeg. Aanvankelijk schreef ze onder de naam van haar (veel oudere) echtgenoot, maar na haar scheiding schreef ze verder aan een indrukwekkend oeuvre, waarbij ze uitsluitend nog haar eigen achternaam gebruikte.

    Het hoofdpersonage in Claudine op school is al net zo’n vrijbuiter als Colette zelf was. De hele Claudine-serie bestaat uit vier delen en is grotendeels autobiografisch. Op het omslag van Claudine op school is een foto te zien van Colette aan haar schrijftafel. In dit eerste deel van de serie maken we kennis met Claudine, een vijftienjarig meisje uit Montigny-en-Fresnois in de Bourgogne. Haar moeder is overleden en haar vader ‘ziet niets en bemoeit zich nergens mee, hij heeft alleen aandacht voor zijn werk’. Claudine kan daardoor doen en laten wat ze wil.

    Verliefd

    Vanuit een ik-perspectief volgen we het wel en wee van een Franse puber rond 1900. Het boek wordt door Claudine zelf een dagboek genoemd en het leest ondanks het gebrek aan dag- of datumaanduidingen inderdaad als een dagboek. Claudine zit op een meisjesschool waar ook meisjes wonen, als op een kostschool. Er wordt een nieuw schoolgebouw gerealiseerd waarin de meisjesschool en de jongensschool uit het dorp gehuisvest zullen gaan worden en de verwachtingen daarover zijn bij beide groepen hooggespannen omdat de mogelijkheden voor contact met de andere sekse daardoor vergroot worden. Claudine en haar vriendinnen mogen helpen met het opruimen van de zolder van het oude schoolgebouw en doen daar opmerkelijke vondsten, zoals wat seksueel getinte lectuur die tot grote hilariteit leidt en waarvan de oorspronkelijke eigenaar uiteraard onbekend blijft. Claudine op school speelt zich af in het examenjaar van Claudine.

    In dat jaar verschijnt er een nieuwe hulponderwijzeres die slechts vier jaar ouder blijkt te zijn dan zijzelf. Deze juffrouw Aimée is de assistente van de strenge juffrouw Sergent (bijgenaamd ‘de Rooie’). Claudine wordt halsoverkop verliefd op Aimée en weet te regelen dat ze privé bijles Engels van haar krijgt. Wanneer juffrouw Sergent daar lucht van krijgt, brengt ze Aimée (uiteindelijk succesvol) op andere gedachten door haar zelf haar liefde te verklaren. In het boek vertelt Aimée aan Claudine welke woorden juffrouw Sergent daarvoor gebruikt heeft:

    ‘”Liefje van me, zie je dan niet dat je mijn hart breekt met je onverschilligheid? Lieveling, hoe is het mogelijk dat je niet hebt gemerkt hoeveel genegenheid ik voor je koester? Mijn kleine Aimée, ik ben jaloers op de liefde die je voor die hersenloze en waarschijnlijk ook ietwat gestoorde Claudine voelt… Al heb je alleen maar geen hekel aan me… O! Als je maar een heel klein beetje van me zou kunnen houden, dan zal ik een zo liefdevolle vriendin voor je zijn als je je maar kunt voorstellen…”’

    Rode oortjes

    Het is van belang om je als lezer te realiseren dat de hele romancyclus over Claudine indertijd met rode oortjes gelezen werd. De ontluikende seksuele gevoelens bij Claudine en haar vriendinnen en de lesbische relaties tussen docenten en soms ook leerlingen zorgen voor een wat broeierige sfeer. De inwonende juffrouwen flikflooien er zelfs onder schooltijd achter gesloten deuren op los en Claudine gebruikt die wetenschap maar al te graag om ongestraft haar gang te kunnen gaan op school. Het is niet het enige gedrag dat de lezer de wenkbrauwen doet fronsen. Zo blijkt ook schoolinspecteur Dutertre een oogje te hebben op Claudine. Hij verklaart haar op niet mis te verstane wijze zijn passie, maar Claudine vat de situatie – die in onze tijd als zeer ongepast en strafbaar zou worden beschouwd – op als een avontuur:

    ‘”O, lief, betoverend meisje, waar ben je bang voor? Voor mij hoef je toch niet bang te zijn? Ik ben toch geen ploert? Je hebt niets van me te vrezen, niets. Kleine Claudine, wat ben je mooi, met die warmbruine ogen en die wilde krullen! En je hebt vast een lichaam als een aanbiddelijk beeldje…” Met een ruk komt hij overeind en omhelst en kust me; ik heb niet de tijd om me uit de voeten te maken, hij is te sterk en te snel en het duizelt me… Wat een avontuur!’ Na afloop van deze –  in de ogen van eenentwintigste-eeuwers op zijn minst schokkende – gebeurtenis drinkt Claudine doodgemoedereerd een slokje water bij de pomp en gaat dan weer rustig terug naar haar klas.

    Knikkeren en zoenen

    Claudine op school is een soort chicklit avant-la-lettre, geschreven in een wervelend snelle stijl. Claudine zelf is een ravissant meisje en een wildebras. Het ene moment knikkert ze nog met haar vriendinnen op het schoolplein en het volgende kust ze al dan niet met instemming een volwassene of droomt over haar toekomst. Haar vriendinnen worden grappig beschreven. Vriendin Anaïs bijvoorbeeld heeft bijzondere eetgewoonten: zij smult van krijt en vloeipapier. Het schoolleven van rond 1900 is alleen al bijzonder interessant vanwege alle vakken die Claudine volgt. Ze is zelf erg goed in zingen en mag solfègelessen geven aan haar klasgenoten. Handwerken en schoonschrijven nemen een zeer belangrijke plaats in op school, maar ook voor het schrijven van opstellen ligt de lat hoog. De meisjes krijgen opdrachten als: ‘Verklaar en becommentarieer deze uitspraak van Franklin: “Ledigheid is als roest: alles slijt er harder van dan van werk.”’ De verbaal sterke Claudine draait er haar hand niet voor om. Zij maakt niet eens een kladversie.

    Voor de mondelinge en schriftelijke eindexamens moeten alle leerlingen met de trein naar de stad en overnachten ze met hun docenten in een hotel. Ook daar weet Claudine op een geheel eigen manier weer een stempel op de gebeurtenissen te zetten en datzelfde geldt voor de uiteindelijke afronding van het schooljaar.

    Tand des tijds

    Claudine op school schetst een prachtig tijdsbeeld van het Franse onderwijs rond 1900. Er zijn enerzijds uiteraard grote verschillen met de huidige tijd, maar anderzijds ook juist verrassend veel overeenkomsten. Claudine is een levendig en levensecht personage, dat zich zoals vroeger gezegd werd tussen servet en tafellaken bevindt. Ze is zeer zelfbewust en intelligent, denkt na over haar verschijning, helpt anderen, haalt streken uit op school en is verliefd. Voor alle lezers die haar in hun hart hebben gesloten is het goed om te weten dat ze nog een aantal delen kunnen genieten van deze bijzondere hoofdpersoon. Claudine op school vormt het bewijs dat goed geschreven boeken hoe dan ook de tand des tijds kunnen doorstaan.

     

     

  • Er gebeurt niets in Rathbone Road

    Er gebeurt niets in Rathbone Road

    ‘Het leven is mooi, Joan. Dat geweldige feit heb ik ontdekt in mijn werk met terminalen’. Het is de slotzin van de eerste brief die Eliza Peabody schrijft aan haar vriendin Joan, een buurvrouw van de briefschrijfster die met achterlating van wat tijdelijke adressen is vertrokken met een kwakkelend been.
    De eerste drie brieven zetten meteen de toon. Joan antwoord nooit. Waren ze wel echt vriendinnen? En al snel sijpelt bij Eliza de twijfel door of ze zich niet te veel bemoeit met iemand die ze eigenlijk nauwelijks kent. We zitten in de roman Hoogachtend, Eliza Peabody van Jane Gardam, die geheel uit brieven is opgebouwd. Die worden steeds langer, zonder dat Joan er ooit op reageert, en langzaam groeien ze uit tot een autobiografie van Eliza, die steeds zonderlinger trekken krijgt. We lezen dat Eliza een diplomatenvrouw is die door haar man is verlaten. Vanuit haar huis aan Rathbone Road 34 in Londen kijkt ze uit op de verlaten woning van Joan op nummer 43 (een omkering van nummers die symbolisch is zoals de lezer aan het slot van de roman zal beseffen), waaruit ook Joans man Charles, vertrokken is. Ook hij was een diplomaat en Joan vergezelde hem dus, net als Eliza dat bij haar man deed, op ambassades in verschillende landen.

    Eliza ontpopt zich als een overbezorgde zorgzame vrouw. Ze is actief in de Christelijke Huisvrouwenbond en werkt als vrijwilliger in een hospice, waar ze – als schoonmaakster – een bijzondere band opbouwt met de op sterven liggende Barry. Deze patiënt noemt haar vanwege haar oorbellen de Kermiskoningin. Dat is de naam die de Nederlandse vertalers gebruiken voor wat in het Engels tevens de titel van de roman is: Queen of the Tambourine. Maar Eliza’s zorgzaamheid beperkt zich niet tot het hospice. Ze probeert de reddende engel te zijn voor iedere buurtgenoot die zij problemen toedicht. Het leidt allemaal tot komische en soms hilarische taferelen van misverstanden en ongelukkige samenlopen. Bovendien krijgt Eliza dan wel geen reacties per post van haar zorgenkind Joan, maar er verschijnen wel twee keer mannen aan de deur die door haar zouden zijn gestuurd.
    Gaandeweg gaat er bij de lezer iets wringen. Razend knap zaait Jane Gardam steeds meer verwarring. Wat is die Ratbone Road voor idiote buurt? Of haalt Eliza zich van alles in het hoofd? Al die momenten in de roman dat de lezer geneigd is in schaterlachen uit te barsten, krijgen steeds meer een wrange ondertoon. De hilariteit verschuift naar een tragikomedie, die uiteindelijk uitloopt op een exposé van het verleden van Eliza die alles verklaart. Meer mag er in deze bespreking niet over worden prijsgegeven.

    Hoogachtend, Eliza Peabody – beetje vreemde Nederlandse titel wel vanwege dat afstandelijke ‘Hoogachtend’ waar geen enkele brief daarmee is ondertekend en de toon vaak juist amicaal is – is geraffineerd opgebouwd, zet de lezer herhaaldelijk op het verkeerde been, is doorspekt met onweerstaanbaar komische dialogen en gedachten en kluchtige situaties.
    Als Eliza aan Tom Hopkin (één van de mannen die door Joan is gestuurd) bekent dat haar man Henry haar op Kerstavond heeft verlaten, staat dat er zo: ‘Ik wist dat er iets broeide toen hij na de mis met Charles binnenkwam. Ineens stonden ze gewoon op en gingen weg. Vóór de pudding’.
    En als Charles een verklaring geeft voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de diplomatieke dienst zegt hij: ‘Oordelen is een vrouwelijk tekort dat wordt goedgepraat met het gevaarlijke woord “intuïtie”’.

    Ook de beschrijving van het hospice werkt op de lachspieren. Het werd ooit Caesar’s Farm genoemd omdat het zou zijn gebouwd op de restanten van een Romeinse legerplaats. Toen de nonnen kwamen trokken ze zich er niets van aan en doopten het tot Het Hospice van Sint-Julianus. Eliza snapt dat: ‘Van Julius naar Julianus (…) De heilige die een leproos in zijn eigen bed stopte en door een engel werd aangemoedigd zich in de echtelijke liefde te verblijden. O, hij is dé man voor mij’.
    Ronduit kluchtig is de brief over de keer dat Eliza zichzelf heeft buitengesloten en ze overal in de buurt om ladders vraagt om haar eigen huis binnen te kunnen klimmen.
    Hoogachtend, Eliza Peabody zit bovendien vol literaire toespelingen en grappen. Zoals in de belevenissen van de kinderboekenschrijfster Anne Robin, ook al bewoonster van Rathbone Road of in de discussies over dichter Coleridge. Grappig zijn ook de namen die in de roman opduiken: die van Peabody zelf (erwt), Conundrum (raadsel) en Penumbra (halfschaduw) bijvoorbeeld. En wat te denken van de straatnaam Rathbone Road?

    Maar als die verhalen worden verteld is de lezer al aardig op weg te vermoeden dat er iets ingrijpends met Eliza gebeurd moet zijn toen, jaren geleden, begin juni de kermis zijn tenten kwam opzetten.
    De opmerking hierboven over de Nederlandse titel mag niet verhullen hoe prachtig de vertalers alle grappen en tragiek hebben overgebracht. Een mooi voorbeeld is in de discussie over Coledridge deze lastig te vertalen dialoog:

    They looked non-plussed.
    I said, ‘Why isn’t non-plussed minussed? Or just nought?’
    ‘Minussed? Nought?’
    ‘You both look minussed’.

    Het werd in handen van Gerda Baardman en Kitty Pouwels – vaste vertalers van de vele romans van Gardam die al in het Nederlands verschenen:

    Ze keken gebelgd.
    ‘Waarom heet het trouwens gebelgd? Waarom niet geduitst of gefranst?
    ‘Geduitst? Gefranst?
    ‘Jullie kijken allebei zo gefranst’.

    Gardam heeft de geschiedenis van haar hoofdpersonage vervat in een virtuoze stijl en opbouw. Wie het boek na afloop weglegt zou nog eens die allereerste brief moeten lezen waarmee de roman begon. Dan dringt door hoe gelaagd zelfs dat begin al is en hoeveel al door Gardam vooruitgewezen is naar Eliza’s lot.
    ‘Hier gebeurt niets’, schrijft Eliza twee keer aan Joan. Ja. Het wapen van de ironie beheerst Gardam bovenal.

  • Hartbrekende liefde in knipperlichtrelatie

    Hartbrekende liefde in knipperlichtrelatie

    Nauwelijks een jaar na haar debuut Gesprekken met vrienden (2017) verscheen Normale mensen (2018) van de jonge Ierse schrijfster Sally Rooney (1991). Prijzen als de Irish Novel of the Year en de Costa Book Award vielen haar terecht ten deel en de roman haalde ook de longlist van de Booker Prize.  Normale mensen begint in Carricklea, een plaatsje aan de westkust van Ierland. Marianne en Connell, vertellen per hoofdstuk om en om hun verhaal. Ze kennen elkaar van school waar ze beiden in het examenjaar zitten. Connell is knap en populair; Marianne een buitenstaander die geen enkele poging doet om, zoals Connell opmerkt, ‘haar minachting voor de anderen op school te verbergen.’ Op school gaan ze niet met elkaar om, maar bij Marianne thuis, in de keuken van de villa waar ze met haar moeder en broer woont en waar  de moeder van Connell schoonmaakster is, spreken ze wel met elkaar.

    Tegengestelde levens

    De roman is doorregen met tegenstellingen en het bovenstaande geeft gelijk twee voorbeelden: populair versus verschoppeling, arm versus rijk. Voeg daaraan toe de warme moeder van Connell tegenover de kille, afstandelijke moeder van Marianne en de toon is gezet.
    Na een reeks gesprekken aan de keukentafel raken Marianne en Connell verwikkeld in een tedere, seksuele relatie. Een relatie waarin ze zich veilig en gezien voelen en waarin alleen de lezer doorheeft hoe weinig er wordt uitgesproken. Connell wil kost wat kost de relatie geheim houden. Dat lijkt laf, maar ter verdediging van de sympathieke, gevoelige Connell kan gesteld worden dat hij bang is voor sociale uitsluiting; de gedachte aan wat anderen van de relatie zullen vinden, doet hem huiveren. Geplaagd door een minderwaardigheidsgevoel gaat Marianne mee in deze geheimhouding. ‘Ze had het gevoel dat ze tot alles bereid was om aardig gevonden te worden, om hem hardop te laten zeggen dat hij haar leuk vond.’ Het wordt een relatie die uit- en weer aan gaat.
    Hoezeer Marianne zich alles laat welgevallen en schikt naar de wensen van de ander blijkt uit haar relaties met andere mannen, verderop in de roman. ‘Misschien wil ik wel slecht behandeld worden,’ vertelt ze Connell later, ‘Ik weet niet. Soms denk ik dat ik dat verdien omdat ik een slecht mens ben.’ 

    Gebrekkige communicatie

    Na de middelbare school gaan Marianne en Connell studeren in Dublin waar ze hun knipperlichtrelatie voortzetten. Alleen blijken de rollen omgedraaid: weg van het ouderlijk huis is Marianne populair op school, en Connell, door zijn komaf,  de eenzame buitenstaander. Gaandeweg raakt hij in een neerwaartse spiraal terecht; de depressies en paniekaanvallen waaraan hij lijdt worden zeer treffend beschreven. ‘De eerste keer dat het gebeurde, dacht hij dat hij gek werd, dat het hele cognitieve kader waarin hij de wereld interpreteerde voorgoed uit elkaar was gevallen en dat alles voortaan uit ongedifferentieerde klanken en kleuren zou bestaan. Maar na een paar minuten ging het over en bleef hij badend in het zweet op zijn matras liggen.’

    Ondanks de diepe emotionele verbintenis tussen Marianne en Connell blijven gedachten en aannames onuitgesproken; begrijpen ze elkaar verkeerd en loopt de relatie keer op keer spaak. ‘Marianne pakt haar kopje. Connell weet niet goed wat voor soort relatie ze nu zouden moeten hebben. Spreken ze af dat ze elkaar van nu af aan niet aantrekkelijk meer vinden? Hij vindt geen enkele aanwijzing in Marianne’s gedrag.’ En het haar vragen doet hij niet.

    Hartbrekende liefde

    Het verhaal beslaat zo’n vier jaar en maakt geregeld sprongen in de tijd: soms weken of maanden vooruit, soms vijf minuten. Regelmatig grijpt Rooney terug op eerdere gebeurtenissen, zoals golven terugrollen in zee; op die manier worden leemtes opgevuld en het verhaal completer gemaakt. Zo komen we terloops te weten dat Marianne’s overleden vader gewelddadig was. Of hij haar sloeg is onduidelijk. Wel dat haar broer het stokje heeft overgenomen: er gaat voortdurend een fysieke dreiging van hem uit en de lezer vermoedt dat er tussen die twee iets is gebeurd buiten de bladzijden van het boek om.
    Doordat er veel ongezegd blijft, wordt het een onderzoekende roman naar de complexiteit van een liefdesrelatie. Met haar rake duidingen brengt Rooney rijkere en diepere lagen aan in het verhaal. De lezer raakt emotioneel betrokken bij de liefdesstrijd van deze jonge mensen die geneigd zijn tegen hun gevoel in te handelen of dingen te zeggen waarvan niet duidelijk is wat ze nu werkelijk inhouden.

    ‘Het was niet de eerste keer dat hij aandrang voelde om tegen Marianne te zeggen dat hij van haar hield, of het waar was of niet, maar het was de eerste keer dat hij eraan had toegegeven en het echt had gezegd. Het viel hem op hoelang ze erover deed om antwoord te geven, en dat zat hem dwars, alsof ze het niet terug wilde zeggen, en toen ze het eindelijk zei, voelde hij zich iets beter, maar misschien betekende dat niets. Connell wilde dat hij wist hoe andere mensen hun privéleven leidden, dan had hij een voorbeeld om te volgen.’  Als lezer wil je alleen maar dat het goed met ze komt, liefst samen. Maar zonder het te willen, breken ze keer op keer elkaars hart en blijft de lezer achter met de brokken.

     

  • Oogst week 43 – 2019

    En ook de liefde

    In zijn enthousiaste recensie over Die nacht zag ik haar van Drago Jančar, hier op Literair Nederland, eindigt Daan Pieters met de vraag ‘Mogen we de stille wens uitspreken dat vertaler en Balkanspecialist Roel Schuyt in de toekomst nog meer verborgen schatten bovenhaalt?’
    Roel Schuyt is in ieder geval wel weer de vertaler van een volgend boek van Drago Jančar, En ook de liefde. Daarin wordt een vrouw vanuit de Sloveense stad Maribor weggevoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Zij betaalt hiermee voor de vrijheid van haar geliefde.

    In dit boek zet de schrijver ‘geweld en machtswellust, die een mens tot waanzin drijven, tegenover de liefde. En tegenover de wil om voor die liefde op te komen, tegen elk verval van menselijke waardigheid in’.

    Drago Jančar (1948) is een van de belangrijkste Sloveense schrijvers van dit moment. Hij is zijn leven lang politiek geëngageerd geweest en tot aan het einde van de jaren 70 tegengewerkt door het regime. Pas vanaf de liberalisering in het midden van de jaren 80 kreeg hij de kans zijn romans, korte verhalen en toneelstukken te publiceren .

     

     

    En ook de liefde
    Auteur: Drago Jancar
    Uitgeverij: Querido

    De dood van koning Arthur

    De verhalen over Koning Arthur en de Ronde Tafel zijn een van de meest bekende voorbeelden van de hoofse cultuur. Maar in De dood van koning Arthur, het sluitstuk van de 13e eeuwse driedelige cyclus, komt een wreed einde aan die mooie wereld van eeuwigdurende trouw, moed en liefde. De werkelijkheid blijkt minder ideaal.

    Hannie Vermeer-Pardoen heeft niet alleen dit boek uit de Oudfranse tekst vertaald, maar ook voorzien van een toelichting waarin zij de verbanden tussen deze tekst en de beide andere delen uit de cyclus duidt. Voor een goed begrip, – dat kwam al aan de orde in een gesprek dat Hans van Pinxteren en Andrea Kluitmann in 2012 met haar hadden -, vindt zij het belangrijk om oude teksten van historische context te voorzien. Ook nam zij een Lijst van eigennamen op.
    De dood van koning Arthur is deze maand bij uitgeverij IJzer verschenen.

    De dood van koning Arthur
    Auteur: onbekend
    Uitgeverij: IJzer

    Op de klippen

    Als u nog nooit iets van Jane Gardam (1928) hebt gelezen, wordt het misschien eens tijd. Bij uitgeverij Cossee is weer een nieuwe mogelijkheid verschenen om kennis te maken met het werk van deze gelauwerde en internationaal succesvolle schrijfster. Haar oeuvre omvat inmiddels meer dan dertig boeken, romans, verhalen en kinderboeken.

    In 2017 werd ze in Nederland bekend met de roman Een onberispelijke man uit 2004. Op de klippen verscheen al in 1978, Jane Gardam behaalde er toen de shortlist van de Man Booker Prize mee.

    Op de klippen speelt in de jaren 30 aan de Engelse kust. Margarets wereld verandert als er een nieuw dienstmeisje komt inwonen, met alle gevolgen van dien.
    ‘De keurslijven gaan af en het leven van deze stijve Engelsen trilt op zijn grondvesten. Hoe blijf je jezelf, en hoe ver ga je wanneer je wordt meegesleurd in het verlangen naar een ander leven?’
    Laat het maar aan Gardam om dit te beschrijven!

     

     

    Op de klippen
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Zomerlezen – Drie mooie klassiekers

    De bot

    Voor de zoveelste keer herlees ik Der Butt (De bot) van Günter Grass uit 1977. Dit boek bergt zoveel in zich dat het lijkt alsof je meerdere boeken tegelijk leest: een kookboek, een sprookjesboek, een feministisch manifest, een schelmenroman, een geschiedenisboek. Hierdoor wisselt ook de leeservaring: nu eens is het hilarisch, dan weer ontroerend, af en toe wrevel verwekkend, maar altijd om van te genieten. Het is zo bont en veelomvattend, dat je bij herlezing steeds weer iets tegenkomt dat je eerder niet was opgevallen.

    De bot wordt in de Steentijd gevangen in de Oostzee op de plek waar later Grass’ geliefde Danzig zal staan. In ruil voor de vrijheid belooft hij de visser, Grass’ alter ego, onsterfelijk te maken en hem met raad en daad bij te staan in zijn pogingen in verschillende tijdperken om onder de heerschappij van de vrouwen uit te komen. Zij hebben de macht in de keuken en in het bed. In de 20e eeuw is het de schrijver die het verhaal van de bot vertelt aan zijn zwangere vrouw: in negen maanden doet hij verslag van zijn negen levens, terwijl de bot opnieuw gevangen wordt en voor een feministisch tribunaal gebracht wordt, waar hij wordt aangeklaagd als voorvechter van de onderdrukking van de vrouw.

    In 2007 werd de eerste zin van Der Butt uitgeroepen tot mooiste openingszin uit de Duitstalige literatuur: ‘Ilsebil salzte nach’ (Ilsebil voegde zout toe). Volgens de jury zou hieruit blijken dat het toch weer de vrouw is die betekenis toevoegt.

     

    De bot
    Auteur: Günter Grass
    Uitgeverij: Meulenhoff

    Kim

    Zojuist heb ik Kim van Rudyard Kipling weer gelezen: een boek om van te houden. Dit verhaal, dat in 1901 verscheen,  verbeeldt Kiplings eigen jeugd in India. Het is een avonturenroman, maar het belangrijkste is het inzicht dat het boek biedt in de verschillen tussen oost en west, tussen de culturen van Indië en die van het Verenigde Koninkrijk. Kim is een twaalfjarige weesjongen, zoon van een Ierse soldaat, die aan het einde van de 19e eeuw onder de Britse overheersing leeft in Lahore als een vis in het water. Kim beheerst alle dialecten en is van alle markten thuis. Daarom wordt hij ingezet als spion in ‘The Great Game’ van de Engelsen om de controle over India te bewaken. Maar Kim is bevriend geraakt met een oude Tibetaanse lama, die op zoek is naar een heilige rivier. Kim vertegenwoordigt zowel Oost als West: hij gaat met de lama mee op diens queeste, maar alleen in de periode wanneer hij niet naar school hoeft. Uiteindelijk moet Kim een keuze maken: Kipling schreef in een van zijn gedichten ‘East is east and west is west and never the twain shall meet’.

    Kipling wordt steun aan het imperialisme verweten (The White Man’s Burden) en een paternalistische houding ten opzichte van de bevolking. Hij zag de overheersing van de Engelsen echter als economische en morele ontwikkeling voor India. Wat vooral uit de roman blijkt, is Kiplings grote liefde en respect voor het land. Het is dan ook geen verrassing dat Kim zijn geliefde lama trouw blijft.

     

    Kim
    Auteur: Rudyard Kipling
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep

    Obsessie

    In 1990 verscheen Obsessie van Byatt, ik kocht het vanwege de intrigerende afbeelding op de voorkant en omdat het een lekker dik boek was. Ook hier zit een boek in een boek in een boek, als een Droste-effect: zeer complex en aantrekkelijk. Het is het verhaal van twee literatuuronderzoekers, Roland en Maud, en de twee dichters die het onderwerp van hun research zijn: R. H. Ash en Christabel LaMotte. De levens van Roland en Maud worden met elkaar verweven, net als de levens van de dichters, zoals ze bij toeval ontdekken: Roland vindt brieven van de dichter Ash, die zijn gericht aan LaMotte. In het hart van de roman wordt het liefdesverhaal van de twee dichters verteld. Byatt heeft er ook nog een literaire detective van gemaakt: de onderzoekers proberen het geheim van de dichters te achterhalen en worden daarbij lastig gevallen door andere academici die ook belang hebben bij het onderzoek.

    En daar tussendoor word je getrakteerd op poëzie, sprookjes, spiritualisme, beschrijvingen van landschappen en humor. Bovendien voert Byatt een aantal personen op die in totaal twee eeuwen bestrijken; ze laat de ingewikkelde verhaallijnen samenkomen zoals een jongleur zijn ballen in de lucht houdt: virtuoos.

    De roman laat de verschillende vormen zien waaruit obsessie kan bestaan: de kwellende drang om iets te bezitten, die mensen tot het uiterste kan drijven, waarbij het er niet toe doet wat het onderwerp van de hartstocht is: de geliefde, de zucht naar academische roem of het einde van een zoektocht.

    Obsessie
    Auteur: A. S. Byatt
    Uitgeverij: Uitgeverij Rainbow
  • Als je alles hebt wat je wilde: bitterzoete verhalen van A.M Homes

    Als je alles hebt wat je wilde: bitterzoete verhalen van A.M Homes

    Recensie door Maartje Spoelstra

    In Dagen van inkeer concentreert Homes zich op de menselijke relaties en het dagelijkse leven van Amerikanen die alles hebben wat hun hartje begeert. Dit is de derde verhalenbundel van Homes. Recent verschenen verschillende van haar romans in het Nederlands, waaronder Dit boek redt je leven, Een brandbaar huwelijk en In een land van moeders.

    Het eerste verhaal, ‘Broer op zondag’, sleept de lezer gelijk binnen in de wereld van welvarende dertigplussers tijdens een dagje op het strand. In dit verhaal kijkt de lezer door de ogen van Tom, plastisch chirurg. Hij bekijkt mensen door hun lichamen te bestuderen.  ‘Van alle mensen weet juist hij wat wel en wat niet echt is. Je hebt degenen die zich het vlees van hun botten af hebben gehongerd en degenen die het chirurgisch hebben laten weghalen of laten verplaatsen. Iedereen takelt anders af – de putjes in de dijen, de zwembandjes, het onvermijdelijke uitzakken. Hij kan er niets aan doen dat hij het ziet.’

    Het verhaal speelt tijdens een afspraak met vrienden, waarin Tom zijn eigen leven overpeinst. Hij twijfelt aan zijn bestaan, aan zijn vrienden, aan zijn beroep. ‘Hij luistert maar half, denkt aan de veranderlijkheid van het leven. Als hij deze mensen nu zou ontmoeten, weet hij niet of hij vrienden met ze zou worden, of hij elke zaterdagavond met ze zou eten (…)’. Zijn vrienden zoeken hem privé vaak op om advies te vragen over bepaalde lichaamsdelen, en dan vinden vaak intieme gesprekken plaats, waarin zijn vrienden niet alleen hun lichaam maar ook hun angsten blootgeven. ‘De vrouw van een van zijn vrienden buigt zich voorover en laat hem een rood plekje tussen haar borsten zien. “Wat denk je dat het is?” “Een insectenbeet”, zegt hij. “Geen huidkanker?” “Geen kanker”, zegt hij. “Niet ontstoken?” “Een insectenbeet?” zegt hij. “En dit dan?” Ze laat hem iets anders zien, alsof ze op bonuspunten hoopt.’ De vriendenclub lijkt niet in staat om de dingen die ze persoonlijk tegen Tom zeggen ook onderling te delen, en ook Tom lijkt niet in staat onderwerpen die hem bezighouden aan te snijden. Het verhaal meandert voort in betekenisloze gesprekken, terwijl de lezer weet dat er onder de oppervlakte veel meer speelt.

    Ditzelfde thema komt terug in het verhaal ‘Hallo allemaal’ en hierin wordt het tot het absurde doorgevoerd. Personages zijn obsessief bezig met hun uiterlijk: ze geven een aantal calorieën door aan de chef in plaats van een gerecht en hebben de hond liposuctie laten ondergaan. Homes schrijft buitengewoon goed, met name de gesprekken tussen personages zijn puntig en leuk. Haar stijl is ironisch op het riskante af, zoals in het verhaal ‘Dagen van inkeer’ waarin een oorlogscorrespondente op een congres over genocide aanwezig is. Ze beschrijft hoe een vrijwilliger haar vlak voor de lift bij de arm pakt en haar een linnen welkomsttas geeft, ‘afgeladen met genocidespullen’. Wanneer ze in haar kamer is pakt ze de tas uit: ‘… een beker van de plaatselijke universiteit, een schrijfblok en pen van een bekend wenskaartenbedrijf- “Als u de woorden niet kunt vinden, laat ons het dan zeggen” – en een enorme plak chocola van een farmaceutisch bedrijf dat een populair antidepressivum produceert. Op de wikkel staat: ‘Soms zou gelukkig worden simpel moeten zijn.’

    De oorlogscorrespondente ontmoet een oude studiegenoot op de conferentie en deze ontmoeting zorgt ervoor dat ze beiden reflecteren op hun leven tot nu toe. Af en toe wordt de nadruk op de crisis van de hoofdpersonages iets te nadrukkelijk, zoals de talloze keren dat de oorlogscorrespondente bij zichzelf bedenkt welke dingen ze tegen haar therapeut gaat zeggen, of wanneer ze reflecteert op haar momenteel moeilijke relatie. ‘Ze is eeuwig gefrustreerd en teleurgesteld. Ze vraagt zich af of dat typisch Joods is, een relatieding, of dat het gewoon aan haar ligt?’ Dit geldt voor meerdere verhalen in de bundel, waaronder ook het eerder genoemde ‘Broer op zondag’In het merendeel van de verhalen vindt er geen wending of abrupte verandering plaats waardoor het verhaal voor de lezer soms wat voorspelbaar wordt. Het is niettemin een krachtig stijlmiddel omdat het de lezer confronteert met dezelfde zoektocht als de personages.

    Het lijkt alsof Homes zichzelf af en toe heeft beperkt door te strak aan dit thema te willen vasthouden. Het zijn de verhalen waarin ze het dit thema wat losser behandelt die echt meeslepen en verrassen. Een voorbeeld daarvan is Je moeder was een vis, een familiekroniek in de vorm van een kort verhaal. Het heeft een mythische, sprookjesachtige sfeer, iets dat gelijk aan het begin van het verhaal duidelijk wordt: ‘Ze naait een verhaal, borduurt een sprookje, regel voor regel. Dit relaas gaat over haar overgrootmoeder die een zeemeerminnenpak voor zichzelf naaide en naar Amerika zwom. Het was een lange, zware tocht, en tegen de tijd dat ze in Maine aankwam, was haar pak een geworden met haar vlees.’ Een verrassend, sprankelend verhaal.

    Datzelfde geldt voor ‘De laatste keer dat het fijn was’. Dit verhaal is minder sprookjesachtig dan het voorgaande, maar hier wordt de kunde van Homes zichtbaar in de precieze beschrijvingen van pijnlijke situaties die een bitterzoete sfeer achterlaten. Wanneer een man de kamer van zijn grootmoeder in een verzorgingstehuis binnenkomt, schrijft ze: ‘Aan de muur rond haar bed hangen posters die het personeel voor haar heeft gemaakt om haar eraan te herinneren hoe ze heet, welk jaar het is en wie de premier is. U HOUDT VAN ZINGEN, staat er op de poster.’

    Wat thematiek betreft is het af en toe wat eentonig, maar Homes’ tragikomische situatiebeschrijvingen en haar ironische dialogen maken dit niettemin een zeer lezenswaardige bundel.

     

     

     

  • De liefdeslevens van millennials

    De liefdeslevens van millennials

    Uitgeverij Das Mag richt zich uitdrukkelijk op jonge schrijvers, een enkele uitzondering als Charlotte Mutsaers niet te na gesproken. Tot voor kort gaf ze ook een succesvol literair tijdschrift uit met een ongewoon hoge oplage. Wat voor Das Mag pleit, is dat de uitgeverij erin slaagt om een jeugdig publiek te bereiken – ze organiseert evenementen waar de gemiddelde leeftijd een stuk lager ligt dan gebruikelijk – en haar schrijvers ook daadwerkelijk te promoten, wat een zeldzaamheid is in uitgeversland. De bij momenten ietwat irritante communicatiestijl, die wemelt van de superlatieven, uitroeptekens, emoji’s, ballen en sterretjes, moet u wel voor lief nemen, evenals de jolige scoutssfeer, inclusief zomerkampen en dergelijke.

    Een van de jongste uitgaven is De antwoorden van Catherine Lacey (1985), die een van de meest veelbelovende jonge Amerikaanse romanschrijfsters wordt genoemd. In dat boek is hoofdpersoon Mary, net zoals Lacey afkomstig uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, op de dool in New York City. Ze heeft een afstompende baan, gaat gebukt onder schulden en kampt met allerlei mysterieuze kwalen. Ten einde raad klopt ze aan bij ene Ed voor Pneuma-adaptieve Kinesthesie (PAK), een peperdure, bizarre alternatieve geneeswijze. Dat geeft aanleiding tot een heleboel esoterische hipstertalk van het soort dat je vooral hoort in horecagelegenheden waar mensen naar hun Macbooks staren onder het genot van een kopje zwaar overprijsde koffie (nou ja, organische latte macchiato): ‘Chandra had PAK voorgesteld, noemde het feng shui voor het energetisch lichaam, een guerrillaoorlog tegen negatieve vibes, en hoewel ik soms sceptisch was over Chandra’s gepraat over vibes, moest ik haar deze keer gelijk geven.’ Parodiërend bedoeld of niet, er staat te veel van dat soort prietpraat in dit boek: ‘Nadat Chandra en ik hadden gemediteerd, of liever gezegd nadat zij had gemediteerd en ik had gedaan wat het ook was dat ik daar op de vloer deed, serveerde ze maté in kalebassen en rauwkostsalade met zelfgemaakte allergenenvrije, veganistische pasta van gekiemde pompoenpitten die ze had bereid terwijl ze voedende vibes naar mijn astraallichaam had gestuurd.’

    Om haar dure PAK-therapie te kunnen betalen, gaat Mary op zoek naar een bijbaantje. Ze reageert op een geheimzinnig bericht, doorloopt een lange sollicitatieprocedure met bizarre tests en wordt uiteindelijk aangenomen voor een experiment met filmster Kurt Sky, die het geheim van de liefde wil doorgronden: ‘Hij wist zeker dat er een manier moest zijn om de ongeorganiseerde reacties op paarvorming te decoderen en te begrijpen hoe het kwam dat twee mensen elkaar op een bepaald moment zo onvoorstelbaar gelukkig konden maken om niet meer dan een paar jaar, maanden of weken later een nieuw dieptepunt van ellende of verveling te bereiken.’

    Mary krijgt in het experiment de rol van Emotionele Vriendin. Daarnaast heeft Kurt ook nog een Boze Vriendin, een Moederlijke Vriendin, een Banale Vriendin enzovoort. De vrouwen worden vol sensoren gehangen, moeten bepaalde scenario’s en regels volgen en worden onderworpen aan Internal Directives, een systeem om met behulp van elektromagnetische stroomstootjes ‘data’ in te voeren in het lichaam. Zo kunnen de onderzoekers hen bijvoorbeeld op afstand laten huilen (‘Je kunt toch niet denken dat een menselijke emotie meer is dan informatie, elektrische impulsen die onder de juiste omstandigheden beheersbaar zijn’).

    Vanzelfsprekend loopt het experiment volledig in het honderd, kunnen de emoties van de deelnemers niet volledig worden gecontroleerd en blijkt de geheime code van de liefde onbereikbaar. De vraag over hoe ‘liefde’ en emoties functioneren in een menselijk brein, is verre van oninteressant, maar eigenlijk hebben neurologen daar zinnigere dingen over te zeggen.

    Afgezien van het ongewone onderwerp is De antwoorden in feite een vrij conventioneel verhaal, literaire vernieuwing komt immers niet tot stand door personages met de jongste trends te laten meelopen. Dat is jammer, want van jonge auteurs verwacht je toch vooral dat ze een knuppel in het hoenderhok gooien. Een literaire vadermoord op zijn tijd is gezond en houdt de schrijverij levendig, maar vooralsnog lijkt zich in de Engelstalige landen nog geen jeugdige lefgozer aan te dienen die de gevestigde orde aanvalt. Dat was in de jaren vijftig en zestig, met wild om zich heen schoppende beat-auteurs als William Burroughs en Jack Kerouac, wel even anders. In de jaren tachtig en negentig had je nog hemelbestormers als Bret Easton Ellis, Douglas Coupland of Chuck Palahniuk, maar zij lijken hun belangrijkste boeken te hebben geschreven. En David Foster Wallace, misschien wel de meest veelbelovende Amerikaanse schrijver van zijn generatie, is in 2008 helaas veel te jong gestorven. Voorlopig is het dus nog uitkijken naar een brutale jonge wolf (m/v) die de alfamannetjes van de roedel naar de keel durft te vliegen om een nieuwe richting aan te geven.

     

     

     

     

  • Wat maakt ons tot wie we zijn?

    Wat maakt ons tot wie we zijn?

    Wie ben je eigenlijk? Hoe vormen je wortels je, ook als je daarvan lijkt te zijn los gekomen? Wat bindt je in een relatie? Is het mogelijk volstrekt eerlijk te zijn tegen een ander, maar ook jegens jezelf? Het zijn maar een paar thema’s waarvan de jongste roman van Jonathan Safran Foer, Hier ben ik, is doordrenkt. Ze zijn niet nieuw voor wie zijn eerdere Alles is verlicht uit 2002 en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij uit 2005 al las. De zoektocht naar het joodse verleden (vooral in de roman uit 2002), de verwerking van trauma’s en de familiebetrekkingen lopen als een Leitmotiv door het werk van Foer.

    Net als in zijn eerdere romans is in Hier ben ik ook veel autobiografisch materiaal verwerkt, in dit geval vooral de scheiding van Foer van zijn vrouw en collega-schrijfster Nicole Krauss in 2014. Indirect herhaalt hij zelfs de tournure om de auteur van het boek zelf op te voeren. Is dat in Alles is verlicht de auteur onder zijn eigen naam, in de nieuwe roman is protagonist Jacob Bloch (in wie veel trekken van Foer te herkennen vallen) bezig een script voor een TV-serie te schrijven dat de verhaallijn volgt die wij als lezer voorgeschoteld krijgen.

    Geweten
    Jacob Bloch is zestien jaar getrouwd met Julia – ze hebben samen drie zoons, Sam, Max en Benjy – als hun relatie op een scheiding uitdraait. De aanleiding is de vondst door Julia van de telefoon van Jacob met daarop onverbloemd seksuele uitlatingen aan het adres van een andere vrouw. Of er werkelijk sprake is geweest van overspel blijft in het midden. Jacob ontkent het en de lezer is geneigd hem te geloven: hij komt niet over als een durfal. Julia zet de boel bij hem op scherp doordat zij zelf wel overspel pleegt. Ook dat is overigens niet zeker, maar omdat zij een vrouw is die doet wat ze zegt, ben je in haar geval geneigd dat wel aan te nemen.

    De gesprekken tussen Julia (architecte) en Jacob (schrijver) over hun relatie, de regeling van de scheiding en de verantwoordelijkheid jegens de kinderen vormen de grootste component van het boek. Maar daardoorheen loopt de worsteling van Jacob met zijn joodse afkomst. Zijn grootvader Isaac is lang geleden vanuit Polen naar Amerika geëmigreerd en heeft een sterke band met Israël. Hij wil er na zijn dood begraven worden. Jacob voelt zijn joodse oorsprong wel, maar hij en Julia hechten veel minder belang aan de daarmee verbonden rituelen. Als de roman begint staat de dertienjarige Sam voor zijn bar mitswa, de viering van de joodse meerderjarigheid. Zijn ouders willen die toch laten plaatsvinden omdat het opa Isaac onvergeeflijk zou kwetsen als ze dat niet zouden doen.

    De loyaliteit van Jacob aan zijn joodse afkomst wordt diepgaand getest als zijn neef Tamir uit Israël voor de plechtigheid overkomt en er kort na zijn aankomst, nog vóór de bar mitswa, een zware aardbeving plaatsvindt in het Midden-Oosten. Er breekt aansluitend een oorlog uit waarin Israël zich moet verdedigen tegen een nieuw gevormde staat Trans-Arabië, gesteund door de rest van de moslimwereld. De premier van Israël roept alle joden over de hele wereld op om Israël te helpen verdedigen. Zal Jacob dat doen?

    Dit laatste thema voert tot harde discussies binnen de familie, vooral tussen Jacob en zijn vader Irving en zijn neef Tamir, over de politiek van Israël en het trauma van de joden door de verschillende pogingen in de geschiedenis om hen uit te roeien.

    Argus
    Maar daarmee zijn we er niet. In het grootse web dat Foer spant lopen ook de draden van Sams leven. Hij trekt zich terug in de virtuele wereld van Other Life (waarin Jacob op een klunzige manier Sams avatar om zeep helpt); er is het briefje met racistische uitingen dat door de rabbi op zijn tafeltje is gevonden en waarvoor hij excuses zal moeten aanbieden (Sam bestrijdt dat hij het geschreven heeft); er is de verwonding aan de hand van Sam, opgelopen toen hij klein was en die Jacob en Julia nog achtervolgt. En er is de hond Argus. Het dier lijkt van begin tot eind door de roman te lopen als degene die de kinderen en de ouders oproept weer contact te maken. Misschien is dat de belangrijkste reden dat niemand de verantwoordelijkheid neemt om het zieke beest te laten inslapen.

    Foer kan geweldig schrijven. Bijzonder knap uitgewerkt zijn de dialogen tussen Julia en Jacob over hun verwachtingen en teleurstellingen in zestien jaar huwelijk, die de lezer schrijnend duidelijk maken hoe onbereikbaar ze voor elkaar zijn geworden. Soms worden ze komisch als de twee overleggen hoe ze de kinderen op de hoogte zullen stellen.

    Een mooie vondst is ook de alternerende weergave van de speeches van Sam voor zijn bar mitswa, van de premier van Israël tot de joden over de hele wereld en van de ayatolla van Iran tot de moslims, die alle drie leiden naar een climax van de verschillende verhaallijnen.

    Maar tegenover dit schrijftalent staat de neiging tot veel te veel uitwaaieren. Het ‘kill-your-darlings-principe’ lijkt niet aan Foer besteed. Her en der in de roman krijg je het gevoel dat hij uitweidingen, filosofietjes, associaties, woordgrappen (die in het Nederlands treffend zijn vertaald) en andere invallen die hem uit het toetsenbord vloeiden, te leuk vond om te schrappen. Hij heeft bovendien een voorliefde voor opsommingen, of dat nu gedachten zijn of tastbare dingen (we krijgen de complete inventaris van het medicijnkastje opgedist), waarvan de zin vaak niet duidelijk is.

    Sommige dialogen (er wordt wat afgepraat in Hier ben ik) duren eindeloos voort zonder iets wezenlijks bij te dragen. Voor de lezer zijn het rafelende draadjes in het web: we dwalen af van datgene waar het om ging.

    De spanningsboog wordt door al die wijdlopigheid te lang om de lezer geboeid te houden. Zo begint de roman met een openingszin die er mag wezen: ‘Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen.’ Toch verliest die zijn kracht als hij pas op pagina 545 weer ten volle wordt opgeraapt. Verschillende lezers zullen dan  wellicht al eens hebben doorgebladerd naar achteren om te constateren dat deze afwisseling van sterke passages en afleidende episodes pas eindigt op pagina 639.