We vroegen de recensenten van Literair Nederland drie titels te noemen die ze deze zomer willen gaan lezen. De keuze was niet eenvoudig, het ene boek riep de titel van een ander boek op, wat soms zorgde voor een dilemma. Want noem je De Baptisten, van Nyk de Vries, of toch Berghonger van Fleur Jongepier? Soms is het noemen van een titel genoeg om de lezer nieuwsgierig te maken. Enkelen lezen literatuur uit het land waar ze deze zomer verblijven, de ander herleest de boeken van Simone De Beauvoir, of haalt klassiekers uit de kast die toch eens gelezen moeten worden. Waarom dan niet in twee weken op het Ierse platteland nu eindelijk eens Ulysses uitlezen. Soms betreft de keuze een onvertaald boek, zoals Oekraïense gedichten van Serhiy Zhadan. Of boeken uit het nalatenschap van een moeder, waarin ook De Beauvoir zich ophield. En soms lees je gewoon waar je zin in hebt, pak je wat je voorbij ziet komen, of boeken die je bezighouden. Daar is deze rubriek dan weer goed voor, waarin een keur aan vertaalde en Nederlandstalige literatuur voorbij komt. En laat ons in een reactie gerust weten welke boeken u deze zomer leest! Dan zullen we die erbij plaatsten.
Momenteel lees ik Het land van Hrabal van Rik Zaal, een roman over de werking van ons geheugen en schrijven onder een totalitair regime. Het roept literatuur uit dergelijke landen bij me op die diepe indruk op me maakte. Allereerst van de Tsjechische Bohumil Hrabal zelf. Zijn Al te luide eenzaamheid (ook door de ik-figuur, Hendrik Terpstra, in de roman van Zaal genoemd) begint zo: ‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik mijn handen aan de letteren vuil (…) tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt’.
Als tweede Schuilplaats voor andere tijden uit 2022 van de Bulgaar Georgi Gospodinov gaat ook over herinneringen waaraan we willen vasthouden. Over Oost-Europa: ‘Natuurlijk waren de burgers ervan allang uitgewaaierd, als familieleden die gedwongen waren samen te wonen onder één dak totdat de kinderen oud genoeg waren en iedereen zijn eigen weg ging (…) Ze wilden allemaal naar die (westerse) minnares, van wie ze droomden toen ze het gezamenlijke socialistische bed deelden’.
Onvolprezen blijft tenslotte De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Hrabals landgenoot Jaroslav Hasek. Het is al uit 1923 maar de satire over een man die de boel saboteert door alle bevelen zo precies mogelijk uit te voeren en daardoor het gezag ondermijnt blijft aanspreken. De soldaat doet me, terwijl ik dit typ, ineens denken aan De klerk Bartleby van Herman Melville. Is die laatste met zijn fameuze ‘I prefer not to’ Svejks westerse tegenpool? En met die vraag ben ik terug bij Hendrik Terpstra. Hij maakt een onderscheid tussen Echte en Onechte Landen. Hij legt op pagina 37 van Het land van Hrabal uit wat hij daarmee bedoelt.
Adri Altink
Omdat ik tijdens mijn verblijf in Bretagne graag een klassieker lees die zich in dit deel van Frankrijk afspeelt, lees ik De Chouans (1829) van Honoré de Balzac. Een militaire historie en liefdesgeschiedenis ineen tijdens een opstand in Fougères. Een man en vrouw worden verliefd maar staan elk aan de andere kant van het conflict. Het is de Balzac-versie van Romeo & Juliet, Tony & Maria, en Danny & Sandy. De Nederlandse vertaling is niet meer verkrijgbaar, dus lees ik – digitaal – de Engelse vertaling. Met een extraatje, want als het bevalt kan ik de volledige ‘Comédie humaine’ gaan lezen want Balzac’s complete oeuvre staat nu in mijn digitale boekenkast.
Nadat ik De Nacht beeftvan Nadja Terranova had gelezen, over de gevolgen van een aardbeving op Sicilië dat je bij de lurven grijpt, wilde ik onmiddellijk meer van haar lezen. Afscheid van de geesten (2020) stond op de shortlist voor de Premio Strega en won de Premio Alassia Centolibri. Wederom is Sicilië het toneel, waarnaar Ida vanuit Rome terugkeert om het huis van jaar jeugd leeg te ruimen. Een literaire versie van mijn favoriete film, Nuovo Cinema Paradiso (Oscar voor de beste niet-Engelstalige film in 1989). Niet meer leverbaar in Nederland, maar online vond ik een Nederlandse vertaling in Frankrijk. Inmiddels ligt het boek bij mij thuis op tafel te wachten tot ik tijd heb voor de Siciliaanse zomerhitte.
Als ik over enkele weken naar Ierland vertrek wil ik James Joyce ter hand nemen. Vooralsnog staat Ulysses op het menu, een boek waar ik al vaak mee in mijn handen stond, maar steeds voor terugdeinsde. Ditmaal ga ik me eraan wagen. Het zal geen probleem zijn om dit boek te verkrijgen, al is het nog wel oppassen met de versies. Vanaf zijn publicatie is de roman controversieel, wat in meerdere landen tot een verbod leidde. En er zijn verschillende versies in omloop met elk een eigen interpretatie. Het schijnt geen makkelijk boek te zijn en eindigde in 2007 bij de Guardian-verkiezing van het minst uitgelezen boek op de derde plaats. Vandaar mijn eerdere huiver. Maar ik ben optimistisch. Twee weken op het platteland van Ierland, met voldoende tijd om te verpozen bij het haardvuur in deze of gene pub, moet voldoende zijn om het te lezen. Of om het weg te leggen.
Martin Lok
Van de internationaal bekende Oekraïense schrijver, dichter en rockster Serhiy Zhadan (1974) zijn twee van zijn twaalf romans in Nederlandse vertaling verschenen, maar zijn gedichten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog niet vertaald. Deze zomertip betreft een Engelse vertaling en is tegelijkertijd een pleidooi voor een uitgave in het Nederlands. How Fire Decends is een bundel met nieuwe en oude gedichten die in 2023 (Yale University Press) verscheen. Een keuze uit de bundels Psalms to Aviation (2021), List of Ships (2020), Antenna (2018), Templars (2016) en de laatste New Poems (2021-2022) zijn afkomstig van zijn Facebook-website, waaronder ook gedichten van na de Russische inval.
Zhadan is geboren in Staroblisk, een stad in Luhansk (Oost-Oekraïne) en hij woonde het grootste deel van zijn leven in Charkiv. Hij is activist vanaf de Oranje Revolutie (2004) en daarna de Maidan Revolutie (2013 – 2014). In het voorwoord schrijft Ilya Kaminsky dat Zhadan en zijn landgenoten werden bestormd door een pro-Russische menigte en hij gedwongen werd de Russische vlag te kussen. Hij weigerde, werd geslagen en liep een hersenschudding op. Deze dramatische gebeurtenis had invloed op zijn poëzie die een documentaire wending onderging.
De landschappen in het oosten van Oekraïne zijn aanwezig in al zijn werk, ook in de gedichten. Een fragment uit een langer gedicht: ‘The mutilated landscape clenches its teeth / framed by the light / slashed by moonlight / Pain and hope unite us / in the openings of the dark sky.’
In zijn laatste in het Duits vertaalde bundel schrijft Zhadan: ‘Voor het eerst had ik de behoefte mijn gedichten te dateren. Omdat de context meer betekenis had dan de tekst zelf. De gedichten van de laatste jaren verliezen hun autonomie, hun onafhankelijkheid, ze lijken steeds meer op een dagboek. Dat helpt het gevoel voor de tijd (…) niet te verliezen. De tijd betekent tegenwoordig veel, ze getuigt van je vaardigheid te spreken, je onvermogen te zwijgen.’
Ronald Bos
Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederlanddoor Gilles Dorleijn en Wiljan van de Akker beschrijft in meer dan 1000 pagina’s de vermeende ‘revolutie van Tachtig’. Het prachtig uitgegeven kloeke boek is ja en nee een literatuurgeschiedenis zeggen de schrijvers. ‘Nee’ want het beperkt zich tot de poëzie van Kloos en de zijnen en haren, ‘ja’ want de werkelijke invloed van de nieuwe dichters en hun nieuwe werk is in een breed literair kader onderzocht. In 41 hoofdstukken geven de beide emeritus hoogleraren een empirische basis aan, en een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis, de canon en gevestigde namen. Ze laten zien dat de nieuwe poëzie niet meer in dienst staat van kerk, kapitaal of politiek, maar een eigen scheppingsplan heeft. Dorleijn en Van den Akker spreken van een ‘autonomie +’. Met zijn twee kilo is het boek niet geschikt om mee te nemen op fietsvakantie maar het is wel een fijn boek om zo nu en dan wat hoofdstukken in te lezen. Of noem ik als eerste tip toch Tom Lanoys veelgeprezen ReinAard-bewerking?
De baptisten moet een heerlijke roman zijn over hoofdpersoon Marten en muziekmaten, jongens uit gelovige dorpen in het noordoosten van Friesland. Een opgroeiroman tegen het decor van de opkomst en ondergang van hun band en van een kerkleven dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en door iedereen gerespecteerd wordt. Het vraagstuk van het verdampende geloof in de wellicht wat pedant-atheïstisch westerse cultuur met minachting voor religie wordt kritisch benaderd door hoofdpersoon Marten, geboetseerd naar de schrijver zelf. Nyk de Vries (1971) is al meer dan twintig jaar actief als schrijver, muzikant en literair performer. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân. Hij is geboren en getogen in het Friese Noordbergum, heeft in Groningen gestudeerd en woont nu al jaren met zijn gezin in het zoals hij zelf zegt ‘gegentrificeerde’ Amsterdam-Oost. Hij weet dus waarover hij praat. ‘Ik voel me een intermediair tussen stad en platteland, geloof en ongeloof’, zegt hij zelf. Of noem ik Berghonger van de bergminnende filosofe Fleur Jongepier als eerste tip? Jongepier beschrijft berghonger, een bergzelf en bergmelancholie in dit zelfonderzoek dat mag leiden tot het opnieuw afstellen van het kompas van het leven.
Dilemma vanErna Barth is een recent verschenen young adultboek. Hoofdpersoon Mick doet mee aan de eindronde van de filosofie-olympiade. Als hij wint, kan hij met het prijzengeld zijn vervolgstudie betalen; hij wil namelijkgraag naar de landbouwhogeschool in Wageningen en later de boerderij van zijn ouders overnemen. Zijn vader ziet dat niet zitten. Hij heeft namelijk lang geleden tegen zijn zin zijn carrière als financieel directeur op moeten geven, is in plaats van tijdelijk, structureel ‘boer’ geworden en ziet liever dat zijn zoon een studie kiest ‘met meer perspectief’. Mick is stiekem naar de olympiade afgereisd. Hij komt daar in een rare situatie terecht waar in plaats van een serieuze filosofiewedstrijd vooral intriges en dubbele agenda’s een rol lijken te spelen. Spanning gegarandeerd dus! Daarnaast komen de beroemdste filosofen en filosofische begrippen langs in dit boek, dat opent met Aristoteles’ wijsheid ‘Twijfel is het begin van alle wijsheid’.
Joke Aartsen
In mijn boekenkast staat de boeken van Simone de Beauvoir, favorieten uit mijn twennertijd. De tweede sekse,Alle mensen zijn sterfelijk, De mandarijnen, Bloed van anderen,Met kramp in de ziel, Een wereld van mooie plaatjes en Uitgenodigd. Boeken die kort na WO II geschreven en gepubliceerd zijn en heruitgegeven werden in de jaren ’80 door Agathon in een vertaling van Ernst van Altena. De maatschappelijke onderwerpen zoals existentialisme, feminisme en het patriarchaat zijn de hoofdthema’s van Simone De Beauvoir, hoewel zestig, zeventig jaar geleden geschreven zijn ze nog steeds verrassend actueel.
Uitgenodigd nam ik uit de boekenkast van mijn moeder. Ik bewaar sterke herinneringen aan die eerste lezing, er ging een wereld voor me open. Wanneer ik de eerste zinnen herlees, beleef ik hetzelfde als toen.Uitgenodigd is een sleutelroman, die gaat over een driehoeksverhouding tussen Pierre (Sartre), Francoise (De Beauvoir) en Xavière Pagès, (de Russische Olga) een jong meisje dat het echtpaar uitnodigt bij hen te komen wonen. De spanning tussen Francoise en Pierre wordt sterk opgebouwd. Want hoe feministisch en vrij van geest de echtelieden ook zijn, zodra jaloezie om de hoek komt kijken, is geen enkele relatie meer veilig. Tijd voor een herlezing, want alles is weggezakt.
De mandarijen las ik negen jaar geleden, ik kwam mijn eigen recensie op Goodreads tegen. Het is een dikke pil met autobiografische aspecten. Een groep intellectuele Parijzenaren discussieert over de huidige wereld, koude oorlog, Algerijnse oorlog, waarin verzetsman Henri, (Albert Camus) een belangrijke rol speelt. Anne’s (De Beauvoir) innerlijke twijfel en haar uiterlijke beschaafdheid is sterk, ook de ongelijkwaardige strijd tussen man en vrouw wordt duidelijk. De mannen doen maar en de vrouwen zorgen. Dat intellectuele vrije klimaat, zonder enige bekrompenheid waarin toch ook niet alles pais en vree is, vind ik heel verfrissend. Erg genoten van dat boek. Tijd voor een nieuwe ontmoeting.
Met kramp in de ziel is eigenlijk de Beauvoirs debuut, hoewel het pas in 1979 werd gepubliceerd. Ze was nog geen dertig toen ze, gebaseerd op haar eigen leven, aan de hand van vijf portretten van jonge vrouwen beschreef hoe ze zich ontworstelde aan het katholieke milieu. Vijf korte verhalen met eenzelfde thema die een eenheid vormen.
Marjet Maks
Deze zomer heb ik besloten de boeken nog eens te lezen die ik meenam toen we mijn moeders huis uitruimden. Het betreft romans van Daphne du Maurier: Rachel,Janet, De kopermijn, Herberg Jamaica en van Pearl S. Buck: Oostenwind, westenwind en Het trotse hart. Boeken die verschenen tussen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de Margriet-bibliotheek, gebonden exemplaren met een linnen kaft. Vaak was de vertaling geautoriseerd, wat betekende dat er flink in de tekst gesnoeid was.
Nobelprijswinnaar van 1938, Pearl Buck – door William Faulkner smalend ‘China hand Buck’ genoemd (hij kreeg de Nobelprijs pas elf jaar later) – schreef over China, het land waar ze opgroeide en waarnaar ze altijd heimwee bleef hebben. Bettine Vriesekoop schreef een biografie over haar, Het China-gevoel van Pearl S. Buck.
Daphne du Maurier was een schrijfster met een heel complex karakter. Ze hield niet van publiciteit en trok zich meestal terug in haar geliefde Cornwall. Rebecca is haar beroemdste roman, maar voor mij is Rachel (vertaling van: My cousin Rachel) net iets beter. Steeds als ik het boek gelezen heb – en dat is al heel vaak – vraag ik me af of de hoofdpersoon onschuldig was of een berekenende intrigante. Misschien kom ik er na deze keer lezen achter.
Als ik praat over het werk van Sylvia Plath, reageren de meeste mensen met: ‘Oh, die vrouw die haar hoofd in de oven heeft gestoken omdat haar man vreemdging’. Dat kan me erg kwaad maken: ze heeft verdorie wel meer betekenis verdiend dan alleen om haar zelfgekozen dood herinnerd te worden. Om mezelf en anderen ervan te overtuigen hoe groot zij was als dichteres, heb ik me voorgenomen mijn oude bundel Collected Poems van haar nog eens door te nemen. Haar gedichten zijn zo persoonlijk en oprecht, dat je het gevoel krijgt haar gekend te hebben, al zijn diezelfde gedichten verre van gemakkelijk. Haar eerste bundel The Colossus bevat nog niet het dramatische werk dat pas met Ariel naar voren komt. Ik weet dat veel literatuurliefhebbers zich in twee kampen verdeeld hebben: de Plathianen, die zich zo fel keren tegen haar echtgenoot en collega-dichter Ted Hughes dat ze zelfs geprobeerd hebben zijn naam van haar grafsteen af te krijgen, en een partij die Hughes verdedigt door dik en dun, maar ik hou van het werk van beiden. Connie Palmen schreef in haar roman Jij zegt het over het huwelijk van Plath en Hughes, gezien door de ogen van Hughes.
Al mijn boeken van Isaak Babel heb ik weggegeven (behalve de dagboeken en briefwisselingen) en ik heb daarvoor in de plaats Alle verhalen van Isaak Babel gekocht in de vertaling van Froukje Slofstra. Een paar jaar geleden heb ik me op de boekenmarkt in Dordrecht ervan laten overtuigen dat haar vertaling beter is dan die van Charles B. Timmer uit 1972. Bij de kraam van uitgeverij Van Oorschot – die al sinds 1953 de Russische Bibliotheek beheert – vertelden ze me dat waar Timmer twintig woorden nodig heeft om een zin van Babel te vertalen, Slofstra het met vijf woorden af kan. Dat is precies zoals Babel zelf te werk ging: schrappen en nog eens schrappen, totdat alleen het hoognodigste overbleef. Hij had dat geleerd van de door hem zo bewonderde Gustave Flaubert en Guy de Maupassant.
Ik was een beetje huiverig om eraan te beginnen uit angst dat het zou tegenvallen, maar deze zomer zal ik de verhalen van Babel opnieuw lezen, deze keer in de vertaling van Slofstra. Ik begin met De Rode Ruiterij, omdat dat een van de mooiste, gruwelijkste, indrukwekkendste verhalenbundels is die ik ken.
Hettie Marzak
De keuze of ik een roman, studieboek of dichtbundel pak, wordt vooral ingegeven door waar ik op een bepaald moment zin in of behoefte aan heb. Ze liggen altijd alle drie binnen handbereik. Ook tijdens mijn vakantie. Mijn romankeuze wordt ingegeven door het land waar ik dit jaar met vakantie naar toe ga, namelijk Engeland: Wij van de Ripettavan Tomas Lieske. Een roman waarin de schilder Caravaggio de schrijver Shakespeare ontmoet, waarin twee kunsten elkaar ontmoeten. Caravaggio en Shakespeare raken met elkaar bevriend. Een fictief verhaal. Volgens een recensie van Lieke van den Krommenacker wacht mij een ‘levendige, komische en kunstige historische roman die je onherroepelijk ook aan het denken zet over het heden’. De titel verwijst naar een steegje, de Via di Ripetta in Rome, waar ze niet zitten te wachten op een buitenlander zoals Shakespeare.
Ik voel me in de hele wereld thuis van Rosa Luxemburg ga ik lezen ter voorbereiding op een filosofie leesclub met als thema ‘Liefde en verzet’. Brieven van politica, filosofe en activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) met een nawoord van Joke Hermsen. Hermsen schrijft dat toen ze Luxemburgs ‘brieven voor het eerst las, [ze] niet alleen werd getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak’. Tijdens een vakantie in Berlijn ben ik eens naar de brug gelopen waar Luxemburg in 1919 door soldaten in het Landwehrkanal was gegooid. Ik heb altijd wat met Lieux de mémoires gehad, maar dit was wel een heel lugubere plek om tijdens je vakantie te bezoeken.
De dunne dichtbundel die ik meeneem (het moet allemaal maar in de koffer passen) is Vergeten liedjes van P.C. Boutens. Op een dag kwam ik een gedicht hieruit, – het bleek het laatste te zijn – tegen in de mailing ‘Laurens Jz. Coster – iedere werkdag een gedicht’ (redactie Raymond Noë). Toen ik het doorstuurde aan een van mijn vrienden, zei hij dat hij het helemaal bij mij vond passen. Is het ‘t zoeken naar een ‘hogere werkelijkheid’ die mij bij Boutens aanspreekt, zijn filosofische insteek, het verlangen naar eenheid, of het wat intellectualistische dat P.N. van Eyck hem verweet? Ik ga het ontdekken. Elke dag een gedicht op papier. Als een bonbon die je langzaam moet proeven. Alleen geen Engelse ben ik bang. Dat dan weer niet.
Drie filosofisch getinte boeken die aan het denken zetten, geschreven in een poëtische taal, levendig en sprankelend schijnt. Het moet raar lopen willen ze niet met elkaar in gesprek gaan. En met mij, als lezer, waarin ze een eenheid hopen te vinden.
Els van Swol
De terugkeer van de charlatan van Jo Komkommer gaat over vervlogen dagen en mensen die er niet meer zijn. Vanuit zijn herinnering en gesprekken met anderen schrijft hij over zijn vader, of over een collega uit de hotelbranche waarin Komkommer dertig jaar werkte. Het zijn prachtige kleine biografieën. Ook over die jaren in dat boetiekhotel in Antwerpen schrijft hij. Wie hij daar ontmoette, acteurs, schrijvers, hoe er gewerkt werd, de collegialiteit. Daartussendoor het verlangen naar een zweempje roem. Hoe hij Isabella Rosselline steeds opnieuw in zijn herinnering het hotel ziet verlaten. Met een citaat van Karel van het Reve, over een een Duitse man die hij voor de oorlog kende, (… Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gegearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?) opent het boek. Denken aan dingen en mensen tegen het vergeten. Jo Kommer toont zich een liefdevol schrijver met een zweem van weemoed. Prachtig boek!
De wereld in 48 stukken van Menno Hartman laat me verwonderen over dingen waar ik niets van weet. Bijzondere dingen, die aan het licht komen als je de wereldkaart in stukken opdeelt, je focust op een deel daarvan. Wat Hartman deed, hij knipte de wereldkaart in 48 stukken. Hoe de wereld zich dan aan je voordoet. Waar de dingen begonnen, connecties in landslijnen, culturen. Een stuk over Mexico begin over vleermuizen, dan over Rebecca Solnit die schrijft over Tina Modotti die een rol speelde in de Mexicaans communistische beweging waar ook Diego Rivera en Frida Kahlo bij betrokken waren, en eindigt met een gedicht van Octavio Paz. In twee en een halve bladzijde ontstaat een hele wereld. Ook Hartman schrijft vanuit herinneringen, vele delen op de wereldkaart bezocht hij zelf. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk, het persoonlijke ontdekken, zijn kennis van de wereldliteratuur, het zoeken naar het verhaal achter de dingen. Dit alles verweven in 48 fijn geschreven stukken. Een boek als een schatkist.
Pooltochten dromen van Erik Harteveld is een klein brievenboek. De blinde Anselm Bijvoet zoekt via de mail contact met de schrijver. De briefwisseling houdt drie maanden stand (10 april – 18 juli 2024). De blinde maakt de schrijver deelgenoot van de reizen die hij d.m.v. een brailleglobe met reliëf maakt. ‘Vanmiddag ga ik eens de tocht van Nansen naar de Noordpool herbeleven.’ Maar is ook nogal kriegelig over het gemak waarmee Harteveld zijn brieven beantwoord. En dan het mysterie van de ouders van Anselm die tijdens een oudejaarsnacht bij een brand in het tuinschuurtje zijn omgekomen. Of hij daar de hand in had? De vraag van de schrijver of zijn ouders oliebollen in het schuurtje bakten waardoor brand ontstond, wordt genegeerd. Na een tiental brieven schrijft Harteveld, ‘Ik ben er nog niet uit of je een grapjas bent of gewoon een vervelend mannetje.’ Na wederzijdse irritaties komt er een kentering, een toegeven aan elkaar, maar ook elkaar door hebben. Over de kracht van het woord en alles wat verzonnen is. Een pareltje, mysterieus ook (waarom schrijven mensen elkaar?).
Ingrid van der Graaf
Ingezonden lezersreactie:
Deze vakantie neem ik het Verzamelde werk van Kafka mee, het ligt al een week achter de voorruit in de helle zon te versmoren, het is te heet om te lezen in Zuid-Frankrijk maar morgen gaan we naar koelere oorden, Kafka vind ik geweldig, zijn korte en langere verhalen. ‘Een plattelandsdokter’ bijvoorbeeld is meeslepend, geestig, hij komt handen te kort:’De moeder staat bij het bed en lokt mij erheen; ik volg haar en leg, terwijl een der paarden luidkeels naar de zoldering hinnikt, mijn hoofd op de borst van de jongen, die rilt onder mijn natte baard.’
Mijn zoon (21) leest bij gebrek aan digitalia Madame Bovary van Gustave Flaubert. Hij weet nu wat ‘drie morgens land’ betekent, maar hij vindt het traag, weinig spanning tot nu toe. maar toch mooie beschrijvingen van kunstvoorwerpen en chateaus…Voor een bijna niet van zijn telefoon los te weken jongere is hij toch zeer belezen: Hertmans, Gospodinov, The prophet song. Tom Sawyer vond hij het mooist, vanwege de spanning en de beschrijvingen van het oude Amerika.
Halverwege Schuilplaats voor andere tijden van de Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov bekruipt de lezer een benauwend gevoel. Geleidelijk gaan de gedachten uit naar stromingen – Poetin voorop – die terug willen naar een romantisch beeld van hun land uit het verleden. Het verhaal wordt vooral benauwend omdat de roman dan een wending neemt die in al zijn absurditeit niet eens zo onvoorstelbaar is vanwege de parallelle situaties die in de recente geschiedenis zijn terug te vinden.
Gospodinov schept meteen verwarring met de ‘disclaimer’: ‘Alle echte personen in deze roman zijn verzonnen, alleen degenen die verzonnen zijn, zijn echt’. Al snel in de roman krijgt dat een uitwerking in een mystificatie als de ik-figuur naar aanleiding van een minuscuul berichtje in een daklozenkrant over een psychiater-gerontoloog die Gaustin heet, vertelt dat hij die man nu in levenden lijve wil ontmoeten; Gaustin, een man die hij ooit zelf verzonnen had: ‘Of misschien was het andersom, ik weet het niet meer’.
Van Gospodinov is in Nederland één andere roman bekend, De wetten van de melancholie uit 2015. Ook daarin treedt ene Gaustin op; hij is er de ‘enige vriend’ van de verteller en een gesjeesde student filosofie. En zoals in die roman een mysterieuze Gaustin uit de 17de eeuw passeert, zo wordt in Schuilplaatsvoor andere tijden ene Gaustin van Arles uit de dertiende eeuw opgevoerd.
Zwerver door de tijd
Gaustin vergezelt auteur Gospodinov (uit wiens leven we feiten herkennen in de ik-figuur) al langer. Er zijn bijvoorbeeld het korte verhaal ‘Gaustin, of de man met de vele namen’ uit een verzameling uit 2001 en de gedichtenbundel ‘Brieven aan Gaustin’ van enkele jaren later (beide niet in het Nederlands vertaald). Het genoemde verhaal is in gewijzigde vorm trouwens opgenomen als hoofdstuk 5 van het eerste deel van Schuilplaats voor andere tijden.
Gaustin is een man die zwerft door de tijden en geobsedeerd is door herinneren en vergeten.
Georgi Gospodinov werd geboren in 1968 in Bulgarije, toen dat deel uitmaakte van de Sovjet-Unie terwijl dat jaar in West-Europa studentenrevoltes plaatsvonden en Praag een hard neergeslagen Lente kende. Het is een jaar dat in Schuilplaats voor andere tijden regelmatig opduikt, net als de datum 1 september 1939, de dag dat nazi-Duitsland Polen binnenviel. Verschillende biografische gegevens van Gospodinov, zoals zijn geboortejaar, zijn in de ik-figuur terug te vinden, maar auteur en verteller vallen op veel andere punten duidelijk niet samen.
Bakeliet
De roman zet in met de ontmoeting tussen de verteller en Gaustin tijdens een literair seminar, nadat de laatste nogal luidruchtig in het restaurant een portie zure room bestelde en daardoor de aandacht trekt van de overvloedig rakijadrinkende verteller. Het leidt tot een nadere kennismaking met deze uitzonderlijke figuur waaruit de verteller te weten komt dat Gaustin bezig is met het opzetten van een kliniek waarin hij dementerende ouderen plaatst in een omgeving uit het verleden waaraan zij de duidelijkste herinneringen hebben. De kliniek wordt snel verder uitgebreid met verdiepingen die elk hun eigen tijd en herinneringen hebben. De jaren zestig-etage was bijvoorbeeld ingericht met een bakelieten platenspeler, hoezen van Beatles-lp’s, tijdschriften en kranten uit dat decennium en behang en stoffering uit die tijd. De beschrijving is af en toe wrang humoristisch. Negentigjarige Alzheimerpatiënten worden bijvoorbeeld bewust op de begane grond geplaatst: de patiënten hoeven dan immers geen trappen te lopen en bovendien kon je ‘de kelder eronder gebruiken (..) als schuilkelder, en dat maakte de beleving van dit decennium nog authentieker’. Zo is ook de verdieping voor de jaren vijftig verdeeld in een oostelijk en een westelijk deel door een houten deur die het IJzeren Gordijn moet symboliseren.
De ideeën worden nog later verbreed tot het plan een hele stad volgens die principes in te richten. Er ontstaan echter problemen als niet alleen Alzheimer-patiënten worden verzorgd, maar ook familie en vrienden en mensen die zich in hun huidige tijd niet thuis voelen, er willen worden opgenomen.
Abba of Ikea
Schuilplaats voor andere tijden wordt echter angstaanjagend als landen politieke munt uit het succes willen gaan slaan: de EU gaat een referendum organiseren waarin inwoners van een land mogen kiezen voor een terugkeer naar hun geliefde tijd. Onmiddellijk herinner je je als lezer het Brexitreferendum en de referenda die Poetin organiseerde in de Krim en het oosten van Oekraïne. De politieke strijd gaat allereerst over de vraag welke landen überhaupt mee mogen doen. ‘Groot-Brexitannië’ valt af, maar het neutrale Zwitserland mag wel meestemmen. Uiteindelijk leidt de uitslag van het referendum tot nieuwe grenzen, samenhangend met de verschillende tijdvakken waarnaar de landen terug willen. De grenzen van de EU-landen lopen ineens langs andere lijnen: Spanje, Frankrijk en Duitsland kiezen voor de tachtiger jaren en in Zweden is het lang spannend tussen fans van de jaren vijftig (de eerste IKEA-catalogus) en die van de jaren zeventig (opkomst van ABBA). Opvallend is overigens – iets dat Gospodinov nergens benadrukt – dat geen enkel land voor de eigen tijd of zelfs maar de 21ste eeuw kiest. Impliciet leven we volgens hem blijkbaar in een ongelukkige wereld met een grote hang naar nostalgie.
Zoals te verwachten roept de herschikking als gevolg van het Europese referendum snel verhitte discussies op tussen vóór- en tegenstemmers, maar ook omdat deze nieuwe scheidslijnen praktische problemen opleveren en af en toe geboycot worden. ‘Wat geeft een natiestaat je eigenlijk?’, vraagt de verteller zich op een gegeven moment af: ‘Hij geeft je zekerheid, dat je weet wie je bent, dat jij daar bent te midden van al die anderen, die zijn zoals jij, die dezelfde taal spreken en zich dezelfde dingen herinneringen (…) En tegelijk heeft iedereen last van dementie als het gaat om andere zaken. Ik weet niet meer wie dat ooit heeft gezegd, dat een natie bestaat uit een groep mensen die het eens zijn over de dingen die ze onthouden en vergeten’ (volgens Gospodinov was dat Ernest Renan, die dat in de 19de eeuw al zei).
God heeft dementie
Gospodinov associeert er. aan de hand van kernbegrippen als vergeten, verlangen en geheugen op los. Daardoor raak je als lezer de draad wel eens kwijt. Daar staan echter tal van kernachtige (soms paradoxale) bespiegelingen tegenover die je aan het denken zetten: ‘Hoeveel verleden kan een mens verdragen?’; ‘Als niemand zich iets herinnert, is alles mogelijk’; ‘het ergste van dit verstoppertje spelen was om te beseffen dat niemand je meer zocht’; ‘God is niet dood. God is vergeten. God heeft dementie’.
Een bijzonder plezier voor de veellezer zijn de talloze verwijzingen naar beeldende kunst en literatuur (Brecht, Auden, Borges enzovoort), de parafrases van beroemde zinnen (uit Moby Dick en Anna Karenina) en in het oproepen van de sfeer van schilderijen, zoals Tussen klok en bed van Munch.
In de krachtige slotstukken blijkt het leven na het Europese referendum nog slechts te bestaan uit re-enactments van historische gebeurtenissen die nu misschien anders zullen eindigen of die je nog eens wilt herbeleven: de inval van Hitler in Polen in 1939, de moord in Serajevo in 1914, de moord in het Weense Burgtheater in 1925. En misschien schiet Rensenbrink nu niet op de paal. Ja, ook dat moment komt voorbij in Schuilplaats voor andere tijden als Alzheimerpatiënten op hun jaren zeventig-etage de WK-finale tussen Argentinië en Nederland uit 1978 beleven alsof ze hem voor het eerst zien.
De wetten van de melancholie laat zich nog het beste omschrijven als een land dat je voor het eerst bezoekt: je weet niet wat je ziet en probeert het te vergelijken met iets dat je kent. Je hebt geen referentiekader, maar tegelijkertijd bevalt het je wel en smaakt het naar meer.
De roman van de Bulgaar Georgi Gospodinov is een ontdekkingstocht van pagina naar pagina, maar een einddoel is er niet. We springen als lezer van herinnering naar herinnering, van anekdote naar anekdote – zaken die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, gaan in dit boek als een stel atomen tijdelijke verbintenissen aan. Met De wetten van de melancholie schotelt Gospodinov de lezer een labyrint van verhalen voor, waarin niet altijd duidelijk is wat op feit en wat op fictie berust. Sterker nog – het is in het begin niet eens helder wie er aan het woord is. Is het Gospodinov zelf, is het een alter ego, of zijn er meerdere vertellers? Zomaar een greep uit de proloog:
Ik ben geboren aan het einde van augustus 1913 als een menselijk wezen van het mannelijk geslacht. […] Ik ben twee uur voor zonsopgang geboren als een fruitvlieg. […] Ik ben geboren op 1 januari 1968 als een menselijk wezen van het mannelijk geslacht. […] Ik ben altijd geboren geweest. […] Ik ben nog niet geboren. […] Ik ben geboren op 6 september 1944 als menselijk wezen van het mannelijk geslacht. […] Ik herinner me dat ik geboren ben als een rozenbottelstruik, een patrijs, een Ginkgo biloba, een slak, een wolk in juni. […] Ik zijn.
Eindeloze empathie
Die schizofrene verteltrant houdt zo’n pagina of vijftig aan, dan besluit de ik-verteller de lezer hulp te bieden in de manier waarop dit boek gelezen dient te worden. We hebben wel degelijk te maken met één verteller, maar die kan zich door een psychische aandoening in andermans gedachten verplaatsen. Zijn extreme empathie zorgt ervoor dat hij zich telkens weer verliest in de herinneringen van anderen. Hij kan rondwandelen in hun verleden en hun belevenissen. Als kind is hij zelfs zo empathisch dat hij kan meevoelen met een slak, een plant of een ander natuurverschijnsel. Naarmate hij ouder wordt, verliest zijn aandoening aan kracht en sluit de wereld zich om hem heen. Voor iemand wiens wereld altijd schier oneindig leek, moet dat een beangstigend proces zijn. De melancholie van de hoofdpersoon, die het einde ziet naderen in zijn donkere kelder, wordt sterk invoelbaar gemaakt door Gospodinov.
Schijnveiligheid
Door alle essays, of korte verhalen, of hoe je de flarden ook noemen wil, meandert de klassieke mythologie. Met name de Minotaurus, veroordeeld tot een eenzaam leven in het donkere doolhof van Daedalus, kan rekenen op de sympathie van de ik-figuur. Hij voelt zich verbonden met het wezen, dat net zoals hijzelf, zijn vader en zijn grootvader veel tijd spendeert in duisternis. Grootvader, een soldaat in de Tweede Wereldoorlog, is maanden aan bed gekluisterd geweest in de kelder van een Hongaarse vrouw. Wanneer hij terugkeert in Bulgarije moet hij opnieuw een paar maanden verborgen worden in een donkere ruimte, omdat zijn naam al in het oorlogsmonument gebeiteld staat. Vader is een mijnwerker en ziet nauwelijks daglicht en de ik-figuur zit als kind hele dagen alleen in het souterrain waar hij met zijn ouders woont. En op een hoger niveau: het hele Oostblok is een doolhof waaruit niet te ontsnappen is. Het mythologische wezen en de verteller zijn één, het verleden en het heden, de mythe en de realiteit zijn niet van elkaar te onderscheiden. Het leven of de wereldgeschiedenis is geen logisch verhaal en heeft met causaliteit niets te maken: de mens probeert echter structuur aan te brengen in de chaos en creëert daarmee een soort schijnveiligheid voor zichzelf.
De empaat beseft dat en in plaats van de grote lijnen te zien, ontwikkelt hij een obsessie met het alledaagse en het kleine. Juist de willekeur van de hem omringende wereld fascineert hem en hij begint allerhande voorwerpen en herinneringen te verzamelen zonder daar enige logica in aan te brengen. Overal zet hij vraagtekens bij en benadrukt dat absolute waarheden niet bestaan.
Fragmentatie De wetten van de melancholie is geen typische roman, en werpt meer vragen op dan het beantwoordt. Het laat zien dat logica een illusie is en dat deze associatieve en mijmerende manier van vertellen de enige mogelijke is. Het is een boek dat uitnodigt voor een postmodern experiment: waarom zou je de fragmenten in de voorgestelde volgorde lezen? Beter zou het zijn elk fragment op een los vel te schrijven, op een grote hoop te gooien en zomaar wat passages te lezen. Laat die atomen steeds maar op een andere manier een verbintenis aangaan, laat het maar doordringen dat taal geen enkele zekerheid biedt. En zelfs: realiseer je dat je geen essentie hebt en slechts bestaat uit een berg ervaringen en anekdotes, die ongrijpbaar zijn. Het is ongelooflijk, maar waar: na het lezen van De wetten van de melancholie is de wereld veranderd. Ik ben niet meer dan een Idee, die zijn tijdelijke intrek heeft genomen in mijn lichaam.
In de sporen van Borges
Gospodinov heeft een bijzonder originele ‘roman’ (is dit een roman? Het is eerder een organische en chaotische brij die constant verandert, terwijl de term roman pretendeert dat we hier met iets definieerbaars te maken hebben) geschapen, die interessante vragen opwerpt. Het is absoluut geen boek om in één adem uit te lezen, daarvoor is het te complex. Hier is een rasverteller en een filosoof aan het woord, een man die schrijft in de traditie van de Argentijn Jorge Luis Borges. Er had nog één motto aan het boek toegevoegd mogen worden, dat exact beschrijft wat er in De wetten van de melancholie gebeurt:
No estoy seguro de que yo exista, en realidad. Soy todos los autores que he leído, toda la gente que he conocido, todas las mujeres que ha amado. Todas las ciudades que he visitado, todos mis antepasados.
Ik weet eigenlijk niet zeker of ik wel besta. Ik ben alle schrijvers die ik ooit gelezen heb, alle mensen die ik ontmoet heb, alle vrouwen die ik heb liefgehad. Alle steden die ik heb bezocht, al mijn voorvaderen. – Jorge Luis Borges