• Zwarte bladzijden

    Zwarte bladzijden

    Schrijver Erno Pickee en tekenaar Harits Farhan maakten de graphic novel Molo Uku. Erfenis van de gouden eeuw, het eerste deel van wat een vijfdelige reeks moet worden. Pickee, wiens moeder Moluks is, schreef een verhaal dat de erfenis van de gouden eeuw vanuit een kritische invalshoek belicht.

    De term ‘gouden eeuw’ is een nostalgisch ophemelende term in de nationale geschiedschrijving. Het gaat om een omschrijving van de periode in de zeventiende eeuw waarin de basis werd gelegd voor de rijkdom van wat nu Nederland is. En wel door de activiteiten overzee van de Verenigde Oostindische Compagnie, de VOC. Deze VOC heeft onder velen in Nederland een positieve reputatie, zelfs onder historici (‘Die VOC mentaliteit! Toch?’). Pickee en Farhan maken in hun album duidelijk dat die reputatie niet gebaseerd is op nobel handelen in de zeventiende eeuw. Hun album is nadrukkelijk geen nostalgisch werk. Het is een eerder een zwartboek en de tekeningen zijn dan ook geplaatst op zwarte bladzijden, wat niet subtiel is, maar wel terecht.

    Moluks perspectief

    De VOC-kapitein De Vries wordt als de onbetrouwbare ander getoond. De VOC, de eerste Nederlandse multinational, had belangstelling voor de kruidnagels van de Molukse eilanden. Met vals handelen weet De Vries het vertrouwen van de Molukkers te winnen. Door rigoureus het perspectief van de Molukkers te kiezen, wordt de Nederlandse lezer, of in ieder geval diegene die weinig van dit deel van de geschiedenis weet, de mogelijkheid geboden om eens niet mee te leven met ‘onze jongens’.

    Er zijn politici die vinden dat de schaduwzijden van de nationale geschiedenis niet belicht moeten worden, terwijl wij als maatschappij toch voortkomen uit alle handelwijzen van onze voorouders, ook de twijfelachtige. Mensen die slechts een gouden eeuw willen belichten, zijn op zijn best leugenaars en op zijn slechtst mensen die, als ze de kans zouden krijgen, de fouten van het verleden zouden herhalen. De auteurs trekken zelf de parallel met het heden niet nadrukkelijk, dat zou het vertellen van het alternatieve geschiedverhaal verstoord hebben. Toch maken ze indirect duidelijk dat er wel degelijk lessen uit het verleden kunnen en moeten worden getrokken. De nadruk op het erfgoed die ook uit de ondertitel van het album blijkt, laat zien dat ze oog hebben voor de betekenis in het hier en nu van wat er uit het verleden overgeleverd is. 

    Vaardige tekeningen tonen belang van Moluks erfgoed

    De tekeningen van de Indonesiër Farhan zijn vaardig. Het album is uitgevoerd in een Aziatische stijl, in een combinatie van realisme (decors) en halfrealisme (personages). De tekenstijl vergemakkelijkt het lezen niet, maar wie doorzet wordt beloond: het andere perspectief roept op tot meeleven met de slachtoffers van de geschiedenis, in plaats van tot een zwelgen in misplaatste trots over de winnaars van die geschiedenis.

    Het album opent met enkele bladzijden over de geschiedenis van de internationale handel in kruidnagels voorafgaand aan de zeventiende eeuw. Zo wordt er een historische context geboden, die het album ook geschikt maakt voor gebruik in het onderwijs. Het schema goed-fout wordt iets te opzichtig neergezet in dit album: de Molukkers zijn vooral nobel. Er wordt wel gesuggeereerd dat het tussen hen onderling niet per se pais en vree is. Hopelijk worden dergelijke verhaallijnen in de komende delen nog verder uitgewerkt.

    Het is goed dat het Molukse verhaal wordt belicht, ook om tot een beter begrip te komen van de Molukse gemeenschap in ons land en van wat de Molukkers aan negatief doorwerkende geschiedenis hebben geërfd door de aanraking met Nederlanders. Het is het belang van het Molukse erfgoed dat in deze bladzijden overtuigend getoond worden.

     

  • Oogst week 23 – 2024

    De bekentenis van Lúcio

    Sommige zelfmoordenaars halen de club van 27 net niet. Eén van hen is de Portugese schrijver Mario de Sá-Carneiro. In 1916 pleegt hij zelfmoord op 26-jarige leeftijd. In het semi-autobiografische De bekentenis van Lúcio (A confissão de Lúcio) schrijft De Sá-Carneiro over de 10 jaar die hij vastzat. Hij zou zijn beste vriend, Ricardo Loureiro, echter helemaal niet hebben vermoord. Maar hoe betrouwbaar is de hoofdpersoon eigenlijk, die gebukt gaat onder waanbeelden en depressies?

    De Sá-Carneiro gold na Fernando Pessoa als de toonaangevende Portugese dichter van de vroege twintigste eeuw. Onder meer Ted Hughes en Sylvia Plath verslonden zijn gedichten. In 2016 stond Portugal zelfs stil bij de 100ste sterfdag van de auteur. Naast De bekentenis van Lúcio schreef hij boeken als De vriendschap, De hemel staat in brand en Lieve Fernando Pessoa, een briefwisseling met de beroemde schrijver. Oud zou Mario dus niet worden. Een zoveelste jong talent, in de knop gebroken.

    De bekentenis van Lúcio
    Auteur: Mario de Sá-Carneiro
    Uitgeverij: Nobelman

    Molo Uku – Erfenis van de Gouden Eeuw

    Graphic novels zijn een perfect opstapje om jongeren aan het lezen te krijgen. Dit heeft docent, marketeer en schrijver, Erno Pickee, waarschijnlijk geïnspireerd tot Molo Uku. Dit stripboek vertelt over de VOC-tijd, maar dan vanuit het perspectief van twee Molukse jongens. Alfred Birney, die zich ergert over dat eeuwige Oeroeg van Hella Haasse en Max Havelaar van Multatuli op de ‘inclusieve’ boekenlijsten, kan zijn hart ophalen. Eindelijk een verhaal over ‘de Oost’, verteld dóór onderdrukten, en niet óver onderdrukten.

    Als een multinational waar Shell bij verbleekt, houdt de VOC huis in de zeventiende eeuw. De compagnie veroorzaakt hongersnoden, slavenhandel en duizenden doden onder de Molukkers. Nederland moet deze geschiedenis kennen en niet wegmoffelen onder het tapijt. Daarom geeft Pickee aan de InHolland lessen over integriteit en authenticiteit. Hopelijk levert Molo Uku, niet te verwarren met het mierzoete en eurocentrische tempo doeloe, een bescheiden bijdrage aan een zelfbewuster Nederland.

    Molo Uku - Erfenis van de Gouden Eeuw
    Auteur: Erno Pickee
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Voet in voet oog in oog

    Voet in voet oog in oog klinkt als een Bijbelse vergeldingsformule, maar dat is het niet. Elly Stolwijk beschrijft het lot van haar vader Fons, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in nazi-Duitsland tewerkgesteld is. Heel zijn leven zwijgt hij over deze zware jaren in Berlijn en Haucherthal. Ruim 450.000 teruggekeerde jongemannen doen hetzelfde tijdens de wederopbouw. Fons vertelt alleen dat hij iets deed in fabrieken met moertjes en schroefjes. Verder overheerst de schaamte om geen echt verzet te hebben gepleegd tegen de nazi’s.

    Elly Stolwijk, naast auteur ook kunstenares, schreef eerder al de poëziebundel Met liefde de vluchtige holte. Drie jaar geleden verscheen De laatste framboos, waarvoor het Poëziecentrum in Gent haar nomineerde voor de Poëziedebuutprijs. In dat werk kruipt Stolwijk in de huid van een vrouw die een kind verliest, precies wanneer de zwangerschap op haar eind loopt. Met Voet in voet oog in oog behandelt Stolwijk wederom een trauma: iets overleven zonder dat je er trots op wilt zijn.

    Voet in voet oog in oog
    Auteur: Elly Stolwijk
    Uitgeverij: In de Knipscheer