• Alledaagse situaties in Gaza

    Alledaagse situaties in Gaza

    De genocide in Gaza laat niemand onberoerd. In de zomer van 2023, enkele maanden voor het uitbreken van de oorlog, werd het project Stemmen uit Gaza opgezet, een initiatief van uitgeverij Jurgen Maas in samenwerking met de Nederlandse Hope Foundation. Dit project heeft als doel jaarlijks het werk van een Palestijnse auteur uit Gaza uit te geven in het Nederlands. De Hope Foundation wil onder andere via kunst, cultuur en onderwijs Palestijnse kinderen en jongeren in Gaza perspectief, verwerking van trauma en creatieve expressie bieden.

    Het eerste werk, de roman Een tuin voor verloren benen van Mahmoud Jouda werd goed ontvangen. Communicatie moeilijkheden door de oorlogshandelingen zorgden ervoor dat er tot dit jaar gewacht moest worden voor het tweede werk verscheen. Dat werd de verhalenbundel De man die achteromkeek. Dit werk van Amer Almassri biedt een uniek venster op het leven in Gaza. Almassri, een Palestijnse schrijver uit Gaza, richtte zich al vroeg op literatuur naast zijn ingenieursstudie. Hij beschrijft menselijke gevoelens en dagelijkse ervaringen tegen de achtergrond van een samenleving die gebukt gaat onder conflict, tradities en sociale beperkingen.

    Verhalen

    Acht verschillende verhalen die elk op hun eigen manier een inkijk bieden op het leven in Gaza. Telkens gebruikt de auteur een andere stijl en onderwerp, maar ze hebben gemeen dat de menselijke emoties en alledaagse worstelingen centraal staan. Zo is er het verhaal van Hazim, een voormalige welgestelde man die nu aardappelrooier is, en die geconfronteerd wordt met zijn vroegere geliefde, inmiddels getrouwd en moeder. Of Zainab, een jonge vrouw gevangen in een huwelijk en onder druk van familieverwachtingen, die uiteindelijk een belangrijke keuze maakt over haar eigen leven. En Wagon 10 naar Caïro waarin een bende jonge schoolmeisjes de trein neemt naar Caïro om te ontsnappen aan de beklemmingen van Gaza.

    Dat die trein allang niet meer bestaat, maakt het verhaal des te  pakkender. Andere verhalen spelen in op sociale conventies, genderongelijkheid, traditie versus verlangen, herinnering en verlies. Soms komt de dreiging van geweld en oorlog impliciet naar voren zoals in ‘Verjaardag in een schuilkelder’, of in de achtergrond van eengebeurtenis, maar zelden als direct politiek statement. De verhalen creëren een sfeer waarin alledaagse situaties – een trein die stilvalt, een vrouw die vastloopt in haar dagelijkse leven – worden doorspekt met betekenis en reflectie.

    Mensen

    Almassri’s stijl kenmerkt zich door een subtiel evenwicht tussen ernst en lichtheid. Zijn taalgebruik is concreet en beeldrijk, maar zonder veel overbodige woorden. Hij werkt vaak met symboliek en onverwachte, soms absurdistische wendingen. Humor, ironie en absurditeit worden afgewisseld met verdriet, heimwee en frustratie, waardoor de lezer zowel wordt geraakt als aan het denken gezet. De toon is niet moraliserend; het verhaal ontwikkelt zich door observaties, dialogen en de gedragingen van de personages. Vaak  zien we pas aan het einde wat de implicaties zijn van hun keuzes en omstandigheden.

    De personages in De man die achteromkeek zijn geen klassieke helden; het zijn gewone mensen, vaak arbeiders, moeders, geliefden, mensen die proberen hun waardigheid te behouden binnen sociale structuren die hen beperken. Ze worstelen met verlies, verplichtingen en verlangens, en hun menselijkheid en veerkracht worden zichtbaar in kleine handelingen, herinneringen en reacties op hun omgeving. Almassri gebruikt hen om universele thema’s te verkennen: verlies en herinnering, identiteit, sociale verhoudingen en genderrollen, en de veerkracht van het menselijk leven. Humor en absurditeit gebruikt hij om het contrast tussen het alledaagse en de soms harde realiteit van Gaza te benadrukken. De verhalen reduceren de werkelijkheid van Gaza niet tot oorlog of politiek, maar tonen hoe gewone mensen hun leven leiden temidden van beperkingen, dreiging en sociale druk. De bundel is een mooie illustratie van de gewone menselijke ervaring, waarin empathie en herkenning bij de lezer centraal staan.

    Veerkracht

    De verhalen in  De man die achteromkeek zijn aangrijpend, maar worden nooit sentimenteel. Almassri gebruikt een zeer toegankelijke, maar beeldrijke stijl en kan emoties en situaties overbrengen die anders moeilijk voor te stellen zijn. Sommige verhalen zijn wat kort en bieden daardoor te weinig ruimte voor diepgaande psychologische ontwikkeling van personages of duidelijke motivatie. Ook het gebrek aan expliciete (historische of politieke) achtergrondinformatie maakt het soms moeilijk om de verhalen volledig te kunnen plaatsen. Desondanks is de bundel geslaagd in het bieden van een authentieke stem uit Gaza.

    Verhalen over mensen die hun veerkracht tonen onder moeilijke omstandigheden. Een zowel emotioneel als intellectueel sterk geschreven verhalenbundel die de lezer toont over hoe mensen hun leven (moeten) leiden in moeilijke omstandigheden in het Gaza van vandaag en in conflictgebieden in het algemeen.

     

  • Oogst week 28 – 2025

    Oogst week 28 – 2025

    Valentino & De moeder

    De novelle Valentino van de Italiaanse Natalia Ginzburg (1916-1991) verscheen in 1957. Caterina vertelt het verhaal van haar broer, Valentino. Zijn ouders verwennen hem en hij groeit op in de wetenschap bijzonder te zijn. Zijn zussen daarentegen zien hem zoals hij werkelijk is: lui, apathisch, egocentrisch. Valentino is vooral geïnteresseerd in feesten, waar zijn studie aan de medische faculteit onder lijdt. Wanneer Valentino, uit het niets, zich verlooft met de rijke maar opvallend lelijke Maddalena is de familie geschokt, ze vertrouwen hem voor geen cent. Ginzburg, een van de grootste Italiaanse schrijfsters van de vorige eeuw, zet in dit korte verhaal een hele wereld uiteen van gecompliceerde familierelaties.

    In het korte verhaal De moeder dat in 1948 verscheen observeren twee jonge broers hun moeder. Een verhaal over een opvoeding in eenzaamheid, angst en hulpeloosheid, waarin de moeder zich niet kan conformeren aan de heersende, starre sociale normen. Een intiem en tragisch portret van een vrouw die weigert te accepteren dat moederliefde haar enige lotsbestemming vormt.

    Valentino & De moeder
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De man die achteromkeek

    De bundel De man die achteromkeek van de Palestijnse schrijver Amer Almassri ontstond dankzij het project Stemmen uit Gaza, dat in de zomer van 2023 werd opgezet om Palestijnse schrijvers een stem te geven in tijden van escalatie en repressie. In acht verhalen laat Almassri de alledaagse complexiteit van leven onder bezetting zien.

    Amer Almassri combineert tragiek en humor, waarmee hij bewijst dat een lichtvoetige en absurdistische toon krachtig werkt bij zware thematiek. Hij geeft meer inzicht in de Gazaanse samenleving, waarin de schrijnende situatie van de Palestijnen weliswaar altijd op de achtergrond sluimert. Maar de enorme veerkracht en menselijkheid van de personages staat centraal.

    Almassri werpt ook een kritische blik op de sociale conventies waarmee hij de lezer verrast en raakt. Zoals in het verhaal van Zainab. Ze is ongelukkig in haar huwelijk, haar moeder geeft advies, maar steeds zijn er redenen waardoor ze niet kan vertrekken.

    Eén staat niet gelijk aan één gaat over de ongelijkheid tussen meisjes en jongens. Tweelingbroer en zus, Safwaan en Asiel groeien zeer ongelijk op. De broer krijgt vrijheid, onderwijs en liefde, terwijl Asiel wordt opgesloten in tradities en schaamte.

    Amer Almassri schrijft over verlies, ontheemding, familiebanden, genderongelijkheid, religie, herinnering, ontmenselijking en veerkracht. Verhalen met een brede thematiek. Hij publiceerde reeds drie verhalenbundels en een roman. Hij is in 1995 geboren in Khan Younis, Palestina, en studeerde civiele techniek. Momenteel woont hij in Turkije. Over zijn werk zegt hij: ‘Ik ben er altijd op gebrand menselijke gevoelens op een literaire manier over te brengen.’

    De man die achteromkeek
    Auteur: Amer Almassri
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De verkavelingen

    De verkavelingen is het debuut van Arthur Goemans, een Vlaamse dorpsroman.
    In de lente van 2020 wordt een fiets uit de Wildaalse Vaart gevist. Hoe die daar terechtkwam, is een verhaal dat twintig jaar eerder begint, bij het ontstaan van de woelige drievuldigheid Robert, Wes en Jenny – drie vrienden die elk op hun manier een weg zoeken uit een ingeslapen plattelandsdorpje. Drie vrienden die gewapend met poëzie, alcohol en elektrische gitaren de strijd aanbinden met al wat te klein is. Drie vrienden die, terwijl hun dorp langzaam verkaveld wordt tot hippe randgemeente, architect worden van hun eigen tragedie.

    De Vlaamse Arthur Goemans (1995) is onderzoeker bij Google DeepMind, waar hij zich bezighoudt met de veiligheid van artificiële intelligentie. Hij voltooide de opleiding Creatief Schrijven aan de Schrijvers Academie in Antwerpen en woont en werkt in Londen.

    De verkavelingen
    Auteur: Arthur Goemans
    Uitgeverij: Horizon
  • Oogst week 51 -2024

    Oogst week 51 -2024

    Hafni zegt

    De Deense schrijfster Helle Helle heeft een heel eigen stem in de literatuur. Met haar laatste roman Hafni zegt heeft ze weer voor een bijzondere vorm gekozen. Hafni belt met een vriendin en zegt dat ze gaat scheiden. De vriendin, aan de andere kant van de lijn, is de verteller; ze luistert en geeft spaarzaam commentaar. Hafni viert haar scheiding met een ‘smørrebrødreis’, zoals ze het noemt, een reis die langs tal van Deense plaatsen gaat. De geplande reis zou een week zijn, maar beslaat al een maand. Hafni hangt rond op campings, ze praat over de ontbijtbuffetten, korte ontmoetingen en haar belevenissen, over haar huwelijk krijgen we echter nauwelijks informatie, maar tussen de regels wordt haar verdriet pijnlijk duidelijk.

    Helle Helle schrijft komisch en tragisch. De troosteloze situatie van Hafni wordt pijnlijk duidelijk in korte terloopse zinnetjes. Een roman over het bestaan: vervreemding, vrijheid, schuld en schaamte, en over de zware druk van verwachtingen.

    Hafni zegt
    Auteur: Helle Helle
    Uitgeverij: Querido

    Memoires van een kip – Een Palestijnse fabel

    De Memoires van een kip van de Palestijnse auteur Ishaq Musa al-Husseini is een Palestijnse fabel, die al verscheen in 1943. Een filosofisch ingestelde kip verwondert zich over haar nieuwe ren en observeert haar medekippen, ze denkt na over de zin van het leven, over de echtgenoot (die ze liefdevol deelt met haar ‘zusters’), over nieuwkomers, over leven en dood, rechtvaardigheid, liefde, solidariteit, kortom over een ideale maatschappij. Helaas is er ook dat andere: jaloezie, roddel, haat en nijd en geweld, dat soms dodelijk afloopt. De mooie theorie blijkt in de praktijk van het dagelijks leven in de ren heel anders te werken.

    Sommige critici associeerden de roman (toen al) met het hoogoplopende Palestijns-Joodse conflict en veroordeelden de afloop als te defaitistisch. Anderen interpreteerden het verhaal als een uiting van een algemene utopische toekomstvisie. Toch heeft deze opmerkelijke roman, ondanks het maatschappelijke thema, volgens de auteur niets met politiek te maken. ‘Mijn roman gaat niet over Palestijnen en Joden, maar over kippen.’

    In het nawoord van Richard van Leeuwen zegt deze: ‘Al met al blijft Memoires van een kip een wonderlijk en intrigerend boek, dat zowel in de tijd van verschijning als in de huidige tijd eenduidige interpretaties weerstaat … Het is aan de lezer om te beoordelen in hoeverre het boek een universele of een politieke boodschap bevat.’

    Ishaq Musa al-Husseini (Jeruzalem 1904 – 1973) is vooral bekend om zijn literair-wetenschappelijk werk en van een aantal politiek-analytische boeken. Hij was een geleerde, criticus, filoloog en vertaler. Hij werd in 1904 geboren in Jeruzalem, in een traditioneel, religieus nationalistisch gezin. Na zijn middelbare schoolopleiding studeerde en werkte hij in Caïro, Londen en Göttingen.

    Memoires van een kip - Een Palestijnse fabel
    Auteur: Ishaq Musa al-Husseini
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Mijn moeder

    De moeder van de tweeling Jana en Broer is dood en zal worden begraven in haar geboortedorp Kukkojärvi in Noord-Zweden. Haar kinderen erven het huis en ontdekken al snel dat het leven daar  heel anders is dan ze hadden verwacht. Hun huis wordt bewoond door huurders die er niet uit willen en leven volgens strikte, religieuze regels. Jana is vanaf het begin wantrouwend, maar Broer voelt zich aangetrokken tot de hechte dorpsgemeenschap, waar de nadruk ligt op gezinswaarden en mannelijke overheersing. Jana moet de strijd aangaan om niet alleen het huis maar ook haar broer terug te winnen, terwijl ze tegelijkertijd probeert haar destructieve relatie te beëindigen. Het tweede deel in de trilogie over Jana Kippo en haar leven in een Zweeds dorp met duistere geheimen.

    De Zweedse auteur Karin Smirnoff (1964) debuteerde in 2018 met de roman Mijn broer, het eerste deel in de succesvolle trilogie over Jana Kippo. In 2021 volgde Smirnoff David Lagercrantz op als nieuwe auteur van de bekende Millennium reeks van Stieg Larsson. Haar verhalen spelen zich af in het noorden van Zweden, de Västerbotten-regio waar ook Stieg Larsson vandaan komt en waar Karin Smirnoff woont en werkt en toevallig is haar meisjesnaam ook Larsson.

    Mijn moeder
    Auteur: Karin Smirnoff
    Uitgeverij: Querido
  • Toen Gaza nog gewóón een hel was

    Toen Gaza nog gewóón een hel was

    De Palestijnse auteur en psycholoog Mahmoud Jouda schreef Een tuin voor verloren benen vóór de terreuraanslag in oktober 2023, die de achtergrond van de roman achteraf nog dieper rood kleurde dan hij al was en het toenmalige decor uiteindelijk veranderde in één grote ruïne. Die lugubere anachronie maakt de thematiek van Een tuin voor verloren benen niet minder schrijnend.

    In 2018 en 2019 verzamelden duizenden bewoners van Gaza zich elke vrijdag bij het hek dat de grens met Israël markeerde. Het protest kreeg al gauw de naam ‘De Mars van de Terugkeer’ – naar de plekken vanwaar de Palestijnen rond 1948 waren weggejaagd. In het begin had de wekelijks manifestatie nog iets gemoedelijks. Maar toen de stemming grimmiger werd en er stenen over het hek werden gegooid, schoten de grenswachten met scherp, op de knieën van de betogers. De door dumdumkogels verwoeste benen moesten meestal worden geamputeerd. Niet zelden stierven de slachtoffers aan complicaties.

    Chroniqueur

    De ik-figuur in Een tuin voor verloren benen neemt zelf niet actief deel aan de demonstraties, hij fungeert uitsluitend als chroniqueur. Hij tekent de verhalen van de slachtoffers op en probeert op die manier zijn bijdrage aan de strijd te leveren. In die zin is het hoofdthema van de roman niet zozeer het lot van de Gazaanse bevolking, maar de rol van de schrijver daarin, of – meer in het algemeen – de rol van schrijvers in tijden van onderdrukking, oorlog en genocide. Het liefst wil de ik-figuur ‘ontsnappen aan de verhalen over de demonstraties’, die ‘de stad in een gewonde plek’ hadden veranderd. Maar omdat hij door iedereen als een begenadigd schrijver wordt beschouwd (‘Ze bewonderde mijn schrijfstijl, zei ze. Dat was geen verrassing, want ik kreeg veel van dat soort berichten’) ziet hij in dat hij zich niet afzijdig kan houden: ‘iets in mij dreef me ertoe naar de verhalen van deze mensen te luisteren’.

    Die verhalen liegen er niet om. Vaders die hun veelbelovende zonen zien wegkwijnen in een rolstoel. Een moeder die het been van haar kind ‘volledig’ ziet wegrotten, ‘overwoekerd door gangreen’. Een nichtje dat zwaar gewond clandestien over de grens moet worden gesmokkeld voor een hopelijk levensreddende operatie. Een zwaar gewonde strijder die koste wat kost de begrafenis van zijn gesneuvelde kameraad wil bijwonen. Er komt geen eind aan de verschrikkingen.

    Dat laatste maakt Een tuin voor verloren benen gaandeweg wat moeilijk te verteren. Hoe intens en indringend de verhalen ook zijn opgetekend, hoe goed het ook is dat het inferno in de openluchtgevangenis die Gaza heet tot in detail wordt beschreven, met alle passie en empathie die eigen is aan echte literatuur, na het zoveelste kapotgeschoten been weet je het als lezer wel – hoe cru het ook klinkt. Daar komt bij dat de vertellingen qua vertelinstantie soms lastig te volgen zijn. De ik-figuur ontmoet iemand die hem vertelt over een verhaal dat weer iemand anders diegene verteld heeft, en dat verhaal wordt weergegeven in de directe rede, waardoor het op een bepaald moment volstrekt onhelder is wie er nu eigenlijk het woord voert.
    De ‘tuin voor verloren benen’ in de titel van het boek is een verzinsel van de ik-figuur dat voortkomt uit een terugkerende droom, waarin Hassan, de beste vriend van de ik-figuur (en min of meer zijn muze) vertelt dat hij in de nabijheid van het afscheidingshek een soort erebegraafplaats voor geamputeerde benen heeft aangelegd, die gaandeweg opbloeit tot een tuin van hoop en bezieling. Ook in die dromen komen zeer gedetailleerd vertolkte verhalen vol afgeschoten ledematen voor, alsof de dagelijkse werkelijkheid niet gruwelijk genoeg is.

    Initiatief

    Dit neemt niet weg dat het initiatief van Uitgeverij Jurgen Maas en vertaalster Djûke Poppinga om meer aandacht te besteden aan literatuur uit Gaza de komende vijf jaar telkens ten minste één Palestijnse roman te publiceren, zeer te prijzen valt. Het wrange lot van de machteloze, gegeselde bevolking van Gaza kan niet vaak en indringend genoeg beschreven worden. Dat kan het beste van binnenuit, wat het des te navranter maakt dat Mahmoud Jouda zich in maart 2024 gedwongen zag met zijn familie naar Egypte te vluchten. De ziekenhuizen waarin de verloren benen werden geamputeerd, zijn intussen zelf kapotgeschoten.

     

     

  • Oogst week 28 – 2024

    Aangrenzende kleuren

    De nieuwe roman van de Poolse schrijver Małecki gaat volgens de flaptekst over moed, vergelding en onmogelijke liefde. En over de vraag of je kunt sterven van verlangen. Door die vraag raakt de hoofdpersoon in Aangrenzende kleuren gefascineerd als hij werkt aan een doodskist voor iemand bij wie dat gebeurd zou zijn.

    Jakub Małecki (1982) is een schrijver die in eigen land veel succes heeft en die al voor verschillende literaire prijzen is genomineerd. ‘Małecki schrijft geestig en toegankelijk’ aldus Thomas van Houwelingen in april 2023 in zijn recensie over Saturnin, het tweede boek dat van Małecki in Nederlandse vertaling is verschenen, na het eerder goed ontvangen Roest.

    Karol Lesman die in 2017 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs ontving voor zijn vertalingen uit het Pools, tekende voor de vertaling van Aangrenzende kleuren.

    Aangrenzende kleuren
    Auteur: Jakub Małecki
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2024)

    Een tuin voor verloren benen

    ‘Stemmen uit Gaza’ is de naam van een serie Palestijnse literatuur die Uitgeverij Jurgen Maas gaat uitgeven samen met de stichting Hope. De eerste titel uit deze serie is Een tuin voor verloren benen van Mahmoud Jouda. Het plan voor de serie ontstond enkele maanden voordat de oorlog in Gaza uitbrak. Ook de keuze voor het boek van Jouda was van vóór die tijd. Vertaalster Djûke Poppinga is een van de raadgevers bij de keuze voor de titels uit de serie.

    Een tuin voor verloren benen grijpt terug op de Mars van de Terugkeer uit 2018 en 2019 toen duizenden Palestijnen die in het verleden door de Israëliërs uit het gebied verdreven waren demonstreerden om te mogen terugkeren naar de plek waar ze vandaan kwamen. Op enig moment schoten Israëlische soldaten op de demonstranten. Velen Palestijnen werden gedood, nog meer werden ernstig verwond. Sinds die tijd werd het straatbeeld in Gaza bepaald door mannen en vrouwen op krukken en in rolstoelen. In Een tuin voor verloren benen zoekt de verteller de gehandicapten op, gaat met ze in gesprek en tekent hun ervaringen op.

    Mahmoud Jouda (1985) is psycholoog en schrijver/journalist. Begin 2024 ontvluchtte hij Gaza. Hij woont nu in Egypte.

    Een tuin voor verloren benen
    Auteur: Mahmoud Jouda
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2024)

    Strijdtonelen

    Naar aanleiding van de trilogie van de Engelse schrijver en oorlogsdichter Siegfried Sassoon raakte Paul Moeyes gefascineerd door de Eerste Wereldoorlog. Hij realiseerde zich naar eigen zeggen toen pas wat the Great War in Engeland had aangericht en werd daardoor ook nieuwsgierig naar Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog en naar de rol van Nederland als neutraal buurland.
    Sindsdien leest, schrijft en praat Moeyes over de Eerste Wereldoorlog.

    In Strijdtonelen, De Eerste Wereldoorlog in de Nederlandse pers en literatuur 1914-1918 gaat Moeyes in op de manier waarop door de Nederlandse kranten verslag werd gedaan van de strijd en hoe dat er uiteindelijk voor zorgde dat de Nederlandse pers onbedoeld partij werd in de propagandaoorlog.

    Strijdtonelen
    Auteur: Paul Moeyes
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers (2024)
  • Almadhoun brengt lezer weer in contact met de werkelijkheid

    Almadhoun brengt lezer weer in contact met de werkelijkheid

    Dit is geen poëzie om bij achterover te leunen. Dit zijn gedichten die bijten en pijn doen en je dwingen om je blik niet af te wenden. De teksten en kanttekeningen van de Palestijns-Syrische dichter Ghayath Almadhoun drukken je met de neus op de vreselijke gevolgen van een wereld die in brand staat. Zijn gedichten zjn zo indringend dat het onmogelijk is om ze schouderophalend te vergeten. Almadhoun is geboren als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder in het grote vluchtelingenkamp Yarmouk in Syrië. Sinds 2008 woont hij afwisselend in Stockholm en Berlijn. Eerder vertaalde bundels van hem zijn Weg van Damascus en de bundel die hij samen met Anne Vegter schreef, Ik hier jij daar. Alle keren verzorgde Djûke Poppinga de vertaling uit het Arabisch. 

    Zijn gedichten gaan net als in eerdere bundels nog steeds over politiek, oorlog, vluchtelingen, discriminatie en uitzichtloosheid, maar hij is de liefde en de hoop daarbij niet uit het oog verloren, hoewel die nooit zonder bitterheid zijn.  Almadhoun houdt Europa een spiegel voor waarin het zichzelf niet durft te herkennen, zoals in ‘Ode aan het verdriet’: ‘We houden van je, Europa, o oud continent, ik weet niet waarom ze je oud/ noemen, want je bent jong vergeleken met Egypte en het land van Eufraat en Tigris. […] // We houden van je, Europa, en we houden van de vrijheid die je ons hebt/ gebracht toen we als vluchtelingen naar je toe kwamen en het racisme negeerden/ dat jij onder het tapijt probeert te schuiven als je de woonkamer aanveegt. […] // Jij, die de vernietiging van de Joden hebt/ bedacht, de Endlösung die ertoe heeft geleid dat ik als vluchteling ben geboren / in het Yarmouk-kamp voor Palestijnse vluchtelingen in Damascus, omdat je in/ al je schaamteloosheid met Palestina, mijn land, compensatie hebt betaald, als/ de oplossing voor de Holocaust die jouw witte inwoners, die geloofden in het zuivere arische ras, hebben uitgevoerd.’

    Choqueren vereist

    Almadhoun waarschuwt voor de parallel die getrokken kan worden tussen het racisme tegen de Joden in de Tweede Wereldoorlog en dat tegen de hedendaagse vluchtelingen: ‘Niemand wil ze hebben’. Hij is in deze bundel rechtstreekser dan in eerdere bundels, onverbloemder ook, met de bedoeling te choqueren omdat er anders niet geluisterd wordt. Hij schudt de mensen wakker die gezapig zijn ingedut bij de gruwelijke beelden die het journaal laat zien en waar niemand meer van opkijkt. De oorlog in Syrië, de talloze vluchtelingen en nu de oorlog in Gaza: Almadhoun zorgt ervoor dat de afstand van de lezer tot die gruwelijke gebeurtenissen wordt verkort. Het is zijn persoonlijk verhaal dat hij meedeelt. Het is poëzie die je als lezer beschaamd maakt omdat je dacht dat je met één knop het wereldleed kon uitschakelen. 

    Ook zijn liefdespoëzie is intens, als een verhaal uit ‘Duizend en een nacht’, de Arabische raamvertelling uit het Midden-Oosten, maar altijd wordt verdriet en bitterheid erdoorheen verweven: ‘Ik schrijf liefdesgedichten in de vorm van nachtmerries;’ zegt de dichter, zoals in het gedicht

    ‘Het blauwe marmer 

     Kom, het eten is klaar, de wijn staat kouden het bed is warm. Ik heb een paar
    bloemen langs de straat gedood, zodat mijn kamer tot leven komt. Hier ben ik, klaar om me voort te planten. Laat de bloem van
     het leven niet verwelken.
    Liefhebben is moeilijk als we niet weten hoe het moet, maar nog moeilijker als
    we het wel weten. Kom, misschien zullen we ons niet herinneren wat er in de
    toekomst gaat gebeuren en misschien zullen we, na al deze oorlogen, sterven van
    liefde.’ 

    Even indringend als zijn gedichten over de liefde voor een vrouw zijn de gedichten die vertellen over zijn liefde voor de stad Damascus. Voor de beschoten en afgebrokkelde stad van nu, maar ook voor de stad uit zijn herinneringen die met niets anders te vergelijken is. Steden als Berlijn en Stockholm kunnen de vergelijking met Damascus niet doorstaan. Vooral Stockholm moet het daarbij ontgelden vanwege de koude winters, de hypocrisie van de Zweedse staat: ‘Stockholm, Zweed als ze de belastingen innen, migrant als ik gelijkheid eis.’
    Met zwarte humor beschrijft Almadhoun zijn verblijf in Stockholm, het land waar hij toch de liefde heeft gevonden. Hij wil ‘om klimatologische redenen asiel in een warm land aanvragen.’ Het gedicht ‘Het barre land’ is een litanie van opsommingen die één voor één aangeven waarom de dichter zich ongelukkig voelt in dit voor hem vreemde land, waar hij nooit zal wennen en waar hij ook nooit echt deel van uit zal maken. Hij beschrijft het lot van de migrant die altijd tussen verleden en heden zal blijven dwalen, tussen het land van herkomst en het land van zijn keuze en die zich in geen van beide thuis weet.

    De ene ramp voor de andere

    Almadhoun brengt de lezer weer in contact met de werkelijkheid. Bij alle brandhaarden die nu zijn aangestoken op de hele wereld, lijkt het vaak alsof dat de ene ramp de andere uitwist of doet vergeten. De oorlog in Oekraïne, de burgeroorlog in Jemen, het geweld in Ethiopië, Nigeria, Myanmar: steeds als er één dodelijk conflict onder de aandacht wordt gebracht in de media, zijn we geneigd te vergeten dat het wapengekletter elders gewoon doorgaat. Dat geldt ook voor de oorlog in Gaza, in heel Palestina. 

    Almadhoun vestigt onze aandacht op alle geweld, alle oorlogen. Het feit dat hij de kans heeft gehad om naar Zweden te vertrekken, doet niets af aan het verdriet en het heimwee. ‘Jij zegt dat ik aan de oorlog ben ontsnapt. Nee, liefste, niemand ontsnapt aan/ de oorlog. Het is alleen zo dat ik niet ben gestorven. Ik ben blijven leven, dat is/ alles.’

    Het is de kracht van de poëzie van deze dichter dat hij de lezer dichterbij zichzelf weet te brengen, bij zijn verleden, zijn trauma en zijn verdriet. Heel even weten we weer wat oorlog aanricht, ook al hebben we het niet zelf meegemaakt. Het is wat we voelen bij de twee minuten stilte op de vierde mei. En als we de bundel dichtslaan, moeten we proberen dat gevoel vast te houden om ervoor te zorgen dat we niet vergeten. Dat is de boodschap die deze dichter brengt.

     

     

  • Literatuur in dienst van de strijd

    Literatuur in dienst van de strijd

    Drie Palestijnse mannen, drie generaties, één doel: een nieuw bestaan in Koeweit. Ze vinden elkaar in de verzengende hitte van een watertank, achterop een roestige vrachtwagen. In 1963 schreef Ghassan Kanafani (1936-1972) zijn beroemde roman Mannen in de zon. We zijn zestig jaar ‘verder’, en nog altijd – misschien wel meer dan ooit – kreperen overal in de wereld vluchtelingen bij hun zoektocht naar een beter, menswaardig bestaan.

    Ghassan Kanafani werd in 1936 geboren in het toenmalige Palestina. In 1948, na de ‘Nakba’, de ‘catastrofe’ – de verdrijving uit hun land na de stichting van de staat Israël – vluchtte zijn familie naar Libanon en vervolgens naar Syrië waar hij leraar werd in Koeweit. In 1960 keerde hij als journalist, schrijver en politiek activist terug naar Libanon. Hij schreef essays, korte verhalen en romans over de situatie van de Palestijnen in de jaren vijftig en zestig. Tot zijn dood in 1972 (vermoord door de Israelische geheime dienst) was Kanafani woordvoerder van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. 

    Geëngageerd

    In haar nawoord schrijft vertaalster Djûke Poppinga dat volgens Kanafani literatuur in dienst moest staan van de strijd van de Palestijnen, ‘enerzijds om de gemeenschappelijke culturele identiteit te behouden en anderzijds om de geest van verzet onder de bevolking te verspreiden’. Die geëngageerde signatuur zien we beslist ook in Mannen in de zon. Het is een prachtig, compact verhaal over drie Palestijnen die vanuit Irak een illegale, levensgevaarlijke en kostbare sluipreis naar Koeweit ondernemen. De jongste is Marwaan, een adolescent die is opgegroeid in een vluchtelingenkamp en in Koeweit geld voor zijn familie wil verdienen. As’ad is qua leeftijd de middelste van de drie. Hij heeft de Nakba als kind bewust meegemaakt en zit vol opgekropte woede. Anders dan de oudste vluchteling, Aboe Kais, die zich bij de situatie heeft neergelegd en gelaten probeert er het beste van te maken. 

    Onafhankelijk van elkaar benaderen ze in Basra (Irak) ‘de dikke man’, een sluwe, cynische, sinistere vluchtelingenmakelaar met dollartekens in de ogen. En telkens is het diens graatmagere tegenpool, Aboe al-Khaizoeraan, die het vertrouwen weet te winnen van de vluchtelingen. Of hij dat vertrouwen waard is, komen we nooit te weten. Maar zijn prijs is beter en zijn verhaal klinkt goed: met een lege watertankwagen de grens over, waarbij ze alleen maar van een paar honderd meter vóór, tot een eindje na de grens in de tank hoeven te kruipen. In de smorende hitte van de Iraakse woestijn natuurlijk, dat wel. Maar dat is te overzien. Totdat de formaliteiten bij de grensovergang meer tijd in beslag blijken te nemen dan de smokkelaar had gehoopt. 

    Virtuoos

    Kanafani jongleert virtuoos met flashbacks en -forwards, waardoor de roman veel meer wordt dan een eenvoudige constructie van drie verhaallijnen, samenkomend in het gezamenlijke relaas van de smokkeltocht in de tankwagen. We leren de drie mannen kennen vanuit hun tragische verleden en uiteenlopende ambities. De naïeve Marwaan, die zich verantwoordelijk voelt voor zijn familie en zijn oudere broer wil navolgen, van wie zijn familie evenwel al tijden niets meer heeft gehoord. De strijdbare As’ad, die zich vernederd voelt. Niet alleen als Palestijn door de zionisten, maar ook door zijn familie, die hem tot een ongewenst huwelijk wil verplichten. En ten slotte de bedaagde, passieve Aboe Kais, die zich tegen wil en dank heeft laten opstoken door zijn vriend Saad ‘die als chauffeur in Koeweit had gewerkt en was teruggekomen met zakken vol geld’. Die hem verwijt dat hij ‘de afgelopen tien jaar niets anders heeft gedaan dan wachten’. 

    Je zou kunnen zeggen dat Kanafani in de gedaante van de drie mannen verschillende sentimenten symboliseert die kenmerkend zijn voor de Palestijnse diaspora. Als politiek activist zal hij zich het meest verwant voelen met de weerspannige generatiegenoot As’ad. Maar hij zal ook sympathie koesteren voor, en hoop vestigen op de optimistische veerkracht van de jonge Marwaan. En misschien zelfs begrip hebben voor de lusteloosheid van de door het leven murw gebeukte Aboe Kais. Volgens de vertaalster lijkt het erop dat Kanafani zijn lezers wilde voorhouden ‘dat het Palestijnse volk moest beseffen dat het alleen stond en daarnaar handelen’. Volgens Poppinga is de roman ook bedoeld als kritiek op ‘de gelatenheid waarmee de Palestijnen hun lot ondergaan’. Na de verschijning van Mannen in de zon in 1963 is het conflict tussen Israël en de Palestijnen alleen maar groter, grimmiger en uitzichtlozer geworden. Na de verschijning van deze nieuwe vertaling was de aanslag van Hamas, oktober 2023, op Israël het begin van een tragedie die alle voorgaande ellende lijkt te overschaduwen. 



  • De uitgewiste Palestijnse wereld

    De uitgewiste Palestijnse wereld

    In de twee delen die de novelle Een klein detail telt, voert de Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) twee verschillende hoofdpersonen op. In het eerste is dat de mannelijke commandant van een compagnie in 1949 in door Israël bezet gebied; in het tweede een Palestijnse journaliste die in huidige tijd probeert te reconstrueren wat er in dat jaar precies gebeurd is. In een interview uit 2017 (het jaar waarin de novelle in het Arabisch verscheen) zei Shibli dat het een bewuste keuze was: de man als vertegenwoordiger van een heersende wereld van orde en macht waar zij zichzelf nooit in thuis zou voelen, en de vrouw als onzeker en onderzoekend lid van een onderdrukt volk. Er zijn meer verschillen tussen de delen. Het eerste is in de derde persoon geschreven, het tweede in de eerste. Het eerste deel speelt zich af op één plek, het tweede is een reis door Israël en bezet gebied naar die ene plek. De commandant maakt de dienst uit. De journaliste loopt tijdens haar hele reis gevaar.

    Niemand heeft in de novelle een naam, de commandant niet, zijn ondergeschikten niet en de journaliste niet. Ook een meisje dat dat in beide delen een prominente rol speelt blijft naamloos. Daardoor bewaart Shibli een zekere afstand maar weet ze de lezer tegelijk onontkoombaar mee te sleuren in een algemener verhaal van onderdrukking dan alleen het Israëlisch-Palestijnse conflict. Shibli verhaalt niet alleen over het lot van de Palestijnen maar ook over hoe machthebbers in bredere zin de geschiedenis zo weten te draaien dat de onderdrukten niet worden gehoord.

    Verdrijving

    De commandant uit het eerste deel is met zijn compagnie gelegerd in de Negevwoestijn. Het is een jaar na de Nakba, de hardhandige verdrijving van Palestijnen uit hun gebied, die volgde op de stichting van de staat Israël in 1948. De commandant moet het gebied behoeden voor infiltranten vanuit Egypte. De dagelijkse patrouilles leveren aanvankelijk niets op, tot een groep bedoeïenen wordt ontdekt (nergens uit de tekst blijkt dat die kwaad in de zin hadden) en vermoord. De enige overlevende is een klein meisje dat meegenomen wordt naar het kamp en daar door de soldaten wordt verkracht en uiteindelijk vermoord. Dat voorval vindt plaats op 13 augustus 1949.
    De journaliste leest decennia later over dit incident in een krant. Ze wordt getroffen door het detail dat 13 augustus ook haar geboortedag is, een kwarteeuw later. Het is dus niet het verslag van het incident dat haar aan haar speurtocht zet, maar de datum ervan. Alsof het geweld zoveel omvattend is dat je er bijna gevoelloos voor wordt tenzij een detail je persoonlijk treft. Zoals je je van een schilderij dat je in een museum hebt gezien vooral herinnert dat er onderin een vlieg zat.

    Insectenbeet

    De journaliste begrijpt dat het verhaal in de krant is verteld vanuit Israëlisch perspectief en ze besluit zelf naar de nederzetting in de Negev te gaan om te proberen wat het verhaal in de ogen van het bedoeïenenmeisje was. Haar reis ernaar toe maakt duidelijk hoe moeilijk Palestijnen zich kunnen bewegen op hun voormalig grondgebied. De journaliste moet een auto huren via iemand die in tegenstelling tot haar als Palestijnse wel een creditkaart heeft en ze moet door diverse zones met evenzoveel controleposten, wat haar voortdurend angst bezorgt. Ze geeft zelfs een keer een Israëlische naam op als wordt gevraagd hoe ze heet.
    Shibli laat in dit tweede deel het angstzweet van haar protagoniste prachtig spiegelen met dat van de commandant uit het eerste deel die geïnfecteerd is door een insectenbeet en zweetaanvallen heeft. Hij wast zich voortdurend dwangmatig en elk insect dat hij ziet vermorzelt hij (zoals hij uiteindelijk ook het meisje vermoordt).
    Ook op een andere manier laat Shibli aan de hand van de reis van de journaliste zien wat de Palestijnen door de Nakba zijn kwijtgeraakt. Ze heeft in haar auto routekaarten uit de tijd vóór 1948 met de oorspronkelijke namen en uit de tijd erna waarop al die namen en wegen zijn weggevaagd en dorpen zijn verdwenen.

    Put

    Om te achterhalen wat er werkelijk is gebeurd bezoekt de journaliste verschillende musea en collecties om uiteindelijk alleen maar vast te kunnen stellen dat ze die geschiedenis ook van internet had kunnen halen. Er is één moment, zo beseft ze als het te laat is, dat het anders had kunnen lopen. Dat doet zich voor als ze in de buurt van de plek van het incident een oude vrouw ziet die het meegemaakt zou kunnen hebben. Ze kan die vrouw niet meer terugvinden als ze er spijt van krijgt dat ze haar niet heeft aangesproken. Haar getuigenis is veel meer waard dan de geschiedschrijving door de machthebber, lijkt Shibli hier te zeggen.

    Dat die geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven wordt schrijnend duidelijk in twee passages die dat bevestigen, de ene uit het eerste deel en de andere uit het tweede. In een toespraak tot zijn soldaten zegt de commandant bijvoorbeeld: ‘Als de Arabieren zich er op grond van hun rechtlijnige nationalistische gevoelens niet bij kunnen neerleggen dat wij ons hier vestigen (…) zullen we ons moeten gaan gedragen als een echt leger. Niemand heeft immers meer recht op dit gebied dan wij, nadat het eeuwenlang zo is verwaarloosd dat er alleen nog maar bedoeïenen leven met hun kuddes’.
    Dergelijke neerbuigende taal krijgt de journaliste in het tweede deel te horen van een Israëlische man die in een museum uitlegt wat de militairen in 1949 in het gebied deden: ‘Op een dag hebben ze tijdens een patrouille, in een nabijgelegen put het lichaam van een bedoeïenenmeisje gevonden. Wanneer Arabieren bedenkingen hebben over het gedrag van een meisje, vermoorden ze haar en gooien het lijk in een put’, waaraan de man toevoegt dat hij het jammer vindt dat ze er dat soort gewoonten op na houden.

    Een klein detail grijpt je op bijna elke pagina naar de strot. De lezer blijft met een opdoffer zitten. Dit verhaal moet gelezen worden.

     

  • Oogst week 47 – 2023

    Mannen in de zon

    De Palestijn Ghassan Kanafani is schrijver en politiek activist. Hij werd geboren in 1936 in Akko, in het noorden van Israël, en kwam in 1973 in Beiroet om door een autobom. In de drie jaar voor zijn dood – hij had toen al meer romans en verhalen gepubliceerd – was hij woordvoerder van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Zijn debuutroman verscheen tien jaar vóór zijn dood: Mannen in de zon. De roman, nu vertaald in het Nederlands, is het gruwelijke vluchtverhaal van drie Palestijnse mannen uit drie generaties, die in de jaren 50 van de vorige eeuw vanuit Basra in Irak illegaal naar Koeweit willen om daar werk te vinden. Dat vluchtmotief blijkt ook andere achtergronden te hebben die geleidelijk in de roman duidelijk worden. De drie mannen, Abu Qais, de oudste van de drie, Assad, de middelste en de tiener Marwan hebben elk hun eigen redenen die overigens in alle drie gevallen ook te maken hebben met de gezinssituaties waaruit ze komen en de verantwoordelijkheid die ze daarvoor voelen. Daarnaast staan ze symbool voor verschillende politieke houdingen onder de Palestijnen, van behoudend tot activistisch. Hun reis wordt verzorgd door een smokkelaar, deels in een watertank (afgebeeld op de omslag van de roman), en kent een gruwelijk einde.

    Mannen in de zon
    Auteur: Ghassan Kanafani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Winterverhalen

    Ingvild H. Rishøi (Oslo, 1978) begon als journaliste, maar ging vanaf 2007 als schrijver publiceren, eerst twee kinderboeken en daarna korte verhalen en novellen. Drie van die novellen zijn gebundeld in Winterverhalen.  In het Nederlands verscheen vorig jaar haar Stargate, een sprookjesachtige Kerstvertelling over twee meisjes die graag een kerstboom willen hebben, maar te maken hebben met een dronken vader (zie de recensie ).
    Winterverhalen dateert al uit 2014 en is nu eveneens in het Nederlands te lezen. De drie verhalen gaan over mensen die steeds weer de rug rechten als het leven tegenzit. Het langste gaat over Rebekka, een 17-jarig meisje dat na de vondst van een onheilspellende brief die gericht lijkt te zijn aan haar instabiele moeder samen met haar broers en zussen het gezin wil redden. De interactie tussen de kinderen speelt zich af tijdens een wandeling door de winterse kou naar een schuilplaats. Via flashbacks krijgt de lezer een beeld van hoe het in het gezin zo mis kon gaan.

    Winterverhalen
    Auteur: Ingvild H. Rishøi
    Uitgeverij: Koppernik

    Vanessa en Virginia

    Vanessa Bell en Virginia Woolf waren twee zussen uit een typisch Victoriaans gezin van ouders Leslie Stephen en Julia Sackson. Na de dood van hun ouders verhuisden ze beiden naar Bloomsbury waar ze deel werden van de groep intellectuelen, schrijvers en kunstenaars die bekend is geworden als de Bloomsburygroep. Ze trouwden in die tijd met respectievelijk Clive Bell en Leonard Woolf. Schilderes Vanessa en schrijfster Virginia namen een levensstijl aan die nogal verschilde van wat hen thuis was opgedrongen, niet in de laatste plaats met betrekking tot seksuele vrijheid. Hoe ze in die wereld terecht kwamen en vooral hoe hun onderlinge rivaliteit zich ontwikkelde wordt door Susan Sellers (een van de bezorgers van de uitgaven van Virginia’s boeken door Oxford University Press) verhaald in de nu verschenen roman Vanessa en Virginia. Het boek heeft de vorm van dagboekaantekeningen van Vanessa, die drie jaar ouder was dan Virginia. Ze beginnen met herinneringen aan hun kindertijd in het gezin Stephen (waarin de twee zusjes seksueel werden misbruikt door hun stiefbroers) en gaan over in hun ontwikkeling na de dood van de ouders en hun komst naar Bloomsbury. De jaloezie tussen de twee zussen richt zich wat Vanessa betreft op het succes dat haar zus had met boeken als Naar de vuurtoren en Mrs Dalloway. Omgekeerd is Virginia jaloers op Vanessa’s gezinsleven. Uiteraard worden ook de depressies waar ze beiden last van hadden beschreven.

    Vanessa en Virginia
    Auteur: Susan Sellers
    Uitgeverij: Orlando
  • ‘Liegen is de laatste brug naar redding zonder hoop’

    ‘Liegen is de laatste brug naar redding zonder hoop’

    In Ten oosten van de Middellandse Zee schetst Abdelrahman Munif een deprimerend beeld van het leven in, vermoedelijk, Saoedi-Arabië. Hoewel zijn boek al in 1975 is verschenen, heeft het niets aan actualiteit ingeboet. Het is dan ook zonder meer prijzenswaardig dat het boek in Nederland werd uitgegeven, niet alleen vanwege de beschrijving van het ijzingwekkende karakter van een politiestaat, maar vooral ook vanwege de literaire schoonheid van het boek. Het is werkelijk prachtig.

    ‘Feest’

    Na vijf jaar de meest afschuwelijke martelingen te hebben ondergaan die zijn gezondheid hebben verwoest, breekt Radjab. Zijn laatste ankers zijn weggeslagen. Zijn moeder, ‘een rots harder dan alle andere rotsen’, is overleden en zijn vriendin, ‘zijn hoopvolste verbinding met de vrije wereld’, gaat trouwen met een ander. Radjab, opgepakt tijdens een demonstratie, bekent en tekent een verklaring waarin hij zich bereid verklaart te spioneren onder studenten. In ruil daarvoor wordt hij vrijgelaten en mag hij zich in Frankrijk door een arts laten behandelen. Na twee maanden moet hij terugkomen en zal hij zijn eerste opdracht krijgen. En, ‘denk erom, ook in het buitenland weten we je te vinden’, wordt hem helder duidelijk gemaakt. Hij is nu een verrader, niet alleen in de ogen van zijn kameraden in de gevangenis, die vermoeden dat hij getekend heeft, en in de ogen van de buitenwereld, maar vooral in zijn eigen ogen.

    De nacht na zijn vrijlating zal het, zoals de gewoonte is, ‘feest’ zijn in de gevangenis. ‘Feest’ betekent in het jargon van de bewakers dat zijn vroegere maten ongelimiteerd gemarteld zullen worden om hen te bewegen het ‘goede’ voorbeeld te volgen van Radjab. Gebroken komt Radjab aan in het huis van zijn zus, Aniesa, voortaan zijn enige venster op de wereld. Na een verblijf bij haar van een paar dagen, vertrekt Radjab met de Aischylos, een Grieks schip, naar de vrije wereld ten westen van de Middellandse Zee. Hij heeft zijn geheime aantekeningen over zijn verblijf in de gevangnis aan Aniesa in bewaring gegeven en haar moeten beloven brieven te schrijven.

    Ten westen van de Middellandse Zee

    Munif voert de Aischylos op als een levende entiteit met wie Radjab voortdurend in gesprek is. De Aischylos is vernoemd naar de beroemde Atheense tragedieschrijver uit de klassieke Oudheid, die de strijd van de vrije Griekse wereld (d.i. het Westen) tegen de tirannieke Perzen (d.i. het Oosten) in een tragedie heeft vervat. Op de Aischylos reflecteert hij op zijn leven, zijn jeugd, zijn moeder, zijn vernederingen en martelingen in de gevangenis, het lot van zijn kameraden en van Aniesa en haar man en kinderen. Radjab speelt met de gedachte een boek te schrijven over het leven in de gevangenis, en naar Genève af te reizen om internationale aandacht voor zijn ervaringen te vragen. Dat lijkt hem het enige dat hij kan doen om in het reine te komen met zijn verraad. In Frankrijk ondergaat hij een medische behandeling bij een arts, die, als Radjab zijn hart bij hem uitstort, lijkt te begrijpen wat hij in de gevangenis heeft doorgemaakt. De arts blijkt echter meer met de verwerking van zijn eigen verdriet bezig te zijn als hij vertelt dat hij zelf zijn hele familie verloren heeft in de oorlog en hem adviseert zijn verdriet om te zetten in haat. Na drie maanden is Radjab nog steeds niet terug. Via een tussenpersoon hoort hij dat zijn zwager inmiddels is opgepakt. Aniesa smeekt hem naar huis terug te keren. Kennelijk is zijn bekentenis door het regime inmiddels doorgespeeld aan de pers, want als een student hem vraagt: ‘Heb jij niet in de bak gezeten en ben je niet vrijgelaten nadat je in de pers hebt verklaard dat ….?’, antwoordt Radjab stamelend: ‘Ze hebben me vrijgelaten omdat ik ziek was. Ze hebben me met geweld gedwongen te bekennen.’ Hij wist echter dat hij loog. Er kwam helemaal geen geweld aan te pas toen hij tekende. Ze waren voorkomend en vriendelijk geweest. Ze hadden zelfs tegen hem geglimlacht. ‘Liegen is de laatste brug naar redding zonder hoop’, raast het door het hoofd van Radjab. Een voor een verlaten de studenten dan de zaal.

    Aantekeningen uit het dodenhuis

    Radjab besluit naar huis terug te gaan. Hij blijkt opnieuw te varen met de Aischylos. Nu is het echter geen vriend die hem de vrijheid brengt, maar een stom schip dat hem terugvoert naar de kerkers. Terug in het liefdevolle huis van zijn zus Aniesa en haar kinderen stort hij zich op het lezen van Aantekeningen uit het dodenhuis van Dostojevski. In deze aangrijpende roman doet Dostojevski verslag van zijn verblijf in een Siberisch strafkamp. Al snel wordt Radjab opnieuw gearresteerd, gemarteld en uiteindelijk, meer dood dan levend, blind afgeleverd bij zijn zus, die hij wil dwingen zijn papieren met aantekeningen te verbranden. Kort daarna komt hij te overlijden.

    ‘Tranen zijn de laatste korrels aarde waarmee een dode wordt geëerd.’

    Munif vertelt het verhaal afwisselend vanuit het perspectief van Radjab en van Aniesa. Het wordt daardoor geplaatst in een tedere en liefdevolle context en verzacht het beklemmende karakter ervan. Bovendien wordt de solidariteit met Radjab nog eens versterkt door de onvoorwaardelijke steun van het gezin van Aniesa, zijn zwager Hamid voorop. De solidariteit van Aniesa gaat zelfs zover, dat zij, tegen de uitdrukkelijke wil van haar broer in, zijn papieren niet verbrandt, maar bewaart en het land uit smokkelt om ze in het buitenland in hun oorspronkelijke staat te publiceren ter nagedachtenis aan Radjab.

    Door de Aischylos zo’n prominente rol te geven in het verhaal als aanspreekpunt voor Radjab krijgt het verhaal een meer filosofische diepgang door zijn worsteling met begrippen als verraad en eigenwaarde.

     

  • Oogst week 22 – 2023

    Ten oosten van de Middellandse Zee

    Abdelrahman Munif (Saoedi  Arabië, 1933-2004) was journalist en schreef romans, korte verhalen. Zijn literaire werk is sterk politiek getint. Veel van zijn boeken werden in eigen land verboden en in 1963 werd hem het staatsburgerschap ontnomen. In zijn cyclus Steden van zout beschreef hij wat de ontdekking van olie in sociologische en psychologische zin deed met de bedouïenencultuur. Het onlangs verschenen Ten oosten van de Middellandse Zee is de eerste roman van hem die in het Nederlands is vertaald. Hoofdpersoon is Rajab Ismail die elf jaar lang gemarteld wordt in een niet met name genoemd land in het Midden-Oosten. Hij ondertekent onder zware druk een bekentenis, mag naar Frankrijk om zich te laten behandelen en besluit daar zijn memoires te schrijven. Als hij zich daarin ook uitlaat over de mensenrechtenschendingen in zijn land blijkt hoe lang de arm van het regiem is.
    Dat de Nederlandse vertaling er is is bijzonder, want hoewel Munif in het Midden-Oosten erg populair is, is er maar erg weinig van hem vertaald.

    Ten oosten van de Middellandse Zee
    Auteur: Abdelrahman Munif
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Op oorlogspad

    Virginia Cowles (1910-1983) was een Amerikaanse journaliste en reisboekenschrijfster. Ze schreef over mode, maar veel meer over oorlogen. Ze heeft ook enkele biografieën op haar naam staan. Op oorlogspad gaat over de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog. De Engelse oorlogscorrespondent Christina Lamb vertelt in haar voorwoord een aardige anekdote over Cowles die illustreert hoe luchtig ze soms zware materie kon presenteren.
    Lloyd George had in de Sunday Times een artikel van Cowles over de Spaanse Burgeroorlog gelezen en daaruit geciteerd in het Lagerhuis. Niet veel later vroeg hij Randalph Churchill (zoon van Winston) de auteur van het artikel van wie de naam niet in de krant had gestaan, mee te nemen naar de lunch. Toen Lloyd George haar zag was hij zeer verbaasd dat zo’n mooie Amerikaanse zo gezagvol kon schrijven. Toen hij van de schrik bekomen was liet hij haar zijn kippen, koeien en varkens zien en gaf haar bij het vertrek een pot honing en twaalf appels mee.

    Op oorlogspad
    Auteur: Virginia Cowles
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen

    Wat aan Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen het meest opvalt zijn de prachtige illustraties. Het boek is een geschiedenis van de botanie in Nederland door wetenschapsjournalist Gemma Venhuizen die als uitgangspunt nam de collectie van Ed Brinkkemper die jarenlang kruiden- en plantenboeken verzamelde vanaf de zestiende eeuw. In het voorwoord schrijft Venhuizen: ‘Op een koude februariavond ontmoette ik Ed Brinkkemper (…) Ik nam de bus van Amsterdam-Noord naar Zaandam en wandelde verkleumd langs de Zaan. Het rook er naar cacao, en even zag ik voor me hoe ik ook thuis op de bank had kunnen zitten, met een kop warme chocolademelk. Maar toen belde ik aan bij Ed Brinkkemper en was ik mijn koude vingers op slag vergeten. Op blote voeten stond hij in de deuropening, dreadlocks tot voorbij zijn middel, een twinkeling in zijn ogen’.

    Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen
    Auteur: Gemma Venhuizen
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Meisje in mijn hoofd

    Meisje in mijn hoofd

    Ik las een kleine roman over de moord op een bedoeïenmeisje in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten. In mei 1948 riep toenmalig premier David Ben-Gurion de onafhankelijke staat Israël uit. Daarop vielen omliggende Arabische landen Israël binnen. Israël hield, met zijn net opgerichte leger, stand. In de zomer van 1949 werd de wapenstilstand getekend, de onrust bleef. Op dat moment in de geschiedenis begint Een klein detail van de Palestijnse schrijfster Adania Shibli.
    Op
     9 augustus 1949 slaan Israëlische soldaten hun kampement op in de Negev-woestijn. Vandaaruit wordt dagelijks gepatrouilleerd langs de zuidelijke grenslijn met Egypte. Honden janken in de nacht, soms brullen er kamelen, maar nooit treffen ze iemand. ‘het enige wat het gebied prijsgaf, waren zandstormen en stofwolken, die er enkel op uit leken te zijn hen te achtervolgen en te kwellen. (…) Maar soms zag hij hun tengere, zwarte gedaanten tussen de heuvels heen en weer dansen, maar zodra de jeep ronkend en sputterend in de buurt kwam, waren ze spoorloos verdwenen.’ 

    De ‘hij’ is de legercommandant, een gedisciplineerd man die zijn manschappen op het hart drukt goed voor hun kleding te zorgen, ‘zichzelf elke ochtend te scheren en zich goed te wassen’. In de eerste nacht wordt hij gebeten door een beest dat kriebelend over zijn been bewoog. Hij slaat het van zich af, op zijn dijbeen zitten twee kleine rode puntjes. Het is onduidelijk waardoor hij gebeten is. Ik vermoed een spin, een zwarte weduwe. Die beet is een klein detail.

    Er is geen verhaal over het meisje, of niemand kent haar verhaal, ook de schrijfster niet. Enkel dat ze tijdens een patrouille, waarbij haar Arabische groepsgenoten en hun kamelen werden neergeschoten, gevangen werd genomen. Soms schreeuwt ze van angst, omdat ze is lastiggevallen door soldaten. De legercommandant intrigeert me. Zijn idee was het meisje naar het hoofdkantoor van de legerleiding brengen. Of als ze een Arabische nederzetting tegenkwamen, haar daar achter te laten. Ik dacht niet dat hij het in zich had het meisje kwaad te doen. Is het door het gif van de spin? Hij heeft last van verkrampingen in armen en benen, hartkloppingen, hoofdpijnen. Hij verbood zijn soldaten het meisje lastig te vallen. In de nacht van 12 op 13 augustus gebeurt er iets waardoor hij de volgende ochtend besluit het meisje te laten doden. Dit eerste deel leest als het kijken naar een stomme film.

    In het tweede gedeelte (elk deel beslaat drieënzestig pagina’s) is een Palestijnse vrouw in de stad Ramallah aan het woord in een groot monologue interieur. Op een ochtend leest ze in een krantenartikel, geschreven door een Israëlische journalist, over het vermoorde bedoeïenmeisje op 13 augustus 1949. Wat haar treft, is de datum waarop het incident plaatsvond. Het meisje werd na te zijn verkracht, vermoord op de ochtend waarop zij, exact een kwart eeuw later, in 1974 werd geboren. Het incident vindt ze niet bijzonder. ‘Als je kijkt naar wat er dagelijks gebeurt op plekken als deze, die met veel kabaal door anderen worden bezet en waar de dood altijd aanwezig is. (…) Zelfs verkrachtingen vinden niet alleen plaats in oorlogen, maar ook in het dagelijkse leven. Moord, verkrachting, en soms beide tegelijk.’

    De dag waarop het gebeurde, linkt haar aan die gebeurtenis, waardoor ze het verhaal van het meisje wil leren kennen. ‘Misschien is dit kleine detail wel van doorslaggevend belang als we de volledige waarheid willen achterhalen, want door het verhaal van het meisje achterwege te laten, legt het artikel niet de volledige waarheid bloot.’ Ze belt met de Israëlische journalist, reist door Israelisch gebied, waarbij ze constant pasjes moet tonen om grenzen te passeren. Zeer voelbaar is de beklemming om ergens te zijn waar je niet gewenst bent. Als Adania Shibli iets wilde benadrukken dan is het misschien wel dat zo niet God, dan wel de mens in al zijn daden ondoorgrondelijk is.

    Het is een paar dagen geleden dat ik het boek uit las, maar gisteravond, tijdens de twee minuten stilte, kroop het meisje in mijn hoofd. Wat ik ook probeerde, als legde iemand mij op dat ik anderen moest herdenken, ik zag haar in de Negev-woestijn, het gebied dat sinds mensenheugenis werd bewoond door bedoeïen, dat zij geen weet had van een onafhankelijkheidsverklaring. 

     

     

    Een klein detail / Adania Shibli / vertaling Djûke Poppinga / uitg. Koppernik


    inge meijer

    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV en leest.