• Oogst week 16 – 2020

    De onbevlekte

    De Vlaamse auteur Erwin Mortier (1965) publiceert fictie, gedichten en essays, maar is ook ghostwriter en vertaler. Hij kreeg zowel de Debutantenprijs als het Gouden Ezelsoor voor zijn eerste roman Marcel uit 1999. Later won hij onder meer de Cees Buddingh’-prijs en de AKO Literatuurprijs met andere boeken. In Marcel is de hoofdrol weggelegd voor een plattelandsjongen die ontdekt dat zijn familie sinds de Tweede Wereldoorlog een geheim met zich meedraagt. Dat geheim heeft alles te maken met Marcels grootoom, die ook Marcel heette en SS-soldaat was.

    Nu, ruim twintig jaar later, heeft Mortier een vervolg op deze roman geschreven: De onbevlekte. Marcel is inmiddels volwassen en wil weten waarom hij is vernoemd naar zijn grootoom. Om dat donkere verleden naar boven te halen, moet hij diep graven. Dat levert een complex, prachtig geschreven verhaal op.

    De onbevlekte
    Auteur: Erwin Mortier
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    Viktor

    De Tweede Wereldoorlog speelt ook een grote rol in Viktor, de debuutroman van de Nederlandse schrijver Judith Fanto (1969). Dit verhaal begint in 1914 in Wenen, wanneer de zesjarige Viktor Rosenbaum een ander kind redt van de verdrinkingsdood. Als Viktor volwassen wordt, bestaat zijn leven vooral uit feestjes en het niet afronden van studies. Pas in 1938 komt hier een einde aan: tijdens de Anschluß moet hij zijn geliefden beschermen. Dit doet hij met alle heldhaftigheid, vindingrijkheid en brutaliteit die hij in zich heeft.

    Meer dan een halve eeuw later ziet Geertje haar familie lijden onder de Joodse identiteit. Over Viktor, de broer van haar grootvader, wordt door niemand meer gesproken. Dat wakkert haar nieuwsgierigheid aan: ze wil weten wie hij was en gaat op onderzoek uit. Daarbij ontdekt ze een familiegeheim. Viktor is een waargebeurd verhaal.

    Viktor
    Auteur: Judith Fanto
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Victor

    Toevallig is er nóg een debuutroman verschenen die Victor heet, alleen nu met een c. Deze roman heeft niets te maken met de Tweede Wereldoorlog. Hij is geschreven door de Nederlandse auteur David Steenmeijer (1996), die opgroeide in een gezin vol boeken, maar zelf niet van lezen hield. In Victor wordt een psychologiestudent gedomineerd door zijn moeder en zijn vriendin. Via een bevriende dj belandt hij in het nachtleven, een wereld waar alles mogelijk is. Victor ontmoet er zelfs de perfecte vrouw. Eindelijk lijkt hij het geluk te hebben gevonden, maar lang duurt dat niet. Terwijl hij steeds meer van het nachtleven ontdekt, wordt hij ook steeds dieper in zijn eigen onderwereld gezogen. Peter Buwalda noemde Victor ‘een meeslepend debuut’.

    Victor
    Auteur: David Steenmeijer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Oogst week 12

    Pingping

    Pingping is de achtste roman van Mariët Meester – schrijver van fictie en non-fictie. Het is een bijzondere uitgave omdat het een eenmalige druk betreft van duizend genummerde en gesigneerde exemplaren. Een experiment van de schrijver, die de oplage laag wil houden om zo een bijdrage te leveren aan een andere manier van omgaan met spullen. Er zal dan ook geen herdruk verschijnen. Meester heeft veel gereisd, en daarover veel geschreven.
    Haar eerste roman, Sevillana verscheen in 1990. Twee van haar non-fictieboeken gaan over haar ervaringen met de Roemeense Roma, waar ze een periode mee samenleefde. Haar boeken kunnen gerust onderzoeksliteratuur genoemd worden, ook in haar romans speelt het onderzoekende een rol. Niet zelden is de hoofdpersoon iemand die terugstapt uit het normale leven en op onderzoek gaat naar nieuwe manieren van leven. Zo ook in Pingping, waarin de jonge vrouw Lily nogal abrupt van de stad naar de polder verhuist. Ze wil niets meer met geld verdienen te maken hebben, Dat valt nog niet mee in een wereld waarin iedereen juist het tegenovergestelde wil. Meesters zet fijne personages neer en beschrijft hen met enige introspectie en een gezonde dosis zelfspot. ‘”Ach aansteller,” zei ze hardop tegen zichzelf, haar stem klonk dun. “Wijvengezeik.” Ze overdreef , dat deed ze ’s nachts altijd.’

    Pingping
    Auteur: Mariët Meester
    Uitgeverij: Uitgeverij Caprae (2020)

    De breedsprakige dame

    Maeve Brennan (1917-1993) was journalist en schrijver van korte verhalen en behoorde vanaf 1949 tot de staf van The New Yorker. Tussen 1953 en 1968 schreef ze columns die ze baseerde op haar wandelingen door New York voor diezelfde krant. Restaurant bezoek, mensen die haar opvielen, haar eigen handelen en gedachten daarover zijn het onderwerp van haar columns. Ze schreef ze onder het pseudoniem ‘The Long-Winded Lady’. Ze beschrijft haar belevenissen en observaties in het New York van de jaren zestig en zeventig op ongekende wijze. Brennan geeft elke ontmoeting, observatie van mens, dier of gebouw tot in detail weer. Zo schrijft ze in een van haar columns uitvoerig over hoe een jongen naar zijn vader rent, een puber die haar als reusachtig overkomt, ‘hij rende heel onhandig, alsof hij zeven armen en zeven benen had die hij allemaal onder controle moest houden’. Ook lezen we over de afbraak van de laagbouw in New York, iets wat ze zeer betreurde. Achterin het boek is een brief uit 1969 opgenomen die ze aan haar collega, schrijver en redacteur  William Maxwell schreef. En begint met, ‘Ik dacht dat ik je een brief zou schrijven als ik de drie woorden ‘koud en zonnig’ in een eerste zin zou krijgen. En zoals je ziet: het is me gelukt.’
    Haar hele leven is ze op een paar korte relaties na, altijd alleen geweest. In 1993 stierf ze vrij ongelukkig in een verzorgingstehuis.

    De breedsprakige dame
    Auteur: Maeve Brennan
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep (2020)

    De reizigers

    Toneelschrijver Regina Porter debuteerde in 2019 met De reizigers, een portret van twee families en een confronterende analyse van het moderne Amerikaanse leven. De roman wordt geïntroduceerd als een toneelstuk, eerst worden de personages voorgesteld onder ‘Dramatis persona’. Er wordt een ‘Tijd van handeling’, vanaf de burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig tot het eerste jaar van het presidentschap van Obama, gegeven, de belangrijkste plaatsen van handeling en enige achtergrond informatie. Het voelt als goed voorbereid een verhaal in gaan. Het gaat over de zwarte Agnes Miller die zich in 1966 met haar vriendje op een verlaten weg in Georgia bevindt en door de politie wordt aangehouden. En James Vincent, geboren in een wit arbeidersmilieu, ontsnapt aan zijn milieu door advocaat te worden. Beide levens kruisen elkaar, de keuzes die ze maken worden van generatie op generatie overgedragen. Een geschiedenis van het moderne Amerika. Hier in daar zijn er in de roman klein formaat afbeeldingen opgenomen die het verhaal goed begeleiden.

    De reizigers
    Auteur: Regina Porter
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2019)
  • Een liefdeslied over het leven zelf

    Een liefdeslied over het leven zelf

    ‘Een ingetogen, gevoelig lied,’ noemde bestsellerauteur Paolo Cognetti De menselijke maat, de debuutroman van Roberto Camurri (1982). In Italië won dit boek meerdere prijzen en nu is er een Nederlandse vertaling door Manon Smits. De menselijke maat speelt zich af in Fabbrico, een dorp niet ver van Bologna. In elf korte verhalen of hoofdstukken komen verschillende personages aan het woord, allemaal onderdeel van een groter, overkoepelend geheel. Hierdoor is het boek niet alleen te lezen als een roman, maar ook als een reeks portretten van de inwoners van een klein dorp. 

    De meeste verhalen staan op zichzelf. Er is geen voorkennis nodig, de enige lijntjes met de rest van het boek zijn de namen van eerder geïntroduceerde personages en plaatsen. De verhalen vormen een inkijkje in het leven van de verteller. ‘Asfalt’ is bijvoorbeeld een illustratie van een ongelukkig huwelijk: zij wordt dik en hij raakt verslaafd. Wanneer het echtpaar tijdens een autorit stopt bij een benzinestation, gaat het gruwelijk mis. In het dankwoord vertelt Camurri dat Stephen King hem de inspiratie gaf voor dit verhaal. Dit is echter geen boek met horrorverhalen. Het belangrijkste thema is het leven zelf. Zo spelen oudere mensen een grote rol in ‘Sneeuw’. Eén van hen is vijfentachtig en geboren in mei, terwijl de vrouw van de verteller ook in mei is uitgerekend van hun eerste kind. De verhalen zijn niet chronologisch geordend en bestrijken een tijdspanne van meerdere jaren: het meisje dat in mei wordt geboren is in een ander verhaal al veertien jaar oud.
    Door deze indeling blijft het lang onduidelijk waar De menselijke maat nu écht over gaat: alle verhalen lijken rond een kern te draaien, een jong overleden personage uit het dorp. Na de eerste verhalen ontstaan er vragen, maar het duurt lang voordat er een antwoord volgt en soms komt dat niet. 

    Romantische schrijfstijl

    Over het algemeen is De menselijke maat vlot en hypnotisch geschreven, zoals een droom. Camurri slaagt erin om zelfs snot een romantische lading te geven: ‘Anela moest niezen, ze vroeg of hij een zakdoekje had terwijl ze haar hoofd achterover hield en haar hand voor haar neus om te voorkomen dat hij het transparante slijm op haar lippen zag druipen. Valerio had geen zakdoekje, maar hij pakte haar hand vast en deed die weg, hij rekte zich uit en kuste haar slijm en haar bovenlip en zij bleef roerloos zitten, zei wat smerig, en Valerio had gezegd dat er helemaal niets van haar was dat hij smerig vond.’

    Camurri gebruikt geen aanhalingstekens, wél veel lange zinnen. Op sommige plaatsen in het boek zijn zulke lange zinnen betoverend en is de oorspronkelijke Italiaanse tekst voelbaar in de Nederlandse vertaling, maar op andere plaatsen hapert de grammatica: ‘[…] hij kijkt naar Anela, met in haar ogen een voldoening […].’ Hier staat dat hij, Valerio, naar Anela kijkt met in Anela’s ogen een voldoening, terwijl er bedoeld wordt dat Valerio degene is die de voldoening in haar ogen ziet. Zeker in de langere zinnen van Camurri kan dit ervoor zorgen dat de lezer de weg kwijtraakt.

    De kracht van eenvoud

    De schrijfstijl van Camurri komt het beste tot zijn recht wanneer hij korte, eenvoudige zinnen gebruikt. Eén van de mooiste zinnen uit De menselijke maat staat in ‘Sneeuw’: ‘Acht maanden geleden was ze opgehouden het ontbijt voor haar man klaar te maken, bijna acht maanden geleden nu, drie maanden nadat haar man was overleden.’ Deze zin heeft geen grootse woorden of immense lengte nodig, juist deze bondige directheid maakt hem krachtig en roept het beeld op van rouw.
    In datzelfde verhaal verzorgt Valerio een bejaarde man, de oorlogsheld Giuseppe, die niemand meer heeft. Hoewel een deel van het boek dromerig is geschreven, is de werkelijkheid hier rauw: je kunt de trap in het huis van de man niet oplopen zonder dat de spinnenwebben in je gezicht slaan, de handdoeken zijn stijf van het vuil en ‘Giuseppe laat zijn onderbroek zakken, berustend’ als Valerio hem helpt om in bad te gaan. 

    Eenvoud is ook het kernwoord bij de typering van de personages. Doordat er meerdere personages aan het woord komen, schuilt het gevaar dat hun stemmen te veel hetzelfde klinken. Camurri omzeilt dat. Ieder personage heeft een eigen stem en wordt zo levendig geschetst dat je tijdens het lezen van De menselijke maat bijna zelf een inwoner wordt van het dorp. Het Italiaanse eten is bijna te proeven, de espresso haast te ruiken en de roes door de alcohol bijna te voelen. 

    Een liefdeslied

    De menselijke maat is doordacht gecomponeerd en de taalvirtuositeit springt van de pagina’s. Het is knap dat het Italiaanse gevoel in de Nederlandse vertaling behouden blijft. Door de warme, bijna drukkende sfeer en de indrukwekkende portretten van personages die je voor even uitnodigen in hun leven weet Camurri veelgebruikte thema’s als liefde en dood opnieuw in te kleuren. Er is geen echt plot, het verhaal wordt gedragen door de personages. De liefde waarmee Camurri hen omschrijft, altijd zonder te oordelen, is voelbaar. Elf korte verhalen lang bestaat de wereld alleen uit Fabbrico, het dorp met slechts vier straten. 

     

  • Klaarwakkere en illusieloze gedichten

    Klaarwakkere en illusieloze gedichten

    ‘Durf te schijnen’ staat te lezen in Godface, de debuutbundel van Asha Karami, en waarachtig: deze bundel heeft zeker het lef  te schijnen! En wel in een voorname goudgloed waarop de titel prijkt in zeer lange, uiteengerekte zwarte belettering, haast Art Deco. Een chic, oogstrelend visitekaartje dat typografisch ook tot in de puntjes verzorgd is. Maar hoe stralend is de inhoud en wie zit achter GodfaceOver de identiteit van de debutante wordt slechts in de flaptekst een tipje van de sluier opgelicht. De mededeling dat de dichteres drie keer van naam veranderde en dat haar geboortedatum een ‘complex verhaal’ is veeleer een nieuwe sluier. 

    Eigentijdse inhoud

    Asha Karami leerde in haar eerste zeven levensjaren vier talen , maar beschouwt geen daarvan als haar moedertaal. Ze is werkzaam als jeugdarts, yogadocent en ringarts bij vechtsportgala’s. Hier lijkt iemand te zijn opgestaan die het behaagt in het onbestemde haar bestemming te vinden. De bundel telt een vijftigtal gedichten,  gelijkmatig verdeeld over vijf reeksen die vernoemd zijn naar districten van Taipei, de hoofdstad van Taiwan. Het zal de gemiddelde lezer een schijn van houvast geven dat elk van de vijf afdelingen gekoppeld is aan een gemoedsstemming, respectievelijk: agitatie, aversie, delirium, apathie en euforie. 

    Zo klassiek tijdloos als het omslag, zo eigentijds daarentegen is de inhoud. De openingsregels van het eerste gedicht spreken boekdelen: ‘plannen, Eye Yikes / in de spiegel een nee, speelgoed en peuter / rode tint voor een uurrace’. Volgt een spervuur aan mededelingen waaraan nauwelijks een  touw valt vast te knopen. Gelegenheid om weg te dromen krijgt de lezer niet. Deze gedichten zijn klaarwakker, streetwise en illusieloos: ‘er gebeurt nooit iets wat je leven verandert’.
    Meerdere beelden werken op elkaar in, werkelijkheden lopen door elkaar heen. Een gedicht kan de toonzetting hebben van een  enquêtevraag, of een relaas van een gesprek dat nergens heen gaat. Zo fluïde en eigengereid als de identiteit van de maker, zo weinig trekken deze gedichten zich iets van een afbakening aan. Nauwelijks leestekens, en springend naar een volgend detail. Indrukken van buiten, aandoeningen van binnen. Dat een en ander ontregelend werkt mag duidelijk zijn. De binnenflap citeert de zelfverzekerde dichtregel: ‘ik ga niet op zoek naar iets / dat niet op zoek is naar mij’. De lezer zal zich afvragen of deze gedichten wel op zoek zijn naar hem. 

    Wie zoekt zal het vinden

    De lezer kan ook zijn eigen wijsheid inbrengen en menen: wie zoekt zal vinden! De inhoud voert je dan misschien niet naar een bestemde plek, maar het kan  de stem zijn met wie je op reis wilt door deze bundel. Een stem die soms prettig is te volgen, maar vaak moeilijk, waarbij je soms dwalend achterblijft en op de tast moet volgen. In deze gedichten houdt het ongerijmde open huis en heet de lezer van harte welkom. 

    Wie bereid is tot zoeken, stuit op enige constanten. Zo komen er onderlinge familierelaties ter sprake. Behalve een moeder, jonger zusje, broer, ‘mijn kind’ en zelfs een hond met epilepsie heerst vooral een afwezige vader.  Er is sprake van een ik die zich naar hartenlust aan zichzelf onttrekt: ‘ergens anders was ik een ander’. Die over meerdere identiteiten beschikt: ‘ik had me voorgenomen dat drie / van mijn vijf gezichten op elkaar zouden lijken’. Die zich kan opdelen: ‘als ik overlijd wil ik erbij zijn / ik wil het niet in mijn slaap ik / wil afscheid nemen en niet zonder mij doodgaan’.
    De ik verwijst niet steeds naar dezelfde persoon: ‘ik ben geboren met twee vagina’s’ versus ‘mijn leven begon heel gewoon behalve die ene keer/ dat de buurman probeerde aan mijn penis te zitten’.
    Toch lijkt er  tenminste bij één van die identiteiten een link met Iran. De ik-persoon, is van vele markten thuis en doet pogingen zich te omschrijven, haar (of soms ‘zijn’) identiteit te bepalen. De ik is bezig zich te positioneren temidden van de wereld en de relaties om haar heen. In die relaties geldt: ‘je moet eerst bij jezelf een masker / opdoen dan pas een ander helpen’. Al blijft vermoedelijk ook zonder masker de ene mens voor de andere een raadsel: ‘wie iemand werkelijk is daar zul je nooit achterkomen / zei iemand laatst tegen me’.

    Verzonnen woorden

    Langzaamaan rijst het beeld van een ik die niet ongeschonden tot haar huidige gedaante(s) is aanbeland: ‘omdat niemand mij / een naam gaf / noemde ik mezelf naar mijn hond / het is mijn zachte stijl’

    Elders staat: ‘ik was zo geïsoleerd dat ik mijn eigen woorden verzon’,  zoals: ‘vlinderskogels’ of ‘regenvalregels’. De ik ziet zichzelf niet de oorlog winnen, zoals ze schrijft, maar heeft vermoedelijk wel het nodige aan geweld en verwoesting ondervonden. In de tussenafdeling Nachtboek waarin aan dromen ontleende teksten zijn verzameld, staat dit filmische, desolate beeld:

    ‘bijna iedereen en alles in het land is dood
    ik moet bloemen halen voor de doden
    loop lange afstanden door verlaten gebieden
    er is nog één plek ver weg waar bloemen zijn
    loop langs een ruïne
    iemand woont daar
    hij vertelt me dat in zijn dorp ook bijna niemand meer leeft
    en waar ik bloemen kan vinden’

    Iets te nadrukkelijk afwijkend

    Dichterlijke zinnen als ‘de zon schijnt met de helderheid van de maan’ wisselen af met nuchtere, : ‘in de auto zingt ze met alle liedjes mee / af en toe een slok uit haar thermos’. Sommige titels lijken net iets te nadrukkelijk afwijkend gekozen, zoals donuts zijn niet halal.  De (onder)zoekende toon van deze gedichten boort zich soms  eigenzinnig door de logica heen, met een navenant verfrissende uitwerking: ‘ze zeggen dat je geluk zelf in de hand hebt / alsof ze weten hoe mijn handen eruitzien’
    of: ‘meer dan 90 procent van de problemen / is opgelost als iedereen in zijn eigen kamer / blijft maar ik wil het nu hebben over / de problemen die ontstaan binnenskamers’

    Hier worden geen gepolijste levenswijsheden uitgebroed, maar stekelige vruchten van eigen oogst gepresenteerd die uitnodigen tot reflectie: ‘zelfs lichtsnelheid is geen constante / de natuur houdt van haar vrijheid / ik betreur mijn toekomstige gedragingen’

    Het wat langere naamloze slotgedicht van de afdeling Yonghe (apathie), springt er uit. Met als motto een citaat uit de beroemde Brief an den Vater van Franz Kafka: ‘Irgendeine Ahnung dessen,  was ich sagen will, hast Du merkwürdigerweise.‘ Het gedicht behelst twaalf, in lengte afnemende pogingen om zich per brief tot een verdwenen vader te richten:  ’34 jaar geleden kwam ik ter wereld en jij was jij.’ Aanvankelijk is de toon nonchalant, een tikje aangeschoten misschien: ‘hoewel dit een zinvolle brief is, denk ik dat het tijd is om contact met mij op te nemen. laat me je een beetje over mezelf vertellen’.  Volgen enkele mededelingen en de wens ‘ik hoop van je te horen wat je belangrijk vindt. liefs, a’. 

    In de tweede variant wijzigt de toon van de zinnen al: ‘ik ben 34 jaar geleden geboren en jij bent een van hen. jaardag op 23 juli en ieder jaar is het tijd om mezelf goed te leren kennen voor mijn verslag aan jou.’ Er worden ook andere beweringen gedaan. In de eerste versie was a. arts in amsterdam. In de tweede dokter in londen. 

    Grammaticaal steeds ontwrichtender

    De derde versie begint met: ‘ik ben geboren op 34-jarige leeftijd en waar ben jij. mijn kind is jarig op 23 juli en jaarlijks herhaalt jouw verhaal en mijn verhaal. hoewel deze boodschap mij nog steeds een raadsel is, blijf ik hem lezen. vertel me iets over mezelf’. Ze is nu ‘een dokter in het bos.’ De versies worden niet alleen geleidelijkaan korter, maar ook waanzinniger en grammaticaal steeds ontwrichtender. ‘mijn geluk is 34, het spijt me. jaar na jaar voor u en mij en onze heer van 23 juli. hoe het ook zij, het is moeilijk’ wordt vervolgens: ‘mijn vreugde 34, gecondoleerd op 23 juli richt ik me van jou tot onze schepper. wat de reden ook is, het is leeg.’
    Er is sprake van een opklimmende graad van defragmentatie, qua inhoud, vorm, qua alles. De laatste, twaalfde versie, toont nog slechts een paar éénlettergrepige woordjes die tussen eigenaardige toetsenbordtekens staan, zoals: ‘+. lief.>.’ Als was alle hoop ten grave gedragen en rest er slechts tragiek. In dit gedicht gebeurt
    iets en als lezer onderga je het! Al kun je er niet precies je vinger achter krijgen. Gegeven het feit dat Franz Kafka het met zijn vader ook niet makkelijk had, voel je als lezer de worsteling tussen a en haar vader.  Begrijpelijk dat zo’n gedicht niet de bundel opent, maar wanneer je dit gedicht eenmaal gelezen hebt, ga je het overige met andere ogen (terug)lezen. 

    ‘durf te schijnen zei Ze
    perfectie bestaat want perfectie is een mentaliteit

    discipline en anarchie
    is alles wat ik nodig heb’

    Inderdaad: durf te schijnen, maar met haar discipline en anarchie laat Asha Karami het ook schrijnen. Of deze poëzie vrijblijvend is? Dacht het niet.

     

  • Oogst week 51 – 2019

    23 seconden

    In de laatste oogst van dit jaar het nieuwste boek van proza- en scenarioschrijver Kees van Beijnum, een memoir van De Amerikaanse schrijfster Vivian Gornick en het enige prozawerk van de dichter Hans Tentije herdrukt.

    Kees van Beijnum debuteerde in 1991 met Over het IJ, vier jaar later brak hij door naar het grote publiek met het semi-autobiografische boek Dichter op de Zeedijk, wat hem een nominatie voor de AKO Literatuurprijs opleverde. De oesters van Nam Kee werd in 2000 een bestseller. De meeste van zijn boeken spelen zich af in Amsterdam, zo ook zijn nieuwste roman 23 seconden. Over de geruchtmakende ‘hamermoord’ op een Amsterdamse raamprostituee, de moeder van een jonge schrijfster, Anne. Tijdens een zoektocht naar de wortels van haar bestaan, ontstaan er steeds meer vragen over de moord op haar moeder. Om het mysterie te ontrafelen, daalt ze steeds dieper af in de duistere wereld van haar verleden. Als ze contact zoekt met de moordenaar, zijn de gevolgen niet meer te overzien. Een mysterieus verhaal, dat verweven is met het aangrijpende verhaal over de fotograaf Hayo, Annes te jong gestorven jeugdliefde.

    In de nieuwe literaire talkshow van Het Parool, SPUI25 en het Nederlands Letterenfonds, Letteren Live, werd Kees van Beijnum geinterviewd.

    23 seconden
    Auteur: Kees van Beijnum
    Uitgeverij: Bezige Bij

    Een vrouw apart en de stad

    Vivian Gornick (1935) is een van de beste denkers die Amerika heeft voortgebracht. Zij is scherp in het oproepen van beelden van het leven in de grote stad. Een vrouw apart en de stad zijn notities van een bewust alleenstaande vrouw met een strijdbaar feministisch verleden. Haar metgezellen zijn de stad en de literatuur. Gornick beschrijft toevallige ontmoetingen, de steeds veranderende vriendschappen. De rode draad in het boek zijn de gesprekken met Leonard, een homoseksuele vriend die op zijn eigen ongelukkige leven reflecteert. Deze vriendschap heeft ‘meer licht geworpen op de raadselachtige aard van intermenselijke relaties’ dan welke intieme band in haar leven ook. Volgens de uitgever zijn de gesprekken tussen Leonard en Vivian ‘als een Grieks koor bij de stroom van ontmoetingen met portiers, groentemannen, travestieten, kennissen en buren’.

    Een vrouw apart en de stad
    Auteur: Vivian Gornick
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De innerlijke bioscoop

    Hans Tentije (1944) is een dichter waarvan weinigen weten dat hij ook proza schreef. Zijn in 1990 uitgebrachte bundel met lyrisch proza, De innerlijke bioscoop werd toen ter tijd lovend besproken maar weinig opgemerkt.

    Het is dan ook goed dat dit beslist tot zijn oeuvre behorende werk van Tentije door uitgeverij De Harmaonie herdrukt is. En werd uitgebreid met dertien nieuwe teksten met etsen van Peter Bes. De innerlijke bioscoop bevat verhalen van ervaringen en gebeurtenissen van de schrijver.  ‘filmpjes’ van wat de schrijver zoal heeft meegemaakt, in woorden geprojecteerd. Het boek zet na dertig jaar nog  tot nadenken aan.
    Sinds zijn debuut, Alles is er (1975), heeft Hans Tentije aan een uniek oeuvre gewerkt van inmiddels zeventien dichtbundels. Eerder werd Tentijes werk bekroond met onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Herman Gorterprijs en de Karel van de Woestijneprijs en in 2017 met de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

    De innerlijke bioscoop
    Auteur: Hans Tentije
    Uitgeverij: De Harmonie
  • Oogst week 50 -2019

    Zon

    ‘Als ik in het donker wacht
    houd ik een zakdoek aan mijn mond
    om mij ervan te vergewissen dat ik bloed
    want enkel wie kan bloeden kan ook dromen.’

    Het zijn de eerste regels van het openingsgedicht van Peter Verhelst in zijn nieuwe bundel Zon. Verhelst heeft een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan aan poëzie, proza en theaterteksten en kijkt thuis uit op een indrukwekkende prijzenkast. Zon gaat over begeerte, eenzaamheid en verlies in apocalyptische tijden: ‘De zon is prachtig en mededogenloos’, zei hij in een interview op de Belgische radio, waaraan hij zijn kwaadheid toevoegde over de klimaatconferentie in Madrid: ‘ik probeer boven mijn kotsgeluid uit te komen (…) Mijn woede wordt te groot’. Een woede die in Zon meeklinkt als Verhelst bijvoorbeeld teksten van Bart de Wever verwerkt.

    Zon
    Auteur: Peter Verhelst
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    Het gewicht van de woorden

    De Zwitserse filosoof Peter Bieri schrijft romans onder het pseudoniem Pascal Mercier. Zijn Nachttrein naar Lissabon uit 2004 was zijn definitieve doorbraak in Nederland. Het werd in 2013 verfilmd en een jaar later liep in Nederland een theaterproductie naar de roman. Geeft de 57-jarige Gregorius in Nachttrein plotseling zijn oude leven in Bern op om in Portugal het leven van de arts Prado te onderzoeken, in zijn nieuwste roman Het gewicht van de woorden lijkt de inzet vergelijkbaar. Nu gaat het om de zestiger Simon Leyland die nog maar kort te leven heeft en besluit zijn uitgeverij in Triëst achter te laten om terug te gaan naar Londen waar hij in de vroegere brieven aan zijn vrouw duikt. De roman begint met een motto van de Portugese schrijver Pedro Vasco de Almeida Prado (een ander dan de fictieve Prado uit Nachttrein): ‘…als je de juiste woorden vindt, is het alsof je wakker wordt bij jezelf, er ontstaat een nieuwe tijd: het heden van de poëzie’.

    Het gewicht van de woorden
    Auteur: Pascal Mercier
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De Warnow

    Een man, een schip, een droom is de veelzeggende ondertitel van De Warnow. NRC-journalist Hans Steketee deed in 2013 in zijn krant verslag van de zoektocht naar een gammele loodsboot waarop schipper Arnoud Brinkman met onder andere zijn vriendin Tirza via Schotland naar Noorwegen was vertrokken om daar het Noorderlicht te zien. Ze werden in een storm nog maar net gered. Er ontstonden felle discussies die er toe leidden dat een aantal opvarenden aan wal ging. Maar Brinkman besloot door te gaan. Zijn schip raakte vermist.
    Steketee besloot dieper in het leven van de schipper te duiken in een mengeling van verbazing over diens roekeloosheid en bewondering voor de overgave aan avontuur en kameraadschap. De Warnow is een spannend verslag geworden van een onderzoek naar wie Brinkman was en naar wat er gebeurd kan zijn met zijn boot.

    De Warnow
    Auteur: Hans Steketee
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Oogst week 49 – 2019

     

    Xenomorf

    Jens Meijen (1996) is de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België. Hij publiceerde in verschillende literaire tijdschriften, zoals De Revisor en Hard//hoofd. Hij is journalist bij Humo en De Morgen en redactielid bij DW B. Ook stond hij op diverse literaire podia, zoals het Tilt Festival. Meerdere uitgeverijen wilden zijn poëziedebuut uitgeven, maar uiteindelijk tekende hij bij De Bezige Bij. Het resultaat is Xenomorf, met verrassende poëzie over de ondergang van de aarde.

    Niet alleen de aarde sterft, ook taal gaat ten onder. In zijn gedichten observeert Jens Meijen dit verschijnsel. Hij beschrijft hoe dictators worden verkozen en hoe luchtverontreiniging onze longen bruin maakt. Xenomorf is echter geen deprimerende bundel: vol passie en taalplezier gaat Meijen in verzet tegen onverdraagzaamheid in de wereld.

    Xenomorf
    Auteur: Jens Meijen
    Uitgeverij: Bezige Bij, De

    Het internet is stuk

    Marleen Stikker (1962) is internetpionier en leider van Waag, het onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie. Deze maand bestaat Waag vijfentwintig jaar en naar aanleiding daarvan schreef ze Het internet is stuk. In dit boek behandelt ze de geschiedenis van het internet van de begintijd tot nu. Vroeger was het internet bijvoorbeeld een manier om kennis toegankelijk te maken voor een groot publiek, maar tegenwoordig kleven er gevaren aan het wereldwijde web.

    Niet alleen benoemt Stikker deze gevaren, zoals de aantasting van onze identiteit en democratie, ook onderzoekt ze waar het precies misging en hoe we de macht over ons digitale leven kunnen terugkrijgen. Het is nog niet te laat om onze data te beschermen en de mens centraal te stellen in plaats van de economie.

    Het internet is stuk
    Auteur: Marleen Stikker
    Uitgeverij: De Geus

    Barracoon

    Al in 1931 schreef Zora Neale Hurston (1891-1960), belangrijk vertegenwoordiger van de Harlem Renaissance, dit waargebeurde verhaal, maar geen enkele uitgever had belangstelling voor het boek. In 2017 verscheen het alsnog en kreeg het de status van een uniek historisch document. Voor dit boek interviewde Neale Hurston Oluale Kossola, die in 1860 op negentienjarige leeftijd vanuit West-Afrika naar de Verenigde Staten werd verscheept.

    Tijdens deze interviews groeien Kossola, die dan al ver in de tachtig is, en Neale Hurston naar elkaar toe. Hij vertelt haar over zijn jeugd, hoe hij gevangen werd genomen, de verschrikkelijke tocht op het slavenschip De Clotilda, de Amerikaanse Burgeroorlog en zijn leven na de slavernij. Het bijzondere aan deze vertaling is dat de oorspronkelijke Engelstalige tekst naast de Nederlandse is afgedrukt, zodat de stem van Kossola niet verloren gaat.

    Barracoon
    Auteur: Zora Neale Hurston
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 48 – 2019

    Duizelingen

    Voor de mensen die nog nooit kennis gemaakt hebben met het werk van de Duitse W.G. Sebald, is de recente heruitgave in een reeks van vier titels nu misschien aanleiding om dat te gaan doen. De reeks is verschenen in een opvallend en herkenbaar ontwerp door Moker Ontwerp.
    U kent misschien Austerlitz, het meest bekende boek van deze auteur, omdat u het gelezen of er toch op zijn minst van gehoord heeft. Deze nieuwe reeks moedigt aan om ook in de andere boeken van Sebald te duiken.
    De boeken van Sebald werden door Ria Hengel vertaald en verschijnen bij De Bezige Bij.

    De Duitse W.G. Sebald (1944-2001) was hoogleraar Duitse letterkunde aan de Universiteit van East Anglia. Belangrijk thema’s in zijn werk zijn de Tweede Wereldoorlog, emigranten en buitenstaanders, herinneringen en geheugen. Zijn boeken worden gekenmerkt door melancholie en weemoed en zijn vaak half fictief, voorzien van foto’s die de indruk wekken dat ze overeenkomen met de vertelde werkelijkheid, maar dat lang niet altijd doen.
    Bij uitzondering besteden we in deze Oogst aandacht aan vier boeken van één uitgeverij.

    Duizelingen was het debuut van Sebald. Het werd in het begin van de jaren 90 voor het eerst in Nederlandse vertaling bij Van Gennep uitgegeven onder de mooie titel Melancholische dwaalwegen.

    In Duizelingen (oorspronkelijk verschenen in 1990) maakt een naamloze verteller een reis door Europa, van Wenen naar Venetië, van Verona naar Riva en via de Alpen uiteindelijk naar zijn geboorteplaats, een klein dorpje in Beieren. De melancholische verteller reist niet alleen in het heden, maar ook in het verleden. Zijn hallucinaties, misselijkheid en angsten zijn symptomen die hem verbinden met vroegere reizigers als Stendhal en Kafka. De verteller spint een duizelingwekkend web van geschiedschrijving, biografie, autobiografie, legendes, literatuur en – het onbetrouwbaarst van allemaal – herinneringen.

     

    Duizelingen
    Auteur: W.G. Sebald
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij

    De emigrés

    De emigrés (1992) is een verhalenbundel waarin W.G. Sebald schrijft over een aantal migranten, de meesten van Duits-joodse afkomst en uit hun land verdreven, die heimwee hebben naar hun vaderland. Sebald zelf was ook een migrant, hij koos echter vrijwillig voor een leven buiten Duitsland.

    De hoofdpersonen in De emigrés vertrekken naar Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten, bouwen een geslaagd leven op maar worden op het eind van hun leven gekweld door heimwee naar hun jeugd. Tegelijkertijd realiseren zij zich dat het Duitsland uit hun jeugd niet meer bestaat en dat de nazi’s er een heel ander land van gemaakt hebben.

    Volgens de uitgeverij ‘schildert Sebald – in een oorspronkelijke literaire vorm, die misschien nog het best te omschrijven valt als documentaire fictie – een onvergetelijk portret van vergeten en verdwenen mensen.’

     

     

    De emigrés
    Auteur: W.G. Sebald
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij

    De ringen van Saturnus

    De ringen van Saturnus (1995) wordt het meest Engelse boek van Sebald genoemd. Daarin maakt een man een (denkbeeldige) wandeltocht door het graafschap Suffolk, een dunbevolkt gebied aan de Engelse oostkust dat getuigt van Engelands vergane glorie en vergankelijkheid. De omgeving leidt tot filosofische bespiegelingen over de mensen en culturen die hem voorgingen.
    De ringen van Saturnus houdt het midden tussen rapportage en fictie, autobiografie en geschiedschrijving.

    PatienceAfter Sebald (2012) van de Engelse regisseur Grant Gee is een filmische weergave van de melancholische sfeer van De ringen van Saturnus.

    De ringen van Saturnus
    Auteur: W.G. Sebald
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij

    Austerlitz

    Tot slot Austerlitz uit 2001, het jaar waarin de auteur als gevolg van een auto-ongeluk om het leven kwam. Austerlitz betekende Sebalds internationale doorbraak.
    Het vertelt het verhaal van een Duitse joodse jongen die in 1939 met een kindertransport, zonder zijn ouders, in Engeland aankomt en daar opgroeit bij een ongezellig en weinig warm domineesechtpaar.
    Hij voelt zich ontheemd. Als hij jaren later op zoek gaat naar zijn wortels, zijn naam, zijn familie en zijn vaderland, vindt hij wel iets maar helaas maar weinig.

     

    Austerlitz
    Auteur: W.G. Sebald
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij
  • Zomerlezen – drie topboeken

    De jaren

    Sommige boeken maken een onuitwisbare indruk wanneer je ze leest als tiener of jongvolwassene. Klassiek werk van schrijvers als Dostojevski, Tolstoj, Kafka en Camus. Later wordt het lezen van een boek dat een blijvend stempel drukt op je literaire ervaring zeldzamer. Het is dan ook extra bijzonder om nog eens zo’n boek te ontdekken dat een onuitwisbare induk op me maakte, zoals De jaren van Virginia Woolf, recent opnieuw in het Nederlands vertaald.  De lezer volgt de Engelse familie Pargiter vanaf het einde van de negentiende eeuw tot in het interbellum, maar een traditionele familiehistorie is dit niet. Elk hoofdstuk speelt zich af in een ander jaar en beslaat slechts één of enkele dagen terwijl ondertussen de geschiedenis op de achtergrond verstrijkt en de meeste mijlpalen uit het leven van de personage resoluut overgeslagen worden. In het verglijdende perspectief en de weergave van de inwendige belevingswereld van de karakters toont de auteur haar absolute meesterschap. Ze maakt zo de zoektocht van de telgen Pargiter in het doolhof van hun eigen bewustzijn op ongeëvenaarde wijze inzichtelijk. Sommige scènes zijn hartverscheurend mooi, bijvoorbeeld in het slotdeel. Woolf slaagt er in het gerijpte De jaren optimaal in om het menselijke en het experimentele van haar proza tot een eenheid te smeden, waarmee ze zich bewijst als een van de grootste romanschrijvers van alle tijden.

     

    De jaren
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & van Gennep

    Wij houden van Tsjernobyl

    Door de populaire HBO-serie Chernobyl die op dit moment speelt, neemt het toerisme in de streek die door het rampzaligste kernongeluk uit de geschiedenis werd getroffen sterk toe, maar Aleksijevitsj drijft er al de spot mee in haar schitterende boek Wij houden van Tsjernobyl, dat in een eerste versie verscheen in 1997. Later volgde uitbreiding van het materiaal. Balancerend op het snijvlak tussen geschiedschrijving, journalistiek en literatuur, laat Svetlana Aleksijevitsj een stoet van ooggetuigen aan het woord komen. Dit levert een veelstemmig document op dat de huiveringwekkende reikwijdte laat zien van de Tsjernobyl-ramp. Het boek geeft niet alleen inzicht maar eert tegelijkertijd de rampenbestrijders en hun nabestaanden: elk levensverhaal is een novelle bij deze Nobelprijswinnaar. Je weet niet wat je leest.

     

    Wij houden van Tsjernobyl
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Pereira verklaart

    Na het zware literaire geschut tot slot een fijnzinnige roman gesitueerd in het Portugal onder dictator Salazar, opvallend genoeg geschreven door een Italiaan. Protagonist Pereira, apolitiek redacteur van de literatuurbijlage in de krant, leidt een onopvallend bestaat totdat hij in contact komt met een mysterieuze student die rebelleert tegen het regime. Om hem van enig werk te voorzien laat Pereira de jongeman necrologieën schrijven van nog levende schrijvers, die stuk voor stuk onbruikbaar blijken door hun sterk politieke toon (maar daarin wel heel grappig zijn). Geleidelijk dringt de vraag zich op hoelang hij zich nog afzijdig kan houden van het leven zoals dat zich onder zijn neus afspeelt. Tabucchi brengt een fraaie samenhang aan in deze compacte roman door een handvol motieven en stijlelementen, waaronder die van de opzet als ‘verklaring’. Una testimonianza, is de ondertitel dan ook. Een parel van een boek, veel beter kom je ze in een leesjaar doorgaans niet tegen.

    Pereira verklaart
    Auteur: Antonio Tabucchi
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Zomerlezen- España

    Aan de oever

    Op nummer drie in de lijst van populaire vakantiebestemmingen voor Nederlanders prijkt Spanje, na Frankrijk en Duitsland. Het is er nu toch veel te heet om iets anders te doen dan de schaduw op te zoeken met een goed boek, dus hierbij drie tips waarvoor u vast nog wel een plekje vindt in uw koffer, naast de zonnecrème.

    Kenners van de Spaanse literatuur weten dat Rafael Chirbes (1949-2015) niet de bekendste, maar misschien wel de grootste van zijn generatie was. Als u iets wilt begrijpen van het moderne Spanje, mag u hem niet missen. Misschien is het u wel eens opgevallen dat er sinds de instorting van de Spaanse vastgoedmarkt overal aan de Spaanse costa’s half afgewerkte bouwprojecten staan te verkommeren? Welkom in de wereld van Esteban, hoofdpersonage van Chirbes’ Aan de oever, die het geld van zijn vaders bescheiden meubelmakerij investeert in een bouwonderneming in de hoop mee te profiteren van de vastgoedhausse die aan de verwoestende crisis voorafging. Uiteindelijk wordt de meubelmakerij meegesleurd in de ondergang van Estebans vastgoedproject, staat het personeel op straat en kan hij de verpleegster die voor zijn dementerende vader zorgt, niet langer betalen. Chirbes geeft u een kijkje achter de schermen van de Spaanse bouw- en toerismesector, waar louche zakenlui, corrupte politici en andere onfrisse figuren rijk proberen te worden over de rug van de Spanjaarden onder aan de sociale ladder. Geef de ober die uw paella opdient straks dus maar een mooie fooi, want hij/zij moet rondkomen van een hongerloon.

     

    Aan de oever
    Auteur: Rafael Chirbes
    Uitgeverij: Meridiaan

    De nacht der tijden

    Een andere sterkhouder van de Spaanse letteren is de Andalusiër Antonio Muñoz Molina. Een van zijn mooiste boeken is ongetwijfeld De nacht der tijden, over een onmogelijke liefde tussen een Spaanse architect en een Amerikaanse schrijfster aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog. Dat klinkt sentimenteel, maar niets is minder waar. Slechts weinigen verstaan de kunst om over liefde te schrijven zonder te vervallen in stereotypen of melodramatische clichés, maar Muñoz Molina draait zijn hand er niet voor om en toont met succes hoe lastig en tegelijkertijd hoe mooi el amor kan zijn.

    De nacht der tijden
    Auteur: Antonio Muñoz Molina
    Uitgeverij: De Geus

    Andalusisch logboek

    Over de derde Spanje-tip hebben ik nog even getwijfeld. Andrés Barba, die met Republiek van licht een verbluffende roman schreef, was zeker een goede kandidaat, maar het boek speelt eigenlijk meer in een fictieve Latijns-Amerikaanse stad. Bovendien stellen ik u graag voor aan een Vlaming die al jaren in Spanje woont: Stefan Brijs. Misschien kent u hem als romancier, maar zijn Andalusisch logboek is zeker niet te versmaden. Brijs woont in een afgelegen dorp in de bergen bij Málaga en beschrijft in zijn logboek over het leven aldaar, van de cultuur tot de mensen, maar ook de natuur. Wist u bijvoorbeeld dat er een dramatisch watertekort dreigt in Andalusië omdat de lokale boeren massaal zijn overgeschakeld op het telen van aardbeien en avocado’s? Vroeger verbouwden ze gewassen die minder moesten worden besproeid en beter waren bestand tegen de droogte. Reken daar nog bij dat de Spaanse costa’s in de zomer worden overspoeld door toeristen die de schaarse watervoorraad nog meer uitputten, en er dreigt echt een milieuramp. Geniet van uw vakantie, maar sta daar misschien toch even bij stil voordat u het zwembad induikt.

    Andalusisch logboek
    Auteur: Stefan Brijs
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 18 – 2019

    Ik heb het de tuin nog niet verteld

    In de oogst van deze week de laatste roman van de Italiaanse schrijfster Pia Pera, de vijfde roman van Jan Vantoortelboom, literair tijdschrift Tirade, en een bericht van de Turkse schrijver en politieke gevangene Ahmet Altan.

    Pia Pera (1956-2016) was een Italiaanse auteur en vertaalster Russisch. Ze schreef verschillende romans. In 1995 verscheen haar Dagboek van Lo, een hervertelling van Nabokovs Lolita, maar dan vanuit het vrouwelijke hoofdpersonage verteld. Later specialiseerde ze zich in boeken over tuinieren. Pia Pera overleed in 2016 aan de gevolgen van ALS. Ik heb het de tuin nog niet verteld is een semi-autobiografische roman en tevens haar laatste werk.

    Als Pia Pera ongeneeslijk ziek is, trekt zij zich steeds meer terug in de natuur. Zo lang als ze kan blijft ze actief om in haar Toscaanse tuin te kunnen werken. Wanneer haar spierkracht afneemt, ze invalide raakt is de Sri Lankaanse tuinier, Giulio, die voor haar en haar tuin zorgt. Naast meditatie, het lezen van enorme hoeveelheden boeken en lezingen die haar dagen structureren, is er ook de foxterriër die altijd bij haar is en een groot aantal vrienden die komen en gaan. Maar het is de tuin die als een spiegel elke stemming en elk teken van haar ziekte reflecteert. Het is een boek waar beweging in zit en leidt naar donkere diepten, naar geliefde dichters, filosofen en de muziek van Abba (een Chinese dokter adviseerde haar naar hen te luisteren, omdat het therapeutisch zou werken). Een zelfonderzoek over leven en dood, reflecterend op vragen waarop ze geen antwoord heeft. Vragen die een ieder raken, vroeg of laat.

    Ik heb het de tuin nog niet verteld
    Auteur: Pia Pera
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Jagersmaan

    De West-Vlaamse scrhijver Jan Vantoortelboom (1975) schreef sinds 2011 vijf romans, zijn tweede roman Meester Mitraillette, werd boek van de maand bij DWDD.

    In zijn nieuwste roman Jagersmaan schrijft Jan Vantoortelboom met over waar de grenzen van de liefde van een ouder voor een kind liggen en speelt in 1922. De jongeman Victor Vanheule leeft in armoedige omstandigheden en heeft een onwettig kind. Om de schande te ontvluchten vertrekt hij per boot naar Amerika. De boot verongelukt en Victor spoelt aan op de kust van Ierland. Daar woedt een burgeroorlog met een versplinterde Ierse Republikeinse Broederschap. In zijn poging een nieuw leven te beginnen, wordt Victor gedwarsboomd door anderen. Hij treft een gelijkgestemde ziel in een meisje waarvan de vader net geëxecuteerd is, samen hopen ze op betere tijden.

    Een sfeervol vertelt verhaal dat als volgt begint:
    ‘Ineens staat ie voor m’n neus, ‘k viel bijna achterover van ’t verschot. Hij komt zomaar via de achterdeur binnen, de smoelentrekker.’

    Jagersmaan
    Auteur: Jan Vantoortelboom
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Tirade

    Een dik nummer van de nieuwe Tirade plofte op de deurmat. Het is dan ook een dubbele editie, de nummers 474 & 475, met bijdragen van twaalf auteurs. Opvallend is dat de korte verhalen, van een behoorlijke omvang zijn en het middenstuk, het artikel Het literaire werk tussen feit en fictie van H.U. Jessurun d’Oliveira, ruim veertig pagina’s beslaat. Een zeer interessant stuk over het domein van de schrijver, die van de wereld literatuur maakt. En wie is er verantwoordelijk voor de karakters in het boek die de werkelijkheid weergeven? Moet de rechter de plaats innemen van de literatuurwetenschapper? Denk aan Peter Koelewijn die A.F.T. van der Heijden aanklaagde, en de rel rond Charlotte Mutsaerts over haar boek Harnas van Hansaplast, waarin haar broer als fictief hoofdpersoon fungeerde en natuurlijk ook het ‘Ezelproces’ van Gerard Reve.

    Daarnaast bevat Tirade poëzie van de Engelse dichter Christopher Levenson (1934), ingeleid en vertaald door Ad Zuiderent, en van Myrte Leffring. Verder verhalen van Willemijn Kranendonk, Rino Gouw (debutant in het tijdschrift), Pieter Kranenborg, Gilles van der Loo, Lia Tilon en Nathanael West (vertaling Caspar Wijers). De tirade van… is deze keer door Daan Doesborgh gevuld. Illustraties Cheerted Keo.

    Een nummer om de maand mee door te komen, met mooi proza en poëzie.

    Tirade
    Auteur: Redactie: Dean Bowen, Daan Doesborgh, Julien Ignacio, Anja Sicking, Marko van de Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik zal de wereld nooit meer zien

    De Turkse schrijver Ahmet Altan kreeg vorig jaar levenslang. In Ik zal de wereld nooit meer zien doet hij verslag.
    In 2016 werd er op een vroeg zomerochtend aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan. Hij  wist meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot levenslang in eenzame opsluiting.
    Altan beschrijft op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat.

    Een fragment:
    ‘Terwijl de politiemannen het huis doorzochten, zette ik thee-water op.
    ‘Willen jullie thee?’ vroeg ik.
    Ze zeiden dat ze niet hoefden.
    De stem van mijn vader nabootsend zei ik: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Exact vijfenveertig jaar geleden, op een ochtend als deze, waren ze ons huis binnengevallen om mijn vader te arresteren.
    Mijn vader had ze koffie aangeboden en toen ze het hadden afgewezen had hij lachend gezegd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Wat ik meemaakte was geen déjà vu.
    Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid.’

     

    Ik zal de wereld nooit meer zien
    Auteur: Ahmet Altan
    Uitgeverij: Bezige Bij, De
  • Oogst week 14

    Asja en de astrologe

    Deze week in de oogst drie vertaalde romans en wel vanuit het Bulgaars, Amerikaans en Russisch en reisverhalen van een Nederlandse auteur.

    De Bulgaarse journaliste en schrijfster Ina Vălčanova, won met haar derde roman Asja en de Astrologe in 2017 de EU-Literatuurprijs. Een boek in twee (geestige) monologen van twee vrouwen wier levens elkaar voor korte tijd kruisen. Asja is slordig en impulsief vrouw. Al joggend breekt ze zich het hoofd over hoe ze haar leven een andere wending kan geven. Dan krijgt ze een raadselachtig telefoontje van een collega.

    De tweede brouw, Radost is net gescheiden en woont weer in een flat in Sofia waar ze opgroeide. Ook zij gooit haar leven om. Ze mediteert, loopt hard, maakt haar eigen beautyproducten en verdiept zich in de astrologie. Met haar collega Asja, zo blijkt, heeft ze een speciale astrale band. Asja hangt iets boven het hoofd en Radost moet ingrijpen.

     

    Asja en de astrologe
    Auteur: Ina Valcanova
    Uitgeverij: De Geus

    De zwijguren

    In De zwijguren. Vijftien literaire reisverhalen en een zeeslag volgt E. de Haan de voetsporen van wereldberoemde schrijvers en dichters. Aan de hand van briefwisselingen, notities en dagboeken traceert hij hun leven en sterven. Door tijdelijk dezelfde paden te bewandelen haalt hij het verleden naar zich toe. De ene keer betreft het Samuel Beckett in Hamburg, waar hij het Duits leerde spreken, of John Keats in Winchester, mijmerend over zijn geliefde Fanny Brawne. Lord Byron maken we in Genua, Venetië en Navarino mee. Joseph Brodsky, Ezra Pound en Frederick Rolfe treffen we aan op een Italiaans eiland. Maar ook minder grote goden als Trakl, Klopstock en Choukri of vergeten talenten als Mohr, Waggerl en Blecher komen aan bod. De Zwijguren rakelt geschiedenissen op die anders ongehoord zouden blijven. Elk verhaal wordt voorafgegaan door een foto van een historische plek, gemaakt door de schrijver zelf en door Judith Heinsohn. 

    E. de Haan (1957) is het pseudoniem van Peter de Rijk, redacteur en docent Creatief schrijven. De Haan debuteerde in 1996 met de novelle Vonk en schreef later ook gedichten. Ik belde mijn muze (2003) was zijn debuutbundel. De tweede, Scheren zonder spiegel verscheen in 2011. Gedichten dan hem werden opgenomen in De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, door Ilja Leonard Pfeiffer samengesteld.

    De zwijguren
    Auteur: E. de Haan
    Uitgeverij: Knipscheer,

    Een zekere vrijheid

    Margaret Wilkerson Sexton is geboren in New Orleans waar ook haar debuutroman Een zekere vrijheid speelt. Ze studeerde Creative writing en Rechten.

    Een verhaal over drie generaties te beginnen in de jaren veertig in New Orleans met Evelyn, oudste dochter uit een welgestelde familie, gaat met de zoon van een conciërge – wiens dromen groter zijn dan zijn mogelijkheden – in zee. Ze krijgen een dochter, Jackie, die eenmaal volwassen de carrière van haar man ziet ontsporen door de economische crisis in de jaren tachtig tijdens de Reagan-jaren. Haar man raakt verslaafd en Jackie staat alleen voor de opvoeding van hun zoon T.C.
    In 2011 worstelt New Orleans met de nasleep van orkaan Katrina en T.C. wil een nieuwe start maken. Maar dat blijkt zelfs in de eenentwintigste eeuw niet eenvoudig voor een zwarte jongeman in het zuiden van Amerika.

    ‘This luminous and assured first novel shines an unflinching, compassionate light on three generations of a black family in New Orleans, emphasizing endurance more than damage.’ Zegt de  New York Times Book Review.

    Een zekere vrijheid
    Auteur: Margaret Wilkerson Sexton
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Voorbij het geheugen

    Dichteres en schrijfster Maria Stepanova is een belangrijk persoon binnen de literaire scene in Rusland. Voorbij het geheugen is een familiegeschiedenis, over haar joods-Russische familie die bestond uit artsen, architecten, bibliothecarissen, accountants en ingenieurs. In de twintigste eeuw, waarin jodenvervolging, onderdrukking en moord schering en inslag waren, bleef haar hele familie ongedeerd. Haar voorouders overleefden alle verschrikkingen van de twintigste eeuw. Dit verbaasde haar en deed haar zich afvragen: Wie of wat getuigt van mensen en dingen die verdwijnen? Zijn herinneringen aan het verleden wel te bewaren? Hoe slaan de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw neer in het geheugen van de mensen van nu? Op welke manier moet Stepanova zichzelf verhouden tot de voorbije levens die ze bestudeert?

    Met Voorbij het geheugen schreef Maria Stepanova een bijzonder boek dat wel doet denken aan het werk van auteurs als Nabokov, Sebald en Sontag, maar vooral een zeer eigen stem heeft.

    Een mooie lijst met boeken waar we de komende week weer mee voort kunnen.

     

    Voorbij het geheugen
    Auteur: Maria Stepanova
    Uitgeverij: De Bezige Bij