• Als je niet weet hoe je zelf moet vliegen

    Als je niet weet hoe je zelf moet vliegen

    Zij. is het romandebuut van de Belgische theater- en filmactrice en filmregisseur Maaike Neuville. Romanpersonage Ada Peeters, een bijna veertiger, schrijft over haar eigen leven een roman in de vorm van een innerlijke monoloog. Het is noodzakelijk dat zij haar verhaal doet, omdat zij zoveel dingen heeft meegemaakt en haar trauma’s wil uitspreken, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor jonge vrouwen die uit schaamte en schuldgevoel hun mond niet durven open te trekken tegen kerels die misbruik maken van hun onzekerheid. Ada is actrice en geeft les op een theaterschool. We volgen haar gedurende bijna vierentwintig uur. Ze bereidt zich voor op een solovoorstelling in Antwerpen.We  volgen haar op de fiets en in de trein daar naartoe en in de vijftien minuten voorafgaande aan de voorstelling. Na afloop van de voorstelling, die niet in de roman voorkomt, volgen we haar ’s nachts in een taxi op weg naar haar huis in Brussel.

    Ada lijdt aan podiumangst en is erg onzeker. Op weg naar haar solovoorstelling in Antwerpen vraagt ze zich af, waar dat vandaan komt: ‘Welke nacht heeft zich ongemerkt kunnen plooien rondom alles wat ik doe zodat ik, als vrolijk opgevoede volwassen vrijgevochten vrouw, alsnog met strakke boeien in deze trein zit?’ De boeien zijn volgens haar verbonden met de affaire die ze had met de regisseur met de rode sjaal en de mooie slanke, grote handen, die in Antwerpen woont en die zij in de zaal verwacht. De naamloos blijvende oudere man werkte in de Studio Herman Teirlinck, waar zij als jonge vrouw studeerde. De herinnering aan hem veroorzaakt stress bij haar, alsof er een donker bolletje op haar borstbeen zit. Dat bolletje keert vele malen in deze roman terug. De man fascineerde haar, vanaf de eerste kennismaking, door zijn autoriteit en vermeende zelfverzekerdheid.  

    Oudere mannen

    Nu ze negenendertig is en op weg naar de voorstelling, denkt ze erover na wat er in haar relatie met deze man fout is gegaan: ‘Ik wilde zijn kennis, ik mikte op zijn hart.’ Ze zette haar lichaam, haar vrouw zijn in om bij die zelfverzekerde autoriteit in de buurt te komen. Ze kregen een liefdesaffaire. Zij was nog geen twintig, hij ruim twintig jaar ouder. De regisseur wordt niet als een monster, die haar als jong onzeker meisje gedwongen heeft, afgetekend. Ze erkent haar eigen rol in de affaire. Hij kon haar grenzen overschrijden omdat zij die zelf opzocht. Het enige wat ze de man verwijt is dat hij inging op haar verlangen. Hij had haar als een vader tegen zichzelf moeten beschermen.
    Omgang met oudere mannen is een terugkerend aspect in haar leven: ‘Onvermoeibaar haakte ik, met mijn lange blonde haren, mijn karretje vast aan de verlossers met autoriteit.’ Ze constateert nu met spijt dat ze haar halve leven geen vrouw was, maar een ‘mannenwens’. Mede daardoor is ze tot op de dag van vandaag onzeker. Dat donkere bolletje op haar borstbeen is nooit verdwenen. 

    Toneelspelen is voor Ada een manier om haar trauma’s te verwerken, ook al weet ze zelf niet precies wat toneelspelen voor haar betekent. Speelt ze om een boodschap over te brengen of is het spelen zelf de boodschap? Toneelspelen houdt haar in balans, maar brengt ook iedere keer bijna ondraaglijke spanning met zich mee. 

    Keuzes maken

    In andere romans vinden trauma’s vaak een voedingsbodem in familieverband, de relatie met vaders en moeders en met broers en zusters. Op dit punt geeft Ada enkele, soms tegenstrijdige, signalen aan de lezer. Van geen van haar beide ouders heeft ze geleerd zich uit te spreken. Haar moeder zei nooit veel, ‘omdat zij mij niet wilde belasten met haar eigen gevecht met het geweld van een onberekenbare moeder’. Haar vader was er altijd, al heeft ze hem nooit begrepen, omdat ook hij zich nooit echt uitsprak, terwijl hij toch dichter was. Ada leerde als jonge vrouw een zin van buiten die in dit opzicht verhelderend is: ‘Als mensen zich gekrenkt voelen door de stilte van een ander, dan heeft het stilzwijgen niets anders gedaan, dan zich vasthaken aan het eigen gevoel van minderwaardigheid.’ Tegelijkertijd verwijt zij haar ouders niets en mist ze vooral haar vader. Ze beseft dat haar nooit geleerd is om nee te zeggen, dat ze zichzelf zichzelf te vroeg weggaf. En dat ze nooit geleerd heeft om zich af te vragen wat ze zelf wilde.

    Het enige wat Ada verlangt is dat de mannen in haar leven ‘sorry’ zeggen. Maar dat hebben de heren nooit gedaan, en dat neemt ze hen kwalijk. Taxichauffeur Eron doet dat wel, niet in woorden, maar in daden. Nadat hij Ada na de voorstelling bijna van de sokken rijdt, verontschuldigt hij zich niet, maar brengt hij haar gratis helemaal terug naar haar huis in Brussel. Een impliciete vorm van sorry-zeggen.

    De naam Eron betekent ‘brengt licht’ en dat is heel treffend, want de nachtelijke rit na de voorstelling, is heilzaam voor Ada. Ze verbeeldt zich dat naast haar in de taxi haar jonge zelf zit, een huilend meisje van zestien met blonde haren, lichte jeans en een wit T-shirt. Ada troost haar in een ontroerende scene. Ze beschermt haar jongere zelf en daarmee omarmt ze letterlijk haar eigen verleden.

    Autoriteit tegenover onzekere meisjes

    Als ze thuiskomt pakt ze haar laptop om haar verhaal op te schrijven. Door het verleden opnieuw te beleven kan ze haar hart in het heden deels helen. Ze schrijft haar verhaal voor zichzelf en ook voor meisjes of vrouwen ‘met een bevlogen held, die zelf niet weten hoe ze moeten vliegen’. Voor jonge mensen met een lichtend voorbeeld ‘die zelf niet weten hoe ze moeten stralen’. In de hoop dat ze hun mond zullen opendoen, ‘wars van schaamte en zelfverwijt.’ In de hoop dat al of niet vermeende autoriteiten zichzelf bewust zijn van hun positie tegenover jonge onzekere meisjes.

    Maaike Neuvilles roman is in een mooie, met Vlaamse woorden (gekend, stilaan) doorspekte, taal geschreven. De thematiek is actueel en haar invalshoek origineel. Het is geen litanie tegen monsters van mannen, maar laat zien dat er in de opvoeding van meisjes ook het een en ander moet gebeuren. De roman staat vol uitdrukkingen die je graag wilt onthouden, zoals: ‘Er is één stukje van ons lichaam waar we maar met moeite zelf bij kunnen, het is de achterkant van ons hart.’ Ada doet veel moeite om daar toch bij te ‘geraken’. Af en toe schrijft ze iets te nadrukkelijk wat ze bedoelt, alsof ze bang is dat de boodschap niet wordt begrepen. Daardoor wordt het een soort hulpboek tegen grensoverschrijding, maar dat neemt niet weg dat het een belangrijk boek is.



  • Er dwaalt een aardige jongeman door Kopenhagen

    Er dwaalt een aardige jongeman door Kopenhagen

    ‘Bob verhuist dan en ik met hem naar Vanløse, (…)’ Aldus begint Bob van de Deense schrijfster Helle Helle. Het is augustus, Bob is tweeëntwintig en gaat samenwonen met zijn vriendin. Deze vriendin is de ik die het verhaal vertelt, maar zelf nauwelijks als personage meedoet. Veel meer dan dat ze eerstejaars student is, komen we over haar niet te weten. Af en toe gaat het over ‘we’ of ‘ons’ maar meestal enkel over het wel en wee van Bob.

    Helle dist het verhaal op door Bobs doen en laten in het dagelijks leven te registreren, inclusief wat hij ervaart en onderweg ziet en tegenkomt. Bob klopte de kussens op, Bob zei hartelijk dank, Bob moest strijd leveren, hij kon niet uit bed komen, ging de stad in, liep naar beneden, wilde gaan zitten, wandelde. Bob doet dit en Bob doet dat. Het is even wennen aan die opsomming van trivialiteiten. Is de stijl eenmaal vertrouwd, dan ontstaat een levendig beeld van het leven van een jongeman die zijn best doet zich te handhaven in een nieuwe situatie. Hij weet nog niet wat hij zal gaan studeren, alle opties liggen open maar voor geen enkele voelt hij echt iets. Hij zoekt een baantje en komt bij toeval als receptionist in een hotel terecht. Tijdelijk. Thuis doet hij het huishouden.

    ‘Lange gedachtereeksen ontsprongen aan alles wat hij meemaakte en hoorde en dingen waar hij op stuitte, van een doorweekte graszode tot jeuk aan zijn oor.’ Dwanggedachten zijn de licht neurotische Bob niet vreemd. Straatnamen zijn in het boek in grote mate aanwezig. Ze zijn weliswaar relevant, maar ‘Bob dacht voortdurend aan straatnamen, (…) een gewoonte die thuis aan de ontbijttafel was ontstaan.’ In Kopenhagen, waar hij de weg moet leren kennen, repeteert hij behalve de namen van straten ook die van restaurants, hotels en andere gebouwen. ‘Bob wandelde in de richting van station Nørreport. Hij verdwaalde als gebruikelijk in de buurt van de Grønnegade en Gammel Mønt, het was een hele onlogische buurt, maar na een poosje zag hij de stroom mensen in Købmagergade (…)’ Helle Helle is populair in Denemarken en er zullen zeker lezers zijn die de routes van Bob gaan nalopen.

    Socialemediagemakzucht

    De ik en Bob komen ook voor in Helles roman zij (2019). Het meisje dat in Bob als ‘ik’ een bijrol heeft, is in zij een van de hoofdpersonages. De twee boeken zijn de aanloop naar een serie waarmee Helle langer wil doorgaan. Daarin zal altijd een rol weggelegd zijn, is haar voornemen, voor het meisje/de vrouw, opklimmend in jaren. De schrijfster begint een boek met de eerste en de laatste zin, vertelt ze in een interview in het Parool. Het schrijven van wat er tussenin ligt, ziet zij als een experiment waarbij haar zuinige taal niet los te zien is van het verhaal zelf. ‘Niet dat ik dat per se zo heb bedacht, maar ik schijn niet veel woorden nodig te hebben. Ik erger me wel al gauw als ik boeken lees met meer woorden. Wat ik merk is dat ik mijn eigen werk steeds strenger redigeer.’

    Haar unieke stijl is snel, achteloos haast. Bob eet met iemand smørrebrød in een restaurantje en ‘De klokken van het gemeentehuis sloegen. Hij strooide er meer zout op’. Iedereen snapt dat hij geen zout op die klokken strooit, maar zulke zinnen roepen de vraag op of Helle zich hier de grote stappen van de socialemediagemakzucht veroorlooft, of doorschiet in haar stijl. ‘De lucht was spierwit, hij sloeg zachtjes op het matras.’ Het lijkt erop dat ze moeilijk maat kan houden nu ze het adagium schrijven-is-schrappen is gaan omarmen. Toch zal de gearriveerde en in vele talen vertaalde Helle die steeds strenger redigeert, precies weten wat zij doet. Haar korte zinnen vol details over het dagelijks leven zijn haar handelsmerk. Ze schaaft eraan, net zolang tot ze overhoudt wat voldoende is voor het verhaal – reden waarom zij wel een minimalistisch schrijver wordt genoemd.

    Haar formuleringen zijn vaak ook verrassend en humoristisch. Bobs auto, die bij zijn ouders op het platteland stond gestald, is gestolen en de politie heeft hem gevonden. ‘Maar hij zou helaas geen auto meer worden, zoals zij het inschatten.’ Of in een barsituatie: ‘Sommige mensen kunnen gewoon nooit hun geld vinden’, wat een grappige manier is om te zeggen dat iemand haar drankje graag door een ander laat betalen.

    Moreel kompas

    Het is knap om in een soort telegramstijl een hele vertelling van kop tot staart neer te zetten. Door de veelal korte zinnen leest het boek snel en gemakkelijk weg. Maar wat aanvankelijk lichte kost lijkt, zet de lezer juist aan tot nadenken. Hij moet zelf ontdekken wat er precies gaande is: ‘Haar ogen traanden, hij had een servet van een oud lunchpakketje in zijn zak.’ Dat invullen lukt niet altijd. Bij ‘en dacht voor de duizendste keer: dat kan toch niet’ is in nevelen gehuld wat hij vindt dat er niet kan. Ook bij ‘zijn schuchtere broertje niet, zijn vader met sigaret en koffiekop, lichtvoetig de deur weer uit’ voeren de laatste raadselachtige woorden nergens naar terug.

    Waar het echt om draait, namelijk de relatie van Bob en zijn vriendin, is te vinden in de diepere laag. Er komen vrienden of Bobs broertje op bezoek, met wie ze zoals het jongeren betaamt, gezellig de stad in gaan. Ondertussen bekommert de ik zich niet om huishoudelijkheden en heeft ze Bobs blauwe slaapzak kwijt gemaakt. Soms is ze er niet. En Bob wil soms, als hij elders is, nog niet naar huis.

    Wat blijft hangen is het beeld van een aardige, onzekere, wat naïeve jongeman met neurotische trekjes en een sterk moreel kompas, dwalend door de straten van Kopenhagen. Hij doet de boodschappen en de was, kookt het eten, maakt het bed op, gaat naar de wasserette, bakt pannenkoeken, gaat naar zijn werk en ontmoet vrienden. Door zijn onzekerheid dreigt hij te worden meegezogen in een piramidespel dat hem al zijn spaargeld kost.
    Het boek heeft bijna een open einde. Eén klein gegeven vermeldt Helle, waarmee ze Bob op tijd lijkt te laten ontsnappen aan een uit elkaar vallend voortbestaan. Het is genoeg om opgelucht adem te halen.

     

     

  • Oogst week 8 – 2023

    Niets dat hier hemelt

    Tomas Lieske is in 1943 geboren in Den Haag. De stad staat voor de ene helft op zandgrond, voor de andere helft op veengrond. Niets dat hier hemelt – Lieskes nieuwste roman – vertelt over de ondergang van een veengebied. Hiervoor is niet de invasie nodig van een heel leger of een tsunami uit de Noordzee. Slechts één familie volstaat om het geboortedorp van de hoofdpersoon te bedreigen. Vijf broers plunderen de omgeving en vinden zelfs een halfdode ruiter op zijn paard. Hun jongste broer, uiteraard Benjamin geheten, laten ze letterlijk in de huid van de paardrijder kruipen. Bear Grylls, eat your heart out…

    In 1992 gedebuteerd met proza geldt Lieske als een laatbloeier. Sinds Oorlogstuinen schreef hij een slordige twintig romans en won hij onder meer de Libris Literatuur Prijs en de Littéraire Witte Prijs. In de vroege jaren ’80 echter oogstte hij al lof met zijn gedichten en essays voor Tirade en de Revisor. Velen werden gecompileerd in Een hoofd in de toendra (1989). Nu voert hij onze hoofden naar veen en moerassen, die wegzinken onder de wreedheid van vijf broers.

    Niets dat hier hemelt
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Zij.

    #MeToo-schandalen komen tegenwoordig in zulke grote getallen aan het licht, dat verontwaardiging plaatsmaakt voor ongevoeligheid. Daarom is Zij. van Maaike Neuville misschien wel het belangrijkste boek van dit voorjaar. De lezer volgt Ada Peeters, een gelauwerde actrice die in de theaterwereld met veel mannen heeft samengewerkt. Het zweet loopt haar over de rug wanneer zij een monoloog zal houden in de stad waar ‘hij’ woont… Neuvilles ervaringen als film- en theatermaker zullen voor Ada’s belevenissen een dankbare inspiratiebron zijn geweest.

    Zij. wordt gepromoot als een boek over intimiteit en overschreden grenzen, zelfs bij wederzijdse instemming. Een verhaal dat het onderscheid tussen dader en slachtoffer vervaagt, maar niet weggumt. De titel alleen al is voer voor speculatie: ‘zij’, is dat de hoofdpersoon? Zijn ‘zij’ de mannen? De vrouwen? Aangezien Neuville evenals Ada actrice is, onder andere in Red Light, ligt een autobiografische lezing voor de hand. Dat Zij. het verhaal van vele Ada’s vertelt, bewijst andermaal de urgentie van deze roman.

    Zij.
    Auteur: Maaike Neuville
    Uitgeverij: Bezige Bij

    Goed komen – een seksuele queeste

    Een populair Nederlands motto luidt: ‘Komt goed.’ Het betekent dat we niet te veel moeten nadenken over de toekomst, waar we beperkt invloed op hebben. Waar Joy Delima vroeger een beperkte invloed op had, mede door gebrekkige kennis en nare ervaringen, was haar seksleven. In plaats van te denken dat het allemaal wel goed zou komen, besloot zij tot een seksuele queeste: Goed komen. De kaft van dit boek eert het vrouwelijke genot door het orgaan af te beelden dat zo vaak wordt gezocht, maar slechts mondjesmaat gevonden.

    Hoewel Goed komen gepubliceerd werd op Valentijnsdag van dit jaar, beschouwt en behandelt Delima seksualiteit niet als onderdeel van de romantische liefde. Veel meer gaat haar boek over schaamte, zelfwaardering en eenzaamheid. Het is bedoeld voor wie houdt van seks, of ervan wil leren houden. Met name haar openhartigheid en humor worden alom geprezen en leverden haar reeds een wekelijkse column in Volkskrant Magazine op. Na Goed komen is te hopen dat er nog vele hoogtepunten zullen volgen!

    Goed komen - een seksuele queeste
    Auteur: Joy Delima
    Uitgeverij: De Arbeiderspers