• Prachtig en (on)Nederlands geschreven boek

    Prachtig en (on)Nederlands geschreven boek

    Waar alle wegen ophouden is een fascinerend literair verslag van de jarenlange zoektocht van Sana Valiulina (1964) naar het verleden van haar vader. Het is het vervolg op eerdere onderzoeken naar hem als voorbereiding op haar roman Didar en Faroek (2006). In Waar alle wegen ophouden laat Valiulina haar vader, ‘deze raadselachtige man’ historisch en poëtisch herleven. Valiulina is een Nederlands-Estisch schrijfster, dochter van een Tataarse oorlogsveteraan die na WO II krijgsgevangene werd gemaakt. Ze draagt haar boek op aan alle Sovjetkrijgsgevangenen en hun families.
    Met Didar en Faroek schreef Valiulina een op de werkelijkheid gebaseerde roman waarin haar moeder een brief aan haar vader in de Goelag schreef die het begin is van een liefdevolle correspondentie. Het
     is een autobiografisch boek en begint met de laatste keer dat Valiulina haar vader zag ‘door de stoffige achterruit van de bus.’

    Als Sana Valiulina na een bezoek aan haar ouders in Tallinn terugreist naar Amsterdam is ze bang dat de bus waar haar ouders in zaten, ‘van koers zou veranderen, van de radar verdwijnen en schommelend op de golven over de zwarte rivier zou varen, naar waar geen vogelenzang meer klinkt en vanwaar niemand terugkeert.’ Als ze in Amsterdam is aangekomen, belt ze hen meteen op. Haar vader neemt op. ‘Pak van mijn hart.’ De bus is niet van zijn route afgeraakt en ‘…niet de modderige oever opgereden waar verloren schaduwen ordeloos samendrommen en heeft niet met de sombere veerman met zijn ongekamde baard en zijn afgedragen chiton koers gezet naar de zwarte wateren.’ De toon en poëtische stijl van het boek zijn gezet.

    Geheimen en beloftes

    Na deze opening, waarin zij de laatste ontmoeting met haar vader beschrijft, is de elfjarige Valiulina met haar vader op bezoek in Koktebel op de Krim. Ze gaan naar het strand en vader gaat zwemmen waar hij bijna verdrinkt in de ‘valse golven’, zoals een van de redders zei. Het eerste wat haar vader zegt: ‘Niets tegen mama zeggen, hoor!’ Tot aan zijn dood, zal zij zich aan haar belofte houden. Het in drie hoofdstukken opgebouwde boek beweegt, zoals in het begin hierboven, heen en weer in plaats en tijd. De zoektocht van Valiulina naar het kampverleden van haar vader tijdens de Tweede Wereldoorlog, speelt zich af na zijn vroegtijdige dood. De eerste helft van de jaren tachtig woonde Valiulina in Moskou en zo is haar vaders droom uitgekomen: zijn beide dochters zijn ontsnapt aan ‘het verschrikkelijke lot om verkoopster te worden in het centrale warenhuis van Tallinn’. 

    Als Sana Valiulina in 1989 in Nederland woont en Goelag Archipel van Solzjenitsyn voor het eerst heeft kunnen lezen, durft ze later aan haar vader te vragen of hij in een strafkamp heeft gezeten. Het zou de laatste keer zijn dat ze haar vader zag, omdat hij daarna onverwacht op vroege leeftijd overleed. Na een zwempartij kreeg hij waarschijnlijk een hartaanval door de plotselinge daling van temperatuur.

    Dagboek en brieven als bron

    In Valiulina’s verhalenbundel Winterse buien (2016) vertelt ze in onder meer drie korte stukjes over haar vader, Solzjenitsyn’s Goelag Archipel en het lot van de miljoenen Russische krijgsgevangenen na de Tweede Wereldoorlog. De overlevenden werden na hun terugkeer op Russische bodem in treinen geladen en en naar strafkampen gestuurd. ‘Volgens artikel 58-1 “landverraad” kregen ze allemaal tien jaar kamp en vijf jaar ballingschap’. In het korte essay Wortel en Tak (2021) beschrijft Valiulina haar bezoek aan de Oeralregio waar haar vader na WO II in een strafkamp heeft gezeten. Een belangrijke bron voor haar speurtocht is het dagboek van haar vader dat zij van haar moeder kreeg na zijn overlijden en waaruit ze veel fragmenten aanhaalt, net als uit zijn brieven.  

    Sana’s vader kreeg in augustus 1941 een oproep voor het Sovjetleger en werd in april 1942 als lid van een bataljon parachutisten in district Smolensk achter het front gedropt. In zijn aantekeningen schrijft haar vader over de sprong uit het vliegtuig, de landing en de gevechten met fascisten. Zijn aantekeningen eindigen bij een slag in de buurt van een dorp op 2 mei 1942, hij werd in de borst geschoten, maar daar schrijft hij niets over. Later schrijft hij wel dat hij na zijn verwonding gevangen is genomen. In die tijd was de Stalin-verordening 270 al een jaar van kracht, de ‘verordening over de laatste kogel’. Die kogel moesten de soldaten zichzelf door het hoofd jagen om niet in handen van de vijand te vallen en later als landverrader veroordeeld te worden. Sana’s vader verdween van de radar in de zomer van 1942. Valiulina komt hem op het spoor via een artikel met foto in tijdschrift ‘Yank’, De Russen in Normandië van 30 juli 1944 dat zij in een vitrine in het Museum van de Invasie in Caen ziet liggen. ‘Ik kom ogen en adem te kort. Alle vijf mijn zintuigen spelen op en vechten met elkaar.’ Het is een foto van haar vader in een strak grijs uniformjasje met ‘een soldatenmuts waaronder plukken blond haar uitsteken’.

    Veroordeeld tot tien jaar strafkamp

    Door deze foto komt Sana Valiulina in contact met de dochter van de Amerikaanse militair die op de foto naast haar vader zit. In de tussentijd zoekt ze uit welke weg  haar vader heeft afgelegd na zijn gevangenneming door de Duitsers die hem dwongen mee te vechten tegen de geallieerden. Met een bataljon Russische krijgsgevangenen werd hij naar het front in Normandië gestuurd en na de landing van de geallieerden op D-day slaagde hij er op een onbewaakt ogenblik in om over te lopen. Vervolgens werkte hij – voornamelijk als tolk – mee aan de strijd tegen de nazi’s, eerst vanuit Engeland, later in de bevrijde gebieden. Tot hij na de vredesonderhandelingen in Jalta als krijgsgevangene naar Odessa wordt gestuurd en daar veroordeeld wordt tot tien jaar strafkamp. Dat alles dankzij een geheime overeenkomst over de gedwongen terugkeer van krijgsgevangenen tussen Stalin en Churchill.

    Sana Valiulina krijgt tijdens haar zoektocht van de – in 2021 verboden – organisatie Memorial te horen dat ze om rehabilitatie van haar vader kan verzoeken. Haar zuster schrijft de brief en verzorgt de correspondentie, dat kan Valiulina niet zelf ‘als burgeres van een andere en Rusland “vijandig gezinde staat”, die ook nog lid is van een Rusland vijandig gezind militair-politiek gezind blok’. Dat wil zeggen, van Nederland. Die rehabilitatie wordt natuurlijk geweigerd, maar ze krijgen wel inzage in haar vaders dossier en daar ging het ze om. Hij was ook nog een keer uit een Engels kamp voor Russische krijgsgevangenen gevlucht, door de politie aangehouden en ‘uitgeleverd aan het commando van het Sovjetleger’. Valiulina vindt het een mooie gedachte dat hij zich verzette tegen het Sovjetsysteem en ’tegen kameraad Stalin persoonlijk, die het in zijn broek deed bij de gedachte dat zijn slaven de vrijheid zouden kunnen krijgen en daarmee ook een stem, om de wereld te waarheid over de oorlog te zeggen.’     

    In het laatste hoofdstuk blikt Valiulina terug op het verblijf van haar vader in vier kampen en ze vraagt zich af hoe hij die heeft doorstaan. Als ze het hem vraagt, haalt hij zijn schouders op en zegt: ‘Soms was het verdomd onaangenaam.’ Ze schrijft ook over de eerste ontmoeting van haar ouders en over haar jeugd met beide ouders in Tallinn. Valiulina schrijft met trots over haar vader als ‘de worm die met al zijn ingewanden de staat toebehoort en de moed heeft gehad een subject van de geschiedenis te worden (…) die zelf over zijn eigen lot wil beschikken.’ Aan het eind van het boek zijn er verrassende en ontroerende ontmoetingen die de lezer zelf moet ontdekken. Net als de onbekende politieke gebeurtenissen en poëtische rijkdom in dit – in prachtig (on) Nederlands – geschreven) boek.

     

     

  • Oogst week 2 -2025

    Oogst week 2 -2025

    Waar alle wegen ophouden

    Sana Valiulina (1964) werd geboren in Estland in de toenmalige Sovjet Unie. Haar ouders vluchtten er vandaan, Sana keerde later terug om in Moskou Noorse taal- en letterkunde te studeren. Over die studietijd schreef zij haar debuutroman Het kruis (2000). Gedreven door de liefde woont ze sinds 1989 in Nederland. Ze werkt als vertaler en docent Russisch, en schrijft columns en boeken in het Nederlands.

    In Waar alle wegen ophouden volgt ze de tocht van haar vader die hij als krijgsgevangene van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog aflegde. Die duurde veertien jaar, en bracht hem van Rusland naar Bretagne, Normandië en via Engeland weer terug naar Rusland. Daar kreeg hij als ‘landverrader’ tien jaar strafkamp.
    Valiulina vindt haar vader raadselachtig en onpeilbaar. Maar ‘Het recht op geheim is een van de fundamentele rechten van de mens’ zegt ze.

    ‘De laatste keer dat ik hem zag was door de stoffige achterruit van de bus. (…) ik bleef midden op de rijweg staan om naar het vertrouwde, onbewogen gezicht onder de blauwe pet te kijken (…) Volgens mij stak hij nog een keer zijn hand op als antwoord op mijn wanhopige zwaaien, om het moment stil te zetten. Wat natuurlijk niet gebeurde. (…) Weer gingen onze wegen uiteen, ik naar Amsterdam, en hij?’
    Veel van Valiulina’s werk gaat over haar verleden in de Sovjet Unie. Waar alle wegen ophouden is haar tiende boek, opgedragen aan alle Sovjetkrijgsgevangenen en hun families.

     

    Waar alle wegen ophouden
    Auteur: Sana Valiulina
    Uitgeverij: Prometheus 2024

    Het voetkussenboek

    De Belgische schrijver en vertaler Jos Vos (1960) is anglist, neerlandicus en japanoloog. Hij woont in Oxford, woonde voordien jaren in Japan en is getrouwd met een Japanse. Hij doceert, vertaalt en schrijft artikelen en boekbesprekingen.

    Zijn Het voetkussenboek is een verzameling essays die over van alles en nog wat gaan, door elkaar lopen en met elkaar verweven zijn. Het is gebaseerd op Het hoofdkussenboek uit de 10e eeuw waarin de Japanse hofdame Sei Shonagon alles opschreef wat haar opviel, aantrok of afstootte in mensen en haar eigen belevenissen.

    Ook Vos schuwt geen onderwerp. Het boek gaat over dichters die de schepping prijzen, over ganzen en over Het Verhaal van Genji, een Japanse roman uit begin 11e eeuw. ‘Toen ik Genji zat te vertalen – een project dat zeven jaar van mijn leven heeft gekost – was ik dolblij met elke gans die ik hoorde.’ Het gaat over wat hij allemaal zag aan film en tv, zoals The Thunderbirds, Doctor Doolittle, en vele andere. Over liedjes uit de jaren zestig en zeventig, over de dichters die hij via Gerrit Komrij leerde kennen, over Het hoofdkussenboek, over oude rockgroepen, zoals The Who en The Rolling Stones. Over het tv-feuilleton Heimat, over Prousts Combray (‘Telkens als ik Combray inkijk zie ik tante Léonie in bed liggen tegen het raam van mijn opa’s huis’). Over de groenten in de tuin van zijn opa. Over Nederland, over zijn kindertijd. En steeds komt het verhaal van Genji terug in de hele grote caleidoscoop die Het Voetkussenboek is.

     

    Het voetkussenboek
    Auteur: Jos Vos
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2024

    De cultuur van het narcisme

    Oorspronkelijk verscheen De cultuur van het narcisme in 1979. Christopher Lasch (1932-1994, historicus en sociaal criticus), bekritiseerde daarin de cultuur van de toenmalige Amerikaanse samenleving en het kapitalisme waarin geen enkele overtuiging schuilging. De Tweede Wereldoorlog en daarna de opkomst van de consumptiemaatschappij waren de grondslag voor een narcistische persoonlijkheidsstructuur: het ik kwam centraal te staan.

    Lasch laat zien dat de samenleving van zijn tijd werd getekend door een therapeutische en narcistische cultuur. De jeugdcultuur komt op, er is angst voor veroudering en bewondering voor roem. Alles draait om het ik. Mensen willen zichzelf leren kennen, hun psyche is het belangrijkste en om die te bevredigen leren ze over oosterse wijsheid, doen ze aan yoga, gaan in therapie, leren over hun gevoelens en relaties enzovoort. Het doel is genot. Therapeuten moedigen een hedonistische levenshouding aan en dienen hun eigen commerciële belang. Lasch heeft ook kritiek op reclame en massamedia omdat de waarheid daarin vaak van ondergeschikt belang is. De parallellen met de huidige tijd zijn duidelijk. ‘Genieten’ is nog steeds een doel en bekentenisliteratuur is er te over, om er maar twee te noemen.

     

    De cultuur van het narcisme
    Auteur: Christopher Lasch
    Uitgeverij: Athenaeum 2024