• Deze verdient een plek op het lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen

    Deze verdient een plek op het lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen

    Voor de meeste lezers zullen De kleine parade en Gabriel, de geschiedenis van een mager mannetje de bekendste boeken zijn van de in 1980 overleden schrijfster Henriëtte van Eyk. In dit werk stelt zij zich zoals in het merendeel van haar oeuvre maatschappijkritisch en sociaal gericht op en hanteert zij een lichtvoetige stijl en speelse opzet. Maar niet alleen daaraan heeft zij haar faam te danken. Bekend en misschien wel berucht is haar jarenlange liefdesrelatie met Simon Vestdijk. Toen zij hem kort na de oorlog leerde kennen liep zij tegen de vijftig en een ongelukkig huwelijk van zo’n tien jaar achter de rug met een minder bekende auteur, W.J.M. Lenglet. Deze Jean de Néve zoals hij eigenlijk heette, was een minstens zo markant figuur als de erudiete veelschrijver die in zijn Doornse villaatje omringd werd door de goede zorgen van zijn voormalige hospita Ans Koster.

    In deze (tweede) biografie van Henriette van Eyk (eerste dateert uit 1995) zijn Vestdijk en Lenglet twee van de vier belangrijkste mannen voor de schrijfster. Henriettes vader en haar broer zijn de andere twee die ook opvallen door hun exceptionele handel en wandel.
    Aukje Holtrop die eerder de biografie van de Friese schrijfster Nienke van Hichtum publiceerde, heeft de biografie Vrouw tussen vier mannen gedoopt. Met deze titel zinspeelt zij waarschijnlijk op de ‘problematische’ relatie van mannen met vrouwen in Vestdijks uitvoerige roman Kind tussen vier vrouwen die als voorstudie heeft gediend van onder meer de Anton Wachterreeks die pas na Vestdijks dood werd uitgegeven. Net als de hoofdpersoon in deze roman had Van Eyk te kampen met moeizame en pijnlijke relaties waarin man en vrouw, hoe cynisch het ook klinkt, elkaar pas echt nader lijken te komen.

    Niet zoals in de meeste schrijversbiografieën wordt in Vrouw tussen vier mannen nauwlettend de sporen gevolgd die het leven heeft achtergelaten in het werk van Van Eyk. Opvallend is ook dat de heren met wie Van Eyk in een haat-liefde verhouding verwikkeld was, bladzijden lang op de hielen worden gezeten alsof zij het onderwerp van de onderhavige biografie vormen.
    Van Eyk was terughoudend met mededelingen over privéaangelegenheden in interviews, in haar autobiografie Dierbare wereld en in de briefwisselingsroman Avontuur met Titia die zij samen met Vestdijk schreef. Een verdienste van Vrouw tussen vier mannen is dan ook de onthulling van wat Van Eyk verzweeg. Dat achterhouden tekent haar ten voeten uit als mens en schrijfster: voor lezers en buitenwereld boog zij haar dagelijkse portie tragiek om en in zeer schrijnende gevallen keek zij ervan weg.

    Bladzijden lang wordt de lezer vergast op boeiende en extravagante gewoonten en verrichtingen van de vader van Henriette die in haar kindertijd definitief uit het gezin verdween maar die juist door zijn afwezigheid, zeer aanwezig was. Breed uitgemeten zijn de laatste tragische levensjaren van de broer. En dan zijn er nog de uitvoeriger beschreven jeugdtrauma’s, oorlogsverzetsdaden en psychische teloorgang van Lenglet en de naar liefde hunkerende en door depressies geteisterde Vestdijk.

    Juist de delen in Vrouw tussen vier mannen over de ‘buitenstaanders’ behoren tot de boeiendste. Het relaas over die tegenspelers maakt Van Eycks jeugd en de daarop volgende perioden tot in haar ouderdom, indrukwekkender dan ze in feite geweest zijn. Niet zelden trok zij zich terug of zocht zij in haar jongere jaren toevlucht bij haar moeder, zoals Vestdijk paradoxaal genoeg bij Henriette placht te doen.

    In de vele bladzijden over de mannen is niet een biografe maar een (onderhoudende) romanschrijfster aan het woord. In het begin van het boek wordt trouwens al de indruk gewekt dat de aanduiding ‘Biografie’ op de titelpagina niet helemaal klopt. Zo ontbreken naar eindnoten verwijzende cijfertjes wat het leesgenot nog verder opvoert. Bovendien is er aan het eind geen lijst opgenomen met secundaire literatuur zoals gebruikelijk in een biografie.

    Het boek heeft iets van de in Nederland weinig beoefende ‘vie romancée’. Voortreffelijke voorbeelden daarvan zijn Het korte leven van Jacques Perk door Garmt Stuiveling en Tine of de dalen waar het leven woont door Nelleke Noordervliet. Hoe Van Eyks biografie ook geëtiketteerd moet worden, zij verdient een plek in dit lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen.
    Is Vrouw tussen vier mannen half roman, half biografie? Het boek zou tekort gedaan worden met het verwijt van vlees noch vis. Ondanks, of beter dankzij, het tarten van de ‘wetten’ die met de opbloei van de Nederlandse biografiecultuur rond 1990 zijn ingevoerd, heeft Holtrop een haarscherpe Henriette van Eyk in beeld gebracht.

     

     

  • Oogst week 11

    Henriëtte van Eyk

    Stof genoeg over Henriëtte van Eyk (1897), de inmiddels bijna vergeten schrijfster van o.a. De kleine parade, een serie verhalen waarin ze op satirische wijzen de ‘hogere stand’ op de korrel neemt. Ze kent die wereld oorspronkelijk van binnenuit, maar groeit uiteindelijk op in armoede.
    Vóór de Tweede Wereldoorlog trouwt ze met journalist, schrijver en verzetsheld Jean de Nève. Een huwelijk dat na de oorlog ontbonden wordt.
    Zelf gaat ze ook in het verzet. Haar contacten uit het verzet liggen o.a. ten grondslag aan haar latere betrokkenheid bij de oprichting en het bestuur van uitgeverij De Bezige Bij.

    De mannen uit de titel Henriëtte van Eyk; vrouw tussen vier mannen zijn haar vader die na het faillissement van zijn bank voorgoed uit haar leven verdwijnt, haar ziekelijke broer Bert die ze verzorgt, haar eerste man Jean de Nève en ten slotte Simon Vestdijk met wie ze een vrolijke spannende verhouding krijgt. Ze zet uiteindelijk een punt achter die relatie omdat ze vindt dat hij haar aan het lijntje houdt.

    Aukje Holtrop schreef haar biografie.

     

     

    Henriëtte van Eyk
    Auteur: Aukje Holtrop
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Hugo Claus. Familiealbum

    In 2015 verscheen van Georges Wildemeersch (1947, tot 2013 gewoon hoogleraar Nederlandstalige letteren aan de Universiteit Antwerpen) een biografie over de jonge Claus, Hugo Claus. De jonge jaren. Hierin gaat het om de periode 1942-1949.

    In Hugo Claus. Familiealbum gaat het over de familie van Hugo Claus, een familie die de jonge, in kostscholen opgenomen Hugo voor zijn elfde levensjaar niet of nauwelijks heeft gekend. Een groot deel van Claus’ werk handelt over de gemengde gevoelens waarmee hij in het familieleven staat. Maar hij putte ook inspiratie uit de honderden verhalen die de familieleden, onder wie in het bijzonder zijn moeder en zijn broers, hem met grote gretigheid vertelden en die hij zorgvuldig in dagboeken, agenda’s en werkschriften vermeldde.

    Het boek beoogt ook meer licht te werpen op de duistere periode van en na de Tweede Wereldoorlog (Claus was lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd) en op de turbulente jaren met Elly Overzier en de experimentele schilders en schrijvers in Parijs en Italië in de eerste helft van de jaren vijftig.

    Auteur: Georges Wildemeersch
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis

    Verdwaaltijd

    De Vlaamse Kathy Mathys (1972) is literair en culinair journaliste. Zij schrijft over Engelstalige literatuur voor De Standaard der Letteren en zat in de jury’s van de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. Daarnaast schrijft zij over eten.
    In april 2015 verscheen haar eerste boek: Smaak. Een bitterzoete verkenning.

    Haar roman Verdwaaltijd gaat over Marcia die een relatie begint met een Amerikaanse schrijver die aan een memoir werkt over zijn verdwenen ex-vriendin. De man laat weinig los over zijn verleden en Marcia wordt steeds nieuwsgieriger naar de vrouw. Emma, Marcia’s beste vriendin, keert terug naar haar geboortedorp waar ze poseert voor een jonge kunstenaar. Ze heeft de plek niet meer bezocht sinds ze haar ouders en zus verloor en vraagt zich af wat er nog rest van haar oude leven.

    […] ‘Kay en ik groeiden niet op in de buurt van het woud of de oceaan. Zelfs op de dagen dat de wind hard zijn best deed, zaten we te ver weg om de zeelucht te ruiken, of het hars. In de buitenwijk van de middelgrote Californische stad waar we woonden, was de horizon slechts op één plek zichtbaar, bij het hoogste punt van een hellende straat. Daar werd Kay gevonden door haar moeder, Clara, toen ze op haar vierde voor het eerst verdween. Ze zat doodstil op haar driewieler, kijkend in de verte. Ik weet nog hoe Kay lachte toen ze me dit verhaal vertelde. We waren tieners, fietsten naast elkaar naar school. Ze reed als een clown, haar knieën staken aan beide kanten uit en soms liet ze het stuur los, wat me altijd nerveus maakte. Om haar te straffen verstopte Clara de driewieler.’ […]

    Verdwaaltijd
    Auteur: Kathy Mathys
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis

    Johann Sebastian Bach

    Maarten ’t Hart is een groot liefhebber van Bach.

    In zijn voorwoord van Johann Sebastian Bach vertelt ’t Hart dat er zoveel niet bekend is over deze grote componist. In Johann Sebastian Bach bespreekt hij een aantal biografische onduidelijkheden in het leven van Bach, probeert hij aan te tonen dat Bach rond 1730 in een crisis geraakte vanwege zijn huiselijke omstandigheden, geeft hij zijn visie op de cantates, de concerten, het Wohltemperierte Klavier, de andere klaviermuziek, de Matthäuspassion, de kamermuziek, en op de omvangrijke literatuur over het fenomeen Bach.

    Hij eindigt zijn voorwoord met:

    […] ‘Ik kan alleen maar schrijven over Johann Sebastian Bach, die mij als kind met de bewerking van het koraal Wohl mir, dass ich Jesum habe uit cantate 147 onder zijn hoede heeft genomen en van wie ik houd boven alles, met heel mijn hart, heel mijn ziel, heel mijn verstand en al mijn kracht.’

     

    Johann Sebastian Bach
    Auteur: Maarten 't Hart
    Uitgeverij: De Arbeiderspers