De vogelgrens oversteken
In haar debuutbundel vertelt Bernice Vreedzaam over de geschiedenis van Suriname ter gelegenheid van het bestaan van de vijftigjarige republiek. Ze doet dat door te vertellen over de mensen die onder dwang uit Ghana gehaald werden om te werken op de plantages. Een aantal van deze tot slaaf gemaakten wist te ontsnappen en wisten hun cultuur en taal te bewaren. Vreedzaam begint bij hun leven in Afrika en gaat langs jaartallen en gebeurtenissen naar het heden van Suriname en naar de emigratie van sommigen naar Nederland en de Bijlmer. Zo komen de slavenschepen in zicht, de onmenselijke behandeling die deze mensen moesten ondergaan, maar ook vertelt ze over moed, vrijheidsdrang en verzet.
Het bijzondere van deze bundel is dat de gedichten geschreven zijn vanuit de mensen die het meegemaakt hebben. Bernice Vreedzaam dicht met passie over de geschiedenis van haar eigen volk. Ze laat daarmee zien hoe aannames en feiten die we op school geleerd hebben, kantelen wanneer je hetzelfde verhaal door de ander, die tot dan toe heeft moeten zwijgen, laat vertellen. Zij geeft het woord aan mensen die nooit zelf hun stem mochten laten horen. Daarmee bevestigt zij de identiteit van de Surinamers en hun verleden en tegelijk biedt ze een andere invalshoek aan Nederlanders vanuit een gedeelde geschiedenis.
Halfbroer/halfzus/halfbloed
Uw vrouw, die zelf geen kleur kreeg toegekend
gaf onze vrouwen zwart
gebruikt het vissengif tegen het kind
in de baarkamer van de backyard
Wij, met het uitzicht op de achterverblijven, met de waaiers in de hand
zullen lijdzaam blijven toezien, bij afwezigheid van uw Gertrudis
hoe u zich opdringt aan onze dochters en zusjes tussen al het geplant
waardoor het zou kunnen zijn dat de beige broer een van hen is
Uw vrouw, die nog altijd geen kleur bekent,
wil niet weten dat zij zandkleurige jongens met uw gelijkenis
schatplichtig is, en ging daarom over tot het
verdrinken van het ongewenst

Het liegend konijn 2025/2
Het laatste nummer van Het liegend konijn is op 30 oktober 2025 verschenen. Het tijdschrift is jarenlang een begrip en een meetlat geweest voor alle poëzieliefhebbers. Het werd in 2003 opgericht door dichter Jozef Deleu (1932), die als enige redacteur ‘poëzie uit het nest roofde’, wat betekende dat hij een keuze maakte uit het werk van zo’n vijfentwintig dichters dat niet eerder gepubliceerd was. Een helse en een heerlijke arbeid. Twee keer per jaar verscheen dit tijdschrift met gedichten van zowel gerenommeerde dichters als debutanten. Voor beginnende dichters was plaatsing in Het liegend konijn vaak de springplank om in dieper water te kunnen zwemmen, bekendheid te krijgen en een eigen bundel te laten verschijnen.
De naam van dit poëzietijdschrift doet denken aan een verhaal van Paul van Ostaijen uit Diergaarde voor kinderen van nu (1926), dat begint met: ‘Lang heeft het konijn de lach gezocht.’ Tijdens een bijeenkomst zou Deleu geroepen hebben: “Jullie liegen allemaal als konijnen”. Het konijn heeft dus niet de lach gevonden, maar wel de leugen. De leugen die Nijhoff misschien bedoelde toen hij dichtte: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat.’ Of Bertus Aafjes die zei: ‘Dichters liegen de waarheid.’
Er zijn 172 nieuwe gedichten opgenomen in de laatste onvolprezen uitgave van Het liegend konijn. Wie het tijdschrift gekocht heeft: bewaar het, dit wordt in de toekomst een gewild verzamellaarsobject.
Het volgende, willekeurig gekozen gedicht is van Peter Swanborn:
Draad
Zullen we een rollenspel doen, van plaats
wisselen, jij in bed en ik waar jij nu bent?
Ik wil ook wel eens weten hoe het is om te
worden gemist. Zo’n spel is onzin, natuurlijk,
maar onzin met een zin. Ik wil je terug
en zolang jij praat is er een draad die ons
verbindt. Ik wil, nee móét nu weten of je
mij verstaat, of ik niet zomaar iets verzin.

Ik sta in wilde schoonheid
Susan Smit, schrijver en columnist koos voor deze bloemlezing meer dan honderd gedichten uit het Nederlandse taalgebied die geschreven zijn door vrouwen en die het lichaam van een vrouw bezingen. Smit heeft de gedichten verdeeld in drie afdelingen die de drie fasen van een vrouwenleven en vrouwenlichaam weergeven: maagd, moeder en wijze vrouw. De titel is gekozen uit een gedicht van Sasja Janssen.
In de eerste afdeling wordt het lichaam van jonge meisjes bezongen: de prilheid, de eerste menstruatie, het ontdekken van erotiek, maar ook de gevaren die het bekijken worden door anderen met zich meebrengt. In de tweede afdeling staat de moeder centraal met onderwerpen als scheppend vermogen, zwangerschap, kinderloosheid. De laatste fase is die van de ‘crone’, de wijze oude vrouw, die zich mede door haar niet langer vruchtbaar zijn heeft vrijgemaakt van het oordeel van anderen.
De gedichten zijn van bekende en minder bekende vrouwelijke dichters, voornamelijk uit het laatste kwart van de vorige eeuw en uit deze eeuw, maar er staat ook een gedicht in van Hadewijch en van Aagje Deken. ‘Naarmate de bundel recenter en de dichters jonger werden, werd de toon rauwer en directer’, schrijft Smit in het voorwoord. Vrouwen eisen duidelijker dan vroeger hun recht op om gezien en gehoord te worden, ‘om eigenaarschap te herwinnen’.
Zo ook Vrouwkje Tuinman:
Vruchtbaar
Als mijn eitjes een beetje op mij lijken
begrijpen ze dat ik echt niet wil.
Ik zie het niet voor me: zorgen voor
een kleiner iemand met daarin de helft
van mij. Bovendien: statistisch ben ik
gelukkiger wanneer ik deze kans
voorbij laat gaan. En duurt het langer.
Van de mensen ouder dan een eeuw
heeft een derde helemaal geen kinderen.
De rest kreeg er minder dan gemiddeld
en maakte ze laat. Het kan nog,
zeggen de eitjes eens per maand.
Dan antwoord ik niet, en zwaai
een kleine groep voor altijd uit.












