• ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    De Russische mens stuntelt door het leven vol leugens, bedrog, corruptie en gemarchandeer. Hij aanvaardt uiteindelijk wat er aan ellende op zijn pad komt, want het kan altijd erger. Dat is de toon van de verhalen in het pas verschenen De wereld is niet stuk te krijgen van Maxim Osipov. Het is een bundeling van dertien verhalen (het Voorwoord, dat eigenlijk ook een verhaal is meegerekend) van de in 1963 in Rusland geboren en deels in Amerika opgeleide cardioloog en muziekkenner. Een mooi voorbeeld van die omgang van de Rus met zijn dagelijkse omstandigheden vinden we in het verhaal De zigeunerin. Daarin vertelt een arts die zijn werk best interessant vindt, maar er nauwelijks aan verdient, hoe hij zijn inkomsten aanvult door patiënten naar Amerika te brengen. Daar kunnen ze een betere behandeling krijgen en bovendien levert het hemzelf zeshonderd dollar op.

    Met de zigeunerin uit de titel vliegt hij naar Portland en vertelt in een bijna kolderiek verslag hoe die reis aanvankelijk naar het verkeerde Portland (er ligt een stad van die naam in Oregon en in Maine) voert en gepaard gaat met gehannes op luchthavens en met douanepersoneel, ongemakken in het vliegtuig en karikaturale verschillen tussen Rusland en Amerika. En als klap op de vuurpijl rijdt de arts, weer terug in Rusland, met zijn auto tegen een muur waardoor zijn zeshonderd dollar opgaat aan reparaties. En toch: wachtend tot de auto gemaakt zal zijn en op de koptelefoon luisterend naar Mendelssohn, realiseert hij zich dat hij gelukkig is.

    In bijna alle overige verhalen blijken de personages die weldadige berusting in hun lot te voelen terwijl de macht van de boven hen gestelden zich tegen hen keert en, hoewel iedereen voor de wet gelijk is, sommigen – om met Orwell’s Animal Farm te spreken – méér gelijk zijn dan anderen: ‘Om het even of het nou in Moskou, Petersburg of de provincie is, het leven is angstaanjagend. Laat ik zeggen, óók angstaanjagend. In het leven komen dingen voor waar je onmogelijk over kunt schrijven (…) Maar daarna wordt het dag, en verschijnen de vogels weer. De vogelen des hemels, de tamme en de wilde vogels, vogels van allerlei pluimage. De wereld is niet stuk te krijgen, wat er ook gebeurt. Zo zit hij in elkaar’.

    De wereld is niet stuk te krijgen zit vol zelfspot en ironie over de lotgevallen van de mens. En uiteindelijk concluderen de personages van Osipov dat ze eigenlijk gelukkig zijn.

    Kraaien

    Veel van de vertellingen, vooral de langere, hebben een absurdistische inslag en een springerige cadans: de verhaallijnen volgen zelden een lineair verloop. De lezer krijgt de gebeurtenissen voorgeschoteld vanuit de steeds afwisselende gedachtenwerelden van de personages en niet altijd in chronologische volgorde. Daardoor weet hij soms niet meteen vanuit wiens perspectief iets wordt opgemerkt. Dat perspectief kan zelfs binnen korte alinea’s ineens wisselen. Daar komt bij dat de verhalen vol speelse verwijzingen zitten naar merendeels Russische literatuur en muziek die Nederlandse lezers niet meteen herkennen. Gelukkig geven de vertalers daar verklarende noten bij.

    De perspectiefwisselingen zijn bijvoorbeeld sterk in het verhaal Een renaissanceman over een ‘boss’, een rijke zakenman van het bedrijf Trinity. We horen via een pas aangenomen assistent hoe een muziekleraar en een historicus (de een geeft hem pianoles, de ander Bijbelleer) over hun opdrachtgever denken, afgewisseld met de gedachten van die assistent en de baas zelf. De boss zelf doet maar wat; hij kan nauwelijks piano spelen en steekt van de Bijbel weinig geschiedenisbesef op. Hij houdt zich liever bezig met kraaien uit de lucht schieten en achter de vrouwen aan zitten. Het levert prachtige passages op, bijvoorbeeld over de verwikkelingen nadat hij één van die liefdes, Lora, La voix humaine van Poulenc (gebaseerd op het beroemde stuk van Cocteau) heeft horen zingen. De gedachtenwisselingen tussen Lora en hem verlopen deels in de vorm van citaten uit de tekst van Cocteau/Poulenc. Dat doet meteen denken aan hoe Osipov in een interview in de Los Angeles Review of Books ooit over zijn verhalen zei: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven – niet het onderwerp’.

    Dood en moord

    Die verwantschap met muziek valt ook op in de tempi van sommige verhalen. Zo wisselen in Steen, papier, schaar langzame delen en snelle passages elkaar af. In dit verhaal dat zich afspeelt op Internationale Vrouwendag (een soort Moederdag in Rusland),  lopen diverse verhaallijnen door elkaar. Ze wervelen echter allemaal op één of andere manier rond de omgang tussen mannen en vrouwen. Centraal staat de gescheiden Ksenia. Ze bezit een huis annex restaurant en heeft als buurman een leraar Russische taal- en letterkunde, die Ksenia’s dochter Vera les heeft gegeven. Vera is enkele jaren daarvoor overleden en dat belast zowel de moeder als de leraar met een schuldgevoel. Verder is er Roxana, een vrouw uit Tadzjikistan, die bij Ksenia in dienst is en op zeker moment de burgemeester heeft vermoord toen die haar wilde verkrachten. Ksenia en Roxana groeien naar elkaar toe. Het verhaal voert de lezer langs de Russische rechtspraak (‘De rechtbank is meer voor plezier dan voor zaken’) en tekent een bijzonder intelligente Roxana. Als ze dreigt te worden uitgezet naar haar geboorteland neemt Ksenia het voor haar op. Steen, papier, schaar is (naast De mijnstad Eeuwigheid) het verhaal dat de meeste toespelingen op de Russische literatuur bevat. Niet alleen omdat de buurman het vak doceert, maar ook omdat Roxana veel gelezen blijkt te hebben. Het leidt tot komische taferelen, bijvoorbeeld als Ksenia tijdens een bezoek aan Roxana in de gevangenis voor haar op de knieën valt en van haar als reactie krijgt: ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski, sta nou op. Kom overeind, heeft u gedronken of zo?’

    Oidipus

    De mijnstad Eeuwigheid is net als Steen, papier, schaar, een raamvertelling. Hoofdpersonage Alexander Ilvjev is dramaturg. Hij heeft van zijn arts te horen gekregen dat hij nog maar kort te leven heeft. Die arts hoort niets meer van zijn patiënt die wel van de aardbodem verdwenen lijkt, maar hij ontdekt wel een schrift dat deze Alexander waarschijnlijk bewust heeft laten liggen. Daarin heeft hij zijn wederwaardigheden in het stadje Eeuwigheid beschreven. Mocht de lezer zich afvragen of het een verzonnen naam is: ‘plaatsen met de naam Eeuwigheid kun je op de kaart vinden. En niet alleen Eeuwigheid, ook Geluk, Trouw, Moed’.
    Alexander – troetelnaam Sasja – is in het mijnstadje een theater gestart dat allerlei klassieken als Hamlet en Oidipus speelt in de hoop dat de communistische inspecteurs het gezelschap daarvoor niet zullen bestraffen. Er komt een eind aan als het stadje wordt opgeheven. De officiële verklaring is dat de mijnen te weinig opbrengen. Pas veel later hoort Alexander de echte reden. Eeuwigheid wordt gebruikt voor rakettesten. De politiek heeft zich opnieuw weinig aan burgers gelegen laten liggen. ‘Maar de oorlog is toch voorbij’, denkt Alexander. ‘Voor sommigen wel’, hoort hij anderen verzuchten.

    Hulde tenslotte aan de vertalers. Je zou als lezer die geen Russisch kent misschien graag willen weten wat er in het origineel staat bij teksten als ‘lul-de-behanger’, ‘van de pot gerukt’, ‘vooruit met de geit’ en ‘genoeg geouwehoerd’ of in het geval van taalgrapjes als ‘Sasja was sowieso in zijn sas, ja’. Maar het taalgebruik is zo soepel en passend in de context dat je geen moment het gevoel krijgt dat de vertalers van De wereld is niet stuk te krijgen niet trouw zouden zijn gebleven aan Maxim Osipov.

     

     

  • Oogst week 1 – 2021

    Ik ben er niet

    Lize Spits debuut Het smelt (2016) vielen overwegend goede kritieken en lovende lezersreacties ten deel, en het werd bekroond met de Belgische literatuurprijs De Bronzen Uil en de Hebban Debuutprijs. Onlangs verscheen haar langverwachte tweede roman, Ik ben er niet, waarin de tien jaar durende relatie tussen hoofdpersonen Leo en Simon onheilspellende barstjes begint te vertonen. Leo is snel jaloers, wil de controle hebben en houden, schaduwt haar vriend; Simon gaat zich in Leo’s ogen steeds vreemder en afwijkender gedragen, waarmee de verhoudingen op scherp komen te staan.

    Net als Het smelt is Ik ben er niet deels autobiografisch geïnspireerd, en net als Spits debuut is het een plot driven vertelling (Spit volgde een opleiding tot scenarioschrijver). Meteen wordt met de onheilspellende aankondiging ‘Nog elf minuten, winkel’ al duidelijk dat er iets vreselijks is gebeurd – maar wat dat dan is, dat ontvouwt zich langzaam.

    Ik ben er niet
    Auteur: Lize Spit
    Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij

    & rol door

    ‘Goed advies: struikel je voorover, hou je dan slap en rol dóór.’

    Deze regel uit & rol door, de nieuwste bundel van K. Michel, lijkt haast een optimistische oproep bij aanvang van een vers jaar. Het is ook in verband te brengen met een van de bijzondere vormexperimenten die hij uitvoert; een gedicht als een koprol.

    Michel (pseudoniem van Michael Maria Kuijpers) ontving onder andere de Herman Gorterprijs (voor Boem de nacht), de Jan Campertprijs (voor Waterstudies), de VSB Poëzieprijs (idem) de Awater Poëzieprijs en de Guido Gezelleprijs (beide voor Bij eb is je eiland groter). Werk van zijn hand werd vertaald in het Engels, Spaans en Zweeds.

    & rol door
    Auteur: K. Michel
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Eén erwt maakt nog geen snert

    In dit persoonlijke essay Eén erwt maakt nog geen snert, verschenen bij uitgeverij Van Oorschot, gaat Asis Aynan (1980) in op de komst van migranten uit het Rifgebergte en de vooroordelen die over hen zijn ontstaan in Nederland vanaf de jaren vijftig vorige eeuw. Aynan neemt de lezer mee langs wat de Riffijnen uit Marokko op hun weg naar Nederland verloren. Hij legt een groot aantal misverstanden bloot (zo wonen er nauwelijks Marokkanen in Nederland maar merendeels Riffijnse Nederlanders) en ontkracht hij de vaak onjuiste aannames en vooroordelen waaruit deze misverstanden ontstaan zijn.

    Naast schrijver is Aynan docent op de Hogeschool van Amsterdam. Zijn docentschap inspireerde zijn eerder verschenen Linoleumkoorts, over taal en identiteit door de lens van een schoolomgeving in de grote stad.

    Eén erwt maakt nog geen snert
    Auteur: Asis Aynan
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Monotoon leven

    Monotoon leven

    Ik ging eropuit die tweede dag na de lockdown, alleen uiteraard. Liep over zandwegen met kuilen volgelopen met regenwater. Zag een torenvalk in de top van een kale boom. Hij spreidde vleugel voor vleugel zijn veren breeduit, pikte erin met zijn snavel, schudde zijn staartveren, koesterde zich in het zonlicht. Ik kon behoorlijk dichtbij komen, ook een torenvalk verlegt zijn prioriteiten, wordt roekeloos als het licht op hem schijnt. Toen vloog hij met veel misbaar omhoog, van me weg. Verder lopend, kwamen er gedachten in me op die het gevolg waren van wat ik op de radio had gehoord. Ik denk nooit aan wc papier, nu drong het zich aan me op, moest ik dat nu bij de Action halen, om de supermarkten te ontlasten? Dat had iemand van de retail gezegd, het klonk logisch. En of ik voor mijn koffie dan naar de Hema zal gaan, en kaarsen, zijn die essentieel? Ik vroeg me opeens af of ik mijn krant nog wel bij de supermarkt kon halen, zo niet, waar dan als de Primera alleen open is voor postpakketjes. 

    Ik dacht: zal ik iemand een boek sturen, ik heb er genoeg. En als ik dan binnen ben bij Primera, ach, dan pak ik gewoon een krantje mee. Toen zag ik beelden van die meneer in het journaal voor me, met dat pak printpapier van de Hema onder zijn arm. Dan denk ik, Andy Warhol, dat in de toekomst iedereen zijn 15 minuten van beroemdheid zal hebben. In die toekomst leven we nu, zaak is het hoofd koel te houden. Thuis kwam Pessoa erbij, die over alles geschreven heeft, ook over essentiële zaken en roem. In het geweldige Kroniek van een leven dat voorbijgaat, vertaald en samengesteld door Michaël Stoker, lees ik in Een brief aan een toekomstig genie, ‘Roem is een vorm van onbeleefdheid. Jezelf voortdurende in de kijker spelen is verachtelijk. De werkelijk superieure mens is zich geheel bewust van zijn superioriteit zonder oog te hebben voor de superioriteit die anderen in hem zien of in hem missen.’ Een nadenkertje, gaat het over de blinde vlekken in het beeld dat ieder van zichzelf creëert? Verdraaid, naast dichter, filosoof, is Pessoa ook therapeut. 

    In wat Pessoa ‘een overdenking voor toekomstige generaties’ noemt, gaat hij uit van de gedachte dat het leven in essentie monotoon is. ‘Geluk bereik je daarom vooral door je in aanvaardbare mate aan te passen aan de monotonie van het leven. Door onszelf monotoon te maken, stellen we ons gelijk aan het leven, hetgeen, kortom, voluit leven is. En voluit leven betekent gelukkig zijn.’ Een vorm van geluk die ik verdragen kan, want, ‘Zich overgeven aan monotonie betekent alles steeds als nieuw ervaren. De burgerlijke blik op het leven komt overeen met de wetenschappelijke blik, want alles is feitelijk steeds weer nieuw: vóór vandaag is er immers nooit een vandaag geweest dat exact zo was als de dag van vandaag.’ Maar schreef Pessoa, ‘Het moge duidelijk zijn dat de burgerman niets van dit alles zal toegeven. Als hij tot een dergelijk inzicht zou zijn gekomen, dan zou hij niet gelukkig kunnen zijn.’ Ach, die discrepantie tussen gelukkig zijn en gelukkig zijn. Vrolijk kerstfeest allemaal en moge het een monotoon 2021 worden!

     

     

    Kroniek van een leven dat voorbijgaat / Fernando Pessoa / 351 blz. / vertaling en samenstelling Michaël Stoker / Van Oorschot


    Inge Meijer is een pseudoniem, wast haar mondkapjes.

  • Fijne boekenweek

    Fijne boekenweek

    De avond van het boekenbal zat ik op de bank met De verhalen van Andrej Platonov. De ochtend na het Boekenbal douchte ik de resten van een kleurspoeling uit mijn haar. Dacht aan de rode loper die ik op foto’s voorbij had zien komen, de toespraken, het dansen. Welke schrijvers er waren, en of Jeroen Brouwers daar eigenlijk wel eens komt, en A.L. Snijders, Vonne van der Meer, H.C. ten Berghe. Of raakt het boekenbal eens passé onder  schrijvers? Toen stelde ik me voor dat ik erbij was geweest. Het had gekund, elk jaar ontvangt Literair Nederland van de CPNB een persuitnodiging. Waarop steevast een week voor het bal begint een afwijzing volgt, vanwege teveel aanmeldingen. Gek genoeg nodigt de CPNB zijn persrelaties uit en geeft vervolgens een ‘non-accreditatie’. Maar dit jaar was anders. De uitnodiging was persoonlijker, (we zouden het fijn vinden), dat streelde de veren, deed denken aan nieuwe schoenen, een goede pen. Toch kwam daarna de mail: ‘Helaas moet ik je een teleurstellende mail sturen’, met een vonkje hoop, ‘Omdat we je er eigenlijk wel bij willen hebben sta je nog wel op de reservelijst…’

    Op de dag van het Boekenbal mailde ik nog of er misschien iemand van de perslijst was afgevallen. Maar ‘helaas’, geen afmeldingen, afgesloten met: ‘Heb een mooie boekenweek!’ Daar lichtte ik van op. Nooit wenste iemand mij een fijne boekenweek, alsof kerstmis aanstaande was. Ik mailde per omgaande, ‘Dank! Jullie ook!’
    Enigszins verlicht keerde ik terug tot de realiteit van de dag, ging verder met het lezen van Andrej Platonov. In een van de langere verhalen, ‘De verborgen mens’ heeft Foma Jegorytsj Poechov net zijn vrouw Glasja begraven. Poechov is een man zonder conventies, geen dweper. Alles geschiedt volgens hem volgens de wetten van de natuur, het is zo fijn beschreven: ‘Hij sneed op de grafkist van zijn vrouw een gekookte worst in stukjes, daar hij wegens afwezigheid van de vrouw des huizes uitgehongerd was.’ Als hij de volgende dag ontwaakt roept hij: ‘Glasja!’ Maar niemand reageert, zegt, ‘Wat is er, Fomoesjka?’

    ‘Daar had je ze dan, de wetten van de natuur’, dacht Poechov berouwvol: ‘Ik had groot onderhoud aan mijn oudje moeten plegen, dan had ze nog geleefd, maar er zijn geen middelen en de kost is niet best!’ Poechov werkt op een sneeuwschuiver die de rails op de Steppe van Rusland moet vrijhouden van sneeuw. Het is de tijd van de Russische revolutie en het is onmenselijk werk, er is honger, wodka, ongelukken. Aan de stationsmuren hangt de propagandatekst: ‘Wij arbeiders nemen boeken ter hand, / Leer, proletariër, vergroot je verstand!’. Nogal onbeholpen geschreven volgens Poechov, die er een vrolijke eigen mening op na houdt. ‘Je moet zo schrijven dat alle sukkels van de weeromstuit verstandig worden!’ Ja, dat was me nog eens een tijd.

    Oja, nog onder de douche kreeg ik na de ‘stel je voor’ gedachte een schok van realiteitszin. Hoe had ik het in mijn hoofd gehaald, ik, naar het Boekenbal! Met die uitgroei in mijn haar, geen geschikt tasje of jasje, en hoe had ik in godsnaam weer thuis moeten komen?

     

     

    Verhalen / Andrej Platonov / vertaling en nawoord door Aai Prins / Uitgeverij Van Oorschot, 2019


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV en ging niet naar het Boekenbal. 

  • Oogst week 45 – 2019

    Allesverpletterende

    Allesverpletterende is de titel van het deze week verschenen derde boek van Nicolien Mizee met faxen aan Ger Beukenkamp. De vorige twee delen waren De kennismaking uit 2017 en De porseleinkast uit 2018. ‘Allesverpletterende’ is één van de aanspreekvormen die Mizee gebruikt in haar correspondentie met Ger. ‘Een oprechte stem die zichzelf niet spaart’, schreef Inge Meijer in een column op deze site over Mizee. Zij vond het tweede deel al diepgravender en onderzoekender dan het eerste. De recensie van De porseleinkast door Thomas de Veen in NRC Handelsblad kreeg zelfs de kop mee: ‘Nog een paar van deze verslavende boeken en Mizee wint de P.C. Hooft-prijs’. Dat belooft wat voor Allesverpletterende.

    Allesverpletterende
    Auteur: Nicolien Mizee
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal

    Journalist Pieter van Os, onder andere voor De Groene, wist van het bestaan van de in Polen geboren joodse Mala Rivka Kizel, die tegenwoordig Marilka Shlafer heet en in Amstelveen woont. Ze is nu tweeënnegentig. Van Os had de grote lijnen van haar wonderlijke overlevingsverhaal al eens gehoord van haar kleinzoon en zocht contact met haar. Hij las haar memoires, voerde gesprekken met haar en bereisde de plekken waar ze gewoond heeft. Ze overleefde de oorlog doordat ze inwoonde bij een nazigezin in Zerbst. Ze gedroeg zich alsof ze volksduitse was. Ontroerend is het moment waarop de Amerikanen bij de bevrijding ontdekken dat Mala geen Duitse is als ze meezingt met een jiddisch lied dat enkele joodse soldaten onder de Yankees hebben ingezet. In Liever dier dan mens vertelt van Os meeslepend zijn zoektocht en de odyssee van Mala door Polen, de Oekraïne, Duitsland, Israël en Nederland.

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal
    Auteur: Pieter van Os
    Uitgeverij: Prometheus

    M.

    M. De zoon van de eeuw van Antonio Scurati werd in Italië bekroond met de belangrijkste literaire prijs van het land, de Premio Strega. De M uit de titel is Mussolini, maar dan niet in retrospectie. Scurati is in deze vuistdikke roman in het hoofd gekropen van de Duce, of beter: de aanstaande Duce. Hij leefde zich helemaal in in de psyche en het taalgebruik van een man die er van overtuigd was dat hij een grote rol zou gaan spelen in zijn land en de wereld. Maar Scurati wilde het latere oordeel van de geschiedenis daar zoveel mogelijk buiten houden. ‘De toekomst is van ons. Al ga je op je kop staan, er is niets aan te doen, ik ben net als een dier, ik ruik de tijd die komt’, denkt de dan 36-jarige Mussolini. Hij is klaar voor de oprichting van zijn fascistische partij. Het is 1919.

    M.
    Auteur: Antonio Scurati
    Uitgeverij: Podium
  • Wat weet je nu werkelijk van elkaar

    Marijke Schermer (1975) begon tijdens haar studie in de jaren negentig aan de Toneelschool Arnhem met het schrijven van toneelstukken. Ze ontdekte al snel dat ze liever schreef dan dat ze op het toneel stond. Na de toneelschool schreef ze voor verschillende theatergroepen, werkte als regisseur en had een aantal jaren haar eigen gezelschap Toneelgroep Alaska. Voor haar toneelwerk kreeg ze in 2009 de Charlotte Köhlerprijs. In de afgelopen zes jaar publiceerde ze drie boeken die elk in zijn vorm over liefde en autonomie gaan. Dit jaar verscheen Liefde, als dat het is, waarin ze, voorbijgaand aan clichés, de waarheidsbevinding in relaties, het gezinsleven en de betrekkelijkheid van de woorden ‘Ik hou van jou’ onder de loep neemt.


    Composities over de liefde

    We ontmoeten elkaar bij Grand Café Eerste klas, Amsterdam Centraal. Marijke Schermer komt net van een bespreking met de regisseur die haar boek Noodweer gaat verfilmen en waarbij ze gaat meeschrijven aan het scenario. Voor de eerste vraag gesteld is, hoppen we van het ene personage naar het andere, van Mensen in de zon, over naar Liefde, als dat het is, en weer terug naar haar tweede boek, Noodweer. Haar laatste boek is het meest transparant, waarin perspectiefwisselingen in één vloeiende beweging geschreven zijn, zonder overgangen. Een vooraanstaand recensent vond dit storend, alsook dat er over de liefde werd geschreven: ‘Opeens schrijft Schermer relatieproza’. De recensent was door Schermers vorige roman Noodweer zo overrompeld geweest, dat deze laatste roman niet bij haar in de smaak viel. Kritiek die leest als de teleurstelling van een fan die liever iets van hetzelfde had gelezen. En dat is wat Schermer nu net niet doet. Elk boek van haar vraagt een nieuwe benadering, een andere aanpak, zowel van schrijver als lezer.

    In 2013 debuteert Marijke Schermer met Mensen in de zon bij Van Oorschot, een roman, verteld vanuit vijf verschillende perspectieven over het wel en wee van vijf leden van een voormalige vriendengroep in de week nadat ze zijn uitgenodigd voor een reünie – die nooit plaatsvindt. Drie jaar later verschijnt de roman Noodweer, een stevig gecomponeerd verhaal over onmacht en liefde, verteld vanuit één perspectief die de lezer van zijn sokken blaast. In Liefde, als dat het is, de titel zegt het al, is het de liefde zelf die gekraakt wordt.


    Waar de een ophoudt en de ander begint

    Na het lezen van Schermers boeken lijkt een liefdesrelatie opeens minder gewoon dan je denkt. Dat de manier waarop je je presenteert aan elkaar, en in welke mate je alles met die ander deelt, van invloed is op hoe een relatie zich ontwikkelt. In Noodweer verzwijgt Emilia voor haar man Bruch, dat ze door een indringer in haar huis urenlang is gegijzeld en verkracht. Het gebeurt als Bruch en zij elkaar net een paar weken kennen, en dan laat ze drie maanden lang, terwijl ze fysiek herstelt, niets van zich horen. Daarna zoekt ze Bruch weer op, en zegt dat ze tijd nodig had om te onderzoeken of ze met hem verder wilde. Ze verzwijgt wat er gebeurd is en dat blijkt uiteindelijk funest voor hun relatie. Waarom wilde ze het hem eigenlijk niet vertellen?

    ‘Omdat ze niet wilde dat deze gebeurtenis haar verdere leven zou gaan bepalen. De bezorgdheid van de ander zou haar leven gaan beperken, ze zou haar autonomie verliezen. Verkrachting is voor degene die het overkomen is, iets wat je het liefst zou willen vergeten door er over te zwijgen  Als je er niet over praat, is het er niet. Maar dan dringt het zich toch weer aan haar op. Emilia krijgt te maken met angsten en weet dat ze het nu, na jaren aan Bruch moest vertellen. En dan lukt het opeens niet meer. Is er nooit een goed moment.’

    In Liefde, als dat het is verzwijgen Terri en David voor elkaar dat ze nog nooit met een ander naar bed zijn geweest, en gaan als maagd het huwelijk in. Dat blijkt de toon te zetten voor hun omgang met elkaar. Hoe belangrijk is het dat je alle registers van je leven van voor je de ander leerde kennen, opentrekt?

    ‘Een eerste indruk bepaalt veel, maar ook een laatste. Bij David merk je, omdat Terri aan het eind van hun relatie niets goed meer aan hem vindt, hem verafschuwt, dat hij de gelukkige momenten in hun leven wantrouwt. Door die laatste negatieve indruk wordt alles wat er voorheen was ook negatief. De indruk dat Terri nu van hem walgt, doen de gelukkige momenten, die er ook waren, voor hem teniet. Hij begrijpt ook niet waarom hij niet meer voldoet.’


    Op tenen staan die in de weg stonden

    Op driekwart van het boek schrijft Schermer een verhandeling over hoe een relatie in zijn werk gaat, ruim een pagina cursief gedrukt die zo begint:

    ‘Als je elkaar leert kennen is er ontzag voor de ander, een heel mens, met een heel leven, een geschiedenis los van jou, een mysterie dat zich voor je opent, een uitzicht dat zich ontvouwt, je bent behoedzaam en verbergt wat minder fraai is van jezelf, je bent niet al te direct, je danst, je zoekt de omweg, je verleidt de ander om te doen wat je verlangt. Je doet je uiterste best om in die dans niet op zijn tenen te gaan staan, want dat zou de lomperik in jou onthullen, en het eind kunnen betekenen. Maar dan is er ergens een omslagpunt, ik zie het overal om me heen ook, dan dans je niet meer maar ga je recht op je doel af, dan ontspan je je en in die ontspanning verberg je die dingen van eerder niet meer, en als je op tenen gaat staan denk je alleen maar dat die ook vreselijk in de weg stond.’

    Het is als een bezinningsmoment voor de lezer, een moment ook waarop de lezer zich bespied kan voelen, want gedragen we ons niet allemaal zo? En wat betekent eerlijk zijn, is het niet beter de waarheid zo nu en dan te verbloemen?

    ‘Ik heb zelf nog nooit zo’n lange relatie gehad als Terri en David. Zij hebben vijfentwintig jaar met elkaar geleefd, kinderen gekregen, een huis gekocht. Dingen waar ze samen voor gekozen hebben. Dan wil Terri opeens weg. Ze snakt naar een eigen leven maar weet niet meer hoe dat is, wie ze is. Dat is ook moeilijk, als een relatie zo jong begint en zolang duurt. Op een gegeven moment weet je niet meer waar de een ophoudt en de ander begint. Het is gewoon niet mogelijk alles van elkaar te weten. Wat jij zegt, wordt door de ander nooit zo uitgelegd zoals jij het bedoelt. Ieder heeft een ander referentiekader, een andere waarheid.’


    Liefde maar dan anders

    Een niet te verwaarlozen gegeven is het bereiden van eten dat in al haar boeken een rol speelt. In haar debuut is het Vik die, vastgelopen in zijn relatie met Stella, zijn ambities niet verwezenlijkt ziet, steeds teruggrijpt naar het bakken van taarten, het bereiden van ingewikkelde maaltijden, het bedenken van gerechten, als troost voor het leven. ‘Gerechten die ik zelf heb gemaakt voor ze in het boek terecht kwamen.’ In Liefde, als dat het is is het voor David een must goed te koken voor zijn twee dochters. Het toppunt van liefde, zorgzaamheid. De beschrijvingen hoe groenten gesneden worden, van de snijplank in de pan verdwijnen, het mengen van ingrediënten, zijn van een stilistische eenvoud die doet denken aan de prachtige openingsscène van Girl with a Pearl Earring, waarin het meisje van het schilderij, gespeeld door Scarlett Johansson, schijnbaar eindeloos kool snijdt. Met enkel het geluid van een mes dat door de kool gaat, het beeld van de loskomende reepjes en het zorgzaam bijeenbrengen in een schaal.

    Verhalen over liefde en relaties zijn al vaker verteld, maar de benadering van Schermer van deze thema’s zet alles in een nieuw licht en is met geen andere schrijver te vergelijken. Al wordt haar proza wel vergeleken met het werk van Ian McEwan, waarin vaak door een verkeerde stap of beslissing het leven onherroepelijk wordt omgegooid. Hoewel er bij Marijke Schermer geen sprake was van een schrijver die haar als voorbeeld diende.

    ‘Ik had geen idool, ik ging gewoon schrijven. Op mijn twintigste had ik een boek klaar, wat ik nooit naar een uitgever bracht omdat het niet echt goed was. Maar ik heb er later wel stukken van gebruikt voor ander werk, vooral voor mijn eerste toneelstukken, zoals sommige personages uit toneelstukken later ook in romans terecht kwamen. Vik en Stella bijvoorbeeld, die waren er tien jaar eerder al en ook de broers van Emilia in Noodweer bestonden in vergelijkbare zin al in het toneelstuk Brodders in arms uit 2003. Wat ik wel doe, is veel andere schrijvers lezen om me te inspireren en om te zien hoe zij het gedaan hebben. Tijdens het schrijven van Noodweer heb ik alles van David Vann gelezen. En voor Liefde, als dat het is heb ik Virginia Woolf gelezen, om te zien hoe zij, in De jaren bijvoorbeeld, dat overlopende van het ene perspectief naar een ander perspectief gedaan heeft. En ik hoorde Hermans, die in een interview gevraagd werd hoe je dat doet, een boeiende roman schrijven, zoiets zei als: “De lezer stevig bij een oor pakken en meedogenloos door de gebeurtenissen sleuren.” En ik dacht, ja, zo wil ik schrijven, de lezer het boek in sleuren en niet meer loslaten.’


    Waar zijn we naar op zoek

    Door de onderwerpen en de dingen die je je afvraagt tijdens het lezen van haar boeken, kan de gedachte je bekruipen dat Schermer schrijft met een missie. Zo werd Liefde, als dat het is, wel gezien als een anti-scheidingsroman.

    ‘Eigenlijk heb ik geen speciale boodschap, wil ik niets overbrengen. Hoewel, in Noodweer wilde ik toch wel laten zien wat het voor Emilia betekende, buiten dat het verschrikkelijk is wat haar is overkomen, dat het ook het verlies van autonomie betekende wanneer anderen weten dat je verkracht bent. Ze heeft het jarenlang voor zich gehouden, wetende dat ze het toch een keer zou moeten vertellen, maar dan weet ze niet meer hoe. Ik heb ook heel lang gedaan over het einde. Ik kon het Emilia op een gegeven moment gewoon laten vertellen, maar dat was het niet. Toen wist ik dat Bruch al die tijd geweten had wat er gebeurd was. Hij had het al die tijd geweten en niets gezegd.’

    Wat een geweldige vondst was, want als Emilia na jaren van zwijgen het opeens wel zou vertellen, dan was de eigenzinnige spanning die in het boek geslopen was, als een lekke luchtballon leeggelopen. Nu komt het boek tot een ontluisterend, maar ook perfect slot. Omdat Emilia uiteindelijk de regie behoudt over haar leven. Als lezer wil je niets liever dan dat. Waarmee het einde van Noodweer al haast een opstap vormt naar Liefde, als dat het is. Want dat vraag  je je dus steeds af in al haar werk: Waar zijn we naar op zoek; wat is liefde, wat doen we ermee?

    Aan elk boek werkte Schermer tweeënhalf tot drie jaar. Ze schrijft steeds aan dezelfde versie. ‘Ik heb geprobeerd met schema’s te werken maar dat werkt voor mij niet. Ik werk gelijk op de computer en schrijf eigenlijk steeds maar door. Het verhaal heb ik in mijn hoofd en op een gegeven moment ken ik het bijna letterlijk uit mijn hoofd. Onder het schrijven kan er nog van alles veranderen. Ik lees terug en schrijf door, lees terug, herschrijf, schrijf door. Ik laat het ook vaak lezen aan mijn vriendin Matin, ook theatermaker en toneelschrijver. Zij leest het nog vaker dan mijn redacteur, en dan praten we erover alsof de personages wederzijdse kennissen zijn. Dat zijn gesprekken waarbij we ze de revue laten passeren, wat ze doen, hoe het met ze gaat. Dan belt ze later en zegt: “Zeg, zou Clara (uit: Mensen in de zon) niet …”?’

     

     


    Marijke Schermer publiceerde de volgende boeken bij Van Oorschot: Mensen in de zon (2013), Noodweer (2017) en Liefde, als dat het is (2019).

     

     

     

     

     

     

     

     

  • Oogst week 44 – 2019

    Pastorale

    Stephan Enter (1973) werd maar liefst vier keer genomineerd voor de Libris Literatuurprijs: tweemaal behaalde hij de longlist en tweemaal drong hij door tot de shortlist. Daarnaast sleepte hij nominaties voor diverse andere literaire prijzen in de wacht. In 2012 won hij C.C.S. Croneprijs, een oeuvreprijs van de stad Utrecht die iedere twee jaar wordt uitgereikt. Nu is zijn nieuwste roman verkrijgbaar: Pastorale.

    Het boek speelt zich af tijdens een zomer in de jaren 80 en gaat over een dorp met een gereformeerd en een Moluks gedeelte. Enerzijds gaat Pastorale over volwassenheid en voor het eerst verliefd worden, anderzijds over de Molukse gemeenschap uit het dorp, die door Nederland is weggestopt in een voormalig concentratiekamp.

    Pastorale
    Auteur: Stephan Enter
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Vind me

    André Aciman (1951) schrijft fictie, non-fictie en verhalenbundels, maar is vooral bekend van de roman Noem me bij jouw naam. Dit boek werd succesvol verfilmd als Call me by your name. In het nieuwste boek van Aciman, Vind me, keren de personages uit Noem me bij jouw naam terug.

    Het is vijftien jaar later: Elio is inmiddels pianist geworden en Olivier werkt als professor in de Verenigde Staten, al heeft hij nog heimwee naar Italië én naar degene van wie hij nooit afscheid heeft kunnen nemen. Daarnaast wordt Samuel, Elio’s vader, verliefd op een veel jongere vrouw. Vind me is de voortzetting van het magische liefdesverhaal dat met Noem me bij jouw naam begon.

    Vind me
    Auteur: Andre Aciman
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Roots

    Bij IJsland denken de meeste mensen aan kou, het noorderlicht of een prachtig landschap. Dat IJsland ook op culinair gebied veel te bieden heeft, laat chefkok Dagný Rós Ásmundsdóttir (1972) zien in ROOTS. Dagný Rós Ásmundsdóttir komt oorspronkelijk uit IJsland en woont al meer dan een decennium in België. Ze is bekend van onder anderen de Vlaamse versie van het televisieprogramma MasterChef en van haar deelname aan De Slimste Mens.

    Roots bevat vijftig recepten uit de jeugd van Dagný Rós Ásmundsdóttir. Ze heeft deze recepten een moderne twist gegeven, waardoor ze een aangename kennismaking met de IJslandse keuken vormen.

    Roots
    Auteur: Dagny Rós Asmundsdottir
    Uitgeverij: Manteau
  • Van roofovervaller tot heilige

    Van roofovervaller tot heilige

    De heilige, een schelmenroman van Martin Michael Driessen is precies wat de titel aangeeft, het levensverhaal van een schelm die er in slaagt om na zijn dood heilig verklaard te worden. Donatien, geboren in Frankrijk in het revolutiejaar 1789 laat in de loop van zijn vrij korte bestaan (hij wordt vijftig) een spoor van bedrog en geweld achter. Het begint met het stelen van een meisjesportret en liefdesbrief uit de tuniek van een gevallen Duitse soldaat als hij, uiteraard pas ná de veldslag, het slagveld van Craonne bezoekt op zoek naar buit. Hij besluit het mooie en rijke meisje te bezoeken, zich voor te doen als de beste vriend van de gevallen Duitser en haar het hof te maken en te huwen. Dat lukt en hij maakt zich op voor een lang en tevreden bestaan als notabele in een Duits dorp. Tot hij wordt ontmaskerd en moet vluchten voor de woede van de mooie Liselotte, die inmiddels zwanger is van zijn kind.

    Roofovervaller wordt goed mens

    Hij wordt een succesvol postkoets-overvaller tot hem dat begint te vervelen, papt aan met Francis Beaufort als die bezig is met het ontwikkelen van de Beaufortschaal voor windsnelheden, maakt als matroos een aantal zeereizen en belandt na nog een aantal avonturen in de gevangenis. Want schelmen ontlopen uiteindelijk hun straf niet en als hij geïdentificeerd wordt als degene die jaren eerder een aantal gewelddadige roofovervallen op postkoetsen heeft gepleegd krijgt hij levenslang in de gevangenis te Metz.
    En dán begint zijn finale schelmenstreek, want hij besluit een goed mens te worden en daardoor speciale privileges te krijgen van de gevangenis-directeur. Dit ultieme bedrog lukt zó voortreffelijk dat hij – naar eigen zeggen – na zijn dood zelfs heilig wordt verklaard: de heilige Dieudonné van Metz. ‘Naar eigen zeggen’ is op zijn plaats bij de bespreking van deze schelmenroman, omdat Donatien zelf duidelijk maakt dat niets van wat hij vertelt per sé op werkelijkheid berust.

    Ironie en zelfspot

    De pen die Martin Michael Driessen hem leent voor het vertellen van zijn levensverhaal is licht ironisch en bij tijd en wijle vervuld van zelfspot: ‘Ik stond waardig op. Waardig opstaan is een van mijn specialiteiten. De kunst bestaat erin dat men de ander beschaamd achterlaat door het gesprek zelf te beëindigen. Men trekt zich terug maar behaalt de morele zege. Dat is, zoals ik u kan verzekeren, niet eenvoudig, want als het misgaat wordt men al gauw van lafheid beticht. Ook mag men de ander niet al te zeer kwetsen, dat kan weer nieuwe problemen veroorzaken. Ik heb het vaak voor elkaar gekregen, met name als er verder toch niets te halen viel.’

    De heilige zit vol boeiend vertelde avonturen en anekdotes. Toch mis je als lezer iets en op den duur krijg je het gevoel dat Donatien begint te vervelen met zijn opgesmukte verhalen. Dan besef je dat een hoofdpersoon die zonder geweten door het leven gaat eigenlijk weinig interessant is. Zo’n Teflon-persoonlijkheid maakt identificatie van de lezer met de hoofdpersoon ook bijna onmogelijk. Hopelijk was het de bedoeling van Martin Michael Driessen om ons dat duidelijk te maken. In dat geval is De heilige een geslaagde roman.

     

  • Van gruwelmode, drop en ondergang

    Van gruwelmode, drop en ondergang

    Wie nooit van Drogisterij Bokern en zijn voorgeschiedenis heeft gehoord bevindt zich in – tot voor kort – verrassend gezelschap: de nazaten van de exploitant van die keten zelf. Zo succesvol als die voorgeschiedenis een tijd lang was, zo dramatisch eindigde hij. Wat ‘de reden moet zijn voor het hardnekkig zwijgen van de Bokerns’ zelf: de huidige generatie wist niets van die geschiedenis; men had het er in elk geval nauwelijks over. Tot voor kort althans. Want journalist Frank Bokern dook wel de archieven en oude kranten in en voerde vele gesprekken. Het leverde een compleet verhaal op over opkomst en ondergang van de ondernemersactiviteiten van drie generaties vóór hem in Hoeden en petten en dameskorsetten. Opkomst en ondergang van een middenstandsfamilie.
    Het is een overzicht dat voor een breder publiek dan de familie zelf een boeiende inkijk biedt in de middenstandswereld vanaf ongeveer 1900 in Nederland, met het accent op mode en kleding.

    Etalages

    Kort voor de eeuwwisseling kwam een stroom Westfaalse ondernemers hier naar toe. Het waren veelal katholieken op de vlucht voor Bismarcks Kulturkampf tegen hen en zijn invoering van een driejarige dienstplicht. Bokern vermoedt dat de stamvader van de familie, Heinrich, om die redenen zijn biezen pakte en de weg ging die zijn oudere broer Bernard al eerder had afgelegd. Hij begon in Haarlem een winkel in manufacturen. Het was het begin van een verkoopketen van hoeden, petten en dameskorsetten, zoals het in het liedje over de winkel van Sinkel klinkt. Al dat soort zaken (ook die van Sinkel) waren in handen van families met een Westfaalse achtergrond: C&A, Brenninkmeijer, Peek & Cloppenburg, V&D, Hunkemöller, Kreijmborg enzovoort. Heinrich Bokern slaagde er in zich een respectabele plaats te verwerven tussen deze reuzen, vooral in Leiden.
    We kennen de genoemde ketens allemaal zo goed omdat ze de eerste middenstanders waren die hun familienaam op de gevel zetten in plaats van fantasiewoorden. Dat was echter niet de enige vernieuwing. Ze voerden ook vaste prijzen, maakten reclame, richten grote glazen etalages in om de beste waar van de straat af zichtbaar te maken en voerden nieuwe modes in uit het buitenland. Maar vooral revolutionair was dat ze hun zaken enige tijd later omvormden tot warenhuizen: winkels waar je een breed scala aan goederen kon krijgen. ‘De Westfaalse manufacturenhandelaren hebben in enkele decennia tijd het aanzien van de Nederlandse binnensteden compleet veranderd’, constateert de schrijver, die daarvoor dankbaar kon terugvallen op het boeiende De nieuwe mens van Auke van der Woud uit 2015 (die overigens de Bokernketen niet noemt).

    Drop

    Na een bloeiperiode gaat het mis met de winkels van Heinrich. Hij heeft geen opvolger. Zijn zoon Bernard, de opa van de auteur, wil het bedrijf niet overnemen. Toch komt deze Bernard na wat omzwervingen in dienst van anderen weer terecht in de winkelbranche: ‘hij begint een zaak in drop om te snoepen en pillen om te poepen’. Anders gezegd: hij wordt drogist. In Naaldwijk, waar hij in 1927 eigenlijk naar toe verhuist omdat de lucht daar beter is voor zijn aan rachitis (een botaandoening door een tekort aan vitamine D) lijdende dochtertje. Het wordt het begin van een kommervol bestaan. De drogist kan maar net het hoofd boven water houden – en zelfs dat is veel gezegd, want hij moet zich er steeds verder voor in de schulden steken. Het is een wonder dat hij de Tweede Wereldoorlog met zijn gezin met hangen en wurgen door komt. Een maand voor de bevrijding van Nederland blaast hij zijn laatste adem uit. Zijn winkel is dan ter ziele.

    Eén van de kinderen van Bernard was Ben, de vader van de auteur. Over hem gaat het nauwelijks. Frank Bokern zet een punt achter de geschiedenis met de dood van zijn opa, omdat daarmee ook het middenstandsverhaal is geëindigd. Dat wil niet zeggen dat de ellende daarmee over was. Het leven in armoede had zoon Ben levenslang zo getekend dat de crisis van de jaren 30 niet over was ‘met de inval van de Duitsers, maar pas op 24 oktober 2005, op de dag dat mijn vader is overleden’, zo sluit zoon Frank zijn relaas af.

    VvVvV

    Hoeden en petten en dameskorsetten is een boeiend verhaal, vooral zolang de auteur in zijn familiegeschiedenis ruim baan geeft aan de maatschappelijke achtergronden. Als het over de manufacturenzaak gaat krijgen we meteen een inkijkje in die hele sector en de beschrijving van de winkel in Leiden geeft een beeld van de stad in die tijd. En als Bernard zijn drogisterij in Naaldwijk exploiteert weet kleinzoon Frank en passant het bestaan van diens klandizie in het Westland te schetsen. Door zijn details is het ook vermakelijk, zoals wanneer er verzet komt van de Bond ter Bestrijding van de Gruwelmode (geïnitieerd door de dames waarover Elisabeth Leijnse in 2015 haar bekroonde Cécile en Elsa, strijdbare freules schreef) en de Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding (VvVvV) die op de barricaden ging voor onder andere vrouwenkiesrecht en geboortebeperking, maar ook tegen korsetten.

    Zo boeiend blijft het helaas niet tot het eind. De geschiedenis versmalt zich dan steeds meer tot de familiekring. Lief en leed binnen één gezin, gesjoemel met de boekhouding, een frauderend familielid, te hulp schietende bloedverwanten (paters in dit geval): je kunt meevoelen hoe triest de teloorgang van de drogist en het lot van zijn gezin is – zo levendig schrijft Bokern wel –  maar je voelt je als lezer meer een gluurder worden.

     

  • Zomerlezen – Beste dikke boekenlijstje

    Geheime kamers

    Jeroen Brouwers’ Geheime kamers verscheen in 2000 en is in mijn ogen een meesterwerk, een van zijn beste boeken. De compositie van het verhaal, de taal waarin Brouwers het verhaal vertelt, zijn imponerende stijl, de metaforen en verwijzingen die hij gebruikt, de spanning die hij weet op te roepen, maken het lezen van dit boek tot een genotvolle tijdpassering. Het mooie is dat hij van een tamelijk simpel en een in de literatuur veel behandeld thema – de relatie tussen een man en een vrouw, in dit geval twee echtparen – een rijk boek weet te maken.

    In veel boeken van Brouwers komen zijn hoofdpersonen in situaties terecht waarin ze eigenlijk niet willen zijn: een lift die vastzit, een huwelijk dat eigenlijk voorbij is, een vader wiens kind eerder doodgaat dan hijzelf, een grijsaard die tegen zijn zin een cruise maakt over de Middellandse Zee. Ook in dit boek is de hoofdpersoon een deerniswekkend figuur die niets dan ellende ontmoet in zijn leven. Hij vindt zichzelf een non-valeur maar van alle figuren in het boek is hij eigenlijk de enige die deugt. Al doet hij steeds de verkeerde dingen op de verkeerde momenten maar weet toch te overleven.

    Brouwers weet dit verhaal zoveel breedte en diepte te geven, dat het uiteindelijk gaat om de fundamentele existentie van de mens, zijn moraliteit en zijn lust tot al dan niet te willen leven.

     

     

    Geheime kamers
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Olympus

    De lijfarts

    Maria Stahlies De lijfarts verscheen in 2002; het is nog steeds een boek dat het lezen meer dan waard is.

    Het knappe van Maria Stahlie vind ik haar veelzijdigheid als romancier. Ze schrijft prachtig, componeert consciëntieus, met veel oog voor detail (schept er een genoegen in om met getallen te spelen en er een symbolische betekenis aan te geven) en tekent in heldere stijl scherpe psychologische portretten van haar personages, die tot op zekere hoogte worstelen met het leven.

    De lijfarts is een van haar mooiere boeken, vooral omdat het verhaal je in alle opzichten zo weet te boeien dat het je niet meer loslaat. Wanneer je De lijfarts hebt uitgelezen, vind je Egidius vast ook heel mooi.

     

     

    De lijfarts
    Auteur: Maria Stahlie
    Uitgeverij: Prometheus

    Het achtste leven (voor Brilka)

    Nino Haratischwili’s, Het achtste leven (voor Brilka), verscheen in 2014; een familie epos over acht levens uit zes generaties van de familie Jasji, in één ruk uit te lezen, althans als je even de tijd hebt. Het verhaal over deze familie uit Georgië speelt zich af in Rusland en beslaat de hele twintigste eeuw. Het knappe is dat de persoonlijke lotgevallen van deze familie ingebed worden in de politieke en sociale ontwikkelingen in Rusland, met name de jaren waarin Stalin aan het bewind was. Daarmee stijgt het ver uit boven het afzonderlijke leven van de diverse familieleden maar laat het ook zien welke invloeden die ontwikkelingen hebben op hun levens. Mooi geconstrueerd en prachtig beschreven door Brilka, de jongste telg uit het geslacht Jasji. Van haar wordt verwacht dat zij haar leven pas inricht nadat zij kennis heeft genomen van de levens van de voorgaande generaties. Haar tante Nitsa vertelt haar daarover en wij mogen meelezen.

    Een heerlijk boek om je in te verliezen.

     

     

    Het achtste leven (voor Brilka)
    Auteur: Nino Haratischwili
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Goudzand

    Wanneer je deze drie boeken uit hebt, wacht nog een mooi boek: Konstantin Paustovski, Goudzand bevat korte verhalen, dagboeken en brieven van de schrijver die nog niet eerder zijn gepubliceerd. Zijn zesdelige autobiografie De geschiedenis van een leven is één van de mooiste boeken uit de twintigste eeuw. Dan vraag je je af of daaraan nog iets kan worden toegevoegd: ja, dat kan dus! In Goudzand vertelt Paustovski de geschiedenis van Rusland vanaf de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren 60. Deze geschiedschrijving lardeert hij met ontroerende brieven aan zijn vrouw, vrienden en collega-schrijvers. Hij moet ook oppassen met zijn publicaties omdat het Russische regime na de Tweede Wereldoorlog de kritiek van schrijvers op de Russische politiek en maatschappij niet duldde. Paustovski schreef kritische brieven aan Brezjnev en de partijtop wanneer er weer een collega werd gedwarsboomd in zijn werk of gevangen genomen werd.
    Een schitterend boek, prachtig geschreven, intrigerend om te lezen.

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  • Oogst week 18 – 2019

    Ik heb het de tuin nog niet verteld

    In de oogst van deze week de laatste roman van de Italiaanse schrijfster Pia Pera, de vijfde roman van Jan Vantoortelboom, literair tijdschrift Tirade, en een bericht van de Turkse schrijver en politieke gevangene Ahmet Altan.

    Pia Pera (1956-2016) was een Italiaanse auteur en vertaalster Russisch. Ze schreef verschillende romans. In 1995 verscheen haar Dagboek van Lo, een hervertelling van Nabokovs Lolita, maar dan vanuit het vrouwelijke hoofdpersonage verteld. Later specialiseerde ze zich in boeken over tuinieren. Pia Pera overleed in 2016 aan de gevolgen van ALS. Ik heb het de tuin nog niet verteld is een semi-autobiografische roman en tevens haar laatste werk.

    Als Pia Pera ongeneeslijk ziek is, trekt zij zich steeds meer terug in de natuur. Zo lang als ze kan blijft ze actief om in haar Toscaanse tuin te kunnen werken. Wanneer haar spierkracht afneemt, ze invalide raakt is de Sri Lankaanse tuinier, Giulio, die voor haar en haar tuin zorgt. Naast meditatie, het lezen van enorme hoeveelheden boeken en lezingen die haar dagen structureren, is er ook de foxterriër die altijd bij haar is en een groot aantal vrienden die komen en gaan. Maar het is de tuin die als een spiegel elke stemming en elk teken van haar ziekte reflecteert. Het is een boek waar beweging in zit en leidt naar donkere diepten, naar geliefde dichters, filosofen en de muziek van Abba (een Chinese dokter adviseerde haar naar hen te luisteren, omdat het therapeutisch zou werken). Een zelfonderzoek over leven en dood, reflecterend op vragen waarop ze geen antwoord heeft. Vragen die een ieder raken, vroeg of laat.

    Ik heb het de tuin nog niet verteld
    Auteur: Pia Pera
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Jagersmaan

    De West-Vlaamse scrhijver Jan Vantoortelboom (1975) schreef sinds 2011 vijf romans, zijn tweede roman Meester Mitraillette, werd boek van de maand bij DWDD.

    In zijn nieuwste roman Jagersmaan schrijft Jan Vantoortelboom met over waar de grenzen van de liefde van een ouder voor een kind liggen en speelt in 1922. De jongeman Victor Vanheule leeft in armoedige omstandigheden en heeft een onwettig kind. Om de schande te ontvluchten vertrekt hij per boot naar Amerika. De boot verongelukt en Victor spoelt aan op de kust van Ierland. Daar woedt een burgeroorlog met een versplinterde Ierse Republikeinse Broederschap. In zijn poging een nieuw leven te beginnen, wordt Victor gedwarsboomd door anderen. Hij treft een gelijkgestemde ziel in een meisje waarvan de vader net geëxecuteerd is, samen hopen ze op betere tijden.

    Een sfeervol vertelt verhaal dat als volgt begint:
    ‘Ineens staat ie voor m’n neus, ‘k viel bijna achterover van ’t verschot. Hij komt zomaar via de achterdeur binnen, de smoelentrekker.’

    Jagersmaan
    Auteur: Jan Vantoortelboom
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Tirade

    Een dik nummer van de nieuwe Tirade plofte op de deurmat. Het is dan ook een dubbele editie, de nummers 474 & 475, met bijdragen van twaalf auteurs. Opvallend is dat de korte verhalen, van een behoorlijke omvang zijn en het middenstuk, het artikel Het literaire werk tussen feit en fictie van H.U. Jessurun d’Oliveira, ruim veertig pagina’s beslaat. Een zeer interessant stuk over het domein van de schrijver, die van de wereld literatuur maakt. En wie is er verantwoordelijk voor de karakters in het boek die de werkelijkheid weergeven? Moet de rechter de plaats innemen van de literatuurwetenschapper? Denk aan Peter Koelewijn die A.F.T. van der Heijden aanklaagde, en de rel rond Charlotte Mutsaerts over haar boek Harnas van Hansaplast, waarin haar broer als fictief hoofdpersoon fungeerde en natuurlijk ook het ‘Ezelproces’ van Gerard Reve.

    Daarnaast bevat Tirade poëzie van de Engelse dichter Christopher Levenson (1934), ingeleid en vertaald door Ad Zuiderent, en van Myrte Leffring. Verder verhalen van Willemijn Kranendonk, Rino Gouw (debutant in het tijdschrift), Pieter Kranenborg, Gilles van der Loo, Lia Tilon en Nathanael West (vertaling Caspar Wijers). De tirade van… is deze keer door Daan Doesborgh gevuld. Illustraties Cheerted Keo.

    Een nummer om de maand mee door te komen, met mooi proza en poëzie.

    Tirade
    Auteur: Redactie: Dean Bowen, Daan Doesborgh, Julien Ignacio, Anja Sicking, Marko van de Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik zal de wereld nooit meer zien

    De Turkse schrijver Ahmet Altan kreeg vorig jaar levenslang. In Ik zal de wereld nooit meer zien doet hij verslag.
    In 2016 werd er op een vroeg zomerochtend aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan. Hij  wist meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot levenslang in eenzame opsluiting.
    Altan beschrijft op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat.

    Een fragment:
    ‘Terwijl de politiemannen het huis doorzochten, zette ik thee-water op.
    ‘Willen jullie thee?’ vroeg ik.
    Ze zeiden dat ze niet hoefden.
    De stem van mijn vader nabootsend zei ik: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Exact vijfenveertig jaar geleden, op een ochtend als deze, waren ze ons huis binnengevallen om mijn vader te arresteren.
    Mijn vader had ze koffie aangeboden en toen ze het hadden afgewezen had hij lachend gezegd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Wat ik meemaakte was geen déjà vu.
    Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid.’

     

    Ik zal de wereld nooit meer zien
    Auteur: Ahmet Altan
    Uitgeverij: Bezige Bij, De
  • Een aforisme is een waarheid als een kalfje (C. Buddingh)

    Een aforisme is een waarheid als een kalfje (C. Buddingh)

    Des Duivels Woordenboek van Ambrose Pierce is de door het bekende duo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes vertaalde verzameling van 1851 alfabetisch geordende lemma’s van de satirische en cynische Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce (1842 – vermoedelijk 1914).  Om een indruk te geven van het karakter van dit woordenboek, hier drie van de vele definities die er in te vinden zijn, met daaronder het Engelse origineel:

    Geduld – Een lichtere vorm van wanhoop, vermomd als deugd
    Patience – A minor form of despair, disguised as a virtue

    Toekomst – De tijd waarin onze zaken goed gaan, onze vrienden trouw zijn en ons geluk verzekerd is
    Future – That period of time in which our affairs prosper, our friends are true and our happiness is assured

    Plan – Zich druk maken om de beste methode om een toevallig resultaat te bereiken
    Plan – To bother about the best method of accomplishing an accidental result.

    Veelzijdig schrijver

    Ambrose Bierce vocht als jongeman in de Amerikaanse Burgeroorlog en had tot zijn 24e een militaire carrière. Daarna werd hij één van de bekendste schrijvers van zijn land, met korte verhalen, poëzie en satire, maar kreeg ook grote bekendheid als journalist door zijn reportages en columns. Zijn motto was ‘nothing matters’ en die cynische levenshouding drong nergens beter in door dan in de lemma’s van The Devil’s Dictionary, waarvan de afleveringen onregelmatig in Amerikaanse kranten verschenen.
    Deels zijn het aforismen, zoals het drietal voorbeelden hierboven. In vileine gevatheid doen ze denken aan wat Dorothy Parker een halve eeuw later in The New Yorker publiceerde. Maar Bierce hield het niet bij aforismen, hij gooide er net zo makkelijk een kort essay tegenaan of maakte het begrip duidelijk met een korter of langer gedicht.

    Onvertaalbaar geacht werk

    Onder de titel ‘Leven en werken van een beminnelijke sluipmoordenaar’ geven Bindervoet en Henkes na de bijna 400 pagina’s van de vertaling de lezer een overzicht van Bierce’s druistige bestaan. Dat eindigde toen hij op 71-jarige leeftijd genoeg had van alles en naar Mexico vertrok waar de Mexicaanse Revolutie was uitgebroken. Het was de tijd van Zapata en Pancho Villa. In dat geweld verdween hij en wordt geacht ergens in 1914 te zijn overleden of gesneuveld.
    Hij liet een oeuvre van 5 miljoen woorden achter. Het woordenboek omvat daar maar een procent of drie van, maar het zijn niet de eenvoudigste teksten. In ‘Leven en werken van..’ geven Bindervoet en Henkes ook een beeld van de problemen die ze bij het vertalen ontmoetten. Onder meer omdat Bierce graag met woorden speelde die in het Engels een dubbele of driedubbele betekenis hebben, maar in het Nederlands niet:
    ‘(..) arrest’ dat stoppen en arresteren betekent en waarin we tegelijk de ‘rest’ van de heilige rustdag ontwaren. Ga er maar aan staan! Rust kan je wel enige tijd op je buik schrijven als je hieraan begint. Gekkenwerk!

    Gelukkig had het duo bij het vertalen van Ulysses van James Joyce al aardig wat ervaring opgedaan met het in het Nederlands omzetten van onvertaalbaar geacht werk. De Sisyphus-arbeid die zij bij ‘Des Duivels Woordenboek’ hebben verricht, vergde na de vertaling nog 80 pagina’s extra aan notities en varianten. Een bewonderenswaardig werkstuk is het in elk geval geworden. En voor liefhebbers van vertalingen, of van Ambrose Bierce of van aforismen, natuurlijk een must.