Groots en onbekommerd – Leven en werk van Belcampo
Groots en onbekommerd, Leven en werk van Belcampo door Nico Keuning is de onlangs bij Querido verschenen biografie van de originele en absurdistische Nederlandse schrijver Belcampo, pseudoniem van Herman Schönfeld Wichers (1902-1990). Halverwege de vorige eeuw was Belcampo een van Nederlands populairste auteurs en stonden de Salamander-pockets met titels als Bevroren vuurwerk en Verborgenheden in menig boekenkast. In 2015 verfilmde Mike van Diem, heel succesvol, Belcampo’s korte verhaal De surprise.
Belcampo groeide op als notariszoon in het gelovige Rijssen. Op zijn zestiende kreeg Herman tuberculose en tijdens het revalideren in sanatoria las hij veel, schreef brieven en had alle tijd om te fantaseren. Hij studeerde in Amsterdam, en reisde zijn hele leven veel. Uiteindelijk werd hij schrijver en arts in Bathmen en Groningen. Uit zijn vele brieven komt Belcampo naar voren als een ras-optimist, vrijheidsaanbidder en levensgenieter. Uit zijn vertelkunst rijst het beeld van een visionair die moeiteloos aan de haal gaat met filosofie, wetenschap en religie.
Keuning is een ervaren biograaf, hij schreef ook over Jan Arends, Bob den Uyl en Willem Brakman. Groots en onbekommerd beschrijft Belcampo’s jeugd en adolescentie boeiend en geeft een compleet beeld van het rijke, avontuurlijke leven van een schrijver, tekenaar, echtgenoot, vader en arts, die altijd in de breedste zin van het woord is blijven zwerven.

Zelfportret
De Franse schrijver, fotograaf en kunstenaar Édouard Levé (1965 – 2007) wordt wel een literaire kubist genoemd. Zelfportret (oorspronkelijke titel Autoportrait, 2005) bestaat uit losse, niet-geparagrafeerde zinnen met beweringen en zelfbeschrijvingen van de auteur. Het is een briljant en ontnuchterend zelfportret, neergeschreven in een verzameling fragmenten. Levé verbergt niets voor zijn lezers en schetst zijn leven in min of meer willekeurige, ritmische zinnen. Zelfportret is in psychologisch, politiek en filosofisch opzicht een juweeltje en naast ‘oprechtheid’ streeft Levé naar radicale objectiviteit.
Levés boek lijkt in eerste instantie een autobiografie zonder sentiment, alsof het door een machine is geschreven, totdat we door de opeenstapeling van details en droge, spottende toon merken dat we ontwapend worden, geboeid en verrukt raken door niets minder dan perfecte fictie… die geheel uit feiten is opgebouwd.
Édouard Levé (1965-2007) was een veelzijdige kunstenaar in de traditie van het conceptualisme. Hij debuteerde met Oeuvres (2002), dat minutieuze beschrijvingen bevat van 533 niet-verwezenlijkte installatie- en performanceprojecten. Levé’s laatste boek Zelfmoord verscheen in 2021, eveneens bij Koppernik.

De tweelingentrilogie
De tweelingentrilogie van de Hongaarse schrijfster Ágota Kristóf (1935- 2011) is opnieuw gepubliceerd, en terecht zo vinden haar fans.
Deze veelgeprezen trilogie, bestaat uit Het dikke schrift, Het bewijs en De derde leugen. Kristóf gebruikte haar eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de communistische dictatuur. Toch is het geen autobiografisch of historisch relaas, maar een wreed, urgent drieluik over wat oorlog en ballingschap met mensen doet.
Een meedogenloos en beklemmend verhaal, verteld met de rauwe eenvoud van een sprookje, dat de duisterste kanten van de mens blootlegt. Een Kafkaëske onwerkelijkheid, waarin iedereen anoniem is, waarin al het herkenbare (geografisch en historisch) verdoezeld is en alles ongrijpbaar wordt, wat de absurditeit van oorlog en dictatuur versterkt en voelbaar maakt. Geschreven in eenvoudige, uitgebeende taal wordt de gruwelijke realiteit nog aangrijpender.

















