• Oogst week 8 – 2024

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog

    Bij uitgeverij Murrow (onderdeel van Uitgeverij Overamstel) is eind 2023 Neem mijn verdriet weg verschenen. Op de website van deze uitgeverij staat geschreven dat Murrow ‘staat voor goede verhalen. Voor bijzondere journalistiek. Voor non-fictie die ertoe doet. Daarom specialiseert de uitgeverij zich in boeken van geëngageerde auteurs die een verhelderend en noodzakelijk venster op de wereld bieden. Die een onderwerp vol passie op de kaart durven te zetten.’

    Neem mijn verdriet weg past naadloos in die beschrijving. De onafhankelijke Russsische journaliste en documentairemaker Katerina Gordejeva verliet Moskou in 2014 uit protest tegen de annexatie van de Krim door Rusland. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 is ze in gesprek met talloze gevluchte Oekraïers, veelal vrouwen, in zowel Rusland, Oekraïne en Europa om hun verhalen op te tekenen. In eerste instantie om een documentaire te maken, maar het mondde uit in het spraakmakende boek Neem mijn verdriet weg, met als ondertitel ‘Stemmen uit de oorlog’. Het is het verslag van groot verdriet, frustratie, pijn en haat.

    Gordejeva schrijft in haar voorwoord:’ De oorlog eiste levens en slingerde ons allemaal in een eindeloze spiraal van haat, maar stap voor stap lukte het me een weg te vinden door het meest hopeloze, onvergeeflijke en fatale. Ik weet hoe zwaar het af en toe was voor de protagonisten van dit boek om af te spreken en te vertellen. Soms was het problematisch om juist met mij te praten. Maar iedere keer vonden die buitengewonde mensen de kracht in zichzelf. En we hielden gesprekken.’

    Neem mijn verdriet weg is al in verschillende landen verschenen. Het is ook al voor de Russische markt geredigeerd, maar, zo schrijft Gordejeva: ‘Niet één uitgeverij in Rusland durft het aan dit boek te accepteren en te drukken.’

    Katerina Gordejeva woont momenteel in Letland, heeft een eigen YouTube-kanaal met veel volgers en is door Rusland tot ‘buitenlands agent’ verklaard.

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog
    Auteur: Katerina Gordejeva
    Uitgeverij: Uitgeverij Murrow (2023)

    Veertien dagen

    Zesendertig Amerikaanse en Canadese schrijvers kropen in de huid van evenzovele personages. De schrijvers zijn heel verschillend: beroemd, niet beroemd, oud of jong, schrijvers van thrillers en van literaire fictie. Hun personages treffen elkaar op een dak van een bouwvallig flatgebouw in Manhattan in de Lower East Side. Daar vertellen ze elkaar verhalen. De conciërge van het gebouw ontdekt het dak als eerste, maar gaandeweg wordt het steeds drukker daar bovenop een gebouw in New York. Het is voor de bewoners de enige manier om te ontvluchten uit het letterlijk dodende klimaat beneden op straat. Het is maart 2020 en de sterftecijfers van corona in New York zijn huizenhoog. Twee weken lang zitten ze daar elke avond om de tijd te doden.

    Veertien dagen is een een geconstrueerd boek, een soort raamvertelling. Het is geschreven op initiatief van de Amerikaanse schrijversorganisatie Authors Guild Foundation. Schrijfster Margaret Atwood en oud-Authors Guildvoorzitter Doug Preston houden de rode draad in het oog en zijn als het ware de architecten van het verhaal.

    Veertien dagen
    Auteur: Margaret Atwood, Emma Donoghue, Dave Eggers e.a.
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers

    Spiegeldagen

    Spiegeldagen is de tweede roman van Mark Stokmans, die voor zijn debuut Land van echo’s bekroond werd met de Nederlandse Boekhandelsprijs 2023. Hoofdpersoon in Land van Echo’s is de Nederlander Herman Kruijssen. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog aan de kant van de Duitser en kan daarna niet meer terug naar Nederland. Hij komt na omzwervngen door Europa in 1929 in Zuid-Spanje terecht en voelt zich daar thuis. Als de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt moet hij (weer) partij kiezen.

    In Spiegeldagen maken we kennis met de kleinzoon van Herman, Ruben Kruijssen die naar Spanje afreist om het familiehuis aldaar te verkopen. Hij kent het daar goed, hij is er in zijn jeugd vaak op bezoek geweest.
    Hij wordt geconfronteerd met allerlei vragen over de geschiedenis van zijn grootouders: wat was de rol van zijn grootvader in de Spaanse Burgeroorlog, waarom is zijn grootmoeder verdwenen?

    Spiegeldagen is een roman over geschiedenis, liefde, landschap en generaties. Over kiezen en herinneren. Over zwart, wit en grijs. Over conflicten uit het verleden die tot op de dag van vandaag van invloed zijn op de Spaanse maatschappij.

     

    Spiegeldagen
    Auteur: Mark Stokmans
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo|Anthos
  • Spooksels

    Spooksels

    Meteen al op de eerste pagina van de historische roman Het huwelijksportret voorvoelt de zestienjarige Lucrezia di Cosimo de’ Medici dat haar man, Alfonso II d’Este, haar wil ombrengen. Het is een later verspreid gerucht, want officieel heet Lucrezia aan bloedvergiftiging te zijn overleden, maar de Britse auteur Maggie O’Farrell neemt het tot uitgangspunt van haar boek. ‘De zekerheid dat hij haar dood voorheeft is als een aanwezigheid naast haar, als een roofvogel met donker verenkleed die is neergestreken op de armleuning van haar stoel,’ schrijft O’Farrell bloemrijk. Soms haast ietwat statig vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman.

    Dan zwenkt het verhaal zeventien jaar terug, naar het Florentijnse palazzo waar Lucrezia in 1545 wordt geboren en opgroeit. Een rebels meisje dat als kind al tegenstribbelt wanneer er een portret van haar wordt geschilderd. Een kind dat zich gevangen voelde in het palazzo, net als de tijgerin die haar vader gevangen hield in een kooi in de kelder. Op een dag wordt de tijgerin gedood door de twee leeuwen die Cosimo I ook hield. Zo krijgt dit dier een symbolische betekenis binnen de roman.

    Symbolen

    Net als de nek van Lucrezia, die Sofia, haar min, kindermeisje en kokkin van het palazzo, soms weer recht moet duwen als ze deze te ver naar achter had gedraaid. Uit nieuwsgierigheid, of omdat ze niet direct in haar ogen wenste te worden gekeken. Of omdat een man haar te dicht naderde en ze haar hoofd ver naar achteren moest buigen. Of om te kijken of de ziel van haar overleden, oudere zus Maria al weg was gevlogen door het openstaande raam.

    Mooi is dat in het verloop van de roman de symbolen zoals die van de nek naar binnen keren. Zo ziet Lucrezia op een gegeven moment ‘een paar wolken in de vorm van een aambeeld opdoemen’. De lezer mag het duiden net als de intertekstuele verwijzingen, zoals het toneelstuk dat aan het hof van Ferrara wordt opgevoerd. ‘Over een koning die per ongeluk zijn vrouw vergiftigt.’ Een reminiscentie aan het toneelstuk in het toneelstuk in Hamlet van Shakespeare; niet voor niets Shakespeare, want schreef O’Farrell niet eerder een roman over Hamnet, zoon van Anne Hathaway en William Shakespeare?

    Als een spreeuw die de weg naar buiten niet weet

    Lucrezia moet Maria’s plaats innemen als echtgenote van Alfonso, de zoon van de groothertog uit Ferrara. Zij is pas dertien jaar en nog volop bevangen door kinderlijke ‘spooksels’ die O’Farrell raak weergeeft: ‘Zonder waarschuwing gleed ze tussen de stoel en de tafelrand door en kroop op de tast onder de tafel weg. Dat was de enige manier: ze kon niet zomaar bij de tafel weglopen, want dat ding zou een arm naar haar uitstrekken en haar grijpen.’

    Ze biecht Sofia op wat ze heeft gehoord over het geplande huwelijk, ondertussen aan tafel een spreeuw natekenend die ze eerder dood heeft gevonden, omdat hij de weg uit het palazzo naar buiten niet meer terugvond. Weer zo’n symbool, zo’n doordacht detail. Zo zijn er veel, te veel om op te noemen. Ze geven aan de roman een extra laag, waar het verhaal zelf lang zijn rustige loop neemt en het karakter van Lucrezia en Alfonso genuanceerd wordt weergegeven, met lichte en donkere kanten.

    Het is boeiend, zeker, maar er valt weinig sociale- of politieke context in terug te vinden, wat jammer is. Met uitzondering van terloopse opmerkingen over bijvoorbeeld het waanidee van de hertogelijke familie dat ‘het volk’ van ze houdt, of over de moeder van Alfonso, de protestantse prinses Renate van Frankrijk. Alfonso verandert gaandeweg in een bezetene die nog maar één ding najaagt: een zoon, die zowel het hertogdom Toscane als het hertogdom Ferrara zal erven. Het boezemt Lucrezia angst in, ‘die zich als sneeuwvlagen tegen zich opwerpt’.

    Het portret in wording

    Op een gegeven moment arriveren twee schilderleerlingen, Maurizio en Jacopo, die gaan helpen met het portret van Lucrezia. De een schildert – modern voor die tijd – landschappen op de achtergrond en de ander bekommert zich om de stofuitdrukking. De meester, de maniërist Sebastiano Filippi, doet dan het gezicht en misschien de handen.

    O’Farrell weet de context van het leven aan het hof van Ferrara raak te treffen. Ze schrijft over de schilderleerlingen – waarvan er een verliefd is op Lucrezia –, castraten, schandalen, de kleding en haardracht zoals die in vergelijking tot die in Florence wordt gedragen. Inclusief details als het feit dat Lucrezia’s hoofd haast is ingesnoerd in een hoge kanten kraag, wat draaien ervan moeilijk maakt. Iets dat ze zoveel deed. Wat Alfonso verwacht van het schilderij, zegt hij op een onbewaakt moment: ‘Mijn eerste hertogin’ [lees: Maria]. Wat hij van Lucrezia verwacht, is duidelijk: een mannelijke nazaat. Omdat ze die niet kan geven of omdat hij deze niet kan verwekken (ook zijn volgende huwelijken bleven kinderloos), wordt ze uit de weg geruimd. Of toch niet? De plotwending aan het slot geeft een sprookjesachtige, wat ongeloofwaardige draai aan het verhaal.

    Al met al is het boek een boeiende en mooi vertaalde historische roman waarin met name Lucrezia en Alfonso centraal staan en wat minder aandacht wordt geschonken aan de context van de tijd waarin het speelt. Met een cliché zou je het een pageturner kunnen noemen, net als O’Farrells Hamnet overigens.

     

     

  • Kijkje in het feminisme van de negentiende eeuw

    Kijkje in het feminisme van de negentiende eeuw

    Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) schreef fictie, poëzie en essays. Hierin staan maatschappelijke thema’s vaak centraal. In Het gele behang en andere verhalen zijn enkele van haar verhalen gebundeld en vertaald door Tjadine Stheeman. Zij heeft een uitstekende selectie gemaakt van de korte verhalen met Het gele behang als centraal punt. De keuze van Stheeman zorgt ervoor dat alle verhalen met elkaar in verband kunnen worden gebracht en dat de grote thema’s die Perkins Gilman hanteert direct duidelijk worden.

    Charlotte Perkins Gilman stond onder andere bekend als een utopische feminist. In haar verhalen werkt ze ideeën uit over hoe utopieën ontstaan wanneer leefgemeenschappen worden opgebouwd en geleid door vrouwen. Daarnaast onderzoekt ze in haar verhalen de verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk en schuwt ze het uitvergroten, en met een flinke dosis sarcasme bespotten, van de onderdanige rol die de vrouw geacht werd aan te nemen niet. In totaal bestaat deze bundeling uit twaalf korte verhalen en een toelichting van Charlotte Perkins Gilman zelf op haar meest spraakmakende korte verhaal Het gele behang.  

    De opkomst van het feminisme

    Eind negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw stonden onder andere in het teken van de opkomst van het feminisme. De suffragettes streden voor gelijke rechten van de vrouw. De focus lag in die eerste golf voornamelijk op het verkrijgen van stemrecht. De roep om autonomie en onafhankelijkheid klinkt ook door in de verhalen van deze bundel. Hierin zijn een paar algemene thema’s aan te wijzen: aan een kant zijn de verhalen van Perkins Gilman sterke kritiek op de traditionele rolverdeling binnen het huwelijk. Hierin speelt de mentale gezondheid van de vrouw en de hiervoor aanbevolen behandelingen vaak een grote rol. De andere soort verhalen zijn die van een door vrouwen geregeerde utopie waarin de auteur omschrijft hoe mooi en functioneel het leven kan zijn als vrouwen aan de macht zijn. Ook duurzaamheid en zelfvoorzienendheid zijn onderwerpen die vaker terugkomen. 

    Het gele behang

    Met deze zienswijze neemt Perkins Gilman een voortrekkersrol in haar tijd in. Het is dan ook niet vreemd dat Het gele behang, toen het in 1891 werd gepubliceerd in het New England Magazine, op enige weerstand kon rekenen in zowel medische als literaire kringen. In het verhaal heeft een vrouw last van zenuwinzinkingen. Haar man is tevens haar dokter en heeft haar gedwongen tot een zogenaamde ‘rustkuur’. Dit houdt in dat de vrouw bijna vierentwintig uur per dag in één kamer doorbrengt met een bed dat is vastgeschroefd aan de vloer. Op een gegeven moment komen de muren letterlijk op haar af. 

    In een poging grip op zichzelf te krijgen en orde en regelmaat in haar dag te vinden, begint ze het gele behang in de kamer nauwkeurig te bestuderen. Ze gebruikt deze studie om zichzelf ervan te overtuigen dat ze nog steeds een normaal werkende geest heeft. ‘Bij daglicht valt er in een patroon als dit geen logica te ontdekken, het druist tegen alle regels in, en is daarom uiterst tergend voor een normaal werkende geest.’
    Maar zodra het nacht wordt en er schaduwen op de muur vallen, ziet ze het patroon van het behang veranderen in tralies waarachter ze een vrouw bespeurt. ‘Soms heb ik het idee dat er een heleboel vrouwen achter het behang zitten en soms maar één vrouw, die razendsnel rondkruipt waardoor het hele behang gaat golven.’

    Het behang wordt de gevangenis waar de vrouw zich in bevindt – en de vele vrouwen die dezelfde klachten hebben als zij. De rustkuur werkt juist averechts en de mentale gezondheid van de vrouw wordt gezien als iets wat je met rust kunt oplossen. Als deze aanpak lijkt te werken, wordt de conclusie getrokken dat je ‘eigenlijk niets mankeert’. Een slechte aanpak, zo vindt ook Perkins Gilman die de rustkuur zelf voorgeschreven kreeg na drie jaar worstelen met een zenuwaandoening. Aan de behandeling ging ze bijna onderdoor en ze besloot deze te laten varen en gewoon weer aan het werk te gaan, want, zo schrijft ze in de toelichting, ‘zonder werk is de mens een pauper en een parasiet’.

    Huisvrouwen

    De vrouw uit Het gele behang krijgt een vervolg in het verhaal Verweven. Hierin heeft de vrouw haar rol als huismoeder weer opgepakt en lijkt ze op een bijna manische manier haar plicht te vervullen door zichzelf steeds aan de taken van een goede huisvrouw te herinneren.
    Het overlopen van het ene verhaal in het andere is iets wat in deze bundel vaker voorkomt. Hoewel het thema van de huisvrouw geregeld aangehaald wordt, beschrijft Perkins Gilman dit ook wel met een flinke dosis humor, zoals in het verhaal Mevrouw Elder heeft een idee. Hierin maakt een huisvrouw zich langzaam maar zeker los van het juk van haar echtgenoot en diens ideeën en overtuigingen. Perkins Gilman gebruikt hier kleine zinnen die subtiele, voor iedereen herkenbare humor overbrengen. Zoals: ‘Hij ging weer zitten met het idee dat het onderwerp definitief, doeltreffend en deugdelijk was besproken. Daar dacht zij anders over.’ Uiteindelijk krijgt het verhaal een ‘eind goed, al goed’ oplossing waarmee Perkins Gilman laat zien dat het heus niet allemaal slecht hoeft af te lopen in een huwelijk, als je elkaar maar de ruimte geeft om de eigen persoonlijkheid te kunnen blijven ontwikkelen. 

    Actueel

    Ondanks dat deze korte verhalen geschreven werden in een periode die inmiddels meer dan honderd jaar achter ons ligt, zijn de onderwerpen die de schrijfster aanhaalt nog steeds verrassend actueel. Ook vandaag de dag zijn de relaties tussen man en vrouw een graag besproken onderwerp en is er steeds meer aandacht voor mentale gezondheid. De moderne, vlotte en scherpe schrijfstijl zorgt ervoor dat deze bundel leest als een moderne korte verhalenbundel.

     

  • Oogst week 22 -2022

    Moeder wist niet beter

    Journalist en schrijver Paul Teunissen is geïnteresseerd in mensen. Dat blijkt uit zijn onderwerpkeuze voor zijn artikelen die hij schreef voor o.a. Het Parool en Vrij Nederland. Het zijn allemaal betrokken artikelen die ingaan op het verdriet, de worsteling en het leven van individuen. Verhalen over o.a. een thuisloos meisje, over ouders van omgekomen kinderen, zijn ouder wordende vader (ook verfilmd) en over het jongenmeisje Juul.

    Ook zijn eerder verschenen boeken gaan over echte mensen. In In de beste kringen kruipt hij in de huid van mensen die hun dierbaren zien lijden aan ziektes als dementie, depressie, schizofrenie en borderline. En in Extreme overlast schetst hij ‘Portretten van op drift geraakte levens’.

    Zijn derde boek, de onlangs verschenen roman Moeder wist niet beter wijkt echter af omdat het autobiografisch is. Het is een boek over rouw en berouw, over jezelf verliezen en uiteindelijk hervinden, over hoe de liefde ook na de dood blijft voortbestaan.

    Moeder wist niet beter is het verslag van een zoon die niet met de teloorgang van zijn eens liefdevolle moeder kan omgaan. Hij besluit haar een laatste brief te schrijven en verbreekt vervolgens het contact. Kort daarna overlijdt zijn moeder en verliest de rouwende zoon de grip op zijn bestaan. Twintig jaar later schrijft hij haar opnieuw, in een ultieme poging te doorgronden waarom hun ooit intens verbonden levens zo wreed uiteenvielen.

     

    Moeder wist niet beter
    Auteur: Paul Teunissen
    Uitgeverij: Uitgeverij Podium

    School voor zotten

    In hetzelfde jaar dat de Russische schrijver Sasja Sokolov, in 1975, de Sovjet Unie voorgoed mocht verlaten werd zijn manuscript van School voor zotten de Sovjet-Unie uit gesmokkeld en in het westen gepubliceerd.
    Sokolov werd in 1943 in Canada geboren, als zoon van een hooggeplaatste diplomaat maar groeide sinds 1946 op in de Sovjet-Unie.

    School voor zotten gaat over een jonge bewoner van een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De jongen probeert in het reine te komen met de dood van zijn dierbare mentor en met zijn onbeantwoorde liefde voor zijn lerares. Zijn herinneringen aan jeugdzomers vallen samen met het heden, de doden zijn nog in leven en de geliefde is alom aanwezig.

    School voor zotten laat zich eveneens lezen als een metafoor voor het leven in de toenmalige Sovjet-Unie. Maar ook voor het leven in het huidige Poetin-Rusland waar nog steeds outsiders en dissidenten in psychiatrische inrichtingen of kampen worden opgesloten.

    Het boek werd vertaald door Gerard Cruys. Maxim Osipov, auteur van De wereld is niet stuk te krijgen schreef een nawoord.

     

    School voor zotten
    Auteur: Sasja Sokolov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Het gele behang

    Vorige week werd Moederland in deze rubriek genoemd, een van de ‘vergeten literaire werken’ die uitgeverij Karakters terug onder de aandacht van het lezend publiek wil brengen.
    De schrijfster daarvan, de sociologe Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) wordt wereldwijd beschouwd als een (weliswaar niet onomstreden) belangrijke feministische schrijfster. Haar opvattingen en ideeën verwerkte ze in haar romans en verhalen, en Moederland en Het gele behang zijn daarvan de meest bekende.

    Bij uitgeverij Orlando is onlangs Het gele behang verschenen. Het titelverhaal is gebaseerd op de eigen worsteling van de auteur met een postnatale depressie. In het verhaal raakt een jonge moeder in de ban van het gele behangpatroon op haar kamer, waarin ze een verplichte rustkuur ondergaat, en verliest langzaam haar verstand. De publicatie van ‘Het gele behang’ in 1892 veroorzaakte indertijd grote opschudding in de literaire en medische wereld.
    De andere verhalen in de bundel gaan over de traditionele plaats van de vrouw in de maatschappij. Voor Perkins Gilman stond vast dat niet alleen vrouwen maar ook mannen en kinderen zouden profiteren van het doorbreken van de vaste rolpatronen. Leidraad in al haar verhalen is de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.

    De verhalen voor deze bundel zijn geselecteerd, vertaald en van een nawoord voorzien door Tjadine Stheeman.

    Het gele behang
    Auteur: Charlotte Perkins Gilman
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando
  • Wat maakt ons tot wie we zijn?

    Wat maakt ons tot wie we zijn?

    Wie ben je eigenlijk? Hoe vormen je wortels je, ook als je daarvan lijkt te zijn los gekomen? Wat bindt je in een relatie? Is het mogelijk volstrekt eerlijk te zijn tegen een ander, maar ook jegens jezelf? Het zijn maar een paar thema’s waarvan de jongste roman van Jonathan Safran Foer, Hier ben ik, is doordrenkt. Ze zijn niet nieuw voor wie zijn eerdere Alles is verlicht uit 2002 en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij uit 2005 al las. De zoektocht naar het joodse verleden (vooral in de roman uit 2002), de verwerking van trauma’s en de familiebetrekkingen lopen als een Leitmotiv door het werk van Foer.

    Net als in zijn eerdere romans is in Hier ben ik ook veel autobiografisch materiaal verwerkt, in dit geval vooral de scheiding van Foer van zijn vrouw en collega-schrijfster Nicole Krauss in 2014. Indirect herhaalt hij zelfs de tournure om de auteur van het boek zelf op te voeren. Is dat in Alles is verlicht de auteur onder zijn eigen naam, in de nieuwe roman is protagonist Jacob Bloch (in wie veel trekken van Foer te herkennen vallen) bezig een script voor een TV-serie te schrijven dat de verhaallijn volgt die wij als lezer voorgeschoteld krijgen.

    Geweten
    Jacob Bloch is zestien jaar getrouwd met Julia – ze hebben samen drie zoons, Sam, Max en Benjy – als hun relatie op een scheiding uitdraait. De aanleiding is de vondst door Julia van de telefoon van Jacob met daarop onverbloemd seksuele uitlatingen aan het adres van een andere vrouw. Of er werkelijk sprake is geweest van overspel blijft in het midden. Jacob ontkent het en de lezer is geneigd hem te geloven: hij komt niet over als een durfal. Julia zet de boel bij hem op scherp doordat zij zelf wel overspel pleegt. Ook dat is overigens niet zeker, maar omdat zij een vrouw is die doet wat ze zegt, ben je in haar geval geneigd dat wel aan te nemen.

    De gesprekken tussen Julia (architecte) en Jacob (schrijver) over hun relatie, de regeling van de scheiding en de verantwoordelijkheid jegens de kinderen vormen de grootste component van het boek. Maar daardoorheen loopt de worsteling van Jacob met zijn joodse afkomst. Zijn grootvader Isaac is lang geleden vanuit Polen naar Amerika geëmigreerd en heeft een sterke band met Israël. Hij wil er na zijn dood begraven worden. Jacob voelt zijn joodse oorsprong wel, maar hij en Julia hechten veel minder belang aan de daarmee verbonden rituelen. Als de roman begint staat de dertienjarige Sam voor zijn bar mitswa, de viering van de joodse meerderjarigheid. Zijn ouders willen die toch laten plaatsvinden omdat het opa Isaac onvergeeflijk zou kwetsen als ze dat niet zouden doen.

    De loyaliteit van Jacob aan zijn joodse afkomst wordt diepgaand getest als zijn neef Tamir uit Israël voor de plechtigheid overkomt en er kort na zijn aankomst, nog vóór de bar mitswa, een zware aardbeving plaatsvindt in het Midden-Oosten. Er breekt aansluitend een oorlog uit waarin Israël zich moet verdedigen tegen een nieuw gevormde staat Trans-Arabië, gesteund door de rest van de moslimwereld. De premier van Israël roept alle joden over de hele wereld op om Israël te helpen verdedigen. Zal Jacob dat doen?

    Dit laatste thema voert tot harde discussies binnen de familie, vooral tussen Jacob en zijn vader Irving en zijn neef Tamir, over de politiek van Israël en het trauma van de joden door de verschillende pogingen in de geschiedenis om hen uit te roeien.

    Argus
    Maar daarmee zijn we er niet. In het grootse web dat Foer spant lopen ook de draden van Sams leven. Hij trekt zich terug in de virtuele wereld van Other Life (waarin Jacob op een klunzige manier Sams avatar om zeep helpt); er is het briefje met racistische uitingen dat door de rabbi op zijn tafeltje is gevonden en waarvoor hij excuses zal moeten aanbieden (Sam bestrijdt dat hij het geschreven heeft); er is de verwonding aan de hand van Sam, opgelopen toen hij klein was en die Jacob en Julia nog achtervolgt. En er is de hond Argus. Het dier lijkt van begin tot eind door de roman te lopen als degene die de kinderen en de ouders oproept weer contact te maken. Misschien is dat de belangrijkste reden dat niemand de verantwoordelijkheid neemt om het zieke beest te laten inslapen.

    Foer kan geweldig schrijven. Bijzonder knap uitgewerkt zijn de dialogen tussen Julia en Jacob over hun verwachtingen en teleurstellingen in zestien jaar huwelijk, die de lezer schrijnend duidelijk maken hoe onbereikbaar ze voor elkaar zijn geworden. Soms worden ze komisch als de twee overleggen hoe ze de kinderen op de hoogte zullen stellen.

    Een mooie vondst is ook de alternerende weergave van de speeches van Sam voor zijn bar mitswa, van de premier van Israël tot de joden over de hele wereld en van de ayatolla van Iran tot de moslims, die alle drie leiden naar een climax van de verschillende verhaallijnen.

    Maar tegenover dit schrijftalent staat de neiging tot veel te veel uitwaaieren. Het ‘kill-your-darlings-principe’ lijkt niet aan Foer besteed. Her en der in de roman krijg je het gevoel dat hij uitweidingen, filosofietjes, associaties, woordgrappen (die in het Nederlands treffend zijn vertaald) en andere invallen die hem uit het toetsenbord vloeiden, te leuk vond om te schrappen. Hij heeft bovendien een voorliefde voor opsommingen, of dat nu gedachten zijn of tastbare dingen (we krijgen de complete inventaris van het medicijnkastje opgedist), waarvan de zin vaak niet duidelijk is.

    Sommige dialogen (er wordt wat afgepraat in Hier ben ik) duren eindeloos voort zonder iets wezenlijks bij te dragen. Voor de lezer zijn het rafelende draadjes in het web: we dwalen af van datgene waar het om ging.

    De spanningsboog wordt door al die wijdlopigheid te lang om de lezer geboeid te houden. Zo begint de roman met een openingszin die er mag wezen: ‘Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen.’ Toch verliest die zijn kracht als hij pas op pagina 545 weer ten volle wordt opgeraapt. Verschillende lezers zullen dan  wellicht al eens hebben doorgebladerd naar achteren om te constateren dat deze afwisseling van sterke passages en afleidende episodes pas eindigt op pagina 639.