• Oogst week 22 – 2018

    Gaven, giften en vergiften : brieven

    De correspondentie tussen Simon Vestdijk en Willem Brakman begint als Brakman Vestdijk zijn debuutroman toestuurt. ‘Beste Brakman’ en ‘Beste Vestdijk’ werd al heel snel ‘Beste Wim’ en ‘Beste Simon’. Dat zij elkaar niet alleen over literatuur en hun wederzijdse vriend Nol Gregoor schreven, blijkt uit Gaven, giften en vergiften, de door Nico Keuning verzamelde en ingeleide brieven uit de periode 1961-1969. Het gaat ook heel vaak over de gezondheid van beide literatoren, die allebei arts waren. Beiden hebben een aanleg voor zwaarmoedigheid en depressies. Vestdijk weet Brakman te vinden als hij advies en pillen nodig heeft. Uit het voorwoord van Nico Keuning blijkt hoe groot de invloed van zijn depressies op het werk van met name Simon Vestdijk was.

    Gaven, giften en vergiften : brieven
    Auteur: Willem Brakman en Simon Vestdijk
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Ik bestaat uit twee letters

    In Privé-domein verscheen Ik bestaat uit twee letters, het dagboek dat A.H.J. Dautzenberg bijhield vanaf de dag dat hij 49 werd tot zijn vijftigste verjaardag. Het gaat hier niet om een alsnog publiek gemaakt dagboek, maar om speciaal voor deze reeks bijgehouden aantekeningen. Net als Ilja Leonard Pfeijffer is A.H.J. Dautzenberg iemand die in zijn werk speelt met het thema ‘werkelijkheid’. De vraag is of Dautzenberg van zijn verslag van zijn dagelijkse leven meer maakt dan alleen een literaire exercitie.
    De rode draad in Ik bestaat uit twee letters mag dan de relatie met tweelingbroer Hub zijn, aan wie hij al zijn hele leven vastzit, maar Dautzenberg doet ook uitgebreid verslag van wederwaardigheden in de literaire wereld. En dat kan interessant zijn, want in het vijftigste levensjaar was het onrustig bij zijn uitgeverij en ging Theo Sontrop dood.

    Ik bestaat uit twee letters
    Auteur: A.H.J. Dautzenberg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers (2018)

    De melodie

    Na een succesvolle carrière lijkt chansonnier Alfred Busi verzekerd van een rustige oude dag. In zijn ouderlijk huis, een riante villa op een aantrekkelijke plek, zou hij tevreden terug hebben kunnen kijken op zijn leven, als in het dorp niet geplaagd werd door dieren die ’s nachts de vuilnisbakken plunderen; een projectontwikkelaar het niet op zijn villa voorzien had, een journalist niet om werk verlegen had gezeten en zijn vrouw Alicia niet was overleden.
    De melodie van Jim Crace wekt de indruk een realistische roman te zijn over actuele onderwerpen, maar er gebeuren teveel wonderlijke dingen om het symbolische over het hoofd te zien.

    De melodie
    Auteur: Jim Crace
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)

    Victorieverdriet

    Toen haar grote liefde haar tijdens een vakantie in New York verliet, kwam dat hard aan bij Elfie Tromp. Onmiddellijk daarna werd haar liefdesverdriet een onderwerp in haar werk. Haar eerste pijn schreef ze van zich af in haar columns, daarna maakte ze een theatervoorstelling. Ook haar poëziedebuut Victorieverdriet is een verslag van het rouwen en klagen dat hoort bij een dergelijk verlies. Victorieverdriet is een reis in drie etappes, die min of meer samenvallen met de stadia van verwerking. De gedichten zijn een vrij letterlijke verwoording van gevoelens.

    Victorieverdriet
    Auteur: Elfie Tromp
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)
  • In memoriam Theo Sontrop 1931 – 2017

    Uitgever en dichter Theo Sontrop is zondag 3 september overleden op Vlieland, het eiland waar hij zich in 1991 terugtrok nadat hij jaren in de uitgeverswereld had gewerkt. Hij was een meester met de Nederlandse taal, al kwam zijn dichtwerk zeer traag tot stand. Volgens uitgever Peter Nijssen laat hij ‘een klein, maar zeer fijn dichterlijk oeuvre na.’ Langzaam kromgroeien (1962) en Marmerkijker (1971). In 1996 resulteerde dat in de uitgave van zijn Verzamelde gedichten. Maar voor alles was hij een lezer.

    Sontrop was bijna twintig jaar uitgever bij De Arbeiderspers. Hij werkte in die periode nauw samen met hoofdredacteur Martin Ros, met wie hij de prestigieuze serie Privé-domein initieerde. Deze reeks, met namen als Paul Léautaud, Konstantin Paustovskij, Gustave Flaubert, Fernando Pessoa en Elias Canetti, waardoor de autobiografie als brief of dagboek als belangrijk literair document zijn weg vond en inmiddels meer dan vijftig jaar bestaat. In zijn tijd haalde hij onder meer J.M.A. Biesheuvel, Rudy Kousbroek, Joost Zwagerman, F.B. Hotz en Geerten Meijsing naar de uitgeverij en startte een succesvol poëziefonds met dichters als Ed Leeflang, Jan Eijkelboom, Anna Enquist, Rob Schouten en Eva Gerlach.

    Dat Sontrop niet altijd in zijn eigen dichtkunst geloofde, toont de volgende anekdote, door Reinjan Mulder opgehaald in een nagedachtenis op Das Zahngold. Op een gegeven moment kreeg Sontrop een brief van uitgever Geert van Oorschot, met daarbij een contract voor een dichtbundel. ‘Of ik dat maar even wilde tekenen.’ Sontrop dacht aanvankelijk aan een practical joke. Hij was achterdochtig en maakte de brief zoek in een stapel kranten. Na een paar weken werd hij door Van Oorschot gebeld die hem vroeg: ‘Waarom beantwoordt u nooit brieven?’

    Theo Sontrop figureerde in het boek Jagtlust van Annejet van der Zijl als een van de bewoners. Hij huurde daar begin jaren zestig de voorkant van de benedenverdieping bij Fritzi ten Harmsen van der Beek. Het was de tijd dat hij toetrad tot de literaire wereld, zijn eerste dichtbundel uitkwam en zijn carrière in de Amsterdamse uitgeverswereld een start maakte. In Jagtlust wordt Sontrop omschreven als ‘zo’n typische oorlogspuber, die in de jaren vijftig kringen had trachten te maken in het toen nog zeer stille water Utrecht. “Behept met een ongebreidelde intellectuele vraatzucht” was de middenstanderszoon tijdens zijn studietijd betrokken geraakt bij de oprichting van Tirade en vervolgens bij Propria Cures in de redactie gekomen. Daar ging hij de geschiedenis als ‘de luiste redacteur ooit’ – samen met Joop van Tijn.’

    Wanneer hij in de vroege ochtend bij helder weer op Jagtlust zijn tuindeuren opende, kon hij helemaal uitkijken over de weilanden tot aan de toren van Eemnes. Waarop hij dichtte:

    Gezwinde dame die uw rad bepopelt
    als ik nog droom en iemand mij citeert
    ‘op mijn kop in de grond verwacht ik de mol’
    als onder een deken van hanegeschrei
    de eerste brommer zijn fabrike besluipt
    een peer op het hoofd van de hengst ploft;
    u weet, mevrouw, uw rad, hun galg,
    is feilloos, maar u trilt onzeker als u ziet
    hoe traag de hand uw draden nadert
    waarin de laatste atalanta van het jaar

    (Uit: ‘Spin’)

     

    In de jaren tachtig las Theo Sontrop columns voor in het VPRO radioprogramma Borát.

     

     

    Foto: Beeldbank stadsarchief Amsterdam

    Lees ook: de Volkskrant – Onno Blom; NRC – Kees Freriks en lees interview – Chrétien Breukers (2014).