• Oogst week 23 – 2019

    Eiland in de nevel

    Alleen de intense ervaringen die wandelaar Pieter Kikkert ervoer tijdens zijn kilometerslange wandeling in 1791 kunnen wandelaars van nu misschien herkennen, maar niet het landschap. Dat zag er in 1791 heel anders uit dan tegenwoordig. Kikkert wandelde in die zomer over Texel, met een dichtbundel onder de arm, net nadat het had gestormd en er hele stukken land in zee waren verdwenen. Hij schreef er een verslag over dat Texelaar en auteur Lodewijk Dros (1964) twee jaar geleden bij toeval vond. Dros ontdekte wat een veelzijdig man Pieter Kikkert is geweest en gebruikte diens verslag voor Eiland in de nevel
    Eiland in de nevel geeft volgens uitgeverij Boom ‘een caleidoscopisch beeld van het leven op een eiland rond 1800’.

    Lodewijk Dros (Texel, 1964) werkt sinds 2000 bij dagblad Trouw, momenteel als chef van Letter & Geest. Hij studeerde theologie en was predikant in Amsterdam.

    Het originele manuscript van Pieter Kikkert is online te lezen.

    Eiland in de nevel
    Auteur: Lodewijk Dros
    Uitgeverij: Boom (2019)

    Met mijn smoel in mijn handen

    De Poolse schrijver Witold Gombrowicz (1904 – 1969) is een van de vertegenwoordigers van de Poolse avantgarde. Zijn werk wordt vergeleken met dat van Kafka, Ionesco en Beckett. Zijn belangrijkste romans zijn Ferdydurke, Kosmos, Pornografie, en Het huwelijk

    Paul Beers die bijna het gehele oeuvre van Gombrowicz vertaalde vond het Dagboek het hoogtepunt in diens werk en zeer relevant voor het begrip van zijn romans. Gombrowicz schreef het Dagboek bewust om het te laten publiceren, en formuleert daarin zijn gedachten over ‘hoe ons door anderen een vorm wordt opgedrongen, over waarom het onrijpe en lage machtiger zijn dan de rijpheid, over wat schijn is in de juist zo persoonlijk geachte beleving van kunstzinnige uitingen, waar de grenzen liggen van onze moraal op een aardbol waar het probleem van het explosieve bewonersaantal onmogelijk kan worden genegeerd.’

    Huub Beurskens maakte een selectie uit het Dagboek zoals dat in de integrale Nederlandse vertaling door Paul Beers in 1986 verscheen. Volgens uitgeverij Koppernik is Met mijn smoel in mijn handen ‘nog actueler en urgenter […] dan toen Gombrowicz het schreef’.

     

    Met mijn smoel in mijn handen
    Auteur: Witold Gombrowicz
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    De fantastische meneer Willughby

    In de wereld van ornitologen werd John Ray jarenlang als een van de eerste en meest toonaangevende wetenschappers gezien. Hij publiceerde in 1676 samen met Francis Willuhhby een standaardwerk de Ornithologiae. Op het moment van verschijnen was deze Willuhhby echter al overleden en de roem ging bijna volledig naar Ray.
    Totdat Tim Birkhead (1950), hoogleraar gedragsbiologie en wetenschapsgeschiedenis aan de universiteit van Sheffield , in contact kwam met een verre nazaat van Willuhhby en gewezen werd op diens werkelijke betekenis.
    Dit was voor Birkhead aanleiding om op onderzoek uit te gaan, gelden te verzamelen en vervolgens Willuhhby de eer te geven die hem toekwam. In het voorwoord schrijft Birkhead: ‘Dit is het verhaal van de man die de grondslag legde van het wetenschappelijk onderzoek van vogels.’

    De fantastische meneer Willughby
    Auteur: Tim Birkhead
    Uitgeverij: Atlas Contact(2019)

    In het hart van het hart van de schrijn

    Het nieuwe nummer van Terras, nummer 16 heeft als thema ‘Over de grens’ en biedt nieuwe poëzie van alle continenten.
    Over de grens is het grote internationale poëzienummer waarvoor in 2017 dichters, redacteuren, vertalers en conservatoren van poëziebibliotheken samenkwamen om over een nieuwe bloemlezing van poëzie van de hele wereld te spreken.
    Deze editie wordt voor abonnees vergezeld door de dichtbundel In het hart van het hart van de schrijn van Anne Kawala, uit het Frans vertaald door Kim Andringa.

    Terras #16 verschijnt aan de vooravond van de 50ste editie van Poetry International maar presenteert een eigen en onafhankelijke selectie dichters. Het nummer brengt lectuur uit Argentinië, Ierland, Italië, Oostenrijk, Zuid-Afrika, Frankrijk, Rusland, Duitsland, Cuba, Spanje, Engeland, Mexico, de VS, Hongarije, China en Schotland.

     

    Voor meer informatie: Https://tijdschriftterras.nl/hart-hart-schrijn/

     

    In het hart van het hart van de schrijn
    Auteur: Anne Kawaba
    Uitgeverij: Perdu – Terras Poeziëcentrum
  • Jan Wolkers & Zonen

    Jan Wolkers & Zonen

    Ik zie ze daar nog staan. Bob en Tom, de tweelingzonen van Jan en Karina Wolkers. De een staat met zijn jas in de hand, de ander tilt zijn tas uit de kofferbak van de auto die hen naar het ouderlijk huis heeft gebracht. Ze weten wat de wereld nog niet weet: hun vader is stervende. Haast om het huis te betreden, hebben ze niet. Ze zijn in gedachten verzonken.
    Ik zie ze in het voorbijgaan. We zijn op weg naar een kop koffie met een Juttertje. We hadden ook een andere weg kunnen kiezen, maar kozen de Rozendijk. Als altijd kijk ik ter hoogte van Pomona even opzij en zie ik ze.

    De dagen voorafgaand aan de dood van Jan Wolkers was ik op Texel om met een hoogbejaarde moeder de verjaardag van een afwezige dochter te vieren. Een van die dagen was ik getuige van de thuiskomst van Bob en Tom.
    Vanaf het moment dat ik Onno Blom op de plek waar zij een paar dagen daarvoor stonden de dood van Jan Wolkers wereldkundig zag maken, heeft het beeld van jongens die op het punt staan hun stervende vader te begroeten zich in mijn hoofd genesteld. Zo staan ze al tien jaar in mijn geheugen gegrift.
    Volkomen ten onrechte blijkt na het bladeren en verkennend lezen in Het litteken van de dood: de biografie van Jan Wolkers van Onno Blom.

    In het slothoofdstuk van zijn biografie beschrijft Onno Blom de laatste dagen van Jan Wolkers. Wolkers wordt op 3 oktober 2007 in het ziekenhuis opgenomen. De operatie waarvoor hij komt, verloopt succesvol, maar de artsen constateren dat zijn lever niet meer werkt. Jan Wolkers is doodziek.
    ‘De volgende ochtend, op dinsdag 16 oktober, werd hij met een ambulance teruggebracht naar het eiland. Tom hield hem gedurende de rit gezelschap’, schrijft Onno Blom, en dat maakt het uitermate onwaarschijnlijk dat ik de zonen van Jan Wolkers voor de deur moed heb zien verzamelen. Onno Blom bevestigt wat ik eigenlijk al weet: het is ondenkbaar dat de tweeling zich pas op het laatste moment bij hun zieke vader voegt. Daarvoor is het gezin waar zij deel van uitmaken te hecht.

    Anders dan Jan Wolkers heb ik mijn leven niet nauwkeurig gedocumenteerd. In mijn agenda staat alleen dat ik in die periode op Texel was. Op welke dag ik in een bleekgeel Dafje via de Rozendijk naar De Dennen tufte, heb ik niet genoteerd, maar ik weet zeker dat ik toen een man met een jas en een man met een tas bij de familie Wolkers op de stoep heb zien staan.
    Dat ik daar na de dood van hun vader Bob en Tom van gemaakt heb, kan eigenlijk maar één ding betekenen: ik wilde met terugwerkende kracht getuige zijn van een bijzonder moment in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Zodat ik zou kunnen zeggen: ik was er bijna bij toen Jan Wolkers overleed. Zoiets moet het geweest zijn. Met het liegen van de waarheid heeft het niets te maken. Voor zover ik weet.

     


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.