• Zomerlezen – drie topboeken

    De jaren

    Sommige boeken maken een onuitwisbare indruk wanneer je ze leest als tiener of jongvolwassene. Klassiek werk van schrijvers als Dostojevski, Tolstoj, Kafka en Camus. Later wordt het lezen van een boek dat een blijvend stempel drukt op je literaire ervaring zeldzamer. Het is dan ook extra bijzonder om nog eens zo’n boek te ontdekken dat een onuitwisbare induk op me maakte, zoals De jaren van Virginia Woolf, recent opnieuw in het Nederlands vertaald.  De lezer volgt de Engelse familie Pargiter vanaf het einde van de negentiende eeuw tot in het interbellum, maar een traditionele familiehistorie is dit niet. Elk hoofdstuk speelt zich af in een ander jaar en beslaat slechts één of enkele dagen terwijl ondertussen de geschiedenis op de achtergrond verstrijkt en de meeste mijlpalen uit het leven van de personage resoluut overgeslagen worden. In het verglijdende perspectief en de weergave van de inwendige belevingswereld van de karakters toont de auteur haar absolute meesterschap. Ze maakt zo de zoektocht van de telgen Pargiter in het doolhof van hun eigen bewustzijn op ongeëvenaarde wijze inzichtelijk. Sommige scènes zijn hartverscheurend mooi, bijvoorbeeld in het slotdeel. Woolf slaagt er in het gerijpte De jaren optimaal in om het menselijke en het experimentele van haar proza tot een eenheid te smeden, waarmee ze zich bewijst als een van de grootste romanschrijvers van alle tijden.

     

    De jaren
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & van Gennep

    Wij houden van Tsjernobyl

    Door de populaire HBO-serie Chernobyl die op dit moment speelt, neemt het toerisme in de streek die door het rampzaligste kernongeluk uit de geschiedenis werd getroffen sterk toe, maar Aleksijevitsj drijft er al de spot mee in haar schitterende boek Wij houden van Tsjernobyl, dat in een eerste versie verscheen in 1997. Later volgde uitbreiding van het materiaal. Balancerend op het snijvlak tussen geschiedschrijving, journalistiek en literatuur, laat Svetlana Aleksijevitsj een stoet van ooggetuigen aan het woord komen. Dit levert een veelstemmig document op dat de huiveringwekkende reikwijdte laat zien van de Tsjernobyl-ramp. Het boek geeft niet alleen inzicht maar eert tegelijkertijd de rampenbestrijders en hun nabestaanden: elk levensverhaal is een novelle bij deze Nobelprijswinnaar. Je weet niet wat je leest.

     

    Wij houden van Tsjernobyl
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Pereira verklaart

    Na het zware literaire geschut tot slot een fijnzinnige roman gesitueerd in het Portugal onder dictator Salazar, opvallend genoeg geschreven door een Italiaan. Protagonist Pereira, apolitiek redacteur van de literatuurbijlage in de krant, leidt een onopvallend bestaat totdat hij in contact komt met een mysterieuze student die rebelleert tegen het regime. Om hem van enig werk te voorzien laat Pereira de jongeman necrologieën schrijven van nog levende schrijvers, die stuk voor stuk onbruikbaar blijken door hun sterk politieke toon (maar daarin wel heel grappig zijn). Geleidelijk dringt de vraag zich op hoelang hij zich nog afzijdig kan houden van het leven zoals dat zich onder zijn neus afspeelt. Tabucchi brengt een fraaie samenhang aan in deze compacte roman door een handvol motieven en stijlelementen, waaronder die van de opzet als ‘verklaring’. Una testimonianza, is de ondertitel dan ook. Een parel van een boek, veel beter kom je ze in een leesjaar doorgaans niet tegen.

    Pereira verklaart
    Auteur: Antonio Tabucchi
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • ‘We moeten ons verhaal nog doen’

    ‘We moeten ons verhaal nog doen’

    In 1977 schiep Jan Wolkers het Auschwitzmonument , ook bekend als het Spiegelmonument.  Naar eigen zeggen een onmogelijke taak, omdat je nooit een misdaad kunt gedenken ‘waarvan je het gevoel hebt dat die nog niet uitgewist zal zijn als onze planeet over twee of tweeduizend eeuwen in het heelal zal zijn opgelost’.

    Om het onmogelijke toch te realiseren plaatste Wolkers gebroken spiegels bovenop een urn met as van Joodse slachtoffers van de Nazigruwelen. Om zo te laten zien dat de wereld sindsdien voor altijd anders is. Of, zoals Wolkers het zelf zegt: ‘Voorgoed kan op deze plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld worden.’

    Hetzelfde gevoel krijg je bij het lezen van De laatste getuigen: kinderen in de Tweede Wereldoorlog van Svetlana Alexijevitsj, een literaire variant op Wolkers’ Spiegelmonument, waarbij het ruwe, willekeurige mozaïek van glazen scherven is vervangen door honderdeneen kindergetuigenissen. Stuk voor stuk verhalen die de gruwelen van de oorlog genadeloos weerspiegelen en je naar de strot grijpen. Verhalen die je tot in je haarvaten voelt, tot in de uiterste synapsen van je zenuwen, tot in je diepste innerlijk, op een manier die je niet voor mogelijk hield. Alsof je er zelf bij bent geweest en zelf beleefde wat die kinderen meemaakten. Het onbeschrijfelijke en onnoembare. Wat is gebeurd.

    Zoals de herinnering van de vierjarige Polja Pasjkevits die zag hoe haar moeder voor haar ogen werd doodgeschoten. ‘Toen ze viel ging haar jas open. Die werd helemaal rood, en ook de sneeuw om mama heen.’ Of de zesjarige Zjenja Belkevitsj die zich herinnert hoe een vliegtuig overvloog en haar moeder daarna met gespreide armen langs de weg lag. ‘We vroegen haar op te staan maar dat deed ze niet. Ze kwam niet overeind. Toen hebben soldaten haar in een lap zeildoek bewikkeld en ter plaatse in het zand begraven. We schreeuwden en smeekten: “Gooi mama’s kuil niet dicht. Als ze wakker wordt lopen we verder.” ’

    Het zijn verhalen waar je dood- en doodstil van wordt. Herinnering na herinnering. Honderdeneen tekende de Wit-Russische onderzoeksjournalist Alexijevits er tussen 1978 en 2004 op, van oorlogsslachtoffers die tijdens de oorlog tussen de nul en vijftien jaar oud waren. Slachtoffers die zich herinnerden hoe de Duitsers Wit-Rusland binnen vielen en er huishielden. Die zich herinnerden hoe het voelt als je moeder voor je ogen wordt doodgeschoten. Of wat honger, ontreddering en ontmenselijking in een getto met je doet.

    Het maakt De laatste getuigen geen plezierige leeskost, maar wel een noodzakelijke. Omdat vergeten nog erger zou zijn dan de herinnering. Met haar boek biedt Alexijevits lezers de kans zich in te leven in die herinneringen. Waarbij het de kracht van deze winnares van de Nobelprijs voor Literatuur (2015) is dat ze die herinneringen documenteert zonder er zelf tussen te komen. Door de kinderen van toen aan het woord te laten. Omdat zij de laatsten zijn die de dingen hebben meegemaakt die verteld moeten worden. Toen het nog kon.

    ‘Wij zijn de laatste getuigen. Ons tijdperk loopt ten einde. We moeten ons verhaal nog doen…’

     

  • Oogst week 3

    Memoires van een ijsbeer

    Vervreemdend, maar een bijzondere leeservaring. Dat zou het werk van de Japanse schrijfster Yoko Tawada zijn, die naar eigen zeggen in hoge mate beïnvloed is door Paul Celan en Franz Kafka.

    Tawada werd in 1960 in Tokyo geboren en verhuisde in 1982 naar Duitsland. Ze schrijft zowel in het Japans als in het Duits. Memoires van een ijsbeer, oorspronkelijk in het Duits geschreven en in 2016 verschenen, gaat over ‘drie generaties van getalenteerde en wereldberoemde circusartiesten en auteurs, die toevallig ijsberen in de mensenwereld zijn.’

    …‘De springveren piepten onder mijn berengewicht. Ik zat op de bank van het hotel en dacht bij mezelf dat het weer eens een oninteressante conferentie was geweest, maar ze had me onverwacht teruggevoerd naar mijn kindertijd. Vandaag was het onderwerp van discussie trouwens: ‘De betekenis van de fiets voor de economie’.
    Iedereen, vooral de kunstenaar, kan ervan uitgaan dat het een valstrik is als hij wordt uitgenodigd voor een conferentie. Als ze niet gedwongen werden, weigerden de meeste deelnemers dus iets te zeggen. Maar ik meldde me vrijwillig. Bewust, elegant, onbevangen en zonder veel omhaal stak ik mijn rechterpoothand omhoog. Alle andere deelnemers in de conferentiezaal keken naar me. Ik was eraan gewend dat ik de aandacht van de toeschouwers trok.’ …

     

     

     

     

     

     

    Memoires van een ijsbeer
    Auteur: Yoko Tawada
    Uitgeverij: Signatuur

    Een muur van water

    Op donderdag 1 februari 2018 herdenken de inwoners van Goeree-Overflakkee dat het 65 jaar geleden is dat de Watersnoodramp plaatsvond. Twee dagen later is in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk de presentatie van het boek Een muur van water van Teuntje de Haan.

    Teuntje de Haan zat als klein meisje samen met haar moeder en broertje vier dagen op een koude zolder te wachten tot haar vader terugkwam. Hij was vertrokken om anderen te helpen maar ze heeft hem nooit meer gezien.

    Nu, 65 jaar later gaat De Haan op zoek naar wat er gebeurd moet zijn en wie haar vader was. Dat doet ze op basis van verschillende bronnen, haar eigen herinneringen en gesprekken met ooggetuigen.

    Een muur van water
    Auteur: Teuntje de Haan
    Uitgeverij: Querido

    Die nacht zag ik haar

    De Sloveense schrijver Drago Jančar (1948) werd tot de dood van Tito eindeloos tegengewerkt door de Joegoslavische overheid. Pas na 1980 kon hij zijn werk vrij publiceren en is het in verschillende vertalingen uitgekomen.
    Roel Schuyt is de vertaler van Die nacht zag ik haar. Van Jančar vertaalde hij eerder al De galeislaaf en Noorderlicht.

    Die nacht zag ik haar gaat over het verdwijnen van Veronika Zarnik, een eigengereide en vrijgevochten vrouw die in januari 1944 samen met haar man door de partizanen van Tito wordt ontvoerd. Door de ogen van vijf mensen die haar goed gekend hebben krijgt de lezer iets over haar te weten.

    Het boek werd zowel in Slovenië als in Frankrijk en Italië bekroond.

     

     

     

     

    Die nacht zag ik haar
    Auteur: Drago Jančar
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    De laatste getuigen

    Wat de Wit-Russische Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj (1948) vooral doet in haar interviews is luisteren. Vervolgens geeft ze het gesproken woord weer. Indringender kan bijna niet.

    Lees de recensies er op na die eerder op Literair Nederland verschenen:
    Voor Zinkjongens sprak ze met soldaten, verpleegsters, artsen, moeders en vrouwen van gesneuvelde of verminkte militairen uit de Afghaanse oorlog van 1979 tot 1989.
    Voor Wij houden van Tsjernobyl sprak ze met voormalige inwoners van het stadje, rampenbestrijders en militairen, nabestaanden, artsen, kinderen, vaders en moeders, geleerden, partijmensen, journalisten.
    En voor De oorlog heeft geen vrouwengezicht met vrouwen, destijds meisjes van 17 tot 20 jaar, die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig naar het front trokken om mee te vechten.

    Nu is van haar hand De laatste getuigen verschenen. Weer is het een weergave van haar gesprekken. Deze keer met de mannen en vrouwen die tijdens de inval van de Duitsers in Wit-Rusland in 1941 nog kinderen waren. Zij vroeg hen naar hun herinneringen.

    … ‘Er naderde een zwerm vliegtuigen boven de stad… Tientallen onbekende vliegtuigen. Met kruisen. Ze verduisterden de hemel en de zon. Vreselijk! Het regende bommen… Je hoorde de ene explosie na de andere. Gedreun. Alles gebeurde als in een droom. Het leek niet echt. Ik was al niet klein meer, ik herinner me die angst, in m’n hele lijf, in alle woorden, alle gedachten. We renden naar buiten, holden over straat ergens heen… De stad leek verdwenen, je zag alleen puinhopen, rook en vuur. Iemand zei dat we naar het kerkhof moesten, want dat werd vast niet gebombardeerd. Waarom zouden ze doden bombarderen? In onze wijk was een grote Joodse begraafplaats, met oude bomen. Iedereen holde erheen, duizenden mensen. Ze omhelsden de zerken, verstopten zich achter de grafstenen.’ …

     

     

     

     

     

     

    De laatste getuigen
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Oorlogsleed in een zinken kist

    Oorlogsleed in een zinken kist

    Weet u nog wie in 2015 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg? Nee, geen zanger, maar een grande dame van de Russische literatuur: schrijver en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj. De combinatie is vermeldenswaardig, want haar werk bevindt zich in het grensgebied van de literaire non-fictie, een genre dat bijvoorbeeld ook wordt beoefend door Frank Westerman of Chris De Stoop.

    In Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse oorlog richt ze haar aandacht op de oorlog in Afghanistan, waar van 1979 tot 1989 meer dan vijftienduizend Sovjetsoldaten sneuvelden. Met het conflict werd de kiem gelegd voor de terreur van de Taliban, die het straatarme land nog steeds teistert. De Sovjets hadden – althans officieel – de bedoeling om het Afghaanse volk te helpen het feodale stelsel af te schaffen en een stralende socialistische maatschappij op te bouwen. Helaas viel het communisme in de feodale, theocratische samenleving niet in goede aarde: pachtboeren wilden de akkers die hun door de herverdeling van het land te beurt vielen zelfs niet aanvaarden, want ‘de grond is van Allah’ en ‘de islam laat zich niet kleinkrijgen door de beschaving’.

    Voor haar boek interviewde Alexijevitsj talloze soldaten, verpleegsters, artsen, moeders en vrouwen van gesneuvelde of verminkte militairen. Die interviews herwerkte ze enigszins, maar de spreektaal werd grotendeels behouden: ‘Ik hou van spreektaal, taal die onbelast de vrijheid in vliegt. Waar alles vrolijk zijn gang gaat: syntaxis, intonatie, accent en nauwkeurig weergegeven gevoel.’ Het resultaat is rauw en ongepolijst, bijna uitgesproken anti-literair, een taal die beter geschikt lijkt om de smerigheid van de oorlog te benaderen dan een esthetiserende, gedragen stijl. De gedachtestroom van de personages doet denken aan de manier waarop de Portugees António Lobo Antunes de oorlog in Angola beschreef, en door het veelvuldige gebruik van beletseltekens en afgekapte zinnen is zelfs de vergelijking met Célines Reis naar het einde van de nacht niet eens zo vergezocht.

    De desillusie van de (te) jonge soldaten doet dan weer denken aan Karl Marlantes’ magistrale Matterhorn, wellicht de beste roman over de Vietnamoorlog. En de gruwel waaraan veel soldaten zich vergrijpen, daartoe naar eigen zeggen ‘gedwongen’ door omstandigheden, roepen herinneringen op aan Jonathan Littells De welwillenden: ‘In de oorlog is alles anders: jijzelf, de natuur en je gedachten. Hier begreep ik dat mensen heel wreed kunnen denken.’ Alexijevitsj laat er echter geen twijfel over bestaan: de uitvoering van een misdadig bevel is een misdaad. De bij momenten onverdraaglijke gruwel wordt verteerbaar doordat de auteur hier en daar toch een lichtpunt van hoop in de duisternis laat stralen. Haar vermogen om schoonheid in de gruwel te zien, deelt ze bijvoorbeeld met Curzio Malaparte: ‘Elk dier kan nooit zo wreed zijn als een mens, zo creatief, zo kunstzinnig wreed.’

    Ten tijde van de oorlog in Afghanistan leek de val van de Berlijnse muur nog ver weg, maar het bouwsel begon toch al barsten te vertonen en het verval van de Sovjet-Unie was duidelijk ingezet. Soldaten verzachtten de pijn met drank en drugs en vulden hun schamele soldij aan door alles wat los en vast zat te verpatsen, soms zelfs de wapens en munitie waarmee ze later werden aangevallen. Idealistische Russische vrouwen in Afghanistan werden onder druk gezet om de lakens te delen met officieren en legerartsen moesten zich behelpen met het inferieure materiaal dat door de geleide planeconomie werd geproduceerd. De regimepers schreef verbloemend over de oorlog: gesneuvelden waren volgens de officiële versie vaak omgekomen in een ‘ongeluk’. In tegenstelling tot de helden van de Grote Vaderlandse Oorlog, die het nazimonster hadden bedwongen, kwamen dode soldaten uit Afghanistan naar huis in zinken kisten, die discreet werden verspreid over begraafplaatsen en met stille trom begraven. Wie heelhuids thuiskwam, voelde zich vaak helemaal vervreemd van zijn omgeving: ‘De mens van wie je hield en die van jou hield bestaat niet meer. Ik ben een ander.’

    Tijdens Gorbatsjovs perestrojka groeide het besef dat de uitzichtloze oorlog in Afghanistan een verloren strijd was. In Rusland toonden velen begrip voor de Afghaanse moedjahedien, die tenslotte ‘hun vaderland verdedigden, en keerde een deel van de publieke opinie zich tegen de soldaten. ‘Niemand wil zich een verloren oorlog herinneren,’ mijmert een door Alexijevitsj geïnterviewde luitenant. Veel getraumatiseerde veteranen konden hun draai niet meer vinden in de Russische maatschappij: ‘In Afghanistan weet je tenminste wie je vriend is en wie je vijand.’

    Het laatste deel van het boek handelt over de processen tegen Zinkjongens. De bal ging aan het rollen in 1992, toen een groep soldatenmoeders een rechtszaak aanspande tegen Alexijevitsj omdat ze vonden dat hun woorden niet juist waren weergegeven in het boek. Hoewel alles erop wees dat de anonieme, maar voor hun omgeving vaak herkenbare getuigen in het boek onder druk waren gezet om een klacht in te dienen en Alexijevitsj de steun kreeg van allerlei mensenrechten- en auteursverenigingen, brak voor de schrijfster een periode aan van beledigingen, doodsbedreigingen en verwijten dat ze munt sloeg uit het oorlogsleed van mensen die zelfs geen geld hadden om ‘bloemen op het graf van hun zonen’ te leggen.

    In haar slotrede schreeuwde ze haar onschuld uit: ‘Waarom kunnen ze alles met ons doen? Eerst een moeder een zinken doodskist thuisbezorgen en diezelfde moeder daarna opdringen om de schrijfster aan te klagen die schreef dat ze haar zoon niet eens een laatste zoen had kunnen geven, dat ze de zinken kist met kruiden had afgeboend en gestreeld… Wie zijn we eigenlijk?’ Vlak voordat het verdict viel, legde ze nog even de vinger op de wonde: ‘Het blijkt onmogelijk mannen ongestraft hun favoriete, dierbare speelgoed af te nemen, de oorlog. Dat is voor hen een mythe… een oeroud instinct… Maar ik haat de oorlog, alleen al de gedachte dat de ene mens het recht heeft op het leven van een ander.’ Aanbevolen lectuur voor elke wereldleider die oorlogje wil spelen.

     

  • Laat varen alle hoop

    Laat varen alle hoop

    We kwamen thuis. Ik deed alles uit, al mijn kleren die ik daar gedragen had, gooide ik in de vuilnisstortkoker. Maar ik gaf mijn veldmuts aan mijn kleine jongen. Hij smeekte me erom. Hij droeg hem de hele tijd. Twee jaar later stelden ze een hersentumor bij hem vast…’

    Is het moreel verwerpelijk een boek dat uit louter lijdensverhalen bestaat langs de literaire meetlat te leggen? We houden van Tsjernobyl is een meer dan voortreffelijk boek, dat zeker, maar het is in de allereerste plaats een schreeuw van verontwaardiging en een getuigenis van de wijze waarop mensenlevens te gronde kunnen gaan door toedoen van menselijk falen en door domme pech.

    Op 26 april 1986 ging het grondig mis in de Sovjet Unie. In het plaatsje Tsjernobyl brak brand uit in een deel van een grote kerncentrale. Eén reactor ontplofte, drie andere bleven gespaard dankzij de zelfopoffering van de rampenbestrijders van het eerste uur. Binnen enkele dagen dreef een radioactieve wolk over Oost- en West-Europa. Tuinders in Nederland werd aangeraden hun zelfgeteelde spinazie niet te eten en het  woord ‘becquerel’ (de eenheid waarin radio-activiteit wordt gemeten) lag op ieders lippen. Wat er zich in het directe rampgebied afspeelde, werd vol spanning gevolgd en de Sovjet-autoriteiten hielden de werkelijke toestand zo veel mogelijk geheim. De wolk dreef verder, via Turkije richting India, China, de Verenigde Staten. De plaats des onheils dijde uit totdat hij vrijwel de hele wereld omvatte en de media gingen over tot het nieuws van de dag.

    Tsjernobyl ligt in het uiterste noorden van de Oekraïene, vlak bij de grens met Wit-Rusland. In het eigenlijke rampgebied – de ramp bleek groter en groter naarmate de tijd verstreek – geldt tot op de dag van vandaag de noodtoestand. Een groot gebied is ontvolkt en tot verboden terrein verklaard. Wel kun je er een dagtochtje naar toe maken, om op veilige afstand de spookstad te bewonderen waar de was van weleer nog aan de lijnen hangt.

    Dit is het derde boek van Svetlana Alexijevitsj dat bij De Bezige Bij verschijnt (in 2006 verscheen het al bij Uitgeverij Mets en Schilt). Zij won vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur (een al even onconventionele toekenning van de prijs als die aan Bob Dylan dit jaar, want ze is verslaggeefster, interviewster, schrijfster van oral history en niet in de eerste plaats literator). Ze laat vele tientallen stemmen klinken: voormalige inwoners van het stadje, rampenbestrijders en militairen, nabestaanden, artsen, kinderen, vaders en moeders, geleerden, partijmensen, journalisten. Allen vrijwel zonder uitzondering getekend door het lijden dat ze hebben doorstaan en meegemaakt: de sloop van geliefden en naasten door de straling, de machteloosheid, de verwoesting van hele dorpen, boerderijen en landschappen als gevolg van de pogingen het stralingsgevaar te beteugelen. De onwetendheid ook omtrent de gevaren. De leugenachtigheid en incompetentie van de autoriteiten.

    Bovendien is er nog steeds de angst voor wat de toekomst zal brengen, want de door een ‘sarcofaag’ omhulde reactor smeult door, het is ‘een overledene die ademt. Hij ademt de dood.’ Hoeveel kerncentrales zijn er niet nog in bedrijf, zelfs na het Duitse besluit ze stil te leggen?
    In het voorwoord, dat de auteur in 2011 naar aanleiding van de ramp in Fukushima toevoegde, schrijft ze bitter: ‘Ik schreef over het verleden, maar het bleek de toekomst’.
    Momenteel zijn bouwwerkzaamheden gaande om de ‘sarcofaag’ op zijn beurt te omhullen met een ‘Ark’. De constructie wordt 150 meter hoog en moet 100 jaar soelaas bieden, maar wat is een eeuw vergeleken bij de levensduur van nucleaire straling?

    Wit-Rusland, het land waar de schrijfster vandaan komt, kreeg de grootste klap. Een kwestie van nabijheid en pech: de heersende windrichting dat voorjaar. 23 Procent van het grondgebied is besmet; 264.000 hectare landbouwgrond is onbruikbaar geworden; 485 dorpen en gehuchten zijn vernietigd, waarvan er 70 letterlijk begraven zijn om de straling te dempen. Uitgestrekte gebieden zijn afgegraven en toegedekt: maanlandschappen op aarde. Eén op de vijf Wit-Russen woont op besmette grond. De statistieken van misgeboorten, kindersterfte en kanker spreken boekdelen.

    Tsjernobyl en de wijde omgeving werden in allerijl ontruimd, wat voor de bewoners op zichzelf al een ramp was. Niets mocht men meenemen, geen bezittingen, geen dieren. Helemaal niets. Denkt u het zich even in. Huisdieren en vee werden door speciale jagerseenheden afgeschoten, wild ook. Het waren meest plattelanders, die in één klap ook hun land, hun boerderij en hun gemeenschap kwijt raakten. Volslagen ontworteling plus een overdosis straling. Povere schadevergoedingen.
    Meteen na de evacuaties begonnen de plunderingen. Bewoners van dorpen die niet werden geëvacueerd zagen hun kans schoon en roofden voedsel en huisraad, landbouwmachines, televisies, alles, tot en met de deuren van de huizen. Zo verspreidde de straling zich nog verder.

    Toch wonen er nog steeds mensen in het gebied. Zij die het vertikten zich te laten afvoeren en zich schuil hielden. En, uiterst bizar, mensen die dit niemandsland opzoeken om zich er clandestien te vestigen. Ze zijn ontkomen aan de oorlogen die in de voormalige sovjet-republieken woedden, aan de terreur tegen minderheden en de geloofsvervolgingen. Voor hen is dit dodenrijk een oase. Ze leiden een leven even primitief als dat van de plattelanders in Toergenjevs Jagersverhalen, maar zijn er veilig voor hun medemens.

    Dit boek lees je voor de verhalen. Het zijn er veel en ze zijn hartverscheurend. Je voelt je bijna verlegen er in je leunstoel kennis van te nemen. U bent gewaarschuwd. Maar voor wie in staat is deze reality check te ondergaan, is het eigenlijk verplichte lectuur: zó is het leven dus buiten de polder. Wat hebben deze mensen niet allemaal over zich heen gekregen in de loop van de twintigste eeuw – en nog steeds! – en wat zijn wij Nederlanders daarbij vergeleken gezegend.
    Aangrijpend zijn de verhalen in hun rauwheid en boeiend door hun vreemdheid: al dat geloof en bijgeloof, die levende herinneringen aan Stalin en de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’, de verwijzingen naar de klassieke Russische literatuur, de dierenliefde, de communistische maatschappij met zijn leugens en corruptie, de invasie in Afghanistan, de uitzichtloosheid. De helden, die hun heldhaftigheid vaak duur hebben betaald. De bittere moppen.

    De Nederlandse vertaling van Jos Vonhoff en Arjen Uijterlinde is uitstekend. De weergave van het gesproken woord klinkt levensecht. Dat geldt trouwens ook voor Alexijevitsj’ Het einde van de rode mens, vertaald door Jan Robert Braat, eveneens een aanrader van de eerste orde.
    De schrijfster gaat schuil achter de geïnterviewden, die ze ieder aan het woord laat in een  ononderbroken monoloog. Drie keer heeft ze een ‘koor’ samengesteld: een veelstemmig relaas, een polyfone jammerklacht.

    Haar eigen stem klinkt alleen in het voorwoord en aan het slot en ook in een ‘Interview van de auteur met zichzelf over de verloren geschiedenis en over de vraag waarom Tsjernobyl ons beeld van de wereld in twijfel trekt.’ Het is een gekweld stuk. Ze noemt Tsjernobyl ‘de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw, ongeacht de vreselijke oorlogen en revoluties die ons aan deze eeuw herinneren.’ Terloops verwijst ze naar Dante. Diens beschrijving van de hel steekt bijna aandoenlijk af bij de taferelen in dit boek. Maar zijn waarschuwing boven de hellepoort blijft ook hier van kracht: ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt.’

     

     

  • Oogst week 43

    Wij houden van Tsjernobyl

    Deze week drie vertaalde boeken waaronder een herdruk van de Russische Nobelprijswinnaar 2015 Svetlana Alexijevitsj, over Tsjernobyl. Van de Mexicaanse schrijver Emiliano Monge een boek over het harde leven  op de dorre hoogvlakten van Mexico, uitgegeven bij de Wereldbibliotheek. De Duitse schrijver Frank Witzel schreef een mix van fictie en werkelijkheid met zijn boek Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Arm Fraction bedacht. En van eigen bodem de nieuwste roman van Karin Giphart, De gijzelaar.

    Svetlana Alexijevitsj (1948) is auteur en onderzoeksjournaliste. Zij schreef onder meer Het einde van de Rode Mens en De oorlog heeft geen vrouwengezicht. In 2000 werd zij vervolgd door het Loekasjenko-regime en vluchtte naar West-Europa vluchten. Sinds 2012 woont ze weer in Wit-Rusland.

    Wij houden van Tsjernobyl is een getuigenissen boek en het eerste dat de persoonlijke verhalen vertelt van deze ramp. Dertig jaar na de kernramp woont er nog steeds bijna niemand, omdat de risico’s voor de volksgezondheid te groot zijn. Alexijevitsj interviewde drie jaar lang honderden mensen wier levens door de ramp werden geraakt zoals: dorpelingen, kinderen, brandweermannen, schoonmakers, nucleaire wetenschappers, politici en ook mensen die naar Tsjernobyl zijn verhuisd na het incident. Uit al die verschillende stemmen ontstaat het onwaarschijnlijke beeld van een post-apocalyptische wereld, vol angst, boosheid en onzekerheid die voortduurt tot de dag van vandaag. Een belangrijk werk en indringend in zijn emotionele zeggingskracht.

    Wij houden van Tsjernobyl
    Auteur: Svetlana Alexijevitz
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De rauwe hemel

    De rauwe hemel is het enige in het Nederlands vertaalde boek van de in Mexico city geboren schrijver Emiliano Monge.

    De roman werd in 2012 uitgegeven door de Spaanse uitgever Sexto Piso. Tegenwoordig woont hij in Barcelona en wordt gezien als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse schrijvers.

    Ten grondslag aan het boek ligt de immer brandende zon en het onophoudelijk geweld die het bestaan op de dorre hoogvlakten van Mexico bepalen. De dagelijkse strijd tegen de elementen en tegen elkaar is het enige wat het leven er een zekere waarde geeft. De rauwe hemel gaat over dit harde bestaan in de geschiedenis van het hoofdpersonage, de oude Germán Alcantara Carnero. Het speelt in een niet bestaande plaats in Mexico. Over de vlucht van een paar jongens naar het buitenland, de gevolgen van een eindeloze oorlog, de verdwijning van een meisje en de overpeinzingen van een moordenaar; gebeurtenissen die het leven van Carnero hebben bepaald. Zijn levensverhaal en dat van zijn lotgenoten hebben één rode draad: de cirkel van geweld, waar niet aan te ontsnappen is.

    De rauwe hemel
    Auteur: Emiliano Monge
    Uitgeverij: De Werledbibliotheek

    Frank Witzel (1955) is schrijver, illustrator, radiomaker en muzikant. Hij schreef romans, non-fictie en poëzie en won met Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht de Deutscher Buchpreis 2015, de belangrijkste literaire prijs in Duitsland.

    Deze groots opgezette literaire reconstructie van een tijdperk dat eindigt in 1989, kwam deze maand in Nederland uit. Met Hoe een manisch-depressieve tiener schreef Frank Witzel een omvangrijk werk over de geschiedenis van de Duitse Bondsrepubliek na de Tweede Wereldoorlog tot aan de val van de Muur. Deze geschiedenis trok hij naar zich toe door die door de ogen van een tobbende tiener te aanschouwen. Als lezer zit je direct naast de dertienjarige jongen, ga je mee in de achtbaan van zijn belevenissen en kijk je met de volwassen geworden jongeman mee als hij terugblikt. Witzel neemt de complete geschiedenis van de popmuziek erin mee, de drugs, het katholicisme met zijn martelaren, de filosofie van Nietzsche tot Derrida, de politiek, van de nazistische naweeën tot de Duitse herfst, Amerikaanse tv-series en allerlei naoorlogse iconen. Daardoorheen speelt de eerste verliefdheid van een jongen die alles probeert te begrijpen en alleen maar het goede wil doen. Een fantastische verstrengeling van geschiedenis en fictie en van stemmingen die de oude Bondsrepubliek weer tot leven brengt.

    Uitgeverij: Lebowski

    De gijzelaar

    Van Karin Giphart debuteerde in 2005 met Maak me blij. Waarna Iets tussen broer en zus, verscheen aover de liefde voor één vrouw van twee mensen en de verhalenbundel Het gouden uur. Naast het schrijven maakt Karin muziek. Met haar debuut kwam  in 2005 ook haar eerste cd  And she bites uit. Zowel in haar leven als in haar (songt)teksten staat de vrouwenliefde centraal.

    Haar nieuwste boek, De gijzelaar is een roman waarin een succesvol traumatherapeute, Jowi Groenendijk, de weg kwijt raakt. Zij is gespecialiseerd in psychische schade bij asielzoekers en heeft een nieuwe praktijk geopend in Groningen, bij Ter Apel. Maar er is iets waardoor ze zichzelf niet meer kent en de mensen in haar omgeving afsnauwt en op afstand houdt. Ze overweegt ermee te stoppen. Tot ze op Eerste Kerstdag een telefoontje krijgt van een voormalig cliënt. Hij wil dat ze onmiddellijk naar Ter Apel komt. Hij zegt dat zij de enige is die kan helpen. En ze gaat. Wat zich daar afspeelt kan alleen door de lezer zelf onthuld worden. Een boek voor bij de houtkachel.

     

     

     

    De gijzelaar
    Auteur: Karin Giphart
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • ‘De nauw begrijpbare schoonheid van het menselijke leed’

    ‘De nauw begrijpbare schoonheid van het menselijke leed’

    Op 16 januari van dit jaar werd de Nederlandse FARC-strijdster Tanja Nijmeijer geïnterviewd door NRC Handelsblad. Ze las net op dat moment een boek van Svetlana Alexijevitsj en zei daarover: ‘Ik herken heel veel in dit boek. In een oorlog lopen dingen vaak dwars door elkaar, het is niet zwart-wit. Oorlog kun je niet begrijpen vanuit een vredesperspectief.’
    Alexijevitsj zelf zei ooit over haar manier van schrijven, dat je de grote geschiedenis kruimel voor kruimel bijeen kunt sprokkelen door naar de verhalen van kleine mensen te luisteren.

    Beide uitlatingen passen uitstekend bij het al uit 1985 stammende De oorlog heeft geen vrouwengezicht, het boek dat op Nijmeijer zo’n indruk maakte en nu in Nederlandse vertaling is verschenen. In dat boek zelf verwoordt Alexijevitsj haar werkwijze nog poëtischer: ‘Hoe graag ik ook naar de hemel en de zee kijk, toch zie ik liever een zandkorrel onder de microscoop.’

    De Wit-Russische onderzoeksjournaliste won in 2015 de Nobelprijs voor literatuur. Een jaar eerder was in Nederland al haar Het einde van de rode mens verschenen, dat alom lovend werd besproken en in menig lijstje van ‘Beste boeken van 2014’ voorkwam.

    Mannenzaak
    Het einde van de rode mens en De oorlog heeft geen vrouwengezicht volgen hetzelfde procédé. Alexijevitsj interviewde grote aantallen gewone mensen en rangschikte die getuigenissen tot een boeiend overzicht van wat de geschiedenis teweeg brengt in gezinnen, dorpen en persoonlijke levens. Cirkelde Het einde van de rode mens grotendeels om de vraag wat het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Russische mens heeft gebracht (vooral teleurstelling, desillusie en nieuwe pijn) na de Revolutie, onder Stalin, in de Tweede Wereldoorlog en daarna, in De oorlog heeft geen vrouwengezicht spreekt ze talloze vrouwen, destijds meisjes van 17 tot 20 jaar, die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig naar het front trokken om mee te vechten. Uit haat tegen Duitsland. Uit liefde voor het Vaderland. Zeven jaar lang interviewde ze hen. Aanvankelijk met grote moeite. Bijna niemand wilde er over praten: ‘Oorlog is een mannenzaak. Hebt u voor uw boek niet genoeg mannen om over te schrijven?’, zegt één van hen.

    De rol van die vrouwen werd lang verzwegen. Pas tien jaar na de oorlog viel in de Pravda te lezen dat de Sovjet-Unie ook jonge meisjes aan het front had. En pas dertig jaar na ‘de Overwinning’ van 1945 werden ze uitgenodigd op herdenkingsbijeenkomsten: ‘In het begin hielden we ons koest, droegen zelfs onze medailles niet. Mannen waren winnaars, helden, potentiële verloofden, het was hun oorlog, ons bekeken ze met heel andere ogen (…) Ons werd de overwinning afgepakt’, vertelt een vrouwelijke sergeant.

    Twee oorlogen
    Alexijevitsj lijkt zelf nauwelijks in het boek aanwezig. Natuurlijk is er het eerste hoofdstuk waarin ze met aantekeningen uit haar eigen dagboek duidelijk maakt hoe haar onderzoek te duchten had van de censuur en wat ze zelf besloot weg te laten. Maar alle volgende hoofdstukken bevatten hooguit enkele inleidende regels van haar zelf.

    Haar oogst aan gesprekken staat op kasten vol cassettebandjes. Tijdens de interviews stelde ze vragen, maar die blijven buiten de uitgeschreven tekst. Ze geeft letterlijk, dat wil zeggen ongekuist en zonder in te grijpen, weer wat er wordt gezegd. Dat maakt dat de schuchterheid van de vrouwen en hun pijn niet wordt benoemd, maar de lezer tegemoet komt in de transcripties. Puntjes laten zien waar stiltes vallen; zinnen worden niet afgemaakt, onvoltooid tegenwoordige tijd en onvoltooid verleden tijd worden lukraak afgewisseld en er wordt van de hak op de tak gesprongen. Je ervaart als lezer bijna hoe de spreekster slikt, wegkijkt en het goede woord niet vindt.
    En toch is Alexijevitsj ook voelbaar in die ononderbroken weergaves aanwezig: blijkbaar weet ze vertrouwen te wekken, want uiteindelijk vertellen de spreeksters wat ze tot dan toe verzwegen; sommigen zijn zelfs blij dat het ze eindelijk lukt.
    Af en toe mengt zich een echtgenoot in een gesprek van zijn vrouw. Dan wordt duidelijk hoe ze zelfs elkaar moeilijk kunnen vertellen over frontervaringen: ‘We hebben inderdaad twee oorlogen. Zodra we erover beginnen merk ik dat zij zich haar oorlog herinnert en ik de mijne.’

    Zintuigen
    Ook aanwezig is Alexijevitsj in de selectie die ze maakt. Ze heeft oor voor – wat ze noemt – ‘de nauw grijpbare schoonheid van het menselijke leed’. Ze noteert bijvoorbeeld uit de mond van de een hoe het slaan van takken tegen de vrachtwagen leek op kogelinslagen omdat met de oorlog ‘woorden en geluiden veranderden’ en later zegt iemand anders: ‘we reden op onze paarden en hoorden ineens muziek. Een viool… Voor mij was de oorlog op die dag afgelopen… Dat was zo’n wonder: ineens muziek. Andere geluiden… Alsof ik ontwaakte.’

    Opvallend is dat de vrouwen veel over zintuiglijke indrukken vertellen omdat de werkelijke pijn onzegbaar is. Een vrouw die mitrailleurschutter was zegt dat ze niet onder woorden kan brengen hoe ze huilde als ze vuurde: ‘U bent schrijfster. Verzint u zelf wat. Iets moois. Zonder luizen en vuil, zonder braaksel… Zonder de geur van wodka en bloed…’ En een chirurg over haar verborgen herinneringen: ‘soms hoor ik muziek… Of een lied… Een vrouwenstem. Daarin vind ik terug wat ik voelde.’

    En dan zijn er de schrijnende beelden die blijven hangen, zoals dit, beschreven door een verzetsstrijdster in een getto, die uit het raam keek: ‘Dinsdag… De datum en de maand weet ik niet meer. Maar het was een dinsdag.’ Ze zag op een bank een jongen en een meisje die elkaar zoenden: ‘Rondom waren pogroms en executies aan de gang. Maar zij waren aan het zoenen! Ik was kapot van dat vredige tafereeltje.’ Er kwam een Duitse patrouille uit een zijstraat, knalde het stelletje neer, en liep door: ‘Dat moet je begrijpen: ze zoenden niet thuis maar op straat. Waarom? Zo wilden ze kennelijk sterven… Ze wisten dat ze toch in het getto zouden omkomen en wilden op een andere manier sterven.’

    Inderdaad: oorlog kun je niet begrijpen vanuit een vredesperspectief. Svetlana Alexijevitsj sleept je aan de hand van vrouwenstemmen mee terug in de drek, de verlatenheid en de persoonlijke crises door alleen maar te luisteren en wat ze vernam aan ons door te geven.

     

  • Oogst week 13

    De oorlog heeft geen vrouwengezicht

    De Wit-Russische Svetlana Alexijevitsj won in 2015 de Nobelprijs voor de literatuur (‘voor haar meerstemmige werk, een monument voor lijden en moed in onze tijd’). De publicatie van haar eerste boek, De oorlog heeft geen vrouwengezicht kostte haar midden jaren tachtig haar baan, maar inmiddels zijn er in Rusland ruim twee miljoen exemplaren van dit boek verkocht.
    Eerder verscheen van Alexijevitsj in Nederland Het einde van de rode mens (over het leven na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie).  Zij schrijft vooral over de Tweede Wereldoorlog, de oorlog in Afghanistan en de ramp in Tsjernobyl.

    De oorlog heeft geen vrouwengezicht vertelt de herinneringen van honderden vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden in het Russische leger als o.a. scherpschutter, tankbestuurder of verpleegkundige.

    Alexijevitsj herzag haar boek in 2002 en voegde delen toe die eerder niet door de Sovjetcensuur waren gekomen.

     

    De oorlog heeft geen vrouwengezicht
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Een les voor het sterven

    Voor Een les voor het sterven, zijn roman over de ter dood veroordeelde jongeman Jefferson ontving Ernest J. Gaines de National Book Critics Circle Award. Dit boek verscheen in 1993, is inmiddels een internationale bestseller, maar verschijnt nu pas voor het eerst in het Nederlands.

    Het boek beschrijft de relatie tussen een jonge zwarte man op death row en zijn docent in het Amerika van de jaren veertig.

    Jefferson wordt ten onrechte beschuldigd van moord op een blanke. Hij word ter dood veroordeeld. Dorpsleraar Grant Wiggins neemt de taak op zich om hem begeleiden. Jefferson heeft weinig zelfrespect en Wiggins is een bitter man, maar het lukt hem wel om Jefferson uiteindelijk te doen inzien dat hij een volwaardig mens is.

    Een les voor het sterven is geschreven in 1993, speelt in de jaren veertig en heeft een thema dat anno 2016 nog steeds actueel is. Het verschijnt bij de nieuwe uitgeverij Bananafish (‘een uitgeverij voor vreemd genoeg onvertaalde literatuur’).

     

     

    Een les voor het sterven
    Auteur: Ernest J. Gaines
    Uitgeverij: Bananafish

    Een duister voorgevoel

    In Een duister voorgevoel beschrijft Cees Nooteboom zijn reizen naar zeven schilderijen van Jheronimus Bosch in Lissabon, Madrid, Gent, Rotterdam en Den Bosch. En hij vraagt zich af of hij als twintiger een andere Jheronimus Bosch zag dan nu als tachtiger. Wat heeft een schrijver uit de twintigste eeuw gemeen met een schilder uit de vijftiende eeuw? Ze komen uit hetzelfde land, maar zouden ze elkaar nog verstaan als ze met elkaar konden spreken?

    De tickets voor de huidige grote Jheronimus Bosch tentoonstelling (Jheronimus Bosch – Visoenen van een genie, t/m 8 mei) zijn uitverkocht, maar er staat nog een groot aantal andere festiviteiten op het programma in dit Jheronimus Bosch-herdenkingsjaar (zie daarvoor bosch500.nl). Maar voor iedereen met of zonder kaartje is Een duister voorgevoel van Cees Nooteboom een boeiende aanrader.

     

     

     

    Een duister voorgevoel
    Auteur: Cees Nooteboom
    Uitgeverij: De Bezige Bij