• Openhartig egodocument

    Openhartig egodocument

    Met Mijn Nazi opa schreef documentairemaakster Sunny Bergman een egodocument waarin ze universele thema’s zoals intergenerationele traumaoverdracht, parentificatie, epigenetica en familiesystemen onderzoekt. Het begint allemaal met de mantelzorg rond haar invalide vader, Richard. Hij is deels verlamd en misschien ook wat depressief. Sunny besluit, nu het nog kan, samen met hem zijn roots te onderzoeken. Richard is een originele man zonder schaamte, en een Marxist. Hij lijkt zelfs op Marx, vindt Sunny. Hij is ook een oude hippie, die graag vergetelheid zoekt in het roken van een joint.

    Sunny Bergman is bekend van haar documentaires over racisme, complotdenken en seksualiteit. Ze is activiste en schrijfster, Mijn Nazi opa is na Sletvrees en Wit is ook een kleur haar derde boek. In Mijn Nazi opa gaat Bergman op zoek naar de herkomst van haar vaders jeugdtrauma. Ze vraagt zich af of zijn trauma’s ook doorwerken in haar. Waar komt haar eeuwige schuldgevoel ten aanzien van haar vader en het welbevinden van anderen vandaan? Ze praat met experts over intergenerationele traumaoverdracht. Maurits de Bruijn vertelt over zijn Joodse moeder, die tijdens razzia’s in een kast werd opgesloten. Vervolgens is ook hij zijn leven lang bang voor insluipers. De term parentificatie wordt genoemd, waarbij kinderen voor hun getraumatiseerde ouders zorgen. Bergman herkent het allemaal bij zichzelf en ze vraagt een gesprek aan met hoogleraar Bart Rutten, die haar een stoomcursus epigenetica geeft, wat volgens zijn zeggen een nog jonge wetenschap is die steeds meer terrein wint. ‘De overtuiging dat ons genetisch materiaal een in steen gebeiteld gegeven is, dat we onveranderd doorgeven aan ons nageslacht is dus een achterhaald idee.’ Met andere woorden, trauma’s van ouders hebben wel degelijk invloed op het DNA van hun kinderen. Zoals na onderzoek bij de kinderen van Holocaustoverlevenden bleek.

    Foute opa

    Sunny’s familie bestaat uit een kleurrijke lappendeken van personages, die ze met humor en empathie ten tonele voert. De Engelse achtergrond van haar moeder, het hippieverleden van haar ouders die op een woonboot woonden, de nieuwe partners van haar ouders, haar eigen partner en twee zoons, maar ook veel vrienden krijgen kort en bondig aandacht. Ze constateert dat ze een outcast is en outcast vrienden kiest. De hoofdverhaallijn in Mijn nazi opa is de zoektocht naar Heinrich Stender, de Duitse Nazi-vader van haar vader Richard. Hij was burgemeester en een veel oudere weduwnaar, die Richards moeder verkrachtte toen zij tijdens de oorlog zijn dienstmeisje was. Zij raakte zwanger en liet Richard na de oorlog achter bij haar ouders in Twente, om met een andere man nog een stel kinderen te krijgen. Richard kreeg zijn leerschool en liefde voor Marx mee van zijn CPN aanhangende opa van moederskant. Richard leed aan verlatingsangst en voelde zich afgewezen door zijn ouders. David, de partner van Sunny en vader van haar twee zoons, is in zijn jeugd ook door zijn moeder verlaten. Sunny’s moeder had een zeer verstoorde relatie met haar vader. Voilà, dat zijn herkenbare patronen, waarmee Mijn Nazi opa vooral een zoektocht naar Sunny zelf wordt, haar eigen ongemak en schuldgevoelens. Waarom loopt haar relatie met David stuk? Waarom leeft ze in chaos, met schuldgevoelens en zorg om anderen? En waarom zoekt ook zij telkens weer vergetelheid in die eeuwige joint.

    Verfrissend zelfhulpboek

    Ze gaat naast haar zoektocht naar de achtergrond van haar foute opa vooral op zoek naar een therapievorm die bij haar past, zowel in het wetenschappelijke als meer spirituele veld. Ze onderzoekt winti, een Surinaamse spirituele levensvisie en verdiept zich in het voorouderlijk helingsritueel. Ze doet mee aan een reality-tv-programma en komt tot weer nieuwe inzichten over superieur gedrag en kwetsbaarheid. Ze schrijft zich in voor een ceremonie met san pedro, geen drug, maar een plantmedicijn dat hallucinaties opwekt. Haar kracht is dat ze zichzelf en de therapievorm blijft bevragen. ‘Een week later bevind ik mezelf op de eerste verdieping van een industriegebouw, in een ruimte vol groene kussens, kaarsen, pauwenveren en nepplanten. Aan de muur hangen bordjes met ingelijste spirituele spreuken. Het geheel zou ik als kitscherig kunnen omschrijven, ware het niet dat ik mijn ironie en mijn oordelende brein achterwege wil laten tijdens deze ceremonie. Is ironie niet een verhulde vorm van superioriteit?’ Na de ceremonie voelt ze zich een stuk vrijer, omdat, dankzij de san pedro, haar gevoel sterk is aangesproken en ze onbedaarlijke huilbuien krijgt.

    Wijzer geworden na al haar therapeutische ervaringen weet Sunny beter wat eraan schort, waar haar eigen verdriet en trauma’s vandaan komen. (Overigens wordt het begrip ‘trauma’ tegenwoordig wel misbruikt, lezen we. Een ‘tekort hebben gehad’, zou in veel gevallen een betere duiding zijn.) Ze durft los te laten, zoals ze illustreert in een ontroerende laatste scène met een van papier gevouwen bootje dat ze met een waxinelichtje het water opstuurt. Ze is er vol ingegaan, heeft zich kwetsbaar en eerlijk opgesteld zonder zichzelf te sparen. Gelukkig is ze ook haar objectiviteit en zelfspot niet verloren, waarmee Mijn Nazi opa een verfrissend zelfhulpboek is, waarin het nodige te herkennen valt en waar veel mensen wel eens wat aan zouden kunnen hebben.

     

     

  • Een andere bril opzetten

    Een andere bril opzetten

    In de televisiedocumentaire Het spoor naar Auschwitz (13 januari 2017, KRO) zochten Frénk van der Linden en Gisèla Mallant een antwoord op een vraag als: Waarom hebben de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog de spoorlijnen naar de vernietigingskampen niet gebombardeerd? Eén van de antwoorden was, dat we hier door de bril van onze tijd, waarin precisiebombardementen mogelijk zijn, naar kijken. Maar de overlevenden van Auschwitz keken daar anders naar. Waarom is het niet gewoon geprobeerd? Ze voelden zich enorm in de steek gelaten: ‘Er was gewoon geen interesse in ons.’

    Niet dat de Tweede Wereldoorlog vaak voorkomt in deze verzameling columns van documentairemaakster, activiste en schrijfster Sunny Bergman, maar de thematiek die ze aansnijdt (emancipatie, racisme e.d.) kan worden bekeken zoals NRC-columnist Zihni Özdil het beschrijft: ‘Welke bril hadden de tot slaaf gemaakten [uit Afrika]? Die bril zouden we ook kunnen opzetten.’
    Want daar draait het in veel van haar columns om: empathie en compassie, met de verdrukten der aarde, hoewel ze ook onderwerpen aansnijdt als klimaatactivisme (de rechtszaak die Urgenda in 2015 aanspande, en won, tegen de staat), consumentisme en vluchtelingen. Deze onderwerpen schaart Bergman echter ook onder het overkoepelende begrip social justice-issues, vergelijkbaar met racisme en seksisme. In wezen heeft ze daarin natuurlijk gelijk; bij consumentisme gaat het onder meer om dierenleed en de rechten van het dier, bij vluchtelingen om menswaardigheid en de rechten van de mens.

    Zwarte Piet
    Bergman is bij het grote publiek vooral bekend geworden door haar inmenging in de Zwarte Piet-discussie. Dat niet iedereen haar daarin kan volgen, blijkt uit een alinea waarin ze een telefoongesprek met Marian Minnesma (directeur van Urgenda) weergeeft, en die tevens kenmerkend is voor haar schrijfstijl: “’ Ik ben eigenlijk een soort collega’, opper ik hoopvol. ‘Aangezien ikzelf ook eens een rechtszaak heb gevoerd ten behoeve van een betere wereld. Een wereld zonder racisme in de vorm van Zwarte Piet. Dus ik geloof wel in juridische actie als activistisch middel.’ Minnema is stil. Even ben ik bang dat de verbinding is verbroken. Maar dan reageert ze afhoudend: ‘Ik vind Zwarte Piet geen racisme. En het feest is voor mij voorgoed verpest door de kritiek.’ Dit verwacht ik niet. Hoe kan zo’n slimme, betrokken, activistische vrouw niet begrijpen waarom Zwarte Piet moreel verwerpelijk is? Ik slik en leg haar in het kort uit wat het probleem met Zwarte Piet is. Zwarte Piet is een racistische karikatuur waarin de zwarte mens als dommig, jolig en clownesk wordt afgebeeld. Ze luistert geduldig en de sfeer klaart weer op.’

    Dat er behalve Minnesma meer slimme, betrokken (en ook zwarte) mensen bestaan die het niet met Bergman eens zijn, blijft uit recente interviews met Kwame Anthony Appiah naar aanleiding van de toekenning van de Spinozalens aan hem. Volgens hem is het productiever te wijzen op een systeem dat je niet zelf tot stand hebt gebracht. Het gaat er volgens Appiah om het systeem te veranderen waarin witte mensen het makkelijker hebben: om een baan te vinden enz. In zijn visie is de hele Zwarte Piet-discussie louter symptoombestrijding. Bergman vindt echter dat die houding duidt op een inflatie-van-leed argument, wat wil zeggen dat je de gevoelens van gekleurde mensen wél serieus moet nemen en niet moet terugbrengen tot klein leed. Maar geldt ook niet hier dat we deze hele discussie zouden moeten bekijken met een andere bril op, omdat – ook hier, net als Zihni Özdil in een ander verband meent – er voor zwarte mensen iets anders mee kan resoneren dat witte mensen niet aanvoelen?

    Relevantie
    De relevantie van de onderwerpen, de heldere, toegankelijke schrijfstijl én het zichzelf gelukkig ook kunnen relativeren, maken het waard dat de columns die Bergman voor vpro.nl schreef, samen met overigens de verkorte versie van de 26ste Annie Romein-Verschoorlezing, nu zijn gebundeld. Aan de actualiteitswaarde doet het niets af; wat er met iemand als Mitch Henriquez is gebeurd, en wat Typhoon als één van de vele mensen met een donkere huidskleur overkwam, staat in ons geheugen gegrift. Maar daar op één of andere manier in actie tegen komen, zoals Bergman doet, is, al ben je het misschien niet altijd eens met de manier waarop, in ieder geval beter dan het allemaal stilzwijgend laten gebeuren.

     

     

     

  • Oogst week 49

    Wit is ook een kleur

    Naar aanleiding van haar nieuwe film Wit is ook een kleur, hield Sunny Bergman vorige maand de Van der Leeuwlezing in Groningen. Zij vertelde over onthutsende resultaten naar aanleiding van een onderzoek, en inzichten over wat zij bewust noemt ‘de etniciteit’ van de blanke/witte mens. Waarom zeggen we ‘blank’ en niet ‘wit’?

    Bergman vertelt dat zij er tot voor kort nooit over na had gedacht dat zij tot een etnische groep behoort. ‘Etnische minderheden; dat zijn de anderen. Mijn stiefvader zei: “Ik ben gewoon blank. En alles wat gewoon is verdwijnt naar de rand van je bewustzijn.”’

    Haar nieuwe film Wit is ook een kleur gaat 15 december in première. Tegelijkertijd verschijnt er een bundeling van haar beste columns. Wordt het niet eens tijd voor een verkiezing van de meest feministische man? Geldt de vrijheid van meningsuiting wel of niet onverkort voor mensen met een dubbel paspoort? Hoe problematisch is wit zijn, en wat hebben feminisme en anti-racisme met elkaar gemeen?

    Wit is ook een kleur
    Auteur: Sunny Bergman
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    Dagen zonder eind

    Querido is al 10 jaar bezig met het uitbrengen in Nederlandse vertaling van de boeken van de veelvuldig bekroonde Ierse schrijver Sebastian Barry. Sebastian Barry heeft een reeks onafhankelijk van elkaar te lezen romans geschreven waarin hij één familie, zijn eigen familie, op de voet volgt. Door de verhalen van meerdere generaties te vertellen brengt hij de geschiedenis van de Ieren in kaart.
    Literair Nederland recenseerde eerder Annie Dunne en De tijdelijke gentleman.

    Dagen zonder eind is het meest recente boek dat in Nederland verschijnt. De zeventienjarige Thomas McNulty en zijn wapenbroeder John Cole nemen dienst in het Amerikaanse leger om aan de honger te ontsnappen. Eerst dient de strijd tegen de indianen zich aan en vervolgens de Burgeroorlog. De jongens worden geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog en hun medeplichtigheid laat diepe sporen na, maar desondanks beleven ze, zo voelen ze dat zelf althans, sprankelende dagen zonder eind.

     

    Dagen zonder eind
    Auteur: Sebastian Barry
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Bloedend hart

    Erik Nieuwenhuis (1964) schreef vijftig columns over zijn leven aan de hand van Nederlandstalige hits. Bij 1982 hoort Bloedend hart van De Dijk.

    […]…’Met mijn beperkte verstand kwam ik niet verder dan de invalide conclusie: if unhappy childhood than writer. Dat ik mijn pre-adolescente twijfels en onzekerheden uitvergrootte tot ongeluk – vet en in kapitalen – kan ik mijn jongere ik niet serieus verwijten: da’s de natuur.’ […]

    […]’Bij Huub van der Lubbe heb je nooit het gevoel dat hij met het rijmwoordenboek op schoot een potentiële hit heeft zitten plotten. ‘Bloedend hart’ klinkt als een spontane gevoelsuitstorting. Alsof het niet voor publiek geschreven is, maar voor de zanger zelf die zich – er luistert toch niemand – voor de badkamerspiegel helemaal durft te laten gaan. Datzelfde hoor je soms bij Brel, Springsteen en misschien Frank Boeijen, maar die hebben het voordeel dat je de helft van wat ze zingen toch niet verstaat en dus per definitie minder kritisch op de tekst bent.’ […]

    Het levert een biografie op met een originele insteek, maar daarnaast ook een beeld van de Nederlandse cultuur van de afgelopen halve eeuw.

     

    Bloedend hart
    Auteur: Erik Nieuwenhuis
    Uitgeverij: Uitgeverij Kleine Uil

    Van Brugman tot Ter Balkt

    Nijmegen en poëzie, dat is de gezamenlijke noemer in het boek Van Brugman tot Ter Balkt, waarin 42 portretten zijn opgenomen van overleden dichters.

    Brugman, een 15e eeuw pater en dichter, -en blijkbaar de prater uit het gezegde- is de eerste. Daarna is er o.a. aandacht voor Anna Ampt (1832-1885), G.W. Lovendaal (1847-1939), Anton van Duinkerken (1903-1968), Guillaume van der Graft (1920-2010), Wam de Moor (1938-2015), Pé Hawinkels (1942-1977), Andreas Burnier (1931-2002).
    Het boek eindigt met de PC Hooft-prijswinnaar H.H. ter Balkt (1938-2015) en is te koop bij boekhandels als Dekker v.d. Vegt, Augustinus en Roelants.

     

     

     

    Van Brugman tot Ter Balkt
    Auteur: Riny Jans en Joan ten Hove