• Een verhaal over kunstwerken, muziek en jeugdherinneringen

    Een verhaal over kunstwerken, muziek en jeugdherinneringen

    Straks komt het is de nieuwe roman van K. Schippers, meester van de associatieve vertelling. Hij heeft inmiddels al zoveel geschreven dat alle titels niet eens meer voorin een nieuw boek worden opgenomen. Schippers schrijft onder meer gedichten, essays, en kinderboeken. Het wordt nadrukkelijk een roman genoemd, maar is het dat wel. Je zou kunnen zeggen dat er kop noch staart aan dit boek zit, dat het van de hak op de tak springt. Maar dat is een ongewild negatieve benadering, want Schippers schrijft boeiend.

    Een roman gebaseerd op autobiografische elementen, geschiedenis, beeldende kunst, muziek, oorlog, toekomst en wat al niet meer. Het vertelt onder meer het verhaal van de liefde van Schippers voor de kunstschilder en publicist Kurt Schwitters (1887-1948), met wiens werk hij ooit kennismaakte in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij stond perplex en heeft zijn leven lang de liefde voor het werk van Schwitters behouden. Schippers: ‘Hij hief de grens op tussen de officiële kunsten en het leven van alledag. Als ik iets heb geprobeerd, is het om daarmee verbonden te blijven.’

    Liefde voor een kunstenaar

    Schippers beschrijft  zijn reis langs de plaatsen waar Schwitters woonde, wat er nog over is van zijn werk, met name van Merzbau, een kunstwerk dat volgens Schippers met niets te vergelijken is, een soort driedimensionale eigen wereld, gebouwd uit restjes: ‘bouwmateriaal, speelkaarten, lapjes stof, pleisters, letters uit een kinderdrukkerij’. Je kunt bijna zeggen: gebouwd zoals Schippers zijn boeken bouwt: uit losse eindjes, gevonden voorwerpen, losse aantekeningen, gedachten en ideeën.

    Zowel Schwitters als Schippers creëren iets wat uit een grabbelton lijkt te komen. Niets is minder waar: achter alles wat in zowel het kunstwerk van Schwitters als in dit boek wordt getoond en verteld zit een idee. Het is aan de kijker en lezer te ontdekken wat al die schijnbaar losse ideeën met elkaar te maken hebben; wat wil de kunstenaar dat de beschouwer mee krijgt?

    Muziek van Gershwin

    Naast alle  informatie over Schwitters,  zijn geschiedenis, het feit dat hij door nazi-Duitsland werd veracht, over zijn persoonlijk leven, over de achtergronden en filosofie van zijn kunst, krijgt de lezer ook nog even alles over de componist Gershwin mee. Schippers vindt dat de muziek van The American Songbook (jazz en lichte muziek) een soort filmscore is bij de kunst van o.a. Schwitters. Gershwin had dezelfde wijze van werken als Schwitters (en als Schippers): gebruik alles wat er is, plak het aan elkaar, leg het op elkaar.

    Als Schippers zo’n idee heeft, gaat hij er mee aan de haal en dus gaat hij naar New York om te zien waar Gershwin heeft gewoond en gecomponeerd. Boeiende vertellingen en levert veel historische feiten en citaten uit de Amerikaanse volksmuziek, van Gershwin, een stukje Strange Fruit van Billy Holliday op. En dat doet hij op dezelfde wijze als de beschrijving van alle indrukken die hij krijgt op de plaatsen waar Schwitters heeft gewoond en gewerkt: hoe is het licht, welke mensen lopen er in een appartementengebouw rond, is dit dezelfde lift waar Gershwin in gestaan heeft, hoe zit dat met zijn kinderen en zijn vrouw, en zo  maar door.

    Jeugdherinneringen

    Daar tussendoor loopt als een rode draad de jeugdherinneringen van de broertjes Schippers die vlak na de bevrijding de wereld opnieuw ontdekken: muziek, kunst en  alles wat ze op straat tegenkomen: etalages, moffenhoeren die worden kaalgeschoren, de eerste kauwgom en frisdrank. Verhalen die er uitzien als een stadswandeling. Waarbij de indrukken die bij Schippers via al zijn zintuigen binnenkomen een plek krijgen en daardoor belangrijk zijn. Schijnbaar onbelangrijke zaken (gevonden briefjes met een gedicht) krijgen een plaats. Zo ook de collages van Schwitters. En let vooral op de parallellen in het gebruik van al zijn zintuigen. De indrukken van vlak na de oorlog legt hij een op een op wat zijn zintuigen opvangen over het leven van Schwitters en Gershwin.

    Tijdens een bezoek aan een museum eind jaren veertig gaf Schippers’ moeder hem een goede raad: ‘Moeder zei dat je in een museum altijd bij iemand moet blijven, anders verdwaal je. “Zoek maar ‘ns iemand in een vol museum”, zei ze.’
    Zo’n boek is het dus: je verdwaalt in een vol boek, maar gelukkig blijft de auteur bij je. Of zoals Freek de Jonge een show opbouwt: zijwegen, bijzalen, achterdeuren, maar uiteindelijk altijd weer de uitgang.

    Gedachtesprongen

    De zintuigen van Schippers zijn de regisseur van al zijn associaties. Dat vergt van de lezer wel het een en ander om mee te kunnen  gaan met alle gedachtesprongen en heeft daarbij ook enige (cultuur) kennis nodig. Wat erop neerkomt dat je Schippers al gauw leest met Google bij de hand. Hup, daar komt weer een naam van een kunstwerk, een muziekstuk, een straat in een stad. Alles heeft betekenis dus ga maar zoeken wat het is. Gelukkig staan er ook diverse illustraties van Schippers zelf in zijn boek: foto’s, kunstwerken, waaronder een prachtige tekening die van hem en zijn broer is gemaakt vlak na de oorlog. Het geeft Schippers direct weer een reden om de tekenaar op te zoeken. Wat dan weer een prachtige dialoog oplevert.

    Ritmische taal

    Schippers is van huis uit dichter en dat is aan alles  te merken. Zijn taal is in proza gestolde poëzie: ritmisch, beeldend, vaak swingend, altijd spannend en origineel. Over de kinderlijke verwachting, de hoop op een leven waarin leuke dingen kunnen gebeuren. Dingen waarvan je  nog geen weet hebt maar toch nauwelijks op kunt wachten. Kleine kinderen hebben het altijd over later als ik groot ben, als ik sterk ben, later ‘als’. Schippers citeert hierin George Formby: ‘It’s in the air; this funny feeling everywhere’.

    In Straks komt het heeft alles met alles te maken en ziet Schippers verbanden, of legt ze zelf, tussen allerlei zaken die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. Hij schetst een wereld vol zaken die er op wachten ontdekt te worden. De schrijver heeft de kinderlijke blik en open mind die nodig is om alles onbevangen tegemoet te treden, wat hij volop doet in dit boek. Daarmee roept hij de lezer op de wereld ook zo te bezien. Laat je vooral meevoeren door dit geweldige boek.

     

  • Oogst week 37 – 2018

    De hartenjager

    De vierhonderdste sterfdag van Gerbrandt Adriaensz. Bredero is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Op 23 augustus werd zijn laatste rustplaats – tussen Kalverstraat en Rokin – met een plaquette gemarkeerd; Brechtje van Dijk (muziek), Lisanne van Aert (libretto) en Warre Simons (regie) maakten Niet de klucht van koe, ‘een absurde prog-rock opera’ op basis van teksten van Bredero en van René van Stipriaan verscheen De hartenjager: leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero. Het is maar een kleine greep uit dat waarmee de Amsterdamse schilder/dichter herdacht wordt.

    Over het leven van Bredero is weinig bekend. Een traditionele biografie is De hartenjager van Van Stipriaan niet. Niet alleen. Want het eerste deel bevat wel degelijk een reconstructie van het leven van Bredero. Dat Van Stipriaan bij gebrek aan feitelijke informatie niet anders kon dan dat leven zien in het licht van werk en thematiek en tegen de achtergrond van een welvarende stad waar ook het culturele leven bloeit, betekent niet dat hij aan het hineininterpretieren slaat. Hoewel met het nodige voorbehoud – veel is niet absoluut zeker, maar dan kiest Van Stipriaan voor het meest waarschijnlijke – ontstaat daardoor een levendig portret van een naar kennis hongerende Bredero, die als geen ander de veranderlijkheid van mens en maatschappij vastlegde.

    In het tweede deel van De hartenjager vat René van Stipriaan de ontvangst en interpretatie van het werk van Bredero in de loop der eeuwen samen om daar daarna in het derde deel zijn eigen conclusies aan toe te voegen. Hij beschouwt hij de komische, de amoureuze en de religieuze Bredero en betrekt ook leven en werk van diens tijdgenoten bij zijn analyse.
    Dat de belangstelling voor het werk van Bredero al vrij snel na zijn dood wegebde had volgens Van Stipriaan niets te maken met de kwaliteit. Bredero’s beste werk doorstaat volgens hem de vergelijking met dat van Shakespeare. Bredero kreeg echter te maken met wat hij zelf tot motto en leidraad van zijn leven en werk maakte: ’het kan verkeeren’. De samenleving veranderde en opvattingen over taal en literatuur veranderden mee.

    Als er een ding duidelijk wordt uit De hartenjager dan is het de voortreffelijkheid van de uiterst productieve dichter/toneelschrijver Gerbrandt Adriaensz. Bredero, vertegenwoordiger van het neostoïsche gedachtegoed, die zijn klassieken kende en onderdeel uitmaakte van een netwerk van vakbroeders. Hij raakte de kern van het (klein)burgerlijke. Zijn stukken lenen zich zeker thematisch voor heropvoering. Bredero schrok er niet voor terug om heikele thema’s aan te kaarten die nu opnieuw actueel zijn.

    De hartenjager
    Auteur: René van Stipriaan
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Vloedlijnen

    ‘In Vloedlijnen zit een man op het strand. Als hij goed luistert, hoort hij fluisterende, zingende en orerende stemmen die verwoede pogingen doen om greep te krijgen op een ontsnappend leven. Ergerlijk genoeg worden die verhalen stelselmatig onderbroken door stoorzenders die uit een andere wereld lijken te komen. Het dieptepunt van de bundel wordt gevormd door een operalibretto waarin een activist zich tegen beklemmende structuren verzet.’

    Bovenstaande tekst is geen citaat uit de recensie van een tot wanhoop gedreven criticus. Met dit citaat opent de flaptekst van Vloedlijnen, de nieuwe gedichtenbundel van Piet Gerbrandy. Ook dit keer maakt Gerbrandy het zijn lezers niet makkelijk, maar de door de uitgever verstrekte tekst nodigt uit om de zes cycli en dat ene libretto argwanend tegemoet te treden, om vervolgens de teugels van de weerzin gaandeweg te laten vieren en tot de conclusie te komen dat er veel gezegd en ontregeld wordt in Vloedlijnen.
    Een andere vaststelling zou kunnen zijn dat als Piet Gerbrandy in zijn verantwoording niet geschreven had dat een aanzienlijk deel van zijn gedichten al eerder verscheen, dit alleen degenen die de dichter op de voet volgen opgevallen zou zijn. Wie niet zo thuis is in zijn werk zullen vanwege vorm, toon en een consequent suggestief refereren aan vooral samenhang en eenheid opvallen.

    Vloedlijnen
    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Uitgeverij AtlasContact (2018)

    Neem de titel serieus

    Terwijl Rodaan Al Galidi de beminnelijkheid zelve lijkt als hij anderen tegemoet treedt, haalt hij in zijn werk regelmatig hard uit als hij het heeft over de wereld waarin hij beland is. Door de charmante wijze waarop hij het Nederlands hanteert en zijn ongebruikelijke beelden, valt dat niet altijd meteen op.
    Doordat de dichter de zinsnede ‘psychisch ziek’ vaak laat vallen en er ook regelmatig in inrichtingen verbleven wordt, lijkt Neem de titel serieus over geesteszieken te gaan, maar eigenlijk is de rode draad in de bundel ‘lijden onder de druk van de omstandigheden’. Niemand is gevrijwaard van relatiestress, vervreemding en stigmatisering.

    Mijn bestaan

    Soms word ik bang wakker
    dat ik echt besta.
    Angstig tast ik de muren af,
    het bed, mijn nek
    en zoek mijn gezicht,
    maar ik kan het niet vinden.

    Trillend sta ik op.
    Ik doe het licht aan,
    trek mij onrust aan
    en loop alleen
    op de sneeuw die mijn hart bedekt.

    Alles buiten
    is nog steeds zoals het ooit gestapeld is.
    Maar de wereld die mij koesterde,
    tot ik haar geworden ben,
    is verdwenen.

    Meer dan de vorm hebben de gedichten in Neem de titel serieus hun oorsprong gemeen. Die ligt in het waarnemen, in het voelen en vinden.

    De bundel is opgedragen aan Begoña, en omdat het eerste gedicht gaat over een liefde die voorbij lijkt te zijn en Begoña met name genoemd wordt, is de verleiding groot in Begoña een vrouw te zien. Maar ‘zij’ zou ook zomaar iedere buitenstaander kunnen zijn. Dan leest Neem de titel serieus anders.

    Neem de titel serieus
    Auteur: Rodaan Al Galidi
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Het epos van sjeik Bedredinn

    Het epos van sjeik Bedreddin een van de klassieke titels uit de Turkse literatuur. Nâzim Hikmet schreef het  toen hij in 1936 in de gevangenis zat vanwege zijn revolutionaire, want communistische, ideeën. De raamvertelling – die begint met een gevangen gezette dichter die het epos van sjeik Bedreddin ligt te lezen en vervolgens door een derwisj meegevoerd wordt de geschiedenis in, waardoor hij een ooggetuige wordt van de door de sjeik aangevoerde boerenopstand in de veertiende eeuw, waar hij vervolgens verslag van doet – weerspiegelt Nâzim Hikmets eigen verhaal. Sjeik Bedreddin voert gewapend strijd tegen de Osmaanse sultan, de schrijver/dichter Himket neemt het met zijn pen op tegen het autocratische regime van de Turkse Republiek. Hikmets verhaal in een verhaal is deels proza en deels poëzie.

    Sytske Sötemann voorzag haar vertaling van een inleiding waardoor duidelijk wordt hoe uit de uit een kosmopolitische en aristocratische familie stammende Nâzim Hikmet een revolutionair groeide die de eerste avant-gardistische dichter van Turkije werd.

     

    Het epos van sjeik Bedredinn
    Auteur: Nâzim Hikmet
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2018)

    Straks komt het

    Hij wijdde al eens een boek aan Marcel Duchamp en in zijn vorige roman verbond hij een verhaal over zijn moeder met de levens van Giorgio de Chirico en Alberto Giacometti. In Straks komt het reist K. Schippers in de voetsporen van Kurt Schwitters, maar gaat het ook over de oorlog en over jazz.

    In Straks komt het ontspint het verhaal zich niet langs de lijnen der geleidelijkheid: K. Schippers associeert er vrolijk edoch vakkundig op los. Dat is inmiddels zijn handelsmerk. In navolging van Kurt Schwitters raapt, verzamelt en assembleert hij. En aan het eind blijkt hij toch een samenhangend verhaal verteld te hebben, waarin  beleefd en verzonnen in elkaar overlopen.

    Straks komt het
    Auteur: K. Schippers
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)