• Oogst week 11 – 2021

    Ik zeg Emily

    De poëziebundel Ik zeg Emily is het debuut van Yentl van Stokkum, waarin een jonge dichter een bezoek brengt aan het graf van Emily Brönte (1818-1848, de middelste van de gezusters Brönte, die onder andere Wuthering Heights schreef). De verteller raakt bezeten door de vroeg gestorven Emily, haar leven en werk, en lijkt een verbond aan te willen gaan met de ziel van de dode dichter.

    ‘het verlangen naar Emily is simpel
    en ik wil de associatie vermijden met woorden als
    kwetsbaar ode oprecht liefdevol romantisch romantiek (…)’

    Daartoe reist de verteller naar het graf van Emily Brönte in Scarborough (‘mag ik zeggen dat het graf tegenvalt’). Het ‘hier en nu’ klinkt door in hoe de reis wordt beschreven: de verteller raakt niet alleen aan Emily en haar historische belang, maar ook aan hoe het is om nu vrouw te zijn, bijvoorbeeld in ‘advies voor een jonge alleen reizende vrouw’.

    Yentl van Stokkum (1991) is toneelschrijver en dichter. Ze schreef al voor Hard//hoofd, er is werk van haar opgenomen in de bundel NYX van de feministische uitgeverij Chaos en ze begon tijdens het Slow Writing Lab waaraan ze deelnam met het schrijven van poëzie over Emily Brönte.

     

    Ik zeg Emily
    Auteur: Yentl van Stokkum
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Een Alpenroman

    Goed nieuws voor degenen die verzuchten dat er tegenwoordig nog maar zo weinig Vestdijk wordt gelezen: Een Alpenroman is heruitgegeven. De roman deed bij verschijning in 1961 nogal wat stof opwaaien: Vestdijk beschrijft in zijn roman de lesbische liefde tussen de Nederlandse Lucie Ebbinge en Duitse Anna Brandner, die serveerster is in het hotel, in feite kuuroord, waar Lucie verblijft te Oberstdorf. Vestdijk beschrijft hun liefde zeer gedetailleerd, wat hem op onbegrip bij recensenten kwam te staan. Er werd geschokt gereageerd op de lesbische liefde van Lucie en Anna: ‘Dit boek is ziek, zo ziek.’ (Algemeen Handelsblad);  ‘verboden vorm van geslachtelijke liefde’ (Trouw). Maar niet enkel die liefde analyseert Vestdijk: maatschappelijke tegenstellingen en religieuze waarden en belangen spelen eveneens een belangrijke rol.

    Een Alpenroman verscheen voor het eerst bij De Bezige Bij, en is nu door Uitgeverij kleine Uil opgenomen in de zogenoemde Regenboogreeks, met daarin ‘klassiekers uit de lhbt-literatuur’.

    Een Alpenroman
    Auteur: Simon Vestdijk
    Uitgeverij: Kleine Uil, Uitgeverij

    Klara en de Zon

    In Klara en de Zon van Kazuo Ishiguro is het titelpersonage een ‘Kunstmatige Vriendin’, ofwel: een robot, nauwelijks van een echt mens te onderscheiden, met dezelfde zachtheid en toewijding. Dat Klara de wereld anders waarneemt – technisch gesproken – maakt niet dat ze niet naar menselijk contact smacht en wacht tot iemand haar meeneemt om deel te laten uitmaken van het eigen gezin. Dat laatste gebeurt: ze komt terecht bij de ziekelijke tiener Josie. Wanneer Josie zelf niet in staat is om haar rol binnen het gezin te vervullen, wordt Klara zo geprogrammeerd dat zij dat voor haar kan doen. Daarmee worden thema’s als genetische manipulatie, A.I. en big data aangesneden. Over de verhouding van Klara en de Zon tot de tijd waarin we leven, stelde Ishiguro in een recent interview met The Guardian het volgende:

    ‘“What happens to things like love in an age when we are changing our views about the human individual and the individual’s uniqueness?” he asks. “There was this question – it always sounds very pompous – about the human soul: do we actually have one or not?”’

    Ishiguro won in 2017 de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn The Remains of The Day werd bekroond met de Booker Prize en verfilmd met Anthony Hopkins in de hoofdrol.

    Klara en de Zon
    Auteur: Kazuo Ishiguro
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Aanstekelijk

    Een op de drie jongeren houdt niet van lezen, de helft van alle scholieren leest nooit een roman of lang verhaal. Romans gaan volgens hen over één onderwerp en die verhalen, ja die zijn te lang, dat vinden ze vervelend. Dit staat in een leesoffensief dat deze week gepresenteerd werd door de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad. Schrijver Jacques Vriens zei desgevraagd in een nieuwsprogramma op radio 1: ‘Wat een kletskoek. Er zijn zoveel verschillende boeken. Die juf of meester, die moeten het doen en als die niks met boeken hebben, ja, dan… Je zegt toch ook niet: ik reken maar niet met de kinderen want ik hou niet zo van rekenen?’

    Het was de zaterdag net voor de hittegolf losbarstte en de katten nog niet voor dood op de keukenvloer lagen dat recensenten en redacteuren van Literair Nederland naar Utrecht afreisden voor de jaarlijkse recensentenborrel, dit keer bij antiquariaat Hinderickx & Winderickx. Een jaarlijkse ontmoeting van literatuurliefhebbers die enkel over boeken spreken, wat literaire roddels (Horrortheater van Arie Storm) delen, vragen naar het laatst-gelezen-boek (Grand hotel Europa), het wat-lees-je-nu-boek (Asymmetrie, Lisa Halliday) of het lang-geleden-gelezen-boek (Anna, Dezsö Kosztolányi). Met een glas in de hand en de blik, steeds weer verschietend van gesprekspartner naar de boeken rondom.

    Zo kwamen we bij de niet-meer-gelezen schrijvers, zoals Vestdijk, en hoe dat toch kan. Het was amper uitgesproken of er sprong, (bij wijze van spreke) een deel van de Anton Wachter reeks uit de boekenkast. Er werd gelachen, gememoreerd aan die andere wachters, uit Ivoren wachters. Over het verrotte gebit van lyceumleerling Philip Corvage, die zijn tanden breekt op de bast van walnoten die hij onderweg naar school kraakt. Gezien de vorm van de walnoot, gelijk de hersenen, zou het eten van walnoten de geestelijke denkkracht bevorderen liet Philip anderen geloven. Wie het leest wil het ook graag geloven. Een meesterlijk boek, net zoals De koperen tuin nog steeds in vervoering brengt, overtuigden we elkaar. En dan de poëzie van nog zo’n vergeten schrijver, Hans Warren.

    Voor jou

    ‘Ben jij het die dit leest? Heb je niet
    je astrakan muts afgezet, en vallen nu
    je zwarte krullen warm naar het papier?
    Slaat het licht van deze bladzij
    op in de goudspikkels van je ogen,
    glimlach je gelukkig, nu je merkt
    dat ik dit weet, en breng je ook
    je donkere lippen zo dicht bij de woorden
    dat het lijkt of je ze gaat kussen?
    Leg je, toch even onzeker, je vinger
    tussen de bladzijs, druk je het boek
    tegen je borst, waar het ritselt
    door het bonzen van je hart?
    Ben je nóg mooier nu, kijk je door het raam?
    wees gerust: dit is werkelijk voor jou geschreven.’

    Kijk, hoe mooi dit is. Als elke leerkracht nu de dag gewoon begint met een gedicht een wereld te scheppen die verlangens wekt. Verlangens die de geest voeden, zoals de walnoten in Ivoren wachters van Vestdijk. Laten we  dan gelijk boekwinkels zien als ontmoetingsplaats, waar de een de ander aansteekt. Vergeet niet je kind mee te nemen.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, zij leest de godganse dag en schrijft daarover.

     

     

  • Becommentariëren van elkaars werk

    Becommentariëren van elkaars werk

    De brieven die de romanschrijvers Simon Vestdijk en Willem Brakman elkaar schreven in de jaren zestig, zijn samengebracht in een gebonden prachtuitgave en voorzien van de pakkende titel Gaven, giften en vergiften. Een derde letterkundige in dit boek is Nol Gregoor, wederzijdse vriend van de twee hoofdfiguren. Gregoor introduceerde Brakman begin jaren vijftig bij Vestdijk thuis in Doorn. Een persoonlijke kennismaking nadat Gregoor eerst Brakmans eerste verhalen onder ogen van Vestdijk had gebracht.

    Welke specifieke en merkwaardige rol deze Gregoor in de Nederlandse literatuur gespeeld heeft, komt in de inleiding van het brievenboek nauwelijks uit de verf. Samensteller Nico Keuning vermeldt over Nol Gregoor slechts: ‘rijksambtenaar, publicist en later radio-interviewer’.

    In vrijwel elke brief van de twee romanschrijvers, is Gregoor het mikpunt van spot die vooral toch als vriendschapsbetuiging van beide heren moet worden opgevat. Zij stelden de belangstelling van Gregoor zeer op prijs. Bij vele schrijvers was hij kind aan huis en als biograaf legde hij een mateloze interesse aan de dag voor niet zozeer het werk, alswel voor de persoon achter dat werk. Hij was gek op handschriften en manuscripten, en leidde een kleurrijk bestaan waarover talloze anekdotes de ronde deden. Wat in Gregoor voor de twee romanciers zo boeiend was blijft in de inleiding buiten beschouwing. In de daaropvolgende brievenverzameling is Gregoor dan ook niet meer dan een schimmige figuur.

    Nadat Brakman zijn debuut Een winterreis (1961) met een begeleidende brief aan Vestdijk had verstuurd , schreef Vestdijk hem terug. Dat was het begin van een langdurige correspondentie tussen Doorn en Enschede.
    Vestdijk prees in zijn eerste brief het boek van Brakman die daar zeer gelukkig mee was. De beroemde Vestdijk zag hem als een evenknie. De erkenning van de man uit Doorn die Brakman zeer bewonderde, zal zeker van invloed zijn geweest op de honorering van een ongewoon verzoek van Vestdijk in die eerste brief. Kon Brakman, die bedrijfsarts was, zelf tranquillizers slikte en als student in een psychiatrisch ziekenhuis ervaring had opgedaan, hem aan medicatie helpen om zijn gemoedstoestand te verlichten? Vestdijk leed sinds zijn jeugd aan depressies waardoor hij vaak tot zijn groot verdriet wekenlang niet kon schrijven. Hij gebruikte broom, een ouderwets kalmeringsmiddel dat in de jaren vijftig, begin zestig nog werd voorgeschreven maar waar hij weinig baat bij had. Andere psychedelica waren er wel maar werden zelden verstrekt.

    Evenals Brakman was Vestdijk arts. Alleen heeft Vestdijk na zijn afstuderen slechts korte tijd zijn vak uitgeoefend waarna hij voor de literatuur koos. Hooguit sprak de dokter nog in hem in de studies De zieke mens in de romanliteratuur (1964) en Het wezen van de angst (1968).
    De eerste brief van Vestdijk aan Brakman dateert van 2 juli 1961. In dat jaar was Vestdijk de zestig al ruim gepasseerd en zou hij nog een decennium te leven hebben. Brakman was in de dertig en stond aan het begin van zijn schrijverscarrière. Hij werkte als bedrijfsarts, een baan die hem niet dag en nacht opeiste en een zekere ruimte gaf om te schrijven. Na zijn debuut publiceerde hij in de voetsporen van Vestdijk vele boeken waarvan de eerste boeken sterk onder diens invloed staan. Brakman toonde zich vooral  gevoelig voor de schrijfstijl en humor in de Anton Wachterromans.

    Delibereren over toegezonden medicijnen en becommentariëren van elkaars werk vormen de hoofdbestanddelen van de brieven. Daarnaast gaat het over dagelijkse beslommeringen en het roddelend dwepen met Gregoors liefdesaffaires die Vestdijk en Brakman zelf volgaarne aanknoopten. Diep graven de brieven niet en de breed besproken leverantie van tranquillizers wordt op z’n zachts gezegd al gauw vervelend.

    Brakman schonk een productief schrijversbestaan aan Vestdijk maar of zijn belang werkelijk zo groot was als uit zijn brieven uit Doorn mag worden opgemaakt is zeer de vraag. In een kort voor zijn dood geschreven en postuum gepubliceerde getuigenis, noemde Vestdijk namen van artsen die met de perfecte medicatie zijn leven draaglijk hadden gemaakt en zijn schrijverschap hadden gered. De naam van Brakman was daar niet bij.
    Deze informatie is te vinden in de inleiding op de brieven, die zoals gezegd te weinig toelichting geeft. Verder verdient zij alle lof maar die valt zeker niet aan de daaropvolgende correspondentie ten deel.

    Een veel strengere selectie zou van deze brieven van Vestdijk en Brakman een onderhoudend geheel hebben gemaakt. Dan zou er een boekje uit de bus zijn gerold met een prachtige ‘petite histoire’ maar wel een dat te dun zou zijn uitgevallen. Beter nog zou een uitvoerig essay voor tijdschrift of bibliofiele uitgave zijn, bestaande uit de tekst van de inleiding en aangevuld met de mooiste brieffragmenten.

     

  • Wedstrijdje?

    Wedstrijdje?

    Anna Blaman, Anton Coolen, Max Dendermonde, Henriëtte van Eyk, Hella Haasse, Alfred Kossman, Adriaan van der Veen en Simon Vestdijk: samen schreven ze de roman De doolhof.
    Hun namen staan in alfabetische volgorde op de titelpagina. Allemaal schreven ze één hoofdstuk en de goede verstaander – de lezer met ‘kennis van de huidige Nederlandse literatuur’ – maakte kans op een mooie prijs als hij in staat was de schrijvers aan hun hoofdstukken te koppelen: ‘zend Uw oplossingen vóór 31 Januari 1952 per briefkaart onder vermelding van “prijsvraag” en naam en adres van Uw boekhandel aan N.V. Int. Uitg. Mij “Het Wereldvenster”, Heerengracht 433, te Amsterdam.’*

    Ik vond De doolhof vorige week in een antiquariaat en kocht het bij wijze van curiositeit. Acht schrijvers van naam die samen een roman schrijven, dat is zoiets als vijfentwintig leerlingen die tijdens de lessen Nederlands moeten voortborduren op de woorden van een klasgenoot, maar dan van een andere literaire orde. De vergelijking met De schrijver: een literaire estafette gaat minder mank. Ook aan De schrijver schreven acht auteurs, maar hun namen – Harry Mulisch, Gerrit Komrij, Adriaan van Dis, Maarten ’t Hart, Remco Campert, Marga Minco, Hugo Claus en Joost Zwagerman – staan vermeld bij hun respectievelijke hoofdstukken.

    Deze laatste acht zijn gevrijwaard van eventueel gezichtsverlies. Of die andere acht reputatieschade opliepen door hun anonieme bijdragen aan De doolhof of in het kader van hun ‘teamwork’ juist genoten van het feit dat de één regelmatig voor een ander aangezien werd, vertelt het verhaal van de prijsvraag niet.
    Ik neem tenminste aan dat dat – ondanks al die in de toenmalige Nederlandse literatuur ingevoerde lezers – het geval was. En wat vond Simon Vestdijk er dan van als zijn werk voor dat van Anna Blaman of Hella Haasse gehouden werd? Dat zou ik wel willen weten.

    Stijl is waarmee de ene schrijver zich van de andere onderscheidt. Maar hoe herkenbaar is de stijl van een schrijver nog als een lezer geen idee heeft wie hij voor zich heeft? Ik vrees dat ik gigantisch door de mand zou vallen. In het geval van De doolhof kan ik me er nog vanaf maken door te zeggen dat ik het werk van de schrijvers niet goed genoeg ken, maar die vlieger gaat voor de schrijvers van De schrijver niet op. Hun werk ken ik al mijn hele lezersleven, maar toch ben ik er niet zeker van dat ik ze allemaal herkend zou hebben als de uitgever er ook hier een wedstrijdje van gemaakt had.

    Maar ja: je moet me ook niet vragen om de ingrediënten op te sommen die verwerkt zijn in een verrukkelijke maaltijd. Ik kan smakelijk eten, zonder precies te weten wat.
    Om te genieten van een boek is het niet altijd nodig om te ontleden hoe een schrijver doet wat hij doet. Pas als hij helemaal geen stijl heeft en een schrijver zich naar het einde hakkelt, haak ik af.

     

    * De volgorde van opkomst bleek: Van Eyk, Dendermonde, Blaman, Haasse, Kossman, Coolen, Van der Veen en Vestdijk.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Oogst week 22 – 2018

    Gaven, giften en vergiften : brieven

    De correspondentie tussen Simon Vestdijk en Willem Brakman begint als Brakman Vestdijk zijn debuutroman toestuurt. ‘Beste Brakman’ en ‘Beste Vestdijk’ werd al heel snel ‘Beste Wim’ en ‘Beste Simon’. Dat zij elkaar niet alleen over literatuur en hun wederzijdse vriend Nol Gregoor schreven, blijkt uit Gaven, giften en vergiften, de door Nico Keuning verzamelde en ingeleide brieven uit de periode 1961-1969. Het gaat ook heel vaak over de gezondheid van beide literatoren, die allebei arts waren. Beiden hebben een aanleg voor zwaarmoedigheid en depressies. Vestdijk weet Brakman te vinden als hij advies en pillen nodig heeft. Uit het voorwoord van Nico Keuning blijkt hoe groot de invloed van zijn depressies op het werk van met name Simon Vestdijk was.

    Gaven, giften en vergiften : brieven
    Auteur: Willem Brakman en Simon Vestdijk
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Ik bestaat uit twee letters

    In Privé-domein verscheen Ik bestaat uit twee letters, het dagboek dat A.H.J. Dautzenberg bijhield vanaf de dag dat hij 49 werd tot zijn vijftigste verjaardag. Het gaat hier niet om een alsnog publiek gemaakt dagboek, maar om speciaal voor deze reeks bijgehouden aantekeningen. Net als Ilja Leonard Pfeijffer is A.H.J. Dautzenberg iemand die in zijn werk speelt met het thema ‘werkelijkheid’. De vraag is of Dautzenberg van zijn verslag van zijn dagelijkse leven meer maakt dan alleen een literaire exercitie.
    De rode draad in Ik bestaat uit twee letters mag dan de relatie met tweelingbroer Hub zijn, aan wie hij al zijn hele leven vastzit, maar Dautzenberg doet ook uitgebreid verslag van wederwaardigheden in de literaire wereld. En dat kan interessant zijn, want in het vijftigste levensjaar was het onrustig bij zijn uitgeverij en ging Theo Sontrop dood.

    Ik bestaat uit twee letters
    Auteur: A.H.J. Dautzenberg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers (2018)

    De melodie

    Na een succesvolle carrière lijkt chansonnier Alfred Busi verzekerd van een rustige oude dag. In zijn ouderlijk huis, een riante villa op een aantrekkelijke plek, zou hij tevreden terug hebben kunnen kijken op zijn leven, als in het dorp niet geplaagd werd door dieren die ’s nachts de vuilnisbakken plunderen; een projectontwikkelaar het niet op zijn villa voorzien had, een journalist niet om werk verlegen had gezeten en zijn vrouw Alicia niet was overleden.
    De melodie van Jim Crace wekt de indruk een realistische roman te zijn over actuele onderwerpen, maar er gebeuren teveel wonderlijke dingen om het symbolische over het hoofd te zien.

    De melodie
    Auteur: Jim Crace
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)

    Victorieverdriet

    Toen haar grote liefde haar tijdens een vakantie in New York verliet, kwam dat hard aan bij Elfie Tromp. Onmiddellijk daarna werd haar liefdesverdriet een onderwerp in haar werk. Haar eerste pijn schreef ze van zich af in haar columns, daarna maakte ze een theatervoorstelling. Ook haar poëziedebuut Victorieverdriet is een verslag van het rouwen en klagen dat hoort bij een dergelijk verlies. Victorieverdriet is een reis in drie etappes, die min of meer samenvallen met de stadia van verwerking. De gedichten zijn een vrij letterlijke verwoording van gevoelens.

    Victorieverdriet
    Auteur: Elfie Tromp
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)
  • Oogst week 11

    Henriëtte van Eyk

    Stof genoeg over Henriëtte van Eyk (1897), de inmiddels bijna vergeten schrijfster van o.a. De kleine parade, een serie verhalen waarin ze op satirische wijzen de ‘hogere stand’ op de korrel neemt. Ze kent die wereld oorspronkelijk van binnenuit, maar groeit uiteindelijk op in armoede.
    Vóór de Tweede Wereldoorlog trouwt ze met journalist, schrijver en verzetsheld Jean de Nève. Een huwelijk dat na de oorlog ontbonden wordt.
    Zelf gaat ze ook in het verzet. Haar contacten uit het verzet liggen o.a. ten grondslag aan haar latere betrokkenheid bij de oprichting en het bestuur van uitgeverij De Bezige Bij.

    De mannen uit de titel Henriëtte van Eyk; vrouw tussen vier mannen zijn haar vader die na het faillissement van zijn bank voorgoed uit haar leven verdwijnt, haar ziekelijke broer Bert die ze verzorgt, haar eerste man Jean de Nève en ten slotte Simon Vestdijk met wie ze een vrolijke spannende verhouding krijgt. Ze zet uiteindelijk een punt achter die relatie omdat ze vindt dat hij haar aan het lijntje houdt.

    Aukje Holtrop schreef haar biografie.

     

     

    Henriëtte van Eyk
    Auteur: Aukje Holtrop
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Hugo Claus. Familiealbum

    In 2015 verscheen van Georges Wildemeersch (1947, tot 2013 gewoon hoogleraar Nederlandstalige letteren aan de Universiteit Antwerpen) een biografie over de jonge Claus, Hugo Claus. De jonge jaren. Hierin gaat het om de periode 1942-1949.

    In Hugo Claus. Familiealbum gaat het over de familie van Hugo Claus, een familie die de jonge, in kostscholen opgenomen Hugo voor zijn elfde levensjaar niet of nauwelijks heeft gekend. Een groot deel van Claus’ werk handelt over de gemengde gevoelens waarmee hij in het familieleven staat. Maar hij putte ook inspiratie uit de honderden verhalen die de familieleden, onder wie in het bijzonder zijn moeder en zijn broers, hem met grote gretigheid vertelden en die hij zorgvuldig in dagboeken, agenda’s en werkschriften vermeldde.

    Het boek beoogt ook meer licht te werpen op de duistere periode van en na de Tweede Wereldoorlog (Claus was lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd) en op de turbulente jaren met Elly Overzier en de experimentele schilders en schrijvers in Parijs en Italië in de eerste helft van de jaren vijftig.

    Auteur: Georges Wildemeersch
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis

    Verdwaaltijd

    De Vlaamse Kathy Mathys (1972) is literair en culinair journaliste. Zij schrijft over Engelstalige literatuur voor De Standaard der Letteren en zat in de jury’s van de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. Daarnaast schrijft zij over eten.
    In april 2015 verscheen haar eerste boek: Smaak. Een bitterzoete verkenning.

    Haar roman Verdwaaltijd gaat over Marcia die een relatie begint met een Amerikaanse schrijver die aan een memoir werkt over zijn verdwenen ex-vriendin. De man laat weinig los over zijn verleden en Marcia wordt steeds nieuwsgieriger naar de vrouw. Emma, Marcia’s beste vriendin, keert terug naar haar geboortedorp waar ze poseert voor een jonge kunstenaar. Ze heeft de plek niet meer bezocht sinds ze haar ouders en zus verloor en vraagt zich af wat er nog rest van haar oude leven.

    […] ‘Kay en ik groeiden niet op in de buurt van het woud of de oceaan. Zelfs op de dagen dat de wind hard zijn best deed, zaten we te ver weg om de zeelucht te ruiken, of het hars. In de buitenwijk van de middelgrote Californische stad waar we woonden, was de horizon slechts op één plek zichtbaar, bij het hoogste punt van een hellende straat. Daar werd Kay gevonden door haar moeder, Clara, toen ze op haar vierde voor het eerst verdween. Ze zat doodstil op haar driewieler, kijkend in de verte. Ik weet nog hoe Kay lachte toen ze me dit verhaal vertelde. We waren tieners, fietsten naast elkaar naar school. Ze reed als een clown, haar knieën staken aan beide kanten uit en soms liet ze het stuur los, wat me altijd nerveus maakte. Om haar te straffen verstopte Clara de driewieler.’ […]

    Verdwaaltijd
    Auteur: Kathy Mathys
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis

    Johann Sebastian Bach

    Maarten ’t Hart is een groot liefhebber van Bach.

    In zijn voorwoord van Johann Sebastian Bach vertelt ’t Hart dat er zoveel niet bekend is over deze grote componist. In Johann Sebastian Bach bespreekt hij een aantal biografische onduidelijkheden in het leven van Bach, probeert hij aan te tonen dat Bach rond 1730 in een crisis geraakte vanwege zijn huiselijke omstandigheden, geeft hij zijn visie op de cantates, de concerten, het Wohltemperierte Klavier, de andere klaviermuziek, de Matthäuspassion, de kamermuziek, en op de omvangrijke literatuur over het fenomeen Bach.

    Hij eindigt zijn voorwoord met:

    […] ‘Ik kan alleen maar schrijven over Johann Sebastian Bach, die mij als kind met de bewerking van het koraal Wohl mir, dass ich Jesum habe uit cantate 147 onder zijn hoede heeft genomen en van wie ik houd boven alles, met heel mijn hart, heel mijn ziel, heel mijn verstand en al mijn kracht.’

     

    Johann Sebastian Bach
    Auteur: Maarten 't Hart
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Lampje aan en lees

    Simon Vestdijk was de eerste schrijver waarvoor ik als bleue scholier bewondering kreeg. Ik weet niet meer hoe oud ik precies was, denk een jaar of zestien, 4 vwo, openbare scholengemeenschap De Huizermaat, A.D., 1988. Het jaar dat de eigenschap van het bewonderen ontstond. Voor Bono van U2, Michael Hutchence van INXS. Marco van Basten was er al langer als held, want de eerste jaren van mijn leven bestond uit voetballen.

    Peter Buwalda ging, zo schreef hij afgelopen weekend in de Volkskrant, naar het huis van Simon Vestdijk (1898-1971). De Meester in Doorn, waar hij logeerde. Even denkt hij er zelfs over het huis te kopen. Vestdijks beroemde weduwe Mieke is vanwege dementie naar een verzorgingstehuis gebracht en het huis staat nu te koop. Na Buwalda’s ingeving denk je gelijk: Oei, is dat wel verstandig? De (literaire) erfenis waarmee het huis is beladen, drukt onmiddellijk op je schouders, zo lijkt me. En inderdaad, Buwalda stelt zichzelf gelijk de vraag: hoe onbevangen kun je hier schrijven terwijl je weet dat Vestdijk hier stormen van schrijvende productiviteit alswel van machtige depressiviteit doorstond? Het gebergte: niet voor niets gaven Hugo Brandt Corstius en Maarten ’t Hart hun bundeling van leesrapporten van de 52 romans van Vestdijk deze titel mee (Nijgh & Van Ditmar/ De Bezige Bij, 1996).

    Terug tot Ina Damman, in 1946 uitgegeven, zal ik ook rond 1987 of 1988 hebben gelezen voor mijn leeslijst. Het is, net als bij Tongkat (1999) van Peter Verhelst, een leeservaring die je de rest van je leven met je mee zult dragen. Het thema van de onbereikbare liefde, je hormonen moeten wel ver verstopt zitten, wil je niet als puberende jongen geraakt worden door de weifelende veroveringsdrang van Anton Wachter, smachtend naar al is het maar een vrolijke blik of een lief woordje van de introverte Ina Damman.

    Een paar jaar geleden kocht ik een stuk of wat eerste en tweede drukken van Vestdijks romans (zie afbeelding), allemaal nog met origineel stofomslag, en sporen van de tijd: verkleuring, slijtageplekken, namen van vorige eigenaars op het schutblad geschreven. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel, gelijk na aanschaf, las ik van alle boeken de eerste paar zinnen. Die moeten raak zijn, zo weten we van Hermans, anders stop je gelijk met lezen. En daar wist Vestdijk wel raad mee. Op de eerste pagina word je gelijk Vestdijks wereld in gezogen. Volzinnen zijn het, vol van zin, meestal meer dan twee of drie regels, bijna Deutsch lang, maar ook weer meanderend Nederlands. Blijkbaar te vol, te lang en te vloeibaar, dat men heden ten dage zijn boeken blijkbaar maar moeilijk kan verteren, want het oeuvre van Vestdijk raakt uit de gratie. Volledig onterecht. Vestdijk was een meester in het vrijwel direct scherp neerzetten van personages en entourage. Ga er even voor zitten, in de avond, als het donker is, tv uit, mobiel weg, lampje aan en lees.