• Romantiek in een nieuwe Ierse donkere jas

    Romantiek in een nieuwe Ierse donkere jas

    De verre voortijd, de elfde roman van Sebastian Barry (1955), leest als een romantisch schilderij. Geen romantiek met rozen en harten, maar romantiek als in het schilderwerk van Turner en tijdgenoten: veel, zwierig, onheilspellend, kleurig, mysterieus. Er zijn veel details, het zit vol emotie, het is overweldigend, het is een indrukwekkende prestatie en soms is het een beetje veel. Kent u het schilderij van de Friedrich Wandelaar boven de nevelen? Op dat schilderij zien we een man op de rug in een deftige jas die vanaf een rots over zee uitkijkt. De zee is woest en mysterieus, er hangt onheil hangt in de lucht. Dat is het gevoel dat Barry met De verre voortijd weet te geven door beschrijvingen als: ‘Tussen de ophaalplek en de parkeerplaats liet de zon alles weer een dag in de steek, de zee ging op zwart en de eilanden gingen op een nog dieper zwart, zwarter dan zwart, en de hemel oogde geschokt en leeg, alsof hij er niet echt op vertrouwde dat de maan straks opkwam en zijn sterrenlegertje zou komen aanstormen als pelgrims tijdens een hadj.’

    Barry, naast auteur ook dichter en toneelschrijver, heeft voor zijn romans verschillende prijzen gewonnen en is de eerste auteur van wie twee romans (De geheime schrift uit 2008 en Dagen zonder eind uit 2017) Costa Book of the Year zijn geworden. Ook is Barry twee maal genomineerd voor de Man Booker Prize. 

    Heropende zaak

    De verre voortijd speelt in Ierland en gaat over een gepensioneerde politierechercheur, Tom Kettle. Hij is weduwnaar en woont in een kasteel in Dalkey, een wijk aan de kust van Dublin waar hij als einzelgänger leeft. Door zijn ex-collega’s wordt hij benaderd om te helpen bij een cold case. De zaak gaat over de moord op een priester waarbij Tom in de jaren ’70 als rechercheur was betrokken. Zijn collega’s hebben de zaak heropend omdat ze met een dossier bezig zijn over een collega-priester die jonge kinderen in een weeshuis seksueel heeft misbruikt. Ze hebben Toms ervaring nodig om meer bewijs tegen de priester te verzamelen. Ook als Toms buurvrouw hoort dat hij rechercheur is geweest, vraagt ze hem om hulp. Ze heeft te maken met een agressieve ex-man met wie ze problemen heeft over het gezag van hun kind. Hij besluit haar te helpen ondanks hun minimale contact. Aan het eind van de roman is de cold case opgelost en heeft Tom zijn buurvrouw geholpen en is duidelijk wat er is gebeurd, waarom het heel zwaar is voor Tom en waarom hij zo intens betrokken raakte bij deze zaak.

    Wie denkt dat we hier met een klassieke thriller te maken hebben, heeft het mis: de roman bevat alle ingrediënten van een ‘whodunit’, maar de stijl en sfeer is anders, literairder, mysterieuzer. De roman gaat over emotie, trauma, filosofie, leven en dood. Existentiële vragen – Wat is ons doel op aarde? Wat is waarheid? Wat is de dood? – worden niet geschuwd. De cold case dient slechts als kader waarin deze thema’s worden behandeld. Bovendien duurt het maar liefst tot pagina 121 voordat Tom echt bij de zaak wordt betrokken. De pagina’s daarvoor geven een beeld van zijn persoon, zijn manier van denken en handelen, zijn werk, zijn leven en vooral van zijn nostalgische gedachten en herinneringen uit de tijd met zijn gezin.

    Vreemde trekken

    De verre voortijd is een veelomvattende roman waarin grote thema’s aan de orde komen als religie, moord en zelfmoord, (seksueel) misbruik, kolonialisme en onderdrukking, drank- en drugsgebruik, depressies en trauma’s. Dat alles tegen een sombere, verstikkende Ierse achtergrond door de ogen van een getraumatiseerde, depressieve oud-rechercheur. Toms jeugd in een weeshuis en slechte ervaringen in het leger hebben hem getekend voor het leven. Ook zijn vrouw June is beschadigd door het weeshuis waar zij is opgegroeid, wat zelfs uiteindelijk tot haar dood heeft geleid en veel impact heeft gehad op het leven van hun kinderen. Het is onmogelijk om niet met Tom mee te voelen na alle ellende die hij heeft meegemaakt. Passages als ‘[Tom gaat] soms met bus 8 naar de stad, zijn eenzaamheid achterlatend, op zoek naar het volle leven, naar genezing zelfs’, komen binnen. Aan het einde van de roman, als de cold case zaak is opgelost, blijft de lezer achter met een gevoel van leegte en begrip.

    Toch heeft Tom ook een aantal vreemde trekken, waardoor hij niet erg sympathiek overkomt. De eerste maanden in zijn nieuwe woning in Dalkey heeft hij geen woord met zijn buren gewisseld en weet hij zelfs niet wie ze zijn. Als zijn collega’s aan de deur komen, wil Tom ze het liefst wegsturen. En dan is er nog zijn vreemde liefde voor zijn vrouw June, die in eerste instantie prachtig en liefdevol lijkt, maar zich ontwikkelt heeft tot een vreemde obsessie of verafgoding van ‘de enige ziel om wie hij gaf: (…), en haar kussenachtige borst, o, wat was ze warm, ja, een kachel, die krankzinnige schoonheid, het woeste genieten, beter dan welke kermisattractie dan ook, beter zelfs dan elk uitzicht op verlaten zee, die volmaakte vrouw, zijn ideaal, ondanks alle ruzies en tumult en woordenwisselingen, de schoonheid waaraan hij alle andere schoonheden afmat, zijn maatstaf, zijn sjabloon, de eeuwigdurende stralendheid van June’. 

    Onbetrouwbare verteller

    De roman is geschreven vanuit het perspectief van Tom, de lezer zit in zijn hoofd. Hij presenteert zichzelf meermaals als onbetrouwbare verteller. Zo zegt hij een aantal keren dat hij iets is vergeten of niet meer weet, dat hij zich heeft vergist en verward is, wat volgens hem te wijten is aan zijn leeftijd. Hij trekt de waarheid ook meermaals in twijfel ‘Hem was gevraagd in zijn geheugen te graven, alsof een mens dat werkelijk zou kunnen’. Hierdoor dwingt de auteur de lezer om na te denken over het begrip waarheid: bestaat er iets als één waarheid? Ook verwisselt Tom soms fantasie met werkelijkheid en denkt hij dat hij misschien een beroerte heeft gehad. Zinnen als ‘hij vond dat hij moest geloven, zichzelf moest geloven’ in combinatie met existentiële vragen als ‘Wie was hij überhaupt, hij wist het niet. Heette hij eigenlijk wel Kettle? Was dat überhaupt een naam?’, dagen uit om zelf na te denken en niet alles van deze (onbetrouwbare) verteller aan te nemen. 

    Het literaire en zwierige taalgebruik in De verre voortijd kan niet onbenoemd blijven. Alleen al de titel: een verromantisering van het woord ‘het verleden’. Barry’s stijl is uitzonderlijk en theatraal: een aaneenschakeling van gedachten, associaties en beeldspraak, met een rijkdom aan woordgebruik. Zo schrijft hij: ‘De stad lag onder een enorme donkere wolkenbuik, als een kind dat zijn boek onder de dekens las, alleen had de stad erg slecht leeslicht’. Complimenten aan de vertaler Jan Willem Reitsma zijn zeker op zijn plaats, die niet alleen de moeilijke taak had om al deze woordkunsten te vertalen, maar ook de sfeer van de roman wist over te brengen en Barry’s cynische humor te behouden, ‘het was officieel zomer, dus de inwoners van Dalkey deden hun jaarlijkse poging daarin te geloven, en zoals gewoonlijk solde het weer met hun geloof’. Barry’s bijzondere stijl zorgt ervoor dat sommige passages vragen om herlezing om zijn woorden nog eens goed te ‘proeven’ en te laten doordringen. Want hoewel de romantische ‘woordenzee’ soms erg woest is en de beeldenlucht erg dreigend, is De Verre Voortijd een unieke en interessante roman die de lezer bij zal blijven en aan het denken zet.

     

     

     

  • Met de moed die ze erfde van haar moeder

    Met de moed die ze erfde van haar moeder

    ‘Ik ben Winona.’ Zo begint de nieuwe roman van de Ierse schrijver Sebastian Barry (Dublin, 1955), de huidige Irish Laureate for Fiction oftewel Schrijver des Vaderlands. Duizend manen is de opvolger van Dagen zonder eind (2016) en speelt zich af in West-Tennessee, in de nadagen van de Amerikaanse Burgeroorlog. Het boek maakt deel uit van een reeks romans waarin Barry fictioneel verhaalt over zijn voorouders, die het verarmde Ierland verlieten om een leven op te bouwen in America. De Ierse diaspora is dan ook een terugkerend thema in zijn werk. 

    Winona Cole, een zeventienjarig Lakota meisje is de verteller van het verhaal. Nadat haar familie tien jaar eerder is afgeslacht tijdens de American Indian Wars wordt ze geadopteerd door de soldaten en minnaars Thomas McNulty en John Cole die haar liefdevol groot brengen op een afgelegen boerderij. Daar wonen ook oud strijdmakker Lige Magan en twee vrijgemaakte slaven, broer en zus Rosalee en Tennyson.  

    Complexe relatie

    Samen vormen ze een hechte familie. De relatie van Winona met Thomas McNulty en John Cole heeft echter een complexe oorsprong aangezien de mannen zowel ooggetuigen van als deelnemers aan de slachtingen van Indianen waren, mogelijk hebben ze zelfs familieleden van Winona omgebracht. ‘Mijn wond was dat ik een verloren kind was. Gek genoeg hebben ze mij genezen, Thomas McNulty en John Cole. Ze hebben hun uiterste best gedaan, geloof ik. Dus ze hebben me zowel de wond toegebracht als hem genezen, wat in zekere zin een ingewikkeld feit is.’ 

    De boerderij biedt Winona een veilige haven waar racisme en geweld steevast buiten de deur worden gehouden. Ook op het kantoor van de opgewekte advocaat Briscoe waar Winona werkt, wordt ze als volwaardig beschouwd. Maar buiten de boerderij en het kantoor is ze ‘minder dan de zwarte vliegjes die iedereen in de zomer plaagden. Minder dan de ouwe stront die tegen de achterkant van de huizen werd gesmeten.’ Winona leeft in een wereld waar het geen misdaad is een indiaan te mishandelen, een wereld waarin men ‘wil dat indiaanse meisjes nare dingen overkwamen.’ De constante dreiging van buitenaf, van bendes, aan lager wal geraakte soldaten en mannen ‘met juten zakken op hun hoofd’ teisteren het boek van begin tot eind. 

    Ondoordringbare eenzaamheid

    Ondanks de liefde en waardering die Winona ontvangt, is haar eenzaamheid pijnlijk voelbaar. Ze heeft vage herinneringen aan de slachtpartij die haar moeder, beroemd binnen de stam om haar grote moed, zus, nichten en tantes uitroeide. ‘Ver in mijn achterhoofd was een zwart schilderij met bloed en geschreeuw erop en bloed dat eruit barstte. (…) Blauwjassen die boven op ons naar binnen tuimelden en bajonetten en kogels en brand en zielen die gewelddadig werden gedood.’ Thomas McNulty en John Cole weten zich geen raad met haar lijden. Wanneer Winona een van haar sombere buien heeft kan John Cole slechts een arm om haar schouder slaan. Meer is niet nodig, er zijn toch geen woorden voor wat haar overkomen is.

    Toch krabbelt Winona zich keer op keer omhoog. ‘Zelfs als je voortkomt uit bloedvergieten en rampspoed moet je uiteindelijk leren leven.’ Dan keert ze op een avond zwaar gehavend terug na een bezoek aan het dorp. Ze blijkt te zijn mishandeld en verkracht. Rosalee onttrekt haar aan het zicht van de mannen om haar te verzorgen. ‘Ze was danig bedroefd terwijl ze mij schoonmaakte. Ze moest tussen mijn benen naar binnen. Ze zal veel ellende van vrouwen hebben gezien toen ze slavin was.’ Winona vermoedt dat Jas Jonski, een blanke jongen die verliefd op haar is en haar zijn verloofde noemt, de dader is.  Uit angst dat John Cole de dader opspoort en doodschiet en daarvoor wordt opgehangen, besluit Winona zelf op zoek te gaan naar gerechtigheid. 

    Meesterlijk spel

    Barry speelt meesterlijk met de verwachtingen van de lezer en laat tegelijk de dualiteit in zijn personages zien. Verkleed als jongen en bewapend met een damespistool en de moed die ze erfde van haar moeder, trekt Winona het dorp in om navraag te doen over Jas Jonski. De manier waarop ze het dorp binnenrijdt op haar muilezel doet denken aan een ouderwetse western. In het dorp verwacht de lezer rake klappen, een show-down, en ook bij haar bezoek aan de rechter Aurelius Littlefair loopt het anders dan de lezer verwacht. Daarnaast toont Duizend manen ook Barry’s lef als schrijver. Met zijn keuze voor een indiaans meisje als verteller ligt de beschuldiging van culturele toe-eigening al snel op de loer. Barry lijkt zich hier echter goed van bewust. Hij kiest voor een sterk personage met een kraakheldere stem die op de eerste bladzijde al laat weten dat haar leven door blanke mannen wordt gestuurd. Zelfs haar naam, zegt ze, is haar gegeven door Thomas McNulty omdat hij haar echte naam, Ojinjintka, niet kan uitspreken en haar dus ‘de naam van mijn dode nicht (gaf), want die ging beter over zijn tong.’ Bovendien, vertelt ze, klopt de betekenis van de naam niet, want ‘Winona betekent eerstgeboren. Ik was niet eerst geboren.’ Opvallend is dat Winona afstand van de blanke (mannelijke) personages houdt door ze consequent bij hun volledige naam te noemen. 

    Gedragen door liefde

    Duizend manen is een veelomvattende roman met een rijke thematiek. Racisme, identiteit, gender en homoseksualiteit, de werking van het geheugen – alle komen ze aan bod zonder dat de roman topzwaar wordt. Met een goed uitgewerkte plot en losse eindjes die stuk voor stuk aan elkaar worden geknoopt, toont Barry zich een schrijver die zijn pen feilloos beheerst. Daarnaast schuwt hij emotie niet. Hij laat Winona voelen en de familie hecht zijn zonder sentimenteel te worden. Daarnaast heeft hij weinig woorden nodig om iets als racisme hard te doen binnenkomen. Neem de dokter die een kogel uit Winona’s arm verwijdert. Uit trots en een gevoel van eer verbijt ze haar pijn. ‘Ze schreeuwt niet eens,’ zegt hij tegen de andere aanwezige, ‘weet je ze zijn niet eens menselijk, niet echt, niet zoals jij en ik.’ 

    Wat Duizend manen op indringende wijze toont is wat geweld met een mens doet – het ontwricht en doet verstommen, soms letterlijk – maar ook de kracht die de mens bezit om zich te herpakken en het leven te leven, wat zich ook aandient. Het enige middel daartoe is liefde in al haar vormen en verschijningen. Met dit gegeven voert Barry de lezer naar een prachtige slotscène waarin Winona zich geliefd en gedragen weet door haar familie, zowel hier op aarde als in het spirituele rijk.

     

     

  • Oogst week 15 – 2020

    De kunst van het nietsdoen

    Volgende week verschijnt De kunst van het nietsdoen, de eerste Nederlandse vertaling van Tsurezuregusa van de Japanse boeddhistische monnik Yoshida Kenkō. Hij leefde van ongeveer 1283 tot circa 1352 en was dichter, essayist en kalligraaf. Hij doorliep een strenge kloosteropleiding, maar bleef midden in het wereldse leven staan. De kunst van het nietsdoen bestaat uit 243 veelzijdige schetsen, anekdotes en essays waarin hij zijn gedachten over leven en dood, schoonheid en natuur, omgangsvormen en de geneugten van het leven uiteenzet. Langere en kortere gedachten, soms maar eenregelig, wisselen elkaar af. De dertiende begint zo: ‘Geen groter soelaas dan in je eentje bij een lamp te zitten met een opengespreid boek en bevriend te raken met iemand uit lang vervlogen tijden die je nooit hebt ontmoet’. Dat lijkt wel een aanbeveling om in coronatijd Kenkō ter hand te nemen.

    De kunst van het nietsdoen
    Auteur: Kenko
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Duizend manen

    De nieuwste roman van Sebastian Barry, Duizend manen, begint met de simpele zin: ‘Ik ben Winona’. Zij is een indiaans meisje dat oorspronkelijk Ojinjintka (roos) heette, een naam die haar adoptievader echter niet kon uitspreken. Al snel na deze openingszin zet ze de toon voor haar verhaal: ‘Zelfs als je voortkomt uit bloedvergieten en rampspoed moet je uiteindelijk leren leven. Je moet om je heen kijken, zien hoe het ervoor staat, dingen verbouwen of dingen kopen, afhankelijk van het geval’. Het bloedvergieten en de rampspoed verwijzen naar de Amerikaanse Burgeroorlog die Winona als wees heeft overleefd. Ze figureerde al in Dagen zonder eind dat in 2016 verscheen. In Duizend manen heeft de auteur haar, zoals hij zelf in een interview zei, een stem willen geven.

    Duizend manen
    Auteur: Sebastian Barry
    Uitgeverij: Querido

    De aanslag in Serajevo

    In Nederland komt steeds meer werk van Perec in vertaling beschikbaar. Na De Condottiere in 2014 is er nu opnieuw een vroeg werk De aanslag in Serajevo. Het verscheen in Frankrijk pas in 2016, ver na Perecs dood. De aanleiding voor de roman was een ervaring van Perec zelf. Hij verbleef in 1957 in Joegoslavië en raakte daar verzeild in een driehoeksverhouding. Zijn daarop geïnspireerde verhaal verweefde hij met de moord op aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw in 1914, die de aanleiding zou vormen voor de Eerste Wereldoorlog. In de roman zijn stukken uit het proces tegen de schutter Gavrilo Princip opgenomen. Door het verhaal van de geliefden te verbinden met de gebeurtenissen in 1914 legde hij daarin al vroeg (De aanslag in Serajevo is Perecs eerste roman) een verband tussen de wereldhistorie en zijn persoonlijke joodse geschiedenis.

    De aanslag in Serajevo
    Auteur: Georges Perec
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 49

    Wit is ook een kleur

    Naar aanleiding van haar nieuwe film Wit is ook een kleur, hield Sunny Bergman vorige maand de Van der Leeuwlezing in Groningen. Zij vertelde over onthutsende resultaten naar aanleiding van een onderzoek, en inzichten over wat zij bewust noemt ‘de etniciteit’ van de blanke/witte mens. Waarom zeggen we ‘blank’ en niet ‘wit’?

    Bergman vertelt dat zij er tot voor kort nooit over na had gedacht dat zij tot een etnische groep behoort. ‘Etnische minderheden; dat zijn de anderen. Mijn stiefvader zei: “Ik ben gewoon blank. En alles wat gewoon is verdwijnt naar de rand van je bewustzijn.”’

    Haar nieuwe film Wit is ook een kleur gaat 15 december in première. Tegelijkertijd verschijnt er een bundeling van haar beste columns. Wordt het niet eens tijd voor een verkiezing van de meest feministische man? Geldt de vrijheid van meningsuiting wel of niet onverkort voor mensen met een dubbel paspoort? Hoe problematisch is wit zijn, en wat hebben feminisme en anti-racisme met elkaar gemeen?

    Wit is ook een kleur
    Auteur: Sunny Bergman
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    Dagen zonder eind

    Querido is al 10 jaar bezig met het uitbrengen in Nederlandse vertaling van de boeken van de veelvuldig bekroonde Ierse schrijver Sebastian Barry. Sebastian Barry heeft een reeks onafhankelijk van elkaar te lezen romans geschreven waarin hij één familie, zijn eigen familie, op de voet volgt. Door de verhalen van meerdere generaties te vertellen brengt hij de geschiedenis van de Ieren in kaart.
    Literair Nederland recenseerde eerder Annie Dunne en De tijdelijke gentleman.

    Dagen zonder eind is het meest recente boek dat in Nederland verschijnt. De zeventienjarige Thomas McNulty en zijn wapenbroeder John Cole nemen dienst in het Amerikaanse leger om aan de honger te ontsnappen. Eerst dient de strijd tegen de indianen zich aan en vervolgens de Burgeroorlog. De jongens worden geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog en hun medeplichtigheid laat diepe sporen na, maar desondanks beleven ze, zo voelen ze dat zelf althans, sprankelende dagen zonder eind.

     

    Dagen zonder eind
    Auteur: Sebastian Barry
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Bloedend hart

    Erik Nieuwenhuis (1964) schreef vijftig columns over zijn leven aan de hand van Nederlandstalige hits. Bij 1982 hoort Bloedend hart van De Dijk.

    […]…’Met mijn beperkte verstand kwam ik niet verder dan de invalide conclusie: if unhappy childhood than writer. Dat ik mijn pre-adolescente twijfels en onzekerheden uitvergrootte tot ongeluk – vet en in kapitalen – kan ik mijn jongere ik niet serieus verwijten: da’s de natuur.’ […]

    […]’Bij Huub van der Lubbe heb je nooit het gevoel dat hij met het rijmwoordenboek op schoot een potentiële hit heeft zitten plotten. ‘Bloedend hart’ klinkt als een spontane gevoelsuitstorting. Alsof het niet voor publiek geschreven is, maar voor de zanger zelf die zich – er luistert toch niemand – voor de badkamerspiegel helemaal durft te laten gaan. Datzelfde hoor je soms bij Brel, Springsteen en misschien Frank Boeijen, maar die hebben het voordeel dat je de helft van wat ze zingen toch niet verstaat en dus per definitie minder kritisch op de tekst bent.’ […]

    Het levert een biografie op met een originele insteek, maar daarnaast ook een beeld van de Nederlandse cultuur van de afgelopen halve eeuw.

     

    Bloedend hart
    Auteur: Erik Nieuwenhuis
    Uitgeverij: Uitgeverij Kleine Uil

    Van Brugman tot Ter Balkt

    Nijmegen en poëzie, dat is de gezamenlijke noemer in het boek Van Brugman tot Ter Balkt, waarin 42 portretten zijn opgenomen van overleden dichters.

    Brugman, een 15e eeuw pater en dichter, -en blijkbaar de prater uit het gezegde- is de eerste. Daarna is er o.a. aandacht voor Anna Ampt (1832-1885), G.W. Lovendaal (1847-1939), Anton van Duinkerken (1903-1968), Guillaume van der Graft (1920-2010), Wam de Moor (1938-2015), Pé Hawinkels (1942-1977), Andreas Burnier (1931-2002).
    Het boek eindigt met de PC Hooft-prijswinnaar H.H. ter Balkt (1938-2015) en is te koop bij boekhandels als Dekker v.d. Vegt, Augustinus en Roelants.

     

     

     

    Van Brugman tot Ter Balkt
    Auteur: Riny Jans en Joan ten Hove
  • De goden van de waarheid hebben het in hun macht.

    De Ierse schrijver Sebastian Barry heeft al meer boeken over de McNulty-familie geschreven. Zo gaat De geheime schrift over de schoonzuster, en De omzwervingen van Eneas McNulty over de broer van de hoofdpersoon uit De tijdelijke gentleman, Jack McNulty. Zijdelings komen deze andere personages wel in het boek voor, maar een werkelijke rol spelen ze niet. Het verhaal van Jack McNulty staat geheel op zichzelf.

    Jack stelt zijn levensgeschiedenis op schrift in een huisje van hout en leem in Accra (Ghana), af en toe geteisterd door malaria, en lastiggevallen door de politie vanwege schimmige gebeurtenissen in het verleden. Het is 1957, en eigenlijk wil hij terug naar zijn geboorteland Ierland, maar hij wil eerst in het reine komen met de mislukkingen in zijn leven: zijn noodlottig verlopen huwelijk, de relatie met zijn dochters, zijn drank- en gokverslaving, en de gruwelen van de oorlog. Hij schrijft alles op, en zijn verhaal springt heen en weer tussen het heden in Afrika, en het verleden, in Ierland en overal elders op de wereld waar hij als ingenieur heeft gewerkt. Als officier in het Britse leger, en als echtgenoot van een vrouw uit een gegoed milieu, is hij tijdelijk een gentleman geweest, maar wat is daarvan gebleven?

    De andere hoofdpersoon uit het boek is Jacks vrouw, Mai, die hij in de loop der tijd heeft zien veranderen van een zelfverzekerde studente in een instabiele vrouw, gekweld door postnatale depressies en een toenemende alcoholverslaving. Het is vooral haar geschiedenis, en die van hun twee dochters Maggie en Ursula – over wie wellicht ook nog eens een roman of toneelstuk zal verschijnen – die dit verhaal tot een tragedie maakt.

    Barry’s stijl is bij vlagen adembenemend mooi. Zomaar een paar zinnen die het onderstrepen waard zijn:

    Waardoor raakt de ene ziel aan de andere gebonden? Heel vaak is het zoiets als een mening staande houden tegenover een wereld die haar probeert te weerleggen. 

    We praatten over niks, zoals mensen dat doen, totdat het niks op was.  (…) verleden, heden en toekomst in een warboel van oud licht (…) De vogels daar hadden een buitenlandse roep en de vissen droomden over farao’s en niet over koningen. 

    In één zin weet hij de hele geschiedenis samen te vatten: … er was niets anders meer in Gods schepping dan dat toekijkende kind en het geslagen kind en de verwoeste vrouw en de verbijsterde vader. (p166)

    Prachtig is ook de verwevenheid van het boek. Alle scènes en gebeurtenissen verwijzen op een of andere manier naar elkaar. Zo gaan Jack en Mai – op huwelijksreis in Dublin – naar een uitvoering van Dido en Aeneas. Niets is zo’n goede voorafschaduwing van Mai’s lot als Dido’s Klaagzang: When I am laid in earth, May my wrongs create, No trouble in thy breast – Remember me, but forget my fate. (En eigenlijk is het ook van toepassing op Jack zelf.)

    Het verhaal begint met een torpedo-aanval op het oorlogsschip dat Jack naar Afrika brengt, in 1940. In een zin van meer dan twee bladzijden wordt deze gebeurtenis invoelbaar gemaakt voor alle zintuigen, het is een fantastische opening. En tegelijk is het als opening misschien een truc, want in het geheel van het verhaal is deze ervaring maar een van de vele. Het stijlmiddel van de lange zin wordt bij een andere explosie – op een trainingslocatie voor het demonteren van explosieven – nogmaals toegepast, en zo worden ook deze gebeurtenissen aan elkaar gekoppeld.

    In de laatste hoofdstukken ziet Jack steeds meer overeenkomsten tussen Ierland en Afrika. Als je de hitte wegdenkt en die verdomde palmbomen en zwarte huiden, dan is het gewoon Ballymena in de regen, echt. (p207)

    Als Mai erachter komt dat Jack haar geld vergokt heeft, schrijft hij: Vernietigd zat ik daar, ook voor mezelf. (p116) Een zinsnede die vooruitwijst naar de gebeurtenissen rondom zijn oppasser in Accra, Tom Quaye, die voor hij kan terugkeren naar zijn vrouw, moet wederopstaan uit de dood.

    De tocht die de twee mannen maken naar het geboortedorp van Quaye, brengt Heart of Darkness van Joseph Conrad in herinnering, en verwijst naar de gewelddadigheid van het duistere continent dat symbool staat voor het duistere, gewelddadige innerlijk van de hoofdpersoon. Dit is een staaltje geweldige schrijfkunst: de hoofdpersoon is er zich niet van bewust, terwijl de lezer het wél oppikt.

    Elders rijst af en toe de vraag of het Jack McNulty is die aan het woord is, of Sebastian Barry. Er is bijvoorbeeld niets in Jacks leven of opleiding wat doet vermoeden dat hij regelmatig Cicero leest, en toch zegt hij ‘ik voelde me zoals Cicero zich misschien voelde …’ (p134)

    Af en toe is het té lyrisch, zoals wanneer hij een waanzinnige Mai redt, die naakt een sneeuwstorm ingelopen is: … verwonderde me nu ook over de totale witheid in de wereld, die alles niet alleen bedekte maar ook uitveegde, uitwiste, alsof ons hele verhaal weer tot een blanco bladzijde teruggebracht kon worden … (p200)

    De tijdelijke gentleman is een boek dat diepe indruk maakt, vooral door de gebeurtenissen, die onder de huid kruipen door de zintuiglijke taal. Het is een boek dat om herlezing vraagt, om de verweven structuur nog beter te doorgronden.

     

     

     

  • Recensie door: Martin Lok

    Recensie door: Martin Lok

    In zeventien dagen beklimt Lilly Dunne het verzamelde verdriet van haar leven. Om uit de hand van dat verdriet weer wat geluk te putten. Terwijl Lilly zich hieraan laaft, tekent ze haar levensverhaal op. Het verdeelde Ierland van het begin van de twintigste eeuw, de start van haar nieuwe leven in de Verenigde Staten in de crisisjaren, de mannen in haar leven en de oorlogen die zij vochten vloeien samen tot een ongelofelijke en toch alledaagse familiekroniek. Als Lilly op de top van haar verdriet is aangekomen plant ze er een vlag op en laat ze haar leven en verdriet in een vredige duisternis vervliegen.

    Op de eerste pagina breekt Lilly’s negenentachtig jarige hart ‘met een nietig, iel geluid’ als ze hoort dat haar kleinzoon Bill zelfmoord heeft gepleegd. Haar wereld staat stil en haar leven is over. Ze heeft een hekel aan schrijven, maar pakt nu de pen op om haar levensverhaal te boekstaven en het hart dat ze kwijt is weer te vinden. Ze geniet daarbij vooral van de dagelijkse tevredenheid die ze naar eigen zeggen ooit in de vingers had gehad. Zoals het geluk dat ze aantreft in ‘de oneindige subtiliteit van de bain-marie pan’.

    Met deze tevredenheid als houvast laat Lilly de mannen en daarmee het ongeluk in haar leven passeren. Allereerst haar vader, James Patrick Dunne, de latere commissaris van de Dublinse politie, en haar broer Willy Dunne, gestorven in de loopgraven van de eerste van de vier oorlogen die Lilly’s leven zouden bepalen. Vervolgens komen de herinneringen naar Tadg Bere naar boven. Vriend van Willy en Lilly’s verloofde aan het begin van haar volwassenheid.  Net als haar vader werkte Tadg voor de politie en streed hij tegen de Ierse nationalisten. Als de IRA Tadg en Lilly op hun dodenlijst plaatst vluchten ze naar de Verenigde Staten, het beloofde land. De start in het nieuwe land is echter verre van makkelijk. Maar als in Chicago de beloftes voor Tadg dan toch lijken te worden ingewilligd, blijkt zelfs de oversteek over de oceaan geen garantie voor geluk te zijn. Opnieuw vlucht Lilly, om elders in de Verenigde Staten datgene te vinden dat haar tot dan toe nog niet gegund is. In Cleveland ontmoet ze in de politieman Joe Kinderman haar tweede liefde, met wie ze uiteindelijk zal trouwen. Maar als Lilly zwanger is blijkt geluk voor haar niet te zijn weggelegd en verdwijnt haar echtgenoot spoorloos. Opnieuw staat Lilly er alleen voor. Ze vindt een baan en een stabieler leven als kokkin bij de welgestelde familie Wolohan. Maar ook dan blijven mannen het startpunt van nieuw ongeluk, al zijn het in deze fase van haar leven niet langer haar geliefden die het ongeluk brengen, maar haar zoon en kleinzoon. Het vertrek van haar zoon Ed naar Vietnam, de derde oorlog in haar leven, blijkt min of meer een afscheid voor altijd te zijn. Niet omdat hij sneuvelt, maar omdat zij na zijn terugkeer uit Vietnam in hem nooit meer haar zoon herkent. Net als zijn vader eerder had gedaan verdwijnt ook Ed uit haar leven. Maar hij geeft haar in haar kleinzoon nog wel het geluk van haar oude dag. Een geluk dat echter net als zijn voorgangers wordt gesmoord als Lilly ook haar kleinzoon Bill, weliswaar indirect, aan de oorlog verliest. Een verlies dat er één te veel is.

    Sebastian Barry heeft met zijn  In het beloofde land een aangrijpende familiegeschiedenis gecreëerd, waarin een ongelofelijk verhaal in de alledaagsheid van het leven geloofwaardig wordt. Met woorden die door hun eenvoud met nog meer kracht binnenkomen. Barry brengt zijn hoofdpersoon Lilly Dunne op ongekend broze wijze tot leven om haar vervolgens, net als de porseleinen pop uit haar jeugd, in de zeventien dagen tellende beklimming van haar verdriet, in gruzelementen te laten vallen. We leren Lilly daarbij in al haar eenzaamheid op ontroerende wijze kennen. ‘Tranen zijn beter wanneer je ze in je eentje huilt’, zo schrijft Lilly in haar levensverhaal. Het had haar motto kunnen zijn. Alle tegenslagen in het leven had de inmiddels negentachtigjarige Ierse vrouw in haar eentje verwerkt. Zo ook haar laatste tegenslag. De herinneringen troosten haar, maar brengen ook een nieuwe pijn. Het getuigt van de grote klasse van Barry dat het verwachte einde van zijn familiekroniek door een onverwachte ontknoping wordt overgenomen. Vlak voordat Lilly haar vlag op de top van haar verdriet plant blijkt haar leven tot haar laatste snik één vervlochten geschiedenis te zijn, waarbij het heden het verleden heeft ingehaald.

    Lilly zelf vond dat ze niet veel achterliet. Alles waaraan ze was gehecht had ze in een doos gedaan, maar ze verwachtte niet dat iemand daarin geïnteresseerd was. ‘Alles zal wel in zakken worden gedaan en bij het vuilnis worden gezet.’ Ik prijs me gelukkig dat Sebastian Barry daar een stokje voor stak.

    In het beloofde land

    Auteur: Sebastian Barry
    Vertaald door:  Johannes Jonkers
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido (2011)
    Aantal pagina’s: 268
    Prijs: €  18,95

     

     

  • Een indringende en gelaagde roman

    Een indringende en gelaagde roman

    Recensie door Rosalien Koster

    In 2002 verscheen Annie Dunne van de Ierse schrijver Sebastian Barry al in Engeland. Nu, pas acht jaar later, ligt dan ook eindelijk de Nederlandse vertaling in de boekhandel. Waarom dit zo lang heeft moeten duren? Geen idee. Aan de kwaliteiten van de schrijver heeft het in elk geval niet kunnen liggen. Want indringende en gelaagde romans als deze verschijnen maar zelden.

    Barry, tot tweemaal toe genomineerd voor de Man Booker Prize, begon zijn loopbaan als schrijver van toneelstukken. Een van zijn bekendste stukken, The Steward of Christendom, vertelt het verhaal van de loyalist en hoge politiefunctionaris Thomas Dunne die na de onafhankelijk van Ierland als een gebroken man zijn laatste dagen slijt in een inrichting.
    Via de hoofdpersoon Dunne, die min of meer dezelfde weg bewandelde als Barry’s overgrootvader James Dunne, wilde Barry een klein deel van de bewust vergeten Ierse geschiedenis opnieuw tot leven brengen en laten zien dat diezelfde geschiedenis niet zo zwart-wit is als men graag wil geloven.

    Waar het verhaal eindigt van Thomas Dunne, begint het verhaal van zijn dochter Annie, de oudtante van Barry. Deze Annie Dunne is aan het begin van de roman inmiddels een oude vrouw die terugkijkt op een weinig plezierig leven. Samen met haar nicht Sarah, eveneens een oude vrouw, woont ze in een oud en vervallen boerderijtje op het Ierse platteland. In een perfect op elkaar afgestemde harmonie doen de beide vrouwen wat ze moeten doen om de boerderij draaiende te houden. Het leven gaat zijn gangetje op de boerderij en Annie, moe en afgestompt door haar treurige verleden, verlangt niets anders meer dan haar laatste jaren door te brengen in de vertrouwdheid van dit bestaan.

    Maar de wereld buiten de boerderij is aan verandering onderhevig. De roerige jaren zestig staan voor de deur en de moderniteit doet ook langzaam zijn intrede op het platteland. Annie, opgegroeid in een andere tijd, ziet de veranderingen met lede ogen aan. De komst van haar achterneefje- en nichtje op de boerderij, twee stadskinderen, brengt het door Annie zorgvuldig in standgehouden evenwicht nog verder aan het wankelen.

    Uiteindelijk beseft ook Annie dat zij de voortschrijdende tijd niet kan tegenhouden.‘Het staat vast dat op een dag alles wat we kennen verdwenen zal zijn, net zoals mijn vaders wereld teloorging en nooit meer is herleefd. Dit erf in Kelsha, het kippenhok, de kalverenstal, de hooischuur, de paardenstal en de melkschuur, alles zal uiteindelijk met de grond gelijk worden gemaakt.’

    De vernietigende angst voor verandering die Annie in de greep houdt en haar met afgrijzen vervult, reflecteert niets anders dan haar vrees om in eenzaamheid te sterven. Alle kleine veranderingen doen haar beseffen dat haar leven ten einde loopt en de wereld zoals zij die kende aan het verdwijnen is. ‘De kinderen rennen de dorpswinkel in, de bel weerklinkt met een metalen klank over de ooit met steenslag verharde weg. Hierbinnen is tenminste niets veranderd. De potten met suikergoed hypnotiseren de kinderen nog steeds als ze uit school komen. Zelfs de nieuwkomers op de schappen, zoals het fabrieksbrood in zijn vetvrije verpakking, lijken inmiddels oude bekenden.’

    De vergankelijk neemt wat hij wil. Zoals ook de wereld die Barry beschrijft inmiddels niet meer bestaat. Toch weet hij deze wereld, waarin de boerenbevolking gebukt onder armoede en de onvoorspelbaarheid van de natuur het hoofd boven water probeert te houden, te laten herleven. Zonder een zweem van nostalgisch terugverlangen overigens, want Barry idealiseert nergens. Het leven is zoals het is. Ook voor Annie die steeds verder dreigt weg te glijden en de zorg voor de kinderen steeds minder goed aan kan.

    Een rampzalig einde lijkt dan ook onafwendbaar. De onderliggende spanning, die Barry zorgvuldig gedurende de gehele roman subtiel weet op te bouwen, is om te snijden. Want hoewel er ogenschijnlijk weinig gebeurt, broeit het onderhuids en hangt het naderend onheil als een zwaard van Damocles boven het verhaal.

    Behalve een intiem en gevoelig portret van een vrouw die worstelt met haar tekortkomingen en een zwaar verleden, is Annie Dunne net als The Steward of Christendom, ook een verhaal over de Ierse geschiedenis. Annie, als dochter van een loyalist en opgegroeid in Dublin in grotere rijkdom dan de gemiddelde Ier, ondervindt nog dagelijks de gevolgen van de keuzes die haar vader ooit maakte. De dorpsbewoners, allen van eenvoudige komaf, maken haar keer op keer op geraffineerde wijze duidelijk dat zij niet in hun midden thuishoort. Hoe hard Annie ook haar best doet.

    De lezer kan niet anders dan sympathie voelen voor deze oude vrouw die zichzelf staande probeert te houden in een vijandige wereld. Was het alleen maar omdat de emoties en gedachten die Annie heeft zo levensecht voorkomen. Maar Barry kan meer dan inleven in de personages alleen. Eveneens dwingt hij respect af door zijn dromerige en beeldende stijl waarin hij met veel oog voor detail het plattelandsleven en de omringende natuur weergeeft.
    Dat Annie Dunne niet eerder in het Nederlands is vertaald, is onbegrijpelijk.

    Annie Dunne

    Auteur: Sebastian Barry
    Vertaald door: Johannes Jonkers
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido
    Prijs: € 18,95