• Schrikkeljaar: een longlistwaardig debuut

    Schrikkeljaar: een longlistwaardig debuut

    Schrikkeljaar, het literaire debuut van de Nederlandse Anka Hashin (pseudoniem van Anya Saxby, 1980, Sovjetunie), is een verhalenbundel die indruk maakt. De zevenendertig korte verhalen van soms vier en nooit meer dan tien pagina’s elk beschrijven in een mooie schrijfstijl mistroostigheid, schoonheid, hogere machten, moord, doodslag, hoop, liefde en nostalgie. Wodka en een winterse sfeer zijn de vaste elementen.

    Rusland, de Russen en de Russische volksaard vormen het decor van bijna alle verhalen. Deze zijn gesitueerd op bekende en minder bekende maar overduidelijk Russische locaties zoals Jekaterinenburg of Viatichi, op plekken die in de Kaukasus of Oezbekistan blijken te liggen of in het uiterste noorden van Rusland, maar ook in naamloze plaatsen en dorpjes. De in 2000 verongelukte onderzeeboot Koersk wordt genoemd. En keizerlijk, tsaristisch Rusland is voor sommige personages iets om naar terug te verlangen. De protagonisten in de verhalen zijn in alles Russisch: er wordt eindeloos en eindeloos veel wodka gedronken en er is gelatenheid over leven en vriendschap: ‘Het is klatergoud al dat mensenvriendengedoe’. Voor de kenners van de Russische literatuur zijn in Schrikkeljaar kenmerken van stijl en thematiek van enkele grote Russische schrijvers herkenbaar, zoals Tjechovs minimalisme en zijn mooie natuurbeschrijvingen, Platonovs existentialisme en het absurdisme en de personificaties van Gogol.

    Menselijk

    Niets menselijks is de verhalen vreemd. In het titelverhaal Schrikkeljaar treurt Nikolai om zijn vier jaar eerder overleden vrouw Zinaida. Hij ziet haar voor zich, hoort haar stem in zijn hoofd, mist haar, denkt aan haar zoals ze werkte in de moestuin. ‘Nu was er alleen maar zout dat uit zijn ogen druppelde.’ Hij schenkt zich thuis nog een laatste slokje wodka in voor hij naar zijn kameraad Mishin gaat met wie hij een klusje voor een Moskoviet zal gaan opknappen in ruil voor een fles wodka. ‘Eerst geven ze je een fles wodka en daarna denken ze dat je aan de slag gaat.’ Het regent en onweert. Bij de wodka eten de mannen ‘wonderkomkommers’ uit Zinaida’s moestuin, die ondanks haar afwezigheid toch weer gegroeid zijn dit jaar.

    Deze melancholische sfeer met verrassende wendingen en de humor in de verhalen zijn sterke, terugkerende elementen. De eenzame arts Lev Petrovitsj ziet te laat in dat hij de vrouw van zijn dromen twintig jaar geleden misgelopen is uit angst voor verlies van vrijheid. Zijn verlate zoektocht naar een huwelijkskandidaat is even hilarisch als hopeloos en toch vindt hij Nadia weer. De vraag is dan of het niet te laat is.

    Meer nog dan melancholie tekent een diepere laag van absurdisme, angst, hallucinaties en verbeeldingskracht de verhalen. In Bokkenbende wordt een soort van rijdenderechterzaak behandeld met pratende bokken; in De allerslimste waart in het bos de rusteloze ziel van de daar omgekomen Fedka rond; de dienstplichtige Slavik uit het verhaal Dienstplichtige, die naar het gesticht gaat om de dienstplicht te ontlopen, wordt daar bevangen door waanzin; de rijke Nogai uit het verhaal In de bergen heeft zich na het verlies van zijn geliefde van een berg gestort en is een berggeest geworden. In het angstige en zoekende zijn, spelen soms gewetensvragen op zoals in De stem van het geweten waarin Scar, vers ontslagen uit de gevangenis, weer op dievenpad wordt gedwongen door zijn zwager die hij uiteindelijk weerstaat. Dimon uit het verhaal Judas heeft een vergelijkbaar probleem met zijn vriendengroep, een probleem dat hij vrolijk tackelt waarna de hele wereld aan zijn voeten ligt.

    Verlangen

    En dan is er het verlangen dat in veel verhalen vorm krijgt. ‘Je had zo’n vonkje in je ogen. Een zacht, helder licht, zoals van een vuurtoren, die het schip door de bruisende zee veilig naar de haven brengt.’ In Het Vonkje heeft de hond een niet-Russische naam en zijn de personages de naamloze ‘broer’ en ‘zus’. Zus komt acht jaar na haar emigratie weer eens bij haar broer langs ‘in het land van de oranje zonsondergangen’. Dat bezoek roept vele vragen bij haar op. ‘Waarom veroorzaakte die [emigratie] op het ene moment nostalgie, dan weer verlangen en op een ander moment zelfs het gevoel dat ze in een kooi zat?’ Als ze na de visite alweer een jaar thuis is, over het strand loopt en haar blik op de oude vuurtoren valt, doorklieft een felle lichtbundel het water. ‘Het vonkje, zus, gierde de wind.’ Ze pakt haar spullen en vertrekt.

    Ook de harpist uit het gelijknamige verhaal maakt zo’n soort keuze. Zijn familie heeft hem een mooie vrouw gevonden met wie hij oprecht blij en gelukkig is, maar toch verlaat hij na een jaar huis en haard. ‘Alleen de bergen en de wind waren getuige van de wedergeboorte van een gevoel waarvan de kracht door geen enkel aards tijdverdrijf kon worden overschaduwd.’ Vader Philip zegt in het verhaal Echo van geluk tegen zijn zoon Victor: ‘Volg je hart jongen. Het hart alleen luistert naar de echo […] van het ongrijpbare geluk.’ De keuzes lopen niet altijd goed af, zoals bij de kleine Ivan uit het verhaal De kapitein. Hij gaat eerst welwillend met zijn vader en diens nieuwe vrouw mee op de boot, maar stapt ’s nachts als ‘kapitein van zijn wil’ stiekem van boord om terug te gaan naar zijn moeder aan wal. Met een rugzak op gaat hij te water om naar huis te zwemmen. ‘Voor de zon opkwam was hij thuis’, meent hij.

    Intertekstualiteit en stijl

    Wat het lezen van de verhalen onder andere tot een feest maakt is de rijke variatie in vorm, de intertekstualiteit en de poëtische schrijfstijl. Er zijn verhalen geschreven als een sprookje of een parabel, in andere verhalen spelen elementen uit de klassieke mythologie, zoals de sirenen en muzen en Pegasus een rol, er zijn Bijbelse verwijzingen, Roman en Julka is een romantisch verhaal over een onmogelijke liefde. In De kapitein zette de kleine Ivan ‘zijn hand boven zijn ogen en tuurde attent naar voren, zoals alle kapiteins doen’, zoals in ieder geval de kleine kapitein uit Biegels gelijknamige klassieker doet. De schrijfstijl is per verhaal enigszins aangepast aan inhoud en vorm, maar overal poëtisch met bewuste of onbewuste verwijzingen naar klassiekers als ‘geen rozen zonder doornen’ en ‘de zon als een koperen ploert’ en originele beeldspraak bijvoorbeeld in ‘zijn rossige lokken [hingen] als verlepte wortels langs zijn oren.’ Sneeuw is in dit boek ‘kleffe smeltsneeuw’, ‘grauwe sneeuw’, ‘vage smeltende sneeuw’. De fraai verzorgde stijl vraagt om vertraagd lezen, wat ook geldt voor de niet-chronologische opbouw of irreële gebeurtenissen in sommige verhalen. Maar dat is bepaald geen straf.

    Overtuigende verhaalwerkelijkheid

    ‘Natalka was niet per se een schoonheid, maar ook geen lelijk wijf. Over haar soort zeiden de mannen hier: ‘Met een fles wodka lukt dat wel.’ Hoewel enkele hoofdpersonages als meisjes in een suikerwerkfabriek het lot rigoureus in eigen hand nemen, zoals Rita uit Tsjoerayeen en Yagaylo uit Torso van David, wordt er in deze bundel regelmatig denigrerend én seksistisch én stereotype over vrouwen gesproken en geschreven. Gelukkig heeft de sensibiliteitscommissie van de uitgever hierover geen oekaze uitgesproken. Dergelijke passages en uitspraken zijn overduidelijk niet provocerend of gewaagd noch verwerpelijk want beledigend, maar tonen een overtuigende verhaalwerkelijkheid. Ditzelfde geldt voor enkele verhalen waarin de man de sukkel is die zich als in een middeleeuwse klucht laat ringeloren door z’n vrouw, zoals in het verhaal Liefdespriesteressen.

    ‘Een vogel kun je niet bevelen. Een vogel is vrij om te vliegen naar waar die maar wil’ realiseert Gittinevyt, de moeder van Oetek zich. Haar enige zoon zal vanuit hun plekje op de toendra naar ‘de Grote Zembla’ vertrekken om daar naar kostschool te gaan. Ze is er erg verdrietig over, maar ook vervuld van grote hoop op zijn terugkeer. Zo eindigen meer verhalen hoopvol in droefenis. De realiteit poëtisch beschreven in verhalen die soms surreëel zijn, grimlachjes veroorzaken en van de lezer bij tijden een zoekende ziel maken: dit alles levert een debuutbundel op waarvoor alvast een plekje op de literaire longlists kan worden gereserveerd.

     

     

  • Oogst week 15 – 2023

    Onze voorouders ('I nostri antenati')

    Italo Calvino (Cuba, 1923) is één van die schrijvers die de oorlog niet slechts beschrijft vanaf de veilige zijlijn: tijdens de Tweede Wereldoorlog zit hij daadwerkelijk in het Italiaanse verzet. Na de val van Mussolini studeert Calvino literatuurwetenschappen in Turijn en sluit hij zich aan bij de Italiaanse communistische partij, die hij in 1957 weer verlaat. Ondertussen blijkt hij een productief schrijver. Nagenoeg alle romans die uit zijn pen vloeien, vallen op door magisch-realisme enerzijds en door een grote maatschappelijke betrokkenheid anderzijds. In 1960 verschijnt Calvino’s trilogie ‘I nostri antenati’, Onze voorouders.

    Pas in 1986, een jaar na Calvino’s heengaan, publiceert Bert Bakker eindelijk de Nederlandse vertaling. Heinrich Heine merkte niet voor niets ooit op: ‘In Holland passiert alles erst dreissig Jahren später.’ Het is een drieluik van Calvino’s vroegere novellen De gespleten burggraaf, De baron in de bomen en De ridder die niet bestond. Uitgeverij LJ Veen Klassiek geeft het nu opnieuw uit, na Calvino’s werken De onzichtbare steden, Als op een winternacht een reiziger en Waarom zou je de klassieken lezen? LJ Veen Klassiek wil Nederland laten ontdekken waarom het Calvino zou moeten lezen!

    Onze voorouders ('I nostri antenati')
    Auteur: Italo Calvino
    Uitgeverij: LJ Veen Klassiek

    Uitzicht van dichtbij

    In een artikel voor Vice schrijft Megan van Kessel (1989): ‘Ik ging na waarom het schrijven van mijn boek inmiddels al net zo lang duurt als het leven van een gezonde cavia.’ Deze plompverloren nuchterheid had zo uit de koker van Paulien Cornellisse kunnen komen. Het alledaagse dat tegelijk het bijzondere daarvan benadrukt, valt onder Nieuwrealisme. Van Kessels debuut, Uitzicht van dichtbij, maakt het leven op het platteland, moederschap en tuinieren tot iets uitzonderlijk gewoons. De wat paradoxale titel is behalve een uitzicht van dichtbij, eveneens een zeer lezenswaardige focus van veraf. Maar waarop?

    Bij het eerder aangehaalde stuk in Vice schampert Van Kessel over haar eigen werk: ‘… wat ik op papier zette [was] niet veel spannender dan een gemiddelde gebruiksaanwijzing van aspirine.’ Op deze zelfkritiek valt een hoop af te dingen. Talloze auteurs gingen haar voor in het schrijven over banaliteiten. Het kan haast niet anders of Van Kessel is een begenadigde stilist. Het medium Papieren helden omschrijft haar werkethiek als volgt: ‘Toen ze moeder werd en nooit meer tijd had, ging het beter met schrijven.’ Dit heeft dus geleid tot Uitzicht van dichtbij. Het wordt hoog tijd de schrijfkunsten van de Waalse van dichtbij te bewonderen.

    Uitzicht van dichtbij
    Auteur: Megan van Kessel
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Schrikkeljaar

    Als de titel van Anka Hashins literaire debuut, Schrikkeljaar, een voorbode is voor haar productiviteit, zitten we voorlopig geramd. In dit boek geeft Hashin (1980) volgens de Oost-Europese traditie en tóch in geheel eigen stijl een kleurrijk beeld van haar inmiddels niet meer bestaande vaderland: de Sovjet-Unie. De nostalgie voor haar geboortegrond gaat wel wat dieper dan de ‘industrieel-dus-gaaf-lampje’-fabriekshallenromantiek. Hashin is naast auteur beeldend kunstenares. Ze interesseert zich bovenmatig voor het spanningsveld tussen het vergane en het moderne, conservering en verwaarlozing.

    Volgens Uitgeverij Vrijdag is Schrikkeljaar een verhalenbundel die de grens tussen mens, dier en andere schepsels vervaagt. Het motto bij één van Hashins verhalen komt van Günter Grass: ‘De vogelverschrikker is gemaakt om op de mens te lijken.’ Weliswaar niet als een vogelverschrikker, maar als een piloot in alwetend perspectief beziet Hashin de teloorgang van de Sovjetrepubliek. Het literaire maandblad waarvoor Hashin schrijft, Znamya, betekent bovendien ‘spandoek’. Daarom zou Schrikkeljaar weleens de perfecte luchtreclame kunnen zijn voor de eersteling van Anka Hashin.

    Schrikkeljaar
    Auteur: Anka Hashin
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag