• Oogst week 10 – 2023

    Moeder en pen

    Moeder en pen is het derde deel van de dagboeken van Mensje van Keulen. Eerder verschenen in 2006 Alle dagen laat (uit 1976) en in 2018 Neerslag van een huwelijk (uit de jaren 1977-1979). Dit derde deel bestrijkt de periode 1979-1983. Het huwelijk van Mensje van Keulen staat op springen omdat haar man L vreemd gaat en zich totaal niet bemoeit met de opvoeding van zoontje Aldo. Hoe de verhoudingen liggen blijkt uit deze passage: ‘Ik mag dan geen waarde hechten aan dromen, de droom die me vannacht kwam plagen blijft rondspoken. Van Aldo’s schedeltje zou een plakje worden gehakt. Het was iets wat moest, zoals amandelen knippen. Ik smeekte een dokter het te doen, bang dat L er te veel vanaf zou hakken. De dokter hakte er te weinig af en moest nog eens hakken. Ik snikte het uit.
    Gisteren, toen we weer thuis waren, hield ik het niet meer. Een monoloog, een huilbui. Het quasi-gezellige kaartenhuis stortte in. Weer dat hij geen kinderen wilde, dat ik dat had moeten respecteren en omdat ik dat niet had gedaan was daar zijn ontrouw uit voortgekomen. De verwijten over en weer, de wrede, vernederende woorden. Mijn hoofd bonkte steeds harder. Ik schold hem uit zonder nog naar hem te kijken, zag mijn tranen druppen op mijn pizza.
    Hij ging weg, zogenaamd naar een verjaardag, hij zal de fruitboom bedoeld hebben, al heeft hij het niet meer over haar gehad’.

    Moeder en pen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult terugkeren naar Ragión

    De Spaanse schrijver Juan Benet (1927-1993) is in Nederland nauwelijks bekend. Er kwam alleen werk van hem uit bij uitgevers als IJzer en Kievenaar, die zich toeleggen op (her)uitgaven van literatuur die meer aandacht verdient dan ze ooit kreeg. Zo konden Nederlandse lezers in 2007 kennis maken met In de schemer en in 2021 met de novellen Een graf en Numa, een legende. In 2002 verscheen bij de nog kleinere uitgever De Leguaan (met speciale aandacht voor Spaanse literatuur) ook nog Dertien en een halve fabel en fabel veertien. Het is nu tijd voor een omvangrijker werk, zijn roman Je zult terugkeren naar Región, die dateert uit 1968. Het is een lastige roman omdat het als het ware aan de lezer wordt overgelaten om te bedenken wat het verhaal (en de waarheid ervan) nu eigenlijk is. Als hulp daarbij is een essay opgenomen van vertaler Vanderzee. Toen vertaler Spaans Maarten Steenmeijer de verschijning van dit boek vorig jaar in de Volkskrant aankondigde wees hij er op dat Faulkner Benets grote voorbeeld was. Die voerde de wereld niet op als ‘overzichtelijk en hapklaar, maar als een veelstemmige ervaring. Een ervaring die vanwege de complexiteit van de werkelijkheid én vanwege het menselijk onvermogen haar te doorgronden niet anders dan ondoorzichtig, labyrintisch en mysterieus kan zijn. De werkelijke werkelijkheid is, aldus Benet, een mysterie’.

    Je zult terugkeren naar Ragión
    Auteur: Juan Benet
    Uitgeverij: Kievenaar

    Scherven

    Heel wat bekender in Nederland is Bret Easton Ellis, zeker na zijn bestseller American Psycho uit 1991, dat in 2000 ook als verfilming succesvol was. Daarin werd de wereld beschreven vanuit de yup en seriemoordenaar Patrick Bateman. Geen seriemoorden in Scherven (in het Engels The Shards), zijn eerste roman na een stilte van dertien jaar. Het is een autofictioneel verslag van Ellis’laatste jaar op de Buckley highschool in Los Angeles in 1981. Het idee voor het boek drong zich al twintig jaar eerder aan Ellis op toen zijn herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen die hem en zijn vrienden op Buckley zich zozeer opdrongen dat hij er wakker van lag. Hij kon er toen echter, wonend in New York, geen vorm voor vinden en drukte alles weg. Toen hij twintig jaar later terugkeerde naar Los Angeles en vond dat hij het aan moest kunnen, kreeg hij een angstaanval: ‘De angstaanval, en de mislukking, vonden plaats precies op het moment dat ik over de Treiler wilde schrijven, een seriemoordenaar die in het late voorjaar van 1980 de San Fernando Valley onveilig begon te maken en zich daarna, in de zomer van 1981, nog heftiger liet gelden, en die angstaanjagend genoeg op een of andere manier met ons verbonden leek – en ik werd op de avond dat ik aantekeningen begon te maken overspoeld door zo’n enorme golf van stress dat ik letterlijk kreunde van angst bij de herinneringen, de tequila die ik achterovergeslagen had weer uitkotste en op de grond in elkaar stortte’. Dat was in 2006. De angstaanval bleek alles te maken te hebben met de belevenissen in 1981. In 2020 klopte het boek opnieuw bij hem aan: ‘Ik moest het boek schrijven, ik moest ophelderen wat er gebeurd was – eindelijk was het tijd’.

    Scherven
    Auteur: Bret Easton Ellis
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Over de pijnlijke kanten van de liefde

    Over de pijnlijke kanten van de liefde

    Er is over geen onderwerp vaker geschreven dan de liefde. Je moet als schrijver of dichter van goeden huize komen om aan al het geschrevene wat toe te voegen. Liefde is het hoofdthema van de Portugese dichteres Maria do Rosário Pedreira. Ze publiceerde tot nu toe drie dichtbundels en een dichtbundel met eerder afzonderlijk verschenen gedichten. Vertaler Harrie Lemmens maakte hier voor deze bloemlezing een keuze uit die in 2020 verscheen onder de titel Scherven. Het betreft een tweetalige editie, die smaakvol is vormgegeven. Do Rosário Pedreira (1959) studeerde letteren, gaf een paar jaar les op een middelbare school en werkt op de afdeling fictie van één van de grootste boekenconcerns van Portugal, Leya. Ze schrijft haar hele leven al gedichten, maar publiceerde vrij laat. Lemmens schrijft in zijn nawoord dat ze door haar collega-uitgevers werd overgehaald om gedichten in te zenden voor een prijsvraag, die ze won. De eerste prijs was een uitgave in boekvorm. Het kenmerkt haar bescheidenheid die je terugziet in het ingetogen karakter van de gedichten. 

    Narratief karakter

    In de vijfendertig opgenomen gedichten komen verschillende facetten van de liefde aan bod en dan vooral de pijnlijke kanten ervan: de hunkering naar de ander, de verlatingsangst en het gemis. De gedichten hebben een narratief karakter. Hoewel ze zijn ingedeeld in strofes lopen de zinnen vaak door op de volgende regel. Het is makkelijk verstaanbare poëzie met een grote ritmische kwaliteit.  Do Rosário Pedreira is duidelijk gepokt en gemazeld in de literatuur. Menig overbekend romantisch thema komt voorbij, maar tegelijkertijd weet de dichteres goedkoop sentiment te vermijden. Dat doet ze door het hanteren van een heel persoonlijke, aardse stijl. Naast de verheven en subtiele gevoelens zet ze de nuchtere feiten van de alledaagse werkelijkheid:

    ‘De wind zegt dat het hoogtij vannacht niet slaapt.
     Ik wacht bang op je terugkeer: de golven hebben
     het kleinste strand al opgeslokt en algen gemorst
     in de bloempotten op het balkon. En naar het heet
     herbergden de pleinen in de stad vanmiddag tientallen
     meeuwen die pikkend achter de duiven aan zaten.’

    Verder zijn de Portugese saudade en fado sterk aanwezig – Do Rosário Pedreira schrijft ook liedteksten voor onder andere fadozangeres Ana Moura. De regels ademen gevoelens van heimwee en verlangen; het noodlot (fatum) ligt altijd op de loer:

    ‘Het was de slaapkamer van geen van ons,
     maar we keerden er telkens naar terug met de haast
     van wie hunkert naar de oude warme geuren van het
     bekende huis; van wie hoopt dat iemand op hem wacht.

     ik vermoedde echter dat ik het niet was op wie je wachtte:
     en ik vroeg je om een extra deken in plaats van om je arm.’

    Deze regels weerspiegelen zowel het verlangen naar de geborgenheid van de liefde – gesymboliseerd door ‘oude warme geuren’ en ‘het bekende huis’ – als het verraad dat op de loer ligt. Deze tegenstelling komt meerdere malen terug. 

    Persoonlijke en eeuwige

    Behalve in besloten huizen en kamers – decors van geluk en eenzaamheid – spelen haar gedichten zich ook vaak in de natuur af: op het strand, aan zee. Het persoonlijke en het eeuwige vallen dan mooi samen:

    ‘We hielden allebei van de kliffen, de uitgesneden rotsen,
     het grillige verloop van het voorgebergte; alle plekken die
     net als eilanden afgesleten worden door de wind en de zee.

     Er hing die nacht geen mist. Er was alleen het doffe licht
     van een vuurtoren dat de sterren tergend doofde. Je zei
     bijna niets om geen overdonderende innerlijke stilte
     te schenden. En je streelde voor het eerst mijn borsten
     alsof je daar voor altijd bang voor zou zijn.

     Je verliet het strand zodra de eerste visser kwam:
     de eerste lantaarn,
     het eerste net.’

    Do Rosário Pedreira weet de teerheid en kwetsbaarheid van de liefde heel precies te beschrijven. De tijd die erdoor verdwijnt of ondraaglijk lang wordt. Het geluk kan zo weer voorbij zijn. Door de orginaliteit en authenticiteit komen de gedichten fris en nieuw over. Het zijn de trefzekere beschrijvingen van gevoelens en de precieze keuze van haar beelden, die de gedichten schoonheid verlenen. 

    ‘Nu is het lichaam meer een boot die losraakt.
     Eerst varen de ogen en de angsten erin weg.
     Pas daarna geeft het vlees van de vingers, op
     drift, de golven van die zee hun smaak.’

    Spiegels en scherven

    De zomer speelt in de zinnelijke gedichten een belangrijke rol. Het jaargetij waarin de zintuigen het meest bediend worden. Ze roepen de typisch mediterrane sfeer op van lome warmte en genot. De volgende regels zullen voor lezers heel herkenbaar zijn: 

    ‘De zomer maakt mijn ogen trager boven de boeken.
     De middagen herhalen zich op het terras, waar de woorden
     kleine geheugenplekken zijn. Ik ben gescheiden van de
     anderen door de tijd tussen deze regels – ver van huis
     heb ik dromen die ik niemand vertel […]’

    Het is niet vreemd dat boeken in de gedichten van deze beroepslezeres en uitgeefster een belangrijke rol spelen. Ook andere elementen komen meerdere malen in de gedichten terug en geven eenheid aan haar poëzie: spiegels die de pijn weerkaatsen, aan scherven vallen (zie de titel van deze verzamelbundel), schaduwen, wonden, kamers, kleding, boten. De herinnering, die de liefde vaak is geworden, is een belangrijk motief. Ook de dood komt in enkele gedichten aan bod: geen gemis pijnlijker dan door de dood. De taal is daar kaler dan ooit: ‘Ik voel/de pijn op de herinnering aan/jouw lichaam in het bed liggen dat/open is gebleven als een wond. En/zonder reden herhaal ik voortdurend/met mijn vermoeide lippen die naam/die ik nog altijd bij haast alles mis.’

    Het blijft moeilijk om liefdesgevoelens in gedichten te vangen, zegt Do Rosário Pedreira ergens: ‘Mijn liefde past niet in een gedicht – er zijn van die dingen / die zich niet overgeven aan de geometrie van deze wereld; / ze zijn als de delen van een geheel die niet bij elkaar passen / of slaapkamers die niet worden ingevuld door de gebaren.’ Toch slaagt zij er hier glansrijk in. De herkenbare thematiek en de persoonlijke toon maken haar poëzie sympathiek. Vertaler Harrie Lemmens heeft haar precieze taal even trefzeker in het Nederlands omgezet.