• Oogst week 8 – 2024

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog

    Bij uitgeverij Murrow (onderdeel van Uitgeverij Overamstel) is eind 2023 Neem mijn verdriet weg verschenen. Op de website van deze uitgeverij staat geschreven dat Murrow ‘staat voor goede verhalen. Voor bijzondere journalistiek. Voor non-fictie die ertoe doet. Daarom specialiseert de uitgeverij zich in boeken van geëngageerde auteurs die een verhelderend en noodzakelijk venster op de wereld bieden. Die een onderwerp vol passie op de kaart durven te zetten.’

    Neem mijn verdriet weg past naadloos in die beschrijving. De onafhankelijke Russsische journaliste en documentairemaker Katerina Gordejeva verliet Moskou in 2014 uit protest tegen de annexatie van de Krim door Rusland. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 is ze in gesprek met talloze gevluchte Oekraïers, veelal vrouwen, in zowel Rusland, Oekraïne en Europa om hun verhalen op te tekenen. In eerste instantie om een documentaire te maken, maar het mondde uit in het spraakmakende boek Neem mijn verdriet weg, met als ondertitel ‘Stemmen uit de oorlog’. Het is het verslag van groot verdriet, frustratie, pijn en haat.

    Gordejeva schrijft in haar voorwoord:’ De oorlog eiste levens en slingerde ons allemaal in een eindeloze spiraal van haat, maar stap voor stap lukte het me een weg te vinden door het meest hopeloze, onvergeeflijke en fatale. Ik weet hoe zwaar het af en toe was voor de protagonisten van dit boek om af te spreken en te vertellen. Soms was het problematisch om juist met mij te praten. Maar iedere keer vonden die buitengewonde mensen de kracht in zichzelf. En we hielden gesprekken.’

    Neem mijn verdriet weg is al in verschillende landen verschenen. Het is ook al voor de Russische markt geredigeerd, maar, zo schrijft Gordejeva: ‘Niet één uitgeverij in Rusland durft het aan dit boek te accepteren en te drukken.’

    Katerina Gordejeva woont momenteel in Letland, heeft een eigen YouTube-kanaal met veel volgers en is door Rusland tot ‘buitenlands agent’ verklaard.

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog
    Auteur: Katerina Gordejeva
    Uitgeverij: Uitgeverij Murrow (2023)

    Veertien dagen

    Zesendertig Amerikaanse en Canadese schrijvers kropen in de huid van evenzovele personages. De schrijvers zijn heel verschillend: beroemd, niet beroemd, oud of jong, schrijvers van thrillers en van literaire fictie. Hun personages treffen elkaar op een dak van een bouwvallig flatgebouw in Manhattan in de Lower East Side. Daar vertellen ze elkaar verhalen. De conciërge van het gebouw ontdekt het dak als eerste, maar gaandeweg wordt het steeds drukker daar bovenop een gebouw in New York. Het is voor de bewoners de enige manier om te ontvluchten uit het letterlijk dodende klimaat beneden op straat. Het is maart 2020 en de sterftecijfers van corona in New York zijn huizenhoog. Twee weken lang zitten ze daar elke avond om de tijd te doden.

    Veertien dagen is een een geconstrueerd boek, een soort raamvertelling. Het is geschreven op initiatief van de Amerikaanse schrijversorganisatie Authors Guild Foundation. Schrijfster Margaret Atwood en oud-Authors Guildvoorzitter Doug Preston houden de rode draad in het oog en zijn als het ware de architecten van het verhaal.

    Veertien dagen
    Auteur: Margaret Atwood, Emma Donoghue, Dave Eggers e.a.
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers

    Spiegeldagen

    Spiegeldagen is de tweede roman van Mark Stokmans, die voor zijn debuut Land van echo’s bekroond werd met de Nederlandse Boekhandelsprijs 2023. Hoofdpersoon in Land van Echo’s is de Nederlander Herman Kruijssen. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog aan de kant van de Duitser en kan daarna niet meer terug naar Nederland. Hij komt na omzwervngen door Europa in 1929 in Zuid-Spanje terecht en voelt zich daar thuis. Als de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt moet hij (weer) partij kiezen.

    In Spiegeldagen maken we kennis met de kleinzoon van Herman, Ruben Kruijssen die naar Spanje afreist om het familiehuis aldaar te verkopen. Hij kent het daar goed, hij is er in zijn jeugd vaak op bezoek geweest.
    Hij wordt geconfronteerd met allerlei vragen over de geschiedenis van zijn grootouders: wat was de rol van zijn grootvader in de Spaanse Burgeroorlog, waarom is zijn grootmoeder verdwenen?

    Spiegeldagen is een roman over geschiedenis, liefde, landschap en generaties. Over kiezen en herinneren. Over zwart, wit en grijs. Over conflicten uit het verleden die tot op de dag van vandaag van invloed zijn op de Spaanse maatschappij.

     

    Spiegeldagen
    Auteur: Mark Stokmans
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo|Anthos
  • ‘Weg met de boeven en dieven aan de macht’

    ‘Weg met de boeven en dieven aan de macht’

    Marc Jansen laat in De toekomst die nooit kwam zien wat de kracht is van schrijven vanuit een duidelijke visie op – en probleemstelling bij een beoogd onderwerp, in dit geval de geschiedenis van de Sovjet-Unie en zijn opvolger het huidige Rusland. Hij ontsnapt zo aan een wijdlopig chronologisch overzicht. In een sobere schrijfstijl zet hij beknopt uiteen voor welke problemen het land op dit moment staat als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die het in de twintigste eeuw heeft doorgemaakt. Dit kan alleen als de schrijver gepokt en gemazeld is in de materie die hem voor ogen staat. Welnu, dat is inderdaad het geval.

    Tuinieren

    Zoals de titel aangeeft, sluit Jansen aan bij de belofte van een beter leven, een betere wereld die de Russische Revolutie volgens haar aanhangers zou moeten brengen. Trotski zei in de lente van 1918: ‘Wij gaan hier, in deze wereld, het paradijs bouwen, voor iedereen, voor onze kinderen en kleinkinderen voor altijd’. Dit grenzeloze idealisme is kenmerkend voor die tijd en lijkt wel een laatste stuiptrekking van het 19e-eeuwse positivisme. Sjeng Scheijen gaat hier omstandig op in in zijn nieuwste boek De avantgardisten. Dit optimisme is overigens niet alleen kenmerkend voor Russische revolutionairen. Ook in andere landen vond de Revolutie onder intellectuelen en arbeiders veel weerklank. Stalin echter bleek al snel wat praktischer: ‘Bij het bouwen van dit schitterende paleis van de toekomst moest wel goed worden opgelet. Tussen zijn stenen kon onkruid de kop opsteken, dat diende te worden gewied.’ Hoe dat ‘wieden’ in zijn werk is gegaan, maakt het vervolg van het boek duidelijk. Dat ‘wieden’ blijkt overigens niet alleen het voorrecht te zijn geweest van Stalin, maar is onlosmakelijk verbonden met de Revolutie en al haar protagonisten. Stalin was wel de beste tuinier en Lenin zijn uiterst bekwame leermeester.

    Een schrijnend voorbeeld van die terreur, bij het lezen waarvan je bijkans de tranen in de ogen springen, geeft Jansen aan de hand van zijn beschrijving van de laatste jaren van Varlam Sjalamov, schrijver van zo’n 150 indrukwekkende verhalen over zijn meer dan twintigjarige verblijf in de kampen van Kolyma:

    ‘De drie slotjaren van zijn leven bracht hij door in een armetierig bejaardenhuis in een buitenwijk van Moskou. Op zijn kamer had hij de kampwereld nagebootst en pakte hij ook de bijbehorende gewoonten weer op. Het eten dat zijn bezoekers meebrachten at hij schielijk op, wat overbleef verstopte hij onder zijn hoofdkussen. Hij vroeg hen zelfs inkopen te doen in de kampwinkel.’

    Solzjenitsyn of Memorial

    Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie komt de vraag naar boven of de Revolutie onontkoombaar was en hoe het mogelijk is geweest dat het land daardoor in het ongerede is geraakt. Over de onontkoombaarheid daarvan blijkt verschillend geoordeeld te worden. Dat Rusland aan het begin van de twintigste eeuw aan de vooravond stond van grote veranderingen, daarover is iedereen het eens. Maar of dit noodzakelijkerwijs tot de Revolutie heeft geleid, wordt betwist. Populair blijkt de zienswijze van Solzjenitsyn dat Rusland het slachtoffer is van een ‘progressieve ideologie die aan het eind van de negentiende eeuw vanuit het Westen op Rusland afvloog’: Moedertje Rusland kapotgemaakt door Westerse intellectuele denkbeelden.

    Jansen wijst erop dat dit soort denken een kritische kijk op het eigen verleden in de weg staat, een kritische zelfreflectie die onontbeerlijk is om in het reine te komen met het verleden en vooruit te kunnen kijken. Ten tijde van de glasnost kwam het tot enkele pogingen om werk te maken van die kritische zelfreflectie. Vooral Memorial, een instelling die zich bezighoudt met onderzoek naar het Sovjetverleden, speelt hierin een hoofdrol: ‘Maar het verleden leeft voort in het heden, daarom is Memorial een politieke beweging, want de dag van vandaag heeft niet afgerekend met de dag van gisteren’. Juist deze politieke lading leidt ertoe dat Memorial, en in haar kielzog alle onafhankelijke media, onder Poetin steeds meer aan banden gelegd worden.

    Patriottische canon

    Kenmerkend voor het beleid van Poetin is, wat Jansen noemt, ‘de patriottische canon van het Grote Rusland: een glorieuze geschiedenis, niet onderbroken door een storende revolutie’, waarvan de wortels liggen in het Westen. Vandaar het ogenschijnlijk tegenstrijdige fenomeen dat zowel tsaar Nicolaas II, inmiddels heiligverklaard door de Russisch orthodoxe kerk, als Stalin kunnen rekenen op de nodige populariteit. Ondanks zijn fouten geldt Stalin toch als de man die Rusland het industriële tijdperk heeft binnen geloodst en het fascistische Duitsland heeft verslagen in wat is gaan heten ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’. Zijn pact met Hitler, zijn falen in de voorbereiding op de oorlog en zijn oorlogsmisdaden – bijvoorbeeld de moord op de Poolse officieren in april/mei 1940 – worden daarbij gemakshalve vergeten. Een peiling uit het najaar van 2018 wijst uit dat vierenzeventig procent van de Russische jongeren van achttien tot vierentwintig jaar nog nooit heeft gehoord van de repressies onder Stalin.

    Veel hooggeplaatste Russen zijn het moe altijd maar weer die narigheid over de Sovjettijd te moeten aanhoren. ‘We moeten begrijpen’, aldus zo’n hooggeplaatste, dat we een grote natie zijn, een groot volk. Miljoenen mensen hebben hun leven gegeven voor de Sovjet-Unie, hele generaties hebben deze staat opgebouwd, en we kunnen dat niet doorstrepen, zwartmaken en er tegenaan trappen’. Dit botst met de verlangens naar gerechtigheid van vele slachtoffers van de terreur en hun nazaten, met de nog altijd voortdurende terreur tegen hele volksstammen, waarvoor het bewind van Poetins zetbaas in Tsjetsjenië, Ramzan Kadyrov, als exemplarisch kan gelden.

    Poetin bedankt

    Jansen maakt in zijn boek duidelijk dat de spanningen in het Rusland van Poetin steeds groter worden en dat de huidige machthebbers geen enkel idee hebben over de toekomst. Het land lijkt af te stevenen op een nieuwe omwenteling. De oppositie rond figuren als Alexej Navalny lijkt sterker te worden, maar aan de andere kant kan Poetin rekenen op steun van veel gedesillusioneerde mensen die niet zozeer hopen op een betere toekomst als wel op een niet slechtere: ‘Dat mensen niet worden vermoord of zonder reden gevangengezet, dat salarissen worden uitbetaald, dat de winkelschappen vol liggen: dat is pas geweldig. Poetin, bedankt daarvoor.’ De toekomst die nooit kwam, een mooie titel voor een goed boek. 

     

    De titel boven deze recensie is een citaat van Alexej Navalny

     

  • Zomerlezen – Fijne boeken

    De avant-gardisten

    Voor kunstliefhebbers en geïnteresseerden in de geschiedenis van de Sovjet-Unie is een nieuw boek van Sjeng Scheijen een absoluut feest, zeker na het succes van zijn biografie uit 2009 over Sergej Diaghilev, de oprichter van het vermaarde Ballets Russes. Kunstenaars als Diaghilev, zijn compaan Alexander Benois en de schilder Kandinsky waren verfijnde lieden, zelfbewust en goed opgeleid en, in de tsarentijd, bekend met hofkringen, terwijl Malevitsj en Tatlin, de twee iconen van de Russische avant-garde waaromheen het nieuwe boek van Sjeng Scheijen, De avant-gardisten 1917-1935, is opgebouwd, van veel eenvoudiger komaf zijn.

    Malevitsj was een autodidact, een begenadigd vertolker van zijn eigen ideeën, hoewel niet altijd door iedereen goed begrepen. Malevitsj is een charismatische man die echt school maakt. Vrijwel alle avant-gardekunstenaars van zijn tijd zijn beïnvloed door Malevitsj. Tatlin is de meer ingetogen eenling, die zich tracht te onttrekken aan de al te aanwezige Malevitsj. Tatlin houdt er ook andere artistieke opvattingen op na. Hij houdt zich vooral bezig met conceptuele kunst, met het maken van mechanische constructies, maar ook gebruikskunst als ontwerpen van bedrijfskleding en stoelen.

    Sjeng Scheijen slaagt erin de artistieke wereld van de avant-garde op weergaloze wijze tot leven te brengen dankzij gedegen onderzoek op basis van uniek bronmateriaal.

     

     

    De avant-gardisten
    Auteur: Sjeng Scheijen
    Uitgeverij: Prometheus

    De toekomst die nooit kwam

    Hoe een communistische droom van een nieuwe wereld en de nieuwe mens in duigen valt en ontaardt in terreur wordt beschreven door Marc Jansen in De toekomst die nooit kwam, Een geschiedenis van Oekraïne. De vraag die hem bezighoudt is: ‘Welke toekomst heeft Rusland onder Poetin?’ Tot nog toe zijn de Russen niet in staat gebleken hun eigen revolutionaire verleden onder ogen te zien en rekenschap te vragen aan de verantwoordelijke mensen. Hoewel het duidelijk is onder wat voor schrikbewind de Russen ten tijde van Lenin en Stalin geleefd hebben staan Lenin en Stalin nog steeds in hoog aanzien. Er is zelfs sprake van een zekere Stalin-revival. Poetin laveert tussen de neo-stalinisten in zijn land en de aanhangers van de Russisch orthodoxe kerk, terwijl hij zelf steeds meer verwikkeld raakt in de netten van corrupte oligarchen. Kinderen krijgen op school les over de heldenrol van de Russische soldaten in de Grote Vaderlandse Oorlog tegen Nazi-Duitsland en de grote oorlogsleider Stalin, maar horen niets over het pact dat Stalin sloot met Hitler om Polen te verdelen en de Baltische staten in te lijfen, niets over de terreur van Stalin en de blunders in de voorbereiding op de oorlog, laat staan over de holodomor in de Oekraïne, de bewust door de communisten gecreëerde hongersnood in de jaren dertig waarover Marc Jansen eerder in zijn boek Grensland, een geschiedenis van Oekraïne heeft bericht. Er wordt een mythe in stand gehouden op basis van nepnieuws en geschiedvervalsing, maar voor hoe lang nog?

    In dit verband is het aardig om het boek Kuifje in de Sovjet-Unie te herlezen. Het boek blijkt een groter waarheidsgehalte te bevatten dan menigeen in de tijd van verschijnen voor mogelijk hield.

     

    De toekomst die nooit kwam
    Auteur: Marc Jansen
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Een bijna volmaakte vriendschap

    Dit prachtige kleinood verdient het om nogmaals onder de aandacht gebracht te worden.  Zelden heb ik zo’n beklemmend boek gelezen, dat bepaald niet zonder humor is. Juist daarom wordt je er in meegezogen. De setting is vervreemdend, bijna een toneelstuk van Pinter. Jongeman zit op een bankje in een park tegenover kantoorklerk van middelbare leeftijd. Op vaste dagen zitten zij daar. Ze merken elkaar op. Ze maken contact. Er komt een gesprek. Ze gaan op dezelfde bank zitten. Het gesprek wordt intiemer. Er ontstaat een band. Wat is dat? Is dat vriendschap, liefde? Is dat wat je aan het leven bindt? Elke zin in dit boek is raak en betekenisvol. Het boek stijgt boven het verhaal uit. Het boek gaat uiteindelijk over jou, de lezer. Voor een recensie van dit boek verwijs ik graag naar Anky Mulders op Literair Nederland.

    Een bijna volmaakte vriendschap
    Auteur: Milena Michiko Flasar
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Stille haakjes, onzichtbare tandjes

    Stille haakjes, onzichtbare tandjes

    Als je de plot vluchtig samenvat, lijkt Maria Stepnova’s jongste geesteskind Italiaanse les zo op het eerste gezicht wel een sentimentele keukenmeidenroman: Russische dokter verlaat zijn echtgenote voor een mooie, mysterieuze jongedame, volgt haar naar Italië, maakt daar kennis met de geneugten des levens, maar dan – stel je voor – gaat het toch nog mis. We zouden Stepnova (1971) echter tekortdoen door dit boek weg te zetten als Bouquetreekskitsch, want deze Russische staat hoog aangeschreven in de hedendaagse Russische literatuur en Italiaanse les is wel degelijk gelaagder en complexer dan vermoed.

    Hoofdpersoon van dit boek is Ogarjov Ivan Sergejevitsj, die zoals wel meer personages van Stepnova (zie bijvoorbeeld ook De vrouwen van Lazarus, het boek waarmee ze internationaal doorbrak) tijdens zijn leven de val van de Sovjet-Unie meemaakte. Als kind moet hij het stellen met ‘het beproefde, ascetische instrumentarium van een Sovjetjeugd’. In de grauwe huurkazernes heerst aan alles tekort:

    Het kleingeld werd eerst lange tijd opgespaard in een bruin blik van Indische koffie, met een droeve, boezemrijke hoeri op de zijkant. Duur. Iemand had eens getrakteerd. Het werd op grote feestdagen gedronken, met delicate toevoeging van gecondenseerde melk.

    Ogarjov wordt liefdeloos opgevoed (‘Moeder strafte hem nooit, maar net als vader prees ze hem ook nooit’) in een deprimerende Moskouse buitenwijk, overigens virtuoos beschreven door Stepnova in een allesbehalve zuinige stijl:

    Tot in de jaren vijftig waren hier niet eens buitenwijken – gewoon, een paar dorpjes van niks, omwonden, als door een navelstreng, door een verstomde straatweg, bos, een lus van de rivier de Moskva, uiterwaarden, kleine stille datsja’s. Maar opeens was Moskou verschenen, had zich overal van alle kanten op gestort, als krachtig deeg dat uit de pan rijst, de kleine dorpjes waren niet eens ontruimd, maar verzaagd, alsof ze van de kaart waren geveegd, en in hun plaats rees eerst een fabriek op, en een flinke ook, met vier gebouwen, en vervolgens waren daaromheen, als om een middeleeuwse citadel, overigens aan dezelfde gestandaardiseerde, algemeen menselijke wetten gehoorzamend, in steeds wijdere concentrische cirkels, eerst de gehorige barakken gekomen, toen de flats van vierhoog, stevig, van baksteen.

    Grijze muis Ogarjov ondergaat gelaten en zonder op te vallen het communistische onderwijs, vindt hooguit wat afleiding bij Dostojevski en andere schrijvers die de bibliothecaresse hem toestopt, of in kunstboeken. De sovjetliteratuur, die enkel uitdrukkingsmiddel is van een vage ‘nationale gedachte’ en met geen woord rept over ‘wat het belangrijkst en het interessantst was’, boeit hem niet. Grote daden vallen er niet van Ogarjov te verwachten, en ‘zoals dat zo vaak gaat, werd zijn hele verdere leven bepaald door een reeks kleine, ongemerkte stapjes. Stille haakjes, radertjes, onzichtbare tandjes, een lichtblauwe veer, die gewichtloos op de rug van een van vermoeidheid snurkende stier neerdaalt.’

    De wind van de geschiedenis raast over Rusland, Ogarjov laat zich gewillig meedrijven, zelfs als die aanzwelt tot een orkaan. Tijdens zijn studie medicijnen en legerdienst geeft Gorbatsjov met zijn perestrojka de aanzet voor een kettingreactie die de ondergang van de Sovjet-Unie zal worden. Na zijn afstuderen, kiest Ogarjov gelaten voor een vreugdeloos huwelijk met Antosjka (‘Op de kliniek kregen ze een set koekepannen met antiaanbaklaag en een friteuse’).

    Eindelijk komt er wat passie in het leven van de flegmatieke Ogarjov wanneer hij Malja leert kennen, een jonge Moskouse van rijke komaf voor wie hij Antosjka verlaat. Inmiddels is de Berlijnse muur gevallen en het tijdperk van de Russische oligarchen en het hyperkapitalisme aangebroken. Ogarjov ziet zijn kans schoon om aan de slag te gaan in een peperdure privékliniek. Het leven lijkt hem toe te lachen, een plezierreisje met Malja in Italië kan er gerust af.

    Zomergast, romancier en Ruslandkenner Pieter Waterdrinker wees al op een zekere zielsverwantschap tussen Italianen en Russen, wat allebei warmbloedige, passionele, temperamentvolle volkeren lijken te zijn. Iets gelijksoortigs komt bijvoorbeeld ook tot uiting in Het bal in het Kremlin, van de Italiaan Curzio Malaparte. Ogarjov en Malja hebben het dan ook prima naar hun zin in Toscane. Op dit punt begint een stuk dat iets te veel een lofzang van allerlei zinnelijke geneugten lijkt, maar Stepnova zou Stepnova niet zijn als er geen donkere wolken samenpakten boven het Italiaanse tuinfeest. ‘De geschiedenis duldt geen aanvoegende wijs,’ wordt in het slotstuk opgemerkt, en het lijkt erop dat wie als speelbal van het lot geboren is, niet moet denken dat hij voor de rest van zijn leven mortadella en pecorino kan eten in de Toscaanse heuvels. U weze gewaarschuwd: voor een lichte feelgoodroman bent u bij Stepnova aan het verkeerde adres.

     

  • Over wederzijds onbegrip

    Over wederzijds onbegrip

    Op 23 maart 2016 presenteerde de Wit-Russische schrijfster en Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsch in de oude Lutherse Kerk in Amsterdam haar nieuwste boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht. Michiel Krielaars leidde het gesprek. Svetlana Alexijevitsch is geen romanschrijfster in de klassieke zin van het woord. Zij is vooral onderzoeksjournalist. Op basis van talloze gesprekken met mensen uit alle hoeken en gaten van de voormalige Sovjet-Unie probeert zij te laten zien wat de Sovjet-Unie met hun leven gedaan heeft en hoe de post-Sovjetmens tracht te overleven in het huidige Rusland. In dit bijzondere boek laat zij, middels honderden interviews, vrouwen aan het woord komen die een minder heroïsch beeld schetsen van de Tweede Wereldoorlog dan gebruikelijk is in de verhalen van de veteranen. Zij ondergraaft daarmee de mythische status die het optreden van het Rode Leger nog steeds heeft bij de Russen en die er bij scholieren met de paplepel wordt ingegooid. In haar eerder verschenen boek Het einde van de rode mens slaat zij getuigen aan het woord over hun leven tijdens en na de Sovjet-Unie. Haar grote verdienste is dat zij gewone mensen aan het praten krijgt, iets dat bepaald niet gebruikelijk is in Rusland. Het beeld dat daar uit oprijst, stemt haar allerminst vrolijk. Zij schetst een somber scenario als het gaat om de toekomstige ontwikkelingen in Rusland.

    Teleurgestelde verwachtingen
    In haar gesprek met Krielaars maakte zij duidelijk dat men in het westen vaak weinig begrijpt van de mensen in Rusland. Hoewel de ineenstorting van de Sovjet-Unie onvermijdelijk was en waarschijnlijk een goede zaak, was het daarna niet voor alle inwoners een feest. In het westen dacht men dat de markteconomie economische voorspoed zou brengen en dat de vrijheid van meningsuiting door iedereen omarmd zou worden. Zo genoot Gorbatsjov met zijn perestrojka en glasnost een grote populariteit in het westen. In Rusland wilde men al snel niets meer van hem weten. Hem wordt verweten de Sovjet-Unie te hebben verkwanseld. Hij is verantwoordelijk voor het verlies van de Oekraïne (met daarbij de Krim) en vele andere gebieden. Hij heeft de eigenwaarde van veel Russen te grabbel gegooid. Svetlana Alexijevitsch kwalificeert de aanhangers van de perestrojka, waartoe zijzelf indertijd ook behoorde, als een club romantische intellectuelen die in geen enkel opzicht de wil van het volk representeerde. Daar kwam zij tijdens haar vele gesprekken met mensen in alle uithoeken van het enorme Sovjetrijk achter. Haar werd duidelijk dat de mensen helemaal niet zitten te wachten op begrippen als vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Zij leven in een perspectiefloze wereld en zijn slachtoffer van immorele graaiers, Oblomovs van het ergste soort: nietsnutten en gewelddadige dronkenlappen. En dat allemaal dankzij die vermaledijde markteconomie. Niet dat het onder het communisme veel beter was, maar toen konden de mensen in ieder geval nog trots zijn op Moedertje Rusland. Zij koesteren geen verwachtingen op een beter leven. Zij verlangen eigenlijk alleen maar naar brood en politieke stabiliteit en, ja….., herstel van eigenwaarde. Dit geldt zelfs voor vrijgelatenen uit de Goelag. Orlando Figes geeft hiervan in zijn boek Fluisteraars, leven onder Stalin indrukwekkende voorbeelden. Menig slachtoffer van Stalin blijkt, na zijn vrijlating, te behoren tot zijn grootste aanhangers.

    Russische identiteit
    Tegen intellectuelen heerst een groot wantrouwen. Die laten hun oren te veel hangen naar westerse propaganda, leveren kritiek op Stalin en dus op Rusland. Het zijn geen patriotten. Natuurlijk, er zijn wel dingen fout gegaan ten tijde van Stalin, maar hij was toch ook de leider in de Grote Vaderlandse Oorlog tegen Hitler. De grootheid van het Sovjetrijk, het respect dat dat rijk afdwong in de wereld en de overwinning op Hitler-Duitsland geeft de mensen een gevoel van trots en is een deel gaan vormen van hun identiteit. En Stalin is daar, ondanks al zijn feilen, de representant van. Westerse kritiek op Stalin geldt zonder meer als propaganda. Poetin heeft dat goed begrepen. Hoewel geen stalinist, werpt hij zich toch op als de hoeder van deze onder andere op de erfenis van Stalin gebaseerde identiteit.

    De film
    De film The Death of Stalin van de Schotse regisseur Armando Iannucci is gebaseerd op de Franse grafic novel La Mort de Staline van Fabien Nury en Thierry Robin. Hoewel de film feitelijk juiste informatie verschaft en de taferelen die zich rond het doodsbed van Stalin hebben afgespeeld werkelijk onthutsend zijn, blijft de impact daarvan op de toeschouwer toch beperkt. De mensen in de entourage van Stalin worden neergezet als een lachwekkend stelletje domme, gewetenloze schurken, moorddadig, onbekwame intriganten en hielenlikkers, Stalin zelf als een wrede Iwan de Verschrikkelijke. De film is knap gemaakt en zeker vaak komisch te noemen. Jammer dat er in de film met geen enkel woord gerept wordt over het feit dat de dood van Stalin heeft voorkomen dat er een door Stalin zelf opgezette grote anti-semitische pogrom heeft plaatsgevonden, terwijl er wel duidelijk aandacht is voor het feit dat alle bekwame artsen in Moskou, meestal joden, naar Siberië waren gestuurd, zodat er op het moment surprême geen deskundige medische hulp aan Stalin kon worden verleend. Omdat Iannucci wel begreep dat lachen om de hoofdrolspelers in dit drama niet zonder meer gepast genoemd kan worden, heeft hij overal waar mogelijk ook de wrede consequenties van hun optreden in beeld gebracht, waardoor je kunt spreken van een zwarte komedie.

    Lachen of huilen
    Toch doet het lachwekkende karakter van de film afbreuk aan de tragiek, namelijk dat een zo groot land zo lang geregeerd kan zijn door een zo moorddadig regime gebaseerd op een, misschien niet in beginsel, maar zeker wel in zijn uitwerking, perfide ideologie, waarvan Stalin slechts een abject uitvloeisel was. Na hem bleef het systeem gewoon voortbestaan. Misschien is daarom het lachen om Stalin en zijn kornuiten zo veel moeilijker dan lachen om Hitler en zijn trawanten? Het zijn eigenlijk ook onvergelijkbare verschijnselen. Met de val van Hitler kwam er een einde aan het nazidom, terwijl er vóór Stalin al een communistisch terreurbewind was in de Sovjet-Unie dat na Stalin gewoon voortduurde. Onder Stalin bereikte het wel zijn morbide dieptepunt. Lachen om Stalin en zijn kliek is dan ook een gewaagde onderneming. De gruwelen van het bewind van Stalin zijn nog lang niet verwerkt en zelfs nog niet in al hun perversiteit algemeen bekend, zeker niet bij de meeste Russen. Zijn slagschaduw is nog overal aanwezig. Daarnaast kan Stalin in Rusland nog altijd rekenen op een grote populariteit, zeker op het platteland en bij de oudere generatie. Bovendien is voor de meeste Russen Stalin de grote overwinnaar van Hitler in de Grote Vaderlandse Oorlog en geldt westerse kritiek op Stalin als een aanval op Moedertje Rusland zelf.

    Van Dostojevski tot Poetin
    Dit vijandbeeld kennen wij natuurlijk uit de tijd van de Koude Oorlog, maar heeft veel oudere wortels. Svetlana Alexijevitsch verwijst regelmatig naar Dostojevski, die niets moest hebben van westerse normen en waarden en sterk hechtte aan religie, nationalisme en de Slavische ziel. Dit komt vooral tot uiting in zijn meest politieke boek Boze geesten waarin hij alle westerse nieuwlichterij verkettert. In dit opzicht is het trouwens interessant te weten dat ook Soltzjenytsin diep teleurgesteld terugkeerde uit het Westen. Poetin en de zijnen hebben dit goed begrepen. Het koesteren van dit vijandbeeld is bewust politiek beleid en dekt veel binnenlandse problemen toe. Vandaar dat er in Rusland sprake is van een zekere rehabilitatie van Stalin met als gevolg dat deze film niet door de politieke beugel van het Kremlin kan en verboden is, omdat openbare vertoning van de film in Rusland wel eens zou kunnen leiden tot algemene verontwaardiging en het oplaaien van anti-westerse gevoelens. Misschien wil Poetin dat voorkomen!

     


     

     

     

  • Rusland, mijn Rusland

    Rusland, mijn Rusland

    ‘Ik bevond me op het juiste moment op de juiste plaats,’ schrijft Pieter Waterdrinker ergens in zijn jongste, sterk autobiografische roman Tsjaikovskistraat 40. Hier is een man aan het woord wiens leven wordt geregeerd door de bizarre grilligheden van het lot: ‘Misschien berustte alles ook wel op zuiver toeval, want dat is wat het leven mij heeft geleerd: deze wereld wordt geregeerd door willekeur.’

    Het verhaal begint wanneer de jonge student Waterdrinker in 1988 wordt benaderd door ene Siderius met de vraag om 7.000 bijbels naar de goddeloze Sovjet-Unie te smokkelen. Hij is op dat moment een beetje op de dool en zegt toe, ook al is hij niet bepaald gelovig. Waarschijnlijk kon Waterdrinker toen niet bevroeden dat hij dertig jaar later nog steeds in Rusland zou wonen en al helemaal niet dat hij de val van de Sovjet-Unie zou meemaken.

    Waterdrinker neemt de lezer mee op een wervelende trip die begint tijdens de nadagen van het communistische arbeidersparadijs. De ellende van een bejaardentehuis is een aanslag op alle zintuigen: ‘Er hing een stank van doorgekookte kool, urine, fecaliën en de ijzerachtige geur van bloed.’ De jonge Hollander kan het niet aanzien en neemt de bejaarde mevrouw Pokrovskaja mee voor een uitje naar het bouwvallige centrum van Leningrad, de stad die later weer Sint-Petersburg zal heten en waar hij met zijn toekomstige vrouw Julia zal wonen in de Tsjaikovskistraat 40 (niet genoemd naar de componist, maar naar de een of andere revolutionair). Niet veel later zal de Berlijnse muur vallen, en ook de Sovjet-Unie loopt op zijn laatste benen: ‘De tektonische platen onder het Sovjetrijk bewogen zich met een hoog zingend gepiep, althans voor hen die dat horen wilden; als het kruiende ijs op de Neva wanneer de schotsen in het voorjaar tegen elkaar op kropen en door het stromende water naar de Finse golf werden afgevoerd.’ Wanneer Waterdrinker een kleine dertig jaar later door de Russische hoofdstad loopt, is niets nog hetzelfde: ‘Waar ooit stinkende hompen Sovjetrundvlees werden verkocht, later geïmporteerd textiel, weer later de eerste mobiele telefoons, zat nu de Moskouse jeugd in een loungecafé met cappuccino’s en latte machiato’s te scrollen op hun iPhones en iPads.’

    John Lennon zei het al: ‘Life is what happens while you are busy making other plans.’ Waterdrinker doet zaken met louche Russische sjacheraars, gaat groepsreizen organiseren met een Nederlander die hij toevallig leerde kennen, leert op een van zijn reizen Julia kennen en kan tijdens een korte terugkeer naar Nederland als journalist voor een krant gaan werken. Maar Rusland blijft lonken en de kans om er correspondent te worden, kan Waterdrinker niet laten liggen. Tussendoor schrijft hij zijn romans.

    De aanleiding voor Tsjaikovskistraat 40 was de honderdste verjaardag van de Russische revolutie. Dat het geen droge geschiedenisles is geworden, hebben we te danken aan het feit dat de auteur vooral persoonlijke verhalen en anekdotes gebruikt en de Russen met veel liefde beschrijft zonder hun minder fraaie kantjes te verzwijgen of te vervallen in vermoeiende clichés over de Russische ziel of volksaard. Erg aangrijpend is bijvoorbeeld de passage waarin Waterdrinker met zijn vrouw hun dode kat Ljolja gaat begraven in de tuin van het Taurisch paleis, dezelfde plek waar de eerste Sovjet na de Februarirevolutie van 1917 zijn intrek nam, waarna ‘de ruim zeven decennia egalitaire grauwheid en grijsheid het land van Moermansk tot Vladivostok als een doodslaken zou overspannen’. De dialogen in dit boek zijn ijzersterk en wat de stijl betreft, laat Waterdrinker regelmatig zien dat hij meespeelt op het hoogste niveau. Je zou haast zin krijgen om het eerstvolgende vliegtuig naar Tbilisi te nemen als je dit leest: ‘Ik verheugde me op het buitenterras van Hotel Iveria, op het einde van de centrale Roestaveli-boulevard, voorbij het operagebouw, waar de geslaagde lokale mannen, modieus, en de meesten in het zwart gekleed, avondenlang tussen snaarmuzikanten zaten te dineren, de Sovjetchampagnekurken zo hard mogelijk lieten knallen, zongen, terwijl obers telkens nieuwe gerechten kwamen aandragen, als toneelknechten rekwisieten, alsook stenen kruiken witte en rode wijn, die ze vulden door deze simpelweg plonzend onder te dompelen in de eikenhouten vaten die pittoresk tegen een muur met druivenwingerd stonden opgesteld. In Moskou was zelfs de meest beroerde worst, een piepkuiken of een sinaasappel een zeldzaamheid geworden.’

    Zoals je altijd zult zien, was er wel wat kritiek over het waarheidsgehalte van dit boek. Sommigen stoorden zich aan de sterke verhalen. Uiteraard valt niet uit te sluiten dat bepaalde passages wat zijn aangedikt of wie weet zelfs grotendeels verzonnen – of belandt u soms vaak met een dierentemmer, een kunsthandelaar en twee Siberische schoonheden in een Moskovisch luxehotel? Maar op het omslag van dit boek staat heel duidelijk dat het een roman is, dus fictionaliseren mag, zeker als de auteur daar zelf gewoon heel open over is: ‘Je versierde met enig patina je eigen leven, ontleende volop aan wat anderen hadden geschreven, met ruimhartige bronvermelding, verzon er desnoods wat bij, roerde alles door elkaar, als de ingrediënten van een stevig gebonden soep, et voilà: het boek had als het ware zichzelf geschreven. Het trucje van de non-fictie, tegenwoordig zo veelgeprezen, even gelikt als doortrapt.’

    U merkt het al, Waterdrinker schrijft uitgesproken on-Hollands. Dit is geen navelstaarderig grachtengordelproza van een Schrijver die schrijft over de zware beproevingen van het schrijversleven. Waterdrinker heeft trouwens klaarblijkelijk geen hoge dunk van de hedendaagse Nederlandse literatuur: ‘Maar schrijven in het land waar ik vandaan kom is een voortdurend stikken. Terwijl de wereld een stankbel is, geuren de letteren daar als een met ochtenddauw bedekte rozenknop. Het gros schrijft met een knikker in de reet, uit vrees te verraden dat ook zij een aars hebben die kan stinken. Klein geserreerd, met nooit een woord te veel. Wát een literatuur!’

    Zou het geen geweldig statement tegen de spruitjeslucht van de Nederlandstalige letteren zijn als Waterdrinker een belangrijke literaire prijs kreeg voor deze ongegeneerd barokke roman met zowaar een echt belangwekkend onderwerp?

     

     

     

  • Oogst week 45

    Tsjaikovskistraat 40

    In een interessante bijdrage op deze website over hedendaagse westerse auteurs die over Rusland schrijven, noemt Anky Mulders ook Pieter Waterdrinker: ‘Wie wel eens wil weten hoe het leven vandaag de dag in Rusland eruitziet maar geen zin heeft in droge kost kan bij de fictie van Ruslandcorrespondent en –kenner Pieter Waterdrinker terecht. Waterdrinker heeft al heel wat romans geschreven die de lezer laten delen in het bestaan van de Russische burger. Met kennis van zaken plaatst hij fictieve personages in het huidige Rusland, veelal in Moskou waar de nieuwe rijkdom het walhalla is. Dat levert adembenemende literatuur op.’

    Onlangs is de nieuwe roman van Pieter Waterdrinker verschenen, Tsjaikovskistraat 40. In deze autobiografische roman neemt hij de lezer mee op een duizelingwekkende reis door de Russische geschiedenis en door zijn eigen leven. Vertrekpunt is zijn huis in Sint-Petersburg, waar de auteur woont met zijn vrouw en drie poezen, midden in de buurt die honderd jaar geleden het epicentrum was van de Russische revolutie van 1917.

    Tsjaikovskistraat 40
    Auteur: Pieter Waterdrinker
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    In extremis

    In extremis is de nieuwste roman van Tim Parks. De Zweedse auteur Per Wästberg, een van de juryleden van de Nobelprijs, schrijft over dit boek: het is ‘simply spellbinding and quite unique in my reading experience; very funny and very existential, compact and chatty, complicated and raw.’ 

    In extremis gaat over Thomas. Hij weet dat er iets is dat hij aan zijn moeder moet vertellen voor ze sterft. Maar zal hij haar op tijd bereiken? En heeft hij de moed om te zeggen wat hij eerder niet kon? Zijn telefoon trilt, zijn hersenen maken overuren, en hij kan zijn aandacht niet houden bij de ernst van wat er staat te gebeuren. Moet hij proberen de familiecrisis van een vriend op te lossen? De scheiding van zijn eigen vrouw heroverwegen? Thomas beweegt zich jachtig door de dagen, maar kan in feite geen stap zetten. Waarom is hij zo volslagen verward en verlamd?

     

    In extremis
    Auteur: Tim Parks
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Handboek voor de heerser

    Tot slot aandacht voor een boek dat je in eerste instantie op het verkeerde been zet. Want de uitgever schrijft hierover:

    ‘In dit boek komen de kernaspecten van leiderschap aan de orde: het evalueren van mensen en het beoordelen van talent, de competitie met je rivalen, het omgaan met groeiende macht en invloed, het vergroten van je organisatie en het vormgeven van je nalatenschap.’

    Het alsof je de aanbeveling van een nieuw managementboek leest. Met dat verschil dat het woord ‘heerser’ dan natuurlijk niet past.

    In Handboek voor de heerser staat de nog steeds actuele wijsheid van de Chinese keizer Tang Taizong (598-649) centraal. Taizong wordt wel aangeduid als ‘onbetwist de grootste keizer in de Chinese geschiedenis’. Hoewel hij zijn vader en zijn broer vermoord had, werd hij een gewaardeerde heerser die de nazaten van de Hunnen versloeg, een vereenvoudigde wetgeving doorvoerde, de zijderoute opende voor handel en een gouden eeuw van kosmopolitische cultuur creërde, vrouwen een betere positie verschafte en het Christendom en de Islam voor het eerst in China toestond. Zijn dynastie zou driehonderd jaar standhouden.

    In Handboek voor de heerser biedt de schrijver Chinghua Tang de weerslag van de gesprekken tussen Taizong en zijn belangrijkste adviseurs.

     

     

    Handboek voor de heerser
    Auteur: Chinghua Tang
    Uitgeverij: De Arbeiderspers