• Oogst week 24 – 2025

    Spiegel van hemel en aarde

    Hoe kan een mens zich bevrijden van vooroordelen en visies die hem verhinderen om met een open blik te wereld te aanschouwen? Pas als hij vrij naar de wereld kijkt zou hij in staat zijn deze te zien zoals werkelijk hij is.

    Filosoof en journalist Michel Dijkstra, gespecialiseerd in oosterse filosofie en westerse mystiek, ziet de klassieke Japanse en Chinese wijsgeren denken met hun hart. Zij willen daartoe ieder mens verleiden. Vooral in het westen maken we een onderscheid tussen denken en voelen. Maar de oude oosterse wijsgeren gaan uit van de hart-geest, waarmee ze bedoelen dat gedachten en gevoelens samengaan. Dijkstra maakt via de taoïst Zhuang Zi, de confucianist Mencius en de zenboeddhist Dogen Zenji in Spiegel van hemel en aarde duidelijk wat de dimensies van de hart-geest inhouden. De Japanse estheticus Motoori Norinaga en de zendichter Ryokan, eveneens uit vorige eeuwen, tonen hoe mensen zich kunnen bevrijden van hun vooringenomenheid. ‘Jouw hart-geest is een spiegel; hoe meer je hem poetst, hoe meer hij schittert.’ Met deze openheid laat een mens ruimte voor de wereld en de ander toe.

     

    Spiegel van hemel en aarde
    Auteur: Michel Dijkstra
    Uitgeverij: Atheneum 2025

    Kwade dagen

    Kwade dagen van Rob van Essen is de sleutelroman die hij schreef in 2002. Atlas Contact geeft het boek nu opnieuw uit. Behalve als sleutelroman wordt het boek gezien als een meesterwerk. De bekende Van Essen-vervreemdingseffecten zijn volop aanwezig, net als de vaste ingrediënten filosofie, mysterie en ironie.

    Op het Waterlooplein vindt ik-persoon Matthijs een exemplaar van de enige plaat die ooit is opgenomen door het jongenskoor Asaf. ‘Op de hoesfoto stonden vijfendertig jongens. Ze stonden opgesteld voor de preekstoel van de Zuiderkerk van Rijshorst en droegen allemaal een zwarte broek, een wit overhemd en een groen strikje. (…) Boven de groep stond in verbazingwekkend frivole letters: DE HEER IS MIJN HERDER. Chr. Jongenskoor ‘Asaf’ o.l.v. Piet Schotanus en Henk Woldering zingt psalmen en geestelijke liederen (…) Ik liet mijn blik over de foto glijden. Ik was makkelijk te vinden, want ik stond midden vooraan. Bovendien had iemand met een zwarte balpen een cirkel om mijn hoofd getrokken.’

    Matthijs, toentertijd een tieneridool, wordt gedwongen stil te staan bij zijn verleden, want als hij de nacht na de vondst van de plaat door het meisje Violet wordt meegenomen naar het streng christelijke stadje waar hij opgroeide, verzamelen zich daar alle mensen die in zijn leven een rol hebben gespeeld. Zijn vroegere daden blijken onvoorstelbare gevolgen te hebben gehad.

    In het nawoord van het boek legt Van Essen de familiebanden uit tussen de personages in Kwade dagen en Ik kom hier nog op terug, winnaar van de Librisliteratuurprijs 2024.

     

    Kwade dagen
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact 2025

    De tijd, de waarheid en de geschiedenis – hoe onze wereld in elkaar zit

    Mensen proberen te begrijpen, en hebben dat altijd geprobeerd, hoe de wereld in elkaar zit. Wat is tijd, wat betekent het dat er licht en donker is, waarom zijn er verschillende seizoenen? Toen en nu denken mensen dat er een diepere waarheid verscholen ligt achter de zichtbare wereld. Wat ervaren en gevonden wordt, wordt opgeschreven.

    Voormalig hoogleraar Geschiedenis van Nederland aan de Universiteit van Amsterdam Piet de Rooy werd voor De tijd, de waarheid en de geschiedenis geïnspireerd door het vrijwel gelijknamige schilderij van Goya dat voorop het boek is afgebeeld. De Rooy onderscheidt drie fundamentele pijlers waarop de wereld is gebaseerd: de tijd, die werd onderworpen aan de klok en de kalender, de waarheid, waarvoor de Bijbel eeuwenlang werd aangezien, en de geschiedenis, waarin ervaringen en herinneringen worden vastgelegd. Of niet, want geschiedenis is niet zelden, al of niet bewust, gekleurd. Wonderlijke anekdotes en merkwaardige inzichten vormen een kleurrijk panorama dat De Rooy voorschotelt, gesteund door inzichten uit de evolutietheorie en de neuropsychologie.

    De auteur is gespecialiseerd in de eigentijdse geschiedenis van Nederland. Zijn terreinen zijn opvoeding, onderwijs en cultuur.

     

    De tijd, de waarheid en de geschiedenis – hoe onze wereld in elkaar zit
    Auteur: Piet de Rooy
    Uitgeverij: Querido 2025
  • Rob van Essen wint voor de tweede keer Libris Literatuurprijs

    Na het feestelijke diner in de concertzaal van Felix Meritis werd maandagavond bekend gemaakt dat Rob van Essen met zijn boek Ik kom hier nog op terug tegen vele verwachtingen in de Libris Literatuur Prijs 2024 kreeg toegekend. Het is de tweede maal dat Van Essen deze prijs krijgt toegekend, in 2019 won hij met zijn boek Een goede zoon. Een keer eerder is het voorgekomen dat een schrijver tweemaal deze prijs won. In 1995 ontving Thomas Rosenboom voor Gewassen vlees, en in 2000 voor Publieke werken de prijs.

    Uit het juryrapport: ‘De jury was zeer én aangenaam verrast door Rob van Essens Ik kom hier nog op terug, de roman die op de valreep van 2023 verscheen. Onze kaarten moesten opnieuw worden geschud, want dit boek is van uitzonderlijke kwaliteit. De schrijver neemt ons mee naar het verleden, en schrijft buitengewoon beeldend over wat het hoofdpersonage overkomt. Het boek bevat veel absurde situaties, zoals we van deze schrijver gewend zijn, maar meer dan andere keren staat alles nu perfect in de steigers.’

    Ook vindt de jury dat Van Essens laatste boek ‘vernuftig in elkaar [is] gezet’. En: ‘een krankzinnige fantasie met een fikse diepgang, een verhaal dat gaandeweg handen en voeten krijgt en een onverwachte ontknoping heeft.’ Kortom, Ik kom hier nog op terug is naar mening van de jury ‘de beste roman die Rob van Essen tot nu toe schreef’.

    Voor deze 31ste editie heeft de jury honderdnegenentachtig Nederlandstalige romans  die in 2023 verschenen zijn, gelezen. Dat kwam neer op een boek in twee dagen lezen. Een knappe prestatie. De leidraad tijdens het lezen was: ‘welk boek vind je het best, welk boek heeft je van begin tot eind geboeid, welk boek heeft je verrijkt’.

     

    Overige genomineerden waren:
    De onbedoelden – Cobi van Baars, bij Atlas Contact
    Luister – Sacha Bronwasser, bij Ambo | Anthos
    Gebied 19 – Esther Gerritsen, bij De Geus
    De onzichtbaren – Frank Nellen, bijHollands Diep
    Tosca – Maud Vanhauwaert, bij Das Mag

    De jury bestond uit Kim Putters (voorzitter), Joep van Ruiten, Dalilla Hermans, Vamba Sherif en Lisa Kuitert.

    Aan de prijs is een bedrag van 50.000 euro verbonden. De overige vijf genomineerden ontvangen 2.500 euro. De winnaar ontvangt tevens een bronzen legpenning naar ontwerp van Irma Boom.

     

    Foto: verkregen via Persmap Libris Literatuur Prijs 2024

     

  • New York en Californië

    New York en Californië

    Er lopen mieren over het aanrecht. Elk jaar rond dezelfde tijd, meestal verdwijnen ze na een tijdje weer. Op het punt dat ze overal zitten, op mijn handen kruipen, denk ik aan lokdoosjes. Voor ik daar aan toekom, zijn ze op een dag weer verdwenen. Alsof ze er nooit geweest zijn. Mieren horen bij warme, kleverige dagen. Maar het is koud. Ik trek een extra paar sokken aan, draag twee vesten over elkaar. Loop me warm van keuken naar woonkamer en weer terug. Veeg in het voorbijgaan wat mieren van het aanrecht. Die geluidloos op de grond vallen, of ergens onderweg oplossen, want ik zie ze nooit neerkomen. Met een Hollands Diep uit 2009 ga ik aan de keukentafel zitten. Een editie over New Yorkse schrijvers en kunstenaars, en Lou Reed. Vanuit mijn ooghoek zie ik soms iets bewegen. Alsof de zwarte friemeltjes op het witte aanrechtblad opeens aan de wandel gaan. Het zijn natuurlijk de mieren. 

    Ik blader door het magazine. Lees de Brooklyn reportage door Robbert Ammerlaan, Brooklyn het kloppend hart van de Amerikaanse literatuur. De wijk van Henry Miller, Bernard Malamud, Woody Allen. Later van Paul Auster, Jonathan Safran Foer, Jennifer Egan, Jonathan Lethem. Ammerlaan bezoekt er de café’s waar schrijvers met hun laptop zitten. Je wilt er heen. In je hoofd maak je berekeningen of er een vliegticktet naar NY af kan. Voor je het weet bezoek je de woningruilsite www.craigslist.com, getipt in de rubriek ‘Nederlanders in New York’. Als de onmogelijkheid van een bezoek aan New York tot me doordringt, bestel ik online The New York Review of Books bij boekhandel Athenaeum. ‘A touch of literature’.

    Ik lees de rubriek ‘Nederlanders in New York’, hun tips. Sommigen wisten bij hun eerste bezoek: ‘Hier hoor ik thuis.’ De favoriete New Yorker voor Jeroen Pauw is een fictief personage. Patrick Bateman uit American Psycho van Brett Easton Ellis. Het boek was zijn reisgids. Ik denk aan Scherven, het laatste boek van Ellis dat vorig jaar verscheen. De eerste die ik van hem las. Dit boek zou je als plattegrond van Californië kunnen gebruiken. De weg van Beverly Hill naar MullHolland door de canyons, naar Hollywood, Palm Springs, San Francisco. Ook dat zou ik kunnen doen. Een ticket naar Californië. Met een auto langs al die plaatsen die je uit liedjes en films kent. Scherven is een fascinerend boek. De vertellers naam is Ellis, speelt in de tijd dat hij schreef aan zijn debuut, Less Than Zero. Waarvan hij verslag doet in Scherven.

    Bret Easton Ellis was fan van Joan Didion. Hij schrijft: ‘In 1981 zat ik diep in mijn Joan Didion-fase, een schrijfster die we leerden kennen toen meneer Robbins, mijn leraar Engels, ons het jaar ervoor Slouching Towards Bethlehem te lezen gaf, en al snel begon ik blind te varen op de essays en een andere bundeling, The White Album, en haar Hollywood-roman Play It As It Lays – in die tijd probeerde ik haar proza in mijn fictie te imiteren – de speciale toon die ze wist te bereiken, daarnaar streefde ik als schrijver.’ Zulke dingen lees ik graag. Toen moest ik denken aan Club Mars van Rachel Kushner, dat naast mijn bed ligt. Het speelt zich af in een vrouwengevangenis in Noord-Californië. Een roman vol duistere, ontluisterende, persoonlijke verhalen. Van Kushner wordt gezegd dat haar proza leunt op de stijl van Didion. Ik hou van Didion.

    Voor de leesgroep ‘224 blz.’, lees ik, Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen. Een tijdreis-roman, qua binnenwereld van de protagonist een echte Van Essen. ‘Je zou willen dat je terug kon gaan in de tijd om het ongedaan te maken, om ongedaan te maken wat je  had verzonnen.’ Want van wat je je herinnert dat er gebeurd is, klopt veel niet. Dit boek is een plattegrond, van Amsterdam, van brug naar brug, van Deventer naar Rijssen en van de weg terug in de tijd. Ondertussen lees ik in Hollands Diep hoe Lou Reed wel ‘duizend keer’ dood had kunnen zijn door drank en drugs gebruik. Dat is ook wat in Scherven en Club Mars speelt, drank, drugs, sex, en muziek uit de jaren tachtig. Dat alles friemelt door mijn hoofd, als mieren op een aanrecht.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest.

  • Oogst week 10 – 2024

    Ik kom hier nog op terug

    Schijn en werkelijkheid lopen door elkaar en het verleden is prominent aanwezig in Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen. Hoofdpersoon Rob Hollander, journalist en voormalig student filosofie wordt naar Los Angeles geteleporteerd waar hij is uitgenodigd door een oude studiegenoot die een tijdmachine heeft uitgevonden. Deze Icks geeft hem de mogelijkheid om vijf keer terug te reizen in de tijd waar hij gemaakte fouten uit het verleden kan goedmaken. In die tijdreis stuit hij op een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd.

    Voor het zover is schildert hij bruggen in Amsterdam. Een journalist komt langs: ‘”Waarom gaat een jongetje van acht jaar in zijn eentje een donker bos in? Ik heb Gertjan Aalderink en Gertjan Baan gesproken, die zaten toen bij u in de klas toch? Die hebben u het bos in zien gaan, zelf durfden ze niet, zeiden ze.” Hij had zijn kwast nog eens in de verf gedoopt. “Kunt u zich er niets meer van herinneren?” Die vraag had ze niet moeten stellen. Nu kon hij haar antwoorden dat hij er zich inderdaad niets meer van kon herinneren, hoe oud was ik, precies, u zei het net al, acht, negen, het is lang geleden. Hij weet alles nog. Daarom leest hij alles wat los en vast zit, als het maar verzonnen is. Hij zit onder de lamp en wil verzonnen zijn. Hij is een verhaal. Met een begin en een einde.’

    Alledaagse werkelijkheid bestaat bij de auteur niet. Ook dit meeslepende verhaal heeft de verbluffende wendingen en het geloofwaardig absurdisme waar Van Essen patent op heeft.

     

    Ik kom hier nog op terug
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    In de mist van Golden Gate Park

    Met Wees onzichtbaar (2017) vestigde de vertelstem van Murat Isik zich voorgoed in de Nederlandse letteren. Het boek vertelt het verhaal van de vijfjarige Turkse Metin die met zijn moeder, zusje en ongelukkige, gewelddadige vader in de Bijlmer, een getto, komt wonen. De gevoelige en intelligente Metin weet het milieu te ontstijgen, net als zijn zus en ook zijn moeder, over wie Isik in 2019 het boekenweek-essay Mijn moeders strijd schreef. Wees onzichtbaar is los gebaseerd op Isiks eigen leven. Het boek werd een bestseller en won belangrijke prijzen. Zijn debuutroman Verloren grond (2012), over een familie in een door de Armenen gesticht Turks dorp, beleeft inmiddels de zeventiende druk.

    In de mist van Golden Gate Park bevat eveneens veel autobiografische elementen. Hoofdpersoon Metin gaat, net als Isik een half jaar deed, rechten studeren in San Francisco. Het is 2001. Waar hij in Amsterdam een teruggetrokken iemand was, is hij vastbesloten in zijn nieuwe leven de regie te pakken, zich van zijn oude leven te ontdoen en de ‘cool boy from Amsterdam’ te worden. Maar het vooruitzicht om zijn verdere bestaan in het keurslijf van de jurist door te brengen beklemt hem zo dat hij een uitvlucht zoekt, die hij vindt in het keuzevak Creative Writing.

    Metin stort zich op het schrijven en er komt ‘een bewijsdrang’ in hem los; hij wil gelezen worden. Hij ontmoet de naar depressie neigende Joan Springfield op wie hij tomeloos verliefd wordt. Samen gaan ze op bezoek bij de schrijver David Foster Wallace, met een voor Metin ongewenste uitkomst. Van thuis, waar het met zijn ouders niet goed gaat, komen steeds urgenter wordende mails. Hij wil zich er niet mee bezighouden en zijn autonomie beschermen, waardoor hij onaangename dilemma’s het hoofd moet bieden.

     

    In de mist van Golden Gate Park
    Auteur: Murat Isik
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Het Xoanon

    Na de Grote Oorlog is het Ottomaanse rijk verslagen. Constantinopel is bezet door de grootmachten, wit-Russische vluchtelingen stromen binnen. Hoewel in het oosten van het land een nieuwe oorlog dreigt, begint het er in de betere wijken van de stad alweer vrolijk aan toe te gaan. Deze situatie, vol overlevingsdrang en intriges, is de achtergrond van Het Xoanon, de nieuwe historische roman van Jan van Aken.

    Hoofdpersoon en vrijbuiter Beaujon, een ‘neutrale’ met een Nederlands paspoort die ‘zijn eigen geschiedenis op orde heeft gebracht’, is vanuit Colombia in Constantinopel terechtgekomen, waar hij gerieflijk leeft. ‘De papieren die ik in Barranquilla had gekocht, pasten beter bij me dan mijn officiële documenten. Ik had me daar enige tijd schuilgehouden, maar er liepen in die contreien nogal wat mensen rond die me in de eerste oorlogsjaren gekend hadden, dus toen ik een baantje kon krijgen op een schip dat uiteindelijk naar Europa zou varen, greep ik mijn kans.’

    Beaujons leventje wordt overhoop gehaald als hij getuige is van een aanslag op een antiek monument. Een kostbaar voorwerp uit de oudheid, een xoanon (een oud-Grieks houten cultusbeeld), is daarbij verdwenen. ‘De aanslag was niet gericht op de moskee, zoals ik aanvankelijk had gedacht, maar op de verbrande zuil bij Çemberlitaş die zich nu gedeeltelijk in een stofwolk hulde, als een derwisj in zijn opwervelende tennûre. (…) Ik bleef op enige afstand staan kijken. De zuil, ooit het middelpunt van het forum van Constantijn de Grote, leek nog intact, al kon ik ondanks het stof zien dat er een donker gat gaapte in de gemetselde voet van de kolom.’

    Het xoanon is Van Akens achtste historische roman. Zijn De ommegang werd in 2018 bekroond met de F. Bordewijk-prijs.

    Het Xoanon
    Auteur: Jan van Aken
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 49 – 2023

    De Muur voorbij – Berlijnse fado

    De dreiging van de ‘linkse wolk’ is voorlopig afgeslagen, zo verzuchtte menig stemmer een paar weken geleden. Nog altijd associeert men een socialistisch bewind met Oost-Duitsland, de DDR. Geen ander land kent tijdens de Koude Oorlog een hogere concentratie afluisteraars en spionnen voor de staat. Des te verrassender dat vertaler en lusitanist Harrie Lemmens er vrijwillig drie jaar gewoond heeft om te werken voor Intertext. Zijn literaire non-fictiewerk De Muur voorbij vormt hiervan het ooggetuigenverslag. Hij ontmoet er de liefde van zijn leven, Ana Carvalho, en wijdt zijn Berlijnse fado (ondertitel) aan haar.

    Lemmens geldt als dé schrijver die de Portugese literatuur naar Nederland importeert. Als blijk van dank schenkt de Portugese president hem in 2022 de Ordem do Infante Dom Henrique. Van Fernando Pessoa, José Saramago en vele anderen vertaalt hij in totaal meer dan 100 boeken naar het Nederlands. Hoewel hij ook vanuit het Spaans, Engels en Duits omzet, ontzenuwt hij steevast de precisie waarmee een vertaler werkt. Hij zegt daarover: ‘Vertalen is verzinnen wat er staat.’ Met De Muur voorbij vertaalt Lemmens vooral zijn eigen gedachten op papier. Het geheugen als enige brontekst.

    De Muur voorbij - Berlijnse fado
    Auteur: Harrie Lemmens
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    Ik kom hier nog op terug

    Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen klinkt als een belofte. Zijn nieuwste roman gaat over Rob Hollander die een fout uit het verleden tracht te herstellen. In zijn poging dit te doen komt hij echter op een ander spoor terecht. Van Essen (1963) oogst met zijn oeuvre tot nu toe lof voor zijn eenvoudige stijl. Die combineert hij met een geloofwaardig spel tussen schijn en werkelijkheid. Het levert hem een luisterrijke palmares op: met De Goede Zoon won hij de Libris Literatuur Prijs (2019). Zijn verhalenbundel Hier wonen ook mensen leverde hem bovendien de J.M.A. Biesheuvelprijs op (2015). Hij is getrouwd met de getalenteerde Belgische schrijfster Lize Spit.

    Rob van Essen doet aan tijdreizen in Ik kom hier nog op terug. Maar dan gewoon door zijn hoofdpersoon van Schiphol naar L.A. te laten vliegen. Simpel zat. Jeugdvriend Icks, die hem daar opwacht, presteert bepaald niet niks: hij heeft het helemaal gemaakt als game-ontwikkelaar. Toch gaat de roman niet alleen over deze hereniging. In de breedste zin van het woord behandelt Van Essen niet slechts een plot, maar ook het plot dat we onszelf voorhouden, als gedane zaken geen keer nemen. Want of iets echt gebeurd is of niet, staat vaak los van wat we kunnen of willen geloven. En daar kun je altijd op terugkomen.

    Ik kom hier nog op terug
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Hoe eindig alles – Een kleine kroniek van mijn moeder

    Elliptische formuleringen als Hoe eindig alles zien we tegenwoordig vaker voorbijkomen in poëtische uitingen. Marre van Dantzig titelt aldus de kleine kroniek over haar moeder. De onaffe zin suggereert een onvoltooid leven dat Van Dantzig wil eren. Of gevoelens die zich niet in woorden laten vatten. Tien jaar hiervoor schreef zij al een kroniek over haar vader, getiteld Zolang niet alles is verteld. Van Dantzig bestierde tot vorig jaar een boekhandel in Amsterdam die barstte van de reisboeken en itineraria: Evenaar. Maar soms is het leven de reis die een verhaal op zich verdient. Zoals het leven van Van Dantzigs moeder.

    Hoe eindig alles begint met Marres moeder en sluit met haar af. Tussendoor verweeft de schrijfster allerlei familieleden, plekken en gebeurtenissen met het leven van haar moeder. De pijn dat alles voorbijgaat, zal net als in de hommage aan haar vader, in dit boek een melancholische uitwerking hebben. De illustraties en foto’s zullen bovendien bijdragen aan de weemoed over het verstrijken der tijd. Hopelijk is Hoe eindig alles geen aankondiging van een stagnerend schrijverschap. Van Dantzig zal nog velen tot vertroosting en verstrooiing zijn, als haar oeuvre hier niet eindigt.

    Hoe eindig alles - Een kleine kroniek van mijn moeder
    Auteur: Marre van Dantzig
    Uitgeverij: Uitgeverij De Brouwerij
  • De hardnekkigheid van eerste liefde

    De hardnekkigheid van eerste liefde

    Recensie door Melchior Vesters

    De eerste keer dat je echt van iemand houdt laat een indruk na. Komt de relatie ten einde, dan hakt dit er zo in dat het jaren kan duren voordat de sporen van de ander zijn verdwenen – en misschien gaan ze nooit meer weg. Met Engeland is gesloten (2004) richtte Rob van Essen een monument op voor zijn eerste liefde. Indertijd raakte deze roman snel in de vergetelheid, zoals Van Essen stelt in het nawoord bij de heruitgave (2022). Maar dit lot past zo’n monument niet; mogelijk was dit de reden voor herdruk. Eerste liefde laat niet los, vraagt om een tweede kans.

    Er is de laatste jaren meer van Van Essens werk heruitgegeven, zoals zijn debuut Reddend zwemmen (1996), het briljante Visser (2008) en een bundel korte verhalen (Een man met goede schoenen, 2020). Engeland is gesloten is het meest autobiografisch: Van Essen werkte in de jaren tachtig als barkeeper in een Amsterdamse jeugdherberg, waar hij zijn eerste liefde had en waar hij ongetwijfeld ook weleens The Smiths draaide. Deze culthelden komen vaak ter sprake, ze vormen melancholisch muzikaal behang bij een levensperiode die Van Essen voorbij is maar tegelijk met zachtheid beschrijft.

    De titel en kaft – een witte en een zwarte zwaan – verwijzen naar een kinderliedje en op de eerste bladzij richt de verteller zich tot de lezer om expliciet te benadrukken dat dit aansluit bij de structuur van boek. Om en om spelen twee verhaallijnen: éen in de jaren tachtig waarin protagonist Thomas, barkeeper in kraakpand De Nachtwacht, zijn eerste liefde beleeft met de Engelse Iris. De tweede speelt in 1999. Thomas is allang klant van de Sociale Dienst, al houdt tegenover zijn postbode de schijn op. Hij werkt aan een boek over zijn eerste liefde en soms ziet hij twee vrienden van De Nachtwacht nog: ‘Kraai’ is fietsenmaker geworden en Godfried een geflopte kunstschilder die wel flink heeft verdiend als manager bij een hamburgerketen.

    Toen

    Je zou kunnen zeggen dat het heden van 1999 vrij troosteloos is, waarbij het verleden – dat door verschillende personages kritisch wordt bekeken – des te romantischer afsteekt. Een donker soort verlangen, naar de tijd van neergang in de kraakbeweging (de beroemde brandende tram in 1982, na de ontruiming van kraakjuweel de Lucky Luijk), hoge jeugdwerkloosheid en oud idealisme dat het aflegt tegen opkomend neoliberalisme. Maar toch was er liefde. Als lezer moet je je dus tegelijk kunnen wentelen in verlangen en wanhoop, dan grijpt een verwijzing naar Echo & the Bunnymen – ‘The Killing Moon’ je des te meer naar de keel.

    Over de liefde schrijft Van Essen op ingetogen wijze, waarmee hij het tedere van elkaars lichaam verkennen overbrengt: ‘Natuurlijk begonnen we voorzichtig. Toch was het vanzelfsprekender dan ik had gedacht, en vertrouwder. Zo was ze van dezelfde temperatuur als ik, en gemaakt van hetzelfde materiaal. (…) Maar ook al was ze dan van hetzelfde materiaal gemaakt, ze rook anders, ze proefde anders, het materiaal was anders gerangschikt; en het vertrouwde en het raadselachtige stroomden samen tot iets dat opwindend, maar niet bedreigend was.’ Ongeacht het noodlot van eerste liefdes – om te eindigen – is dit een moment van waarheid en pracht.

    Nu

    Veel directer zijn de stemmen in het verhaalheden van 1999. Thomas wordt vooral door zijn postbode en door Kraai geconfronteerd met negatieve oordelen over het verleden. Alle mannen hebben met elkaar gemeen dat ze gestudeerd hebben maar er niks mee hebben gedaan; wellicht delen zij een teleurstelling die de verklaring vormt voor het ontbreken van idealen of een sociaal verlangen in het heden. Je zou er anno 2022, na veertig jaar neoliberalisme, een commentaar in kunnen lezen op de generatie van Thomas die in de jaren tachtig bleef steken bij toeristen bier serveren en steeds dezelfde cassettebandjes draaien.

    Misschien is het door de anticlimax in beide verhaallijnen dat de roman niet geheel bevredigt. Er zijn te weinig dialogen te zien om de relatie Thomas en Iris dieper te doorvoelen; was er volgens Iris ooit perspectief op meer dan een zomerliefde? Het plot in 1999 mist een overtuigde stem: de postbode heeft Van Essen gebruikt – getuige het nawoord – als spreekbuis voor zijn reflecties, maar deze blijft een bijfiguur. Er had wat meer confrontatie tussen stemmen kunnen zijn, maar het lijkt alsof de Thomas van 1999 – die nog aan zijn boek werkt – zijn stem nog niet helemaal heeft gevonden.

    Meer of minder terecht kan je zeggen dat ook voor Van Essen als auteur geldt dat hij zijn ‘stem’ nog moest vinden. Zo bezien is het de vraag of deze roman zich aan de vergetelheid weet te ontrukken anders dan als ‘het boek vóór Visser’, zijn doorbraak. Wanneer in een passage het Meester Visserplein in Amsterdam even langskomt, is dat dan een vooraankondiging, verre ster aan de hemel? Maar zo snel ontkom je weer niet aan Engeland is geslotenen aan de maan, die zachte indringende killing moon.

     

     

  • Transitroman met een skyline aan stijlen

    Transitroman met een skyline aan stijlen

    In de roman Miniapolis van Rob Van Essen is het plot een plaats waar de alwetende verteller rondjes draait. Omwegen, zwerftochten en doelloze fietstochten dienen om het verhaal niet te snel in het hart te treffen. De twee hoofdpersonages Wildervanck en Scherpenzeel lijken alle tijd van de wereld te hebben. Scherpenzeel is net aangenomen op het bijkantoor van een verzekeringsmaatschappij waar Wildervanck de scepter zwaait. Deadlines, kwartaalcijfers en geldzorgen zijn meer een zaak voor het hoofdkantoor, want Wildervanck en co hebben geen schroom om alle stress koeltjes te seponeren. De baas van het bijkantoor doet zelfs zijn uiterste best om niet te vlug de doodse sfeer van dat gebouw op te snuiven. Elke ochtend maakt hij steeds grotere lussen met zijn fiets. Van de ietwat vervallen herenhuizen, langs de verderop gelegen bedrijfsterreinen, tot aan de monotone nieuwbouwwijken aan de rand van de stad. Van Essen besteedt veel aandacht aan de betonnen jungle,waarin de personages hun weg zoeken. Die uitvoerige beschrijvingen dienen niet om orde te scheppen, want volgens de verteller ‘was dat maar schijn, alles was een momentopname, alleen voor de eendagsvlieg was de stad statisch, en dan nog moest-ie niet al te goed om zich heen kijken.’ 

    Actie à l’adagio 

    Wanneer de lezer toch een kaart van dat architecturale labyrint zou kunnen natekenen, dan moet hij zonder twijfel de punaise van het plot vastpinnen op de grote brug die over de rivier loopt. Het is daar dat Scherpenzeel een jongen aan een pijler heeft zien hangen, nadat hij in zijn appartement een briefje had gevonden waarop stond ‘Ga smorgens naar de brug.’ Diezelfde jongen blijkt dan ook nog eens een trouwe en om geldverlegen cliënt van het bijkantoor te zijn. De spanning wordt opgebouwd en Scherpenzeel gaat op speurtocht om te achterhalen wat Wildervanck allemaal weet over die zogenaamde Jonathan. 

    Als de fascinatie van de lezer tot een hoogtepunt is opgevoerd, zouden de meeste auteurs hun personages langs allerlei intriges sturen om ze dan met een rotvaart richting de finale ontknoping te laten snellen. Van Essen haalt hier zijn schouders voor op. Hij legt de beide heren van het bijkantoor geen strobreed in de weg, wanneer zij doodgemoedereerd de stad uit fietsen. Ze belanden op het platteland, overnachten in hotels en lunchen op picknickbanken. Ondertussen verslindt Wildervanck de ene detectiveroman na de andere, maar niet om te weten wie het gedaan heeft. Volgens hem is het plot daarbij een noodzakelijk kwaad. Het is de sfeer die telt. Dat lijkt ook het adagium dat Van Essen zelf tijdens het schrijven van deze roman heeft gehanteerd.

    Gondelmetaforen

    Met originele zinsneden en aaneenschakelingen van beelden weet hij bij wijlen een intieme en haast mythische atmosfeer te scheppen. Wanneer Jonathan op zoek gaat naar zijn moeder, vindt hij haar terug tussen de daklozen bij het station. Ze is ‘een klein segment van de reusachtige, donkergrauwe mensenrups die zich tegen de tunnelwand aanschurkt’. Het is in de mijmeringen van diezelfde moeder dat de sfeer het meest intrigeert. Er is sprake van een groot gebouw met een plat dak waarlangs glazenwassers in gondels door de lucht bewegen. Dat staat soms in een paginalange zin geformuleerd, zodat er in dat ene beeld een ritmische dynamiek tot stand komt en de lezer er heerlijk in kan verzinken. Die hallucinerende waas bevindt zich in schril contrast met de landerige en slome ontwikkeling van het fietsuitje van Wildervanck en Scherpenzeel. Bij hen heerst de banaliteit. Al weet Van Essen te vermijden dat het ronduit saai wordt door pareltjes van metaforen in het rond te strooien. Het hoffelijke bekvechten over wie de rekening betaalt, wordt ‘de moeizame dans van zal-ik-ook en nee-dat-is-echt-niet-nodig’.  

    Moedermanco

    Af en toe schemert de plot door de metaforen heen. Dat gebeurt meestal tijdens de ontboezemingen van Scherpenzeel over de afwezige relatie ten opzichte van zijn ouders. Of tijdens de dialogen tussen Jonathan en zijn moeder. Net als in De goede zoon is een verstoorde moeder-kind relatie het hoofdthema van deze roman. Een moedermanco zo u wil. Dat moedermanco weet Van Essen op uiteenlopende wijzen te bestrijken. Thema’s als suïcide en psychiatrische behandeling komen op een nuchtere manier aan bod. En toch past de taboesfeer, die al te vaak rond deze onderwerpen hangt, naadloos in de labyrintische wereld waarin de personages zich bevinden. Zinnetjes als ‘ik heb je gekregen maar nooit gehad’ maken dat de combinatie van ontwapenende intimiteit bij momenten wonderwel kadert in de bevreemdende atmosfeer van het verhaal. Die paradox vormt ook de grootste sterkte van deze roman en kan enkel voortkomen uit het watermerk van een schrijver, die zijn arsenaal aan technieken op een beheerste manier weet te benutten.

    Eclectische voorstudie

    Dat levert evenwel een scala aan stijlen op, waardoor het geheel lastig te balanceren valt.  Er is het narratief van Wildervanck en Scherpenzeel dat goed past in de naoorlogse traditie van lanterfantende personages. De verhalen van Jonathans moeder over glanzenwassers in gondels evoceren dan weer een mythologische sfeer, die doet denken aan postmoderne romans zoals Tongkat van Peter verhelst. Een van de dingen die beide vertelstijlen gemeen hebben is hun relatieve plotloosheid. Het feit dat Van Essen juist een plotlijn gebruikt om beide met elkaar te verbinden is daarom des te opmerkelijker. Het resultaat zou gekunsteld aandoen als de rake metaforen en hilarische opmerkingen er niet waren geweest. ‘Ergens iets van zeggen was nutteloos… Het liefst had hij die tekst op een tegeltje geschreven, een flink dikke tegel, en er iemand de hersens mee ingeslagen.’ Als zo’n zin u zelfs niet doet grinniken, dan wendt u zich beter tot de doodserieuze literatuur.

    Ondanks de kwinkslagen en de tedere zinnetjes blijft Miniapolis bij momenten overkomen als een, weliswaar zeer goed uitgevoerde, voorstudie van dat wat Van Essen ons in de toekomst kan voorschotelen. Het bouwplan voor een lanterfanterboek of net de blauwdruk van zijn eigen hedendaagse mythe. Miniapolis is een transitroman vol straten, tramlijnen en fietspaden. Het plot is een bouwput van waaruit de auteur een literaire skyline laat verrijzen. Hopelijk laat Van Essen bij zijn volgende worp de lezer de stad even ontvluchten, zodat die vanop een afstandje op zijn minst eens één wolkenkrabber in volle glorie kan aanschouwen.

     

  • Oogst week 44 – 2021

    Miniapolis

    Op een ochtend komt Jonathan zijn moeder tegen in de tram. Eén probleem: ze is al vier jaar dood. Toch gaan ze samen op zoek naar het landhuis waar zijn moeder is opgegroeid. Twee andere mannen verlaten de stad gelijktijdig. Het viertal ontmoet elkaar, letterlijk en figuurlijk, en leert dat de reis niet altijd belangrijker is dan de bestemming. Rob van Essen (1963) schreef meerdere romans. Met Visser werd hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en met De goede zoon won hij deze prijs zelfs in 2019. Zijn nieuwste roman Miniapolis bevat dezelfde humor en vervreemding als in zijn eerdere werk.

    Miniapolis
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Dit soort kleinigheden

    De Ierse auteur Claire Keegan (1968) won verschillende prijzen voor haar romans en korte verhalen. Haar nieuwste roman Dit soort kleinigheden gaat absoluut niet over kleine thema’s. Het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig, in het katholieke Ierland. Hoofdpersoon Bill heeft een bedrijf in hout en kolen. Hij is zelf de zoon van een tienermoeder die het huis werd uitgezet. Tijdens de feestdagen bezoekt hij vanwege zijn werk een klooster waar jonge vrouwen gedwongen worden om in de wasserette te werken onder de noemer ‘heropvoeding’. Deze roman is opgedragen aan de vrouwen en kinderen hebben geleden op de plaatsen waar ongetrouwde zwangere vrouwen werden weggestopt.

    Dit soort kleinigheden
    Auteur: Claire Keegan
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Kluger Hans #41 Gêne

    Kluger Hans is een platform voor nog onbekend literair talent, zowel in woord als in beeld, waarbij woord en beeld elkaar versterken. Twee keer per jaar komt er een nieuw nummer uit. Nummer #41 is net verschenen en heeft als thema ‘gêne’, en dan vooral in de literatuur. Is gêne iets wat overwonnen moet worden of juist iets wat je kunt vieren? Daan de Jager, Jonathan van der Horst, Bas Tuurder, Nic Wouters, Daan Kogelmans, Anna Wegloop, Anke Cuijpers, Hanne Craye, Nikki Dekker, Marloes van der Singel, Sixtine Bérard, Gaël van Heijst, Farīd ad-Dīn ʿAṭṭār in vertaling van Remi Hauman, Frederick Seidel in vertaling van Mattijs Deraedt en beeldend kunstenaars Corentin Grossman en Joëlle Dubois droegen bij aan dit nummer. Het nummer is hier te bestellen.

    Kluger Hans #41 Gêne
  • Biesheuvelprijs voor Mensje van Keulen

    In een presentatie die het korte verhaal alle eer aandeed werd via livestream vanuit het Felix Meritis in Amsterdam bekend gemaakt dat Mensje van Keulen met haar verhalenbundel Ik moet u echt iets zeggen (Atlas Contact) de Biesheuvelprijs 2021 heeft gewonnen. Naast de eer won Mensje van Keulen een geldbedrag van € 8.774, dat door middel van  crowdfunding bijeen was gehaald, wat uniek is voor een literaire prijs. De Biesheuvelprijs werd zeven jaar geleden in het leven geroepen als stimulans voor- en de waardering van het korte verhaal. Sinds 2010 komt dit genre niet meer in aanmerking voor een literaire prijs. Het instellen van de Biesheuvelprijs is daar een reactie op.

    De uitzending rondom de uitreiking van de prijs werd gepresenteerd door Arjan Fortuin. Jurylid Christine Otten hield een inleiding over het korte verhaal en memoreerde Biesheuvel, die op 30 juli 2020 op 81-jarige leeftijd overleed en er dit jaar voor het eerst niet bij was.

    Er waren zestien inzendingen geweest voor de prijs, waarvan enkele afvielen, of omdat het een bundeling was van al eerder verschenen verhalen of omdat er ‘roman’ op stond. Christine Otten liet weten dat de kwaliteit van de overige bundels ongekend hoog was. En dat een subliem kort verhaal een vorm van pure poëzie is.

    Nadat de drie genomineerden ieder op zich waren geroemd om hun werk, de betreffende schrijver een fragment uit een verhaal uit zijn genomineerde bundel voorlas, werd bekendgemaakt dat de keuze van de jury op Mensje van Keulen was gevallen. Die, zo zei jurylid Bo van Houwelingen, met een enkel woord een heel beeld kon schetsen, zoals ‘stappenteller’ als beeld voor een huwelijk.

     

    De jury oordeelde, ‘Ik moet u echt iets zeggen is een bundel die imponeerde met haar ongekend natuurlijk klinkende dialogen, geraffineerde plots die telkens naar een even verrassende als bevredigende ontknoping toewerken en psychologische schetsen die in een paar nonchalante zinnen een compleet universum suggereren. Een nieuw kroonjuweel in het oeuvre van de koningin van de vorm.’

     

    Mensje van Keulen was verrast en ontroerd door het winnen van de prijs. Vijftig jaar maakte Maarten Biesheuvel deel uit van haar leven, samen met Maarten ’t Hart vormden ze een soort sandwich, zei Van Keulen, met haarzelf in het midden. Met het overlijden van Biesheuvel vorig jaar werd het opeens wel heel erg koud. Het winnen van de prijs had voor haar een dubbele betekenis. ze komt uit een tijd, zei ze, dat het nog heel gewoon was verhalen te schrijven.

    De overige genomineerden voor de J.M.A. Biesheuvelprijs waren: Rob van Essen met Een man met goede schoenen (Atlas Contact) en Joost de Vries met Rustig aan, tijger (Das Mag).
    De prijs werd eerder gewonnen door Marente de Moor, Maarten ’t Hart, Annelies Verbeke, Maria Vlaar en Rob van Essen.

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2021 bestaat uit Ionica Smeets (voorzitter), Dirk-Jan Arensman, Bo van Houwelingen, Christine Otten en Ronald Soetaert.

     

  • Trucs

    Trucs

    Al een paar dagen verkeer ik in het hoofd van een drieënzestigjarige man in de nabije toekomst. Er zijn robots op dienstverlenende plekken, iedereen heeft een basisinkomen, het leven lijkt eentonig. De man wordt nergens verwacht en het regent nogal veel. Ook denkt hij vaak: ‘Ik ging niet met hem in discussie hierover!’ Zijn moeder, die hij twintig jaar wekelijks bezocht, is op honderdjarige leeftijd overleden. Dan komt een oude bekende hem ophalen, waarheen het gaat is voor de man niet duidelijk. Alles blijft op afstand. Wat aanzet tot een verlangen naar empathische verhoudingen, naar contactmomenten. Na honderd bladzijden heb ik nog geen idee waar het heen gaat en wil ik uit dat hoofd.
    Ik lees een ander boek over  een liefdesrelatie die na twintig jaar door de vrouw verbroken wordt. De man ervaart het als een natuurramp, de vrouw als een bevrijding. Er zijn kinderen, die vinden het vooral gênant en onbegrijpelijk. Ik wordt er door geraakt, vraag me af wat liefde nu eigenlijk is. Tussen neus en lippen door lees ik verder in De goede zoon, waarbij ik ergens in de kantlijn krabbel: ‘langdradig, raakt me kwijt’. Wat ik mezelf verwijt.

    In het boek over de liefde: ‘Als je elkaar leert kennen is er ontzag voor de ander, een heel mens, met een heel leven, een geschiedenis los van jou, een mysterie dat zich voor je opent, een uitzicht dat zich ontvouwt, je bent behoedzaam en verbergt wat minder fraai is van jezelf, (..).’ Begint daar het bedrog, het misverstand dat de relatie onontkoombaar naar een einde voert?
    Een liefdesverbond  is dansen langs de afgrond want, ‘Je begint je te bemoeien met elkaars gewoonten, je begint elkaar te leren waar je je voeten moet zetten, wat je moet eten of dragen of zeggen, je stemt je smaak en je bedtijd op elkaar af, je voelt je verantwoordelijk voor het gedrag van die ander in het openbaar.

    In de laatste honderd bladzijden over de zoon voert een sprekende robotauto hem naar een onbekende bestemming. Tijdens de twee dagen durende reis ontstaat er een band tussen hen, er ontstaat contact. Er zijn prachtige scenes in een bos, de afstandelijke zoon wordt menselijk. Dan vertelt hij over zijn moeder, dat ze op een dag buiten zaten, over een heidevlakte uitkeken en zijn moeder op volkomen natuurlijke wijze zei, ‘Ach wat is dit prachtig’. Zonder komma. Ze zei het niet voor hem. Het klonk, zegt de zoon, ‘berustend, zonder al die trucs die ze zichzelf in het contact met anderen had aangeleerd omdat ze op die manier de meeste respons kreeg.’ Het is een openbaring zijn moeder als autonoom figuur te zien. Dit was het moment waarnaar je verlangt, het hele boek door. Als een E.T. ervaring, wanneer E.T. zijn vinger tegen het voorhoofd van het jongetje Elliot legt en met die trage stem: ‘Phone Home’ zegt. Ik had geen idee waar dit boek me brengen zou. Wat een ingenieus geschreven toestand.

     

    De goede zoon, Rob van Essen (Atlas|Contact)
    Cursiefgedrukte uit: Liefde, als dat het is, Marijke Schermer (Van Oorschot)


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met korting en leest dagelijks.

  • Rob van Essen wint Librisprijs voor roman die ‘ons verleidt en van zich afduwt’

    Na het lange diner, de vele en formele gesprekjes over ‘wie denkt u dat er gaat winnen’, ‘heeft u een dankwoord voorbereid’ werd na tien uur gisteravond bekend dat de jury van de Librisprijs De goede zoon van Rob van Essen (1963) tot beste boek koos van 2019. Waarmee het een verrassende, maar ook terechte keuze maakte. De schrijver zelf was totaal overrompeld. Even daarvoor had hij nog uitgesproken dat hij verwachtte dat de schrijver met het grootste boek over Europa zou winnen. Toen hij geacht werd zijn dankwoord uit te spreken, begon de schrijver met te zeggen ‘dat het even wennen was’. Waarna hij een enkel ‘Dank’ uitsprak, kort maar zeer gemeend.

    De goed zoon is het twaalfde boek van Rob van Essen (1963) en speelt in de nabije toekomst waarin iedereen een basisinkomen krijgt, lijdzaam zijn tijd uitzit en computers en robots een grote rol spelen. Waarin de zestigjarige hoofdpersoon, het alter ego van de schrijver, rouwt om de dood van zijn dementerende moeder. Zich afvragend of hij wel een ‘goede zoon’ is geweest.

    De jury sprak lovend over het boek als een ‘sprankelend werk van literaire verbeelding’. Jet Bussemaker omschreef de roman tijdens de presentatie van de zes genomineerden als ‘Een roman die ons op het verkeerde been zet en op de hak neemt, ons op een schitterende wijze confronteert met de tekortkomingen en uitdagingen van ons eigen leven.’

    De andere genomineerden waren Jan van Aken, Johan de Boose, Esther Gerritsen, Bregje Hofstede en Ilja Leonard Pfeijffer. Vorig jaar won Murat Isik de prijs met zijn roman Wees onzichtbaar.

    De jury bestond uit Sigrid Bousset, programmamaker Erica van Boven, hoogleraar letterkunde Dries Muus, literair criticus en Petra Possel, journalist/presentator, onder voorzitterschap van Jet Bussemaker.

     

    Foto: Screenshot NPO

  • Geloofwaardige toekomst

    Geloofwaardige toekomst

    De nieuwe roman van Rob van Essen, De goede zoon, werd in NRC bekroond met vier zeer terechte ballen. Leuk aan de bespreking van Judith Eiselin was bovendien dat ze het boek vergeleek met Ogen van tijgers, een toekomstroman uit 1982 van Tonke Dragt. Net als met naar de film gaan, waarin de trailers vóór de hoofdfilm mijn favoriete kijkmomenten zijn, kan ik het heerlijk vinden om tijdens het lezen over literatuur op andere boeken gewezen te worden.
    Ogen van tijgers, het vervolg op het al even magische Torenhoog en mijlenbreed (1969!), las ik als kind. Het stuk waarin Jocks schilderij door een piepkleine wijziging ‘af’ wordt, staat me nog zo bij. 
    Uit het niets een wereld opbouwen is altijd een krachtmeting van de eigen geest, maar ik kan me voorstellen dat de research die een schrijver doet voor een toekomstverhaal qua inzet niet onderdoet voor die van een historisch verhaal. Waar je bij die laatste bronnen tot je beschikking hebt (geschiedenisboeken, kranten, ooggetuigenverslagen) moet bij die eerste bijna alles uit je eigen hoofd komen. Het moet kloppen, maar wat? En hoe? Dat is moeilijk te toetsen.
    Als schrijver kun je prima een wereld bedenken waarin de volledige aardbevolking, ik noem maar wat, vegetariër is geworden, maar dan heb ik wel graag dat je hebt nagedacht over de economische gevolgen hiervan. Of die voor het milieu. Eigenlijk wil ik dat de schrijver al mijn vragen voor is. Hij/zij hoeft ze niet allemaal te beantwoorden, zeker niet, als-ie zich maar bewust is van welke vingers er eventueel opgestoken zullen worden. 

    Een van mijn favoriete toekomstverhalen is de film Artificial Intelligence (2001). Er is veel op de film aan te merken maar ik kan nog volschieten bij de scène waarin David, onder water, tot de Blauwe Fee bidt. Toen ik de film opnieuw keek in gezelschap van iemand die filosofie studeerde, werd het ingewikkeld. ‘Als wij deze film zouden behandelen in de lessen zouden we het over deze scène hebben,’ begon de student, terwijl Monica in haar hypermoderne automobiel het beeld uitreed. ‘Zoveel moderne gekke dingen maar auto’s rijden wel gewoon nog over asfaltwegen?’ Precies waar je op zo’n moment – het drama! – niet aan wilt denken.
    Op internet stuitte ik op een schitterend illustratie bij het sprookje van De kleine zeemeermin. Toch er was iets geks mee. Ineens zag ik wat er niet klopte: een zeemeermin schonk thee in een porseleinen kopje. Voor een verhaal erkende ik probleemloos het bestaan van een vrouwelijk wezen met een vissenstaart. Maar onder water thee inschenken? Nee, joh. 

    Het slagen van een verhaal zit hem niet in hoe een (fantasie)wereld is opgebouwd, maar in wat deze toekomst met de personages doet. Het zit in dat schilderij van Jock. Of, zoals in De goede zoon, niet in een autorit maar in wat deze rit met de verteller doet. Hoe aanwezig en ingekleurd ook, in beide boeken is de toekomst maar achtergrond – niet waar het om gaat. Dat maakt het zulke mooie boeken.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.