• Oogst week 20 – 2020

    Autobiografie van een lijk en andere verhalen

    Het is meteen een intrigerende titel: Autobiografie van een lijk. Het is één van de zeven verhalen die zijn opgenomen in de bundel met dezelfde titel van Sigizmoend Krzizjanovski (1887-1950). De schrijver is een Rus van Poolse afkomst, die tevens librettist was onder andere van Prokofjevs Eugen Onegin. Van hem werden een paar jaar geleden al twee romans in het Nederlands vertaald. Zijn vertellingen zijn grotesk, absurdistisch, surrealistisch. Kauw maar eens op de volgende tekst: ‘Als één arbeider met één schop op één dag één kubieke meter graaft, dan zullen duizend arbeiders met die ene schop in dezelfde tijdspanne diezelfde kuub graven. Ergo: als we de belletristische bezetting reduceren, kan dat ene thema worden bediend door één pen van dienst. Geen honderd honoraria maar één, geen honderd oplagen van tienduizenden stuks, maar één oertotaaluitgave in miljoenvoud’.

    Autobiografie van een lijk en andere verhalen
    Auteur: Sigizmoend Krzizjanovski
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Midzomer, stadsmoe

    Schrijver en dichter Bernard Wesseling (1978) won in 2007 de C. Buddingh’-prijs voor zijn poëziedebuut Focus. Drie jaar eerder verscheen zijn romandebuut De favoriet. Nu is er opnieuw een roman, zijn vierde: Midzomer, stadsmoe, over de fietskoerier Rochus Veldman die achtervolgd wordt door de vraag wat er met zijn vermiste vriend kan zijn gebeurd. Een vriendin trekt hem de wereld weer in. Samen vertrekken ze naar Lesbos.
    ‘- Op Lesbos zijn we nodig. Niet dat we de problemen daar kunnen oplossen, maar het leed verzachten misschien. Oké, je twijfelt, ik zie het. Ik ook.
    – Waarom Lesbos?
    – Mijn vader zei dat ook: Waarom Lesbos? Waarom help je geen bejaarden, die massaal vereenzamen? Waarom vluchtelingen?’

    Midzomer, stadsmoe
    Auteur: Bernard Wesseling
    Uitgeverij: Querido

    Melancholie II

    ‘Stavanger, vroeg in de herfst, 1902: Oline loopt van de zee de steile helling op, steunend op haar stok loopt ze stapje voor stapje omhoog, en haar voeten doen zo’n zeer dat ze nog maar net vooruitkomt, maar het gaat, stapje voor stapje loopt Oline omhoog, in aar ene hand de stok, in haar andere een snoer met vis en wat dooet het zeer, denkt Oline…’. Deze opening van Melancholie II van de Noor Jon Fosse (1959) tekent meteen zijn vertelstijl met repeterende zinnen die vaak beginnen met ‘en’. De roman is een vervolg op Melancholie I, over de Noorse landschapsschilder Las Hertervig (1830-1902). Melancholie II speelt zich af op de sterfdag van de schilder en vertelt het verhaal vanuit het perspectief van zijn zus Oline.

    Melancholie II
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Ieder op zijn manier

    Ieder op zijn manier

    In het Nederlandse taalgebied zijn de naoorlogse schrijvers bij wie de Tweede Wereldoorlog de rode draad door hun werk was – herinner u Harry Mulisch’ uitspraak ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog – vrijwel uitgestorven. Maar elders in Europa lopen er nog steeds auteurs rond die nooit klaar zullen zijn met die vijf verschrikkelijke jaren. Zo verscheen bij Literair Nederland in 2018 een recensie van Die nacht zag ik haar, een roman van de Sloveen Drago Jančar (1948), een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van een gruwelijke oorlog waarin de auteur zich toespitste op de morele dubbelzinnigheid van die tijd en de flinterdunne grens tussen goed en kwaad.

    Sinds eind 2019 is er nieuw werk van Jančar beschikbaar in het Nederlands: En ook de liefde heet zijn jongste telg. Het boek haalde de longlist van de Europese Literatuurprijs en zal voor wie Die nacht zag ik haar las, geen grote verrassing zijn. Ook nu weer speelt het boek zich af tijdens de oorlog in Slovenië en opnieuw is morele dubbelzinnigheid een belangrijk thema.

    In de openingsscène van En ook de liefde loopt Sonja, een jonge studente medicijnen uit het Sloveense Maribor, in het oorlogsjaar 1944 de SS-vrijwilliger Ludek – of Ludwig, zoals hij zich als zelfverklaarde Volksduitser en aanhanger van de Groot-Duitse gedachte liever laat noemen – achterna om te informeren naar het lot van haar geliefde Valentin, die per vergissing is gearresteerd door de Gestapo nadat hij werd gearresteerd in een afgelegen herberg waar hij helemaal niet hoefde te zijn.

    Tenminste, dat is de versie van het verhaal die Sonja aan Ludwig voorlegt, want in werkelijkheid is er wel degelijk iets aan de hand. En ook Ludwig ruikt onraad, maar is bereid om een oogje dicht te knijpen en Valentin te laten gaan. Maar voor wat hoort wat, en Ludwig ontpopt zich tot een seksueel roofdier, een Weinstein avant la lettre die van de omstandigheden profiteert om de bevallige Sonja te verkrachten. De seksuele uitbuiting zal voor haar trouwens niet ophouden, want als ze later naar Ravensbrück wordt gedeporteerd, wordt deze niet-joodse gedwongen om als ‘troostmeisje’ te werken. Het is een onderbelicht aspect van elk gewapend conflict, maar in oorlogstijd neemt seksueel geweld altijd toe en zijn vrouwen vaak loslopend wild voor bezetters. Sonja komt getraumatiseerd uit de oorlog en gaat gebukt onder de schaamte over haar verleden als gedwongen prostituee. Tot op het einde blijft het afwachten of er nog een weerzien kan volgen met Valentin en of de liefde overeind kan blijven.

    De nazi’s probeerden tevergeefs etnische orde te scheppen in de multiculturele Balkan. Later zou tijdens de oorlog van ex-Joegoslavië trouwens nogmaals blijken dat ‘etnische zuiverheid’ een waanidee is dat altijd in een bloedbad eindigt. Ze verloren aan het einde van de oorlog steeds meer terrein, maar hielden tot het bittere einde vast aan hun ideologie. In hun optiek waren ze immers idealisten, mensen die oprecht aan een betere wereld werkten:

    En nu de bommen vielen en het schijnsel van enkele branden zichtbaar werd, hield Ludwig Mischkolnig zichzelf met al zijn wilskracht voor dat hij slechts een onderdeel was van een groot volk dat zich tegen deze barbarij verdedigde, dat zijn wil deel uitmaakte van de totale wil van een gigantische macht die niet onder deze slagen zou bezwijken en te midden van het geloei van de sirenes die het noodlot aankondigde, stand zou houden.

    Anderzijds liepen er onder de partizanen ook sadisten rond, types die er plezier in hadden om te moorden of te martelen, ongeacht aan welke kant ze vochten, en na het vertrek van de bezetter ook onschuldige mensen te grazen namen. Maar ook rechtschapen mensen worden in een oorlog soms gedwongen tot misdaden, vaak om zichzelf of hun geliefden te beschermen. ‘Het was oorlog. Iedereen moest op zijn manier proberen te overleven,’ zegt een van zijn personages daarover. Het is heus niet zo eenvoudig om te zeggen wie ‘goed’ of ‘fout’ was tijdens de oorlog.

    Jančar verwoordt de absurde willekeur van het kwaad zeer treffend:

    Het kwaad is als een onzichtbare wolk die boven het aardoppervlak drijft en aftast waar hij de juiste bodem en het geschikte punt kan vinden om te groeien. Daar daalt hij neer en komen volken en landen met elkaar in conflict. Uiteindelijk breekt er oorlog uit en is niemand meer wie hij was of zou willen zijn. Er worden onschuldige mensen doodgeschoten, huizen vliegen in brand en hele steden veranderen in ronkende puinhopen.’

    Deze auteur beheerst zijn vak en schreef met En ook de liefde een meeslepende, strak gecomponeerde roman. Toch is de psychologie van het kwaad al overtuigender neergezet dan met het ietwat vlakke personage Ludwig Mischkolnig.
    Neem bijvoorbeeld de Fransman Jonathan Littell, die met De welwillenden een monumentale roman schreef en zijn lezers dwong om in het hoofd van SS’er Max Aue te kruipen. Of waarom niet De zaak 40/61, het non-fictieverslag over het proces tegen Eichmann waarin Harry Mulisch de banaliteit van het kwaad onderzocht. Keus te over voor wie zich in dit thema wil verdiepen.

     

  • Oogst week 9 – 2020

    Verdwijnpunt

    Een narratief over verdriet of pijn wordt vaak in de vorm van een queeste of sprookje gegoten, een reis die positief eindigt. Natuurlijk is dit niet representatief: het kan voorkomen dat de pijn niet verdwijnt of dat het verdriet niet minder wordt. In Verdwijnpunt onderzoekt Wytske Versteeg (1983) ‘de verschillende facetten van pijn en de gevolgen van geweld en machteloosheid’. Geen sprookjes, maar een zoektocht naar ‘wat het betekent om te leven en kwetsbaar te zijn’.

    Versteeg schrijft essays, romans, scenario’s en recensies. Haar roman Boy stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs en voor haar gehele oeuvre werd de Frans Kellendonkprijs in 2019 aan haar toegekend. Op dit moment geeft ze les in fictie aan de Hogeschool Artez.

    Verdwijnpunt
    Auteur: Wytske Versteeg
    Uitgeverij: Querido

    Orkaanseizoen

    Fernanda Melchor (1982) is een Mexicaanse auteur en journalist. Orkaanseizoen is haar tweede boek en haar eerste werk met een Nederlandse vertaling. In 2019 won ze met Orkaanseizoen zowel de Internationale Literatuurprijs als de Anna Seghers-prijs. In dit boek is de Heks, een persoon in transitie, vermoord. Door wie is niet belangrijk, het draait om de vraag waarom.

    De Heks bleek onderdeel uit te maken van een gruwelijk, arm dorp waarin huiselijk geweld, ongewenste zwangerschappen en drugsmisbruik orde van de dag zijn. Eén van de grootste problemen van Zuid-Amerika is geweld tegen en moord op vrouwen. Juist daarover gaat Orkaanseizoen en Melchor gebruikt woest proza met diepgaande personages om dit verhaal te vertellen.

    Orkaanseizoen
    Auteur: Fernanda Melchor
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Als je de stilte ziet

    In Als je de stilte ziet lukt het de hoofdpersoon niet om een goede band op te bouwen met zijn pleegbroer. Hij weet niet hoe het komt, maar het geheim dat tussen hen in staat blijft hem de rest van zijn leven achtervolgen. Dit levert een filmisch geschreven en ontroerend verhaal op ‘over verlangen, vluchtigheid en betekenis geven aan het leven’.

    De voor Thomas Verbogt (1952) kenmerkende lichte, melancholieke verteltoon komt prachtig tot zijn recht in Als je de stilte ziet. Naast romans schrijft Verbogt ook humoristische korte verhalen, columns voor De Gelderlander, toneelstukken en cabaretteksten. Elsbeth Etty noemde hem ‘een meester van de dialoog’.

    Als je de stilte ziet
    Auteur: Thomas Verbogt
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • Het titelverhaal getuigt van een groot talent

    Het titelverhaal getuigt van een groot talent

    Schrijven over transformaties is een uitdaging voor de schrijver. Ovidius schreef met Metamorphosen wellicht de bekendste verhalenbundel met dat thema, hoewel ook Kafka zich er graag aan waagde met De gedaanteverwisseling, waarin een man in een kakkerlak verandert. Dit verhaal inspireerde weer de Ierse schrijver Ian McEwan tot het schrijven van de schitterende Brexit-parodie, The Cockroach. Interessant thema moet ook Jeroen van Kan gedacht hebben en hij schreef prompt een interessante verhalenbundel waarin het thema transformatie centraal staat. Van Kan kende zelf ook verschillende transformaties, zo was hij redacteur van de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Tirade, werkte hij jarenlang voor de VPRO-radio en presenteerde tot vorig jaar het VPRO Boeken waarna hij directeur werd van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA). In 2017 werd hij ‘ontmaskerd’ toen bleek dat hij onder het pseudoniem Wesley Abstmeyer  gedichten publiceerde. Dit leidde uiteindelijk tot de publicatie van zijn debuutbundel De wereld onleesbaar.

    Transformaties en zelfmoord

    Hoe Matt een dode vis werd is een verhalenbundel met zeven verhalen, waarbij vooral de drie langere verhalen overtuigen. Het motto van Ovidius luidt: ‘Jaag mij uit het rijk van dood en leven allebei! Gun mij een andere vorm!’ Meteen een aanduiding van de twee belangrijkste thema’s van de bundel, transformaties en zelfmoord. Van Kan was zeer geraakt door de zelfmoorden van zijn voorganger bij VPRO Boeken, Wim Brands en van schrijver Joost Zwagerman. Die gebeurtenissen lijken een spoor te hebben nagelaten, het thema dan ook prominent aanwezig in de bundel. 

    In het openingsverhaal Het delicate monster, wordt Philip Verstaggen geconfronteerd met een vergroeiing van zijn kaakbeen. Nauwgezet en tot in de details krijgt de lezer een beschrijving van het tandartsbezoek. Als blijkt dat de tandarts hem niet kan helpen, wordt hij constant doorgestuurd van kaakchirurg tot plastisch chirurg en psycholoog toe. Allen zetelen ze in het Centraal College Uitzonderlijk Medische Gevallen. Overal hoort hij hetzelfde, niemand kan hem helpen en hij moet berusten in zijn lot. Uiteindelijk is zijn misvorming van zodanige aard dat hij als wetenschappelijk onderzoeksobject gebruikt zal worden.

    Kwispelen met de ketting is aanvankelijk een warrig verhaal over schrijverschap en zelfmoord. Het verhaal wisselt voortdurend van perspectief en toont de teloorgang van een schrijverskoppel: hij een ietwat misnoegde , weinig succesvolle auteur, zij een succesvolle soapschrijfster. Als zijn tegenpool Saquelle, razendpopulaire auteur, zelfmoord pleegt, zit er voor hem maar een ding op. Hij worstelt met het leven en wil eraan ontsnappen. Uiteindelijk toont hij hoe de drang naar de dood, los van alle twijfel, overwint. De voorbereidingen en de uiteindelijke sprong van het dak sluiten het verhaal af. Dit verhaal wordt beter naarmate het einde nadert.

    De metamorfoseur

    Een interludium in de bundel is het zeer korte Neem me mee, een mysterieus interactief contact tussen een jong meisje dat met haar ouders zit te eten in een restaurant en een oudere man aan een ander tafeltje. De precieze bedoeling is onduidelijk, ook na herhaaldelijk herlezen. Van een heel andere orde is het heel leuke en bijzonder leesbare titelverhaal. Matt is een man van kleine gestalte die allerlei gedaanten kan aannemen. Gedurende zijn levensverhaal leert de lezer hoe hij ‘metamorfoseur is geworden. Hij kan in alles veranderen wat hij maar wil, maar omdat zijn ouders verdronken zijn na een schipbreuk, wil hij niet veranderen in iets wat met de zee te maken heeft. Als hij op een avond moet optreden voor de visser vakbond, slaat het noodlot toe, zoals uit de titel blijkt. In dit verhaal toont van Kan wat hij allemaal in zijn mars heeft: het is een boeiend verhaal, origineel met spanning en een mooie balans tussen gevoels uitersten. 

    Wisselende duiding

    De bundel sluit af met drie kortere verhalen waarvan vooral De doodroker blijft hangen. Daarin wordt de lezer geconfronteerd met een man die weet dat hij door te blijven roken een eind maakt aan zijn leven. Hij vindt zichzelf een experiment: wat zal er allemaal mislopen als ik blijf roken? Zijn tenen zijn  al geamputeerd, zijn benen zullen volgen. Ook een beroerte behoort tot de mogelijkheden. Dat schijnt hem allemaal niet te deren. Dood moet men toch. In het laatste verhaal In de orde van Apollo toont de auteur wat er kan gebeuren als de routine van alledag in het leven van een oude man wordt gebroken. 

    Hoe Matt een dode vis werd is een interessante verhalenbundel met wisselende kwaliteit. Waarbij het titelverhaal getuigt van een groot talent, Van Kan slaagt er moeiteloos in de lezer volledig op sleeptouw te nemen. De wat kortere verhalen ontberen een duidelijkheid die de lust tot verder lezen kan ontnemen. 

     

  • Oogst week 6 – 2020

    Buiten beeld

    De Nederlandse fotograaf Alex Laagland ziet tijdens een demonstratie in Caracas een jongen struikelen die kort daarop, net als hij zijn camera op hem heeft gericht, wordt neergeschoten: ‘Achter elkaar drukt Alex af, de demonstrant die zijn vuist in de lucht steekt en recht in de lens kijkt, het schot dat uit de loop vlamt. En dan de foto: het moment net nadat de kogel hem in zijn linkerschouder heeft geraakt en zijn mond openstaat in een schreeuw’ – de foto wint de Zilveren Camera. Met die scene begint Buiten beeld, de debuutroman van journalist Jurriaan van Eerten. Op de cover staat een afbeelding die geïnspireerd is op de beroemde foto De gier (Starving child and Vulture) waarmee de Zuid-Afrikaan Kevin Carter in 1994 de Pullitzerprijs won. Daarop zagen we hoe een gier wacht op de dood van een hongerend kind in Soedan. Het leverde Carter kritiek op. Was hij niet zelf een soort gier? Dat brengt Van Eerten in deze roman tot vragen over ethische dilemma’s van een journalist

    Buiten beeld
    Auteur: Jurriaan van Eerten
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Broze aarde

    Broze aarde is een nieuwe bundel gedichten van Antjie Krog. Thema is de kwetsbaarheid van onze planeet. Krog heeft in deze tweetalige verzameling (Zuid-Afrikaans en Nederlands) de opbouw gekozen van een hoogmis, een mis voor het Universum. In de gebruikelijke gezangen is niet God maar de ‘Brose Aarde’ de aangesprokene. Dat leidt tot bijvoorbeeld de volgende regels in haar versie van het Onze Vader:
    U gee ons elke dag
    ons daaglikse lig, getemperde water, fotosintese en brood
    maar ons besoedeling kan u nie vergeef nie,
    ook nie ons mishandeling en vernietiging van mekaar nie;
    lei ons in die versoeking om u bo alles lief te hê
    u te verlos van alle etterende ontering.
    Een indrukwekkende uitvoering van de mis door Krog met koor en orkest tijdens Poetry International 2019 is hier te zien.

    Broze aarde
    Auteur: Antjie Krog
    Uitgeverij: Podium

    Een ongeneeslijk heimwee

    Willem Brakman (1922 – 2008) heeft vijfenvijftig boeken op zijn naam staan en won in 1980 de PC Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn werk wordt nog steeds heruitgegeven en toch stond hij nooit hoog in beststellerlijsten. Zijn schrijftrant was niet geschikt voor lezers die een lineair verhaal willen. Nico Keuning schreef nu een biografie over hem, getiteld Een ongeneeslijk heimwee. Leven en werk van Willem Brakman. ‘Wim was een introverte, gevoelige jongen’, zegt Keuning in een recent interview: ‘Wellicht zou hij nu aangemerkt worden als hoogbegaafd. Hij keek op een indringende manier naar voorwerpen, kende elke winkel, iedere etalage en elk object. Een argeloos kind met veel fantasie, levend in zijn eigen wereld (…) Brakman schreef voor de ideale lezer. Dat hij daarmee geen groot publiek bereikte, heeft wel enigszins bitter gestemd, maar het weerhield hem er niet van om door te gaan op de ingeslagen weg. Hij kon niet anders. In een halve eeuw heeft hij een volstrekt uniek oeuvre bij elkaar geschreven. Een wereld op zichzelf. Daar heb ik enorme bewondering voor’.

    Een ongeneeslijk heimwee
    Auteur: Nico Keuning
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 5 – 2020

    Bij ons in Auschwitz

    Op 27 januari 2020 was het 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog stelde Arnon Grunberg (1971) op verzoek van uitgeverij Querido de bloemlezing Bij ons in Auschwitz samen, een bundeling ooggetuigenverslagen van onder anderen de Joods-Italiaanse auteur Primo Levi (1919-1987) en de Joods-Slowaakse Filip Müller (1922-2013).

    Centraal staat het Sonderkommando, bestaande uit joodse kampgevangenen die onder dwang medegevangenen naar de gaskamers begeleidden en hun lichamen naar de verbrandingsovens brachten. De schuld en schaamte die hiermee gepaard gingen, waren lang na het einde van de oorlog nog even bepalend en ontwrichtend.

    Grunberg putte uit de verhalen die hem naar eigen zeggen ‘een leven lang begeleid hebben’ – ook uit het postuum gepubliceerde werk van zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein, die in Auschwitz werd gescheiden van haar moeder en haar gevangenschap overleefde, maar daar altijd door getekend bleef.

    Bij ons in Auschwitz
    Auteur: Arnon Grunberg
    Uitgeverij: Querido

    Er is een band die rapemachine heet

    Er is een band die rapemachine heet is het poëziedebuut van Levina van Winden (1994), die in 2018 de Amsterdamse Festina Lente poëzieslag won. In haar gedichten, waarin zowel ironie als ernst doorklinkt, snijdt ze urgente en actuele onderwerpen aan. Van Winden ontleedt de kwetsbare maatschappelijke positie van vrouwen, waarbij ze ook zelfonderzoek niet schuwt. Soms doet ze dat haast terloops, om vervolgens confronterend dichtbij te komen, zoals in deze strofe uit haar gedicht “Opium”:

    ‘Tsja, zo zijn mannen,’

    zei mijn moeder toen ik haar vertelde over

    mijn eerste overmanning,

    waarbij ik mezelf had afgevraagd wat het ergste was,

    deze piemel of de freejazz op de achtergrond.”

     

    Er is een band die rapemachine heet
    Auteur: Levina van Winden
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De wereld van Italo Svevo

    In zijn debuut De wereld van Italo Svevo onderzoekt Rob Luckerhof het fenomeen Italo Svevo (pseudoniem van Aron Hector Schmitz, 1861-1928), een enigszins merkwaardige Italiaanse auteur en zakenman van rond het fin de siècle. Svevo schreef twee literaire romans die hem niet de roem opleverden waarop hij had gehoopt en hij trok zich terug, om in de jaren 20 van de twintigste eeuw plotseling tot grote hoogten te stijgen door het Parijse succes van zijn Bekentenissen van Zeno (1927). Luckerhof besteedt niet enkel aandacht aan Svevo’s merkwaardige carrière, maar ook aan diens vriendschap met James Joyce (1882-1941), die dankzij zijn magnum opus Ulysses (1922) tot de grootste moderne schrijvers wordt gerekend. Met zijn echtgenote Nora Barnacle woonde hij enige tijd in Triëst, de geboorte- en woonplaats van Italo Svevo.

    Rob Luckerhof is naast auteur de oprichter van de Kennemer Boekhandel, waarvan hij tot dit jaar eigenaar en directeur was.

    De wereld van Italo Svevo
    Auteur: Rob Luckerhof
    Uitgeverij: Uitgeverij Prominent
  • De werkelijkheid rondom moeders vertrek

    De werkelijkheid rondom moeders vertrek

    Terwijl Vallen is als vliegen nog overal geroemd wordt als welhaast het beste Nederlandse boek van 2019, zou men bijna vergeten dat ook De ochtend valt van Manon Uphoff herdrukt werd. Deze opvallende novelle die in 2013 werd bekroond met de Opzij-literatuurprijs verscheen eind 2019 in een nieuw jasje, mooi geïllustreerd met tekeningen van Sylvia Weve. Subtiele, suggestieve novelles zijn niet nieuw voor Uphoff. Ook met De vanger (2002) en De bastaard (2004) bekoorde ze haar lezers.
    De ochtend valt is een bijzonder korte novelle. In amper 62 bladzijden vertelt ze het verhaal van een ontwricht gezin ergens in de jaren zestig in Engeland.

    Suggestieve overheerst

    Ook hier is de suggestie vaak veel belangrijker dan wat er werkelijk geschreven staat. Alles wordt gezien vanuit het gezichtspunt van de tiener Michael, die vanaf het begin duidelijk maakt: ‘Wij zijn normale kinderen, in een normaal huis.’ Niets is minder waar. Centraal staat een ingrijpende gebeurtenis in het gezin. Op een avond is Michael getuige van de moord van zijn vader op zijn moeder. Althans dat ziet of denkt hij gezien te hebben. De volgende ochtend ligt op de keukentafel een eenvoudig briefje in het handschrift van zijn moeder: ‘Jongens, vergeef me, het spijt me, ik moet hier weg, zo kan het niet blijven.’  Vader houdt vol dat ‘Mah’ is weggegaan en dat ze wel zal terugkeren. Wat de waarheid is, blijft in het midden en is ook niet belangrijk voor het verhaal. Michael begint zich vragen te stellen over wat hij al dan niet gezien heeft, maar beseft dat de toekomst van het gezin op zijn schouders rust.

    Ontspoord gezin

    Na verloop van tijd begint de herinnering aan de gebeurtenis en aan de moeder te vervagen, bij iedereen van het gezin. Michael neemt de taken van zijn moeder over: wassen, koken, poetsen en de zorg voor zijn vader, broertje Glenn en zusje Natalee. Dan blijkt algauw dat het hier niet gaat om een doorsnee gezin. Het is een ontspoord gezin dat probeert het hoofd boven water te houden. De lezer ontdekt dat er heel wat speelde in het gezin, ook voor moeder ‘vertrok’.
    Mah was bezig de binnenkant van haar linkerarm te bewerken met een scheermesje, met lange verticale halen. Het was een bizar gezicht omdat ze het deed aan de ontbijttafel, tussen de broodjes en beschuitjes met aardbeienjam door.’
    Zelfverminking, zelfverloochening en verwaarlozing zijn prominent aanwezig in het gezin. Alles speelt zich af in de beklemmende sfeer van het huis. De lezer zit mee opgesloten in de bedompte, kille ruimte en krijgt een claustrofobisch gevoel. Die beklemming zit ook in het hoofd van Michael die samen met de rest van het gezin een eenzaam bestaan leidt. 

    Wrang gevoel

    Uphoff brengt heel subtiel verschillende thema’s aan. Die moeten aangevuld worden door de lezer zelf. Ze werkt met heel veel witregels, die niet alleen het gemis van de moeder suggereren, maar evenzeer ruimte bieden aan de lezer om na te denken en in te vullen. Uphoff blijft spaarzaam met informatie en doet een beroep op het inlevingsvermogen van de lezer. De harde realiteit van misbruik en incest wordt niet als dusdanig genoemd, maar is tussen de regels aanwezig. Daarnaast zoekt de lezer naar de waarheid achter het verhaal, de juiste toedracht van wat Michael zag. Voortdurend balancerend tussen fantasie en werkelijkheid die ook aanwezig is in het hoofd van Michael. De stijl van korte en suggestieve beelden werkt wonderwel. Er wordt vaak meer gezegd in wat niet beschreven wordt. Na lezing leg je deze krachtige novelle niet zomaar opzij. Wat blijft is een wrange mengeling van medelijden en hulpeloosheid, en een hoofd vol tegenstrijdige gedachten.

     

  • Ingehouden roekeloosheid

    Ingehouden roekeloosheid

    Iduna Paalman is schrijfster van proza, poëzie en toneel. Ze is tevens werkzaam als docent Duits en schrijft blogs over het lesgeven. In 2016 won ze de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd met haar korte verhaal Jij lijkt ons perfect en haar blogs werden gebundeld onder de titel Hee maisje. Tien jaar geleden won ze de jaarlijkse gedichtenwedstrijd Doe maar dicht maar. Dit jaar verscheen haar eerste poëziebundel De grom uit de hond halen, waarvan sommige gedichten eerder gepubliceerd werden in onder andere Het liegend konijn, De Gids en Kluger Hans en draagt ze voor uit eigen werk op poëziefestivals.

    De toon is gezet

    Angst en de wens om controle te hebben over datgene dat die angst aanwakkert, lijken op het eerste gezicht de voornaamste onderwerpen van deze bundel te zijn. Wat gevaarlijk is, moet teruggebracht worden tot iets dat geen kwaad meer kan. In het eerste gedicht stelt de dichter zich al voor: ‘Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van.’ Deze riskmanagers ‘taxeren de dreigingen’ en halen vervolgens ‘een schaafwond uit een tegel’ en ‘een grom uit een hond’, met als laatste regels: ’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat / jankte kan rustig gaan slapen.’

    Hiermee lijkt de toon gezet: hoe om te gaan met dreiging is een thema dat voor de hele bundel geldt. Gedichten met titels als Geruststelling en Bescherming volgen in het getrokken spoor. Maar verrassend genoeg wordt het opgebouwde verwachtingspatroon dan weer doorbroken met gedichten die zich onttrekken aan wat in het begin geconstateerd was, zoals in In functie: ‘Zeven zeg ik, als op schaal van één tot tien / gevraagd wordt naar mijn vrolijkheid.’

    De dreiging onderzocht

    De gedichten gaan niet alleen over de angst voor gevaar, maar ook over het onderzoek naar de dreiging en de risico’s. En soms wordt het gevaar wel degelijk waargenomen, maar haalt de dichter laconiek de schouders op, omdat je je nu eenmaal niet tegen alles kunt indekken. Er wordt niet langer geprobeerd de wanorde van wat men waarneemt onder controle te krijgen, maar met een zekere mate van onverschilligheid wordt deze juist geaccepteerd. Soms wint de zekerheid en soms wint de angst.

    Deze nuchtere constateringen bieden een mooi tegenspel aan de gedichten waarin geprobeerd wordt greep te krijgen op alle onvoorziene gebeurtenissen in het leven. Er is een zekere mate van veiligheid gecreëerd, een schijnzekerheid, waarop je toch ook weer niet te veel moet vertrouwen: ‘Wat is geruststellen als niemand zich nog zorgen maakt’.

    Overzichtelijkheid als leidraad

    Deze tweedeling wat de inhoud betreft, wordt niet weerspiegeld in de indeling van de bundel: er is gekozen voor vier afdelingen, maar de keuze daarvan lijkt willekeurig te zijn gemaakt; thematisch is er niets dat wijst op een speciale samenhang tussen de gedichten of de vier afdelingen en dat is jammer, want nu lijkt de enige reden de overzichtelijkheid te zijn.

    Het contrast tussen angst en onverschilligheid  dat deze bundel kenmerkt, levert humoristische vondsten op, zoals in het gedicht Alles is fantastisch zegt de kapster:

    ‘Ze heeft net in mijn oor geknipt
    en oren mogen dan wel een zeer
    moeilijk te stelpen lichaamsdeel zijn
    geweldloze communicatie (mijn moeder
    heeft er een boek over) is in een kappersmantel
    uitgevonden’

    Zonder patroon

    Humor is een manier om de chaos van het dagelijkse leven tegemoet te treden; heldere taal en eenvoud zijn andere manieren: ‘[…] de simpelste omschrijving / van gras: voedsel voor grazers.’ Als de dingen simpel gehouden worden, zijn ze beter te overzien. Haar vergelijkingen zijn origineel en fris: ‘onze opa’s vertelden nog verhalen met de hand’ en ‘ergens was een kind dat stil onder het prikkeldraad / van de bedtijd door gerold, […]’.

    Een vast patroon is er niet te vinden in de gedichten: Paalman spreekt zichzelf regelmatig tegen in de keuzen tussen verzetten en aanvaarden en gunt zichzelf daarmee een vorm van vrijheid die ook in de gedichten weerspiegeld wordt. Net als de versvorm zijn ook de onderwerpen heel verschillend: er zijn gedichten over spam in je mailbox, over een middenberm die medelijdend toegesproken wordt, over Kafka en Maria de Medici. En niet te vergeten de Brief aan de schoonmaakhulp is overtuigend: ‘Je hebt er geen zin, dat zie ik.’

    Overtuigende stijl en stem

    Niet alle gedichten zijn zo helder van opzet of van taalgebruik. Bij een enkel gedicht kan de lezer slechts raden waar het over gaat en blijft het gedicht duister, maar daardoor neemt juist het gevoel van dreiging toe. Er staat iets te gebeuren, maar wat?

    ‘Bereid je voor op een journalist in een kist naar huis,
    een staatssecretaris  met een tweede kans, schrik,
    afschuw, thee, je bed. Bereid je voor op oude bekenden,
    een schipperstrui die ruikt naar de examenklas’

    Iduna Paalman weet met haar eerste bundel de lezer te overtuigen van haar eigen stijl en stem die helder opklinken uit de gedichten.

     

  • Oogst week 39 – 2019

    Alle verhalen

    Clarice Lispector (1920-1977) was een Braziliaans auteur die internationale faam verwierf met haar romans en korte verhalen. In Alle verhalen zijn zesentachtig korte verhalen opgenomen die Lispector schreef, sommige als jongvolwassene, andere als ervaren auteur. Hierdoor vormt haar ontwikkeling als schrijver een rode draad binnen het boek. Benjamin Moser, die eerder een biografie over Lispector publiceerde, stelde Alle verhalen samen en ook de inleiding is van zijn hand.

    De korte verhalen bevatten, net als Lispectors romans, zowel humor als een filosofische ondertoon. In sommige verhalen is de thematiek uit latere romans al aanwezig, terwijl andere op zichzelf staan en haar vakmanschap illustreren.

    Alle verhalen
    Auteur: Clarice Lispector
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hier is alles nog mogelijk

    Een vrouw werkt als nachtwaakster bij een verpakkingsfabriek die binnenkort zal sluiten. Iedere avond is voor haar hetzelfde, tot ze hoort dat er een wolf op het terrein is gesignaleerd. Dat blijkt niet de eerste vreemde gebeurtenis: niet ver van de fabriek valt een man uit het vliegtuig en er wordt een bank overvallen door iemand die wel heel sterk op de vrouw lijkt.

    Hier is alles nog mogelijk is het debuut van de Zwitserse auteur Gianna Molinari (1988). Het is een verrassend verhaal over het verkennen van de grenzen. In Zürich richtte Molinari een actiegroep op om vluchtelingen te helpen, een thema dat ook doorklinkt in Hier is alles nog mogelijk. Het boek won meerdere prijzen en stond op de longlist van de Deutscher Buchpreis.

    Hier is alles nog mogelijk
    Auteur: Gianna Molinari
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De grom uit de hond halen

    Iduna Paalman (1991) publiceerde in diverse literaire tijdschriften en stond op podia als De Nacht van de Poëzie en het Geen Daden Maar Woorden Festival. Daarnaast won ze de Lowlands Schrijfwedstrijd. In 2012 verscheen Hee maisje!, een bundeling van blogs. De grom uit de hond halen is haar poëziedebuut.

    Een centraal thema in deze bundel is gevaar. Paalman schrijft over wantrouwen, sprookjes en (ongeschikte) schuilplaatsen. Uit de flaptekst van De grom uit de hond halen: ‘In haar zinnen spreekt het gevaar je geruststellend toe, maar wat moet je geloven? Kun je de rekenfout uit een staalconstructie halen, liefde vasttimmeren in een nieuw huis, onbezorgd blijven als je naast een sluipschutter zwemt?’

    De grom uit de hond halen
    Auteur: Iduna Paalman
    Uitgeverij: Querido
  • In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

    Deze week maakte uitgeverij Querido bekend dat literair criticus, essayist en dichter Tom van Deel, publicerend onder T. van Deel, op 12 augustus is overleden. Van Deel trad al vroeg toe tot het literaire leven. Geboren in Apeldoorn verhuisde hij voor zijn studie naar Amsterdam. Hij debuteerde op tweeëntwintig jarige leeftijd onder de pseudoniemen G. en Gerrit Vogel in het studentenblad Pharetra van de Vrije Universiteit. Twee jaar later verscheen zijn debuutbundel Strafwerk (1969) bij uitgeverij Querido, waar ook zijn laatste bundel Herfststijlloos (2016) verscheen. in 1974 was hij mede-oprichter van De Revisor, waarvan hij tot 1984 deel uitmaakte van de redactie.

    Van Deel schreef honderden kritieken als dagbladrecensent bij Trouw. Hij schreef graag en veel over schrijvers die hij liefhad en volgde, zoals Willem Brakman en Gerrit Krol. Waardoor hij wel eens het verwijt kreeg dat hij vriendjespolitiek bedreef, weer anderen waren van mening dat Van Deel over hen schreef uit kritische bewondering.
    Ook schreef hij voor de Protestantse Stichting tot Bevordering van het Bibliotheekwezen en de Lectuurvoorlichting in Nederland duizenden korte maar krachtige recensies. Voor deze leesbevorderende stichting maakte hij een boekje Over recenseren waarin hij onder meer stelde dat recensenten mensen zijn die beweren gekwalificeerd te zijn om te oordelen over de boekproduktie op speciale terreinen. ‘Ze overzien dat terrein, ze weten wat er is geschreven en kunnen het nieuwe zonder veel moeite bezien in het licht van wat hun al vertrouwd is.’

    In 1987 won hij met zijn bundel Achter de waterval de Jan Campert-prijs. Over zijn laatste bundel Herfsttijloos schreef  poëzierecensent Hettie Marzak onder meer, ‘ het zijn verstilde gedichten, niet over grote onderwerpen, maar die aan de hand van kleine dingen tot bezinning leiden.’  In 1988 verscheen een verzameling van zijn gedichten tot dan toe; Gedichten, 1969-1986.

    Daarnaast was Van Deel meer dan dertig jaar docent moderne Nederlandse letterkunde aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Tot 2006 gaf hij colleges en was onder zijn studenten een zeer gewaardeerd docent. Hij wist studenten voor de literatuur en de literaire kritiek te winnen en maakte school onder een aantal critici als Guus Middag, Marjoleine de Vos, Peter de Boer, Robert Anker, Thomas Möhlmann, Jeroen Vullings, en Rob Schouten behoorden daartoe. Als criticus was hij al jaren niet meer te horen, in zijn gedichten klinkt hij nog, zoals in onderstaand gedicht, waarin iets gevonden wordt en in opperste nood aan zichzelf wordt teruggegeven: het leven.

    Gebeurtenis

    Op zoek naar een gebeurtenis
    genoeg voor dit gedicht
    kwam ik een koolmees tegen
    Ik bukte en bekeek hem
    van dichtbij wat nader
    en zag dat hij ging sterven
    Zijn oog liet mij dat weten
    Hij beefde in zijn veertjes
    en kon niet meer bewegen
    Iets in hem was fel bezig
    de overhand te nemen
    Ik heb hem daar gelaten
    boven de koude steen

    Uit, Boven de koude steen, 2007.

     

    Beeld via uitgeverij Querido / Ary Langbroek

     

  • Oogst week 26 – 2019

    Portugal! Portugal! Portugal!

    De laatste oogst voordat iedereen zijn biezen pakt voor een reis naar Portugal, of naar het strand met een literair tijdschrift. Milaan en Rome bezoeken met Paolo Cognetti of stop de nieuwste roman van Robert Seethaler in je koffer als je graag begraafplaatsen bezoekt.

    Lieke Noorman (1957) werkte jarenlang als journalist voor week- en dagbladen en schreef eerder een reisboek over Brazilië. Portugal bezocht ze dertig jaar geleden voor het eerst, en dat was niet de laatste keer. In Portugal! Portugal! Portugal! gaat ze terug naar de mensen die ze toen leerde kennen. Ze betreedt de fadolokalen van Lissabon en trekt de binnenlanden in. Tijdens deze reis heeft ze vele ontmoetingen met de Portugese locals: mannen van de stokvisvaart, (er bestaan in Portugal 365 bacalhourecepten (Iv/dG)) en grootgrondbezitters en landarbeiders die na de anjerrevolutie van 1974 vochten om de zuidelijke provincie Alentejo. Ook bezoek ze het geboortedorp van de vroegere dictator Salazar, de bedevaartgangers in Fátima en studenten in Coimbra, stad van tradities.
    Een boek vol herinneringen aan goede en minder goede (oude) tijden, daarbij steeds weer een beeld gevend van het Portugal van nu.

     

    Portugal! Portugal! Portugal!
    Auteur: Lieke Noorman
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Revisor 22

    Literair tijdschrijft De Revisor #22. getiteld Periferie heeft een vernieuwing ondergaan: andere uitgever, vormgeving en website. Met periferie als thema moet het wel gaan over de buitenranden, de randgebieden en de uitwassen, het achterland, bij uitstek de plaatsen om tijdens de zomervakantie naar toe te trekken. Weg van het datgene wat niet het centrum is, maar zich er wel toe verhoudt, uit voortgekomen is.

    Twaalf schrijvers hebben het woord periferie vanuit hun eigenheid onderzocht, wat het voor hen betekent. Het leverde een verzameling teksten op die van Brussel naar Istanbul, Luanda en Overschie gaan.
    In het midden van De Revisor ligt ‘Binnenin’, waarin gedichten staan waaromheen de verhalen en essays de grenzen opzoeken. De grenzen van het thema, een gebied, een gedachte. Twaalf bijdragen van: Esther Jansma, Arjen van Veelen, Ondjaki, Floor Milikowski, Rob van Essen, Maria Barnas, Charlotte van den Broeck, Çağlar Köseoğlu, Antonio Ortuño, Delphine Lecompte, Astrid Haerens en Jan van Mersbergen.

    En nog altijd, zoals bij oprichting (1974) door Dirk Ayelt Kooiman en Thomas Graftdijk gegrond werd, geldt voor De Revisor nog steeds ‘het scherpe oog voor kwaliteit’ bij gevorderde en beginnende schrijvers.

    Revisor 22
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Querido

    Sofia draagt altijd zwart

    Paolo Cognetti (1978) schreef meer dan de boeken waaronder De acht bergen (2016), die hem beroemd maakten. Sofia si veste sempre di nero (2012), verscheen in 2013 al eens in vertaling bij Polak & Van Gennep en werd onlangs door De Bezige Bij opnieuw uitgegeven onder de titel: Sofia draagt altijd zwart, in een herziene vertaling van Yond Broeke en Patty Krone.

    Het verhaal speelt in de jaren tachtig in Milaan en omgeving. Sofia is een dromerig meisje, zo droomt ze ervan gelukkig te zijn. Haar ouders zijn druk met zichzelf, moeder is manisch-depressief en verwaarloost haar dochter. Haar tante, een links activiste, ontfermt zich over  Sofia, die zich altijd in het zwart kleedt, alsof ze zich verbergen wil. Op haar zestiende doet Sofia een zelfmoordpoging, op haar achttiende vertrekt ze naar Rome voor een theateropleiding en zoekt daarna in New York naar erkenning als actrice. Uiteindelijk blijft Sofia vluchten, voor haar vrienden, voor haar ouders.

    Cognetti laat in deze roman het leven zien van een jonge vrouw die eenzaam opgroeit in een tijd waarin alles constant in beweging is.

     

    Sofia draagt altijd zwart
    Auteur: Paolo Cognetti
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het veld

    In de nieuwste roman, Het veld van de Weense schrijver Robert Seethaler (1966), wordt aan de hand van de levensverhalen van overleden individuen die op het kerkhof begraven liggen, een beeld van het stadje Paulstadt geschetst. Levensverhalen die samen, door hun onderlinge verbondenheid een indruk geven van een persoon en vooral van een samenleving in een klein stadje. Hierbij de openingszinnen van het eerste hoofdstuk: De stemmen,

    ‘De man keek over de grafstenen dei als verstrooid over de weide voor hem lagen. Het gras stond hoog en insecten gonsden in de lucht. Op de afbrokkelende, door vlierstruiken overwoekerde kerkhofmuur zat een merel te zingen.’

    Voorwaar een aanrader voor wie ervan houdt begraafplaatsen te bezoeken, zich afvragend welke verhalen achter al die gestorven levens schuilgaan, en die altijd ook het verhaal van de stad, waar je je bevindt vertellen.

     

    Het veld
    Auteur: Robert Seethaler
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Oogst week 22 – 2019

    Schemerland

    Drie titels van Nederlandse auteurs, Adam van Wanda Reisel, Ik ga het donker maken in de bossen van Tsead Bruinja en het debuut Schemerland van Berthe Spoelstra.

    Berthe Spoelstra (1969) is huisdramaturg van het Frascati Theater en schreef verschillende essays over het theater. Schemerland is haar romandebuut over een oude vrouw die niet meer praat en een passief leven leidt in haar Parijse appartement. Zittend in haar stoel kijkt Jeanne enkel naar het kleed aan haar voeten en de schilfers op het plafond. Haar kinderen vinden dat het zo niet langer kan en willen haar verhuizen naar een verzorgingshuis. Jeanne heeft ondertussen te maken met spoken uit het verleden en het onvermijdelijke einde. Zittend in haar stoel, aanschouwt ze via de televisie hoe de wereld, net als zij, ten onder gaat. De uitgever noemt het boek ‘een taalbouwwerk over menselijk onvermogen’.

    Schemerland
    Auteur: Berthe Spoelstra
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik ga het donker maken in de bossen van

    Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja (1974) debuteerde in 2000 met de Friestalige dichtbundel De wizers yn it read, in 2003 verscheen zijn eerste Nederlandstalige bundel Dat het zo hoorde. Hij is altijd in het Nederlands en het Fries blijven schrijven. Zijn recentste bundel is Hingje net alke klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren op dezelfde kapstok (Afûk, 2018). Daar volgt nu de nieuwe bundel Ik ga het donker maken in de bossen op.

    In deze bundel figureren bomen, brommers, vliegtuigen, bossen, cirkelzagen, Nederland en politiek. En volgens zijn uitgever spat het talent ‘in al zijn facetten van deze nieuwe bundel af’ en is Bruinja een dichter die het gevoel en het experiment in zijn werk toelaat. ‘als deze wereld onderdeel is van iets wat één is / dan is dat één een één waaraan iets mist’.

    Volgens de benoemingscomissie ‘Dichter des Vaderlands’ is Bruinja ‘een bevlogen ambassadeur voor de poëzie in de breedste zin: als bloemlezer, performer op podia en in de media, organisator van evenementen en aanjager van kruisbestuivingen met andere kunstvormen. Hij beweegt in zijn vaak geëngageerde poëzie moeiteloos tussen binnenwereld en buitenwijk – en waar het wel moeite kost, levert dat spannende poëzie op.’

    Ik ga het donker maken in de bossen van
    Auteur: Tsead Bruinja
    Uitgeverij: Querido

    Adam

    Wanda Reisel schrijft sinds 1985 romans, filmscenario’s en theaterstukken. Adam is haar twaalfde roman en kwam begin dit jaar uit. Het gaat over een man die onder en boven de wet leeft en daarmee weg denkt te komen. Het boek opent met een spectaculaire beschrijving van een aanslag op het Monument op de Dam, dat met een klap uit elkaar knalt. Er zijn vele gewonden en doden. Adam Landau is ter plekke en neemt het besluit het geluk naar zijn hand te zetten. Dat doet hij door in het geheim miljoenen naar banken in het buitenland over te sluizen. Hij reist over de wereld, van Amsterdam, via Zürich en Shanghai, om zich later terug te trekken in een doodstil fjord in Noorwegen. Ondertussen worstelt hij met de consequenties van zijn daad en met zijn vrijheid.

    Adam
    Auteur: Wanda Reisel
    Uitgeverij: Atlas Contact