• Oogst week 16 – 2025

    Oogst week 16 – 2025

    De Heuvel

    Rob van der Linden heeft een aantal jaar in Israël op een heuvel gewoond. In de tijd dat hij daar woonde werd er een archeologische vondst gedaan die zijn fantasie bleef prikkelen en hem inspireerde om De Heuvel te schrijven. De heuvel in het boek is vervloekt; iedereen die er vertoeft zal in slaap vallen en na ontwaken niets meer weten van de tijd daarvoor.

    Er komen in dit boek veel uiteenlopende personages voor: de middeleeuwse Friese monnik Liudger die de blinde zanger Bernlef genas, Haroen ar-Rashid, een kalief uit de vroege middeleeuwen, de Nederlandse theoloog en staatsman Abraham Kuyper, de journalist-schrijver en later voorvechter van een gemeenschappelijk Joods/Arabische staat Jacob Israël de Haan. Hoe al deze personages te verbinden? De heuvel uit de titel is de gemeenschappelijke deler, waaromheen Van der Linden de geschiedenissen van deze zo verschillende historische personages aaneen rijgt.

    Rob van der Linden wordt steevast een rasverteller genoemd. Voor zijn debuut De hand, de kaars & de mot uit 2002 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Ook werd hij tweemaal genomineerd voor de Libris prijs.

    De Heuvel
    Auteur: Rob van der Linden
    Uitgeverij: Uitgeverij Magonia

    Nu laat ik los

    Ruim een jaar geleden, in maart 2024, stierf Eelco van Gelderen, op 47-jarige leeftijd. Na jarenlang psychisch lijden, later ook verergerd door fysieke pijn, kreeg hij euthanasie.

    Hij heeft dat lijden en zijn weg naar dat laatste moment vastgelegd in een dagboek dat hij met medewerking van zijn stiefvader geschreven heeft. Met dit dagboek, Nu laat ik los, wilde hij laten zien welke weg een psychiatrische patiënt moet afleggen om een menswaardige dood te kunnen sterven.

    Hij deed dat niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Voor mensen in een vergelijkbare situatie, voor hulpverleners en beleidsmakers, zijn omgeving en iedereen die om welke reden dan ook betrokken is bij een dergelijke problematiek. Hij getuigt van zijn weg, maar laat ook zien dat hij zich realiseerde dat hij, zoals hij schrijft, niet alleen uit zijn eigen leven stapte maar ook uit dat van zijn naasten.
    In Nu laat ik los zijn ook reacties en overwegingen van Van Gelderens moeder en stiefvader opgenomen. Zij hebben hem in alles en tot op het laatste moment gesteund.
    Met dit dagboek wil Van Gelderen duidelijk maken hoe binnen de geestelijke gezondheidszorg openheid van belang is in een gesprek over een euthanasiewens, en niet alleen met de patiënt, maar ook met diens naasten.

    Eerder, in 2022, verscheen de documentaire Breinpijn van Eelco van Gelderen en Doetie Bakker. De vervolgdocumentaire Onvoltooid volledig is inmiddels ook verschenen, maar nog niet openbaar. Mail voor meer informatie: onvoltooidvolledig@gmail.com.

    Nu laat ik los is te koop via de boekhandel (ISBN 9789090394039) of te bestellen via eelcoreactie@gmail.com. Het kost € 20,- (plus € 4,25 verzendkosten).

    Nu laat ik los
    Auteur: Eelco van Gelderen m.m.v. Adri Altink

    De schrijfster en de nagtegaal

    Het nieuwste boek uit de serie privé domein, nummer 331, is De schrijfster en de nagtegaal. Het betreft een briefwisseling van 1839 tot 1849 tussen de schrijfster George Sand en Pauline Viardot, één van de grootste en bekendste operazangeressen van de negentiende eeuw. De vertaling is van Rosalien van Witsen.

    Haar grootste successen viert Viardot (1821-1910) in eerste instantie niet in Frankrijk maar in Engeland, Duitsland, Oostenrijk Spanje en Rusland. Sand (1804-1876) werpt zich op als haar adviseur en stimuleert Viardot in haar pogingen om na het buitenland, ook Frankrijk te veroveren. Viardot maakt in 1848 haar debuut in de Opéra te Parijs.

    Sand is in Frankrijk een bekende schrijfster, zeventien jaar ouder dan de operazangeres en zij gedraagt zich daar in haar brieven ook naar. Ze noemt Viardot in de aanhef van haar brieven bijvoorbeeld ‘juffertje Pauline’, ‘koninginnetje’ of ‘Lief, teder bemind dochtertje’, en ondertekent met met je moeder’ of ‘je oude moeder’ en ‘je oudje’.

    In hun brieven gaat het over Chopin, met wie Sand negen jaar samenwoonde, over de concerten die Viardot in het buitenland gaf, de mensen die ze op haar reizen ontmoette en haar indrukken van het buitenland. Op een van haar reizen in Rusland ontmoet Viardot de Russische schrijver Toergenjev, met wie ze daarna een jarenlange, buitenechtelijke relatie onderhoudt.

    De brieven van Sand en Viardot zijn in 1958 voor het eerst gepubliceerd onder de titel Lettres inédites de George Sand et de Pauline Viardot.

     

    De schrijfster en de nagtegaal
    Auteur: George Sand en Pauline Viardot
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers (2025)
  • Intense waardering van twee mannen

    Intense waardering van twee mannen

    Het gewicht van woorden. Brieven aan mijn uitgever van Geerten Meijsing is een zeer rijk boek. Vóór alles biedt het wat de titel belooft: brieven van Meijsing aan zijn uitgever Theo Sontrop, uit de periode 1973-2017. In zijn verbluffend originele, soepele en elegante Nederlands neemt Meijsing de lezer mee langs toppen en dalen, obsessies, zorgen en genoegens uit de halve eeuw die zijn literaire loopbaan nu omspant. Maar het boek is méér. Het documenteert ook vijftig jaar letterkundig leven van de Lage Landen. Weliswaar vanuit een zeer persoonlijk standpunt, eenzijdig wellicht – maar toch. Het boek behandelt op minstens zo particuliere wijze de geschiedenis van uitgeverij De Arbeiderspers, die met name in de jaren zeventig, tachtig en negentig, onder de bezielende leiding van Theo Sontrop en Martin Ros, toonaangevend was in literair Nederland.

    Bloemrijk proza

    De uitgeverij was als een thuishaven voor schrijvers als Jeroen Brouwers, Maarten ‘t Hart, Mensje van Keulen en Gerrit Komrij. En ten slotte is dit boek een must voor liefhebbers van de befaamde reeks Privé-domein, waarin (sinds 1966 al) egodocumenten van schrijvers uit binnen- en buitenland zo plezierig uniform en schitterend vormgegeven zijn ondergebracht. Het gewicht van woorden is Meijsings eerste boek onder zijn eigen naam in deze reeks. Eerder publiceerde hij onder zijn schuilnaam Joyce & Co. in Privé-domein, en verzorgde hij talrijke vertalingen van verschillende delen in de reeks. Daarnaast bevat het boek ook brieven áán Geerten Meijsing, geschreven door Theo Sontrop en door tal van andere medewerkers van uitgeverij De Arbeiderspers.  

    Het boek is nóg meer. Op dit alles namelijk levert Meijsing ook nog eens uitvoerig commentaar. Ook dat gebeurt in bloemrijk proza, soms opgewekt en bevlogen, soms ironisch en gelaten, soms feitelijk, met af en toe een bitterzoete scheut scepsis erdoorheen. Het is lastig citeren uit het overvloedige, eloquente geroddel over collega’s, vormgevers, medewerkers van de uitgeverij, familieleden. Op elke bladzijde is wel iets smakelijks, treffends of amusants te vinden – en dat Meijsing af en toe ook zichzelf te kijk zet maakt het alleen maar beter. Zo schrijft hij over Martin Ros:

    Ros was een bangelijke man, die permanent op alle paarden tegelijk wedde om zich in te dekken tegen alle eventualiteiten: hij was zowel katholiek als calvinist, én socialist én communist én anarchist én liberaal. Hij zag zichzelf als een Jood in oorlogstijd die mocht en moest collaboreren om te overleven. Elke collega door wie hij zich ook maar enigszins gekwetst of bedreigd voelde, kreeg een anoniem getypte brief onder de deur doorgeschoven.’ 

    Hoop op enige vorm van welstand

    Een onderstroom in dit geheel wordt gevormd door de verzoeken om betalingen, wat de geldzorgen weerspiegelt waar de schrijver vrijwel permanent mee kampte. Zelfs na het winnen van die ene grote prijs – de AKO literatuurprijs in 1988 voor Veranderlijk en wisselvallig – is de toon, wanneer geld ter sprake komt, er een van bezorgdheid. Daarentegen vertegenwoordigt uitgever Theo Sontrop de zakelijkheid. Wat niet wegneemt dat ook zijn brieven elegant en ter zake zijn, en doorgaans zeer puntig geformuleerd. Sontrop belichaamt  natuurlijk de verhoopte belofte van enige vorm van welstand, of in elk geval van een situatie zonder acute zorgen. Deze tegenstrijdigheid of ongelijkwaardigheid bepaalt de ontwikkeling van de vriendschap tussen schrijver en uitgever in hoge mate, zeker in het begin.

    Maar het allerbelangrijkste van deze prachtige verzameling brieven, beschouwingen en boutades is de liefde die eruit spreekt voor de troost en de kracht van literatuur. En de intense waardering van twee mannen die – hoe verschillend hun positie aanvankelijk ook is – heel geleidelijk innige gevoelens van respect en vriendschap ontwikkelen, ja: een vorm van liefde, die hun samenwerking beter, groter en mooier maakte dan de som der delen ooit zou zijn geweest.    



  • Oogst week 24 – 2024

    Ondergang – Prigozjin, Poetin

    De Brit Mark Galeotti is historicus, politicoloog en een van de belangrijkste Ruslandkenners. Anna Arutunyan is een Russisch-Amerikaanse journalist en analist. Tot februari 2022 woonde ze in Rusland. Beide auteurs zijn verbonden aan het Nederlandse kennisplatform Raam (op Rusland, Oekraïne en Belarus).

    Ondergang, Prigozjin, Poetin opent met aantekeningen van de auteurs. ‘Toen we voor het eerst over dit project begonnen na te denken wisten we geen van beiden zeker of hij, als persoon, een boek verdiende, vooral omdat zoveel over zijn leven, optreden en familie een groot, steevast fel bewaard geheim bleef.’ Toch vonden de auteurs hem als het ‘archetype van het Poetin-regime’ interessant genoeg voor nader onderzoek.

    ‘Zjenja – Jevgeni Viktorovitsj Prigozjin – werd in 1961 geboren (…) Hij was slim genoeg om te kunnen dromen over een specialistische carrière, maar niet zo slim of intellectueel gedisciplineerd dat een topuniversiteit hem zou verwelkomen, (…) atletisch genoeg om te kunnen dromen over de roem en weelde van een leven als topsporter, maar niet genoeg om het te bereiken. (…) Of het nu uit woede, desillusie of simpele hebzucht was, Zjenja richtte zich op de misdaad.’ In de gevangenis ontdekte hij zijn ondernemerstalent.

    De hoofstuktitels typeren Prigozjin als Crimineel, Entrepreneur, Kok, Minigarch, Trollenbaas, Condottiere, Aasgier, Krijgsheer, Rebel en Spook. Hij was Poetins chef-kok, en hield zich bezig met drugs, wapens en grote witwasoperaties en lucratieve (goud, hout, diamant) militaire operaties in Afrika. Met zijn Wagnerleger werd hij een toonaangevende politieke figuur. De opstand tegen Poetin werd zijn einde, al zijn er Russen die geloven dat hij zijn eigen dood in scène heeft gezet. De auteurs beschrijven niet alleen Prigozjins opkomst en ondergang maar onderzoeken ook de impact die hij had en heeft op het Kremlin.

     

    Ondergang - Prigozjin, Poetin
    Auteur: Mark Galeotti, Anna Arutunyan
    Uitgeverij: Prometheus 2024

    De instructies

    De instructies is het zevende boek van Carolina Trujillo (Montevideo, 1970). In 1991 debuteerde ze in Uruguay, waarheen ze na een verblijf van enkele jaren met moeder en zus in Nederland was teruggekeerd, met de Spaanstalige roman De exilios, maremotos y lechuzas die een eerste prijs won. Later kwam Trujillo weer terug naar Nederland waar ze aan de Filmacademie scenarioschrijven studeerde. In Nederland debuteerde ze in 2002 met de roman De bastaard van Mal Abrigo, over twee jongetjes uit een verpauperd cocaïnedorp. Trujillo laat hen president en minister van defensie worden. Behalve schrijfster is ze columniste bij de NRC.

    Hoofdpersonen in De instructies zijn Mol en Nora. Nora is een geradicaliseerd dierenrechtenactiviste en Mol laat zich door haar beïnvloeden. Het komt tot het in brand steken van een slachthuis. Mol wil zich bezinnen maar het lukt hem niet zich van Nora los te maken. Hij moet van haar instructies schrijven over brandstichting in een slachthuis en welke fouten je daarbij moet vermijden.

    Het is Trujillo’s specialisme om onrecht, schuldgevoel, verdriet en ander drama op laconieke en humoristische wijze te vertellen. ‘Het was oud en nieuw, een uur na middernacht toen ik, een volwassen vent met een vaste baan en in bezit van een verklaring van goed gedrag, gekleed in een zelfgemaakt varkenspak aan de rand van een industriegebied in een sloot viel. Het ijskoude water kwam meteen tot mijn borst, mijn voeten vonden geen vaste bodem en ik kon niet zien waar de wal was omdat de capuchon met varkensoren over mijn ogen was gezakt.’

    De instructies
    Auteur: Carolina Trujillo
    Uitgeverij: Koppernik 2024

    Laatste cahiers 1951-1959

    In negen schoolschriften maakte filosoof, journalist en schrijver Albert Camus (1913-1960) sinds 1935 aantekeningen over zijn leven en werk met de bedoeling deze cahiers ooit te publiceren. In 1962 en 1964 werden de eerste twee gepubliceerd, in 1989 de laatste cahiers. De Arbeiderspers geeft deze nu uit in de serie Privédomein onder de titel Laatste cahiers 1951-1959.

    Camus is vooral bekend om zijn De mens in opstand, De pest – dat in de coronaperiode weer veel gelezen werd – De vreemdeling en De mythe van Sisyphus. In de laatste twee verwerkte hij ideeën over het existentialisme. Hij stond in contact met Sartre en De Beauvoir en hield in de VS lezingen over het existentialisme. Vaak worden de filosofen op een lijn gesteld, maar Camus verschilde in denken van Sartre. Bij Sartre ging het om het intellectuele bestaan, bij Camus om het tastbare. Uiteindelijk vervreemdden ze van elkaar.

    Volgens Camus was het leven absurd en zinloos en had het geen betekenis of bedoeling. Dat absurdisme verwerkte hij in romans, essays en in theaterstukken. ‘Wat men een reden om te leven noemt, is tevens een uitstekende reden om te sterven,’ is een van zijn aforismen.
    De notities uit de Laatste cahiers beslaan soms een verhalend stuk tekst, soms slechts een zin. ‘Roman. “Zijn dood was niet bepaald romanesk. Met hun twaalven werden ze in een cel voor twee gestopt. Hij kreeg geen adem en raakte bewusteloos. Hij stierf, tegen de groezelige muur gedrukt, terwijl de anderen, om bij het raam te komen, hem de rug toekeerden.” * Bij haar eiste het geluk alles, zelfs het doden. * Natuurlijkheid is geen aangeboren deugd; ze moet worden verworven.’ Het nawoord van René Puthaar werpt licht op de aantekeningen.

     

    Laatste cahiers 1951-1959
    Auteur: Albert Camus
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2024, serie Privédomein
  • Oogst week 17 – 2023

    Moeder, na vader

    In zijn nieuwste boek beschrijft Gerbrand Bakker in Moeder, na vader een jaar uit het leven van zijn 86-jarige moeder nadat zijn 90-jarige vader is overleden. Hij begint met het verhalen van de laatste maanden van zijn vader. Die is overleden aan spit, schrijft hij, ‘iets anders kan ik er niet van maken.’

    Met de details die we van Bakker in zijn andere autobiografische boeken als Jasper en zijn knecht en Knecht, alleen gewend zijn, beschrijft hij de laatste maanden van zijn vader, waarin de dokter, thuiszorgsters, fysiotherapeut, bed, sta-opstoel, rollator en pijnstillers het huis van zijn ouders in komen, terwijl langzaam maar zeker ook verwardheid zich van zijn vader meester maakt. Zij moeder, zelf ook niet meer gezond, ziet ‘met lichte wanhoop’ de achteruitgang. ‘(…) ze zei: “Het loopt allemaal zo anders, we hadden zo graag samen oud willen worden.” Toen zei iemand, ik zal het geweest kunnen zijn, dat dat al zover was, dat die tijd nú was. Dat ze nú samen oud waren, hij 90, zij 86. Alsof oud en gebrekkig zijn steeds maar weer vooruitgeschoven werd; ach, oud en gebrekkig en uiteindelijk dood, dat is iets voor in de toekomst.’

    Na vierenzestig jaar huwelijk blijft zijn moeder alleen achter, met haar verdriet. Alle kinderen hebben steeds de helpende hand geboden, aan vader en moeder en aan moeder alleen voor wie het nu allemaal niet meer zo hoeft. Toch is ze gehecht aan het leven, meer dan ze erg in heeft. Bakker beschrijft de hele tijdspanne op zijn bekende directe, feitelijke en daarmee ontroerende wijze en laat onderwerpen als zijn eigen leven, zijn vrienden en geliefden, de natuur en de literatuur niet buiten beschouwing.

     

    Moeder, na vader
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2023

    een klein detail

    De Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) publiceert in literaire en culturele tijdschriften in Europa en het Midden-Oosten. Ze schrijft romans, toneelstukken, korte verhalen en verhalende essays, waarbij haar thema’s alledaagse dingen in familieleven en liefde zijn, tegen de gewelddadige achtergrond van het Israël-Palestinaconflict.

    In een klein detail is haar uitgangspunt het waargebeurde verhaal van een Palestijns bedoeïenenmeisje dat in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten is verkracht en vermoord. Deze oorlog wordt door Israël als de Onafhankelijkheidsoorlog gevierd maar staat onder Palestijnen bekend als de Nakba, de Catastrofe.

    Het eerste deel van de novelle wordt verteld door een Israëlische commandant met psychopathische trekjes die met zijn mannen in de woestijn op zoek is naar Arabieren. In het tweede deel leest een naamloze, jonge Palestijnse vrouw uit Ramallah een artikel over het bedoeïenenmeisje. Het verhaal obsedeert haar en ze besluit de verkrachting en moord, ongeveer vijftig jaar na dato, te onderzoeken. Bang rijdt ze door Israël naar de plaats van de gebeurtenis. ‘Zodra ik achter het stuur van de kleine witte auto heb plaatsgenomen en het sleuteltje omdraai, lijkt het alsof een spin zijn web om me heen weeft, zo strak dat het een ondoordringbare barrière wordt, ook al zijn de draden nog zo breekbaar en dun. Dat is mijn angst die me de weg verspert, ontstaan uit mijn angst voor wegversperringen.’ In musea en archieven doorzoekt ze gegevens voordat ze uiteindelijk arriveert op de zandvlakte waar de misdaad heeft plaatsgevonden. Een verontrustende, meesterlijke ontknoping volgt.

    In een interview zegt Shibli: ‘Mijn werk (…) ontstaat uit en komt voort uit Palestina als een conditie van onrecht; uit het normaliseren van pijn en degradatie.’

    een klein detail
    Auteur: Adania Shibli
    Uitgeverij: Koppernik 2023

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981

    Journalist en publicist Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog en japanoloog. Voordat hij New York als woonplaats koos, woonde hij onder meer in Hong Kong en in Tokio. Hij schrijft artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, en boeken in het Engels en Nederlands, vooral over Azië en met name Japan. Ook publiceert hij over een breed aantal onderwerpen op politiek en cultureel gebied in vooraanstaande kranten. De Tweede Wereldoorlog is een centraal thema in zijn werk. Zo publiceerde hij in 2013 1945, biografie van een jaar waarin hij een beeld geeft van de directe gevolgen van de oorlog in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie.

    Minder bekend is dat Buruma ook fotografeert. In Spektakel in Tokio – Japanse foto’s 1975-1981 publiceert hij een ruime selectie van de foto’s die hij maakte in zijn tijd in Tokio. Hij zag er naast conformisme, rangen en standen en ingewikkelde etiquetteregels veel theatraliteit en excentriciteit die hij op foto’s vastlegde. Zelf maakte hij als acteur en danser in Tokio een tijdje deel uit van die wereld. Naast foto’s maakte hij er ook documentaires. In 2018 verscheen zijn boek Tokio mon amour over die periode. Deze verhalen worden met Spektakel in Tokio aangevuld met beelden van een onbekende kant van de wereldstad, waaronder die van achterbuurten, kermiswerkers, traditionele tatoeage-meesters, de theaterwereld.

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023
  • Verdoving

    Verdoving

    In Londen werd bij een vrouw een hersentumor verwijderd terwijl ze viool speelde. Ze speelde opdat chirurgen dat deel van haar hersenen, waar precieze bewegingen worden aangestuurd en die op een scherm zichtbaar werden, niet zouden beschadigen. Er ging een foto rond van de vrouw in operationele toestand (zuurstofkapje, infuus), de viool onder haar kin geklemd, arm met strijkstok geheven. Even dacht ik dat het om een nieuwe methode van ‘onder narcose brengen’ ging: mensen dingen laten doen waardoor ze boven zichzelf uitstijgen, grip krijgen op hun geestestoestand. Het leek me niet zo gek. Toen ik eens door migraine aan bed gekluisterd was, kon ik het lezen van de ochtendkrant niet laten. Tot me een interview met Martin Michael Driessen trof. Over zijn schelmenroman De heilige. Ik weet niet waardoor, maar ik werd erdoor gegrepen. Er wrong zich iets in mijn linker hersenhelft, er balde zich iets samen, ik registreerde de woorden, las het interview, en knapte er geweldig van op. De hoofdpijn verdween nagenoeg. Nu dacht ik het bewijs gevonden te hebben dat een goed interview, een intelligent gesprek iets met de hersenen doet waardoor migraine (hersenpijn) verslagen kan worden. 

    In Geluk, een geheimtaal, beschrijft Arthur Japin iets soortgelijks. In een periode waarin hij aan een zware depressie leed, zijn gevoelens afgevlakt, is hij getuige van een mishandeling in de tram. Een vrouw wordt bij het uitstappen door een jonge vrouw in haar rug getrapt. De vrouw valt, de jonge vrouw schopt nog eens. Japin grijpt in, trekt ze uit elkaar. Het slachtoffer vlucht naar buiten, de tram rijdt verder. Als Japin weer zit, wordt hijzelf aangevallen. Een man grijpt hem bij zijn revers, stompt hem, dreigt hem te doden. Dan laat hij hem los, gaat achter hem zitten, om hem even later opnieuw beet te pakken. Dat herhaalt zich een paar keer. Als de vrouw en de man eindelijk de tram verlaten, registreert Japin: ‘Korte tijd leefde ik in het moment. Wat voelt dat goed! Het vóélde. (…) De schrik is te midden van de geestesvlakheid eindelijk een prikkel.’ 

    Japin ontmoet veel bekende mensen, (Vanessa Redgrave, Sandro Veronesi, Barack Obama). Ontmoetingen vinden over de hele wereld plaats, Rio, Londen, Houston, Frankrijk, Rusland. Je zou er jaloers van worden, ben ik ook, want wie zou er niet willen sparren met Stephen Fry? Maar er is een verdrietige onderstroom gelijk deze sombere februaridagen. Japin keert wie hem beschimpt (ja, dat gebeurt in letterenland) de andere wang toe, steeds weer, soms op het pijnlijke af. Er is de zelfmoord van Japins vader die zijn leven bepaalt, en dan Wim Brands, Joost Zwagerman, en zelf hoeft hij eigenlijk ook niet meer. De schrijver die in noodgevallen op zijn best is: ’Het is de rest van het leven waarvan ik in paniek raak.’ Die aangrijpende ondertoon, die laat niet los.

     

    Geluk, een geheimtaal, Dagboeken 2008 – 2018 / Arthur Japin / Privé-domein nr. 306 / Arbeiderspers (2019)


    Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met het OV, en leest.

  • Oogst week 15 – 2019

    Weldra zal ik onder de guillotine liggen

    Hoewel dit autobiografische verhaal van de van oorsprong Schotse Grace Dalrymple Elliott (1754-1823) door historici niet helemaal geloofwaardig wordt gevonden, – het is zo hier en daar wel erg toevallig en gekleurd -, is het wel ‘een prachtige blik van binnenuit op het gekonkel aan het koninklijk hof en van de intriges in revolutionaire kringen ten tijde van de Franse Revolutie’.

    Zo’n tweehonderd jaar geleden heeft deze courtisane haar memoires geschreven. De Engelse koning George III had haar gevraagd haar belevenissen uit de jaren tussen 1789 en 1794 in Parijs voor hem op te schrijven. Als maîtresse van Louis- Philippe d’Orléans, intrigant en neef van de onthoofde Franse koning Lodewijk XVI, maakte ze de Franse Revolutie van nabij mee. Haar boek is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Joris Verbeurgt vertaalde haar boek en voorzag het van een inleiding en een uitgebreid register met informatie over tal van personages die erin voorkomen, van adelijken tot aan het  personeel.

    Weldra zal ik onder de guillotine liggen
    Auteur: Joris Verbeurgt
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag

    De Chinese Droom

    Jarenlang was Oscar Garschagen correspondent voor het NRC in China.
    De Volksrepubliek China viert op 1 oktober 2019 haar zeventigste verjaardag. Trots wordt gevierd dat het ‘Land van het Midden’ welvarender en machtiger is dan ooit. Onder de strakke regie van partijleider en president Xi Jinping ontstaat een socialistische supermacht met een modern leger en ambitieuze plannen voor nieuwe zijderoutes en hoogtechnologische vernieuwing. In De Chinese droom beschrijft Oscar Garschagen hoe de grootste, bijna honderdjarige Communistische Partij zich voortdurend vernieuwt en brede steun behoudt, zonder democratische hervormingen – de nachtmerries van de armen, de repressie van christenen, minderheden en de media ten spijt.

    De Chinese Droom
    Auteur: Oscar Garschagen
    Uitgeverij: De Geus

    Niemand bleef

    Met Niemand bleef, het Dagboek van Meneer B. legde Alfred Birney volgens de uitgeverij de kiem voor De tolk van Java, het grote succes van Birney uit 2016 waar hij de Libris Literatuur Prijs en de Henriette Roland Holst-prijs mee won.

    ‘”De nacht is mijn vijand als ik slaap, mijn vriend als ik waak.” In 2005 wordt de wereld van Meneer B. kleiner als hij het na een hartinfarct rustig aan moet doen. In dit dagboek mijmert hij tijdens het herstel zonder schroom over voorbije liefdes, muziek maken, het schrijven, de boeken en de schrijvers die hem irriteren of inspireren. Hij fantaseert bij het uitzicht dat hij vanuit zijn flat heeft op vrijmoedige buurvrouwen. Hij maakt zich zorgen over zijn zoon die bij hem woont en zich afsluit. Gaandeweg herwint Meneer B. de lust om te schrijven en hij preludeert op een groots plan.’

    .

     

    Niemand bleef
    Auteur: Alfred Birney
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Coetzee, een filosofisch leesavontuur

    ‘De Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee is vooral bekend als romanschrijver. Wat vele lezers niet weten, is dat zijn werk doordrenkt is van filosofie. Door de thematiek in zijn romans en verwijzingen naar bekende denkers als Jacques Derrida en Michel Foucault, laat Coetzee zien dat hij ook als filosoof een waardevolle gesprekspartner is. In Coetzee, een filosofisch leesavontuur gaat Hans Achterhuis op zoek naar deze filosofie in het werk van Coetzee. In het verlengde van iedere roman ligt een maatschappelijk vraagstuk. Zo koppelt Achterhuis bijvoorbeeld In ongenade aan de MeToo-discussie, Schemerlanden aan onze omgang met het koloniale verleden en Mr. Foe en Mrs. Barton aan de postmodernistische ideeën over de relatie tussen feiten, interpretatie en leugens. Hij geeft niet alleen een introductie in het werk van Coetzee, maar biedt ook nieuwe interpretaties’

    Coetzee, een filosofisch leesavontuur
    Auteur: Hans Achterhuis
    Uitgeverij: Uitgeverij Lemniscaat

    Heimat

    Een bijzondere graphic novel tot slot. Hij is van de Duitse Nora Krug, kunstenaar in New York. Zij leeft al jaren in de Verenigde Staten als zij op zoek gaat naar de oorlogsgeschiedenis van haar familie.

    De uitgeverij: ‘In het schitterende en volkomen originele Heimat graphic novel, familieplakboek en onderzoeksjournalistiek in een – maakt Nora Krug gebruik van brieven, archiefmateriaal, spullen van de vlooienmarkt en foto’s om duidelijk te maken wat het betekent om bij een land te horen en bij een familie.’

    Heimat
    Auteur: Nora Krug
    Uitgeverij: Uitgeverij Balans
  • Oogst week 22 – 2018

    Gaven, giften en vergiften : brieven

    De correspondentie tussen Simon Vestdijk en Willem Brakman begint als Brakman Vestdijk zijn debuutroman toestuurt. ‘Beste Brakman’ en ‘Beste Vestdijk’ werd al heel snel ‘Beste Wim’ en ‘Beste Simon’. Dat zij elkaar niet alleen over literatuur en hun wederzijdse vriend Nol Gregoor schreven, blijkt uit Gaven, giften en vergiften, de door Nico Keuning verzamelde en ingeleide brieven uit de periode 1961-1969. Het gaat ook heel vaak over de gezondheid van beide literatoren, die allebei arts waren. Beiden hebben een aanleg voor zwaarmoedigheid en depressies. Vestdijk weet Brakman te vinden als hij advies en pillen nodig heeft. Uit het voorwoord van Nico Keuning blijkt hoe groot de invloed van zijn depressies op het werk van met name Simon Vestdijk was.

    Gaven, giften en vergiften : brieven
    Auteur: Willem Brakman en Simon Vestdijk
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Ik bestaat uit twee letters

    In Privé-domein verscheen Ik bestaat uit twee letters, het dagboek dat A.H.J. Dautzenberg bijhield vanaf de dag dat hij 49 werd tot zijn vijftigste verjaardag. Het gaat hier niet om een alsnog publiek gemaakt dagboek, maar om speciaal voor deze reeks bijgehouden aantekeningen. Net als Ilja Leonard Pfeijffer is A.H.J. Dautzenberg iemand die in zijn werk speelt met het thema ‘werkelijkheid’. De vraag is of Dautzenberg van zijn verslag van zijn dagelijkse leven meer maakt dan alleen een literaire exercitie.
    De rode draad in Ik bestaat uit twee letters mag dan de relatie met tweelingbroer Hub zijn, aan wie hij al zijn hele leven vastzit, maar Dautzenberg doet ook uitgebreid verslag van wederwaardigheden in de literaire wereld. En dat kan interessant zijn, want in het vijftigste levensjaar was het onrustig bij zijn uitgeverij en ging Theo Sontrop dood.

    Ik bestaat uit twee letters
    Auteur: A.H.J. Dautzenberg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers (2018)

    De melodie

    Na een succesvolle carrière lijkt chansonnier Alfred Busi verzekerd van een rustige oude dag. In zijn ouderlijk huis, een riante villa op een aantrekkelijke plek, zou hij tevreden terug hebben kunnen kijken op zijn leven, als in het dorp niet geplaagd werd door dieren die ’s nachts de vuilnisbakken plunderen; een projectontwikkelaar het niet op zijn villa voorzien had, een journalist niet om werk verlegen had gezeten en zijn vrouw Alicia niet was overleden.
    De melodie van Jim Crace wekt de indruk een realistische roman te zijn over actuele onderwerpen, maar er gebeuren teveel wonderlijke dingen om het symbolische over het hoofd te zien.

    De melodie
    Auteur: Jim Crace
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)

    Victorieverdriet

    Toen haar grote liefde haar tijdens een vakantie in New York verliet, kwam dat hard aan bij Elfie Tromp. Onmiddellijk daarna werd haar liefdesverdriet een onderwerp in haar werk. Haar eerste pijn schreef ze van zich af in haar columns, daarna maakte ze een theatervoorstelling. Ook haar poëziedebuut Victorieverdriet is een verslag van het rouwen en klagen dat hoort bij een dergelijk verlies. Victorieverdriet is een reis in drie etappes, die min of meer samenvallen met de stadia van verwerking. De gedichten zijn een vrij letterlijke verwoording van gevoelens.

    Victorieverdriet
    Auteur: Elfie Tromp
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus (2018)
  • Ik wil nooit vergeven worden – Ted Hughes

    Gesignaleerd

    Bij de Arbeiderspers is onlangs een nieuw deel in de serie Privé Domein verschenen. Het betreft Ik wil nooit vergeven worden van Ted Hughes.

    De uitgeverij meldt over dit boek: ‘Ted Hughes is een van de grootste Britse dichters van na de oorlog. Zijn veelzijdige productie en gloedvolle voordracht stimuleerden generaties lezers. Daarnaast zou Hughes vooral bekend worden als ‘de man van’ de legendarische dichteres Sylvia Plath. Haar zelfmoord, kort nadat hij haar verlaten had, wierp een schaduw over zijn leven.

    Hughes zag het schrijven van brieven als een ‘uitmuntende training voor een gesprek met de wereld’. Deze bloemlezing biedt een selectie uit de duizenden brieven die hij schreef in een periode van vijftig jaar. Ze tonen Ted Hughes in al zijn hoedanigheden: als dichter, minnaar, echtgenoot en vader, als goede vriend en vertrouweling, als nuchtere Engelsman met een fascinatie voor mythologie en het bovennatuurlijke, als liefhebber van de jacht, de visserij en het buitenleven, en als een man voor wie de literatuur een magisch middel was om de werkelijkheid zo intens mogelijk te ervaren.

    De vele brieven aan Sylvia Plath bieden een unieke blik op Hughes’ relatie met haar. Ook zijn er brieven aan Assia Wevill, de moeder van zijn derde kind, die zich net als Plath van het leven zou beroven. Dit boek schetst een gedetailleerd zelfportret van een complexe, zoekende, gepassioneerde en buitengewoon creatieve persoonlijkheid, die de uitdagingen van zijn veelbewogen leven steeds met open vizier is aangegaan.’

     

    Ik wil nooit vergeven worden

    Auteur: Ted Hughes
    Vertaald door: Nelleke van Maaren
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
    Aantal pagina’s: 504
    Prijs: € 45,-

  • Recensie: Dienstreizen van een thuisblijver

    Recensie door: Machiel Jansen

    Als Maarten ’t Hart geen bekend schrijver zou zijn geweest wie zou hem dan graag willen leren kennen? Zonder zijn schrijverschap is hij een teruggetrokken, ietwat zonderlinge man. De werkdagen brengt hij door met het turen naar een aquarium waarin drie doornige stekelbaarsjes zwemmen. Af en toe maakt hij daar aantekeningen bij. Het is het meest interessante beroep dat hij zich kan voorstellen, althans van alle beroepen die binnen zijn bereik liggen. Eigenlijk was hij het liefst componist geworden, maar dan wel in een andere tijd dan de onze. Tussen het kijken naar stekelbaarzen en het luisteren naar klassieke muziek leest hij. Hij leest veel. Het werk van Anthony Trollope, Charles Dickens en Simon Vestdijk behoort tot zijn favorieten. Af en toe speelt hij een stukje orgel of piano, of zingt hij een cantate van Bach. Hij sport niet en elke avond ligt hij voor negen uur in bed. Op reis gaat hij niet want alleen in zijn eigen bed kan hij slapen. Aan clubs, verenigingen, popmuziek, voetbal en gezelligheid heeft hij een hekel. Hij is het liefst alleen, en enkel een periodieke, allesoverheersende verliefdheid zorgt ervoor dat hij zijn eenzaamheid af en toe opgeeft. Zou u zo’n man willen ontmoeten? Waarschijnlijk niet.

    Maarten ’t Hart is echter wel degelijk een bekend schrijver. Sinds zijn succesroman Een vlucht regenwulpen uit 1978 is hij één van de meest succesvolle Nederlandse auteurs gebleken. Zijn romans, verhalen, columns en interviews bevatten zoveel autobiografische elementen dat we al gauw het idee hebben dat we de auteur kennen. Het lijkt erop dat hij door veel van zijn lezers eerder excentriek dan eigenaardig gevonden wordt. Er zijn behoorlijk wat mensen die de bekende schrijver eens willen ontmoeten. Een aantal van hen belt gewoon bij zijn huis in Warmond aan en weet zelfs binnen te komen. Sommigen komen ongevraagd door de open achterdeur naar binnen. Anderen doen alsof ze journalist zijn en brengen zo een dag met de bekende schrijver door. Die moet hier niets van hebben. Het liefst wil hij met rust gelaten worden. Zo komt hij niet aan schrijven toe.

    Over Maarten ’t Hart is nauwelijks nog iets nieuws te vertellen zou je denken. In 1984 verscheen zijn eerste autobiografie Het roer kan nog zesmaal om in de reeks Privédomein. Vlak voor de boekenweek, dat als thema de autobiografie heeft, verscheen Dienstreizen van een thuisblijver. Opnieuw in de reeks Privé Domein. Het moet even gezegd: samen met de gebonden boeken van Van Oorschot behoort deze reeks tot de mooist uitgegeven boeken in Nederland. Het blijft een feest deze boeken in handen te houden en ze vormen een belangrijk argument tegen de e-reader.

    De vraag is of ’t Harts nieuwste autobiografische boek iets bevat wat we nog niet wisten over de schrijver. Die vraag is makkelijk te beantwoorden: nee. Echt iets nieuws komen we niet te weten, maar wat we te lezen krijgen is wel erg amusant. Dat doet de paradoxale titel Dienstreizen van een thuisblijver ook al vermoeden. Dat ’t Hart helemaal niet van reizen houdt, komt voor zijn lezers niet echt als een verrassing. Hij wil het liefst thuis blijven, maar hij moet soms het huis uit. De verplichtingen van het schrijverschap brengen dat nu eenmaal met zich mee. Als er uit dit boek iets blijkt dat we nog niet wisten, dan is het dat ’t Hart zo slecht ‘Nee’ kan zeggen. Als hij het zegt, klinkt het waarschijnlijk zacht en onzeker want telkens geeft hij toe waar hij eigenlijk voet bij stuk wil houden. Wie iets van hem wil, belt hem op, en zet door totdat de schrijver bezwijkt en toegeeft.

    De tol van de roem is een zwaar leven. Word geen schrijver! jammert ’t Hart dan ook als iemand weer iets van hem wil. Het liefst schreef hij eenzaam, in een achterkamertje het ene meesterwerk na het andere, maar het lijkt erop dat hij voortdurend wordt lastig gevallen door signeersessies, journalisten, fotografen, uitgevers, vertalers, jury’s, hobbyschrijvers en vrouwelijke bewonderaars met aantrekkelijk lange nagels. Dat leidt tot een aantal heel leuke avonturen van de verstokte thuisblijver die er niet onderuit kan af en toe de buitenwereld in te gaan.

    Heel erg geloofwaardig is die wens om vooral thuis te blijven en aan alle aandacht te ontsnappen overigens niet. Soms krijg ik het gevoel dat ’t Hart al die aandacht maar wat leuk vindt. Dat idee werd bevestigd door zijn recente optredens op radio en TV. Hij maakt geen indruk onder zware druk interviews af te leggen. Bij het radioprogramma de Tros Nieuwsshow, waar hij te gast was, vroegen ze hem of hij er toe gedwongen was om in de uitzending te verschijnen. Nee, hij zat er vrijwillig; ‘omdat ik Mieke [de presentatrice MJ] zo leuk vind.’
    En hoe geloofwaardig kan de man nog zijn die eerst een venijnig boekje schrijft met de titel De vrouw bestaat niet, om er later voor uit te komen dat hij af en toe als vrouw door het leven gaat? Van zo’n man ga je gemakkelijk denken dat hij het tegendeel zegt van wat hij echt wil – ook al is dat in het algemeen een gevaarlijke gedachte.

    Het leuke van Dienstreizen van een thuisblijver is dat het een kijkje geeft achter de schermen van het bedrijf van de literatuur. De bekende schrijver moet op reis, bezoekt beurzen, is jurylid en signeert. Hij is nooit te beroerd ongezoute meningen te geven over collega’s, prijswinnaars en christenen. Maarten ’t Hart (25 november 1944) wordt er met de jaren gelukkig niet milder op. Veel van die opmerkingen zijn leuk, al moet je sommigen niet al te vaak horen. Zo had ik de grappen over Connie Palmen tijdens een dienstreis met collega’s naar Göteborg al op de radio gehoord, waardoor de lach tijdens het lezen uitbleef. Het verslag van die reis, waaraan veel bekende Nederlandse schrijvers deelnamen, wordt overigens vooral benut om een samenvatting te geven van het leven van de Tsjechische componist Smetana (1824-1884), die een tijdje in Göteborg gewoond heeft. ’t Hart vraagt zich bijna verontwaardigd af waarom niemand in het reisgezelschap zijn fascinatie met de Tsjech deelt, terwijl iedere lezer nu juist de nabijheid van die auteurs veel spannender vindt dan al die feitjes over een onbekende componist. Dat gegeven weet ’t Hart hilarisch uit te werken en hij duwt ons het leven van Smetana gewoon door de strot.

    Leuk, leerzaam en lachwekkend zijn ook de ervaringen met literaire jury’s. Juryleden leiden aan ‘fictie frictie’; een overdosis aan fictie, teveel boeken die men verplicht is te lezen. Zelfs de veellezer Maarten ’t Hart kan zich voorstellen dat je als jurylid de stapel AKO-nominaties achter de toiletpot smijt. Deze juryleden hoeven overigens niet alles te lezen. De longlist wordt verdeeld en na twee slechte beoordelingen ligt een boek eruit. Het teveel van hetzelfde (fictie) en de mogelijkheden van netwerken doen ’t Hart verzuchten de prijs de komende jaren standaard aan Arnon Grunberg te geven. Want wie ooit een prijs wint, wint er meer. Het geestige betoog vormt meteen een verklaring waarom ’t Hart geen prijzen meer wint: hij netwerkt niet.

    Het hoogtepunt van het boek ligt zoals veel goede dingen in het midden. Daarna dalen we van Nederlandse hoogten af tot zeeniveau waar we twee hoofdstukken tegenkomen die helemaal niet over dienstreizen gaan. In het eerste breekt onze held zijn been, en ligt enkele nachten gedwongen in het Leids Universitair Medisch Centrum. Het verslag, hoe aardig en vlot geschreven het ook is, is helaas geen dienstreis. Het thema van de literaire dienstreis, dat de vorige hoofdstukken bij elkaar hield, wordt hier jammer genoeg niet voortgezet.
    Het hoofdstuk dat er op volgt gaat over ’t Harts bemoeienis met de zaak Lucia de B. Het is een feitelijk, nuchter verslag, nuttig voor wie het weten wil, maar nieuw is het niet en met dienstreizen van een thuisblijver heeft het niet veel te maken. In interviews heeft ’t Hart al uitgebreid verteld over zijn bijdrage aan het herstel van deze gerechtelijke dwaling. Wie dat gemist heeft kan dit hoofdstuk er nog eens op nalezen.

    Leuker zijn de eerdere hoofdstukken over bewonderaarsters bij signeersessies, rondleidingen door Maassluis en een herinnering aan gewelddadige zevendedagsadventisten. Het is de excentrieke, zonderlinge schrijver en veellezer waar we om kunnen lachen en die, in elk geval in boekvorm, erg leuk gezelschap is.
    Dienstreizen van een thuisblijver

    Auteur: Maarten ’t Hart
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers, serie Privé Domein
    Prijs: € 19,95

  • De zomer beschrijf je het best op een winterdag – Henrik Ibsen

    Brieven van de grootste toneelschrijver van de 19e eeuw

    Op 22 februari 2011 verschijnt er een nieuw deel in de reeks Privédomein, De zomer beschrijf je het best op een winterdag . Het zijn brieven van Henrik Ibsen, geselecteerd, vertaald, ingeleid en van commentaar voorzien door Suze van der Poll en Rob van der Zalm in samenwerking met Jeanne Dullaert-van Tol en Sjoukje Marsman.

    ‘De Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (Skien 1828-Kristiana/Oslo 1906) was de invloedrijkste toneelschrijver van de negentiende eeuw, en misschien ook wel de beste. Niet voor niets werd hij ‘de Shakespeare van de moderne tijd’ genoemd. In 1867 vestigde hij in eigen land zijn reputatie met Peer Gynt, een dramatisch gedicht waarin hij Noorse volksvertellingen verwerkte. Zijn internationale roem heeft hij vooral te danken aan de stukken waarin hij genadeloos de burgerlijke samenleving van zijn tijd portretteerde: Een poppenhuis, Spoken en Hedda Gabler bijvoorbeeld.

    Aanvankelijk riep zijn werk overal veel weerstand op. Pas later werd duidelijk hoe diep Ibsen gepeild had. Zijn stukken zijn tijdloze klassiekers geworden, ook in Nederland en België. De vele heropvoeringen van zijn stukken getuigen hiervan.

    Deze eerste Nederlandstalige uitgave van Ibsens brieven geeft een rijkgeschakeerd beeld van de persoon en de toneelschrijver Ibsen. In deze bloemlezing komen naast het negentiende-eeuwse theaterleven ook zijn familie en vrienden, zijn vrouw en zijn vriendinnen en de brandende kwesties van zijn tijd aan bod.’

    De zomer beschrijf je het best op een winterdag

    Auteur: Henrik Ibsen
    Vertaald door: Suze van der Poll, Rob van der Zalm
    Verschijnt bij: Uitgeverij De Arbeiderspers (febr. 2011, Privé Domein)
    Prijs: € 25,-