• Op weg naar huis met het lichaam van de Dokter

    Op weg naar huis met het lichaam van de Dokter

    Zoals Albert Camus het verhaal over een vreemdeling vertelde, zo schreef Kamel Daoud in Moussa of de dood van een Arabier vanuit die vreemdeling. Ook het verhaal van de Schotse arts, zendeling en ontdekkingsreiziger David Livingstone (1813-1873) is vaker verteld, meestal vanuit een blank gezichtspunt, nog nooit vanuit het oogpunt van sterven en dood. De Zambiaanse advocate en schrijfster Petina Gappah (1971), die afwisselend in Harare (Zimbabwe) en Berlijn woont, schrijft Vanuit het duister stralend licht vanuit het gezichtspunt van de slaven die door Bwana Daudi (Livingstone) uit de slavernij zijn gered. De tijd voor dit niet-westerse perspectief, is er in beide gevallen (Camus en Livingstone) rijp voor. 

    Een groot man

    De eerste helft van het verhaal wordt als een stream of consciousness verteld door Halima, een horige en kok van dokter Livingstone en vrouw van Hamoyadah (Amoda). Wanneer Halima begint te vertellen, is Bwana Daudi al zeer verzwakt en overlijdt kort daarna. Bwana Daudi was naar Afrika gekomen op zoek naar het begin van de Nijl. Hij was niet de enige in die tijd die dat ondernam. Halima vindt het allemaal maar waanzin, maar een groot man was hij volgens haar wel. Zó groot, ‘dat ze iedereen die de Bwana op weg helpt naar huis zullen hoogachten’. Alleen wordt daar in eerste instantie iets anders onder verstaan: hem een islamietische begrafenis bezorgen, maar dat roept bij Halima verzet op, want hij was immers ‘een Krisuman’. In tweede instantie wordt ermee bedoeld: hem thuis begraven, zodat niet alleen zijn kinderen zijn graf kunnen bezoeken, maar ook zijn geest rust krijgt en niet ‘misnoegd [gaat] fluisteren vanuit bomen en struiken, en huilen vanuit de grond’. 

    Halima is een vrouw die boven haar meer bekrompen denkende omgeving staat. ‘Als Amoda tegen me zegt dat ik maar een vrouw en een slavin ben, dan is dat een duidelijk teken dat hij zich onzeker voelt (…). Amoda boft maar dat ik een zachtmoedig, rustig type ben, echt niet zo’n ruziemaker die alleen maar doorkletst tot je er koppijn van krijgt’.
    Behalve de zelfverzekerdheid die hier spreekt, wordt het verhaal even boven tijd en plaats uitgetild. Onderling bedenken de vrouwen dat ze Bwana Daudi aan de koloniale machthebbers zullen overdragen en naar de haven van Zanzibar begeleiden, zodat hij per boot kan worden vervoerd en in zijn thuisland kan worden begraven. Mits ze de karavaanleiders van het belang daarvan kunnen overtuigen, én hun eigen mannen. Dat lukt ze uiteindelijk zo goed dat ze ‘gingen geloven dat ze het zelf bedacht hadden’. 

    Verschillende drijfveren

    Het tweede deel wordt verteld door de diepgelovige Johan Wainwright, een vrijgelaten slaaf die is opgeleid door een Christelijke missionaris. De wat gezwollen taal van Wainwrights verslag is rustiger van toon dan de meer opgewonden grondtoon van Halima. Zij was mondig, hij heeft misleidende overtuigingskracht. Zij was bang voor wat er na de dood van Dwana Daudi (die hier de Dokter wordt genoemd) zou gebeuren, terwijl Wainwright ernaar uitkeek zendeling te worden om degenen die hem ketenden te bekeren.  Knap van Gappah is dat deze verschillende drijfveren direct van invloed zijn op zowel haar schrijfstijl als op de lezer. Het is net zoiets als met de regie van een toneelstuk, dat – wanneer er geen lucht in wordt aangebracht – ook de zaal onrustig wordt. Dat geldt voor de onrust van Halima die afstraalt op de lezer, tegenover de rust van Wainwright.
    De bron waaraan Wainwright zich laaft, is een andere dan waarnaar de Dokter zocht en daarvoor in de Bijbel geen enkele aanwijzing vond. Het wordt hem zelfs kwalijk genomen: plekken te willen ontdekken waar al mensen wonen. Weer zo’n détail waardoor het verhaal loskomt van tijd en plaats. Wainwright noemt Halima ‘de allerleeghoofdigste der vrouwen’. Dat zegt overigens niet veel, want een man noemt hij een ‘alleronbekwaamste man’. Niemand kan immers tippen aan hemzelf en de manier waarop hij de reis met het lichaam van de Dokter voorbereidt.

    Krachtige taal

    Op 16 mei 1873 vertrekt de karavaan met het lichaam van Livingstone. Onderweg worden ze gekweld door ziekte, sterfgevallen, een muilezel wordt gedood door een leeuw,  de voorraad proviand slinkt en binnen de groep ontstaan ruzies. Het leest als een avonturenroman, geschreven in een krachtige taal: ‘Het hele gezelschap was toen reeds alle kracht en moed ontzonken, de vrouwen keven, de kinderen huilden’, of: ‘Duisternis, duisternis, alles is duisternis, een en al wanhoop’ zoals Jacob Wainwright het verwoord. ‘Het is ondragelijk’, schrijft hij, en daarmee bedoelt hij niet alleen het lichaam van de Dokter.

    Deze roman zet bestaande beelden over Afrika en Europa – Afrikanen en Europeanen op z’n kop. Het lijkt of de zwarte onderdrukten minder negatief over de witte Europeanen denken dan de onderdrukkers over de Afrikanen; het is grijs, een tussengebied waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten.  Zoals dat ook benadrukt wordt in het denken van bijvoorbeeld de Beninese filosoof Paulin Hountondji, die in een interview zei dat je op moet passen niet slechts oog te hebben voor één denktraditie.
    ‘Dat geldt in twee richtingen. Ga niet denken dat een bepaalde groep mensen allemaal hetzelfde denkt. En hoed je ervoor dat je vastroest in één manier van denken, zonder oog te hebben voor andere manieren’. 
    Gappah zou het hem zo na kunnen zeggen. En wij na het lezen van deze ijzersterke, tweede roman ook. Zoals gezegd, tijd is er rijp voor. 

     

    Lees hier de recensie van Petina Gappah’s Het boek van memory (2016).

  • Oogst week 2 – 2020

    Vanuit het duister stralend licht

    De oogst van dit nieuwe jaar bevat twee titels uit het oude jaar, waaronder een literair tijdschrift, een nieuwe uitgave van de duizend-en-één-nacht vertellingen en de deze week verschenen roman over David Livingstone.

    Toen de Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone in 1873 in een klein gehucht in West-Afrika overleed, besloten zijn rouwende bedienden zijn lichaam naar de dichtsbijzijnde havenstad te brengen om hem te verschepen naar zijn thuisland voor een waardige begrafenis. Een tocht van tweeënhalf duizend kilometer wordt te voet afgelegd, het ontzielde lichaam van Livingstone op schouders gedragen. Met dit gegeven, en na veel onderzoek naar de feiten, schreef de in Zambia geboren schrijfster en advocate Petina Gappah de roman Vanuit het duister stralend licht. Ze heeft voor deze roman meer dan tien jaar historisch onderzoek gedaan, maar benadrukt dat het een roman is. In de proloog wordt op de geschiedenis vooruit gelopen: ‘Tijdens de lange, gevaarlijke tocht om hem naar huis te brengen, verloren tien leden van ons gezelschap het leven.’ Het verhaal van de tocht wordt verteld vanuit twee perspectieven, de mondige Halima en de diepgelovige Jacob.

    Vanuit het duister stralend licht
    Auteur: Petina Gappah
    Uitgeverij: AtlasContact

    De vertellingen van duizen-en-één-nacht

    De verhalen uit Duizenden-en-een-nacht zijn zo oud als de mensheid. Aanvankelijk dacht men dat de verhalen oorspronkelijk Perzisch waren. Later ontdekte men dat deze verhalen afkomstig zijn uit verschillende Arabische landen, deels van het Indiase subcontinent en uit Afrika. Het verhaal gaat dat het meisje Sjarazaad zich vrijwillig aanmeldt als een van de meisjes die koning Shahriaar elke nacht uit het volk kiest om met haar te slapen, de volgende ochtend wordt het meisje van die nacht omgebracht. Dit, omdat de koning eens bedrogen werd door zijn vrouw, wat hem niet weer zal gebeuren als hij ze steeds ombrengt. Maar Sjarazaads vertelt hem elke nacht zo’n mooi verhaal dat hij hongert naar meer. Ze houdt dit 1001 nachten vol, waarna de koning zoveel van haar houdt dat hij haar tot zijn definitieve vrouw maakt. Wat een mooi sprookje, en al haar verhalen zijn over de hele wereld heen vertaald. Richard van Leeuwen vertaalde al in de jaren negentig deze erotische sprookjes. Voor deze uitgave koos Van Leeuwen de mooiste passages die Floris Tilanus met prachtige pentekeningen illustreerde.

    De vertellingen van duizend- en-één-nacht zijn veelal liefdesverhalen, erotische passages, (imaginaire) reisverhalen en zelfs schelmenromans.

    De vertellingen van duizen-en-één-nacht
    Auteur: Gekozen en vertaald door Richard van Leeuwen
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Terras

    Het halfjaarlijkse literaire tijdschrift Terras bevat net zoveel pagina’s als waarin een goede roman verteld wordt. Deze zeventiende editie draagt het thema ‘Theater’. De redactie onderzocht wat er met een tekst gebeurt als je hem in het theater brengt. En wat je moet doen met een tekst om er theater van te maken. En vervolgens: wat gebeurt er als een toneeltekst in een literair tijdschrift verschijnt? Van Terras is bekend dat het de literaire grenzen opzoekt, eroverheen gaat, zo ook met het thema ‘Theater’. Met een niet eerder vertaalde theatertekst van schrijver Roland Barthes, De kracht van de klassieke tragedie, in vertaling van Walter van der Star. Een stuk uit 1968 van de Italiaanse auteur en filmmaker Pier Paolo Pasolini, Manifest voor een nieuw theater, vertaald door Piet Joostens, is gericht aan ‘De lezers’ en begint zo:
    ‘ 1) Het theater waar jullie op zitten te wachten zal, ook al is het volkomen nieuw, nooit het theater kunnen zijn waar jullie op zitten te wachten. Immers, als jullie op een nieuw theater zitten te wachten, dan doen jullie dat onvermijdelijk in de context van de ideeën die jullie al hebben, meer nog, iets waar jullie op zitten te wachten is iets wat op een bepaalde manier al bestaat.’ Wat een meesterlijke gedachte is en waarmee de redactie van Terras voortschrijdend uit de voeten kan; niets is volgens de verwachting in dit tijdschrift, maar des te prikkelender als je je erin verdiept. En wie verdieping zoekt, komt terecht bij Terras.

    Verder bevat dit nummer onder meer bijdragen van de Cubaan Carlos A. Aguilera, de Noor Johan Harstad, de Zwitser Jürg Federspiel en de Oostenrijkse Kathrin Röggla. Binnen het Nederlands taalgebied haalden ze toneelauteurs Bruno Mistiaen en Dounia Mahammed uit de literaire schaduw.

     

    Terras
    Auteur: Onder redactie van Kim Andringa, Tommy van Avermaete, Herman van Bostelen, e.a.
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • De weg van waarheid en begrip

    De weg van waarheid en begrip

    De ik-persoon heet Memory. Door haar adoptievader, Lloyd Hendricks, werd ze Mnemosyne (de personificatie van het geheugen en de herinnering) genoemd. Dat zegt al genoeg: het tweede boek van de Zimbabwaanse schrijfster Petina Gappah, dit keer een roman na een verhalenbundel, gaat primair over herinneren. Maar ook over zoveel meer. Het zijn grote thema’s waarover ze vertelt. Maar dat doet ze op een klein gehouden, bescheiden manier. Over recht en onrecht, overleven en zin geven aan het bestaan, over buitenstaander-zijn en racisme, menselijkheid en onmenselijkheid. Het komt allemaal, in een mooi verband, voorbij.

    Herinneren
    Memory is veroordeeld voor de moord op Lloyd Hendricks, de blanke adoptievader die haar, een albino waarop een vloek heet te rusten, opvoedde. Haar advocate zet Memory aan tot het vertellen van haar verhaal aan een Amerikaanse journaliste, en tot het opschrijven ervan. Dat zou kunnen helpen bij het indienen van een verzoek tot gratie. Het leidt dus zowel tot een orale autobiografie in de traditie van Zimbabwe als een geschreven autobiografie zoals we die in het Westerse wereld vanaf bijvoorbeeld Catharina van Siena kennen. Ook aan haar werd demonische bezetenheid toegeschreven.

    In korte zinnen schrijft Memory over haar jongste broertje Gift, dat is overleden, net als de jongste uit het gezin, Mobhi, die verdronk in een emmer. Om al snel over te springen op het leven in de gevangenis, waar ‘de hel inderdaad uit andere mensen blijkt te bestaan, vooral wanneer die andere mensen je vrouwelijke medegevangenen zijn en er een week lang geen water is.’ Zo’n sprong geeft het verwrongen tijdsbesef waarin Memory leeft treffend weer.
    Het opleidingsniveau van de bewaaksters wordt raak getroffen door tal van geestige en goed vertaalde taalfouten, zoals ‘verkeerd verzonden’ voor verkeerd verbonden, ‘organisme’ voor orgasme, ‘rigor mosterd’ voor rigor mortis en ‘doofdom’ voor doofstom. Mooi gedoseerd, zodat het niet melig wordt. Maar het lachen daarom ‘heeft iets hysterisch, want telkens wanneer ik lach, weet ik dat mijn lach in de duisternis vergaat.’

    Licht en duister
    Licht en duister liggen in deze schitterende roman dicht bij elkaar. Het is als de auto van meester Maenzanise, waarin een kind was geboren en een oude man was gestorven, ‘en ze waren allebei op weg geweest naar het ziekenhuis.’ De ene bewaakster was lichter van kleur dan de ander, de ene was schappelijker dan de ander. Of spelen deze verschillen zich alleen maar af in Memory’s hoofd?
    Het is een insteek die doet denken aan wat de filosoof Michel Foucault, die zich in het gevangeniswezen heeft verdiept, ergens schreef: te weten willen komen ‘in hoeverre het denken van je eigen geschiedenis het denken kan bevrijden van wat het stilzwijgend denkt en het de gelegenheid kan bieden anders te denken.’ Of, zoals Memory/Mnemosyne schrijft: ‘Soms ga je dingen begrijpen die je onmogelijk kunt hebben geweten; je snapt ze en je herschrijft je herinneringen om er een samenhangend geheel van te maken.’ Hiervoor staat het geld dat Memory haar moeder aan Lloyd Hendricks zag geven symbool. Ze denkt dat dit de prijs is die voor haar is betaald, maar dat blijkt anders te liggen.

    Verhaal
    Het kleine verhaal van haar leven dat Memory vertelt en opschrijft, wordt gespiegeld in het grote verhaal van de geschiedenis van Zimbabwe. Haar beroep zal ongeveer in dezelfde tijd dienen als er verkiezingen zijn. Beide zijn hoopvolle elementen: zal Memory gratie krijgen, zullen de vrijheidsstrijders winnen en misschien zelfs aan de macht komen? Gappah vlecht beide verhalen op een ingenieuze manier in elkaar.
    Maar niet in de laatste plaats schrijft Memory het verhaal ook voor zichzelf. Ze geniet ervan woorden, zinnen en alinea’s op papier te zetten, zoals een gevangene in een roman van Stephen King gedwongen werd een boek te schrijven en dit hem uiteindelijk op de been hield.

    Breuken en botsingen
    Gappahs boek wordt ook gekenmerkt door breuken en botsingen tussen het leven voor en na de dood van de kleine Mobhi, de periode in de gevangenis en de tijd ervoor, tussen hetgeen de Victorianen Rhodesië brachten aan Westerse cultuur en godsdienst en traditionele gewoonten, genezers en het atavistische geloof in voorouders.
    Zowel Memory als haar adoptievader vallen buiten de gangbare hokjes: Memory omdat ze albino is, Lloyd onder andere omdat hij zich in de ogen van de blanken teveel had aangepast aan de autochtone bevolking van het toenmalige Rhodesië. Je zou kunnen zeggen dat de overeenkomst tussen beiden is, dat ze allebei van binnen zwart waren. Maar er is nog een reden waarom Lloyd buiten de gemeenschap valt. De reactie van Memory daarop toont dat ze nog steeds een rooms-katholiek schoolmeisje is met bekrompen gedachten. Gaandeweg wordt ze zich daarvan bewust en bevrijdt ze zich daarvan.

    De roman is een subtiele, knap geschreven en vormgegeven aanklacht tegen alle kunstmatige scheidingen die Rhodesië/Zimbabwe, maar niet alleen daar, heeft opgeworpen om mensen, niet alleen blank en zwart, bij elkaar vandaan te houden. Het is echter geen pamflet, maar een grootse roman die tevens een ode is aan het verhaal, verteld en/of opgeschreven, als een weg naar waarheid en begrip.