• Oogst week 50 -2019

    Zon

    ‘Als ik in het donker wacht
    houd ik een zakdoek aan mijn mond
    om mij ervan te vergewissen dat ik bloed
    want enkel wie kan bloeden kan ook dromen.’

    Het zijn de eerste regels van het openingsgedicht van Peter Verhelst in zijn nieuwe bundel Zon. Verhelst heeft een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan aan poëzie, proza en theaterteksten en kijkt thuis uit op een indrukwekkende prijzenkast. Zon gaat over begeerte, eenzaamheid en verlies in apocalyptische tijden: ‘De zon is prachtig en mededogenloos’, zei hij in een interview op de Belgische radio, waaraan hij zijn kwaadheid toevoegde over de klimaatconferentie in Madrid: ‘ik probeer boven mijn kotsgeluid uit te komen (…) Mijn woede wordt te groot’. Een woede die in Zon meeklinkt als Verhelst bijvoorbeeld teksten van Bart de Wever verwerkt.

    Zon
    Auteur: Peter Verhelst
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    Het gewicht van de woorden

    De Zwitserse filosoof Peter Bieri schrijft romans onder het pseudoniem Pascal Mercier. Zijn Nachttrein naar Lissabon uit 2004 was zijn definitieve doorbraak in Nederland. Het werd in 2013 verfilmd en een jaar later liep in Nederland een theaterproductie naar de roman. Geeft de 57-jarige Gregorius in Nachttrein plotseling zijn oude leven in Bern op om in Portugal het leven van de arts Prado te onderzoeken, in zijn nieuwste roman Het gewicht van de woorden lijkt de inzet vergelijkbaar. Nu gaat het om de zestiger Simon Leyland die nog maar kort te leven heeft en besluit zijn uitgeverij in Triëst achter te laten om terug te gaan naar Londen waar hij in de vroegere brieven aan zijn vrouw duikt. De roman begint met een motto van de Portugese schrijver Pedro Vasco de Almeida Prado (een ander dan de fictieve Prado uit Nachttrein): ‘…als je de juiste woorden vindt, is het alsof je wakker wordt bij jezelf, er ontstaat een nieuwe tijd: het heden van de poëzie’.

    Het gewicht van de woorden
    Auteur: Pascal Mercier
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De Warnow

    Een man, een schip, een droom is de veelzeggende ondertitel van De Warnow. NRC-journalist Hans Steketee deed in 2013 in zijn krant verslag van de zoektocht naar een gammele loodsboot waarop schipper Arnoud Brinkman met onder andere zijn vriendin Tirza via Schotland naar Noorwegen was vertrokken om daar het Noorderlicht te zien. Ze werden in een storm nog maar net gered. Er ontstonden felle discussies die er toe leidden dat een aantal opvarenden aan wal ging. Maar Brinkman besloot door te gaan. Zijn schip raakte vermist.
    Steketee besloot dieper in het leven van de schipper te duiken in een mengeling van verbazing over diens roekeloosheid en bewondering voor de overgave aan avontuur en kameraadschap. De Warnow is een spannend verslag geworden van een onderzoek naar wie Brinkman was en naar wat er gebeurd kan zijn met zijn boot.

    De Warnow
    Auteur: Hans Steketee
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Taal en literatuur als bijdragen aan zelfkennis

    Taal en literatuur als bijdragen aan zelfkennis

    Taal en literatuur als bijdragen aan zelfkennis

    Waarom schreef de Ier Samuel Beckett zijn Wachten op Godot in het Frans? En waarom de Rus Vladimir Nabokov zijn Lolita en Bleek Vuur in het Engels? Peter Bieri noemt Beckett en Nabokov als voorbeelden van schrijvers die een bewuste keuze maakten voor een andere taal dan hun moedertaal omdat ze daarin hun identiteit beter konden verwoorden.

    Voor Bieri is taal de belangrijkste component voor onze geestelijke ontwikkeling naar zelfkennis. Taal is ‘de sleutel tot alles’, ‘het fundamentele vermogen dat ons tot cultuurwezens maakt.’

    Die taal maken we ons eigen in vijf fases. In de eerste nemen we onze moedertaal in ons op als we leren praten. In de tweede worden we ons bewust van de grammatica, de woordenschat en welk woord het meest past bij wat we willen zeggen. De derde fase geeft ons het historische inzicht dat onze moedertaal verbonden is met een bepaald wereldbeeld dat we ons daarmee hebben toegeëigend. Daar kunnen we vraagtekens bij stellen zodra we een andere taal leren en merken dat andere volkeren een ander wereldbeeld en een andere culturele identiteit hebben. Dat is de vierde fase. Tenslotte kunnen we in de vijfde en laatste fase kiezen uit de alternatieven. De meesten blijven trouw aan hun moedertaal, maar mensen als Nabokov en Beckett (maar ook Brodsky en Conrad) maakten de overstap.

    Peter Bieri is voor de meeste lezers bekender onder zijn pseudoniem Pascal Mercier als schrijver van het veel geprezen Nachttrein naar Lissabon, Perlmanns zwijgen en De pianostemmer. Onder zijn eigen naam publiceert hij zijn filosofische werk, waarvan in 2006 in Nederlandse vertaling Het handwerk van de vrijheid uitkwam over de ontdekking van de eigen wil. Onlangs verscheen het veel compactere Hoe willen wij leven?, een bundeling van drie met elkaar samenhangende lezingen die hij in 2011 in Graz gaf.

    Grondtoon van de lezingen is hoe we zelfstandig kunnen leven, ons eigen leven kunnen regiseren, en tegelijk respect kunnen hebben voor andermans opvattingen en andere culturen. Van groot belang daarvoor is zelfkennis. Die doen we op door kritisch te reflecteren op onszelf, op onze gedragingen, onze gevoelens, onze stemmingen, maar ook door ons open te stellen voor alternatieven die er zijn. Die alternatieven pikken we op door contact met andere talen (zie hiervoor) en andere denkwijzen – ook binnen onze eigen cultuur. Daarvoor is literatuur ‘een machtige bondgenoot’.

    Het is enorm leerzaam om zelf te schrijven (ook al publiceer je niet) en romans van anderen te lezen: ‘Literatuur is kunstzinnige weergave van ervaring in taal.’ Wie schrijft maakt zich zijn eigen taal opnieuw eigen en ontdekt welke woorden en ritmes het best bij zijn eigen identiteit passen. Hij maakt zich bovendien van onbewuste zaken bewust.

    Het schrijven van een verzonnen verhaal, zo zou je kunnen zeggen, schept laboratoriumomstandigheden om met het middel van dramatische aanscherping een buitengewoon fel en helder licht op een deel van je onoverzichtelijke binnenwereld te werpen. [Het is niet] ‘paradoxaal als iemand om zichzelf te begrijpen een ander, een vreemde, verzint.’

    Het thema dat je tot onderwerp neemt, je vertelperspectief, je stijl, je woordkeuze: ze leren je allemaal iets over jezelf.

    Zo is ook het lezen van literatuur belangrijk. Het stimuleert onze fantasie, leert ons ons te verplaatsen in opvattingen en motieven van anderen en maakt ons ervan bewust dat er alternatieven zijn voor ons eigen handelen, willen en voelen. Dat stelt ons voor keuzes. Als we daarmee actief om kunnen springen draagt dat opnieuw bij aan onze zelfbeschikking.

    Zelden zal het aandeel vraagtekens op het totaal van de tekens in een boek zo groot zijn geweest als in Hoe willen wij leven? Inderdaad: het begint al met de titel van de bundeling. Maar ook elke lezing begint met een vraag. En in de teksten zelf legt Bieri zijn toehoorders / lezers voortdurend dilemma’s voor.

    Is ? het meest opvallende leesteken, het werkwoord dat Bieri het meest gebruikt, zou wel eens ‘leren’ kunnen zijn. Dat valt zelfs in de literatuurverwijzingen op, waarin de schrijver bijna voortdurend wendingen gebruikt als ‘…heb ik het meest geleerd van’, gevolgd door een schrijver of boek.

    Het is kenmerkend voor een bijzonder kernachtig en helder boekje dat je er vooral toe aanzet dóór te denken.

    Hoe willen wij leven?

    Auteur: Peter Bieri
    Vertaling: Marijke Koekoek
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek (2012)
    Aantal pagina’s: 94
    Prijs: € 15,90