• Hoe weten we wat een rivier wil?

    Hoe weten we wat een rivier wil?

    Heeft een rivier recht op een eigen, onbekommerd en gezond leven? Dat is de centrale vraag in het boek Leeft een rivier? van Robert Macfarlane. Om antwoorden te vinden doorkruist hij nevelige wouden in Ecuador, een dichtbevolkte rivierdelta in India en de uitgestrekte Saint Lawrence-baai in Canada. Hij dompelt zich onder in de geschiedenis en de verhalen van drie rivieren. En in een idee dat naar zijn mening de wereld verandert: het idee dat een rivier leeft.

    Tijdens drie expedities ziet Macfarlane hoe Rio Los Cedros, Chennai en Magpie River alle drie worden ingedamd, vervuild, weggemoffeld en gemolesteerd, ter meerdere eer en glorie van de menselijke of beter gezegd, economische ontwikkeling. ‘De rivier moest worden gedood zodat de stad kon leven,’ zegt Yuvan Aves, leraar, schrijver en wateractivist in India. Wat uiteindelijk een te hoge prijs is als je die stad gezond wil houden. ‘Steden groeien op de oevers van rivieren, […] en vergeten langzaam hun ecologische, hydrologische oorsprong. Later bezwijken ze langzaam onder hun eigen gewicht, tenzij datgene waaruit ze zijn ontstaan met kracht nieuw leven wordt ingeblazen: een rivier.’

    Het lijkt een eerste antwoord op de titelvraag: een rivier kan alleen gedood worden als ze leeft. Wat hij aantreft in India is geen beeld om blij van te worden: een zwaar gemartelde Chennai, verstikt door industrie en verstedelijking. Een lot dat veel andere rivieren in India treft. Tot de dood er volgens sommigen op volgt. Van de moord op de rivier de Yamuna werd zelfs aangifte gedaan.

    Wat gij niet wilt dat u geschiedt

    Twee dagen voor de aangifte van deze moord hadden rechters van het Indiase Hooggerechtshof de Ganges en Yamuna erkend als ‘levende entiteiten’ met bijbehorende rechten. Een besluit dat niet op zichzelf staat maar past binnen een wereldwijde trend om de natuur ook rechten toe te kennen, net als mensen, bedrijven en organisaties. Met als doel om de natuur beter te kunnen beschermen. Immers, als de natuur net als organisaties een rechtspersoon kan zijn, kunnen rechten en plichten beter worden onderscheiden: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. 

    De natuurrechtenbeweging vindt zijn oorsprong in de vraag die Christopher Stone, een jonge academicus, zijn studenten in 1971 stelde: wat zou er gebeuren als de natuur over rechten zou beschikken? Een vraag die in 2017, ruim veertig jaar nadat Stone zijn vraag had gesteld, in Nieuw-Zeeland leidde tot het toekennen van rechten aan de Whanganui rivier. Een wereldwijde primeur die navolging zou vinden. In 2008 werd water in de Ecuadoriaanse Grondwet 2008, erkent als collectief goed, ‘onoverdraagbaar, onvervreemdbaar, onbevattelijk en essentieel voor het leven’. Privatisering van water werd verboden, natuurrechten werden vastgelegd. Vanaf dat moment staan mensen in Ecuador niet meer los van de natuur maar zijn ze – ook in juridische zin – een onlosmakelijk deel van de natuur. En heeft de natuur omgekeerd dezelfde rechten als de mens. Of als bedrijven. Een benadering die de machtsverhoudingen tussen bedrijven en de natuur begint te beïnvloeden: in 2021 oordeelde het Constitutionele Hof van Ecuador op grond van de nieuwe grondwet dat mijnbouw de rechten van de rivier Los Cedros schond. 

    Een rivier leeft… in de harten van mensen

    De natuurrechtenbeweging krijgt volop aandacht van MacFarlane. In zekere zin is Leeft een rivier? dan ook meer een verhaal over de rechten van rivieren dan van het levend zijn van die rivieren. Maar toch is ook dat uiteindelijk niet het hart van het boek. Dat is veel meer de liefde van mensen voor rivieren en voor de natuur. Inderdaad, rivieren leven bij Marcfarlane zeker. In de harten van mensen.

    De liefde voor rivieren druipt van de pagina’s af. Bijvoorbeeld bij Giuliana Furci, die MacFarlane vergezelt bij zijn trip in de nevelwouden. Furci is schimmeldeskundige en valt keer op keer in extase op haar knieën als ze in het stroomgebied van Los Cedros opnieuw een zeldzame slijmzwam ontwaart, waarvan ze zegt dat die tot een ander ‘kindom’ behoren (geen kingdom), ‘een geheel van verwanten, een bos, een rivier’. Of Rita Mestokosho, een Canadese dichteres en natuuractiviste, die zegt altijd al geweten te hebben dat de rivier leeft. De rivier zit diep in haar: ‘Allemaal hebben we een rivier die tot ons spreekt’.

    Het is vooral deze liefde van mensen voor rivieren die Leeft een rivier? een lezenswaardig boek maakt. Al moet je er wel heel wat pagina’s voor doorploegen. Zonder een antwoord op de vraag te krijgen of de rivier leeft. Of op de vraag wat een rivier wil (handig te weten als je haar rechten wil beschermen). Maar zeker deze laatste vraag is misschien ook niet te beantwoorden. Dat lijkt althans aan het einde van het boek (spoiler alert) Macfarlane’s eigen conclusie: ‘Hoe weten we wat een rivier wil? De rivier wil… de zee bereiken. […] Het is alsof dat antwoord tekortschiet.’ 

     

  • Oogst week 21 – 2025

    Leeft een rivier?

    Steeds vaker hoor je berichten over initiatieven die ervoor (willen) zorgen dat de natuur de status van rechtspersoon krijgt. Zowel in Nederland als daarbuiten. Net als mensen en bedrijven wordt de natuur daarmee door het rechtssysteem erkend als zelfstandige entiteit, en kunnen er namens de natuur rechtszaken aangespannen worden.
    In Nederland is op dit gebied de Stichting Rechten van de Natuur opgericht.

    De Engelse natuurschrijver Robert Mcfarlane is een overtuigd aanhanger van rechten voor de natuur. Zijn werk wordt internationaal gewaardeerd, hij won er prijzen mee en soms werden er op basis van zijn boeken ook documentaires gemaakt. Van hem is nu bij Uitgeverij Athenaeum Leeft een rivier? verschenen. Centraal daarin staan drie grote stroomgebieden die in gevaar zijn in Ecuador, India en Canada. Hij behandelt niet alleen het aloude nut van rivieren als vervoermiddel, leverancier van energie en drinkwater e.d., maar hij gaat vooral in op de gevaren die de rivieren bedreigen als gevolg van vervuiling, droogte en indamming.

    Leeft een rivier?
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2025)

    Alma

    De ene puber is de andere niet. Dat weten we allemaal. In Alma krijgt de hoofdpersoon te maken met een zoon die van de een op de andere dag echt in de weerstand gaat. Hij wil niet meer naar school, is niet aanspreekbaar en zit alleen maar te gamen en te blowen.

    Alma is psychiater en is prima in staat om anderen van goed advies te voorzien. Maar hoe moeilijk is het als het haar eigen zoon betreft! Niet alleen in de omgang met hem, maar ook in relatie tot haar man, de andere zoon èn zichzelf!

    Judith de Graaf is psychotherapeut. In 2024 verscheen van haar de roman Ontijd, een familieroman over voltooid leven. Ze schreef ook korte verhalen. Die verschenen o.a. in literair tijdschrift Extaze. Als psychotherapeut is zij o.a. actief bij gezins- en opvoedingsproblemen.

    Alma zal op 5 juni a.s. bij boekhandel Broese in Utrecht gepresenteerd worden.

    Alma
    Auteur: Judith de Graaf
    Uitgeverij: Uitgeverij De Brouwerij

    De omvang van de wereld

    In het werk van een van de grootste schrijvers van Europa, de Portugees António
    Lobo Antunes (1942), komen vaak dezelfde thema’s voor. Macht, dood en oorlog. Zijn werk kenmerkt zich echter ook door humor, al is die soms ver te zoeken. Hij gebruikt vaak verschillende vertelstemmen en autobiografische elementen in zijn werk.
    Zo ook in De omvang van de wereld. Daarin vertellen vier personages het verhaal. Een oude zieke man, zijn buitenechtelijke dochter, zijn huisgenote en haar minnaar. Ze zijn allemaal op enige manier met elkaar verbonden.
    Het verhaal doet er in dit boek minder toe. Het zijn vooral monologen, overpeinzingen, van de vier personages die betrekking hebben op al dan niet betrouwbare herinneringen aan de jeugd, de geboortegrond, de stad (Lissabon), gevoelens van eenzaamheid en andere existentiële waarden.
    Het is geen lineair verhaal. Elk hoofdstuk bestaat uit één lange zin, veel interpunctie, herhalingen en andere stijlmethoden.
    Harrie Lemmens vertaalde het boek en voorzag het van een nawoord. Arjan Peters schreef de inleiding. Volgens Lobo Antunes is De omvang van de wereld zijn laatste boek.

    De omvang van de wereld
    Auteur: António Lobo Antunes
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Maaskant Haun (2025)
  • Oogst week 4 – 2023

    Verstild voorjaar

    De biologe Rachel Carson (1907–1964) waarschuwde als een van de eersten voor de gevolgen van het gedrag van de mens op het ecologisch evenwicht van de aarde. Haar boeken zijn inmiddels ook ‘verplichte kost’ voor iedereen die zich actief wil inzetten voor het milieu.

    Carson kreeg van huis uit de liefde voor de natuur mee. Het bleek de basis voor haar keuze om biologie te gaan studeren. Haar voorliefde was de zee, daarover publiceerde ze in 1941 Under the Sea Wind dat lovend werd ontvangen door critici, maar commercieel weinig succesvol was. Mogelijk als gevolg van het feit dat ze een vrouw was en daarom niet voldoende serieus werd genomen. Haar tweede boek The Sea Around Us uit 1951 werd ook positief ontvangen maar wèl goed verkocht, mede dankzij het feit dat het zo goed en voor de niet-wetenschappelijke lezer geschreven was.

    Later begon ze zich enorme zorgen te maken over het toegenomen gebruik van pesticiden en het effect daarvan op het milieu. Ze publiceerde daarover in 1962 in Silent Spring (Dode lente, 1964). Dit begint met een fabel over een stadje waar al het leven verdwijnt en mens en dier vreemde ziekteverschijnselen krijgen, maar dat de opmaat is voor de inhoud over de schadelijke gevolgen van overmatig gebruik van pesticiden. Dit boek werd ondanks kritiek en tegenwerking van de pesticidefabrikanten een bestseller. Het heeft de discussie over het gebruik van deze bestrijdingmiddelen op gang gebracht waardoor sommigen zelfs verboden werden. Silent Spring is onlangs onder de titel Verstilde lente opnieuw uitgebracht door uitgeverij Athenaeum. Het geldt nog steeds een van de meest zinvolle en goed leesbare titels op dit gebied.

    Verstild voorjaar
    Auteur: Rachel Carson
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2022)

    Kwaad geluk

    Tove Ditlevsen (1917 – 1976) is een Deense schrijfster die in Nederland nog niet zo lang bekend is. Zij had een moeilijk leven. Ze groeide in grote armoede in Kopenhagen op bij ouders die samen ongelukkig waren, moest al jong voor inkomsten zorgen, kreeg te kampen met verslavingen en trouwde vier keer, en elke keer was het geen succes. Veel van haar levenservaringen komen terug in haar boeken. De thematiek in haar boeken mag dan zwaar zijn, haar manier van schrijven allerminst. Daarom vindt men haar in Denemarken waarschijnlijk nog steeds een van de grootste auteurs van het land.

    Internationaal wint zij nu aan bekendheid. Aanleiding daarvoor is mogelijk haar plek op een jubileumlijst uit 2020, uitgebracht door haar uitgeverij die dat jaar 250 jaar bestond. Ze eindigde met haar roman Straat van de kindertijd op basis van de stemmen van zo’n 40.000 lezers, in de top tien van de beste boeken uit het fonds van deze uitgeverij. Sinds 2020 verschijnt haar werk in Nederland bij Uitgeverij Das Mag.

    Na Straat van de kindertijd kwam in een periode tussen ’67 en ’71 een trilogie van Ditlevsen uit Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid.
    Over deze trilogie schrijft vertaalster Lammie Post: ‘Het is bijzonder hoe het verhaal van een meisje dat opgroeit in de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog zoveel mensen weet te raken, en hoe herkenbaar haar verhaal nog steeds is.’

    Kwaad geluk uit 1963 is de eerste verhalenbundel die van Ditlevsen in Nederland verschijnt. Daarin schrijft ze vanuit geobsedeerde hoofdpersonen en komen haar bekende thema’s aan de orde: onbereikbaar geluk, ongelukkige huwelijken en dominante moeders. De verhalen uit deze bundel vormen de basis voor de titels uit de zogenoemde Kopenhagen-trilogie.

    Kwaad geluk
    Auteur: Tove Ditlevsen
    Uitgeverij: Das Mag (2023)

    De lokroep van Elisium

    Tot slot aandacht voor De lokroep van Elisium van de Estlandse schrijver en filmmaker Ilmar Taska (1953), een heel ander boek dan zijn roman Pobeda 1946 dat handelt over de onderdrukking van Estland door de Sovjet-Unie.

    In De lokroep van Elisium gaat het om de mogelijkheid om in een virtuele wereld, het Elysium-portal, historische bekendheden te ontmoeten. Met behulp van kunstmatige intelligentie is bestaand materiaal zoals films en interviews ingezet om de digitale karakters ‘authentiek’ te maken.
    De hoofdpersonen gaan in die virtuele wereld in gesprek met bijvoorbeeld Marlene Dietrich, Marilyn Monroe, John F. Kennedy en Vladimir Lenin. Maar niet alles blijkt te zijn zoals het lijkt.

    Pobeba 1946 werd op deze site besproken door Huub Bartman: ‘Ilmar Taska heeft een boek geschreven dat je ademloos leest. De spanning wordt prachtig opgebouwd met een filmische directheid. Hier verraadt Taska zijn eigenlijke stiel van scenarioschrijver en filmmaker. Die is af te lezen aan de opbouw en vormgeving van het verhaal. De verwikkelingen waarmee de hoofdrolspelers geconfronteerd worden volgen elkaar in korte scènes en in hoog tempo op zonder dat dit ten koste gaat van de psychologische en filosofische diepgang.’

    De lokroep van Elisium
    Auteur: Ilmar Taska
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman (2023)
  • Oogst week 9 – 2021

    Schemervluchten

    Schemervluchten bevat de mooiste natuuressays van Helen Macdonald, wetenschapshistoricus, natuuronderzoeker, schrijver en professioneel valkenier. ‘Veel dingen waar ik van houd zijn niet-menselijk, ik merk ze op en wil iedereen erover vertellen’, zegt ze in een interview. Uit haar bestseller H is van havik bleek haar grote liefde voor de natuur al. In de diepzinnige essays van Schemervluchten maakt de auteur de lezer deelgenoot van onder meer de massale trek van zangvogels vanaf de top van het Empire State Building, van een zonsverduistering in Turkije, een rommelende vulkaan in de Chileense woestijn en de Australische droogte die haar hart breekt.

    Macdonald schrijft over onweer, mieren, bessen, paddenstoelen en herten voor koplampen. Haar observaties zijn persoonlijk en invoelend. Zo praat ze in het eerste essay, Nesten, door de schaal van een roofvogelei heen ‘met iets wat nog geen licht of lucht had ervaren, maar dat weldra met honderd kilometer per uur in één ontspannen glijvlucht zou meegaan met de door hem waargenomen draaiingen en kolken van een westelijke bries […] om vervolgens met scherp gepunte vleugels te gaan rondcirkelen, hoger en hoger, zo hoog dat het in de verte de Atlantische Oceaan kon zien schitteren.’
    De titel Schemervluchten is ontleend aan de vluchten in de schemering van gierzwaluwen, tot wel drie kilometer hoogte, vanwaar ze zich perfect kunnen oriënteren en kunnen zien wat voor weer het aan de horizon is. Met dezelfde blik verhaalt Macdonald over de natuur en de plaats van de mens daarin.

     

    Schemervluchten
    Auteur: Helen Macdonald
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Erasmus

    Sandra Langereis is historicus en biograaf en oogstte in 2014 veel lof met haar biografie De woordenaar over drukker en uitgever Christoffel Plantijn die in zijn tijd, medio de zestiende eeuw, al een beroemdheid was. Eerdere boeken over de Nederlandse cultuurgeschiedenis, waaronder Breken met het verleden uit 2010, werden geprezen om Langereis’ toegankelijke stijl en wetenschappelijke waarde.

    Nu is er Erasmus, dwarsdenker, waarin de auteur aan de hand van duizenden brieven van deze sleutelfiguur in het tijdvak tussen middeleeuwen en moderne tijd, zijn leven beschrijft en tevens zijn literaire erfenis in het licht zet. Veel van Erasmus’ werk en leven is tot nu toe nauwelijks geboekstaafd. Erasmus was van grote betekenis voor de literatuur- en wetenschapsgeschiedenis. Hij was een groot en onafhankelijk denker, vooral bekend door zijn Lof der zotheid, en wist zowel de paus als Luther  tegen zich in het harnas te jagen omdat hij van beide kanten tolerantie voor elkaars standpunten verwachtte en een afkeer had van religieus fanatisme. Erasmus bepleitte intellectuele vrijheid en vrede. Met onderwerpen die binnen de culturele, ethische en godsdienstige vorming vielen besloeg zijn werk het gehele gebied van het menselijk leven in zijn tijd. Sandra Langereis biedt daar met haar rijke biografie groot inzicht in en toont het belang van culturele geschiedenis.

     

    Erasmus
    Auteur: Sandra Langereis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De geheugenpolitie

    Op een eiland gebeuren vreemde dingen. Een politiemacht moet erop toezien dat zaken als hoeden, vogels of rozen uit het menselijk geheugen verdwijnen. Steeds meer dingen verdwijnen uit het straatbeeld en uit het collectieve geheugen. Als er weer iets ‘weg’ is gooien de mensen deze ‘vreemde’ dingen gewoon bij het afval of op een brandstapel. Degenen die zich de verdwenen voorwerpen nog wel herinneren proberen onder de radar van de geheugenpolitie te blijven, omdat ze weten vervolgd te zullen worden en vrezen voor hun leven. De redacteur van een jonge schrijver wordt door de geheugenpolitie gezocht en krijgt onderdak bij de schrijver. Ze verbergt hem in een ruimte onder de vloer. Zal haar schrijven hun beider redmiddel zijn? Ze werkt aan een verhaal over een vrouw die haar stem verliest en een man die haar laat communiceren door te schrijven.

    Maar langzamerhand sluit deze man haar af van de wereld. Zijn er parallellen tussen de schrijver en haar redacteur en de personages in haar verhaal? Deze uitmuntende vertelling doet denken aan totalitarisme en gaat vooral over de ontreddering die ontstaat als het geheugen het laat afweten.
    De Japanse Yoko Agawa (1962) schrijft romans, novellen en essays en won vele prijzen met haar werk. Voor De geheugenpolitie ontving ze de American Book Award. Twee van haar eerdere boeken zijn ook in het Nederlands vertaald: De huishoudster en de professor en Het zwembad.

     

    De geheugenpolitie
    Auteur: Yoko Ogawa
    Uitgeverij: Cossee
  • Oogst week 38 – 2020

    Het hele leven

    Bart Moeyaert (1964) is een veelzijdig auteur. Hij debuteerde al op negentienjarige leeftijd met Duet met valse noten, dat in meerdere talen werd gepubliceerd. Naast vertalingen, gedichten en toneelstukken schrijft hij zowel jeugdboeken als romans. In 2019 won hij de Astrid Lindgren Memorial Award, ook wel bekend als de Nobelprijs voor Kinderliteratuur. Nu is Het hele leven verschenen, een bundeling van Moeyaerts eerdere cyclus De Schepping, Het Paradijs en De Hemel, geïllustreerd door Peter Van Den Ende. Deze cyclus is ontstaan uit een samenwerking tussen Moeyaert en het Nederlands Blazers Ensemble. Deze muzikaliteit komt terug in de poëtische taal en de illustraties maken het geheel compleet.

    Het hele leven
    Auteur: Bart Moeyaert, Illustraties Peter Van Den Ende
    Uitgeverij: Querido

    Op het eerste gezicht

    Lucy is een tweeënveertige vrouw uit een witte wijk. Ze ligt in scheiding en wordt verliefd op Joseph, die bij de slager werkt. Hij is twintig jaar jonger, een stuk armer en zwart. Hun relatie is niet makkelijk voor hun omgeving en er ontstaan nog meer grenzen wanneer blijkt dat het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de brexit. Dat is de inhoud van Op het eerste gezicht, de nieuwe roman van bestsellerauteur Nick Hornby (1959), vertaald door Nico Groen. Hornby won meerdere prijzen en verschillende van zijn boeken zijn verfilmd. De recentste adaptie is High Fidelity, te zien op de streamingdienst Hulu.

    Op het eerste gezicht
    Auteur: Nick Hornby
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Winterbijen

    De Duitse auteur Norbert Scheuer (1951) won in zijn taalgebied meerdere literaire prijzen. Voor het eerst is één van zijn romans in het Nederlands vertaald door Anne Folkertsma: Winterbijen, gebaseerd op een plaatselijke geschiedenis. Egidius Arimond, leraar Latijn, woont in de Eifel en wordt vanwege zijn epilepsie ontslagen. Als hobby houdt hij bijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog smokkelt hij Joodse vluchtelingen in bijenkisten over de grens met België. Tussendoor heeft hij een affaire met de echtgenote van een prominente nazi. In 1944 komt er nog een dreiging bij: Engelse en Amerikaanse bommenwerpers boven de Eifel. De situatie escaleert wanneer Egidius wordt opgepakt.

    Winterbijen
    Auteur: Norbert Scheuer
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 26 – 2020

    Onderwaterverhalen

    Onderwaterverhalen was volgens schrijver en dichter Ineke Riem niet wat ze aanvankelijk wilde schrijven: ze begon aan een roman, en eindigde met een heel nieuw manuscript, dat van een verhalenbundel. Ze werd onder andere geïnspireerd door een reis naar de Azoren en door het idee van een zogenoemde ‘eenheidservaring’ of verbintenis van afzonderlijke verhalen. Mensen die niet helemaal passen in de tijd waarin ze leven lijken een thema in haar werk: in haar nieuwste bundel hebben alle personages een ‘oude ziel’. Haar boek Rauw hart (2017) handelt over een man die geen binding voelt met het moderne tijdperk. Ook de sprookjesachtige sfeer en onderwatersymboliek keren in verschillende boeken van Riems hand terug: niet alleen in Onderwaterverhalen, maar ook in haar debuutroman Zeven pogingen om een geliefde te wekken (2013) en poëziedebuut Alle zeeën zijn geduldig (2015) – what’s in a name. Riem ontving voor Zeven pogingen om een geliefde te wekken de Bronzen Uil en de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. Daarnaast werd haar debuut genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

    Onderwaterverhalen
    Auteur: Ineke Riem
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het boek der tranen

    Heather Christle schreef met The Crying Book, door Koen Boelens en Helen Zwaan vertaald als Het boek der tranen, een boek over de rol van tranen in onze hedendaagse samenleving. Ze schuwt haar eigen kwetsbaarheid daarbij niet: zelf verloor ze haar beste vriend en maakte ze een emotionele zwangerschap door. Haar ervaringen en beelden vervlecht ze met haar cultuuranalyse. Ze snijdt overkoepelende thema’s en vragen aan die te maken hebben met het fenomeen huilen: scheikunde, poëzie, geschiedenis, feminisme – hoe komt het toch dat huilen als iets typisch vrouwelijks – en (onterecht) zwaks – wordt gezien? –; semantiek – to cry is “luider” dan “to weep, schreien”, dat is het “natst”; esthetiek – Christle constateert wat er mooi en lelijk is aan huilen, en is nu eens droog en humoristisch, dan weer ernstig.

    Het boek der tranen
    Auteur: Heather Christle
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Ness

    Ness van Robert Macfarlane is lastig eenduidig te omschrijven: het verhaal doet zowel denken aan toneel als aan poëzie en is een moderne mythe, een met trekjes van een dystopische novelle. De Ness waarnaar met de titel wordt verwezen is de natuur van een landtong voor de oostkust van Engeland. Vroeger was er een militaire basis gehuisvest waar nucleaire experimenten werden uitgevoerd. Nu is de bunker vervallen en overwoekerd en strijden natuur en De Wapenmeester, een geheimzinnige kracht, om de heerschappij. De intrigerende zwart-witbeelden komen uit de pen van illustrator Stanley Donwood (pseudoniem van Dan Rickwood), die sinds jaar en dag het artwork van de band Radiohead verzorgt.

    Ness
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 20 – 2019

    Gevallen engelen

    In de oogst van deze week de debuutroman van Almar Otten en een roman van de Noor Per Petterson; een autobiografisch/biografisch boek over Barbara Loder door Nathalie Léger en een verhalende zoektocht naar de verstandhouding van de mens tot het donker onder het aardoppervlak door Robert Macfarlane.

    Gevallen engelen is de eerste literaire roman van misdaadromanschrijver Almar Otten (1964). Een roman in vier delen die begint met een proloog waarin een notaris, Frederik Corbijn het woord voert: ‘Ik ben namelijk notaris en in die hoedanigheid maakte ik in de herfst van 2016 kennis met de vijf hoofdpersonen in dit boek.’ De vijf hoofdpersonen hebben elkaar sinds vijfentwintig jaar niet meer gezien.

    In 1986 wonen vijf studenten samen in een vervallen landhuis. Hun buurman is filosoof en daagt hen uit op zoek te gaan naar de waarheid. Hij verleidt de studenten (twee vrouwen en drie mannen) tot experimenten gebaseerd op de ideeën van Michel Foucault. Gevolg is dat ze geconfronteerd worden met jeugdtrauma’s en seksualiteit waarbij ze gevaarlijk dicht bij elkaar komen. Tot er een laatste, niet te verdragen experiment volgt. De groep valt uit elkaar. Na vijfentwintig jaar ontmoeten ze elkaar opnieuw. Wat in eerste instantie op een traditionele reünie lijkt, loopt uit op een dramatische apotheose. Een rijke roman, met verschillende verhaallijnen.

    Gevallen engelen
    Auteur: Almar Otten
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden

    Barbara Ann Loden (1932 – 1980) was een Amerikaanse actrice en regisseur. Ze regisseerde welgeteld één film, Wanda (1970), een cultklassieker waarin ze zelf de titelrol vervulde.

    De Franse schrijfster Marguerite Duras zei over de film: ‘Ik geloof dat er een wonder gebeurt in Wanda. (…) Normaal gesproken is er een afstand tussen uitbeelding en tekst, onderwerp en handeling. Hier is die afstand compleet uitgewist.’
    Een film waar kunstenaars als Isabelle Huppert, Rachel Kushner en Kate Zambreno door gefascineerd werden. Voor schrijfster Nathalie Léger vormden de mysterieën in de film Wanda het begin van een zoektocht door archieven, over continenten en een bezoek aan de mijnstadjes van Pennsylvania. Alles in een poging dichterbij de film en degene die hem gemaakt heeft te komen.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden bevindt zich dan ook ergens tussen een biografie en autobiografie, filmkritiek en anekdotiek en is een beschouwing over kennis en zelfkennis, leven en kunst en over waarheid en verbeelding.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden
    Auteur: Nathalie Léger
    Uitgeverij: NBC – Koppernik

    Mannen in mijn situatie

    Per Petterson (1952) werkte als boekhandelaar en later ook als vertaler om vanaf de jaren negentig als fulltime schrijver verder te gaan. Hij is uitgegroeid tot een van de grootste hedendaagse Noorse schrijvers. Bij De Geus verschenen eerder van hem Kielzog, Heimwee naar Siberië, Ik vervloek de rivier des tijds, Ik vind het best en de internationale bestseller Paarden stelen. In 2014 brak hij in Nederland door met de roman Twee wegen, dankzij De Wereld Draait Door. Knut Hamson en de Amerikaanse korte verhalenschrijver Raymond Carver noemt hij zijn grote voorbeelden.

    Mannen in mijn situatie gaat over de achtendertigjarige Arvid. Net gescheiden en ’s nachts eenzaam door de stad zwervend. In de kroegen van Oslo zoekt hij troost bij verschillende vrouwen. Hij leeft roekeloos en zet daarmee de omgang met zijn drie dochters op het spel. Vooral zijn oudste dochter heeft hem nodig. De vraag is of hij in staat is haar te helpen. Arvid verlangt enkel naar het einde van zijn eenzaamheid.

    Mannen in mijn situatie
    Auteur: Per Petterson
    Uitgeverij: De Geus

    Benedenwereld

    De Britse schrijver Robert Macfarlane (1976) schrijft over landschappen en natuur. Met Benedenwereld schreef hij boeiende verkenningen van onderaardse ruimten in de mythologie, de literatuur, het geheugen en het fysieke landschap. Hij duikt onder het aardoppervlak en onderzoekt de verstandhouding van de mens tot het donker, leven en dood in de aarde. Macfarlane beschrijft begraafplaatsen uit de bronstijd en ondergrondse schimmelnetwerken waarlangs bomen onderling communiceren en nog meer.

    Zijn reis voert hem van prehistorische Noorse zeegrotten naar een ondergrondse ‘verstopplaats’ waar de komende honderdduizend jaar kernafval opgeslagen zal liggen, alsook voert het hem van het ontstaan van het heelal naar de toekomst van het antropoceen (het tijdperk waarin het aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteiten) tot het huidige tijdperk waarin de mens domineert. Benedenwereld gaat over de ingewikkelde relatie van de mens tot de wereld onder zijn voeten. Door Macfarlane beeldend beschreven met veel aandacht voor actuele problemen.

    Benedenwereld
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Liefde voor haviken

    Liefde voor haviken

    Wie begint aan De H is van havik van Helen Macdonald (geb. 1970) doet er goed aan eerst over te schakelen naar De havik van T.H. White (geb. 1906), omdat Macdonald daar haar hele boek door aan refereert. In het begin meldt zij dat White zijn havik wreed behandelt, maar de lezer die daar niet op zit te wachten kan gerustgesteld worden: het woord wreed blijkt te zwaar, al maakt White fouten waar zijn havik Gos de gevolgen van draagt. Daarover later meer.

    Wat uit beide boeken spreekt is liefde voor (en kennis van) de natuur en de roofvogel, een diersoort waar de doorsnee lezer nou niet het eerst aan denkt als het om dierenliefde gaat. Tijdens het lezen verandert dat. Als een mens een dier beter leert kennen, al is het maar via een boek, ontstaat begrip en sympathie voor het tot dan toe onbekende dier. De havik kent net als ieder ander levend wezen angst, boosheid, tevredenheid en honger. Hij sukkelt in slaap, poetst zijn veren en geeft de kleintjes te eten. Over dat laatste hebben White en Macdonald het overigens niet, hun gaat het om het treinen (niet ’trainen’) – de term in de valkerij om roofvogels zover te krijgen (‘zeeg’ te maken) dat ze zich binden aan die ene mens die hun eten en beschutting geeft er met hen op uit trekt. Beiden zijn gefascineerd door de eeuwenoude valkerij, door de roofvogel als exponent van een machtige natuur. De schuwe, hoog in bomen nestelende havik vertegenwoordigt een voor het menselijke geestvermogen onbereikbare wereld die hem om die reden aantrekt.

    De onervaren White
    Terence White, later wijd en zijd beroemd om zijn Arthur, koning voor eens en altijd, trekt zich in 1936 terug uit de wereld waar hij de dreiging van de oorlog ziet naderen, om in een klein huisje in Buckingham een havik te gaan treinen. Hij heeft geen enkele ervaring met roofvogels, maar denkt dat hij met de richtlijnen uit een paar boeken uit vorige eeuwen zijn havik wel zeeg krijgt. Op de eerste bladzijde getuigt White van compassie en bewondering als zijn havik in een mand met een zak erover wordt bezorgd en de vogel voortdurend met zijn kop tegen de bovenkant bonkt. White schrijft: ‘Maar wat een leven had hij tot dan toe ook gehad. Toen hij een jonkie was, nog niet kon vliegen en een slordig hoopje was met hier en daar wat dons, zo’n dooraderd bloterikje met opengesperd bekje, […] toen was er een griezel naar zijn moeders nest gekomen met net zo’n mand, en had hem erin gepropt. Nog nooit had hij een mens gezien, laat staan dat hij in zo’n ding was opgeborgen, een ding dat onheil ademde, niets natuurlijks had en stonk naar mensen.’ Dat getuigt van begrip voor het dier dat ook nog eens een lange reis achter de rug had. Vervolgens houdt White zijn havik, Gos, drie dagen en nachten wakker in de hoop hem te leren zijn vuist ‘als zitplaats te aanvaarden, daar het voedsel te accepteren en zich een beetje te verzoenen met het leven van de mens’. Dat kun je wreed noemen. De enige verzachtende omstandigheid voor White is dat hij zelf ook wakker moest blijven om met de vogel op zijn vuist rond te lopen. Het was een achterhaalde methode die hij uit de oude boeken had gehaald.

    Rouwverwerking
    Bij Helen Macdonald gaat het er heel anders aan toe. De schrijver/dichter, illustrator, naturalist en historicus is in 2014 al een ervaren valkenier. Bij haar geen fouten, geen onbegrip, alleen liefde en bewondering, mede door toedoen van haar vader ontstaan in haar vroege jeugd. Dan al leest ze Whites havikenboek, zonder er veel van te begrijpen. Maar het boek blijft haar bij, het trekt haar zoals de valkerij haar trekt. De H is van havik omvat drie subliem met elkaar verweven thema’s. Het eerste beslaat de onverwachte dood van haar vader, het tweede de aanschaf en het treinen van de jonge havik Mabel waar ze mee begint als rouwverwerking, en het derde Terence White en zijn boek. Ze duidt Whites gedrag, waarvoor ze niet alleen put uit De Havik maar ook uit Whites andere boeken, brieven en dagboekaantekeningen. Zijn ‘gevecht’ met zijn havik Gos interpreteert Macdonald als een gevecht tegen zichzelf. Hij was bangelijk, wat voortkwam uit een jeugd met ouders die elkaar haatten en bijna letterlijk het huis uit vochten. Zijn moeder had honden, zijn vader schoot ze dood. De kleine Tim was ervan overtuigd dat hij de volgende zou zijn. White zou ook homoseksueel zijn. Naast de slechte jeugdervaringen was ook dat laatste in die tijd geen recept voor een blij leven.

    Emoties
    Zelf raakt Macdonald tijdens haar rouwverwerking en het treinen van Mabel in een depressie. Haar baan bij de universiteit is afgelopen en dientengevolge moet ze haar huis uit. Iedere dag gaat ze met Mabel op haar vuist op pad, leert de havik niet bang voor mensen en menselijk lawaai te zijn, terwijl zijzelf het liefst onzichtbaar voor de ogen van anderen blijft. Als de tijd rijp is, laat ze Mabel los vliegen en jagen. De  eerste keer dat de jonge havik een prooi slaat schrijft Macdonald: ‘Ik staar naar de havik met haar klauwen in de dode fazant, en dan kijkt ze me met haar woeste ogen recht aan. Ik ben verbaasd. Ik had me nooit een voorstelling gemaakt van de emoties die zo’n tafereel bij me zou oproepen. Bloeddorst? Wreedheid? Nee. Niets van dat alles. […] Ik kijk naar de havik, de fazant, de havik. En alles verandert. De havik is niet langer de bezorger van een gewelddadige dood. Ze wordt een kind. Het treft me diep in mijn ziel. Ze is een kind. Een baby-havik die zo-even heeft uitgedokterd wie ze is. Waarvoor ze op deze aarde is.’ Eerder heeft Macdonald al ontdekt dat Mabel speelgedrag vertoont door haar kop ondersteboven te houden. Eigenlijk is een spelende roofvogel onvoorstelbaar, toch gooit ze Mabel een prop papier toe die deze met haar snavel vangt en teruggooit. Macdonald is ontroerd.

    Dood
    In de natuur leert een havik van zijn ouders hoe hij een prooi doodt. In gevangenschap leert hij dat niet en neemt de havikier die taak op zich om de prooi niet onnodig te laten lijden, want een havik die niet weet hoe hij zijn prooi moet doden begint er meteen aan te eten. Dus splijt White met een groot scherp mes in één slag de kop van een konijn en breekt Macdonald het de nek. ‘Ik was blij als Mabel een succes boekte, en ik rouwde vanwege dat ene konijn,’ schrijft Macdonald. ‘Ik leerde me tijdelijk verantwoordelijk te voelen voor het lot van een konijn dat Mabel stevig in haar klauwen hield, het vast te pakken en de genadeslag toe te brengen. […] Ik leerde dat je tanden op elkaar doen niet hetzelfde was als onverschillig zijn. Het konijn was altijd belangrijk, zijn leven werd nooit gebagatelliseerd. Ik was verantwoordelijk voor zijn dood.’ Het raadsel dood blijft haar bezighouden totdat ze van haar depressie genezen is.

    De klap was overweldigend
    White verliest Gos. Uit onwetendheid heeft hij hem niet goed behandeld. Ten eerste door het dagen- en nachtenlange waken om Gos te onderwerpen, ten tweede door hem te veel eten te geven waardoor Gos een slechte conditie heeft. Ten derde: als hij Gos van een afstand naar zich toe laat vliegen, rent hij weg omdat hij de auto van zijn buurvrouw ziet aankomen en hij haar iets wil zeggen. Gos, die net geleerd had om naar White toe te vliegen, raakt daardoor in verwarring. Macdonald heeft het ook nog over schade aan de pennen van Gos’ staartveren waardoor het dier niet goed kan vliegen, maar vermeldt niet dat White die geduldig en zorgzaam heeft gerepareerd.

    Op een dag gaat White de buitenboel schilderen en om het Gos zo plezierig mogelijk te maken laat hij de deur van het valkenhuis openstaan, zodat de havik aan een verlengde langveter zowel binnen als buiten een beetje kan rondvliegen. Als White weer kijkt waar Gos is, blijkt de havik verdwenen. Het touw aan de langveter was gebroken. ‘Ik herinner me niet wanneer mijn hart precies ophield met kloppen,’ schrijft hij. ‘De klap was overweldigend en zo onherroepelijk na zes weken van onvoorwaardelijke trouw (van zijn kant, AM), dat de boodschap gewoon niet tot me wilde doordringen.’ En dan volgt er een schitterend, pagina’s lang stuk waarin White Gos eerst nog in de bomen ziet en tevergeefs probeert hem in de stromende regen naar zich toe te lokken, en nog uren en uren zoekt en roept. ‘Er volgden twee dagen van ontreddering […] terwijl ik tegelijkertijd de omgeving afspeurde. Ik sliep weinig maar liep des te meer.’ Gos is nog in de buurt, bestrijkt een gebied van vijftien kilometer, weet White, en soms ziet hij hem tamelijk dichtbij. ‘Het gaf me een heel speciaal gevoel als ik hem zijn majestueuze cirkels zag draaien, een gevoel dat ik nooit eerder had gehad bij een wild dier […] Hij leek me heel gelukkig.’

    Geen mens meer
    Macdonald gaat zich in haar psychisch ontredderde staat steeds meer met Mabel identificeren. ‘Pas wanneer mijn blik zich vereenzelvigde met die van de havik begreep ik het waarom ervan […] Met de havik jagen voerde me naar de grenzen van het mens-zijn. Vervolgens overschreed ik ze, naar ergens waar ik helemaal geen mens meer was. […] Soms droom ik dat ik in bomen klim die splijten en omvallen, of dat ik in een piepkleine zeilboot zit die kapseist op een bevroren zee. […] Ik weet inmiddels wel dat ik niets en niemand meer vertrouw.’ Tot die conclusie gekomen en steeds verder verwijderd van een sociaal leven met werk en menselijke communicatie, wendt ze zich tot de huisarts en begint antidepressiva te slikken.

    Het boek
    White gaf het plan om een boek over zijn havikierspogingen te schrijven op. Hij had gefaald en verwachtte dat echte valkeniers zijn belevenissen met Gos alleen zouden minachten. Pas vijftien jaar later, toen hij wel een ervaren valkenier was geworden, kon hij zijn aantekeningen in de juiste proporties plaatsen en maakte hij er een boek van dat voor een groter publiek was bestemd.

    In 1936, als hij Gos verloren heeft, schrijft hij: ‘De deerniswekkende constructies, de rekken, het slot op de deur, de reserveschoentjes, als ik er maar naar keek werd ik innerlijk verscheurd.’ Ook hij identificeerde zich met het wilde dier in de hoop op een bondgenootschap. ‘Ik was zelf half vogel geworden en had al mijn liefde en aandacht en huishoudgeld in zijn toekomst geïnvesteerd…’ Later begreep hij dat hij het zeeg maken van de havik te veel had gezien als een strijd tussen twee machten, dat hij een gevecht was aangegaan waar hij een meester had moeten zijn.

    ‘Een havik is geen huisdier,’ schrijft hij in 1951. ‘Je moet er dus ook niet sentimenteel over doen. Je verlangt geen blijken van aanhankelijkheid, dwingt geen ontzag of dankbaarheid af. Het is een balsem voor de verborgen wreedheid van de menselijke ziel.’ Geen blijken van aanhankelijkheid, verborgen wreedheid van de menselijke ziel… zo voelde White het, een erfenis van zijn hardvochtige ouders die hij dan doorziet en onder controle heeft.

    Eruditie en zelfspot
    Het zijn allebei prachtige boeken, waarin ook een stadse lezer de schoonheid en de kracht van de natuur ervaart en zelfs de hang naar verbondenheid ermee. Daartoe behoort ook de pijn van de dood en van de wreedheid die leven heet. White en Macdonald hebben dat goed begrepen. De schoonheid van de boeken zit niet alleen in wát de auteurs vertellen maar ook in het hoe. De erudiete Macdonald beschrijft allerlei zijweggetjes zoals het vliegtuigspotten van haar vader, met details, namen en feiten. Die kennis toont ze ook wanneer ze het over planten en dieren heeft. De vermaarde White uit zich in soms droogkomische opmerkingen en zelfspot: ‘Hoe het kan dat alles de volgende ochtend niet in een drama eindigde, is niet te bevatten. Ik was een slecht mens en een alcoholist en ik kon alleen maar concluderen dat God zulke mensen gewoon hun gang liet gaan.’ En als hij de los vliegende Gos roept: ‘ Ik stelde hem ervan op de hoogte dat de Heer mijn Herder was…’ (De psalm De Heer is mijn Herder fluit White als herkenningsmelodietje voor Gos als hij hem op zijn vuist wil hebben.)

    Deze boeken lezen is puur genieten van verhaal en stijl.

     

  • Moord op een huisgenoot

    Moord op een huisgenoot

    De 26 jarige Frances Wray woont met haar moeder in een grote villa in een deftige wijk van Zuid-Londen, Champion Hill. We schrijven 1922: de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog zijn in de stad voelbaar, net als in het leven van Frances. Haar twee broers zijn gesneuveld, haar vader was voor de oorlog al overleden. Frances is lesbisch, heeft een relatie met Christina gehad, die nu met een andere vriendin elders in Londen woont. De verhouding is door toedoen van Frances’ moeder beëindigd. Frances zoekt Christina, Chrissy, nog geregeld op omdat zij de enige persoon is met wie zij kan praten. In de twintiger jaren waren lesbische relaties taboe, ze werden niet alleen maatschappelijk veroordeeld, er werd ook niet over gesproken, hoogstens indirect. Met haar moeder heeft Frances een moeizame relatie: ze zorgt voor haar, doet het huishouden, gaat iedere woensdagmiddag met haar naar de film, maar heeft eigenlijk geen contact met haar.

    Frances en haar moeder wonen op stand, willen dat zo houden en zijn daardoor gedwongen huurders in huis te nemen om de rekeningen te kunnen betalen.De nieuwe huurders zijn een jong echtpaar, Lilian en Leonard Barber. Hij werkt bij een verzekeringsmaatschappij.
    In het begin moet iedereen aan de situatie wennen, ook al omdat het jonge echtpaar van lagere komaf is dan Frances en haar moeder. Maar gaandeweg raken ze gewend aan elkaar, worden de huurders huisgenoten en krijgen Frances en Lilian een verhouding. Deze geheime verhouding wordt uitvoerig beschreven; het feit dat ze hevig naar elkaar verlangen maar altijd rekening moeten houden met de aanwezigheid van Frances’ moeder en Lilians man brengt een broeierige sfeer in het huis teweeg. De ontlading volgt wanneer er een moord wordt gepleegd.

    Hierna begint het verhaal steeds meer thrillerachtige trekken te vertonen. Je wordt meegesleept in de gebeurtenissen, die met groot gevoel voor detail en sfeer worden beschreven. Sarah Waters weet het leven in Londen zo vlak na de Eerste Wereldoorlog treffend te beschrijven.
    Het knappe is dat ook na de moord de spanningsboog die Sarah Waters heeft opgebouwd niet knapt: het blijft boeien en dat komt vooral doordat zij de beschrijving van het politieonderzoek spannend weet te houden. Door dit deel van het verhaal heen weet Waters fijntjes de lesbische relatie van Frances en Lilian te weven waardoor lange tijd onduidelijk blijft wat het uiteindelijke resultaat van dat politieonderzoek zal zijn. De maatschappelijke waardering van lesbische relaties speelt een belangrijke rol in het verhaal, dat eindigt in de rechtbank. Meer kan daarover niet worden gezegd zonder de plot te verraden.

    Dit is de zesde roman van de uit Wales afkomstige schrijfster Sarah Waters (1966). Het boek is tot stand gekomen vanuit haar belangstelling voor een aantal bekende moordzaken in Engeland begin van de twintigste eeuw. Ze heeft er 5 jaar aan gewerkt en er veel historisch onderzoek voor gedaan.

    Het boek is dik maar lijdt daar niet onder, wat onder meer komt doordat de uitgebreide uitweidingen in het verhaal niet ten koste gaan van de spanning. De schrijfster weet je te boeien tot het eind. Ook de situering van het verhaal in het Engeland van de jaren twintig, geeft de loop der gebeurtenissen diepgang en draagt bij aan het begrijpen ervan. Het is met name deze verwevenheid die de schrijfster erg knap heeft weten te verwoorden en die het lezen van dit boek tot een groot plezier maakt.