• In het land van vrouwen

    In het land van vrouwen

    ‘Ze waren akelig redelijk, die vrouwen’, zucht verteller Van in Charlotte Perkins Gilmans feministische klassieker Moederland. Oorspronkelijk gepubliceerd in 1915, leest de roman als een aanklacht tegen de Amerikaanse samenleving van die tijd. Maar het verhaal over de wederwaardigheden van drie mannen in een land bewoond door uitsluitend vrouwen heeft ook iets te zeggen over de tijd waarin we nu leven.

    Gilman (1860–1935), een vooraanstaande feminist uit haar tijd, maakt gebruik van een beproefde satirische methode. Met de mond van de nog jonge avonturier Van beschrijft ze een vredige, egalitaire vrouwelijke samenleving, die ze presenteert als diametraal tegengesteld tot de maatschappij waar de drie mannen van afkomstig zijn. In die omgekeerde wereld zijn de drie miljoen vrouwen van Moederland in staat zich zelfstandig voort te planten zonder inmenging van mannen. Hoe dat in de loop van tweeduizend jaar zich zo heeft ontwikkeld, laat Gilmore haar verteller opschrijven in een uitvoerig verslag dat niet mis zou staan in een antropologisch onderzoeksverslag.

    Geen concurrentie
    Van en zijn kompanen Terry en Jeff worden in het land van vrouwen keer op keer van hun sokken geblazen. De vrouwen die ze er tegenkomen zijn sterk, slim en vrij in hun bewegingen. Ze dragen soepele, lekker zittende kleding – niet onbelangrijk in de context van de Victoriaanse kledingvoorschriften van de vroege twintigste eeuw. Begrippen als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ kennen ze niet en het komt niet in ze op iemand te willen behagen, want ze hoeven niet met elkaar te concurreren. ‘Het waren onbetwistbaar menselijke wezens,’ schrijft Van, ‘maar wat wij moeilijk konden begrijpen was hoe deze ultravrouwen, die slechts van vrouwen overerfd hadden, niet alleen bepaalde mannelijke eigenschappen hadden uitgeschakeld, die wij natuurlijk niet in hen zochten, maar ook veel van wat wij als wezenlijke vrouwelijk beschouwden.’

    In het licht van Gilmans tijd waarin een sterk historiserend idee van de wereld domineerde, wordt begrijpelijk dat de mannen alleen met een schok kunnen reageren als ze te horen krijgen dat geschiedenis, religie en tradities er weinig toe doen in Moederland. Wat telt is het nu dat gericht is op een nog mooier straks. Van: ‘De traditie waarin de man als voogd en beschermer optrad, was geheel uitgestorven. Deze geduchte maagden hadden van geen man iets te vrezen en daarom ook geen bescherming nodig. En wilde dieren kwamen in hun beschutte land niet voor.’

    Burgerschap
    Moederschap is het hoogst haalbare in Moederland en de opvoeding van kinderen is de hoogste kunst. Zo ver is die kunst ontwikkeld dat het geen opvoeding hoeft te heten: er worden geen regels gesteld en kinderen worden nooit gestraft. Scholing is een kwestie van een brede socialisatie, waarin kinderen in de eerste plaats burgerschap leren. In hun beroepskeuze zijn ze vrij om hun talenten en interesses te volgen. Macht is gelijk verdeeld, problemen worden openlijk besproken en, misschien wel het meest opvallende in de ogen van de drie mannen, de vrouwen geven openlijk toe dat hun eigen kennis nogal beperkt is. Ze stellen zich open voor nieuwe kennis en verwachten veel te leren van de mannen, want, menen ze, de mannen komen uit een wereld van contacten en veel verscheidenheid. Zo’n wereld moet wel superieur zijn aan hun eigen geïsoleerde stuk land. Wijselijk houden de mannen hun mond over de minder mooie werkelijkheid.

    Met zichtbaar plezier laat Gilman het drietal zwelgen in hun vooroordelen en zelfingenomenheid. Ze zijn imperialisten pur sang, die menen dat verre volkeren er zijn om veroverd te worden, net zoals ze menen dat vrouwen per definitie onderdanig aan mannen zijn. Ze krijgen de ene knauw na de andere te verwerken. Vooral de chauvinistische vrouwenman Terry kan er moeilijk aan wennen dat de vrouwen er niet uit zijn op een flirt en niet gelijk aan zijn voeten liggen, met fatale gevolgen. De romanticus Jeff daarentegen wordt overdonderd door zoveel schoonheid en voelt zich er uiteindelijk als een vis in het water. Over Van menen de vrouwen hij het meest op hun lijkt: hij is oprecht en analytisch. Hoewel ook hij zijn portie verrassingen heeft te verwerken, is hij op z’n minst zich bewust van zijn eigen tekortkomingen en kan hij tot op een zeker punt erboven uitstijgen. Zijn relatie tot Ellador, de vrouw met wie hij uiteindelijk trouwt, is eerst vriendschap. Verliefdheid komt pas later.

    Tweemaal herontdekt
    Moederland verscheen oorspronkelijk als een twaalfdelige serie in Gilmans eigen feministische tijdschrift The Forerunner.  Daarna zakte de roman in vergetelheid tot het in 1979 in boekvorm uitgebracht werd. In 1980 volgde de Nederlandse vertaling. De nu herdrukte vertaling is weliswaar een goed leesbare weergave van de inhoudelijke strekking van de roman, maar ze mist Gilmans bondige, ritmische toon en woordkeuze. Zo is bijvoorbeeld ‘doodkalm’ toch iets heel anders dan ‘cool as cucumbers’ in het origineel. Daardoor gaat veel onderhuidse ironie in de vertaling verloren. Toch leest ook de Nederlandstalige heruitgave als een bij vlagen kostelijke parodie op de Westerse samenleving, waarin de grootste strebers en de hardste ellenbogen vaak het verst komen. In dat opzichte is in honderd jaar tijd misschien niet zoveel veranderd is als we zouden willen.

     

  • Oogst week 22 -2022

    Moeder wist niet beter

    Journalist en schrijver Paul Teunissen is geïnteresseerd in mensen. Dat blijkt uit zijn onderwerpkeuze voor zijn artikelen die hij schreef voor o.a. Het Parool en Vrij Nederland. Het zijn allemaal betrokken artikelen die ingaan op het verdriet, de worsteling en het leven van individuen. Verhalen over o.a. een thuisloos meisje, over ouders van omgekomen kinderen, zijn ouder wordende vader (ook verfilmd) en over het jongenmeisje Juul.

    Ook zijn eerder verschenen boeken gaan over echte mensen. In In de beste kringen kruipt hij in de huid van mensen die hun dierbaren zien lijden aan ziektes als dementie, depressie, schizofrenie en borderline. En in Extreme overlast schetst hij ‘Portretten van op drift geraakte levens’.

    Zijn derde boek, de onlangs verschenen roman Moeder wist niet beter wijkt echter af omdat het autobiografisch is. Het is een boek over rouw en berouw, over jezelf verliezen en uiteindelijk hervinden, over hoe de liefde ook na de dood blijft voortbestaan.

    Moeder wist niet beter is het verslag van een zoon die niet met de teloorgang van zijn eens liefdevolle moeder kan omgaan. Hij besluit haar een laatste brief te schrijven en verbreekt vervolgens het contact. Kort daarna overlijdt zijn moeder en verliest de rouwende zoon de grip op zijn bestaan. Twintig jaar later schrijft hij haar opnieuw, in een ultieme poging te doorgronden waarom hun ooit intens verbonden levens zo wreed uiteenvielen.

     

    Moeder wist niet beter
    Auteur: Paul Teunissen
    Uitgeverij: Uitgeverij Podium

    School voor zotten

    In hetzelfde jaar dat de Russische schrijver Sasja Sokolov, in 1975, de Sovjet Unie voorgoed mocht verlaten werd zijn manuscript van School voor zotten de Sovjet-Unie uit gesmokkeld en in het westen gepubliceerd.
    Sokolov werd in 1943 in Canada geboren, als zoon van een hooggeplaatste diplomaat maar groeide sinds 1946 op in de Sovjet-Unie.

    School voor zotten gaat over een jonge bewoner van een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De jongen probeert in het reine te komen met de dood van zijn dierbare mentor en met zijn onbeantwoorde liefde voor zijn lerares. Zijn herinneringen aan jeugdzomers vallen samen met het heden, de doden zijn nog in leven en de geliefde is alom aanwezig.

    School voor zotten laat zich eveneens lezen als een metafoor voor het leven in de toenmalige Sovjet-Unie. Maar ook voor het leven in het huidige Poetin-Rusland waar nog steeds outsiders en dissidenten in psychiatrische inrichtingen of kampen worden opgesloten.

    Het boek werd vertaald door Gerard Cruys. Maxim Osipov, auteur van De wereld is niet stuk te krijgen schreef een nawoord.

     

    School voor zotten
    Auteur: Sasja Sokolov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Het gele behang

    Vorige week werd Moederland in deze rubriek genoemd, een van de ‘vergeten literaire werken’ die uitgeverij Karakters terug onder de aandacht van het lezend publiek wil brengen.
    De schrijfster daarvan, de sociologe Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) wordt wereldwijd beschouwd als een (weliswaar niet onomstreden) belangrijke feministische schrijfster. Haar opvattingen en ideeën verwerkte ze in haar romans en verhalen, en Moederland en Het gele behang zijn daarvan de meest bekende.

    Bij uitgeverij Orlando is onlangs Het gele behang verschenen. Het titelverhaal is gebaseerd op de eigen worsteling van de auteur met een postnatale depressie. In het verhaal raakt een jonge moeder in de ban van het gele behangpatroon op haar kamer, waarin ze een verplichte rustkuur ondergaat, en verliest langzaam haar verstand. De publicatie van ‘Het gele behang’ in 1892 veroorzaakte indertijd grote opschudding in de literaire en medische wereld.
    De andere verhalen in de bundel gaan over de traditionele plaats van de vrouw in de maatschappij. Voor Perkins Gilman stond vast dat niet alleen vrouwen maar ook mannen en kinderen zouden profiteren van het doorbreken van de vaste rolpatronen. Leidraad in al haar verhalen is de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.

    De verhalen voor deze bundel zijn geselecteerd, vertaald en van een nawoord voorzien door Tjadine Stheeman.

    Het gele behang
    Auteur: Charlotte Perkins Gilman
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando
  • Twee culturen en een vrouw

    Twee culturen en een vrouw

    Het Turkse woord voor vaderland is moederland. Een veelzeggend onderscheid want Turkse gezinnen kennen geen pater maar een mater familias. Vrouwen hadden bovendien, in elk geval in het seculiere Turkije na Atatürk, een bijzonder belangrijke rol. Het land had zelfs ergens in de jaren 90 al een vrouwelijke premier – kom daar eens om in Nederland. De stilliggende onderhandelingen tussen Turkije en de Europese Unie laten niettemin zien dat de twee op politiek en bestuurlijk niveau niet zomaar samen lijken gaan, tenzij het om het tegenhouden van vluchtelingen gaat. Op microniveau, het persoonlijke, gaat dat wél. Althans, daarvan geeft Inge de Bever een voorbeeld in haar recent verschenen autobiografische roman Moederland, een vrouwenleven in twee culturen.

    De Bever beschrijft in zorgvuldig gecomponeerde hoofdstukken verschillende fasen in haar leven, hoe ze haar Turkse man Ilhan in Nederland ontmoet en hoe ze omgaat met haar rol van bruid, schoondochter en, jawel, matriarch in een familie. Haar man komt weliswaar uit een seculier gezin maar toch is het aan het begin lastig om haar plaats te vinden. Ze spreekt de taal niet en haar schoonmoeder is bepaald niet dol op haar. Ze is, althans zo lijkt men te denken, de lompe Hollandse wier huwelijk met de oudste zoon gedoemd is te mislukken. Ook haar man krijgt in Nederland te maken met moeilijkheden. Zo wordt het huwelijk in eerste instantie gezien als schijn om een verblijfs- en werkvergunning te krijgen en moet er een advocaat aan te pas komen om dat in orde te maken.

    Naarmate de tijd vordert vindt ze steeds meer haar plek. De band met haar schoonmoeder verdiept zich, zeker als Ilhan en zij een zoon krijgen. Ze lijken elkaar steeds meer te snappen, niet in de laatste plaats doordat ze zich het Turks snel eigen heeft gemaakt. Met Sinterklaas (bisschop van Myra in Turkije) verzorgt ze haar schoonmoeder als deze revalideert van een ernstige ziekte en vanaf dat moment kan het tussen hen niet meer stuk. Zo wordt ze uiteindelijk een dochter van haar schoonmoeder, met het Turks misschien wel als tweede moedertaal.

    De hoofdzakelijk chronologische hoofdstukken, het ene scherper en boeiender dan het andere, vervelen in elk geval geen moment. De Bever weet de juiste balans te treffen tussen ontroering over ouder wordende en stervende (schoon)ouders enerzijds en een grappige licht-ironische blik op het leven anderzijds. Op haar best is De Bever als ze politieke gebeurtenissen als de opkomst van het populisme in Nederland en de coup in Turkije beschrijft en die verbindt aan haar eigen leven tussen twee culturen. Zo maakt ze zich tegelijkertijd zorgen over de tweedeling in de samenleving in Nederland en de desecularisatie in Turkije.

    Al met al een mooi, compleet en ook actueel boek dat persoonlijk en politiek een dwarsdoorsnede geeft van het leven in Nederland van grofweg de jaren tachtig tot nu, en de rol van Turken en de Turkse cultuur daarin.