• We leerden pas in 2022 echt naar Rusland kijken

    We leerden pas in 2022 echt naar Rusland kijken

    Tijdens de Russische oorlog in Oekraïne ‘kon je de Russen er zo tussenuit pikken’, schrijft Oksana Zaboezjko in haar essay Mijn langste boektournee. Ze geeft een voorbeeld: ‘In Charkiv verraadden ze zichzelf doordat ze in plaats van het stadhuis het stadtheater wilden bestormen, waarmee ze een fout van Praag 1968 herhaalden, toen Sovjettroepen vanuit dezelfde logica het Nationale Museum onder vuur namen: de macht zal zich vast in het mooiste gebouw ophouden’. Verderop vertelt ze nog hoe de Russen in 2022 haar land binnentrokken met landkaarten uit 1985 waarmee ze door bagger ploeterden in plaats van over nieuwe snelwegen. Bovendien hadden ze proviand bij zich die al zeven jaar over de houdbaarheidsdatum was.
    Deze voorbeelden zouden prima gepast hebben in Dit volk heeft zijn God op aarde, een bundel getuigenissen over Rusland, samengesteld door Hans Driessen, Michel Krielaars en Eva Peek.

    De inleiding van deze bundeling noemt de Russische inval van 24 februari 2022 niet voor niets al in de eerste regel en pikt daaruit op: de gruwelijke wreedheid van de Russen, ‘hun klungeligheid, hun slechte informatiepositie, de ondermijnende corruptie en de verwondering over de gelatenheid waarmee zoveel Russen gehoorzaamheid toonden aan hun leiders’. In de volgende alinea betogen de samenstellers dat we daar niet verbaasd over hoeven te zijn omdat die manifestaties al lang rode draden in de Russische geschiedenis zijn.

    Ooggetuigen

    Die stelling werken zij in de inleiding verder uit. De 152 getuigenissen (dagboeken, brieven, verslagen van verhoren enzovoort van Russen zelf en van diplomaten, schrijvers en journalisten van elders), die in het boek zijn opgenomen laten daar overvloedige bewijzen van zien. Toch is er iets opmerkelijks aan de introductie van dit boek. Ze laat namelijk vooral zien hoe we de geschiedenis beschrijven vanuit onze eigentijdse ogen. We kijken terug door de gekleurde bril van onze eigen herkenning.

    Dit volk heeft zijn God op aarde is grotendeels een herdruk van Ooggetuigen van de Russische geschiedenis uit 2007. Alle 126 stukken uit die uitgave staan – met af en toe wat redactionele wijzingen – ook in deze nieuwe verzameling. De 25 toegevoegde recentere stukken bestrijken de jaren 2008 (de Russische inval in Georgië) tot 2023 (het verhaal van een Oekraïense jongen die uit bezet gebied werd gedeporteerd). In de inleiding bij Ooggetuigen uit 2007 vallen echter niet de typeringen als klungeligheid, slechte communicatie of corruptie. Toen schreven de samenstellers (destijds zonder Eva Peek) nog: ‘Wil men met alle geweld een rode draad in de Russische geschiedenis zien, dan valt te denken aan de angst van de machthebbers voor hun onderdanen en aan de afschuwelijke gevolgen daarvan’.

    Galg

    Met deze signalering in verschillende kleuren in Ooggetuigen en Dit volk heeft zijn God op aarde zij niet gezegd dat de inleidingen elkaar tegenspreken. Ze laten echter wel zien hoe we onze schijnwerpers anders zijn gaan richten door het optreden van Rusland in Oekraïne. Je gaat de 126 stukken die in Ooggetuigen al stonden ineens anders lezen. Wat de klungeligheid betreft bijvoorbeeld kon je het verslag van de executie van veroordeelden van de Dekabristenopstand in 1826 bij lezing in 2007 nog afdoen als een kolderieke anekdote: de executie moest volgens de tsaar ’s morgens om vier uur plaats vinden, maar dat lukte niet omdat de koetsier met de galgpalen op weg naar de executieplaats vast was komen zitten; toen de galgen eenmaal in grote haast waren ingegraven bleken ze zo hoog dat de touwen met de strop te kort waren; toen dat werd opgelost door de veroordeelden op bankjes te laten staan bleken de touwen bij drie misdadigers te slap (ze braken) en op zoek naar vervangend touw bleek de winkel waar het gekocht moest worden nog gesloten te zijn.
    Nu we sinds de inval in Oekraïne meer voorbeelden van klungeligheid hebben krijgt dit incident ineens een bredere betekenis.

    Godheid

    Dat geldt voor veel stukken. Wat we nu via onze TV-schermen zien als gebrekkige communicatie in het Russische leger, slechte voorbereiding, onderschatting van de strijd, wreedheid zoals in Boetsja, enzovoort blijkt parallellen te hebben in de geschiedenis, die meer zijn dan incidenten. Er lijkt een aantal factoren beslissend als oorzaak daarvan.
    Ten eerste is dat de status van de leider die zich als een soort onfeilbare god presenteert, daarin gesterkt en gelegitimeerd door de innige band met de orthodoxe kerk (de titel Dit volk heeft zijn God op aarde – ontleend aan een reisverslag van de Franse markies de Custine uit 1839 – verwijst ernaar). De gevolgen zijn een volstrekte zelfoverschatting door de heerser (Catharina de Grote, de tsaren, Stalin, Poetin) en een slaafse volgzaamheid van intimi die uit angst voor hun eigen hachje geen kritiek durven te leveren.
    Een tweede reden is de aanhoudende desinformatie en propaganda onder het eigen volk. Daardoor kunnen veel Russen, die generaties lang niets anders hebben gehoord, de oprechte overtuiging hebben dat hun leider slechts hun land verdedigt tegen fascistische staten die uit zijn op vernietiging van Rusland.
    En een derde factor lijkt te zijn dat iedereen uiteindelijk alleen voor zichzelf zorgt, wat leidt tot corruptie, vriendjespolitiek, behagen van de leider en ontlopen van verantwoordelijkheid.
    Er rijst een beeld op van een bevolking (uitzonderingen daargelaten) die van zijn individualiteit is beroofd en dus van zijn vermogen verantwoordelijkheid te voelen of eigen initiatief te ontplooien. Het is de beste voedingsbodem voor een dictatuur.

    Traditie

    Poetin heeft, dat alles in aanmerking genomen, waarschijnlijk geen moment getwijfeld aan zijn idee dat de ‘speciale operatie’ in Oekraïne in een paar dagen gepiept zou zijn. Maar hij kwam een volk tegen dat, in de woorden van Olesya Khromeychuk in De dood van een soldaat verteld door zijn zus ‘geen traditie [heeft] van het vereren van zijn politieke leiders. In tegenstelling tot in Rusland verliezen de politici de steun van hun teleurgestelde electoraat zodra ze hun beloften niet nakomen’.
    Dat wij er nu pas aan toe zijn zo naar Rusland te kijken heeft er alles mee te maken dat de oorlog voor ons begon op 22 februari 2022. Maar voor Oekraïeners zelf was hun land al veel langer in oorlog met de imperialistische noorderbuur; al in 2017 toen Rusland de regio’s Donbas en Loegansk inpikte (de broer van Khromeychuk stierf in die gevechten); al in 2014 toen de Krim werd bezet; al eeuwen eerder zelfs.
    Zoals Oksana Zaboezjko in Mijn langste boektournee, en eerder al in haar bundel Zussen, op soms woedende toon duidelijk maakt: wij in het Westen keken heel lang naar Oekraïne door Russische ogen. Wij zijn volgens veel Oekraïense schrijvers in februari 2022 pas wakker geschud en durven nu pas het eigene van hun land en het ware gezicht van Rusland te zien.
    Wie de bundeling in 2007 las deed dat als een toeschouwer op afstand, een buitenstaander. Sinds de inval in Oekraïne is onze betrokkenheid veel en veel groter. Het is daarom terecht dat Dit volk heeft zijn God op aarde verschijnt. Niet alleen omdat er recentere stukken zijn toegevoegd, maar ook omdat het boek ons bewust maakt van de inwerking van onze eigen actualiteit en angsten op onze kijk naar het verleden.

     

  • Naar Berlijn

    Naar Berlijn

    Het was zo’n middag dat ik erop uit moest, een onbedwingbare lust de trein te nemen, naar Berlijn desnoods. Waar videokunstenaar, componist en obsessief sporter Guido van der Werve in 2016 met zijn fiets tegen een openslaand autoportier knalde, eroverheen vloog, geschept werd door een touringcar. Hij sprak erover in een interview in de Volkskrant, dat bij hem niets gewoon kon gaan, zelfs een ongeluk niet. Hij had jaren nodig om te revalideren. Zijn arts zei dat als hij niet zo overdreven veel getraind had, hij dit ongeluk niet had overleefd. Ik nam me voor dagelijks tien kilometer te lopen. Dus trok ik mijn jas aan, liep naar het station. Het was guur, grijs weer. De wind ging dwars door mijn jas. Ik stopte de losgewaaide einden van mijn sjaal stevig vast. Op het volgende station waar ik moest overstappen, kocht ik een krant. De trein naar Deventer liet op zich wachten, er was een tekort aan verkeersleiders. Toen ik eindelijk in Deventer aankwam, leek het me opeens geen goed plan op de trein naar Berlijn te wachten. Ik sjorde mijn sjaal nog eens vast en ging de stad in.

    In een zaakje waar koffie met barista havermelk werd geschonken, las ik in de NRC dat Michiel Krielaars in de trein van Brussel naar Nederland een roman van Lucinda Riley las. Het las ‘als een lange tweet’, schreef hij. En, ja, een literatuurcriticus moet ook De zeven zussen lezen. Ondertussen dacht ik aan Ischa Meijer. Geboren op 14 februari 1943, tweeënvijftig jaar later op 14 februari gestorven, zomaar. Zesentwintig jaar afwezigheid waarin zijn Dikke Man verhaaltjes en ander teksten steeds meer aan betekenis toenemen. Er zijn een handvol gedichten, liedjes, theaterteksten in De handzame Ischa, een aantal Dikke Man stukjes over zijn ouders in Mijn lieve ouders. Teksten die het programma Een uur Ischa op de radio aankondigden in, Zing m’n jongen zing!, voorgelezen met de ronkende stem van Cor Galis. Teksten die over Ischa gingen, wat hem die week had beroerd, altijd eindigend met, ‘Hé, jôh, sta daar niet zo oenig te koekeloeren. En zing maar eens lekker. Ja, zing mijn jongen, zing, zing, zing!’ Of een variant daarvan, ‘En zing kleine klootzak, zing, verdomme, zing, zing, zing!’ En dan zong hij.

    In de biografie Jaap en Ischa Meijer, een Joodse geschiedenis door Evelien Gans wordt Ischa geboren in het derde oorlogsjaar. Hoe liefdevol zijn vader in een brief aan vrienden schreef, ‘Isga, die overigens best groeit, lief is en nu en dan er lustig op los keuvelt’. Ischa, die eerst Isga was. En zijn vader, die later, na de oorlog, niets liefdevols meer heeft. Om het minste geringste uitviel, vrienden, kennissen en zijn kinderen van zich afstootte, confronteerde. Ontberingen en de dood doen veel met een mens. Ischa schreef: ‘de dood maakt elk talent kapot / om te beminnen wat verging / ik ben de leegte die hier bleef; een bod / een gat, niet eens een ding / geen snaar die nog kan trillen van de angst / om te vergeten wat verging // ik blijf de leemte die beklijft; de vangst / die wel genoemd wordt: de herinnering’. Ik nam de trein naar huis, dacht erover volgende week nog eens naar Berlijn te gaan.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft met de ramen open.

     

     

     

  • Een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Aleksej Navalny

    Een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Aleksej Navalny

    De boom van de hoop, Navalny in de traditie van onrecht in Rusland, is een bloemlezing ter ondersteuning van de talloze Russen die huisarrest hebben of gevangen zitten omwille van het gebruikmaken van het recht op vrije meningsuiting en het recht op demonstratie. De voorbije maanden werden tienduizenden Russische betogers tegen het regime hardhandig aangepakt door de oproerpolitie. Hun ‘misdaad’ was dat ze gerechtigheid wilden voor Aleksej Navalny, de oppositieleider die als enige durft op te staan tegen Poetin en ondertussen is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Vanuit alle hoeken van de wereld krijgt deze anti-corruptie voorvechter steun, en hoe meer Poetin hem in de hoek drumt, hoe groter de steun wordt. 

    Ondertussen zit Navalny alweer enige tijd in de cel, op basis van een aanklacht die door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ‘willekeurig en onredelijk’ werd genoemd. Na zijn vergiftiging vorig jaar met het zenuwgas novitsjok hing Navalny’s leven aan een zijden draadje, maar hij gaf de moed niet op. Na zijn genezing keerde hij onmiddellijk terug naar Rusland, waar hij prompt werd gearresteerd. Sedert maart probeert hij tegen wil en dank te overleven in een strafkolonie honderd kilometer ten noorden van Moskou. Nog steeds worden zijn rechten geschonden, zo weigerde men aanvankelijk medische hulp. Ondertussen schreeuwt de wereld om zijn vrijlating.

    De bundel verschijnt ter gelegenheid van de uitreiking van de ‘prijs voor morele moed’ door het Forum van de Mensenrechten en Democratie aan Navalny. In de uitgave wordt een interessante vergelijking gemaakt tussen de huidige situatie en de Koude oorlog, de vroegere dissidenten (Sacharov, Martsjenko, Charms, …) en Navalny. Men kan niet anders dan vaststellen dat hier geen evolutie in zit. De schrijvers werkten belangeloos mee aan deze uitgave, de opbrengst gaat naar een organisatie die de vrijheid van meningsuiting in Rusland bevordert. Navalny roept op tot een boodschap van hoop, en dit werk is een eerbetoon aan hem en aan alle anderen die een strijd voeren voor een beter Rusland. De titel De boom van de hoop verwijst naar een verhaal van Varlam Sjamalov die zelf zeventien jaar in strafkampen heeft doorgebracht. Daarin beschrijft hij een dwergden die, ondanks de strenge winter en de meters sneeuw, zich steeds weer opricht. Maar er zijn wel meer woorden van hoop in de bundel. De bundel is verdeeld in de drie delen: ‘Navalny’, ‘Moet’ en ‘Vrij’.

    Navalny

    In het eerste deel verkondigt Maxim Osipov de lof over Navalny. Hij vergelijkt hem met Mathias Rust, die het in 1987 aandurfde met zijn vliegtuigje op het Rode Plein te landen. Osipov hoopt op verandering en ziet in Navalny met zijn frisse verschijning en heroïsche genialiteit de oplossing. Tegelijk is Osipov neerslachtig en de wanhoop nabij. Hij vergelijkt het systeem en de geheime dienst zelfs met het Duitsland van de jaren dertig. Hij roept op tot verzoening en vraagt Navalny vol te houden.
    Hella Rottenberg schetst een mooi beeld van de carrière en aanpak van Navalny. Ze beschrijft hoe hij als jurist en zakenman in de politiek stapte en de anticorruptie beweging in gang zette. Ook zijn gecontesteerde methode van het ‘slimme stemmen’ komt aan bod: een systeem waar hij opriep op andere kandidaten dan de regeringskandidaten te stemmen, ook al waren ook die niet de ‘juiste mensen’. In de vergiftiging van Navalny ziet ze het bewijs dat het Kremlin bang is. Ze roept op te volharden want, ‘alles kan in één dag veranderen…Kijk naar de Sovjet-Unie, kijk naar de DDR’. 

    Ook rechter Egbert Myjer wil dat men blijft hameren op het aambeeld. Rusland heeft iets uit te leggen wat betreft het garanderen van de mensenrechten. Hij geeft enkele voorbeelden van inbreuken.  Volgens Myjer is het toekennen van de ‘Prijs voor morele moed’ aan Navalny van groot belang en toont het dat de wereld achter hem staat. In het fragment uit Kinderen van Brezjnev toont Sana Valiulina dat er in wezen niets is veranderd. Ook toen werden moedige Russen gemarteld, opgesloten en vergeten in de strafkampen. Grunberg parafraseert dan weer Dostojevski: ‘Hoe een staat omgaat met vermeende en echte vijanden – doorgaans vermeende – daaraan is de beschaving van die staat af te lezen.’

    Moet 

    Mikhail Kazachkov noemt Navalny een nationale held, omdat hij voor het land zijn leven op het spel zet. Hij stelt dat Navalny het vertrouwen nodig heeft van iedereen  omdat hij iets doet waar anderen niet toe in staat zijn. Ook teksten van Karel van het Reve uit 1973 zijn in de bundel opgenomen. Daarin onderzocht hij waar de macht van een dictatoriaal regime op berustte en kondigde hij het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan. En is er een bijzondere bijdrage over het parcours van dissident Andrej Almarik, dat zeer sterke gelijkenissen vertoont met dat van Navalny. Na enkele gedichten van Osip Mandelstam, volgt een zeer aangrijpend fragment van Anatoli Martsjenko ‘Wat ik wou zeggen’, waarin hij aanhaalt dat ‘publiciteit het enige strijdmiddel is tegen het kwaad en de wetteloosheid van vandaag’.  Dit alles wordt geïllustreerd door fragmenten van twee andere dissidenten, Solzjenitsyn en Charms. Het hoofdstuk wordt afgesloten met twee verhalen van Varlam Sjalamov, waaronder ‘De dwergden’.

    Vrij

    Journalist Hubert Smeets’ analyse van Rusland is haarfijn. De hele nationaal-populistische ideologie wordt gekenmerkt door een anti-beleid en is gebaseerd op  wantrouwen en angst bij de burger. Er dreigt een nieuwe Koude Oorlog waarin het tot een confrontatie komt tussen een gesloten, nationalistisch en autoritair bestel tegenover het kosmopolitische, pluriforme politieke ideaal. Hella Rottenberg komt nog terug op de kritiek als zou Navalny een populist en xenofobe nationalist zijn. Er waren inderdaad twijfels over zijn ideeën, maar sinds 2011 kan hij daar niet meer op betrapt worden en distantiëerde hij zich openlijk van zijn vroegere ideeën. Michel Krielaars roept Amnesty International dan ook op om Navalny  te steunen. Amnesty doet dit niet omwille van zijn vroegere uitspraken. Ook Sana Valiulina roept Amnesty op om Navalny de erkenning en bescherming van ‘gewetensgevangene’ te geven. 

    In een interview met econoom Sergei Guriev legde Navalny zijn plannen voor het ‘Rusland van de toekomst’ bloot. Hij zou eerst de bezem willen halen door het rechterlijke systeem, een duidelijke hervorming van de rechtspraak en een belasting voor de oligarchen. Hij pleit voor een herverdeling van de bevoegdheden van president, parlement, regering en wil vrijheid van meningsuiting, ook in de media. Ten slotte moeten ook de corruptie en het onderwijs aangepakt worden. Lev Rubinstein heeft het in zijn bijdrage over de leugen en het liegen. Hij vergelijkt de Sovjet leugens met de leugens van vandaag. Het grote verschil is dat ze vroeger vertrouwd, afgesproken en inert waren, terwijl de huidige leugens beledigend zijn voor ieder mens persoonlijk. Het boek sluit af met enkele dagboekfragmenten van Navalny zelf van 15 maart tot 23 april, waarin hij zijn lot aanklaagt. Het weigeren van medische hulp, zijn hongerstaking en de uiteindelijke toegift. Hij spreekt een woord van dank en hoop uit voor iedereen.   

    De boom van de hoop. Navalny in de traditie van onrecht in Rusland is een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Navalny en eveneens terugblikt op het verleden en een corrupt systeem toont. Het is schrijnend hoe weinig er in de voorbije eeuw is veranderd in een land met een rijke traditie dat telkens weer zijn dissidenten het zwijgen oplegt. Het boek is een eyeopener en een schreeuw om hulp en steun voor allen die beknot worden in hun vrijheid van meningsuiting.

     

     

  • Veerkracht

    Veerkracht

    Afgelopen vrijdag schreef Michel Krielaars in NRC Handelsblad dat hij Natalia Ginzburg geregeld herleest ‘om er steeds weer iets nieuws in te ontdekken en verbijsterd te staan over haar tijdloze verbeeldingskracht.’ Het verheugde me enorm en las het stuk met plezier, tenminste één iemand die haar boeken geregeld uit de kast haalt. In diezelfde week was ik haar, van wie gewoonlijk zo weinig vernomen wordt, tegengekomen in het fijne boekje Een man alleen, De zelfmoord van Cesare Pavese. De auteurs Jan Kostwinder en Hein Aalders bezochten de plaatsen waar Pavese gewoond en gewerkt heeft. Natalia Ginzburg behoorde met Pavese tot dezelfde groep bevriende intellectuelen in de jaren dertig. Ze werkten enige tijd bij dezelfde uitgeverij Einaudi in Turijn. 

    Op een van de eerste bladzijden in Een man alleen, wordt haar omschrijving van Pavese in zijn functie als hoofdredacteur weergegeven. ‘Pavese zat, met zijn pijp, aan zijn bureau in razend tempo drukproeven te corrigeren. (…) Of hij schreef aan zijn romans en maakte snel en driftig doorhalingen. Pavese ontving zelden bezoekers. Hij zei, “Ik ben bezig! Ik wil niemand zien! Laat ze barsten! Kan me geen moer schelen!” Maar de nieuwe medewerkers, de jongeren, waren erg gesteld op gesprekken met bezoekers; die konden wel eens met nieuwe ideeën komen. Pavese zei dan: “Hier hebben we geen ideeën nodig! We zitten tot over onze oren in de ideeën!”’

    Het eerste dat ik van Natalia Ginzburg las, was de bundel met drie novellen De weg naar de stad. Over familie, hang naar onafhankelijkheid, de liefde, onbestemde gevoelens. Haar taal is sober, eenvoudige woorden, maar o zo mooi. Wat zij met woorden deed wilde ik ook. Haar zinnen wilde ik schrijven. Zoals zij schreef, ‘Ons huis was rood geschilderd en had een pergola aan de voorkant. We hingen onze kleren over de leuning van de trap, want we waren met zovelen en er waren niet voldoende kasten.’ De novelle Zo is het gebeurd schreef ik met inkt in een schriftje. Zinnen van eenzaamheid en berusting, ‘Als ik ’s zaterdags in Moana aankwam, ging ik vlak naast de kachel zitten en daar bleef ik de hele zondag tot het weer tijd was om te vertrekken.’ Hopende dat er iets van haar stijl in mij zou overgaan.

    Krielaars heeft het in zijn column speciaal over het autobiografische verhaal ‘Winter in Abruzzen’, uit de bundel Mensen om mee te praten. Vijf jaar zat ze met haar man Leone Ginzburg en hun kleine kinderen ondergedoken ten tijde van Mussolini. Later, na de val van Mussolini in 1943, werd haar man om zijn joods zijn opgepakt en doodgemarteld. ‘Mijn man stierf in Rome in de gevangenis van Regina Coeli, een paar maanden nadat we het dorp hadden verlaten.’ Haar ‘Winter in Abruzzen’, moet juist nu gelezen worden, ten tijde van leven met beperkingen, de veerkracht die daaruit voortkomt. Natalia Ginzburg schreef een prachtig oeuvre bij elkaar dat getuigt van die onnoemelijke veerkracht. Daar kunnen we het mee doen.

     

    Een man alleen, De zelfmoord van Cesare Pavese / Hein Aalders en Jan Kostwinder / Uitgeverij Aalders & Co. (1996)
    Mensen om mee te praten / Natalia Ginzburg / vertaling Etta Maris / Meulenhoff (1990)


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis, rommelt met boeken en schrijft over ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

  • Over wederzijds onbegrip

    Over wederzijds onbegrip

    Op 23 maart 2016 presenteerde de Wit-Russische schrijfster en Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsch in de oude Lutherse Kerk in Amsterdam haar nieuwste boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht. Michiel Krielaars leidde het gesprek. Svetlana Alexijevitsch is geen romanschrijfster in de klassieke zin van het woord. Zij is vooral onderzoeksjournalist. Op basis van talloze gesprekken met mensen uit alle hoeken en gaten van de voormalige Sovjet-Unie probeert zij te laten zien wat de Sovjet-Unie met hun leven gedaan heeft en hoe de post-Sovjetmens tracht te overleven in het huidige Rusland. In dit bijzondere boek laat zij, middels honderden interviews, vrouwen aan het woord komen die een minder heroïsch beeld schetsen van de Tweede Wereldoorlog dan gebruikelijk is in de verhalen van de veteranen. Zij ondergraaft daarmee de mythische status die het optreden van het Rode Leger nog steeds heeft bij de Russen en die er bij scholieren met de paplepel wordt ingegooid. In haar eerder verschenen boek Het einde van de rode mens slaat zij getuigen aan het woord over hun leven tijdens en na de Sovjet-Unie. Haar grote verdienste is dat zij gewone mensen aan het praten krijgt, iets dat bepaald niet gebruikelijk is in Rusland. Het beeld dat daar uit oprijst, stemt haar allerminst vrolijk. Zij schetst een somber scenario als het gaat om de toekomstige ontwikkelingen in Rusland.

    Teleurgestelde verwachtingen
    In haar gesprek met Krielaars maakte zij duidelijk dat men in het westen vaak weinig begrijpt van de mensen in Rusland. Hoewel de ineenstorting van de Sovjet-Unie onvermijdelijk was en waarschijnlijk een goede zaak, was het daarna niet voor alle inwoners een feest. In het westen dacht men dat de markteconomie economische voorspoed zou brengen en dat de vrijheid van meningsuiting door iedereen omarmd zou worden. Zo genoot Gorbatsjov met zijn perestrojka en glasnost een grote populariteit in het westen. In Rusland wilde men al snel niets meer van hem weten. Hem wordt verweten de Sovjet-Unie te hebben verkwanseld. Hij is verantwoordelijk voor het verlies van de Oekraïne (met daarbij de Krim) en vele andere gebieden. Hij heeft de eigenwaarde van veel Russen te grabbel gegooid. Svetlana Alexijevitsch kwalificeert de aanhangers van de perestrojka, waartoe zijzelf indertijd ook behoorde, als een club romantische intellectuelen die in geen enkel opzicht de wil van het volk representeerde. Daar kwam zij tijdens haar vele gesprekken met mensen in alle uithoeken van het enorme Sovjetrijk achter. Haar werd duidelijk dat de mensen helemaal niet zitten te wachten op begrippen als vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Zij leven in een perspectiefloze wereld en zijn slachtoffer van immorele graaiers, Oblomovs van het ergste soort: nietsnutten en gewelddadige dronkenlappen. En dat allemaal dankzij die vermaledijde markteconomie. Niet dat het onder het communisme veel beter was, maar toen konden de mensen in ieder geval nog trots zijn op Moedertje Rusland. Zij koesteren geen verwachtingen op een beter leven. Zij verlangen eigenlijk alleen maar naar brood en politieke stabiliteit en, ja….., herstel van eigenwaarde. Dit geldt zelfs voor vrijgelatenen uit de Goelag. Orlando Figes geeft hiervan in zijn boek Fluisteraars, leven onder Stalin indrukwekkende voorbeelden. Menig slachtoffer van Stalin blijkt, na zijn vrijlating, te behoren tot zijn grootste aanhangers.

    Russische identiteit
    Tegen intellectuelen heerst een groot wantrouwen. Die laten hun oren te veel hangen naar westerse propaganda, leveren kritiek op Stalin en dus op Rusland. Het zijn geen patriotten. Natuurlijk, er zijn wel dingen fout gegaan ten tijde van Stalin, maar hij was toch ook de leider in de Grote Vaderlandse Oorlog tegen Hitler. De grootheid van het Sovjetrijk, het respect dat dat rijk afdwong in de wereld en de overwinning op Hitler-Duitsland geeft de mensen een gevoel van trots en is een deel gaan vormen van hun identiteit. En Stalin is daar, ondanks al zijn feilen, de representant van. Westerse kritiek op Stalin geldt zonder meer als propaganda. Poetin heeft dat goed begrepen. Hoewel geen stalinist, werpt hij zich toch op als de hoeder van deze onder andere op de erfenis van Stalin gebaseerde identiteit.

    De film
    De film The Death of Stalin van de Schotse regisseur Armando Iannucci is gebaseerd op de Franse grafic novel La Mort de Staline van Fabien Nury en Thierry Robin. Hoewel de film feitelijk juiste informatie verschaft en de taferelen die zich rond het doodsbed van Stalin hebben afgespeeld werkelijk onthutsend zijn, blijft de impact daarvan op de toeschouwer toch beperkt. De mensen in de entourage van Stalin worden neergezet als een lachwekkend stelletje domme, gewetenloze schurken, moorddadig, onbekwame intriganten en hielenlikkers, Stalin zelf als een wrede Iwan de Verschrikkelijke. De film is knap gemaakt en zeker vaak komisch te noemen. Jammer dat er in de film met geen enkel woord gerept wordt over het feit dat de dood van Stalin heeft voorkomen dat er een door Stalin zelf opgezette grote anti-semitische pogrom heeft plaatsgevonden, terwijl er wel duidelijk aandacht is voor het feit dat alle bekwame artsen in Moskou, meestal joden, naar Siberië waren gestuurd, zodat er op het moment surprême geen deskundige medische hulp aan Stalin kon worden verleend. Omdat Iannucci wel begreep dat lachen om de hoofdrolspelers in dit drama niet zonder meer gepast genoemd kan worden, heeft hij overal waar mogelijk ook de wrede consequenties van hun optreden in beeld gebracht, waardoor je kunt spreken van een zwarte komedie.

    Lachen of huilen
    Toch doet het lachwekkende karakter van de film afbreuk aan de tragiek, namelijk dat een zo groot land zo lang geregeerd kan zijn door een zo moorddadig regime gebaseerd op een, misschien niet in beginsel, maar zeker wel in zijn uitwerking, perfide ideologie, waarvan Stalin slechts een abject uitvloeisel was. Na hem bleef het systeem gewoon voortbestaan. Misschien is daarom het lachen om Stalin en zijn kornuiten zo veel moeilijker dan lachen om Hitler en zijn trawanten? Het zijn eigenlijk ook onvergelijkbare verschijnselen. Met de val van Hitler kwam er een einde aan het nazidom, terwijl er vóór Stalin al een communistisch terreurbewind was in de Sovjet-Unie dat na Stalin gewoon voortduurde. Onder Stalin bereikte het wel zijn morbide dieptepunt. Lachen om Stalin en zijn kliek is dan ook een gewaagde onderneming. De gruwelen van het bewind van Stalin zijn nog lang niet verwerkt en zelfs nog niet in al hun perversiteit algemeen bekend, zeker niet bij de meeste Russen. Zijn slagschaduw is nog overal aanwezig. Daarnaast kan Stalin in Rusland nog altijd rekenen op een grote populariteit, zeker op het platteland en bij de oudere generatie. Bovendien is voor de meeste Russen Stalin de grote overwinnaar van Hitler in de Grote Vaderlandse Oorlog en geldt westerse kritiek op Stalin als een aanval op Moedertje Rusland zelf.

    Van Dostojevski tot Poetin
    Dit vijandbeeld kennen wij natuurlijk uit de tijd van de Koude Oorlog, maar heeft veel oudere wortels. Svetlana Alexijevitsch verwijst regelmatig naar Dostojevski, die niets moest hebben van westerse normen en waarden en sterk hechtte aan religie, nationalisme en de Slavische ziel. Dit komt vooral tot uiting in zijn meest politieke boek Boze geesten waarin hij alle westerse nieuwlichterij verkettert. In dit opzicht is het trouwens interessant te weten dat ook Soltzjenytsin diep teleurgesteld terugkeerde uit het Westen. Poetin en de zijnen hebben dit goed begrepen. Het koesteren van dit vijandbeeld is bewust politiek beleid en dekt veel binnenlandse problemen toe. Vandaar dat er in Rusland sprake is van een zekere rehabilitatie van Stalin met als gevolg dat deze film niet door de politieke beugel van het Kremlin kan en verboden is, omdat openbare vertoning van de film in Rusland wel eens zou kunnen leiden tot algemene verontwaardiging en het oplaaien van anti-westerse gevoelens. Misschien wil Poetin dat voorkomen!

     


     

     

     

  • Oogst week 19

    Alles voor het moederland

    De schrijvers Isaak Babel en Vasili Grossman fascineerden Michiel Krielaars. Bewondering, verbazing en nieuwsgierigheid waren voor hem de aanleiding om Alles voor het moederland te schrijven. Beide schrijvers waren in eerste instantie wel gecharmeerd van Stalins ‘nieuwe’ Rusland, totdat ze doorkregen dat ze niet meer konden schrijven wat ze wilden en ze inzagen hoe wreed de communistische werkelijkheid was -en zo weinig in overeenstemming met hun eigen idealen.
    In het eerste hoofdstuk schrijft Krielaars: ‘Aan de hand van het leven en het werk van zowel Babel als Grossman wil ik reconstrueren hoe het bestaan van een succesvol Sovjetschrijver er in een van de wreedste periodes uit de Russische geschiedenis uitzag. Wat mocht je publiceren en wat niet, hoe streng was de censuur, hoe verhield het regime zich tot je als je succes had, in welke kringen verkeerde je vanaf dat moment, wat moest je doen om niet gearresteerd te worden, en wat gebeurde er met je als je toch in ongenade viel?’

    Michiel Krielaars is jarenlang correspondent geweest in Rusland. Hij is nu chef Boeken bij het NRC. In 2015 won hij met Het brilletje van Tjechov de Bob den Uyl prijs.

    Alles voor het moederland
    Auteur: Michel Krielaars
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Couperus in de Oriënt

    De Oriënt verkend. Op reis met Louis Couperus en Marius Bauer, dat is de titel van de tentoonstelling die vanaf 21 mei a.s. te zien is in het Louis Couperus Museum te Den Haag. Historica José Buschman heeft ter gelegenheid daarvan haar eerder verschenen  onderzoek Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika hernieuwd.

    De schilder Marius Bauer (1867-1932) en Couperus (1863-1923) waren tijdgenoten en hebben beiden door o.a. Algerije gereisd. Net als Bauer zag Couperus in Algerije veel van zijn oosterse dromen terug. Maar hij bezag ook de Franse overheersing, de islam en de armoede.

    José Buschman heeft haar boek herzien door middel van onbekende foto’s, recente vondsten en opmerkelijke citaten, en reconstrueert de lange tocht van Couperus door de woestijn. Zij trekt verrassende conclusies over zijn schrijverschap en pleit voor een nieuwe, moderne kijk op zijn Afrikaanse reisverslag.

    verschijnt 20 mei 2017

    Couperus in de Oriënt
    Auteur: José Buschman
    Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen

    De wereld waar ik buiten sta

    Donderdag 1 januari ’42
    ± half 12 ’s avonds

    Ik zit in bed te schrijven. De koffers staan al gepakt en wel, ik heb alles zelf gedaan, een heerlijk zelfstandig gevoel. Mijn kamer ziet er nu helemaal ontredderd uit, de boekenplank eraf en alle boeken weg. Zoëven teder afscheid genomen van pappie en mammie, de laatste nacht hier, het was werkelijk roerend.
    In weerwil van de wanorde om me heen, van de weemoedige toespelingen van pappie en mammie en het besef, dat alles bittere ernst is, constateer ik een totale afwezigheid van sentimentele, melancholieke afscheidsgevoelens. Zelfs het feit, dat ik vanavond voor het laatst in mijn eigen bed, in mijn eigen kamertje lig, vervult me niet met de sombere gedachten, die ik heb gevreesd voor de laatste avond. Het afscheidswee schijnt een week geleden veel heviger te zijn geweest dan de laatste paar dagen.

    Uit: De wereld waar ik buiten sta, het tweede deel van de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis (1922–2007).

    De wereld waar ik buiten sta gaat over haar onderduikperiode bij verschillende orthodox-protestantse gezinnen: een cultuurschok van jewelste. In 1943 worden haar ouders gedeporteerd. Over hun lot blijft ze jarenlang in onzekerheid. Zij ziet haar jonge jaren voorbijgaan in angst, ongerustheid en emotionele stilstand. Haar belangrijkste troost vindt ze in het schrijven; in de gedichten die ze maakt, maar vooral in haar dagboek, dat haar enige serieuze gesprekspartner is.

    Na haar dood zijn haar dagboeken gevonden. Nop Maas heeft ze bezorgd. Ze zijn nu als Lenteloos voorjaar en De wereld waar ik buiten sta gepubliceerd.

    De wereld waar ik buiten sta
    Auteur: Hanny Michaelis
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot