• Verbinding

    Verbinding

    De schreeuw om een geordende wereld spatte de afgelopen weken van het internet. Daarbij sloegen links en rechts elkaar bestraffend om de oren en dienden rampen zich aan. Ik droomde ’s nachts gewoon dat ik aan de arm van Remco Campert liep. Er was geen loper, er was geen feest. We waren een knap stel al ben ik geen schoonheid maar Remco Campert is toch een opmerkelijke verschijning. Het was een evenwichtig moment. Tegen de ochtend droomde ik dat ik met een kind, in een doek op mijn rug gebonden, van een stenen trap afliep. Het doek raakte los en het kind rolde zo langs me heen naar beneden, waar de trap in het water verdween. Ik werd wakker van een ernstig (droge) snikken. Ik begreep niet wat ik ermee moest. Ik ging naar beneden en zette in de keuken de radio aan, vulde een ketel met water.

    Op de radio de stem van een hulpverlener ter plaatse over de toestand in Mozambique. Het kan altijd nog erger. Een cycloon raasde op een nietsvermoedende vrijdagochtend over het land. De gevolgen zijn verschrikkelijk. Er is honger, gebrek aan schoon water, cholera heerst. De stem van de hulpverlener valt af en toe weg. Mijn gehoor staat op scherp, zie voor me een verwoest landschap, een modderig landschap. Ik vrees dat de omroepster, zoals bij de radio gebruikelijk is bij een slechte verbinding, zal zeggen: ‘Zeg, de verbinding hapert…, jammer maar we…’.

    Ondertussen zoek ik in mijn hoofd naar iets van een verbinding met Mozambique om dichterbij te komen. Iets dat me als een strak geworpen speer dwars door de feitelijkheden heen bij de kern der dingen brengt. Ik loop naar de boekenkast en zoek naar de Portugees/Mozambikaanse schrijver Mia Couto. Zijn eerste roman, Slaapwandelend land speelt in Mozambique tijdens de burgeroorlog in de jaren zeventig. Een hopeloze geschiedenis waarvan sommige beelden me bijbleven. Van een vrouw met een lichte huidskleur, een zeemeermin? Ik zoek het op. Een visser redde een vrouw uit zee. De visser was het niet van plan, maar zo gauw hij haar op het droge heeft en haar ongewone huid ziet, bindt hij haar vast op het strand. Wie haar lichte huid wil zien, moet betalen. De visser is blij met deze neveninkomsten. Maar de vrouw werkt niet mee. Er staat een bakje water en een schaaltje vis naast haar. Ze raakt het niet aan. De visser was een sluwe vos, schreef Couto. Verhalen zijn hoeders van de geschiedenis, maken de ondoenlijke werkelijkheid tot een overzichtelijk geheel.

     

    Slaapwandelend land / Mia Couto, Vertaling: Harrie Lemmens, Van Gennep (2009)


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • In de huid van een leeuwin

    In de huid van een leeuwin

    In de buurt van het plaatsje Kulumani zijn leeuwen gesignaleerd. Ze vallen mensen aan. De autoriteiten huren een jager in om het gevaar te bezweren. Buitenlandse bedrijven investeren liever niet in gebieden waar een mens zijn leven niet zeker is. De jager gaat op pad met een journalist/schrijver die de expeditie voor de buitenwereld moet vastleggen, ze nemen het districtshoofd en zijn echtgenote mee uit de hoofdstad Palma. Het gedrag van de leeuwen heeft ook politieke onrust veroorzaakt, het districtshoofd wil de zaak snel met succes afronden. Er volgt een urenlange, barre tocht in een gammele jeep over ongeplaveide wegen.

    Een simpel gegeven, lijkt het, maar dat is schijn. Het verhaal wordt vanuit twee invalshoeken verteld: de ‘versie’ van de jonge vrouw Mariamar, uit Kulumani, en die van Arcanjo de jager. Hij houdt een journaal bij. De oudste zuster van Mariamar is het laatste slachtoffer van de leeuwen, het verhaal begint op de dag dat de verminkte resten van het slachtoffer worden begraven. De jager maakt zijn eerste notities in de nacht voordat hij zal worden uitgekozen als leeuwenverdelger. Hij kan niet slapen: ‘Ik had nooit gedacht dat die keuze mij zo bezig zou houden’. Hoe de inzichten van Mariamar tot ons komen is niet duidelijk. Mondelinge overlevering? Een schoolschriftje? En, nog interessanter, een ‘versie’ waarvan eigenlijk? De waarnemingen en aantekeningen van de jager en van Mariamar vormen de kern van A Confissão da Leoa, zojuist vertaald als De bekentenis van de leeuwin, door Mia Couto. Volgens de achterflap van het bij Querido uitgegeven boek is hij ‘een van de grootste hedendaagse Afrikaanse schrijvers’. Zou het heus?

    Couto afficheert zich in kranten en tijdschriften als ‘magisch realist’, met nadruk op ‘realisme’. Wie weet. Het is in ieder geval wel een onnavolgbaar realisme: de gebeurtenissen spelen zich af in een vaag aangeduid gebied, met een rivier, een woestijn, bossen, akkers, lemen hutten, medicijnmannen, blinde soldaten, hyena’s, krokodillen, slangen. De mensen spreken er een onbekende taal, met woorden als anakula, nchemba, ntela, kusungabanga, ngwena, takatuka, dombe. De auteur presenteert een onontwarbare kluwen van beelden, situaties en gebeurtenissen die de gebruikelijke logica van het alledaagse leven ver ontstijgen. Er bestaan geen grenzen tussen leven en dood, heden en verleden, mens en dier, dromen en waken, geest en materie, waarheid en leugen. Je kunt je verdriet overdragen aan een boom, kippen kunnen gieren worden, motten hebben onrust, leeuwen worden mensen, mensen veranderen in elkaar of in leeuwen of andere substanties. Als de jager wordt aangevallen door iemand met een kapmes, weet hij zich als volgt te redden: ‘Snel als de bliksem doorklieft het kapmes de lucht, maar raakt het slachtoffer niet. Onverwacht verandert het lichaam van de jager in zee, golf na golf, tot het alleen nog maar zee is. Door water te worden weet Arcanjo op het allerlaatste moment de dans te ontspringen’.

    Verhaallijnen doorkruisen elkaar. Hebben Mariamar en de jager een verhouding gehad? Ze meent dat hij haar ooit zwanger heeft gemaakt en dat ze voor hem gedanst heeft als een slang. Maar ook de verpleegster Luzilia heeft als een slang voor hem gedanst; van een ontmoeting met Mariamar weet de jager niets, van Luzilia’s verleidingskunst herinnert hij zich de kleinste details. De vrouw van het districtshoofd begeeft zich ’s nachts poedelnaakt op het erf in de hoop dat ze door een leeuw besprongen zal worden: ‘Ik wil door een leeuw genomen worden, ik wil zwanger worden van een leeuw’. Als ze eindelijk besprongen wordt, is het door een leeuwin, geen leeuw. De leeuwin is ‘een schaduw’ die in ‘een bliksemflits’ als ‘een vuurbal’ op de vrouw afschiet. De beeldspraak rolt en tolt. Zwanger zal ze niet worden, ze brengt het er ternauwernood levend vanaf. Bij alle magie verbaast het niet dat leeuwen ook door een hogere instantie ‘gemaakt’ kunnen worden en zich niet als ‘echte’ leeuwen gedragen. De enige keer dat de jager oog in oog met een leeuw komt te staan, weigeren zijn vingers dienst en kan hij de trekker van zijn geweer niet overhalen; gelukkig voor hem is het dier alleen maar verbaasd en valt hem niet aan.

    Soms lijkt het erop dat Couto een achterliggende boodschap in zijn boek verstopt heeft: ooit hadden vrouwen het voor het zeggen. God was een vrouw en iedereen sprak dezelfde taal als de oceanen, de aarde en de hemelen. De leeuwinnen waar het verhaal om draait, zijn eigenlijk vrouwen en dat is wat de moeder van Mariamar de jager laat weten voordat hij weer afreist naar Palma: ‘Ik ben de leeuwin die overblijft’, zegt ze. ‘Waarom vertelt u me dat?’, vraagt de jager. ‘Dit is mijn bekentenis’, luidt het antwoord, de laatste zin van het verhaal. De bekentenis van een moeder, naar de bekentenis van de leeuwin moeten we raden.

     

     

  • Poëtische expressie en puur idealisme Mozambique

    Door Marga Schouten
    September 2006


    Een portret van Mia Couto

    Mia Couto wordt gerekend tot één van de betere Afrikaanse schrijvers en tot de top van de Mozambikaanse literatuur. Toch is hij in Nederland niet zo bekend. Hier dient verandering in te komen. Als vertaalster van enkele van zijn teksten kan ik de poëtische stijl en kracht van zijn teksten onderstrepen. Dat is precies wat Couto zo bijzonder maakt. Maar wie is Couto nu precies?


    Van Emilio tot Mia
    Mia Couto werd geboren in 1955 met de voornamen António Emílio Leite in de stad Beira, gelegen in het midden van de oostkust van Mozambique. Zijn gangbare voornaam Mia, die ook voor zijn landgenoten vreemd in de oren klinkt, is ontstaan doordat zijn jongere broertje zijn werkelijke naam niet kon uitspreken.

    Als zoon van een familie van betrekkelijk goede stand volgde hij de opleiding tot journalist. Ook studeerde hij biologie. Vervolgens ging hij werken als journalist en schrijver.

    Hij voelde zich als schrijver geïnspireerd tot het optekenen van de verhalen die hem in zijn vaderland ter ore waren gekomen van de oorspronkelijke bewoners met hun erbarmelijke leven. Na een bloedige strijd die tien jaar duurde, werd Mozambique onafhankelijk van Portugal.

    Talent voor nieuwe woorden

    Mia Couto schreef met mild meeleven over zijn arme landgenoten die te lijden hadden onder de gruwelijke oorlogsgebeurtenissen. Als kenmerkend voor zijn stijl worden genoemd zijn talent om nieuwe woorden te bedenken, zoals bijvoorbeeld de titel van zijn verhalenbundel Geweide Verhalen (20037). Met zijn goed ontwikkelde en veel toegepaste fantasie horen zijn verhalen tot de stijl van het surrealisme. Als basis gelden de verhalen met primitief bijgeloof die worden rondverteld in de arme regionen van Mozambique. De stoïcijnse wijze waarop de minder bedeelde Mozambikanen omgaan met hun lot, beschrijft Mia Couto met  veel inlevingsvermogen. Hij wordt gerekend tot één van de betere Afrikaanse schrijvers en tot de top van de Mozambikaanse literatuur. Veel van zijn boeken werden vertaald, niet alleen in de Franse, Engelse, Duitse, Italiaanse en Spaanse taal, maar ook in het Nederlands: Slaapwandelend land (roman, 1996 ) en De dag dat Mabata-bata explodeerde (verhalenbundel, 1996).

    Voor de verhalenbundel Vozes Anoitecidas  (Stemmen bij het vallen van de Nacht), dat in het Nederlands is uitgegeven als De Dag dat Mabata-bata explodeerde (1996) heeft hij het volgende motto geschreven:

    ‘Wat ons het meest treft bij ellende is haar onwetendheid van zichzelf. Bij de confrontatie met de afwezigheid van alles doen de mensen afstand van de droom en de wens anders te zijn. Zij bestaat uit het niets, deze illusie van perfectie die het leven stilzet en de stemmen doet vermijden.’

    En in het voorwoord vertelt hij:

    ‘Deze verhalen kwamen altijd in mij op wanneer iets echt gebeurd was, maar wat me werd verteld alsof het aan de andere kant van de wereld was gebeurd. Bij het oversteken van deze schaduwgrens luisterde ik naar stemmen die de zon deden verdwijnen. Andere stemmen werden vleugels in mijn vlucht in het schrijven. Aan deze en andere draag ik de wens op om te blijven verzinnen en vertellen.’

    In deze woorden is het poëtische karakter van de schrijfstijl van Mia Couto duidelijk aanwezig. Liefhebbers van poëtische literatuur moeten smullen van zijn verhalen. Het fijngevoelige medeleven van de schrijver roept lang vergeten gevoelens weer op. Voor de beschrijving van de natuur lijkt de schrijver een eigen lexicon te gebruiken. Hij heeft zich volledig ingeleefd in de denkwereld van zijn eenvoudige landgenoten.

    ‘Men zei van dat land dat het slaapwandelde. Want terwijl de mensen sliepen, bewoog het land ruimte en tijd. Wanneer ze wakker werden, zagen de bewoners het nieuwe aanzien van het landschap en wisten dat ze die nacht bezocht waren door de fantasie van de droom.’ (Geloof van de inwoners van Matimati). (1)

    ‘De oude vrouw zat bewegingloos op de mat, in afwachting van haar man. […] Haar fortuin lag op de grond uitgestald: kommen, manden, stamper. Er omheen was niets, zelfs de wind was helemaal alleen.’ (2)

    Aan zijn idealisme geeft hij ook ruim aandacht, zowel in zijn verhalen en romans, als in zijn theoretisch werk. Dat de meest primitieve Mozambikanen geen plaats kunnen geven aan de moderne werktuigen getuigt het volgende fragment uit het korte verhaal De dag dat Mabata-Bata explodeerde [3], waarin de kleine herder Azarias op een mijn loopt:

    ‘Opeens ontbrandde een lichtgloed, het leek middag in de nacht. De kleine herder slikte dat alles, het was de schreeuw van het ontploffende vuur. In de kruimels van de nacht zag hij de ndlati, de bliksemvogel, dalen. Hij wilde schreeuwen: ‘’Wie kom je neerleggen, ndlati?’’ Maar hij zei niets. Niet de rivier was het die zijn woorden liet zinken. Rondom sloot alles, zelfs de rivier doodde haar water, de wereld bedekte de grond met witte wolken. […] En voordat de vuurvogel iets had besloten, liep Azarias op hem af en omarmde hem in de reis van zijn vlam.’

    In zijn nieuwste roman De andere voet van de zeemeermin (2006), wordt het actuele, fundamentele  thema identiteit behandeld, in die zin dat mensen met verschillend ras of geloof een eigen identiteit hebben, raciaal of religieus. In het verhaal is een historisch, waargebeurd verhaal verwerkt. Identiteit behandelde hij ook in zijn theoretische boek Ieder Mens is een Ras (2005), waarin hij benadrukt dat ieder ras zijn eigen identiteit heeft.

    ‘De zoektocht naar puurheid is iets wat altijd is geassocieerd met trieste, wrede, historische periodes, zoals men het idee van puurheid alleen bereikbaar maakte met werkelijk niet-pure methodes. De authenticiteit is een meer sympathieke naam, maar slechts een equivalent van het fascistische besef van puurheid. ‘(4)

    De andere voet van de zeemeermin heb ik tot mijn spijt nog niet gelezen, maar dat gaat beslist gebeuren. Want dat iemand, afkomstig uit een ontwikkelingsland, met zoveel idealisme in combinatie met een adembenemend schrijftalent en ook nog zo fijngevoelig meelevend en filosofisch is, zo weinig aandacht krijgt in Nederland, is alleen maar pathetisch.


    [1] Slaapwandelend land, motto

    [2] Couto, Mia, uit: De Brakke Hond, 37, 1993, bladz. 50.Vertaling: Marga Schouten

    [3] De dag dat Mabata-bata explodeerde. In: De Brakke Hond, 37,1993, bladz. 56. Vertaling; Marga Schouten

    [4] Mia Couto tijdens een interview met de Braziliaanse krant O Globo


    Bibliografie
    Raiz de Orvalho e Outros Poemas (2001),  Wortels van dauw en andere gedichten (2001)
    Estórias Abensonhadas (ilustrado) (2001), Geweide Verhalen (geïllustreerd) (2001)
    Pensatempos. Textos de Opinião (2005), Tijdwachten. Opinieteksten (2005)
    O Gato e o Escuro (2001), De kat en het donker (2001)
    Mar me quer (2004), Zee wil me (2004)
    A Chuva Pasmada (2004), De verbaasde regen (2004)
    Um Rio Chamado Tempo, uma Casa Terra (2004), Een rivier, genaamd Tijd, een Huis, genaamd Aarde (2004)
    Contos do Nascer da Terra (2006), Verhalen over de Geboorte van de aarde (2006)
    Cada Homem é uma Raça (2005), Ieder mens is een ras (2005)O Último Voo do Flamingo (2004), De laatste Vlucht van de Flamingo (2004)
    Terra Sonâmbula (2004), Slaapwandelend Land (2004)
    Na Berma de Nenhuma Estrada e outros contos (2003), Langs de kant van geen enkele Weg en andere verhalen (2003)
    Estórias Abensonhadas (2003), Geweide Verhalen  (2003)
    A Varanda do Frangipani (2003), Het terras van Echteschrik (2003)
    Cronicando (2003), Geschreven Kronieken (2003)
    O Fio das Missangas (2004), De Draad van de Bloedmissen (2004)
    Vinte e Zinco (2004), Zink en Twintig (2004)
    Vozes Anoitecidas (2006), Stemmen bij het vallen van de Nacht
    O Outro Pé da Sereia (2006), De andere Voet van de Zeemeermin (2006)