• Diepzinnigheid in weerbarstige verhalen

    Diepzinnigheid in weerbarstige verhalen

    Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. De inval van Rusland in Oekraïne was in maart 2022 voor hem aanleiding om via Armenië naar Duitsland te vertrekken. In het najaar van 2022 werd hij voor een jaar als gastschrijver aangesteld aan de universiteit van Leiden waar hij onder meer een cursus Russische literatuur geeft. In Rusland publiceerde hij sinds 2007 fictie en non-fictie. Zijn werk is in achttien talen vertaald. In 2021 verscheen in Nederland de succesvolle verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen. Eind 2022 verscheen Kilometer 101.

    Kilometer 101 begint met het verhaal Sventa, een plaats in Litouwen waar de verteller van het verhaal vroeger vaak met zijn ouders naar toe ging. Hij is inmiddels over de vijftig en merkt op dat de zorgen die hij nu heeft dezelfde zijn als die hij zo’n dertig jaar geleden had: ‘1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken.’ Met deze opsomming is de toon voor de verhalenbundel gezet.

    Sventa is een soort inleiding want het boek bevat vervolgens twee uit verschillende verhalen bestaande delen. Het deel Luxemburg is genoemd naar een stadje in de buurt van Moskou dat vernoemd is naar Rosa Luxemburg, Duits politiek denker en revolutionair socialiste. Het bevat inclusief de novelle Luxemburg zeven verhalen. Het tweede deel van het boek heet Kilometer 101 en bestaat uit drie verhalen, die autobiografischer van aard lijken te zijn dan de verhalen in het eerste deel. Indrukwekkend zijn de ruim tien bladzijden tellende aantekeningen aan het eind van het boek met uitleg over de talrijke verwijzingen in de verhalen. In zo’n aantekening wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat de uitdrukking ‘De honderdeerste kilometer’ in het Russisch de term is ‘die de beperkingen aangeeft in de vrijheid voor burgers om zich te vestigen waar ze willen. Tijdens de Sovjetperiode mochten criminelen en andere “ongewenste individuen”, onder wie ook de uit de goelagkampen teruggekeerde politieke gevangenen werden gerekend, zich niet vestigen in grote steden; ze mochten niet dichter dan op 101 kilometer van die steden gaan wonen.’

    Weerbarstig

    Het eerste deel van het boek is wat weerbarstiger dan het tweede, de keuze om met dit deel te beginnen is daarom opmerkelijk. Het is vooral even wennen aan de manier van vertellen van Osipov en aan de Russische cultuur, waarmee het hele boek doordrenkt is. Vertalers Yolanda Bloemen en Seijo Epema hebben er desalniettemin knap voor gezorgd dat de in het Nederlands stug aandoende Russische manier van vertellen in goed lopende Nederlandse zinnen zijn omgezet. Daarnaast hebben ze ervoor gezorgd dat bij de honderden aantekeningen aan het eind van het boek ook bijvoorbeeld zaken als Russische achternamen of bepaalde typisch Russische gebruiken die een Nederlandse lezer waarschijnlijk weinig zeggen, worden uitgelegd.

    Bij het eerste verhaal (Matthew Ivanov, Engelse opening) duurt het lang voor de hoofdrolspeler, een nieuwkomer die een schaaktoernooi heeft gewonnen, geïntroduceerd wordt en ontstaat er voor de lezer een spanningsveld tussen willen weten welke kant het verhaal op gaat of het boek teleurgesteld aan de kant leggen. Volhouden is echter het devies, want eenmaal gewend aan de wat ongebruikelijke manier van vertellen zijn er mooie verhalen te ontdekken. Cape Cod is een voorbeeld van een boeiende vertelling over het echtpaar Sjoera en Aljosja en hun zoon Leo. Ze zijn naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Aljosja is zeer succesvol: hij heeft een eigen bedrijf en een tweede huis, maar Leo maakt een keuze die zijn Sovjetouders absoluut niet kunnen begrijpen, maar die wel aangeeft dat Leo op en top geïntegreerd blijkt te zijn in zijn nieuwe vaderland.

    Absurdistische scène

    In de novelle Luxemburg gaat het over Sasja, die de as van zijn moeder in het stadje Luxemburg wil gaan begraven. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een vriend van Sasja, een psychiater, waardoor het verhaal, zoals wel vaker bij Osipov, een wat beschouwend karakter krijgt: ‘Haar dood maakte alleen indruk in die zin dat ik helemaal niet wist dat ze nog leefde. De kwaliteit van een geleefd leven wordt vooral bepaald door het aantal mensen dat afscheid van je komt nemen (vrijwillig dan, niet door je chef gestuurd), […].’ Omdat de naam op het graf joods lijkt (maar niet is), wordt het graf van Sasja’s moeder geschonden door neonazi’s, die eerst de door hem geplante roos stelen en een paar dagen later het graf onteren met ontlasting en hakenkruizen. Sasja besluit tegen beter weten in aangifte te doen. De gesprekken hierover op het politiebureau zijn een prachtig voorbeeld van Russische bureaucratie, maar wonderlijk genoeg lukt het de autoriteiten toch om de daders op te pakken. Sasja vervoegt zich wederom op het politiebureau en belandt in een haast absurdistische scène. De trotse politieagent biedt Sasja namelijk aan dat hij de arrestanten mag slaan, zonder dat de politie tussenbeide komt. Op dat moment beseft Sasja dat hij eigenlijk spijt heeft van zijn aangifte, omdat hij nu niet meer kan voorkomen dat de daders langdurig naar de gevangenis zullen moeten.

    Diepzinnig

    De drie verhalen in het tweede deel zijn zoals gezegd wat toegankelijker en lijken meer autobiografisch van aard. Zo is Bij ons in N. geschreven vanuit het ik-perspectief van een arts. De volksaard van de Russen komt zo mogelijk nog duidelijker naar voren dan in het eerste deel. De verhalen gaan over angst voor de dood die hand in hand gaat met afkeer van het leven, over alcoholisme en het geweld dat daardoor bestaat binnen gezinnen, over corruptie en smeergeld en over het gebrek aan coördinatie in de zorg. Toch zijn ze nergens zwaarmoedig of negatief. Osipov beschrijft het leven zoals het is en lardeert de verhalen zelfs met hilarische anekdotes uit zijn praktijk als arts. Een patiënt die succesvol twee nieuwe hartkleppen heeft gekregen, biedt hem bijvoorbeeld als dank daarvoor aan om iemand voor hem in elkaar te slaan of om eventueel in zijn plaats naar de gevangenis te gaan. De meest diepzinnige zinnen zijn aan het einde van de verhalen te vinden: ‘De recente gebeurtenissen schuiven over elkaar heen, stapelen zich op, wat gebeurd is vermengt zich met wat nooit gebeurde, maar wat ver in het verleden ligt […] voelt als nabij en vol geluk – nog meer dan toen, oneindig veel meer […].’

    Kilometer 101 is een boek om af en toe even weg te leggen om het gelezene te laten bezinken. Wellicht is het zelfs een goed idee om te beginnen met de verhalen uit het tweede deel van het boek. Wanneer je eenmaal gewend bent aan de stijl valt er namelijk genoeg te ontdekken, te verwonderen en te genieten, onder meer van de bijzondere personages, waarvan sommige niet zouden misstaan in een complete roman. Hopelijk vormen de successen die de verhalenbundels zijn geworden een aanleiding voor Osipov om zijn oeuvre daarmee uit te breiden.

     

  • Een taalfeest

    Een taalfeest

    Recensie door Frans Stüger

    Zoals het een goede openingszin betaamt, is deze kenmerkend voor de rest van de tekst. Zo ook in de roman van Sasja Sokolov, School voor zotten, waarin hij zijn personage laat zeggen: ‘Oké, maar hoe moet ik beginnen, met welke woorden?’
    Vanaf dat moment richt het personage zich rechtstreeks tot de lezer, alsof de lezer tegenover hem zit, en verhaalt van zijn jeugd op de School voor zotten.

    Na deze opening volgen vijf hoofdstukken, waarbij ieder personage, voormalige zot van deze school, verhaalt van zijn schooltijd, waarbij hij of zij in parlando zich ook rechtstreeks tot de lezer richt. Inmiddels ouder geworden bewonen zij hun datsja’s op het Datsjakamp dicht bij het station. Daar verhalen zij over hun ervaringen op de School voor zotten. De auteur heeft ieder personage zijn kenmerkend taaleigen gegeven, met alle eigenaardigheden van dien: vergissingen, opvallende zelfcorrecties, bizarre beeldspraak, soms geëxalteerd, vaak ook met onderhuidse weemoed. Omdat ieder hoofdstuk door een andere ‘zot’ wordt verteld, met zijn eigen idioom, ontstaat er een kakofonie van stemmen; soms kraakhelder van betekenis, vaak ook onbegrijpelijk door het zo persoonlijke taalgebruik.

    Zelfcorrectie

    Het begint al in de openingstekst, als de spreker per ongeluk het woord stationsvijver gebruikt, om zichzelf onmiddellijk uitgebreid te corrigeren: stationsrestauratie of stationskiosk, dat zou kunnen maar, stationsvijver niet. Wel kan een vijver bij het station zijn. Waarna de spreker zichzelf toestaat: nou bij het station dan.
    In de verhalen wemelt het van dit soort zelfcorrecties, terwijl ondertussen de meest bizarre verhalen worden verteld. Omdat elk hoofdstuk door een wisselend personage wordt verteld, verschilt per verhaal de stem van de verteller. Het doet denken aan de woordexplosies in Ulysses van James Joyce.

    Hoewel de verhalen van de personages doorgaans licht van toon zijn, verwijzen personages in hun teksten vaak impliciet naar de hardnekkige beerput die Rusland heet. Soms genoemd in contrast met heftige liefdes die zonder pathos opbloeien en daardoor diep ontroerend zijn. Op de achtergrond minacht een Kafkaëske overheid haar onderdanen. Om de situatie te verzachten verhaalt de verteller liever eufemistisch van Datsjakampen in plaats van barakken. Uiteindelijk leveren al die personages een stemmenboeket dat de perfecte beschrijving geeft van Rusland met al zijn eigenaardigheden, weemoed en agressie.

    Verrassend taalgebruik

    Dat Sasja Sokolov een groot talent is, leidt geen enkele twijfel, met zijn rijk register; zijn stijlbloemen als: ‘…de dalen van het niet zijn; als gefluisterde levens… Of een vergelijking als: de weerschijn van vallende sterren, in de scherf van een spiegel, die plotsklaps in het donker uit zijn lijst viel, om het gevaar te vernietigen van zijn nakende dood…’
    Een taalfeest van verrassende schoonheid.

    Het boek sluit af met een essay van Maxim Osipov dat de aangrijpende schoonheid van het boek benadrukt en daarmee de auteur Sasja Sokolov de plaats toekent in de wereldliteratuur die hem toekomt.

     

     

  • Bats, en klaar is Kees

    Bats, en klaar is Kees

    Steen, schaar, papier is een spelletje met de handen, een nulsomspel, een soort kop of munt, elk kind kent het. Een van de verhalen van Maxim Osipov heet, ‘Steen, schaar, papier’. Waarin een oudere vrouw Ksenia Nikolajevna Knysj, de schoolmeester Sergej Sergejevitsj en Roxana, een zwijgzame jonge vrouw, de rol van een van deze handgebaren vertegenwoordigen. Onder het communisme deed Ksenia ‘haar plicht op de grens van geloof en ongeloof, net als iedereen.’ Na het communisme bekeert ze zich tot het christendom. Haar dochter verwijdert zich van haar, sterft jong. Dat is de schuld van de intellectuelen, van de schoolmeester. Hij heeft de geest van haar dochter met literatuur vergiftigd. Literatuur maakt de wereld groter en laat angstige moeders achter. Angst is als een knijper op je neus, je stikt langzaam.

    Ksenia bezit een restaurant, laat veel mensen voor zich werken die nooit worden uitbetaald. Ksenia draait met alle winden mee. Zij is de steen, niets beklijft. Roxana is bij haar in dienst. Dan belandt Roxana in de gevangenis. De man die haar belaagde stak ze dood. Ksenia bezoekt haar, neemt worst mee, wat Roxana niet belieft. Ze wordt daarom door Ksenia bewonderd, want heeft een vrouw in zo’n situatie iets te willen? ‘Ze wil op Roxana lijken, op haar niveau staan. Gaat dat lukken? Ksenia voelt zich dom en oud naast dit plotseling volwassen geworden kind: haar daad heeft haar tot onbereikbare hoogten opgetild, tot dicht bij het mysterie! Ksenia heeft zich heel haar leven in allerlei bochten gewrongen, altijd maar in de weer, gissend, stapje voor stapje vooruit schuifelend, onderhandelend met al die… en bij Roxana, bats, en klaar is Kees. Helemaal zelf! Ze heeft haar eigen lot in handen genomen, de rechtbank, de straf!’ Ja, bats, door roeien en ruiten om de wereld open te breken.

    Osipov schrijft dicht op de huid van de menselijke verhoudingen, forceert een denktrant, negeert aannames. Een nieuw pad dat gegaan moet worden, ja, ja. Stilzwijgend (als houd ik de adem in) lees ik door. Hoe Roxana de Islam aanhangt. Ksenia dat ook wil. ‘Ksenia heeft nog nooit iemand zo geloofd als haar nu.’ Waarom de USSR uiteen is gevallen, dat weet Roxana, ‘Ze hebben teveel naar het Westen gekeken. Naar het duivelse Westen. Ze werden ontrouw aan hun voorbestemming.’

    En dan de schoolmeester, man van het papier, hij heeft het laatste woord: ‘En tenslotte, ik ben vrij.”Verheug je in de eenvoud van je hart, verheug je vol vertrouwen en wijsheid,” zeg ik tegen de kinderen en mezelf. Ik heb dat niet zelf bedacht, maar wel zo vaak herhaald, dat het ook van mij is. Het hoort net zo bij mij als slaperige kinderen in de klas, Russische literatuur en heel Gods mooie schepping.’ Na deze laatste regels sluit ik het boek, staar voor me uit. Om een verhaal van schuld en boete zo te eindigen is haast als een verlossing. In Osipovs verhalen is de wereld hoe dan ook niet stuk te krijgen. Overrompelende verhalen, geweldig boek.

     

    De wereld is niet stuk te krijgen / Maxim Osipov/ 380 pag. / Vertaling: Yolanda Bloemen en Seijo Epema / Van Oorschot


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV.

     

     

  • De zomerboeken van Ingrid van der Graaf

    De zomerboeken van Ingrid van der Graaf

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Ingrid van der Graaf neemt de volgende boeken mee:

    Merijn de Boer, De saamhorigheidsgroep
    Maxim Osipov, De wereld is niet stuk te krijgen
    Patrick Modiano, Een jeugd
    Walter J.C. Murray, Copsford
    Jente Posthuma, Waar ik liever niet aan denk
     

    Vanaf zijn verhalenbundel Nestvlieders heb ik alles van Merijn de Boer gelezen, alleen aan zijn vierde, zijn meest omvangrijke De saamhorigheidsgroep was ik nog niet toegekomen. De Boer hanteert een humor in zijn boeken die je niet vaak tegenkomt. Maxim Osipov wordt wel vergeleken met Tsjechov en Boelgakov, ook hij is arts en schrijft. Dertien verhalen met van die heerlijke Russische onderwerpen; ziekte, dood, verraad. Een jeugd van Patrick Modiano had ik al langer liggen, elke zin van deze schrijver is een verhaal op zich, dat wordt mooie zinnen lezen. Van Walter J.C. Murray had ik nog nooit gehoord, tot ik in het tweede boek van Raynor Winn las waarin veel natuurbeschrijvingen voorkomen, vermengd met de strijd om te overleven, dat zij gevraagd was een voorwoord bij een herdruk van Copsford (1948) te schrijven. Ook Winn trok zich terug op het platteland met haar man in een vervallen boerderij, net als Murray. Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma gaat over een broer, zus relatie, de broer sterft. Dat interesseert mij bovenmate, broer, zus relaties in de literatuur.

     

    Lees hier meer van en over Ingrid van der Graaf

     

  • Een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Aleksej Navalny

    Een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Aleksej Navalny

    De boom van de hoop, Navalny in de traditie van onrecht in Rusland, is een bloemlezing ter ondersteuning van de talloze Russen die huisarrest hebben of gevangen zitten omwille van het gebruikmaken van het recht op vrije meningsuiting en het recht op demonstratie. De voorbije maanden werden tienduizenden Russische betogers tegen het regime hardhandig aangepakt door de oproerpolitie. Hun ‘misdaad’ was dat ze gerechtigheid wilden voor Aleksej Navalny, de oppositieleider die als enige durft op te staan tegen Poetin en ondertussen is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Vanuit alle hoeken van de wereld krijgt deze anti-corruptie voorvechter steun, en hoe meer Poetin hem in de hoek drumt, hoe groter de steun wordt. 

    Ondertussen zit Navalny alweer enige tijd in de cel, op basis van een aanklacht die door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ‘willekeurig en onredelijk’ werd genoemd. Na zijn vergiftiging vorig jaar met het zenuwgas novitsjok hing Navalny’s leven aan een zijden draadje, maar hij gaf de moed niet op. Na zijn genezing keerde hij onmiddellijk terug naar Rusland, waar hij prompt werd gearresteerd. Sedert maart probeert hij tegen wil en dank te overleven in een strafkolonie honderd kilometer ten noorden van Moskou. Nog steeds worden zijn rechten geschonden, zo weigerde men aanvankelijk medische hulp. Ondertussen schreeuwt de wereld om zijn vrijlating.

    De bundel verschijnt ter gelegenheid van de uitreiking van de ‘prijs voor morele moed’ door het Forum van de Mensenrechten en Democratie aan Navalny. In de uitgave wordt een interessante vergelijking gemaakt tussen de huidige situatie en de Koude oorlog, de vroegere dissidenten (Sacharov, Martsjenko, Charms, …) en Navalny. Men kan niet anders dan vaststellen dat hier geen evolutie in zit. De schrijvers werkten belangeloos mee aan deze uitgave, de opbrengst gaat naar een organisatie die de vrijheid van meningsuiting in Rusland bevordert. Navalny roept op tot een boodschap van hoop, en dit werk is een eerbetoon aan hem en aan alle anderen die een strijd voeren voor een beter Rusland. De titel De boom van de hoop verwijst naar een verhaal van Varlam Sjamalov die zelf zeventien jaar in strafkampen heeft doorgebracht. Daarin beschrijft hij een dwergden die, ondanks de strenge winter en de meters sneeuw, zich steeds weer opricht. Maar er zijn wel meer woorden van hoop in de bundel. De bundel is verdeeld in de drie delen: ‘Navalny’, ‘Moet’ en ‘Vrij’.

    Navalny

    In het eerste deel verkondigt Maxim Osipov de lof over Navalny. Hij vergelijkt hem met Mathias Rust, die het in 1987 aandurfde met zijn vliegtuigje op het Rode Plein te landen. Osipov hoopt op verandering en ziet in Navalny met zijn frisse verschijning en heroïsche genialiteit de oplossing. Tegelijk is Osipov neerslachtig en de wanhoop nabij. Hij vergelijkt het systeem en de geheime dienst zelfs met het Duitsland van de jaren dertig. Hij roept op tot verzoening en vraagt Navalny vol te houden.
    Hella Rottenberg schetst een mooi beeld van de carrière en aanpak van Navalny. Ze beschrijft hoe hij als jurist en zakenman in de politiek stapte en de anticorruptie beweging in gang zette. Ook zijn gecontesteerde methode van het ‘slimme stemmen’ komt aan bod: een systeem waar hij opriep op andere kandidaten dan de regeringskandidaten te stemmen, ook al waren ook die niet de ‘juiste mensen’. In de vergiftiging van Navalny ziet ze het bewijs dat het Kremlin bang is. Ze roept op te volharden want, ‘alles kan in één dag veranderen…Kijk naar de Sovjet-Unie, kijk naar de DDR’. 

    Ook rechter Egbert Myjer wil dat men blijft hameren op het aambeeld. Rusland heeft iets uit te leggen wat betreft het garanderen van de mensenrechten. Hij geeft enkele voorbeelden van inbreuken.  Volgens Myjer is het toekennen van de ‘Prijs voor morele moed’ aan Navalny van groot belang en toont het dat de wereld achter hem staat. In het fragment uit Kinderen van Brezjnev toont Sana Valiulina dat er in wezen niets is veranderd. Ook toen werden moedige Russen gemarteld, opgesloten en vergeten in de strafkampen. Grunberg parafraseert dan weer Dostojevski: ‘Hoe een staat omgaat met vermeende en echte vijanden – doorgaans vermeende – daaraan is de beschaving van die staat af te lezen.’

    Moet 

    Mikhail Kazachkov noemt Navalny een nationale held, omdat hij voor het land zijn leven op het spel zet. Hij stelt dat Navalny het vertrouwen nodig heeft van iedereen  omdat hij iets doet waar anderen niet toe in staat zijn. Ook teksten van Karel van het Reve uit 1973 zijn in de bundel opgenomen. Daarin onderzocht hij waar de macht van een dictatoriaal regime op berustte en kondigde hij het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan. En is er een bijzondere bijdrage over het parcours van dissident Andrej Almarik, dat zeer sterke gelijkenissen vertoont met dat van Navalny. Na enkele gedichten van Osip Mandelstam, volgt een zeer aangrijpend fragment van Anatoli Martsjenko ‘Wat ik wou zeggen’, waarin hij aanhaalt dat ‘publiciteit het enige strijdmiddel is tegen het kwaad en de wetteloosheid van vandaag’.  Dit alles wordt geïllustreerd door fragmenten van twee andere dissidenten, Solzjenitsyn en Charms. Het hoofdstuk wordt afgesloten met twee verhalen van Varlam Sjalamov, waaronder ‘De dwergden’.

    Vrij

    Journalist Hubert Smeets’ analyse van Rusland is haarfijn. De hele nationaal-populistische ideologie wordt gekenmerkt door een anti-beleid en is gebaseerd op  wantrouwen en angst bij de burger. Er dreigt een nieuwe Koude Oorlog waarin het tot een confrontatie komt tussen een gesloten, nationalistisch en autoritair bestel tegenover het kosmopolitische, pluriforme politieke ideaal. Hella Rottenberg komt nog terug op de kritiek als zou Navalny een populist en xenofobe nationalist zijn. Er waren inderdaad twijfels over zijn ideeën, maar sinds 2011 kan hij daar niet meer op betrapt worden en distantiëerde hij zich openlijk van zijn vroegere ideeën. Michel Krielaars roept Amnesty International dan ook op om Navalny  te steunen. Amnesty doet dit niet omwille van zijn vroegere uitspraken. Ook Sana Valiulina roept Amnesty op om Navalny de erkenning en bescherming van ‘gewetensgevangene’ te geven. 

    In een interview met econoom Sergei Guriev legde Navalny zijn plannen voor het ‘Rusland van de toekomst’ bloot. Hij zou eerst de bezem willen halen door het rechterlijke systeem, een duidelijke hervorming van de rechtspraak en een belasting voor de oligarchen. Hij pleit voor een herverdeling van de bevoegdheden van president, parlement, regering en wil vrijheid van meningsuiting, ook in de media. Ten slotte moeten ook de corruptie en het onderwijs aangepakt worden. Lev Rubinstein heeft het in zijn bijdrage over de leugen en het liegen. Hij vergelijkt de Sovjet leugens met de leugens van vandaag. Het grote verschil is dat ze vroeger vertrouwd, afgesproken en inert waren, terwijl de huidige leugens beledigend zijn voor ieder mens persoonlijk. Het boek sluit af met enkele dagboekfragmenten van Navalny zelf van 15 maart tot 23 april, waarin hij zijn lot aanklaagt. Het weigeren van medische hulp, zijn hongerstaking en de uiteindelijke toegift. Hij spreekt een woord van dank en hoop uit voor iedereen.   

    De boom van de hoop. Navalny in de traditie van onrecht in Rusland is een belangrijk boek dat inzicht geeft in de huidige situatie van Navalny en eveneens terugblikt op het verleden en een corrupt systeem toont. Het is schrijnend hoe weinig er in de voorbije eeuw is veranderd in een land met een rijke traditie dat telkens weer zijn dissidenten het zwijgen oplegt. Het boek is een eyeopener en een schreeuw om hulp en steun voor allen die beknot worden in hun vrijheid van meningsuiting.

     

     

  • ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    De Russische mens stuntelt door het leven vol leugens, bedrog, corruptie en gemarchandeer. Hij aanvaardt uiteindelijk wat er aan ellende op zijn pad komt, want het kan altijd erger. Dat is de toon van de verhalen in het pas verschenen De wereld is niet stuk te krijgen van Maxim Osipov. Het is een bundeling van dertien verhalen (het Voorwoord, dat eigenlijk ook een verhaal is meegerekend) van de in 1963 in Rusland geboren en deels in Amerika opgeleide cardioloog en muziekkenner. Een mooi voorbeeld van die omgang van de Rus met zijn dagelijkse omstandigheden vinden we in het verhaal De zigeunerin. Daarin vertelt een arts die zijn werk best interessant vindt, maar er nauwelijks aan verdient, hoe hij zijn inkomsten aanvult door patiënten naar Amerika te brengen. Daar kunnen ze een betere behandeling krijgen en bovendien levert het hemzelf zeshonderd dollar op.

    Met de zigeunerin uit de titel vliegt hij naar Portland en vertelt in een bijna kolderiek verslag hoe die reis aanvankelijk naar het verkeerde Portland (er ligt een stad van die naam in Oregon en in Maine) voert en gepaard gaat met gehannes op luchthavens en met douanepersoneel, ongemakken in het vliegtuig en karikaturale verschillen tussen Rusland en Amerika. En als klap op de vuurpijl rijdt de arts, weer terug in Rusland, met zijn auto tegen een muur waardoor zijn zeshonderd dollar opgaat aan reparaties. En toch: wachtend tot de auto gemaakt zal zijn en op de koptelefoon luisterend naar Mendelssohn, realiseert hij zich dat hij gelukkig is.

    In bijna alle overige verhalen blijken de personages die weldadige berusting in hun lot te voelen terwijl de macht van de boven hen gestelden zich tegen hen keert en, hoewel iedereen voor de wet gelijk is, sommigen – om met Orwell’s Animal Farm te spreken – méér gelijk zijn dan anderen: ‘Om het even of het nou in Moskou, Petersburg of de provincie is, het leven is angstaanjagend. Laat ik zeggen, óók angstaanjagend. In het leven komen dingen voor waar je onmogelijk over kunt schrijven (…) Maar daarna wordt het dag, en verschijnen de vogels weer. De vogelen des hemels, de tamme en de wilde vogels, vogels van allerlei pluimage. De wereld is niet stuk te krijgen, wat er ook gebeurt. Zo zit hij in elkaar’.

    De wereld is niet stuk te krijgen zit vol zelfspot en ironie over de lotgevallen van de mens. En uiteindelijk concluderen de personages van Osipov dat ze eigenlijk gelukkig zijn.

    Kraaien

    Veel van de vertellingen, vooral de langere, hebben een absurdistische inslag en een springerige cadans: de verhaallijnen volgen zelden een lineair verloop. De lezer krijgt de gebeurtenissen voorgeschoteld vanuit de steeds afwisselende gedachtenwerelden van de personages en niet altijd in chronologische volgorde. Daardoor weet hij soms niet meteen vanuit wiens perspectief iets wordt opgemerkt. Dat perspectief kan zelfs binnen korte alinea’s ineens wisselen. Daar komt bij dat de verhalen vol speelse verwijzingen zitten naar merendeels Russische literatuur en muziek die Nederlandse lezers niet meteen herkennen. Gelukkig geven de vertalers daar verklarende noten bij.

    De perspectiefwisselingen zijn bijvoorbeeld sterk in het verhaal Een renaissanceman over een ‘boss’, een rijke zakenman van het bedrijf Trinity. We horen via een pas aangenomen assistent hoe een muziekleraar en een historicus (de een geeft hem pianoles, de ander Bijbelleer) over hun opdrachtgever denken, afgewisseld met de gedachten van die assistent en de baas zelf. De boss zelf doet maar wat; hij kan nauwelijks piano spelen en steekt van de Bijbel weinig geschiedenisbesef op. Hij houdt zich liever bezig met kraaien uit de lucht schieten en achter de vrouwen aan zitten. Het levert prachtige passages op, bijvoorbeeld over de verwikkelingen nadat hij één van die liefdes, Lora, La voix humaine van Poulenc (gebaseerd op het beroemde stuk van Cocteau) heeft horen zingen. De gedachtenwisselingen tussen Lora en hem verlopen deels in de vorm van citaten uit de tekst van Cocteau/Poulenc. Dat doet meteen denken aan hoe Osipov in een interview in de Los Angeles Review of Books ooit over zijn verhalen zei: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven – niet het onderwerp’.

    Dood en moord

    Die verwantschap met muziek valt ook op in de tempi van sommige verhalen. Zo wisselen in Steen, papier, schaar langzame delen en snelle passages elkaar af. In dit verhaal dat zich afspeelt op Internationale Vrouwendag (een soort Moederdag in Rusland),  lopen diverse verhaallijnen door elkaar. Ze wervelen echter allemaal op één of andere manier rond de omgang tussen mannen en vrouwen. Centraal staat de gescheiden Ksenia. Ze bezit een huis annex restaurant en heeft als buurman een leraar Russische taal- en letterkunde, die Ksenia’s dochter Vera les heeft gegeven. Vera is enkele jaren daarvoor overleden en dat belast zowel de moeder als de leraar met een schuldgevoel. Verder is er Roxana, een vrouw uit Tadzjikistan, die bij Ksenia in dienst is en op zeker moment de burgemeester heeft vermoord toen die haar wilde verkrachten. Ksenia en Roxana groeien naar elkaar toe. Het verhaal voert de lezer langs de Russische rechtspraak (‘De rechtbank is meer voor plezier dan voor zaken’) en tekent een bijzonder intelligente Roxana. Als ze dreigt te worden uitgezet naar haar geboorteland neemt Ksenia het voor haar op. Steen, papier, schaar is (naast De mijnstad Eeuwigheid) het verhaal dat de meeste toespelingen op de Russische literatuur bevat. Niet alleen omdat de buurman het vak doceert, maar ook omdat Roxana veel gelezen blijkt te hebben. Het leidt tot komische taferelen, bijvoorbeeld als Ksenia tijdens een bezoek aan Roxana in de gevangenis voor haar op de knieën valt en van haar als reactie krijgt: ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski, sta nou op. Kom overeind, heeft u gedronken of zo?’

    Oidipus

    De mijnstad Eeuwigheid is net als Steen, papier, schaar, een raamvertelling. Hoofdpersonage Alexander Ilvjev is dramaturg. Hij heeft van zijn arts te horen gekregen dat hij nog maar kort te leven heeft. Die arts hoort niets meer van zijn patiënt die wel van de aardbodem verdwenen lijkt, maar hij ontdekt wel een schrift dat deze Alexander waarschijnlijk bewust heeft laten liggen. Daarin heeft hij zijn wederwaardigheden in het stadje Eeuwigheid beschreven. Mocht de lezer zich afvragen of het een verzonnen naam is: ‘plaatsen met de naam Eeuwigheid kun je op de kaart vinden. En niet alleen Eeuwigheid, ook Geluk, Trouw, Moed’.
    Alexander – troetelnaam Sasja – is in het mijnstadje een theater gestart dat allerlei klassieken als Hamlet en Oidipus speelt in de hoop dat de communistische inspecteurs het gezelschap daarvoor niet zullen bestraffen. Er komt een eind aan als het stadje wordt opgeheven. De officiële verklaring is dat de mijnen te weinig opbrengen. Pas veel later hoort Alexander de echte reden. Eeuwigheid wordt gebruikt voor rakettesten. De politiek heeft zich opnieuw weinig aan burgers gelegen laten liggen. ‘Maar de oorlog is toch voorbij’, denkt Alexander. ‘Voor sommigen wel’, hoort hij anderen verzuchten.

    Hulde tenslotte aan de vertalers. Je zou als lezer die geen Russisch kent misschien graag willen weten wat er in het origineel staat bij teksten als ‘lul-de-behanger’, ‘van de pot gerukt’, ‘vooruit met de geit’ en ‘genoeg geouwehoerd’ of in het geval van taalgrapjes als ‘Sasja was sowieso in zijn sas, ja’. Maar het taalgebruik is zo soepel en passend in de context dat je geen moment het gevoel krijgt dat de vertalers van De wereld is niet stuk te krijgen niet trouw zouden zijn gebleven aan Maxim Osipov.

     

     

  • Oogst week 8 – 2021

    De leeuw van Alpi

    In maart 1785 werd in Gent middels een strooibiljet bekend gemaakt  ‘dat d’Heer Alpy in dese Stad is gekomen; hij komt van Lapland, en heeft met sig dry REENDIEREN, te weten: Het Manneken, het Wyfken en een Jong (…) Hy ho(o)pt dan van aen de Heeren der Natuer-kundige het vernoegen aen te doen van hun levendig te laeten sien, aengesien het meeste deel die maer door afbeeldsel, en door hooren seggen gezien en hebben. Hy versoekt de Heeren Liefhebbers van hunne natuerlyke Historie mede te brengen om het afbeeldende tegen het levende te vergelyken’.

    Giovanni Antonio Alpi moet rond 1755 geboren zijn, waarschijnlijk in Parma. Hij reisde kermissen af met wilde dieren en verkocht ze ook. In De leeuw van Alpi beschrijft Arie van den Berg het leven van de man, die onder andere beesten leverde aan de keizer van Oostenrijk en Lodewijk Napoleon.

    De leeuw van Alpi
    Auteur: Arie van den Berg
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De wereld is niet stuk te krijgen

    Maxim Osipov (1963) is een Russische cardioloog en schrijver, vooral van korte verhalen. Daarover zei hij twee jaar geleden in een interview met de Los Angeles Review of Books: ‘Ik denk dat korte verhalen, zelfs lange korte verhalen (waaraan ik persoonlijke de voorkeur geef), dichter bij poëzie kunnen staan dan bij romans. In korte fictie staat voor mij niet het onderwerp centraal, maar stijl en vorm; die zijn veel belangrijker dan de inhoud. Diepgaande kennis van je materiaal – in mijn geval van geneeskunde en in mindere mate van godsdienst, muziek, theater, politiek en zelfs schaken – is, hoezeer het ook kan helpen, niet essentieel. Ik schrijf het liefst over onderwerpen waarmee ik vertrouwd ben’.

    Osipov (zijn vrouw is pianiste) vergelijkt het lezen van korte verhalen met luisteren naar een sonate van maximaal 40 minuten: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven- niet het onderwerp’. De wereld is niet stuk te krijgen is Osipovs eerste verhalenbundel die in het Nederlands verschijnt. Het zijn stukken vol compassie en ironie.

    De wereld is niet stuk te krijgen
    Auteur: Maxim Osipov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Gedachten over onze tijd

    ‘Rond de Saksische boerderij waar ik eens met mijn vader woonde worden de oude, glooiende essen langzaam maar zeker door landbouwmachines afgevlakt en verdwijnen de houtwallen in hoog tempo. Het betoverende coulissenlandschap maakt plaats voor graswoestijnen ten dienste van de intensieve landbouw, het bodemleven is zo goed als dood. Meststoffen en glyfosaat vervuilen het grondwater en driekwart van de insecten is verdwenen.

    Wie in Twente weidevogels wil horen kan ze het best beluisteren op waarneming.nl, want in het vrije veld zijn ze zowat uitgestorven’. Een typische Tommy Wieringaformulering die hij vorig jaar schreef in zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad. Wieringa is bezorgd over onze omgang met cultuur, natuur, democratie en vrijheid. Gedachten over onze tijd geeft een indruk van het brede veld van cultuur, natuur, (misbruik van) vrijheid en democratie waarover de zorgen van Tommy Wieringa zich uitstrekken.

    Gedachten over onze tijd
    Auteur: Tommy Wieringa
    Uitgeverij: De Bezige Bij