• In levenden lijve

    In levenden lijve

    Zelfs wie tijdens de middelbare schoolopleiding geen klassieke talen heeft gehad, kent de meeste van de traditioneel genoemde eerste twaalf Romeinse keizers wel. Bijvoorbeeld uit de geschiedenis (Augustus), de literatuur (Julius Caesar en Caligula) of een tentoonstelling (Domitianus, zoals momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden). Enkelen zijn bij het grote publiek minder bekend, met name die uit de tijd van de burgeroorlog (Galba, Otho, Vitellius), maar, schrijft de bekende classicus, historicus en docent Mary Beard in het voorwoord van haar boek Twaalf keizers: ‘Hun invloed reikt veel verder’ dan hun naamsbekendheid.

    Wat zij zich in dit lijvige en rijk geïllustreerde boek afvraagt, is hoe die beeldvorming is ontstaan. Ze is daarbij ook geïnteresseerd in hoe wij ernaar kijken. Een originele invalshoek, die de basis vond in een serie lezingen die zij in 2011 in Washington gaf. De rode draad in de beeldvorming wordt telkens gevormd door ‘ontdekkingen, foutieve identificatie, hoop, teleurstellingen, controverses, interpretaties en herinterpretaties’ als het gaat om afbeeldingen van de keizers in allerlei kunstuitingen vanaf de renaissance tot nu toe.

    Keizer x of y?

    Het is Beards bedoeling om de keizers ‘hun rol in het verhaal terug te geven’, zoals ze wat onscherp formuleert. Dat wil zeggen: duidelijk maken waarvoor al die afbeeldingen op munten en beeltenissen eigenlijk dienden. Enige scepsis is haar daarbij niet vreemd: is dit nu wérkelijk keizer x of y? Enige zelfgenoegzaamheid ook niet: schrijvers x, y en z zaten er hélemaal naast, maar eureka, ik heb het gevonden! Dan bleek er sprake te zijn geweest van onder meer verdraaiingen, toe-eigening van het klassieke verleden of perspectiefwisselingen. Bovendien werden de keizers zonder een attribuut afgebeeld en werden eventuele gebreken weggepoetst, wat toeschrijven er natuurlijk ook niet makkelijker op maakt.
    Uitzonderingen vormden karakteristieken als een geplooide hals en een prominente adamsappel bij Julius Caesar, en beschrijvingen van tijdgenoten als bron. Wat overigens ook weer lang niet altijd alles zegt, want veel keizerbeelden werden na identificatie alsnog ontmaskerd. Of liever misschien: pasten niet meer in de onderhavige tijd.

    Politiek en continuïteit

    Het was misschien niet eens de bedoeling ze als individu te beschouwen, omdat ze geacht werden een politieke identiteit en continuïteit weer te geven. Zoals Beard het beschrijft, doet het een beetje denken aan het televisieprogramma In levenden lijve, waarin Derek de Lint probeert te achterhalen hoe een historisch persoon er nu werkelijk uitgezien zou kunnen hebben. Al gaat het daar misschien niet primair om, ook in de Romeinse tijd niet. Volgens Petrarca bijvoorbeeld moeten de keizerlijke koppen worden gezien als de belichaming van een morele les. Welke, blijft in duister gehuld, al heeft Beard het elders over de klassieke deugden en Caesars ‘genade’ (clementia).

    Illustraties bij de geschiedenis

    Waren al die keizerskoppen niet eerder gewoon illustraties bij de geschiedenis van het Romeinse Rijk of een levensbeschrijving van een bepaalde keizer? Niet meer en niet minder. Ook Beard zwalkt daar een beetje. Dit heeft misschien te maken met het feit dat haar boek niet zo strak is opgebouwd, wat na tien jaar werken daaraan ook een beetje valt te begrijpen.

    In ieder geval valt het verschijnen ervan min of meer samen met de grote tentoonstelling over keizer Domitianus in Leiden, ‘Een vergeten keizer’ genaamd. Dat kan wel kloppen want ook bij Beard vind je opvallend weinig over deze laatste van de twaalf keizers. Morele vragen roept dit boek ook op, gezien de levens en handelingen van de keizers, maar de antwoorden zullen we zelf op het spoor moeten zien te komen. Daarvoor is Beards stellingname te neutraal en te veel beperkt tot museale objecten. Maar een mooi boek blijft het, voor iedereen die in de klassieken is geïnteresseerd.

     

  • Oogst week 50 – 2021

    Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu

    De Britse classica en hoogleraar Mary Beard schrijft over de oudheid, geldt als de bekendste classicus ter wereld en heeft al vele boeken gepubliceerd. Ze treedt regelmatig op in de media en maakt daarmee de oudheid bekend bij een breed publiek. Nu is er haar boek Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu. Het is een verrassend verhaal over tweeduizend jaar kunst- en cultuurgeschiedenis dat laat zien hoe macht eruitziet, wie er in de kunst worden herdacht en waarom.

    Volgens Beard hebben Romeinse heersers als de meedogenloze Julius Ceasar en de driftige Domitianus tweeduizend jaar model gestaan voor de beeldvorming van de machtigen en de rijken.

    In hoofdstuk 2 vertelt Beard dat in 2007 een ploeg Franse archeologen uit de Rhônebedding een marmeren buste opdregde waarvan ze aannamen dat het Caesar was. ‘Sindsdien is de kop onderwerp geweest van tientallen krantenartikelen en minstens twee tv-documentaires,’ schrijft Beard. ‘Over het belang van de vondst en over de vraag of het beeld inderdaad is wat wordt beweerd zijn archeologen en historici het nog steeds niet eens. De sceptici wijzen erop dat de kop uit de Rhône er toch echt heel anders uitziet dan de Caesar op de munten uit zijn tijd […] De voorstanders van de theorie leggen juist de nadruk op bepaalde overeenkomsten tussen de kop en kenmerkende trekken op de muntportretten…’.

    Twaalf keizers - De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Atheneum

    De lunchroom

    In De lunchroom van Hans Muiderman probeert een man aan een tafeltje in een lunchroom een memorie te schrijven over zijn grootvader. Nadat hij jeugdherinneringen heeft laten passeren dwaalt hij in gedachten rond in zijn grootvaders lege huis en constateert dat de herinneringen onvolledig en vervormd zijn. Wat hij niet meer weet verzint hij erbij.

    Hans Muiderman is sinds 2010 full time schrijver. Begonnen als docent film aan de Theaterschool in Utrecht met lessen scenarioschrijven en filmanalyse schreef en redigeerde hij publicaties over media, kunst en cultuuronderwijs. Eerder publiceerde hij gedichten, schreef liedteksten, regisseerde cabaret en stond zelf op het podium. Hij is medeoprichter van Elders Literair, een platform voor literatuur, beeldende kunst, fotografie, film en architectuur. En hij is columnist bij Literair Nederland.

    Muiderman schrijft romans, korte verhalen en reisverhalen waarin herinneringen het steeds terugkerende thema vormen. Zijn hoofdpersonen hebben vaak een leegte in zich die zij proberen op te vullen met herinneringen, niet zelden aangevuld met fantasie. Want volgens Muiderman zijn herinneringen vals en vervormd en altijd een constructie van de verbeelding.

    De lunchroom
    Auteur: Hans Muiderman
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Verzamelde verhalen

    De Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) was een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Ze studeerde filosofie, debuteerde met gedichten en schreef ook verhalen. Van de romantrilogie Doodsoorzaken voltooide ze alleen het eerste deel, Malina. Voor ze de andere delen kon afmaken overleed ze ten gevolge van een brand in haar appartement. Er zijn alleen fragmenten van deel III gepubliceerd.

    Uitgeverij Koppernik brengt de Verzamelde verhalen uit, met daarin dag- en weekbladpublicaties en ongepubliceerde verhalen die voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald. Het boek bevat eveneens Bachmanns eerste verhalenbundel Het dertigste jaar waarin de nadruk op het intellect ligt. Ook de bundel Simultaan is opgenomen, waarin een aantal personages uit de romancyclus Doodsoorzaken voorkomt. In deze verhalen is er een grotere rol weggelegd voor liefde en gevoel.

    In Bachmanns werk gaat het vaak over destructieve krachten, en vrouwen komen er bij haar doorgaans slecht af. Niet zelden gaan ze ten onder in fysiek of emotioneel geweld. Bachmanns literatuur is droefgeestig. De dood ziet zij als ‘het enige toevluchtsoord voor de ontzettende krenking die het leven is.’ Deze scherpzinnige schrijfster paart diepe psychologische inzichten aan onverschrokken taalgebruik dat haar een eigenzinnige stem geeft.

    Verzamelde verhalen
    Auteur: Ingeborg Bachmann
    Uitgeverij: Koppernik
  • Alleen of samen, in- of exclusief?

    Alleen of samen, in- of exclusief?

    Mary Beard is bekend als een van de presentatoren van de BBC-serie Civilisations. Presentator – omdat we het vak van iemand niet meer categoriseren: presentator (m) en presentatrice (v). Daar zijn we inmiddels wel achter. Hoewel Beard zeker zal erkennen dat vrouwen in het Westen – waartoe zij zich beperkt – ‘een hoop hebben te vieren’, draait het in haar manifest primair om ‘eeuwigdurende misogynie’[vrouwenhaat]. Twee lezingen, in 2014 en 2017 uitgesproken in de London Review of Books-serie, vormen de basis voor de twee hoofdstukken van haar manifest Vrouwen & Macht.  Op beide wordt hieronder achtereenvolgens ingegaan.

    De openbare stem van vrouwen
    Het begint volgens de classicus Beard allemaal met Penelope uit Homerus’ Odyssee. Zij werd geacht haar mond te houden. Niet alleen haar man, maar ook haar zoon zeggen dat ze terug moet naar het weefgetouw en het spinnenwiel. Beard vermeldt wel dat Penelope, dit gehoord hebbende, afdruipt, maar niet wat Homerus voorts schrijft: ‘Want zij kon niet ontkennen, dat haar zoon verstandig en wijs had gesproken’. Dat had een ander spoor opgeleverd (de wijze man en de domme vrouw) en die weg volgt zij niet. Wat ze wel doet, is het leggen van ‘de relatie tussen dit klassieke homerische moment waarop de vrouw de mond wordt gesnoerd en sommige manieren waarop in onze eigen hedendaagse cultuur en in onze eigen politiek, van het parlement tot op de werkvloer, vrouwenstemmen in het openbaar niet worden gehoord’. Ze wil begrijpen waarom niet én wat je eraan kunt doen.

    Ze vervolgt haar weg door de klassieke oudheid en stuit op de Meamorphosen van Ovidius, waarin mensen van gedaante veranderen. Een thema dat herhaaldelijk terugkomt: ‘het thema van vrouwen die tijdens hun transformatie de mond wordt gesnoerd’. Vrouwen mogen alleen hun mond opendoen ‘als slachtoffer en martelares, meestal om hun eigen dood in te luiden’ of ‘om op te staan en het woord te nemen: om hun huis, hun kinderen, hun echtgenoot of de belangen van andere vrouwen te verdedigen’ of, zoals Hortensia, omdat ‘ze expliciet optreedt als woordvoerder voor de vrouwen (en alléén de vrouwen) van Rome’.

    Veel van deze klassieke thema’s steken nu nog steeds de kop op. ‘Vrouwen die een openbare stem opeisen worden als androgyne monsters behandeld’, vrouwen mogen ‘hetzij de belangen van hun eigen groep verdedigen, hetzij te koop lopen met hun slachtofferschap’.
    Ook voor de remedie wendt Beard zich tot de Grieken en de Romeinen: ze hadden zelfkritiek en wilde grotere, dieperliggende vragen stellen. ‘We hebben’, concludeert ze, ‘wat ouderwetse bewustmaking nodig van wat we bedoelen met “de stem van het gezag” en hoe we die geconstrueerd hebben’.

    Vrouwen aan de macht
    De tweede, tot een iets korter essay omgewerkte lezing heeft als thema ‘Vrouwen aan de macht’. Ze begint haar essay met het in 1915 gepubliceerde boek Herland van Charlotte Perkins Gilman, ‘een fantasyverhaal over een land bevolkt door vrouwen, maar dan ook echt alleen maar vrouwen’. De vrede wordt er verstoord, wanneer drie Amerikaanse mannen het eiland ontdekken. Van hieruit maakt Beard weer de sprong naar het hier-en-nu. Haar uitgangspunt is dan, ‘dat ons mentale, culturele prototype van een machtig persoon hardnekkig mannelijk blijft’. Als voorbeeld noemt ze de broekpakken van Angela Merkel en Hillary Clinton.

    Om dit te lijf te gaan, wendt Beard zich wederom tot de klassieken: ‘De Atheense toneelkunst in het bijzonder, en de Griekse verbeelding in het algemeen, hebben ónze verbeelding een reeks onvergetelijke vrouwen geschonken’. En dat waren bepaald geen rolmodellen. Toch is dit niet voldoende en de zinsnede ‘Waar ik natuurlijk wél nog iets over moet zeggen, is wat we eraan kunnen doen’ komt, na al deze negatieve beeldvorming, als geroepen. Beard komt met zelfkritiek en ironie als wapen, met het herdefiniëren van het woord ‘macht’, het veranderen van structuren en het ontwrichten van oerverhalen over vrouwen. Het zijn allemaal geen (ver)nieuwe(nde) ideeën, die ze te berde brengt, maar wel ideeën die gemeengoed zouden moeten zijn in een maatschappij waarin misogynie nog steeds aan de orde van de dag is. Alleen daarom al wordt haar boekje ter lezing aanbevolen.

    Bewustwording of meer?
    In het maken van haar punt, schiet Beard echter wel vaak door en vertelt ze niet het hele verhaal, zoals al uit het voorbeeld uit Homerus blijkt. Je kunt ook niet exclusief zeggen, ‘dat de meeste vrouwelijke hoogtepunten, van de toespraak van Emmeline Pankhurst tot die van Hillary Clinton in de vergadering van de Verenigde Naties in Peking, over het lot van vrouwen gaan’ en met droge ogen een ander hoogtepunt, de lezing die Eleanor Roosevelt gaf voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (1946), veronachtzamen. Roosevelt stond haar hele leven pal voor niet alleen vrouwen, maar ook voor Afro-Amerikanen en arbeiders, om maar twee dwarsstraten te noemen – voor wat zij ‘de Mensheid’ noemde.

    Deze manier van inclusief denken en het recht opeisen voor iedereen die op wat voor manier dan ook wordt gediscrimineerd, zou een van de mogelijke oplossingen voor misogynie kunnen zijn, maar Beard komt er niet mee. Ze komt als gezegd met de zelfkritiek binnen de antieke wereld en traditie, maar bij de paar keer dat ze het heeft over het feit dat Lavinia in Shakespeares Titus Andronicus de tong is afgesneden en haar handen zijn afgehakt, opdat ze haar verkrachter niet kan noemen of aanwijzen, ontbreekt de reactie van Levinia’s vader, Titus: ‘Geen handen om je tranen weg te wissen, / geen tong om mij te zeggen wie je schond (…). Zie, Marcus [volkstribuun, EvS], ah, zoon Lucius, kijk haar aan! (…) Lavinialief, laat me je lippen kussen, / of doe me een teken hoe ‘k je smart kan mildren (…). Of hakken we onze handen af? Of bijten / wij onze tong af, slijten wij de rest / van ons gehaat bestaan in stom gebaar?’ (vertaling Willy Courteaux).

    Wat uiteraard níet wil zeggen, dat de voorbeelden die Beard noemt er niet toe zouden doen of moeten worden gebagatelliseerd. Een uitwerking op de onderdelen die Beard noemt, kan dan ook worden gevonden in andere literatuur. Wat betreft Homerus bijvoorbeeld in dat van haar collega-classicus Helen Morales, aan wie ze haar manifest opdroeg, en wat het taalaspect bijvoorbeeld aangaat in Opgefokte taal van Judith Butler, die onlangs nog was te zien in een televisieserie van de EO: Sign of Times: gaan vrouwen de wereld redden? Als een nieuw Herland? Maar gelukkig staat er een vraagteken achter – want wat te denken van: Gaan mannen en vrouwen sámen de wereld redden, en hoe dan?

     

    Gelijktijdig met Vrouwen & Macht verscheen van Beard Hoe we kijken met gelovige ogen. Hierin kijkt de auteur naar een vrouwelijk perspectief in kunst en de wijze waarop kunst tot religie wordt.

  • Oogst week 35 – 2018

    Zeemansgraf voor een kort verhaal

    We beginnen dit nieuwe boekenseizoen met een debuut met een intrigerende titel, Zeemansgraf voor een kort verhaal geschreven door Dorothée Albers (1966). Albers studeerde Franse Taal- en Letterkunde en Communicatiewetenschap en is o.a schrijfcoach.

    ‘Zeemansgraf voor een kort verhaal vertelt het verhaal van drie generaties musici. Saxofonist Jurre wordt als pasgeboren baby weggehaald bij zijn moeder Jet, een concertpianiste, waardoor ze elkaar nooit ontmoeten. En wanneer Jurre ontdekt dat hij geadopteerd is, houdt hij dit voor zichzelf. Ook zijn dochter Fine komt dat niet te weten.

    Hoewel deze drie generaties gescheiden zijn door het leven, zijn zij verbonden door hun muzikale talent, waarvoor zij alles overhebben, maar die ook een zware last op hun leven legt.’

    Zeemansgraf voor een kort verhaal
    Auteur: Dorothée Albers
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    In aanwezigheid van Schopenhauer

    Michel Houellebecq is al jaren zeer gefascineerd door de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 – 1860).
    In In aanwezigheid van Schopenhauer geeft hij aan waarom.

    … ‘Dat is meer in het algemeen het doel van dit boek: aan de hand van een aantal van mijn favoriete passages wil ik laten zien waarom Schopenhauers intellectuele houding in mijn ogen een voorbeeld blijft voor elke filosoof in spe; en ook waarom je, zelfs als je het aan het eind van de rit met hem oneens blijkt, niet anders dan grote dankbaarheid jegens hem kunt voelen. Waarom, om nogmaals met Nietzsche te spreken, “het feit dat zo iemand heeft geschreven, werkelijk het plezier om op deze aarde te leven heeft vergroot”.’

    Martin de Haan is de vaste vertaler van de boeken van Houellebecq. Van hem verscheen in 2015 Aan de rand van de wereld. Michel Houellebecq. Portret in dertig korte stukken. Hij schreef een uitgebreid voorwoord in In aanwezigheid van Schopenhauer.

    In aanwezigheid van Schopenhauer
    Auteur: Michel Houellebecq
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hoe wij kijken

    De BBC-reeks Civilisations is een remake van de bekende serie Civilisation uit 1969. Het oorspronkelijke Civilisation kwam voort uit de visie van kunstkenner en presentator Kenneth Clark. Clark besteedde vooral aandacht aan de tijd vanaf de Middeleeuwen.

    De nieuwe serie biedt een blik op kunst en cultuur in zes continenten, van oertijd tot nu. De verschillende afleveringen worden gepresenteerd door Simon Schama, Mary Beard en David Olusoga. Aan de hand van kunstenaars en objecten uit verschillende culturen staan zijn stil bij het ontstaan en de ontwikkeling van de menselijke creativiteit, en hoe beschavingen elkaar daarbij beïnvloedden.

    In het verlengde van die serie zijn afgelopen juli en augustus bij uitgeverij Athenaeum de boeken Met gelovige ogen van Mary Beard en Verering van de vooruitgang van David Olusoga verschenen.

    Beard is een Britse classica, o.a. hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge en auteur over de Oudheid in The Times Literary Supplement. Zij weet die periode voor een breed publiek toegankelijk te maken. In Hoe wij kijken onderzoekt zij ‘hoe de menselijke gestalte werd vormgegeven in een aantal van de vroegste kunstuitingen ter wereld – van de gigantische stenen hoofden van de Olmec in Midden-Amerika tot het terracottaleger van de eerste keizer van China. Ze legt uit hoe een uit de oudheid afkomstige weergave van het menselijk lichaam de manier waarop mensen in het Westen hun eigen cultuur en die van anderen zien beïnvloedt, en soms vervormt. In het tweede deel
    van het boek staat deze vraag centraal: wat is de functie van de beeldende
    kunst in de religie? Met andere woorden: hoe kijken we naar
    mensen en naar goden?’

    Hoe wij kijken
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Athenaeum

    Eerste ontmoetingen

    David Olusoga is dus een van de andere presentatoren van de hierboven genoemde serie Civilisations.

    ‘De van oorsprong Nigeriaanse historicus David Olusoga reist de wereld rond om de geschiedenissen die volken met elkaar verbinden aan elkaar te knopen. We lezen wat er met de kunst gebeurde tijdens het tijdperk van de ontdekkingsreizen, toen beschavingen elkaar voor het eerst ontmoetten. Natuurlijk was dat een periode van veroveringen en vernietiging, maar het was ook een tijd van wederzijdse nieuwsgierigheid, wereldhandel en de uitruil van ideeën.
    Met de industriële revolutie in de negentiende eeuw veranderde de kijk van de kunstenaar op de wereld: de nieuwe fabrieken, de urbanisatie en de onderwerping door Europa van andere volken lieten hun sporen na in de kunst.’

    Eerste ontmoetingen
    Auteur: David Olusoga
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 27- 2018

     

     

    Tyfoon

    ‘Mensen op drift’. Zo omschreef Reinier van Houwelingen de hoofdpersonages in de verhalenbundel van Rob Verschuren, Stromen die de zee niet vinden

    Dat zou ook wel eens kunnen gelden voor de hoofdpersonen in zijn nieuwe boek Tyfoon waarin drie kinderen afspreken altijd bij elkaar te zullen blijven. Dat loopt natuurlijk anders. Een burgeroorlog voorkomt dat, en alle drie maken ze een andere keuze. Maar de verbinding blijft.

    Tyfoon speelt zich af in een fictief land, dat veel overeenkomsten vertoont met Vietnam. Het is verhaal over een bijzondere driehoeksverhouding, maar tegelijkertijd een kroniek van een veranderende samenleving, waarin traditionele waarden goedschiks of kwaadschiks plaats moeten maken voor nieuwe.

    Rob Verschuren woont en werkt in Vietnam. Op de website Trefpunt Azië waar hij aan bijdraagt wordt hij als volgt geïntroduceerd: ‘In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.’

    Tyfoon
    Auteur: Rob Verschuren
    Uitgeverij: Uitgeverij In de Knipscheer

    Vrouwen en macht

    Mary Beard ontdekte al vroeg dat de kansen in het leven voor mannen en vrouwen niet gelijk zijn. Ze ging niet naar de universiteit van haar keuze omdat de mogelijkheden voor vrouwen daar beperkt waren.

    Inmiddels is zij een van de bekendste classici in het Verenigd Koninkrijk. In haar boek Vrouwen en macht toont ze ‘hoe in de geschiedenis machtige vrouwen behandeld zijn.
    Haar voorbeelden komen uit de klassieke oudheid en het hier en nu, en ze leggen de culturele pijlers onder een eeuwigdurende misogynie bloot.’

     

    Vrouwen en macht
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Athenaeum

    Briljante man

    Michael Tedja is een Nederlandse kunstenaar. Hij schildert, tekent, maakt installaties en is schrijver. Zijn nieuwe boek, Briljante man schreef hij parallel aan de productie van de tekeningen voor zijn tentoonstelling Hypersubjective, een solovoorstelling in het Centraal Museum in Utrecht.

    Op de website van het Museum staat dat Hypersubjective ‘wordt gevormd door een overweldigende installatie, bestaande uit honderdvierendertig grote tekeningen. In deze installatie onderzoekt Tedja de mogelijkheden van zijn beeldtaal op papier. De reeksen tekeningen laten zich vergelijken met hoofdstukken uit een boek.’

    Briljante man laat met eenzelfde energie en scheppingsdrang als in de tekeningen thema’s opborrelen. Een greep: racisme, kunst, kunstenaarschap, schrijverschap, maatschappelijke chaos. Dit alles in een experimentele, hoogst oorspronkelijke en associatieve stijl. In de tentoonstelling is het originele handgeschreven manuscript te zien.’

    Briljante man
    Auteur: Michael Tedja
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer
  • Hoe overleef ik mijn slaven?

    Hoe overleef ik mijn slaven?

    Om elke irritatie die zou kunnen ontstaan bij het lezen van de titel weg te nemen, is het belangrijk om twee zaken te vermelden. Allereerst slavernij bestaat nog steeds! Auteur Jerry Toner: ‘Maar voor we onszelf op de borst kloppen over onze vooruitgang, is het goed te bedenken dat slavernij, ondanks de illegaliteit ervan in alle landen ter wereld, toch op brede schaal blijft bestaan. Dat is tragisch. De NGO Free the Slaves schat dat 27 miljoen mensen onder bedreiging van geweld gedwongen worden te werken. Ze worden niet betaald en hoop op ontsnapping hebben ze niet. Er leven vandaag de dag in onze wereld meer slaven dan er in het Romeinse Rijk op enig moment zijn geweest. 

    Ten tweede hebben we hier natuurlijk niet echt te maken met een handleiding ‘Hoe houd ik zo efficiënt en succesvol mogelijk slaven?‘. Maar daar lijkt het wel op. De beroemde historica Mary Beard, die het voorwoord schreef, merkt op dat als dit boek tweeduizend jaar geleden was verschenen, het in de top tien van managementboeken zou hebben gestaan. Volgens haar is Marcus Sidonius Falx zeer betrouwbaar waar het gaat om een voor Romeinen belangrijk onderdeel van hun traditie: het managen van slaven.

    Wat dit boek ons, een ‘niet-Romeins publiek’, ‘lezers uit een barbaars volk’ (aldus Falx) laat zien, is dat het hebben van slaven bij de Romeinen (en Grieken) misschien wel een van de meest normale zaken was die men zich kon voorstellen. Was Marcus Sidonius Falx niet een verzinsel geweest, dan zouden we hier te maken hebben met een onvervalst, zeer waardevol document van de hand van een rijke grootgrondbezitter die dagelijks omging met slaven van allerlei soort.

    Marcus Sidonius Falx mag dan niet bestaan hebben, grootgrondbezitters zoals hij hebben wel degelijk bestaan en de ideeën die hij in dit boek verkondigt, werden door iedereen in de Romeinse (en Griekse) oudheid gedragen.

    De schrijver Jerry Toner heeft een goed en prettig leesbaar, populair-wetenschappelijk boek geschreven; hoewel hij alle mogelijke authentieke documenten en wetenschappelijke studies bij dit werk gebruikt heeft, is het boek verre van saai. Dat komt omdat hij zelf de rol van commentator op zich genomen heeft en Marcus Sidonius Falx het woord laat doen. Deze Marcus, van adellijke afkomst, lid van een oud senatorengeslacht, diende vijf jaar lang eervol in het zesde legioen, waarna hij terugkeerde naar Rome om zijn zaken te behartigen en zijn uitgestrekte landerijen in Campanië en de provincie Africa te beheren. Zijn familie bezit al talloze generaties heel veel slaven; hij is dus de aangewezen persoon om iets te vertellen over het fenomeen (slaven) dat zo essentieel was ‘dat het bij niemand ook maar opkwam dat het misschien ook niet kon bestaan. Slaven bezitten was de normaalste zaak van de wereld. Jammer genoeg weten we niet wat de slaven zelf dachten: hun mening deed er niet toe. Over wat hun meesters over hen dachten, weten we echter veel.‘ Marcus/Jerry kent zijn ‘klassieken’: wat Marcus in zijn handboek schrijft, heeft hij gehaald uit teksten van beroemde tijdgenoten van hem, zoals Cicero, Petronius, Plinius de Oudere, Plinius de Jongere, Seneca.

    Marcus’ handboek is opgebouwd uit niet al te lange hoofdstukken, in totaal elf. In elk hoofdstuk spreekt hij over een aspect waar de ‘heer en meester’ rekening mee moet houden bij het managen van slaven. Nadat Marcus meestal op vermakelijke en ook leerzame wijze zijn verhaal heeft gedaan, geeft Toner een kort, beargumenteerd commentaar hierop. Tevens vermeldt hij meteen vrij gedetailleerd de authentieke bronnen waaruit Marcus zijn wijsheid haalt. Ook zonder deze vermelding zou een oud-gymnasiast kunnen merken dat Marcus put uit dezelfde brieven, beschrijvingen, verhalen en anekdotes als die hij zelf ooit heeft moeten bestuderen.

    Het eerste hoofdstuk is gewijd aan het kopen van slaven. Van belang was de functie die de slaaf moest gaan vervullen. Een veldslaaf had andere kwaliteiten nodig dan een huisslaaf. Slaven die met hun meester onder één dak woonden en persoonlijke diensten moesten verrichten, werden met grote zorg gekozen. Verder moest de koper goed opletten bij welke slavenhandelaar hij zijn slaven kocht en ‘de verkoper vragen dat de slaaf zich ontkleedt. Die verkopers zijn een hoogst onbetrouwbaar mensensoort. Ze proberen vaak met kleren gebreken letterlijk toe te dekken. Een lange tuniek moet dan bijvoorbeeld   X-benen verbergen, en kleren met stralende kleuren leiden de aandacht af van zwakke, schriele armpjes.‘ Van bijzonder belang was de keuze van een goede voedster, want, zo betoogt Marcus, deze vrouw zal vaak de eerste zijn die door jouw kind mama genoemd zal worden. ‘Als babysit voor mijn kinderen gebruik ik graag slavenkinderen die ik zelf met mijn eigen slavenvrouwen heb. De slaven die het dichtste bij jou als meester staan, zijn zij die in je jeugd voor jou hebben gezorgd.

    In het hoofdstuk over de manier waarop de eigenaar het beste uit zijn slaven kon halen, staat een lange ‘checklist van de plichten van je beheerder, zodat je kunt nagaan of hij doet wat jij wil dat hij doet.

    In het hoofdstuk ‘Slaven en seks’ staat de aanbeveling slaven toe te staan een gezin te stichten, omdat dat naast stabiliteit, ook andere voordelen biedt. Het houdt de slaven tevreden en ze zullen harder werken om hun vrijheid te verdienen. Ouders van slavenkinderen zullen minder snel geneigd zijn om weg te lopen.

    In het hoofdstuk ‘Wat is een goede slaaf?’ gaan commentator en Marcus meer op de filosofische toer. Het is een inwijding in de denkbeelden van het stoïcisme aan de hand van een aantal teksten van de Romeinse filosoof Seneca (opvoeder van de latere keizer Nero). Volgens deze leer is het gegeven dat een slaaf een slaaf is niet relevant. Wat telt is of iemands ziel ‘vrij’ is. Het gaat dus om het innerlijk en niet om de status. ‘Vrijwillig’ slaaf zijn van bijvoorbeeld seks of eten of bezit, dát maakt iemand pas werkelijk tot een slaaf.

    Ook is er een hoofdstuk gewijd aan het bestraffen van slaven, over wat daarbij wel en niet geoorloofd is. Extra aandacht gaat uit naar de bestraffing van weggelopen slaven. In dit hoofdstuk vertelt Marcus het bekende verhaal van ‘Androcles en de leeuw’. De slaaf Androcles had om te ontsnappen aan de dagelijkse zweepslagen van zijn meester zijn toevlucht gezocht in de woestijn. In de afgelegen grot waar hij zich verborgen hield, strompelde een leeuw binnen. Androcles verwijderde een grote splinter uit de zool van de poot van de leeuw en verzorgde de wond goed. Drie jaar deelden zij daarna de grot en het voedsel. Wanneer hij later in Rome voor de wilde dieren, i.c. deze (inmiddels gevangen) leeuw, gegooid wordt, weigert de leeuw hem te verscheuren, vlijt zich aan de voeten van de man: een hartverscheurend tafereel!

    Slavenopstanden bleven, aldus Marcus, gelukkig zeldzaam. Dat een slavenopstand voor de Romeinen hun grootste nachtmerrie was, zal duidelijk zijn. Het aantal slaven in een huishouding of op een landgoed was in veel gevallen vele malen groter dan het aantal vrijgeborenen. Een veel gehoorde uitspraak in dit verband was: ‘Tel je slaven en je weet hoeveel vijanden hebt.‘ Marcus: ‘Hoe betrouwbaar en loyaal jouw slaven ook mogen lijken, als ze de kans krijgen vrij te komen, grijpen ze die bijna allemaal. En dan ben jij de loser.‘ Natuurlijk komt in dit hoofdstuk de slavenopstand onder leiding van Spartacus (73-71 v.Chr.) uitgebreid ter sprake. Toner noemt in dit verband ook de film uit 1960 van Stanley Kubrick met Kirk Douglas in de hoofdrol en wijst op de gevaren van valse voorlichting.

    Over het algemeen zou de weerstand van slaven in de keizertijd zich uiten in kleinigheden als leugens, bedrog, een ziekte voorwenden, ongehoorzaamheid op kleine schaal.

    In het hoofdstuk ‘Slaven vrijlaten’ staat op welke wijze dat gebeurde, en dat het vrijlaten van slaven ook een normaal verschijnsel was. Overigens bleven slaven na hun vrijlating nog altijd in de invloedssfeer van hun ex-meester. Dat hield in dat hij nog steeds bepaalde opdrachten aan hen kon geven, maar ook dat de ex-meester verantwoordelijkheden tegenover zijn vrijgelatenen had.

    Het kwam ook voor dat de relatie slaaf-meester zo goed was dat de slaaf liever niet vrijgelaten werd. (Sommige vrijgeboren dagloners hadden minder te besteden en te eten dan een slaaf in een stedelijk huishouden.)

    In het laatste hoofdstuk merkt Toner op dat het niet klopt dat het christendom inherent positiever stond tegenover slaven dan andere antieke stromingen, zoals het stoïcisme. ‘We hebben de neiging te denken dat de lessen van het christendom de leefomstandigheden van slaven verbeterden. Maar uit de bewaarde bronnen blijkt niet dat christelijke eigenaren hun slaven beter behandelden dan heidenen. (…) Christelijke auteurs gaan ervan uit dat slaven zich immoreel zullen gedragen. De voorbeelden waarin christelijke auteurs het slechte gedrag van hun ‘kudde’ vergelijken met ‘het soort gedrag dat je normaal van slaven verwacht’ zijn dan ook talrijk.

    Herkenning van een (al dan niet op school vertaalde) authentieke tekst kan een bron van vreugde zijn. Minder prettig, ja soms zelfs storend, is het om af en toe uit de mond van Marcus de bijna letterlijke tekst van een van Seneca’s Brieven te horen. Het taalgebruik van Seneca is immers zo anders dan Marcus’ alledaagse, tamelijk populaire manier van spreken.
    Toner heeft met dit goed leesbare boek een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving. Hij heeft gebruik gemaakt van heel veel authentieke teksten en door het als een handleiding voor ‘meesters-in-opleiding’ door een ter zake kundig man te presenteren, maakt de lezer van nu op een vanzelfsprekende manier kennis met alle ‘ins and outs‘ van de slavernij in de oudheid. Voor wie nog meer wil lezen over dit onderwerp heeft hij een lijst van boeken en artikelen toegevoegd.

    Wie zich dus niet laat afschrikken door de titel, heeft na het lezen van dit boek, dat op vlotte en humoristische wijze is geschreven door het zeer deskundige ‘duo’ Falx/Toner, (in de goed leesbare vertaling van Patrick De Rynck) een compleet beeld van slavernij, een fenomeen dat eeuwenlang een wezenlijk onderdeel is geweest van de Romeinse maatschappij.

     

    Handboek slavenmanagement

    Auteur: Marcus Sidonius Falx, Jerry Toner
    Vertaald door: Patrick De Rynck
    Verschenen bij: Athenaeum, Polak & Van Gennep
    Aantal pagina’s: 224
    Prijs: € 19,99