• Oogst week 21

    Door Carolien Lohmeijer

    … Het vliegtuig zat tjokvol, ze zaten op de vierde rij. De twee politiemannen brachten haar voor de tweede keer in drie maanden naar Roemenië. Misschien dat ze nu een spoor zouden vinden van de gestolen schilderijen. Tascha was hun enige hoop om de doeken terug te vinden, begreep ze inmiddels. Maar had ze de vorige keer niet al de plek laten zien waar ze samen met de moeder van haar vriendje de doeken had begraven?…’

    De roman Tascha gaat over ‘de kunstroof van de eeuw’, de diefstal van zeven topwerken uit de Rotterdamse Kunsthal in 2012, maar ook over Tascha, de vriendin van de hoofdverdachte, die in Nederland haar lichaam verkoopt.
    Schrijfster Mira Feticu, Roemeense van geboorte heeft voor het schrijven van Tascha een werkbeurs van het Nederlands Letterenfonds ontvangen.

    Tascha. De roof uit de Kunsthal, Mira Feticu, Uitgeverij Jurgen Maas, presentatie 26 mei 19.00 uur, Paagman, Frederik Hendriklaan 217, Den Haag, 192 pagina’s, € 17,95

     

    LizzyEen bijzondere samenwerking tussen regisseur, schrijver en vertaler Martin Michael Driessen en dichteres Liesbeth Lagemaat, beiden auteur bij uitgeverij Wereldbibliotheek. Onder het pseudoniem Eva Wanjek hebben zij samen een roman geschreven over een kunstenaar en zijn muze die zich afspeelt in het bruisende Londen van de 19de eeuw, met zijn culturele elite, zijn bohémiens en zijn zelfkant. Lizzie ‘biedt zowel kostuumdrama en ‘Gothic horror’ als erotische en indringende psychologische scènes.’

    Lizzie, Eva WanjekUitgeverij Wereldbibliotheek, 464 pagina’s, € 24,95

     

    ZupheulHet nieuwe boek van Mike Boddé is er één voor de liefhebber. Het is voor Boddé zelf een reactie op zijn vorige boek Pil waarin hij schreef over de zwarte periode in zijn leven waarin hij depressief was. Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan heeft hij geschreven om zichzelf aan het lachen te maken. Of zoals hij het zelf schrijft: ‘Hij werd lijfsgewijs omvangrijk, huwde een rondborstige joopdraagster, plantte zich genoegzaamlijk voort, en tekende een kroniek op met betrekking tot zijn zwartgalligheid: Pil. Dit foliant ging vijftigduizend malen over de kooptoog.
    Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan is het tweede gewrocht van zijn hand.’
    Lachen, gieren, brullen? Dat is aan u. In ieder geval een aanstekelijk omslag!

    Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan, Mike Boddé, Uitgeverij Brandt, 196 pagina’s, € 15,-

  • Almachtig, maar niet alwetend

    Almachtig, maar niet alwetend

     

    ‘In den beginne was alles…’

    De eerste zin van Vader van God maakt het meteen duidelijk. Dit boek gaat over God en de Bijbel, maar dan net iets anders dan we gewend zijn.

    God woont ergens daarboven en is druk met scheppen, terwijl zijn huishoudster wat om hem heen scharrelt met een stofdoek. Samen werpen ze een blik in Gods terrarium. ‘Dat met die Kelten wordt volgens mij niets…’ meent de huishoudster. En natuurlijk krijgt ze gelijk. Hoe hoopvol hij telkens ook weer is, vaak leidt zijn schepping nergens toe. Hij schept, creëert en worstelt. ‘Tot diep in de avond van die zo hoopvol begonnen dag zat God over zijn schepping gebogen en zag met lede ogen waartoe de vrije wil kon leiden: een saga van hartstochtelijk familietwisten, incest en verraad, van zingende helden die met bronzen zwaarden op aarden ringwallen stonden of hun eigen paleizen in brand staken met al hun gasten erin.’ Het is duidelijk: God is wel Almachtig, maar zeker niet Alwetend als het om de mensheid gaat. Hij klungelt maar wat aan en eigenlijk bakt hij er niet zoveel van. En begrijpen doet hij zijn schepping al helemaal niet.

    Na een zoveelste teleurstelling valt God oververmoeid in een diepe slaap. Hij slaapt lang, heel lang en Bartje de huishoudster maakt zich een beetje zorgen. Er meldt zich een bezoeker, Mozes, en Bartje is onder de indruk van zijn verschijning. Zij laat hem bij Gods lessenaar en daar leest hij de chaotische stapels notities die God voor de heilige boeken van de mensheid heeft gemaakt. Vol bewondering leest hij de aantekeningen over Gods schepping. Bartjes herinneringen zijn echter heel anders: ‘Hij was altijd al goed met de pen…’, mompelt ze.

    Als Mozes weer vertrokken is, ontwaakt God eindelijk uit zijn lange slaap. Hij ontdekt dat Mozes zijn aantekeningen heeft gestolen en begrijpt nu dat hij zijn schepping los moet laten. Hij schept dan wel alles, maar kan desondanks niet alles beheersen. Maar loslaten is makkelijker gezegd dan gedaan.  ‘Allengs begon God geroezemoes te onderscheiden: de stemmen van een mensheid die Hij aan haar lot overgelaten had, drongen steeds duidelijker tot hem door, en met dezelfde nieuwsgierigheid waarmee men volgt wat een voormalige geliefde met zijn of haar leven doet, bleef God luisteren.’ God besluit vermomd als herder naar de aarde te gaan. ‘Uiteindelijk besloot Hij hun een nieuwe kans te geven, zij het als een naijverige en toornige God die geen misstap zou dulden.’

    Gods verblijf op de aarde is geen succes. Na veel gedoe dat uiteindelijk leidt tot de vernietiging van Jericho keert hij ontgoocheld terug naar boven en bedenkt spijtig dat hij ook een bloementuin van de schepping had kunnen maken. Hij heeft helemaal genoeg van de mensheid en besluit nogmaals zich nergens meer mee te bemoeien, maar dan slaat de verveling toe. Hij legt zich toe op de training van vredesduiven en herleest de Bijbel. Het concept van de Verlosser dat hij er in beschreef, biedt kansen realiseert hij zich. Wat als hij nu eens zelf als Messias ten tonele verschijnt? Een mooie kans om de mens te leren begrijpen en dan heeft hij meteen de vader naar wie hij zo verlangt.

    Op dit punt verschuift het verhaal naar de aarde, naar Jozef, die zijn zoon tracht te behoeden voor zijn noodlot. Jozef lijdt en de engel Gabriël brengt hem vele therapeutische bezoekjes. Dit leidt tot jaloezie bij de andere engelen. Erg sympathiek is Gods engelenschare trouwens niet.

    ‘Er viel een traan op Jozefs gebruinde hand, en Gabriël had moeite zijn verveling te verbergen.’

    Erg veel steun heeft hij niet aan de engel en Jozef kan maar één oplossing bedenken: Jezus mag geen Messias worden. Hij mag zich in niets onderscheiden en moet onopgemerkt leven. Daarvoor moet hij aan het alziende oog van God onttrokken worden. Hij ziet maar een uitweg: hij slaat met Jezus op de vlucht. Niet erg gunstig voor Gabriëls imago: hij vreest de annalen in te gaan ‘als de weke therapeut die Jozef een proefverlof toestond.’

    Met Vader van God heeft Martin Michael Driessen, regisseur en vertaler, een origineel boek geschreven. Enerzijds is het een humoristisch, maar toch respectvol bijbelcommentaar, anderzijds is het een pakkende roman over vaders en zonen. Gods verlangen naar een vader en Jozefs drang om zijn zoon te redden vullen elkaar mooi aan. De stijl is mooi en warm en overtuigt, ondanks (of juist dankzij?) de vele anachronismen. Zo verlangt de huishoudster naar mooie winkelstraten en een nieuw servies, terwijl het nog niet eens in God opgekomen is om die te scheppen. Verwonderd vraagt hij zich dan ook af waarom zijn huishoudster vaak meer lijkt te weten hijzelf. De rol van Jozef is ontroerend en Driessen slaagt er zelfs in om God als een geloofwaardig personage neer te zetten, met wensen en verlangens, teleurstelling en onhandigheden. Maar uiteindelijk is de glansrol  voor de huishoudster!