• Oogst week 11 – 2022

    Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool

    Vorige week, op de eerste dag van de Week van de Klassieken, verscheen Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool van Diederik Burgersdijk. Het gymnasium bestaat als onderwijsinstelling al sinds 1876 (en zelfs eigenlijk al sinds 1838). Lang kon je alleen via het gymnasium op de universiteit terecht komen. Velen die de school hebben doorlopen voelen zich hun hele leven een rijker mens terwijl critici zich verwonderd afvragen waarom je je hersens zou pijnigen met oude geschiedenis en dode talen.

    Burgersdijk opent zijn geschiedenis met de vaststelling dat het gymnasium, gezien het aantal leerlingen, populairder is dan ooit. Hij dacht aardig thuis te zijn in zijn onderwerp, maar tijdens zijn onderzoek ging toch nog een wereld voor hem open: ‘De geschiedenis van het onderwijs is eindeloos: tienduizenden gymnasiasten hebben de afgelopen decennia (en evenzovele in de voorbije eeuwen) examens afgelegd in een van de vormen die het klassiek onderwijs heeft gekend, van Groote School tot Latijnse school en gymnasium. Elk van hen koestert zijn of haar herinneringen, sommigen schreven die op, anderen hebben een diepgravende kennis of ervaring met het onderwerp. Van dat alles heb ik onderhavig boek gemaakt’.

    Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool
    Auteur: Diederik Burgersdijk
    Uitgeverij: Athenaeum

    Als je ze kent

    Na de poëziebundel Nova Zembla uit 2013 verscheen in 2014 het verhalendebuut van Fieke Gosselaar, Tussen de anderen, een bundel waarvoor ze putte uit haar ervaringen bij de rechtbank in Leeuwarden waar ze werkt. Ze gaan over mensen die buiten de boot (dreigen te) vallen, vaak zonder dat ze daar veel tegen kunnen doen. Ook in haar zojuist verschenen roman Als je ze kent staan weer gewone mensen centraal die terecht komen in situaties die hun leven onzeker maken: schulden, verslaving, eenzaamheid. En de schrijnende armoede als gevolg daarvan:

    ‘Bij de kassa moet ik 10 euro 74 afrekenen en dat valt me tegen, ik wilde op 10 euro uitkomen of in ieder geval met het croissantje erbij onder de 10 euro 50 blijven. Als ik de winkelwagen heb teruggebracht, besluit ik bij de uitgang toch mijn boodschappen na te rekenen. Een man voor me koopt een slof sigaretten en een kraslot met zilverkleurige klavertjesvier. Hij blijft naast me aan de balie staan krassen als ik aan de beurt ben. Zijn duimnagel is vergeeld door het roken en is te lang om netjes te noemen.
    “Mijn bon klopt niet,” zeg ik. “Ik kom uit op 10 euro 52, terwijl ik 10 euro 74 moest betalen.” De kassabon leg ik voor de caissière neer.’
    Gelukkig ontmoet Nora, de ik-figuur ook mensen die daar de schouders niet voor ophalen. Het levert gewone en toch bijzondere ontmoetingen op.

    Als je ze kent
    Auteur: Fieke Gosselaar
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Het licht aan het eind van de loop

    De nieuwste roman van regisseur en schrijver Martin Michael Driessen (bekend van de veelgeprezen romans en verhalen Vader van God, De pelikaan en Rivieren) valt onmiddellijk op door zijn omslag. Daarin zit rechtsboven een prachtig vormgegeven kogelgat. Titel: Het licht aan het einde van de loop. Driessen kruipt in dit boek in het lichaam van die kogel. Hij stelt zich in de eerste zinnen voor: ‘Ik sta rechtop in een kartonnen doosje, in het gelid met negen collega’s. Het is donker, we bevinden ons in het nachtkastje van een tandarts in Palm Beach. Alleen als de la niet helemaal goed is dichtgeschoven, wat soms voorkomt als Asuncion heeft gepoetst, zien we een smalle streep fel zonlicht (…) Henry noemen we de Colt .38 die de la met ons deelt en voor wie we zijn bestemd. Hij is zwaar en zwijgzaam, nogal nors gezelschap eerlijk gezegd. De meeste revolvers beschouwen zich als min of meer superieur aan hun ammunitie. Maar wij hebben onze eigen trots; zonder ons zouden zij immers betekenisloze mechanieken zijn.’
    Henry ligt met de kogels te wachten. Waarop? Wie is of zijn het doelwit? Op wie zullen ze gericht worden? Wat zal het effect zijn? Voldoende vragen voor een spannende ‘Autobiografie van een kogel’.

    Het licht aan het eind van de loop
    Auteur: Martin Michael Driessen
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Verdoving

    Verdoving

    In Londen werd bij een vrouw een hersentumor verwijderd terwijl ze viool speelde. Ze speelde opdat chirurgen dat deel van haar hersenen, waar precieze bewegingen worden aangestuurd en die op een scherm zichtbaar werden, niet zouden beschadigen. Er ging een foto rond van de vrouw in operationele toestand (zuurstofkapje, infuus), de viool onder haar kin geklemd, arm met strijkstok geheven. Even dacht ik dat het om een nieuwe methode van ‘onder narcose brengen’ ging: mensen dingen laten doen waardoor ze boven zichzelf uitstijgen, grip krijgen op hun geestestoestand. Het leek me niet zo gek. Toen ik eens door migraine aan bed gekluisterd was, kon ik het lezen van de ochtendkrant niet laten. Tot me een interview met Martin Michael Driessen trof. Over zijn schelmenroman De heilige. Ik weet niet waardoor, maar ik werd erdoor gegrepen. Er wrong zich iets in mijn linker hersenhelft, er balde zich iets samen, ik registreerde de woorden, las het interview, en knapte er geweldig van op. De hoofdpijn verdween nagenoeg. Nu dacht ik het bewijs gevonden te hebben dat een goed interview, een intelligent gesprek iets met de hersenen doet waardoor migraine (hersenpijn) verslagen kan worden. 

    In Geluk, een geheimtaal, beschrijft Arthur Japin iets soortgelijks. In een periode waarin hij aan een zware depressie leed, zijn gevoelens afgevlakt, is hij getuige van een mishandeling in de tram. Een vrouw wordt bij het uitstappen door een jonge vrouw in haar rug getrapt. De vrouw valt, de jonge vrouw schopt nog eens. Japin grijpt in, trekt ze uit elkaar. Het slachtoffer vlucht naar buiten, de tram rijdt verder. Als Japin weer zit, wordt hijzelf aangevallen. Een man grijpt hem bij zijn revers, stompt hem, dreigt hem te doden. Dan laat hij hem los, gaat achter hem zitten, om hem even later opnieuw beet te pakken. Dat herhaalt zich een paar keer. Als de vrouw en de man eindelijk de tram verlaten, registreert Japin: ‘Korte tijd leefde ik in het moment. Wat voelt dat goed! Het vóélde. (…) De schrik is te midden van de geestesvlakheid eindelijk een prikkel.’ 

    Japin ontmoet veel bekende mensen, (Vanessa Redgrave, Sandro Veronesi, Barack Obama). Ontmoetingen vinden over de hele wereld plaats, Rio, Londen, Houston, Frankrijk, Rusland. Je zou er jaloers van worden, ben ik ook, want wie zou er niet willen sparren met Stephen Fry? Maar er is een verdrietige onderstroom gelijk deze sombere februaridagen. Japin keert wie hem beschimpt (ja, dat gebeurt in letterenland) de andere wang toe, steeds weer, soms op het pijnlijke af. Er is de zelfmoord van Japins vader die zijn leven bepaalt, en dan Wim Brands, Joost Zwagerman, en zelf hoeft hij eigenlijk ook niet meer. De schrijver die in noodgevallen op zijn best is: ’Het is de rest van het leven waarvan ik in paniek raak.’ Die aangrijpende ondertoon, die laat niet los.

     

    Geluk, een geheimtaal, Dagboeken 2008 – 2018 / Arthur Japin / Privé-domein nr. 306 / Arbeiderspers (2019)


    Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met het OV, en leest.

  • Van roofovervaller tot heilige

    Van roofovervaller tot heilige

    De heilige, een schelmenroman van Martin Michael Driessen is precies wat de titel aangeeft, het levensverhaal van een schelm die er in slaagt om na zijn dood heilig verklaard te worden. Donatien, geboren in Frankrijk in het revolutiejaar 1789 laat in de loop van zijn vrij korte bestaan (hij wordt vijftig) een spoor van bedrog en geweld achter. Het begint met het stelen van een meisjesportret en liefdesbrief uit de tuniek van een gevallen Duitse soldaat als hij, uiteraard pas ná de veldslag, het slagveld van Craonne bezoekt op zoek naar buit. Hij besluit het mooie en rijke meisje te bezoeken, zich voor te doen als de beste vriend van de gevallen Duitser en haar het hof te maken en te huwen. Dat lukt en hij maakt zich op voor een lang en tevreden bestaan als notabele in een Duits dorp. Tot hij wordt ontmaskerd en moet vluchten voor de woede van de mooie Liselotte, die inmiddels zwanger is van zijn kind.

    Roofovervaller wordt goed mens

    Hij wordt een succesvol postkoets-overvaller tot hem dat begint te vervelen, papt aan met Francis Beaufort als die bezig is met het ontwikkelen van de Beaufortschaal voor windsnelheden, maakt als matroos een aantal zeereizen en belandt na nog een aantal avonturen in de gevangenis. Want schelmen ontlopen uiteindelijk hun straf niet en als hij geïdentificeerd wordt als degene die jaren eerder een aantal gewelddadige roofovervallen op postkoetsen heeft gepleegd krijgt hij levenslang in de gevangenis te Metz.
    En dán begint zijn finale schelmenstreek, want hij besluit een goed mens te worden en daardoor speciale privileges te krijgen van de gevangenis-directeur. Dit ultieme bedrog lukt zó voortreffelijk dat hij – naar eigen zeggen – na zijn dood zelfs heilig wordt verklaard: de heilige Dieudonné van Metz. ‘Naar eigen zeggen’ is op zijn plaats bij de bespreking van deze schelmenroman, omdat Donatien zelf duidelijk maakt dat niets van wat hij vertelt per sé op werkelijkheid berust.

    Ironie en zelfspot

    De pen die Martin Michael Driessen hem leent voor het vertellen van zijn levensverhaal is licht ironisch en bij tijd en wijle vervuld van zelfspot: ‘Ik stond waardig op. Waardig opstaan is een van mijn specialiteiten. De kunst bestaat erin dat men de ander beschaamd achterlaat door het gesprek zelf te beëindigen. Men trekt zich terug maar behaalt de morele zege. Dat is, zoals ik u kan verzekeren, niet eenvoudig, want als het misgaat wordt men al gauw van lafheid beticht. Ook mag men de ander niet al te zeer kwetsen, dat kan weer nieuwe problemen veroorzaken. Ik heb het vaak voor elkaar gekregen, met name als er verder toch niets te halen viel.’

    De heilige zit vol boeiend vertelde avonturen en anekdotes. Toch mis je als lezer iets en op den duur krijg je het gevoel dat Donatien begint te vervelen met zijn opgesmukte verhalen. Dan besef je dat een hoofdpersoon die zonder geweten door het leven gaat eigenlijk weinig interessant is. Zo’n Teflon-persoonlijkheid maakt identificatie van de lezer met de hoofdpersoon ook bijna onmogelijk. Hopelijk was het de bedoeling van Martin Michael Driessen om ons dat duidelijk te maken. In dat geval is De heilige een geslaagde roman.

     

  • Oogst week 37

    Flessenpost uit Reykjavik

    Drie Nederlandse auteurs in de oogst van deze week, een schelmenroman, een reflectie op een leven als immigrant in IJsland en een poëziebundel, ontstaan in de strijd tegen tinnitus.

    Laura Broekhuysen (1983) studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam, maar met schrijven was ze er al vroeg bij. In de laatste jaren van haar VWO opleiding schreef ze een jeugdboek Zand erover (Lemniscaat 2002). In 2014 verhuisde ze met man en kind naar IJsland waar ze het schrijven weer oppakte. Flessenpost uit Reykjavik is haar vierde boek, een reflectie op haar immigrant zijn, haar drietalige huishouden, op het pendelen tussen fjord en stad – en op het achtergelaten Nederland, dat naarmate de tijd verstrijkt steeds meer op een verhaal gaat lijken en IJsland de enige realiteit is want, ‘Het lastigste van IJsland is dat je er niet meer weg wilt als je er eenmaal woont,’schrijft ze in haar boek. Binnenkort de recensie!

    Flessenpost uit Reykjavik
    Auteur: Laura Broekhuysen
    Uitgeverij: Querido

    De heilige

    Twaalf jaar geleden was Martin Michael Driessen (1954) nog regisseur, dertig jaar werkte hij voor Duitse theaters en regisseerde vele toneel- en operavoorstellingen. Toen koos hij ervoor zich te settelen in Nederland, voor het isolement van Puttershoek om zich meer (in 1999 verscheen zijn eerste roman Gars al) op het schrijven te gaan richten. De heilige is zijn achtste roman en draagt als ondertitel Een schelmenroman.

    Over Donatien, geboren in het jaar van de Franse Revolutie en de verteller van deze roman. Hij leeft in de tijd van Victor Hugo, die hij ook ontmoet. Hij helpt bij het opstellen van de Schaal van Beaufort en rondt Kaap Hoorn tijdens een krankzinnige expeditie. Als struikrover maakt hij de Vogezen onveilig en wordt aanbeden door mannen en vrouwen
    Zijn persoonlijkheid is net zo veranderlijk als zijn moralistische instelling. Dan weer heet hij Donatien, dan weer Donatienne, en ten slotte Dieudonné. Uiteindelijk zal hij de geschiedenis ingaan als de heilige Dieudonné van Metz.

     

    De heilige
    Auteur: Martin Michael Driessen
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Niet het krassen van de kraai

    A.H.J. Dautzenberg lijdt aan tinnitus en noemt dit zelf: auditieve kanker. Meestal kan hij het kabaal in zijn kop redelijk verdragen, maar soms wordt hij nagenoeg gek van de nucleaire ruisgeluiden. Het is een steeds weer zoeken naar een manier om hiermee om te kunnen gaan. Tijdens een snorkelvakantie op het stille eiland Gozo kreeg hij echter een lumineus idee. ‘Wanneer ik weer eens opgesloten zit in een knipperende tl-lamp, een slijpende tandartsboor of een piepende remschijf probeer ik het atonale lawaai enige lyriek en schwung mee te geven, een cantabile melodie.’
    Dautzenberg keerde van het eiland terug met een bundel tinnitusgedichten. Waarmee hij zijn binnenwereld een beetje bewoonbaar houdt. Een bespreking van deze bundel is binnenkort te verwachten.

     

    Niet het krassen van de kraai
    Auteur: A.H.J. Dautzenberg
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • De dood en illusie dwalen door verhalen

    De dood en illusie dwalen door verhalen

    De laatste jaren heeft Nederland Martin Michael Driessen (1954) leren kenen als schrijver; zeker sinds hij met de novellebundel Rivieren uit 2016 de ECI Literatuurprijs won. Maar hij is ook opera- en toneelregisseur en die achtergrond schemert door in zijn schrijven. Bij het lezen van zijn werk ontstaat de indruk dat hij zich graag van verschillende toneelgenres bedient. Bundelde Driessen in Rivieren drie tragedies, zijn vorig jaar verschenen roman De pelikaan was een komedie en in zijn nieuwe verhalenbundel Mijn eerste moord heeft hij een aantal korte verhalen opgenomen met het karakter van een klucht.

    Zo is er het titelverhaal ‘Mijn eerst moord’ waarin een jongetje zijn vriendje Japie onder duwt in de sloot. Of de drie verhalen die eerder als de bibliofiele uitgave Dodendansjes zijn verschenen. In kort bestek schetst Driessen de omstandigheden die leiden tot de dood van de personages – steevast minder heroïsch dan ze zich hadden voorgesteld. In alle korte, kluchtachtige verhalen uit Mijn eerste moord geeft Driessen een humoristische draai aan zijn vertellingen. Het zijn lichte intermezzi tussen de langere verhalen uit de bundel.

    Ware held
    Een van die langere verhalen is de eerder verschenen novelle ‘Een ware held’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zitten de broers Beppo en Luigi met hun bataljon vast op een berg in Lombardije. Ze hadden een bergpas niet kunnen verdedigen tegen de Oostenrijkers. Het bataljon is nu in afwachting van generaal Cadorna die als vergelding elke vierde man wil laten executeren. Het is opgehouden met sneeuwen en hij kan elk moment arriveren met zijn vliegtuig.
    Eén op de vier. Beppo, de dapperste van de twee broers, maakt berekeningen waar hij en zijn broer in de rij moeten gaan staan om de meeste kans hebben om niet doodgeschoten te worden. Het lot trekt zich echter niets aan van berekeningen en de strafexecuties verlopen anders dan voorzien. Het is een novelle die behalve over de dood vooral ook gaat over illusies. Wat overigens geldt voor bijna alle verhalen uit Mijn eerste moord.

    Bedelaars
    Over een mooiere waarheid gaat het ook in ‘Het heilige water’, een novelle over een blind bedelaarspaar in de Poolse streek Galicië. Omdat ze blind zijn trekken Thomas en Maria langs de paar wegen die ze kennen. Ze strijken ieder jaar neer in hetzelfde dorpje, waar ze onderhouden moeten worden door de plaatselijke bewoners. Bedelaars zijn het, maar omdat ze de mooiste mensen van Polen zijn, is het een eer voor de anderen om hen te onderhouden – althans, dat denken Thomas en Maria zelf.

    De dorpsbewoners zijn het echter na jaren beu om de landlopers te blijven onderhouden – zij moeten zelf immers toch ook in hun eigen onderhoud voorzien? Ze beleggen een dorpsvergadering om de kwestie te bespreken. Ze zijn het erover eens dat als Thomas en Maria konden zien, ze dan aan het werk zouden moeten. Sommige dorpsbewoners vragen zich af of het echt onmogelijk is om werk voor de bedelaars te vinden waarbij zicht niet noodzakelijk is. Uiteindelijk beslissen de dorpelingen dat Thomas en Maria voorlopig mogen blijven, maar dat ze hen niet voor altijd blijven onderhouden.  Ook in dit verhaal speelt Driessen met illusie en werkelijkheid en zet een onschuldige wens van de bedelaars een serie onvoorziene gebeurtenissen in gang.

    Een dag uit de dood
    Op een bijzondere manier dwalen de dood en de illusie door het openingsverhaal ‘Orpheus’. Het verhaal beschrijft een dagje zeilen van Lydia en Menno, waarbij Driessen losjes de Griekse mythe volgt. Menno is eigenlijk al gestorven, maar net als in de mythe is het Lydia vergund om nog één dag met haar minnaar door te brengen. Het mooie van het verhaal zit in de treffende observaties van bijvoorbeeld hoe de mensen op het water elkaar groeten, en de subtiele humor:

    ‘En bovendien was Menno genereus: hij maakte meteen achtduizend euro over aan haar jongere zus toen die in de problemen was gekomen omdat ze een Spaanse windmolen had gekocht die op instorten bleek te staan. Hij luisterde naar haar relaas, ging achter zijn computer zitten en maakte geld over.
    “Aan een vrouw die je helemaal niet kent…?” vroeg ze verbaasd.
    “Ik maak ook geld over naar Afrika,” zei hij.’

    Mijn eerste moord is weer een typische Driessen. De hand van de schrijver is in ieder verhaal te herkennen aan het klassieke karakter van de verhalen, de precieze stijl en zijn voorliefde voor wat archaïscher woorden. Martin Michael Driessen heeft de reputatie een schrijver te zijn voor een klein publiek, voor de literaire fijnproever – een reputatie waartegen hij zich niet verzet. Met Rivieren heeft hij een publiek bereikt dat misschien wel veel groter is dan hijzelf had voorzien. Of dat met Mijn eerste moord ook het geval is, moet nog blijken, maar de liefhebber van zijn verhalen weet wat hij kan verwachten.

     

     

  • Chantage in het kwadraat in Kroatië

    Chantage in het kwadraat in Kroatië

    De wederzijdse chantage in De pelikaan, de vierde roman van schrijver en regisseur Martin Michael Driessen, wordt in gang gezet door een contactadvertentie. Een jongere vrouw zoekt een ‘zorgzame, charmante heer’. Josip Tudjman, de bestuurder van een kabeltrein in een Kroatisch stadje aan het einde van de jaren tachtig, zoekt een uitweg uit zijn liefdeloze huwelijk met een schizofrene vrouw en begint met haar een verhouding. De plaatselijke postbode Andrej onderschept de liefdesbrieven, maakt foto’s van het vrijende stel en begint Tudjman ermee af te persen.

    De afperser afgeperst
    Aan de hand van Andrej en Josip ontvouwt Driessen een wereld van wederzijds bedrog, afhankelijkheid, vermeend heldendom, sluimerend nationalisme en vriendschap. Op de achtergrond speelt de Tweede Wereldoorlog mee, toen Josips strijdmakkers hem met gevaar voor eigen leven meedroegen. Josip was doodziek en kon niet meer op eigen kracht verder. Hij houdt hier een schuldgevoel aan over en wil graag iets terugdoen. Dit verlangen naar het verrichten van een goede daad vormt een van de belangrijkste bouwstenen van deze bijzondere roman, die hoofdzakelijk drijft op de dunne scheidslijn tussen goed en fout. Josip wordt weliswaar afgeperst door Andrej, maar daarmee wil de postbode Josip op het goede pad terugbrengen. Bovendien vindt hij het verwerpelijk dat Josip geld uitgeeft aan kleren en sieraden van zijn minnares, terwijl Andrej er goede daden mee kan verrichten. Josip vindt het op zijn beurt gerechtvaardigd om van Andrej maandelijks een bedrag te eisen, omdat hij erachter is gekomen dat de postbode geld uit enveloppen steelt. Daarnaast heeft hij het geld nodig om zijn afperser te betalen. Driessen laat de lezer een blik werpen op de achterliggende motieven van de hoofdpersonages. Morele oordelen zijn niet aan de orde.

    Perspectiefwisselingen
    Daarbij maakt hij veel gebruik van perspectiefwisselingen om de intenties en beweegredenen van Josip en Andrej duidelijk te maken, waardoor ze mensen van vlees en bloed worden. Josip vergist zich bijvoorbeeld in de persoon die hem chanteert en Andrej is ondanks zijn verwerpelijke, egocentrische daden een sympathieke, zonderlinge jongeman die affiniteit heeft met de zwakkeren in de samenleving. Uiteindelijk is het Andrej die bij het heldenmonument een heldendaad verricht. Een enkele keer zorgen de plotselinge perspectiefwisselingen voor verwarring, omdat ze plaatsvinden in opeenvolgende alinea’s. Driessen weet er ook een humoristisch effect mee te bereiken wanneer hij de lezer deelgenoot maakt van de gedachten van de verwaarloosde hond Laika, die bang is voor haar nieuwe baasje Andrej.

    Symbolen en vergelijkingen
    De pelikaan
    is thematisch een sterk verhaal, waarin zelfopoffering, schuldgevoel en eenzaamheid op verschillende manieren aan bod komen. Driessen verwerkt op een subtiele manier symbolen (de pelikaan, het heldenmonument, de wederopstanding) in zijn roman, maakt prachtige en originele vergelijkingen en bedenkt treffende aforismen. Een voorbeeld: ‘Een principe los kunnen laten betekende misschien eenvoudigweg dat hij zich verder ontwikkeld had als mens’. Een voorbeeld van een vergelijking: ‘Een pelikaankuiken (…) stond op het kadaver van zijn moeder of vader, zelf tot aan het snaveltje zwart van de olie, als een kind na een mislukte verkleedpartij’. Een metafoor, tot slot: ‘Zijn stad die ooit een witte dame was geweest, moest dulden dat de zoom van haar rokken in het slijk hing’. Voor de literaire fijnproever is De pelikaan een feest om te lezen.

    Personages belangrijker dan verhaallijn
    De enige zwakte van deze uitzonderlijke roman is het gebrek aan een dwingende verhaallijn. Driessen heeft de uitwerking van de personages centraal gesteld en schetst met veel gevoel voor detail een kleurrijk beeld van een Joegoslavisch stadje aan het eind van de jaren tachtig, maar het verhaal kabbelt lange tijd voort: de hoofdpersonen raken verstrikt in een absurde situatie en de dreigende burgeroorlog stelt de vriendschap van oude kennissen op de proef. Pas op het einde gaan de remmen los en worden Andrej en Josip voor de leeuwen geworpen, hoewel Driessen overal zijn afstandelijke, licht ironische verteltoon behoudt. Dat begon al met die contactadvertentie.

     

  • Zo wonen ze

    Je hoeft tegenwoordig niet meer naar Nieuwsuur te kijken om te weten wie de shortlist van de Libris Literatuurprijs heeft gehaald. Op enig moment wordt dat ergens officieel bekendgemaakt door de juryvoorzitter. Daar zijn media bij en voordat je het weet, heeft het nieuws ook jou bereikt. Misschien ging dat altijd al zo en was ik me daar niet voldoende van bewust of wilde ik er niet aan dat het langs de deuren van genomineerde schrijvers gaan een milde vorm van nepnieuws is. Hoe dan ook: dit jaar kwam het me vooral goed uit dat ik niet van Nieuwsuur afhankelijk was.

    Hoewel ik op de avond van de bekendmaking van de nominaties met een gerust hart ver voor tienen in een snotterslaap viel, kon ik het een dag later niet laten om toch even te kijken naar Martin Michael Driessen, Murat Isik, Marjolijn van Heemstra, Ilja Leonard Pfeijffer en Arjen van Veelen die (deden alsof ze) voor het eerst kennis namen van het voor hen goede nieuws. Er werd als vanouds aangebeld en op deuren geklopt, er werd opengedaan en schoorvoetend binnengelaten. Dit keer was het Tommy Wieringa die zijn uitgever de honneurs liet waarnemen.
    Van alle genomineerden leek Ilja Leonard Pfeijffer het meest op een echte schrijver. Hij speelde zijn rol met verve en was op minstens zeven manieren ‘wellevend’.

    Dankzij de ‘sfeerreportages’ die Nieuwsuur sinds jaar en dag maakt, ben ik heel wat huiskamers van Nederlandse schrijvers binnen getuimeld. Hoewel schrijvers bijna altijd onmiddellijk weten wat die cameraploeg voor hun deur doet, weten de meesten toch de indruk te wekken overvallen te worden door de situatie.
    Ondanks dat zijn ze kort daarna tot spreken in staat en hebben ze aardige woorden over voor hun concullega’s. Een enkeling slaagt er zelfs in zinnige dingen te zeggen, zoals Alex Boogers die zich twee jaar geleden niet liet verleiden tot een uitspraak over zijn kansen. ‘Ik win als ik meedoe aan een sportwedstrijd en in de literatuur weet ik niet precies wat het is om te winnen.’
    Er is voor televisiemakers geen eer te behalen aan deze items. Heel creatief kunnen ze in de amper zes minuten die er uiteindelijk overblijven niet zijn en dus lijkt in the end elke reportage op die van het vorige jaar.

    Wat zou ik graag schrijven dat het om sterke staaltjes camp gaat. Dat verslaggever van het eerste uur Tonko Dop met zijn wat lullig aandoende filmpjes liet zien dat hij precies begreep wat Susan Sontag bedoelde toen ze schreef dat ‘liefde voor het kunstmatige en de overdrijving’ de essentie van camp is (en er geen weg terug was, toen hij die toon gezet had).
    Maar zo is het niet. Nieuwsuur is geen kwestie van kunst of Kitsch. Nieuwsuur brengt achtergronden bij het nieuws, en met de berichtgeving over de genomineerden voor de Libris Literatuurprijs is van alles mis.  Het gaat niet om de inhoud van de titels op de shortlist en ook de schrijvers zijn van ondergeschikt belang. Het enige dat van hen verwacht wordt is dat zij het spel vol overgave meespelen. En dat doen ze dan maar. Want dat is goed voor het boek.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Oogst week 46

    De pelikaan

    ‘Een komedie’, staat er onder de titel in de aankondiging van De pelikaan, te lezen op Athenaeum.nl – en zo’n toevoeging is minstens zo intrigerend als het prachtige voorplat van deze roman. Driessen wist met zijn verhalenbundel Rivieren vorig jaar al veel lof en de ECI Literatuurprijs binnen te slepen, dus de verwachtingen zijn hoog.

    In een dorpje aan de Adriatische kust houdt postbode Andrej de ongelukkig getrouwde Josip in de gaten en chanteert hem met zijn overspel. Op zijn beurt chanteert Josip Andrej terug zodra hij erachter komt dat Andrej geld steelt en brieven open stoomt. Klinkt als een wurggreep, hoe nu verder? Lezen dan maar!

    De pelikaan
    Auteur: Martin Michael Driessen
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Rivier van het bewustzijn

    Boeken die verschijnen na het overlijden van het auteurs drukken lezers, fans en geïnteresseerden weer op de rauwe feiten: hoeveel meer had er nog kunnen zijn als dit mens meer tijd had gekregen. De geliefde Oliver Sacks werd niet alleen geroemd om zijn neurologische casestudies, maar vooral om zijn vermogen door alle afwijkingen heen de mens te blijven zien. Naast wetenschappelijke boeken schreef Sacks autobiografische boeken over, onder meer, ziekte, dankbaarheid en de vele ontmoetingen die hij in het leven met anderen had. Voorafgaand aan zijn dood werkte hij aan twee boeken, De rivier van het bewustzijn is er een van.

    In De rivier van het bewustzijn zijn essays bijeengebracht die een collage vormen van enkele van Sacks’ grootste interesses in het menselijk denken: evolutie, tijd, creativiteit, herinnering, bewustzijn en ervaring. Het boek toont zijn vermogen tot het leggen van onverwachte verbindingen, plezier in kennis en zijn onvermoeibare streven te ontdekken wat een mens ons tot mens maakt.

    Rivier van het bewustzijn
    Auteur: Oliver Sacks
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Houtrot

    Mag het oog ook wat willen? Natuurlijk mag dat – en daarom hier speciaal aandacht voor weer een schitterend vormgegeven roman van Querido: Houtrot van debutant Rinske Hillen.
    Natuurfilosoof Bram Wenksterman worstelt met instorting: niet alleen die van het Amsterdamse grachtenpand dat al generaties lang in de familie is en dat op het punt staat in te storten, maar ook die van zijn vrouw, die hij inmiddels heeft laten opsluiten in een inrichting. Ook minnares Ella begint wankele trekjes te vertonen en Brams dochter Amber, terug uit Cambridge, is op zijn zachtst gezegd gevoelig. Intussen is Bram bijna jarig, organiseert Ella een feest en lijkt de hele wereld erop gespitst het tot een uitbarsting te laten komen, daar aan de Keizersgracht.
    In een eigentijds maar gotisch aandoend verhaal (Spookt het nu wel of niet in dat huis waar het altijd tocht en de ramen nog maar amper open- of dicht willen?) legt Hillen niet alleen kundig de gevoeligheid van menselijke relaties bloot, maar trakteert ze de lezer op haar grootste wapen: vertelplezier.

    Houtrot
    Auteur: Rinske Hillen
    Uitgeverij: Querido
  • Menselijk onvermogen aan een bergbeek

    Menselijk onvermogen aan een bergbeek

    Wat een prachtig beeld van een doodsstrijd: ‘het ree struikelde toen de weergalm van het schot al op de hellingen wegstierf, alsof het toen pas besefte dat het geraakt was. De voorpoten knikten in en het schoof knielend in de richting van de stroom, de kop hoog opgericht. Het verkeerde in de paniek die ook een mens kan overvallen die opeens begrijpt dat hem iets vreselijks is overkomen maar nog niet weet wat het is. Slingerend en op drie poten probeerde het de overzijde van het dal te bereiken.’

    Het is de openingszin van Pierre en Adèle, de derde novelle uit Rivieren van Martin Michael Driessen. De scène krijgt later in dat verhaal een echo in een ongeluk van Pierre en nog weer later in een ontmoeting tussen hem en de dochter van Adèle bij de beek.

    Rivieren bevat drie novellen. Deze derde is de geschiedenis van een vete tussen twee families die al generaties lang voortduurt.

    Verdeeldheid
    Het geschil dat hen verdeelt, gaat over de eigendom van stukken grond aan weerszijden van het riviertje de Issou, in Noord-Frankrijk. Telkens als deze stroom door hoog water of door droogte zijn bedding verlegt ontstaan er ruzies over de juiste grens. Maar de rivier, niet meer dan een beek, is ook een scheiding tussen hugenoten en katholieken en tussen collaborateurs en patriotten.

    Pierre en Adèle is een bijna mythisch aandoend verhaal over jaloezie, trots en hebzucht, maar ook over onmacht. Driessen vertelt het als een springprocessie door de tijd, heen en weer bewegend tussen de generaties en gebeurtenissen. Hier speelt zich in het klein af wat in de buitenwereld gebeurt, gesymboliseerd door overvliegende vliegtuigen: van de vlucht van de pionier Santos-Dumont in het begin van de 20ste eeuw en de bommenwerpers in de Tweede Wereldoorlog tot de Mirages van nu, al naargelang de tijd waarin de gebeurtenissen zich voltrekken. De parallellie tussen de buitenwereld en de vete langs de Issou komt ook terug in subtiele tijdsaanduidingen als ‘In het jaar dat de Fransen de Duitse Rijnoevers bezetten…’

    Hoe dramatisch het verhaal ook is, Driessen weet het tegelijk luchtig te houden door zijn prikkelende stijl en woordgebruik. Zo weeft hij er als het ware een running gag doorheen door van de notaris Eduard Salomon (!), die in het conflict een wijs oordeel geeft, in elk van zijn levensfases te vermelden welke schrijvers hij leest.

    Net als in dit verhaal zijn alle teksten in Rivieren doorspekt met toespelingen op de Bijbel, kunst, literatuur en muziek. Zo zijn de ondertitels verwijzingen naar het theater. Die van Pierre en Adèle,Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden’ zal zijn ontleend aan Die Zauberflöte van Mozart, de opera die net als deze geschiedenis, een verhaal van loutering is.

    Gevecht
    Ook het eerste verhaal (qua omvang van 21 pagina’s nauwelijks een novelle te noemen), getiteld Fleuve Sauvage, verwijst in de ondertitel, ‘Alles führt zu nichts’, naar een theaterstuk. Het is een zin uit Das Friedensfest. Ein Familienkatastrophe van Gerhard Hauptmann. Een zeer toepasselijke verwijzing voor het drama dat zich in dit eerste verhaal voltrekt rond de aan lager wal geraakte acteur die weet dat de door hem begeerde rol van Macbeth er nooit in zal zitten. Zijn vrouw, zijn zoon en zijn agent wil hij bewijzen dat hij van zijn alcoholverslaving af kan komen door een kanotocht te maken over de rivier de Aisne van Sainte Menehould naar Vouziers. Met zijn laatste fles wijn en zijn laatste Famous Grouse. De tocht kent een dramatisch verloop, met opnieuw plastisch beschreven beelden zoals het gevecht in de modder met een vaars en een jonge vrouw.

    Vervreemding
    Een mengsel van grimmigheid en aandoenlijke eenvoud biedt de tweede novelle, De reis naar de maan. Het is het verhaal van twee even oude jongens, Julius en Konrad, uit het gehucht Wallreuth bij Wallenfels in Zuid-Duitsland. Hun leven is verbonden met het afvoeren van tot vlotten gebonden boomstammen uit de bergen over het riviertje de Rodach naar het dal. Julius, wiens vader het bedrijf runt, is gymnasiast en Konrad dagloner. Het lijkt of beide jongens vrienden zijn, maar gaandeweg wordt duidelijk dat hun ontwikkeling hen uit elkaar drijft. Ze zijn gehecht aan elkaar, maar kennen elkaar niet wezenlijk. Dat wordt steeds schrijnender naarmate ze ouder worden. Julius vecht in de Eerste Wereldoorlog en verkent zijn persoonlijke grenzen, terwijl het leven van Konrad zich blijft afspelen rond de rivier. Hij heeft zes boeken, allemaal van Jules Verne (de titel van deze tweede novelle verwijst naar één van de boeken), die hem doen dromen van een reis over de Rodach via Main en Rijn naar de zee. Als die reis werkelijk plaatsvindt, begint Konrad zich vervreemd te voelen van Julius: ‘ze hadden allebei iets wat hen van de andere mensen in Wallreuth onderscheidde. Maar dat iets maakte ook dat ze elkaar niet kenden.’ En later: ‘Hij had het gevoel dat hij een vriend verloren had, terwijl hij toch nooit veel met Julius had kunnen delen.’ Aan het einde van de reis is het Julius die voor zichzelf vaststelt: ‘we waren knapen aan de beek, jongelingen op de Main, mannen op de Rijn. Ik heb van hem gehouden, ik heb hem verraden, mijn hele draaide om hem. Maar we zijn elkaar nooit nader gekomen dan nu, en over een paar uur bereiken we als oude mannen de zee, zonder elkaar te kennen.’

    Ook in dit verhaal schemert weer het wereldgebeuren op de achtergrond: de Eerste Wereldoorlog, de opkomst van het nazisme en de Jodenvervolging en de grote veranderingen in de scheepvaart. En ook hier weer de verwijzingen naar literatuur.

    Drie verhalen. Drie maal een kleine wereld met een rivier als levensader, als onoverbrugbare afstand, als voedster voor een katharsis. Driemaal een kleine wereld die de grote weerspiegelt. Misschien is het meest gemeenschappelijke in de drie wel het menselijke onvermogen om elkaar werkelijk te bereiken. En dat alles in een taal die je pakt en zinnen laat herlezen.

    Martin Michael Driessen is toneel- en operaregisseur. En schrijver. Als zodanig brak hij in 2012 door met zijn roman Vader van God. Die werd algemeen bejubeld om zijn fantasievolle aanpak en zijn frisse, humorvolle kijk op wat er van de wereld uit Gods handen geworden was. Toch zullen er ook lezers zijn geweest die de verhaallijn te bedacht vonden. Daardoor kon de spanningsboog af en toe verslappen. Van Rivieren kan dat beslist niet worden gezegd. De verhalen hebben een kracht waaraan je niet kunt ontsnappen en een taal en beelden van grote schoonheid.