• Oogst week 9 – 2026

    Oogst week 9 – 2026

    Jong en eenzaam

    Jong en eenzaam van Kevin van Vliet is een verslag, in romanvorm, van een jonge journalist op reis langs de ruïnes van zijn verleden. Na vijf jaar in Zuid-Afrika gewoond te hebben komt hij terug naar Nederland om een nieuw werkvisum aan te vragen en ineens wordt hij geconfronteerd met zijn vroegere zelf. Alles staat op het spel, hij dreigt zijn werk, maar ook zijn verstand te verliezen. Jong en eenzaam, een verwijzing naar Oud en eenzaam van Gerard Reve, opent de aanval op de huidige stand van de Nederlandse literatuur.

    Van Vliet (1993) werkte bij HP/De Tijd, toen in Hilversum, vervolgens bij diverse kranten – en hij is nu correspondent in Zuid-Afrika voor Trouw en Het Financieele Dagblad.
    Zijn literaire debuut, de novelle Wolfsjong (2019) werd genomineerd voor een Bronzen Uil. Evenals de korte roman Bobbejaanskloof (2023)

    Jong en eenzaam
    Auteur: Kevin van Vliet
    Uitgeverij: Prometheus

    Het zwarte schip

    In de allereerste scène van deze verhalenbundel van Nicola Pugliese doemt uit de donkere nacht geruisloos een zwart schip op. Is het een collectieve zinsbegoocheling, een slecht omen of een waarschuwing? De komst van dit mysterieuze schip zet een reeks verontrustende, kafkaëske verhalen in gang, waarin het dagelijks leven in de stad van de rails loopt.

    De unieke schrijver Pugliese beschrijft in een donkere en betoverende stijl de meest onverwachte en vreemde gebeurtenissen, die iedereen in hun greep lijken te houden en alles staat op losse schroeven. Nieuwe agenda’s lopen niet meer synchroon, een steeds ontsnappende gevangene lijkt nooit echt vrij te kunnen komen; Tijdens een crisis wordt Kerstmis afgeschaft. De kettingrokende Carlo Andreoli is het alter ego van Pugliese en een terugkerend personage. In de krant leest hij over zijn aanstaande dood. De verhalen spelen zich af tegen de vage contouren van Napels.

    Nicola Pugliese (1944 – 2012) was een eigenzinnige Italiaanse schrijver en journalist. Malacqua is zijn enige boek, dat in 1977 verscheen. Het werd een soort cultroman, die niet mocht worden herdrukt van de auteur. Na Puglieses dood, verscheen Malacqua echter opnieuw in Italië. Ook hier heeft Carlo Andreoli, de melancholische journalist, een rol. Hij verslaat de mysterieuze gebeurtenissen die in Napels plaatsvinden. Dankzij vertaalster Annemart Pilon kwam het boek ook in Nederland uit.

    Het zwarte schip
    Auteur: Nicola Pugliese
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Omgeslagen dagen

    Omgeslagen dagen van Mensje van Keulen is het vervolg op haar dagboeken Alle dagen laat, Neerslag van een huwelijk en Moeder en pen. Met de haar zo kenmerkende scherpte en humor neemt Van Keulen de lezer ook in het vierde deel van haar dagboeken mee in het immer woelige schrijversleven in de jaren tachtig te Amsterdam. We volgen Van Keulen van 1983 tot 1987. Inmiddels is ze gescheiden en een gevierd schrijfster. Ze werkt aan de verhalenbundel De ketting (1983), haar roman Engelbert (1987) en haar jeugdboek Tommie Station (1985), dat een groot succes wordt. Toch gaat het schrijven, met een zoontje dat naar de basisschool gaat en een nieuwe liefde, bepaald niet vanzelf, maar Van Keulen zet door.

    Van Keulen debuteerde met de veelgeprezen roman Bleekers Zomer. Eerder was zij, van 1970 tot 1973, redacteur van het studentenweekblad Propria Cures, waar zij – naast verhalen – onder het pseudoniem Josien Meloen gedichten schreef. Later maakte zij samen met onder anderen Gerrit Komrij, Theo Sontrop en Martin Ros jarenlang deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf.

    Zij schreef niet alleen voor volwassenen, maar ook enkele kinderboeken.

    Omgeslagen dagen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • De juiste toon

    De juiste toon

    Robert Haasnoot weet precies de juiste toon aan te slaan in zijn laatste boek, Uitzaaien, dat begint met de lichamelijke aftakeling voordat hij de diagnose longkanker in het vierde stadium krijgt. Vervolgens beschrijft hij het behandelproces, gelardeerd met gevoelens en gedachten over de confrontatie met zijn aanstaande dood. Gevoelens waar hij woorden aan geeft in heldere, onomwonden taal, zonder sentimenteel te worden, maar wel diepgevoeld, nuchter en als verstokt roker niet vrij van zelfspot. Met zijn infuuspaal dwaalt hij door de gangen, op weg naar het rookvrije ziekenhuisterrein. Een goed teken vinden de verpleegkundigen. ‘Ik laat ze geloven dat ik hard aan mijn herstel wil werken en een liefhebber van het buitenleven ben. Een vrijbuiter. De waarheid is dat ik buiten een geheim plekje heb gevonden om te dampen, een paar sigaretten – heets heten die – achter elkaar.’

    Hij is moe, futloos, heeft zichzelf verwaarloosd, en is niet naar de huisarts gegaan. ‘Natuurlijk wist ik dat het goed mis was. Al heel lang. Maar iedere keer dat ik buiten adem raakte, bezwoer ik mijn onrust met een mantra die ik dan steevast in mijn hoofd liet klinken. Een voice-over uit een filmtrailer baste bewonderend: The man who blew up his lungs”, waarmee mijn vertoon van zwakte, het hijgen iets heroïsch kreeg.’

    Dromen

    De diagnose is meedogenloos. Viert hij dit jaar zijn laatste verjaardag, de laatste kerst? De mallemolen aan onderzoeken, ziekenhuisopname, operatie, chemokuur en immunotherapie gaat van start. Mooi is hoe hij het proces van acceptatie aanvangt met lucide dromen, in de hoop overleden dierbaren te ontmoeten. Die dromen zijn een mooie kapstok om herinneringen op te voeren aan zijn geboorteland Amerika, zijn jeugd daar, en zijn latere leven. Het zijn een soort aantekeningen, korte memo’s die de zwaarte van het ziekzijn verluchtigen. Vrienden en familie komen in bescheiden mate langs. Hij toont dankbaarheid jegens zijn broers en zussen die hem voluit ondersteunen, hij benoemt het verdriet van zijn kinderen en zijn zorg om hen als hij er niet meer zal zijn. Die afwisseling tussen anekdotes, herinneringen en reflecties op zijn omgeving geven een completer beeld van de man die Haasnoot is. Schrijver en schrijfdocent, die naam maakte met zijn romans over het vissersdorp Zeewijk, vader en vriend, bang en stoer, hij houdt graag de schijn op, een einzelgänger.

    Hij verbeeldt zich hoe zijn ouders naar hem kijken. Gezeten naast het graf van zijn vader hoefde hij maar ‘een sigaret te rollen en die in de aardse aarde naast het graf te stoppen’ en hij had zijn vaders aandacht. Toen zijn moeder ook was overleden, hadden zijn ouders het ineens druk met elkaar en kreeg hij dat contact niet meer. Dat die doden zich niet echt laten zien, is voor Haasnoot een terugkerende vraag. Behalve zijn hoop op het terugzien van ‘dierbare doden’, zijn er ook reflecties op het hiernamaals. ‘De angst voor het grote onbekende uiteraard.’ (…) ‘Het moeilijke van doodgaan is niet alleen dat je je dierbaren moet achterlaten, je moet ook voorgoed afscheid nemen van jezelf,’ laat hij een personage in zijn nog onvoltooide roman zeggen. ‘Sterven is een natuurlijk proces,’ filosofeert hij en uiteindelijk heeft hij er vertrouwen in dat hem niets kwaads zal overkomen.

    Romeinse drie

    En dan komt het goede nieuws, de kanker heeft zich teruggetrokken dankzij de immunotherapie. Hij mag zijn levensverwachting bijstellen, hij krijgt meer tijd, meer energie en wat doet dat met hem? ‘Veel meer tijd van leven. Extra armen vol. Een paar jaar misschien. Het is overrompelend en ik word een toeschouwer van mijn eigen verwondering, in een spreekkamer in een universitair medisch centrum naast een treinstation.’

    Om het te vieren gaat Haasnoot met zijn twee kinderen naar een tattooshop, zij hebben al een tatoeage laten zetten van een Romeinse drie, hij wilde dat ook, maar in verband met zijn gebrek aan weerstand deed hij dat toen niet. Nu wil hij het ook. Een eenvoudige Romeinse drie onder zijn elleboog. Het is een ontroerende scène, samen met zijn kinderen in de tattoo shop om hun drie-eenheid te bezegelen. En dan wordt ook duidelijk waarom de doden zich nog niet lieten zien. Het was zijn tijd nog niet.

    Terwijl hij doorgaans een moeizame schrijver is, ‘elke alinea is terreinwinst,’ schreef Haasnoot zijn memoir in drie weken, recht vanuit het hart, zonder veel te wijzigen bij de redactie. Zijn formuleringen zijn zorgvuldig, de zinnen resoneren, er staat geen woord te veel. Dit is een boek dat achter elkaar uitgelezen wil worden, omdat zijn verhaal pakkend is. Een boek met urgentie.

     

     

  • Dystopische fantasie met een angstaanjagend vooruitziende blik

    Dystopische fantasie met een angstaanjagend vooruitziende blik

    Andrea Victrix, de derde roman van de Catalaan Llorenç Villalonga (1897- 1980), speelt zich af in onze nabije toekomst, 2050. Villalonga publiceerde de roman in 1974, hij keek ruim 75 jaar vooruit en die vooruitziende blik is even fascinerend als beangstigend, maar ook hilarisch. Het verhaal is een satire op de opkomst van het massatoerisme en de consumentenindustrie in de jaren zestig van de vorige eeuw op het eiland Mallorca, dat zich afspeelt in de hoofdstad Toerclub (afkorting van toeristenclub in de Middellandse Zee).

    Villalonga, geboren en getogen op Mallorca, zag de opkomst van massatoerisme, kapitalisme en hyperconsumptie met lede ogen aan. Hij schreef er talloze artikelen en columns over die uiteindelijk resulteerden in deze roman. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij grotendeels geïnspireerd werd door Brave New World van Aldous Huxley. De fictieve kunstmatige drug Soma, wordt ook in Andrea Victrix veelvuldig gebruikt om vergetelheid te vinden tot de dood erop volgt. En net als in Brave New World bestaat in dit boek gender niet meer, de meeste mensen worden in laboratoria gecreëerd; uit liefde geboren kinderen zijn een schande, seks en genot hebben niets te maken met liefde. De Verenigde Staten van Europa met Parijs als hoofdstad zijn heer en meester van de wereld geworden. ‘Ze genoten een economische welstand die nooit eerder in de geschiedenis was geboekstaafd.’ De twee atoommachten Amerika en Rusland hadden elkaar uitgeroeid en waren van de aardbodem weggevaagd. ‘Toen een van de twee presidenten – men heeft niet kunnen achterhalen welke – een mug wilde doodslaan, schampte hij die knop, waardoor op slag zeven bommen op een van de twee rijken viel en bijna op hetzelfde moment zeven op het andere, en aldus werden de twee machten vernietigd.’

    Leven in een wereld van propaganda

    De naamloze verteller werd in 1965 ingevroren en ontwaakt vijfentachtig jaar later in 2050 in een totaal nieuwe wereld. Hij is dertig jaar jonger, een knappe man van eind twintig. Zijn eerste indruk is die van totale verwarring en frustratie, alles om hem heen is akelig en koud. Het verkeer raast om hem heen, overal zijn billboards met bewegende en schreeuwende reclames van stofzuigers en andere elektrische apparaten, die het leven zouden versimpelen, en dus verplicht aangeschaft moeten worden om de economie draaiende te houden. Om de haverklap is er een bord met de tekst: ‘De vooruitgang kan niet worden gestopt.’ De mierzoete genotsdrank Hola-Hola (‘subtiele’ verwijzing naar Coca-Cola) is de nationale drank en wordt in grote hoeveelheden gedronken. Robots en televisieschermen staan de mens bij in het dagelijks leven, een mens die al ernstig gedegradeerd is door kunstmatige, chemische voeding en vitamines. Alles ruikt naar chemie, constateert de verteller. In het belachelijk drukke verkeer vallen om de haverklap doden, waar niemand een traan om laat. Het is een wereld waarin decadentie en hedonisme zegevieren. Door de ogen van de verteller wordt de lezer slim meegenomen in deze nieuwe realiteit, die gek genoeg niet eens zo onrealistisch is.

    Op de eerste bladzijde wordt Andrea Victrix geïntroduceerd. Een goddelijke androgyn ogende schoonheid, rijdend in een rode Rolls Royce. De verteller stapt in, ze rijden op topsnelheid door de stad, veroorzaken bijna een dodelijk ongeluk, waar lacherig over gedaan wordt, maar de verteller raakt wel in de ban van hem, of is het toch een zij? ‘Ik schonk voor de eerste keer aandacht aan zijn lichamelijke schoonheid, die nog niet seksueel gedifferentieerd was. Een meisje, een verwijfde jongeman?’

    Genderneutraal

    Een van de belangrijkste thema’s in het verhaal is dat het grootste deel van de bevolking genderneutraal lijkt. Iedereen gaat gekleed in Romeinse kostuums, lange broeken of geklede japonnen zijn uit den boze. Uitspreken dat iemand man of vrouw is, is strafbaar en staat gelijk aan blasfemie. De verteller wordt heimelijk verliefd op de negentien jaar oude, mysterieuze Andrea Victrix, lief, maar ondoorgrondelijk.

    Andrea is Directeur van Plezier en zeer toegewijd aan het welzijn van de gemeenschap. Bij de verteller ontstaat naast verliefdheid ook frustratie. Hij probeert wanhopig Andrea’s geslacht te achterhalen. Vruchteloze pogingen, waardoor de ik worstelt met het idee dat hij daadwerkelijk verliefd zou kunnen zijn op een man. Ondertussen ontstaat er wel een band tussen hem en Andrea en probeert hij Andrea ervan te overtuigen dat de levenswijze van ‘vroeger’ zoveel beter was, waarmee hij Andrea in het verzet probeert te trekken.

    Verzet

    Want de verteller werpt zich op als criticus van de “beschaving” van 2050. Hilarisch beschrijft Villalonga hoe men zich verkleedt tijdens clandestiene speeches, om vooral niet te laten zien wie zich bezighoudt met het verzet tegen het regiem. Terwijl een van de sprekers ‘deze woorden sprak, keek hij naar de oude vrouwtjes, die geen spier vertrokken. Hier en daar werd gefloten en hij zocht de zaal af, maar het was gevaarlijk halverwege te blijven steken. Ik had het idee dat hij van zijn stuk raakte onder de schmink van femme fatale uit 1920; hij beet op zijn lippen, schikte zijn decolleté alsof het de revers waren van een ouderwets colbert en stak van wal.’

    Deze speeches worden breed uitgemeten en halen de vaart uit het verhaal. Villalonga heeft de behoefte om veel denkers uit de vorige eeuw te citeren en aan te halen om zijn kritiek te onderbouwen. De voornaamste is Pierre Teilhard de Chardin, de Franse pater jezuïet, natuurwetenschapper en theoloog, die trachtte het christelijk geloof in overeenstemming te brengen met de evolutietheorie. ‘In het materialistische tijdperk van jouw jeugd hadden jullie het over de Biosfeer (het dierlijke leven op de aardsfeer); in het geestelijke tijdperk waarin we nu leven, kunnen we spreken van de Noösfeer (leven van de geest). Je moet niet één enkele persoon vergoddelijken, maar de hele Mensheid, zoals de christenen zeiden. Daarom bepleiten wij het genot, la débauche, zonder te denken aan een bepaald wezen en zonder onderscheid van sekse; een genot waarin iedereen deelt…’ laat Villalonga Andrea Victrix betogen.

    De roman is een grote aanklacht tegen socialisme, industrialisatie en consumentisme, maar vooral tegen genderneutraliteit. Via talloze gesprekken tussen Andrea en de verteller en via de clandestiene speeches uit Villalonga zijn kritiek en zijn gewaarwording dat ‘de vooruitgang niet kan worden gestopt, ook niet wanneer duidelijk wordt dat de voordelen van nieuwe ontwikkelingen niet opwegen tegen de nadelen.’ Aldus vertaler Frans Oosterholt in het nawoord. Hij noemt Villalonga ‘een erudiete conservatief, een soort artistieke Bolkestein, bij wijze van spreken.’

    Hij heeft gezorgd voor een uitstekende vertaling uit het Catalaans, geen gemakkelijke opgave met name betreffende de genderkwestie, maar ook tussen de lichtvoetige humor en inktzwarte toekomstvisie houdt hij een goede balans. Helaas zijn er heel veel typfouten in de tekst blijven staan, wat de leeservaring regelmatig stoort. Maar dat deze roman stof tot discussie oproept, staat buiten kijf.

     

     

  • Oogst week 4 – 2026

    Oogst week 4 – 2026

    Deining

    ‘Er bestaat geen twijfel over dat Jones een van de meest getalenteerde schrijvers van Groot-Brittannië is,’ aldus The Independent on Sunday.

    De Britse Cynan Jones (1975), geboren en getogen in Wales, is de auteur van vijf korte romans en diverse korte verhalen. Hij werd genomineerd voor talloze internationale prijzen. Zijn werk is gepubliceerd in meer dan twintig landen en zijn korte verhalen zijn uitgezonden op BBC Radio 4 en verschenen in diverse bloemlezingen en publicaties, waaronder Granta Magazine en The New Yorker. Hij schreef ook het scenario voor een aflevering van de met een BAFTA bekroonde misdaadserie Hinterland en Three Tales, een verzameling verhalen voor kinderen.

    Deining (oorspronkelijke titel Pulse) is de recent verschenen verhalenbundel in vertaling van Manon Smits. Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen. Angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid verwerkt Jones op aangrijpende wijze.

    Deining
    Auteur: Cynan Jones
    Uitgeverij: Koppernik

    Wildnissen

    Wildnissen is de nieuwe bundel van de Vlaamse dichter Xavier Roelens. Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

    In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen. Nu voelt hij de verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die bij het vaderschap komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zonen naar de presidenten die met oorlog de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnissen, maar hij gaat uiteindelijk liever wandelen.

    Xavier Roelens (Rekkem, 1976) is poëzie-enthousiast. Hij was coördinator aan de SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden en geeft sinds enkele jaren les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé.

    Hij was hoofdredacteur van het literaire tijdschrift En er is, stelde met Maarten De Pourq de bloemlezing Op het oog samen. Eigen gedichten verschenen in o.a. DWB, NRC Handelsblad, De Revisor, Het liegend konijn en Poëziekrant of waren te horen op Crossing Border en De Nachten. Hij is redacteur van In Letterland.

    Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met Er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch. Zijn nieuwste werk, Wildnissen, verschijnt januari 2026.

    Wildnissen
    Auteur: Xavier Roelens
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Chita, herinneringen aan Last island

    Een heldere novelle waarin de mens wordt onderworpen aan de schoonheid én de wreedheid van de natuur. Klimaatroman avant la lettre.

    Lacfadio Hearn is geen onbekende bij Literair Nederland. De Grieks-Ierse schrijver, vertaler en leraar uit de negentiende eeuw, woonde jarenlang in Japan woonde en introduceerde de Japanse cultuur en literatuur in de westerse wereld. Zoals met zijn verzamelingen van legendes en spookverhalen, Kwaidan.

    Zijn novelle Chita: A Memory of Last Island uit 1889 over Last Island is nu door Koppernik opnieuw uitgegeven in de Nederlandse vertaling van Barbara de Lange.

    In 1856 heeft een verwoestende orkaan het eiland Last Island, nabij New Orleans, volledig weggevaagd. In de nasleep van de storm redt de visser Feliu Viosca een kind. Zijn vrouw Carmen werd al tijden geplaagd door dromen waarin hun overleden dochter, Conchita, terugkeerde – en haar droom lijkt even waarheid te worden. Ze dopen het kind Chita, en leren haar zwemmen, laten haar kennismaken met hun geloof, en met alles wat je moet weten over het leven aan de kust. Ze weten dat haar moeder dood is, maar hoe zit het met haar vader, die op de lijst van vermisten stond.

    Chita is gebaseerd op historische feite en oorspronkelijk in 1888 gepubliceerd als feuilleton in Harper’s New Monthly Magazine. Hearn heeft een heldere, vlotte pen. Met veel mooie natuurbeschrijvingen geeft hij inzicht in het hardvochtige leven van de lokale bevolking.

     

     

    Chita, herinneringen aan Last island
    Auteur: Lafcadio Hearn
    Uitgeverij: Koppernik
  • Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Verhalen die achterblijven op je netvlies

    Verhalen die achterblijven op je netvlies

    Van die dagen is Amanda Maxwells tweede bundel met twaalf korte verhalen. De Nieuw-Zeelandse schrijfster woont in Australië en die ‘kiwi’ en ‘down under’ sfeer is voelbaar in haar verhalen. Maxwell beschrijft haar personages met veel oog voor detail en een heldere stijl, die onherroepelijk nabeelden oplevert. Tussen de regels door komen het verlangen en ongemak van de heel diverse protagonisten naar boven. De verhalen ogen realistisch maar kantelen verschillende keren naar licht bizarre of raadselachtige situaties.

    Zoals in Moriati’s muze. Een jonge vrouw denkt dat ze stiekem is geschilderd door de grote, zeer bewonderde kunstenaar Moriati. In een tussenzinnetje wordt gesuggereerd dat de man dood zou zijn, wat de plot meteen op scherp zet. Het schilderij dat hij van de vrouw maakte, staat op een goede dag in de bushalte waar ze onbewust poseerde. Zij neemt het mee naar huis en samen met haar vriendje denkt ze er veel geld voor te vangen. Ze kopen alvast een dure sportauto. De ex van het vriendje is de vertelster. Ze is jaloers en wil ook op een schilderij van Mortiati staan. In hetzelfde bushokje trekt ze haar kleren uit en gaat in de vrieskou naakt poseren in de hoop dat de schilder haar ziet.

    Ook Denkbeeldig kaarten met Jeremy neigt naar het bizarre, tragikomische. Een stel is in de nacht op weg naar de bergen om een aanhanger sneeuw te halen, zodat een groepje (terminaal) zieke kinderen er op de parkeerplaats voor het ziekenhuis nog een keer mee kan spelen. De jongen en het meisje vallen op elkaar, maar die verlangens worden niet uitgesproken, integendeel over de zaken die hen werkelijk bezighouden zeggen ze niets. Tijdens de rit verschijnen er vreemde tekens onderweg, een dode koeienkop en schreeuwende eksters, die het verhaal dat als een droom afloopt een horrortintje geven.

    De bunker speelt op een legerbasis nabij Singapore, waar tal van families wonen. Wanneer de ouders naar de begrafenis van de generaal gaan, blijven twee meisjes van 10 en 13 alleen thuis met de Chinese huishoudster. De drie buurjongens zijn ook alleen thuis, ze lokken de meisjes mee een bunker in, wat tamelijk dramatische en gewelddadige gevolgen heeft.

    In Trampolinedagen keert Ella in gedachten terug naar haar jeugd, toen ze met haar zusje altijd op de trampoline te vinden was, maar nu. ‘… was er mos gegroeid op het stiksel langs de randen van de trampolinemat.’ Ze was hem vergeten, ‘de winterse regen had zijn bestaan uitgewist.’ Om dat oude gevoel te herbeleven gaat ze er weer op, ze springt als vroeger, maar dat loopt slecht voor haar af.

    Personages met zelfspot

    Verlangen is het voornaamste thema in deze bundel. Verlangen om erbij te horen, verlangen naar een verloren jeugd, verlangen om geslaagd te zijn, of gezien te worden door de persoon die je heimelijk bewondert, zoals in Ik ken jou, maar jij kent mij niet. De naamloze ik denkt dat ze de beste vriendin is van Mae, een wereldberoemd en beeldschoon topmodel, die beschermd door bodyguards door het leven gaat. Terwijl de ik te dik en eenzaam thuis op de bank zit, weet ze, of hoopt ze dat Mae haar ziet staan. Als Mae het uitmaakt met haar vriend heeft ze haar vriendin nodig om bij uit te huilen. Eindelijk kan de ik er voor Mae zijn. ‘Ik zeulde net mijn dikke reet van William Street op in de richting van het Coca-Colareclamebord toen ze belde.’ Het contrast tussen beide vriendinnen kan niet groter zijn en gaandeweg wordt de ik-verteller steeds onbetrouwbaarder.

    In Wat valt er te snappen gaat het om drie tieners. Zus schildert niet onverdienstelijk, ze maakt kunst, waar haar tweelingbroer Louie niets van moet hebben. Hij steekt behoorlijk grof de draak met haar. Tot haar vriendin komt voor wie hij als een blok valt. Natuurlijk zal hij dat niet laten merken. ‘Maar eerlijk is eerlijk, bij hoge uitzondering, en altijd onbedoeld, doet ze (Zus) iets wat echt indruk op je maakt en dan ben je eigenlijk best trots op haar en heb je bijna zin om haar een vriendschappelijk, ouderwets schouderklopje te geven. Bijvoorbeeld als ze een nieuwe vriendin blijkt te hebben die knap is en tieten heeft.’

    Het goede van dit verhaal is dat het in de je-vorm en onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd is geschreven vanuit het perspectief van het pesterige broertje. ‘Er is niets leukers dan tegenover je kwaadaardige tweelingzus aan de keukentafel te gaan zitten en een van haar tubes acrylverf uit te knijpen alsof het tandpasta is. “Hé, hou daarmee op,” zal ze janken.’
    Vervolgens ontstaat een cynische ruzie waarin het onvermogen van de broer om aardig te doen en zijn bewondering voor zijn zusje te tonen er vanaf druipt. Dat hij uiteindelijk zelf ook ‘kunst’ maakt wil hij niet geloven.

    Maxwell beschrijft het onvermogen van de pubers en jong volwassenen haarfijn, ze verstaat de kunst om grote, moeilijke gevoelens heel klein te beschrijven, of ze helemaal niet te beschrijven, maar te laten zien met onderkoelde humor, tragikomische details en zelfspot van haar personages. Van die dagen is uitstekend vertaald door Ariane Schluter, Maxwells krachtige verhalen met soms schrijnende situaties die achterblijven op je netvlies komen ook in het Nederlands tot leven.

     

     

     

  • Oogst week 49 – 2025

    Oogst week 49 – 2025

    Alleen in dans kon zij wonen / Het vrijgevochten leven van Darja Collin 1902-1967

    Wie heeft ooit van Darja Collin gehoord? Arend Hulshof, freelance journalist, schrijver en schrijfcoach schreef haar biografie: Alleen in dans kon zij wonen, het is een boeiend verhaal van het leven van de danseres Darja Collin. Zij werd in 1902 in Amsterdam geboren, haar vader was Robert Collin, een Duitse violist die jong stierf. Na een eenzame jeugd op een meisjesinternaat, gaat Darja terug naar haar moeder in Rotterdam. Ze is negen jaar als ze een dansoptreden ziet en meteen haar hart verliest aan de dans. Geheel tegen de tijdgeest in kiest ze voor het podium en is in de jaren twintig van de vorige eeuw een gevierd danseres. Ze volgt opleidingen in Dresden en Parijs en opent een dansschool in Den Haag. Na een hevige verliefdheid trouwt ze met de dichter Jan Slauerhoff, ze krijgen een doodgeboren zoon. Het huwelijk duurt slechts kort, Slauerhoff is altijd op zee en Darja Collin kiest haar eigen weg. Voor de Tweede Wereldoorlog reist ze samen met een leerling en later goede vriendin door Afrika, ze treden op voor geallieerde troepen op Borneo en Nieuw-Guinea.

    Een boeiende biografie van een danseres, die ook wel de Mata Hari van de dans werd genoemd.

    Auteur: Arend Hulshof
    Uitgeverij: Querido

    Mijn Andalusische moeder

    Zoektocht naar een jeugd. Manuele worstelt met het verleden en zijn plaats in de wereld. Hij mist zijn moeder, die na een mysterieuze ziekte stierf. Aracoeli is haar naam, het is de titel van de oorspronkelijke Italiaanse roman die drie jaar voor Morante’s dood in 1982 verscheen. Nog steeds actueel, is Mijn Andalusische moeder nu in een vertaling van Manon Smits verschenen.

    Aracoeli kwam uit een Andalusisch dorp, een mooie Spaanse die door een Italiaanse marineofficier werd meegenomen naar Rome. Jaren later vertrekt hun zoon, de veertiger Manuele naar Andalusië. Hij zoekt naar antwoorden over zichzelf en zijn moeders wortels. Terwijl hij ronddoolt door haar geboorteland, vervagen de grenzen tussen herinneringen, dromen en werkelijkheid. Zijn zoektocht wordt een confronterende reis door tijd en geschiedenis, waarbij de schaduw van Franco’s Spanje en zijn eigen jeugdtrauma’s steeds zwaarder op hem drukken.

    Mijn Andalusische moeder is Elsa Morante’s laatste en volgens sommigen misschien beste roman: een ontroerend verhaal over verlangen, verloren onschuld en de onbreekbare, maar ook destructieve band tussen moeder en zoon.

    Samen met Natalia Ginzburg behoorde Elsa Morante (1912-1985) tot de beste Italiaanse schrijfsters van de vorige eeuw. Ze is het grote voorbeeld voor auteurs als Elena Ferrante en Silvia Avallone. Ze was de echtgenote van Alberto Moravia en schreef kritisch onder andere over de ideologieën van haar landgenoten in de Tweede Wereldoorlog.

    Auteur: Elsa Morante
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Een luisterend oog

    Grote raadselachtige foto’s van de kunstenaar Boris Němec trekken de aandacht in de internationale kunstwereld. De kunstliefhebbers en verzamelaars Iris en Maarten kopen het kunstwerk van een perfect interieur dat de titel draagt Can You See Me? Op de foto is alleen niemand te zien, toch raakt de man totaal geobsedeerd door die foto, met ingrijpende gevolgen. Welke rol kan kunst vervullen in ons leven?

    Een luisterend oog is een filmisch geschreven novelle.  Het leven van het echtpaar wordt ontregeld, maar ook dat van de kunstenaar zelf.  Waarmee Een luisterend oog neigt naar sciencefiction. ‘Bertram Koelewijns literaire oeuvre (twee verhalenbundels, nu vier romans) draait om mind games, om dubbele lagen en de kracht van de verbeelding,’ aldus Thomas de Veen in NRC. ‘Hij betoont zich een pleitbezorger van literatuur die echt om de fictie draait, „pure fictie”, om dat wat verzonnen is en toch reëel voelt, en reëel effect teweegbrengt.’

    Bertram Koeleman (1979) is inkoper bij boekhandel H. de Vries in Haarlem. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde en publiceerde in De Gids. Hij debuteerde met De huisvriend in 2013.  Een roman waarin de beheerder van een landgoed de kluizenaar-eigenaar verstopt houdt voor de buitenwereld, met het wekelijkse bezoekje van een hoogleraar, de huisvriend, ontstaat er een probleem.

     

     

    Auteur: Bertram Koeleman
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Tussen twee werelden

    Tussen twee werelden

    Rita Törnqvist-Verschuur (1935) gaat al ruim een halve eeuw mee op het Nederlandse literaire toneel als kinderboekenschrijfster, vertaalster en romanschrijfster. Als meisjes stoer zijn is haar laatste bijdrage aan haar omvangrijke oeuvre.

    Dit boek mag een memoir genoemd worden waarin Verschuur op haar niet altijd gemakkelijke leven terugkijkt. Ze schrijft haar verhaal chronologisch in de ik-vorm en in fragmenten, soms van een halve bladzijde.

    In al haar werk heeft ze altijd uit haar eigen leven geput, waaronder ervaringen als kind in de oorlog, op haar achtste verlaten worden door haar moeder, leren omgaan met een stiefmoeder die ze ‘moeder’ moet noemen, halfbroertjes en -zusjes krijgen. Haar vader die haar meeneemt naar Zweden, waar ze nieuwe vriendinnen maakt en wat haar liefde voor de Zweedse taal aanwakkert. Ze gaat Zweeds en Oudgrieks studeren in Amsterdam, om dat af te ronden met Scandinavische talen in Uppsala en haar doctoraal weer in Amsterdam te halen. In Zweden verpandt ze haar hart aan de liefde; ze ontmoet de vader van haar drie kinderen, de literatuurwetenschapper Egil Törnqvist. En Astrid Lindgren. Ze omarmt haar nieuwe thuisland, maar uiteindelijk hoort ze nooit ergens bij.

    Vertaalster

    In Als meisjes stoer zijn beschrijft Verschuur haar ontmoetingen met Zweedse schrijvers en dichters, met wie ze bevriend raakt en die ze wel naar het Nederlands wil vertalen. Tegen een vriendin zegt ze: ”Er zijn twee dichters Lars Gustafsson en Tomas Tranströmer, die me elk een kersverse poëziebundel hebben gegeven en daar zijn gedichten bij die maar door mijn hoofd blijven spoken.” “Zou je daar iets mee willen doen?” vraagt de vriendin en ze antwoordt: “Terwijl ik luiers sta te wassen verschijnen er af en toe flarden in het Nederlands, precies op het ritme van het Zweeds, en die onthoud ik dan. Tijdens wandelingen met mijn zoontje komen er soms hele zinnen, en die krabbel ik op een papiertje als we pauzeren in de speeltuin.”

    Ze vertaalt tientallen boeken van Astrid Lindgren, en tal van Zweedse schrijvers en dichters, zoals August Strindberg, Torgny Lindgren, Per Olaf Enquist en de Noor Knut Hamsun. En omgekeerd introduceert ze Jan Wolkers bij het Zweedse publiek: ze vertaalt Turks Fruit in het Zweeds. Aanvankelijk zag ze het niet zitten. ‘Eerlijk gezegd zit ik hier toch wel wat tegenaan te hikken, want dit boek staat bol van de vrouwonvriendelijke seks.’ Maar na een bezoek van een stijve overbuurman, die haar ziet als de vrouw van, krijgt ze er wel zin in en ‘Na hevige aandrang van Wolkers bezwijk ik voor Turks Fruit.’
    Toch kriebelt er ook iets anders: ze wil haar eigen verhalen publiceren. Haar eerste kinderboek verschijnt in 1976, het begin van een lange reeks waar ze ook diverse prijzen mee won.

    Het leeuwendeel van haar kinderboeken is fictie, die ze publiceerde onder de naam Rita Törnqvist. Na 1993 begon ze haar herinneringen op te schrijven onder haar meisjesnaam Rita Verschuur. Een overlap met eerder gepubliceerd werk is er niet, daarom publiceert ze Als meisjes stoer zijn nu als Rita Törnqvist-Verschuur.

    Verschuur beschrijft veel boeiende ontmoetingen die ze gedurende haar leven had met schrijvers en mensen van faam, ze citeert soms een gesprek, overgenomen uit haar dagboek, of een inzicht dat haar is bijgebleven. Zo was daar in haar jeugd haar tekenleraar Anton Pieck. ‘De meeste leraren draaien gewoon hun lesje af, maar er zijn er een paar die hun best voor ons doen. Eén daarvan is Anton Pieck. Hij heeft borstelige wenkbrauwen boven bruine ogen, die diep in zijn gezicht liggen en vriendelijk staan. Toch is hij heel beroemd, want je ziet overal op kaarten en kalenders zijn vrolijke tekeningen, meestal wintertaferelen (…) moeder haalt er haar neus voor op, maar ik kruip er juist helemaal in.’

    Veel later in haar leven wordt Gerhard Durlacher, holocaust overlevende, een goede vriend die haar de weg wijst naar de roman Black dogs van Ian Mc Ewan. Het boek opent haar de ogen voor de gevaren die er zijn als je naïef of vol vertrouwen in het leven staat, vooral in de omgang met mannen.

    Rode draad

    Als meisjes stoer zijn is niet zomaar een terugblik op een boeiend leven, het hoofdthema is de man-vrouw verhouding en grensoverschrijdend gedrag. De kleine Rita werd geconfronteerd met een ‘oom’ die het nodig vond om zijn tong in haar mond te stoppen bij een zogenaamd goed gemeende nachtzoen. Ze had een onbestemd gevoel bij het mannelijke bezoek in haar moeders huis als ze daar wel eens logeerde, ze verbrak haar verloving met Ernst omdat ze haar gevoelens voor hem wantrouwde om vervolgens naar Zweden te vluchten.

    Hoe een onveilige jeugd het verloop van je leven bepaalt is niet alleen voor een meisje een terugkerend thema. Zo beschrijft ze hoe zij met een vriendinnetje een jongen uit haar klas een regenworm liet eten. ‘(…) Dan houden we een regenworm onder zijn neus en zeggen dat hij die op moet eten. Dat wil hij niet. Pas als we hem een lafaard noemen en een moederskindje, slikt hij de wurm in één keer door.’ Die gebeurtenis vervult haar met schaamte en de herinnering blijft de rest van haar leven aanwezig.

    Na tien jaar in Zweden te hebben gewoond, verhuisde Törnqvist met haar gezin terug naar Nederland. Haar man kreeg een interessante baan en zij werd gezien als de vrouw van, in Zweden was ze onafhankelijker. Bovendien was ze moeder en kon ze haar schrijverij ternauwernood combineren met de huishoudelijke taken. In die tijd had ze een heel nare aanrandingservaring in het Spanderswoud in Bussum, die als een rode draad door haar leven en het boek blijft lopen en de aanleiding is van haar behoefte om ervaringen met grensoverschrijdend gedrag van mannen te noteren. Jaren later toen ze gescheiden was, waren er mannen die vriendschap wilden, waarbij soms ook grenzen werden overschreden. Het waren #metoo gebeurtenissen nog voor het woord bestond.

    Maar er zijn ook positieve ervaringen. Als ze met haar dochter diep in de Zweedse bossen loopt krijgen ze een lift van twee Oost-Europese mannen in een jeep. Haar dochter is een stuk minder naïef en waarschuwt haar moeder niet te openhartig te zijn, maar het loopt goed af. Dat vrouwen, jong of oud, altijd op hun qui-vive moeten zijn en dat meisjes al jong geconfronteerd worden met de seksuele macht van de man is de rode draad in dit boek, en heel actueel. Tijdens een kinderboekencongres in Columbia ziet Törnqvist tienermeisjes op een muurtje zitten wachten tot er een wordt opgepikt door een kerel die haar meeneemt naar een hotelkamer. Het raakt haar diep en ze voelt zich schuldig dat ze het meisje geen geld gaf, zodat ze die avond gewoon naar huis had kunnen gaan. Al betwijfelt Törnqvist of het kind niet toch weer terug naar haar muurtje was gegaan.

     Tijdsbeeld

    Haar oude dag geniet ze in Bergen. Ze wandelt door de duinen en ontmoet veel bekenden, en ze reist veel. Onder meer naar haar zoon in Amerika, waar ze is tijdens de aanslagen van 9/11, later naar Oekraïne, nog voor de Russische inval. Of met haar kleindochter naar Florence. Wanneer er borstkanker bij haar wordt geconstateerd doet ze een stapje terug, maar ze wijst de hormoontherapie af – tot ongenoegen van de specialist. Ze leeft nu in bonustijd. Dit proces beschrijft ze indringend in haar boekje Met wortel en tak, dat in 2014 verscheen.

    Als meisjes stoer zijn is een relaas van een boeiend leven van bijna een eeuw, een tijdsbeeld met veranderende inzichten en een inventarisatie van Törnqvists ‘belevenissen met het raadsel Man’.

     

  • Tragiek van een huwelijk

    Tragiek van een huwelijk

    Natalia Ginzburg wordt wel de grande dame der Italiaanse literatuur van de vorige eeuw genoemd. De novelle Valentino verscheen in 1957 en is nu opnieuw vertaald door Jan van der Haar en samen met het korte verhaal De moeder. In 1957 moeten de Italiaanse grondvesten geschud hebben toen dit kleine maar fijne verhaal verscheen. Zonder iets te benoemen vertelt Catarina (Ginzburg zelf?) het verhaal van een arm gezin, haar zogenaamd veelbelovende broer Valentino, een tragisch huwelijk en een liefde zonder liefde. ‘Mijn vader dacht dat hij een groot man zou worden: daar was misschien geen reden voor, maar hij dacht het wel: hij dacht dat al sinds Valentino klein was en nu kon hij er misschien moeilijk mee ophouden.’ Valentino studeert medicijnen, maar weet zich altijd te drukken, liever gaat hij uit, maakt hij speelgoed voor de kinderen van de conciërge en speelt hij met de kat.

    Klaploper met een lelijke vrouw

    Door de ogen van zijn zus leren we hem kennen als lui en egocentrisch, vooral geïnteresseerd in zichzelf. De ouders hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen, maar hebben alles voor hun veelbelovende zoon over. De oudste zus, die met een man en kinderen keihard moet werken om haar gezin draaiende te houden, wil zelfs niets met hem te maken hebben.

    Wanneer Valentino, na tal van met knappe meisjes ‘met mutsjes’, thuiskomt met de lelijke, tien jaar oudere, maar schatrijke Maddalena, zijn de ouders ten einde raad, want de familie denkt dat hij op haar geld uit is. Het is het eerste vooroordeel waar je je ook als lezer op betrapt. Valentino en Maddalena trouwen, hij zegt van haar te houden en haar mooi te vinden, trekt bij haar in, en hoewel de lezer nooit de gedachten of beweegredenen van Valentino te weten komt, lijkt het een geslaagd huwelijk.

    Valentino luiert door de dag, zijn vrouw vertrekt al vroeg om haar landerijen te overzien, zij brengt het geld binnen en baart vervolgens hun drie kinderen. Nog een heilig huisje waar tegenaan getrapt wordt.

    Doorheen het hele verhaal blijft Valentino zichzelf. Hij heeft niet in de gaten dat zijn omgeving zich zorgen maakt, dat zijn ouders en Maddalena alles voor hem opofferen, dat het toch een beetje vreemd is hoe hij zich gedraagt in het huishouden van zijn vrouw. Een ras-narcist, denk je als lezer, of zelfs: geeft Ginzburg hier een dwarsdoorsnede van de man in het algemeen? Zijn het feministische zaadjes die Ginzburg in het hoofd van haar lezers plant?

    Empathie en onafhankelijkheid

    Als beide ouders komen te overlijden, ook niet zonder tragiek, gaat de jonge Catarina die voor onderwijzeres studeert, bij Maddalena en haar broer wonen. Ze ontmoet Kit, een neef van Maddalena, net zo’n klaploper als Valentino. Hij komt dagelijks naar haar huis, de twee mannen hangen rond en spelen spelletjes. Zonder het verdere verloop te verklappen: ook hier wordt de lezer met zijn neus tegen een heilig huisje geduwd.

    En daarmee is Valentino, klein maar fijn, een universeel verhaal over verwachtingen en verlangens. De vader verlangt dat zijn zoon een machtig man wordt, maar ziet niet dat die zoon in zijn eigen wereld ook macht heeft en gewoon gelukkig is. Maatschappelijke normen worden op hun kop gezet, zoals de vrouw die een mannentaak uitvoert door haar landgoederen te controleren en tegen de boeren te schreeuwen. De rolpatronen binnen het huwelijk worden bevraagd. Het vooroordeel van de lezer over de lelijke en dikke Maddalena wordt uiteindelijk ook omgezet in empathie, als ze vergeving toont wanneer haar huwelijk uiteindelijk toch mislukt. Zo wordt het verhaal herkenbaar.

    De personages en hun karaktertekening komen voort uit de perceptie van de vertelster, de zus. ‘Soms word ik overvallen door grote woede op Valentino. Ik zie hem door het huis zwalken in zijn versleten kamerjas, roken en kruiswoordpuzzels maken, terwijl mijn vader toch van hem dacht dat hij een groot man zou worden. (…) Ik volg hem met mijn blik als hij de straat opgaat (…) met die kleine krullenkop op zijn stevige schouders. Ik ben blij met zijn nog zo gelukkige, zegevierende tred, waar hij ook heengaat.’ Het verhaal gaat niet over Catarina, en indirect toch wel. Haar behoefte aan onafhankelijkheid is ook een thema in het boek. Zij is degene die bepaalt hoe de lezer het verhaal beleeft, neutraal, mild en vergevend.

    Ongeliefd

    De moeder is eigenlijk een hartverscheurend kort verhaal over een moeder die niet van haar twee zoontjes weet te houden zoals het zou horen volgens de sociale normen. Ze kan het niet, voelt zich ongeliefd en dompelt zich onder in een leven waarin ze ook niet gelukkig is. Ook zij snakt naar onafhankelijkheid, ze kan niet zien welke positieve dingen ze wel heeft en dat is treurig. Na haar moedwillige dood denken de jongens met schaamte aan haar terug en willen haar zo snel mogelijk vergeten. Hun grootmoeder, de conciërge en een tante die hen ook opvoedden, laten een veel prettigere herinnering achter op hun netvlies. Ginzburg deed zelf een poging tot suïcide en wellicht putte ze uit die ervaring voor dit verhaal dat zo krachtig is in zijn kortheid. Beide, Valentino en De moeder roepen genoeg op om nog even over door te mijmeren.

     

     

  • Oogst week 39 – 2025

    Oogst week 39 – 2025

    Het jubileum

    ‘De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani (1975) is in eigen land een gelauwerd schrijver. Over zijn debuutroman, Cordiali saluti, (2005), schreef de schrijver Antonio Tabucchi (1943-2012) dat hij dit boek gelezen had ‘met een opwinding die ik in tijden niet meer heb gevoeld in de Italiaanse literatuur’.’ Aldus Ingrid van der Graaf in haar interview met Bajani voor Literair Nederland in 2022.

    Met zijn roman L‘anniversario won Andrea Bajani de Premio Strega 2025, de meest prestigieuze literaire prijs van Italië. Het boek, in een vertaling van Manon Smits, is nu verschenen met de titel Het jubileum. Na tien jaar kijkt een zoon terug op zijn verstikkende jeugd met subtiel huiselijk geweld, dat plaatsvond in zijn familie. Zonder mensen te beschuldigen of te redden legt hij het dwingende systeem van het gezin bloot om zichzelf uiteindelijk te bevrijden. ‘Nadat ze (de moeder) zich al die jaren had onttrokken, er niet was geweest voor zichzelf of voor haar kinderen, alleen maar bezig was geweest met poetsen, bedienen, haar man gehoorzamen in huis en in bed, het weinige of niets dat mijn vader van haar verwachtte of eiste uitvoeren, eindigde ze met iets typisch moederlijks. Ze voelde aan wat er in het binnenste van haar zoon al gebeurd was zonder dat hij het zelf wist.

    Op die dag, tien jaar geleden, heb ik mijn ouders voor het laatst gezien. Ik ben sindsdien van telefoonnummer veranderd, van huis, van continent, ik heb een onneembare muur opgetrokken, ik heb een oceaan tussen ons in geplaatst. Het waren de beste tien jaar van mijn leven.’

    Eerlijk, openhartig en verontrustend relaas gebaseerd op herinneringen.

    Het jubileum
    Auteur: Andrea Bajani
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Kookpunt

    ‘De personages uit Kookpunt van Nisrine Mbarki Ben Ayad wonen in Brussel. Algiers. Parijs. Damascus. Casablanca. Cairo. Amsterdam. Zeven mensen, zeven levens die zich in verschillende steden en landen afspelen. En toch raken ze elkaars levens en vertellen zo het verhaal van een versplinterde wereld, waarin mensen ondanks alles innig liefhebben.’

    Kookpunt is het verhaal van een eeuw: van 1961 in Algerije tot 2061 in Amsterdam. Het is een eeuw die herhaaldelijk zelfmoord pleegt en zichzelf opnieuw uitvindt. Zeven verhalen, in zeven decennia, op verschillende plekken in de wereld, maar de schakelmomenten in de geschiedenis verbinden al deze mensen met elkaar. De nucleaire tests van de Fransen in de Algerijnse Sahara zorgen ervoor dat Ydder zijn grote liefde verliest. Maar ook dat hij Salma die uit Damascus vluchtte ontmoet. Die in Belleville met Bern trouwt. Die jaren later bij de crypte in de Pieterskerk in Utrecht vanuit het dodenrijk door haar wordt geroepen. Onzichtbare draden van het menselijke tekort spannen over de hele wereld. Niets in de geschiedenis blijft zonder gevolgen, alles werkt generaties door.

    Nisrine Mbarki Ben Ayad (Tilburg, 1977) is een veelzijdige schrijver, dichter, columnist, vertaler en programmamaker. Als literair vertaler vertaalt ze poëzie uit het Arabisch naar het Nederlands. Haar gedichten en columns verschijnen regelmatig in literaire tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tiraden Het Liegend Konijn.

    Kookpunt
    Auteur: Nisrine Mbarki Ben Ayad
    Uitgeverij: Pluim uitgeverij

    Vacht!

    Cobi van Baars publiceerde in 2023 de roman De onbedoelden gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een tweeling die zonder medeweten van de moeder meteen na de geboorte werd afgestaan. Het boek kreeg een lovende ontvangst en verkocht meer dan 30.000 exemplaren en stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2024.

    In Van Baars’ laatste roman, Vacht!,  werkt Eline van der Veer in een archief dat is gevestigd in een voormalig klooster. Aanvankelijk is ze blij met haar nieuwe baan, tot de sfeer verandert en heel onaangenaam wordt. Kan ze zich staande houden als iedereen zich tegen haar keert?

    Eline raakt verstrikt in een leugen over een relatie, die haar positie op het werk onder druk zet. Ze gunnen haar een vriend, maar nemen een loopje met haar, ondertussen staart ze uit het raam naar buiten waar een kudde schapen loopt.

    Vacht! is een metafoor voor het verlangen en de behoefte om ergens bij te horen.

    Beklemmend en geestig psychologisch portret.

    Vacht!
    Auteur: Coby van Baars
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Opmerkelijk debuut

    Opmerkelijk debuut

    De verkavelingen van Arthur Goemans is een ouderwets goed boek. Plotlijn, structuur, (Vlaams) taalgebruik, de dialogen, weten hoe je personages van vlees en bloed op moet voeren behoren toe aan iemand met veel schrijfervaring. Maar niets is minder waar, De verkavelingen is het debuut van de dertigjarige Arthur Goemans. Hij schreef een opmerkelijk verhaal, heerlijk om een poosje in te wonen en op te trekken met Robert, Jenny, Wes, hun ouders en dorpsgenoten.

    Het verhaal gaat om drie vrienden die begin jaren negentig worden geboren en in het fictieve Vlaamse plattelandsdorp Wildale opgroeien. Ze zijn alle drie intelligent en origineel, maar hun achtergrond is heel verschillend. Robert is de hoofdprotagonist, we zijn getuige van zijn geboorte, een couveusekindje. Hij blijft klein van stuk en draagt als jochie graag de communiejurkjes die zijn moeder maakt. Roberts moeder overlijdt als hij zeven jaar is, zijn jeugdtrauma waar niet over gesproken wordt. Hij groeit op met zijn beminnelijke en zachtaardige vader, zelf is hij ook zachtaardig, hij schrijft poëzie, is verlegen en eenzaam en heimelijk verliefd op Jenny. Robert is de meest serieuze en plichtsgetrouwe van het trio, er zijn geen drank of drugs in zijn leven. Het zouden ingrediënten voor een saai karakter kunnen zijn, maar Goemans geeft hem zijn deugden niet voor niets. Hij is een uitstekend tegenwicht voor Wes en Jenny die alles doen wat god verbiedt.

    Club van onprettig gestoorden

    Jenny’s achtergrond is ingewikkelder. Haar moeder kwam jong en ongewenst zwanger naar Wildale, ze vond een thuis bij Frank van Puymvelde, de plaatselijke projectontwikkelaar. Materieel gezien ontbrak het Jenny aan niets, ze kreeg op haar twaalfde een Cartierhorloge van haar stiefvader – op wie ze overigens dol was maar die haar ook teleurstelde. Ze was zeer eigengereid en dreef haar leerkrachten tot wanhoop, ze spijbelde, raakte al jong aan de drank en de pillen. Jongens die op haar verliefd werden moest ze niet. ‘Het ging goed zolang de jongens niet verliefd op haar werden. Verliefdheid was een afwijking die de vriendschap niet enkel in de toekomst verhinderde, maar ook retroactief oneerlijk maakte.’ En dat terwijl alle jongens verliefd op haar waren. Ze heeft prikkeldraad om zich heen en dat maakt haar een boeiend personage waar de eenzaamheid en het onvermogen vanaf druipen. Hetzelfde geldt voor Wes. Zijn vader is een b-acteur, die zijn Vlaams doorspekt met Amerikaanse oneliners. Zijn zoon doet hetzelfde. Hij is een prater, een dromer en ruggengraatloos. Wes raakt geobsedeerd door de muziek van The Strokes, hij koopt een elektrische gitaar, begint een band en komt via het criminele pad uiteindelijk in de zenmeditatie terecht.

    Al jong beheerst de alcohol hun leven. Jenny richt De Club van de Onprettig Gestoorden op met drie leden: zijzelf, Wes en Robert. Het is hun vrijbrief voor kattenkwaad en drankgelagen ‘Na de laatste schooldag lagen Robert, Wes en Jenny in het maisveld bij de kubus. Sinds de rechtszaak was met voorzichtigheid komaf gemaakt: Wes had een fles appeljenever gejat en hij en Jenny speelden “slok slok”, merkte Robert, een spel met een eenvoudige premisse. “Ik neem een slok, en dan jij, en dan ik weer”, zei Jenny. “Tot het op is.” (…) “Wat doen we met hem?” vroeg Jenny. De jenever leek maar weinig effect op haar te hebben. “Hij moet zijn bed in”, zei Robert. “Hoe dan? Aanbellen bij Beatrijs, hier is je stomdronken zoon? No way.” “My way,” bazelde Wes, “or the highway.”’

    Materieel ging het de pubers niet slecht, emotioneel liet hun opvoeding veel te wensen over en precies dat was wat hen met elkaar verbond. Goemans werkt dit aspect in zijn roman goed uit, zonder iets te benoemen, maar met humor, rijp taalgebruik, mooie metaforen en zelfspot in de dialogen. Zijn personages hebben zelfkennis, al kunnen ze daar niet zoveel mee.

    Sappige roman

    Het verhaal beslaat grosso modo dertig jaar, van 1990 tot 2020. In een hink-stap- sprong-chronologie krijgen we de hele achtergrond van de drie kinderen en hun ouders verteld in een wisseling van perspectieven of via een alwetende verteller, wat heel natuurlijk verloopt. Bijna aan het einde komen we meer te weten over Lauranne en Frank, de ouders van Jenny, al waren er al veel eerder zaadjes geplant die hun relatie intrigerend maakt. Soms voelt dat bijna te uitleggerig, maar het kennen van de achtergrond van zowel de ouders en sommige dorpelingen dragen bij aan de steunpilaren van het hele verhaal, dat uiteindelijk ook een sappige streekroman is. Het zijn deze details die het verhaal geloofwaardig maken.

    De vrienden groeien na de middelbare school uit elkaar, maar echt uit het oog verliezen ze elkaar niet. Hun lot is zelfs zo verbonden dat ze willens en wetens dertig jaar later in 2020 nog steeds tot elkaar veroordeeld zijn. Het dorp is bijna te gronde gericht door verkaveling, aanstaande nieuwbouw bedreigt het natuurgebied en de cohesie tussen de dorpelingen staat onder druk door verdeeldheid.

    Het is hier, aan het einde van het verhaal, dat het boek begint. Jenny’s fiets wordt in de Wildaalse vaart gevonden, nadat ze zelf tien jaar eerder spoorloos verdween. ‘Het was alsof Jenny, die een leven lang alles en iedereen in Wildale had verguisd, plots bang werd voor de stilte. En dat ze het met de weergoden op een akkoordje gooide, de Vaart liet opdrogen, en de gemeentewerkers naar haar fiets leidde.’ Spannend, want na een gedetailleerde beschrijving van tweeënhalve bladzijde hoe de fiets uit de vaart wordt gehaald, is het boek nog moeilijk weg te leggen. We willen weten wat er met Jenny is gebeurd.

    Extra laag

    Alle drie hebben ze hun idolen. Robert hangt aan de Vlaamse dichter Paul Snoek, Wes is fan van de post-punkband The Strokes en Jenny leest tijdens haar studie The Bell Jar van Sylvia Plath. Dat past bij haar karakter, ze spiegelt zich aan Plath, of is het foreshadowing naar haar eigen einde? Dat een jonge schrijver als Goemans zich bedient van deze motieven dwingt respect af. Het geeft het verhaal een extra laag en diepgang. Evenals de aftakeling van de natuurgebieden, de verdwijnende ecosystemen en oprukkende nieuwbouwwijk en de zijdelingse verwijzingen naar vogels, in het bijzonder de kwartelkoning, vroeger een veel geziene gast in de Vlaamse beekdalen. Een illustratie van de kwartelkoning staat zelfs op de voorkant van het omslag.

    Arthur Goemans (1995) woont en werkt in London en is onderzoeker bij denktanks RAND en het Centre for the Governance of A.I., waar hij zich bezighoudt met de regulering van artificiële intelligentie. Hij studeerde rechten in Leuven en internationale betrekkingen aan het Europacollege en volgde beleidswetenschappen aan de universiteit van Cambridge.

    Aan de Schrijversacademie in Antwerpen volgde hij een cursus Creatief Schrijven. Met De verkavelingen schreef hij een gelaagde roman over een benepen Vlaams dorp, waarin thema’s als vriendschap, trouw, de invloed van familie en het verliezen van dromen en liefdes een rol spelen. Een boek met het kaliber van Joe Speedboat en Bonita’s Avenue en misschien zelfs een graadje beter. Het is reikhalzend uitkijken naar Goemans’ volgende roman.

     

  • Geen helden, maar gewone mensen

    Geen helden, maar gewone mensen

    Het debuut Zwarte zomer van Tea Tupajić verscheen onlangs in juli, dertig jaar na de verschrikkingen in Srebrenica in 1995. Het Nederlandse vredesbataljon ‘Dutchbat III’, werd daar door de VN gestationeerd om de moslimenclave en de door de VN toegewezen veilige zone te beschermen tijdens de Bosnische burgeroorlog. Maar dat liep mis.

    Op 11 juli vonden hevige gevechten plaats tussen de Bosnische Moslims en de Bosnische Serviërs. De moslimenclave viel en na de overgave overtuigde kolonel-generaal Mladić de Dutchbat leiding dat de overdracht van de inwoners noodzakelijk was voor hun veiligheid. Het bleek een valstrik. In de dagen die volgden werden bijna 8400 Bosnische moslimmannen en -jongens gedood door de Bosnisch-Servische troepen.

    Tea Tupajić (1984, Sarajevo) is film- en theaterregisseur. Zij reisde door heel Nederland en sprak met meer dan honderd veteranen. Zwarte zomer is gebaseerd op het theaterstuk Dark Numbers dat ze in 2018 maakteover en met Dutchbat-veteranen. In het boek verweeft Tupajić de herinneringen van zes slachtoffers, waardoor het een dwarsdoorsnede van ervaringen wordt. Al is het aanvankelijk gissen wie er aan het woord is.

    Deze mensen, mannen en vrouwen, jong en onervaren of ouder met meer ervaring, waren tijdens de bloedhete zomer van 1995 getuige van de verschrikkingen. Nog steeds leven ze met de trauma’s en nabeelden ervan op hun netvlies. Soms zijn het slechts een paar zinnen op een bladzijde, wat indringend overkomt, omdat er ook veel wordt weggelaten. De getuigen hebben hun ervaringen heel verschillend beleefd. Soms zijn die rauw en benemen je de adem, dan weer zijn ze afstandelijk, relativerend.

    Dwarsdoorsnede van ervaringen
    Twee jonge vrouwen die de ernst van hun missie aanvankelijk niet zo duidelijk in de gaten hadden, worden in één keer volwassen als ze oog in oog met de vijand staan. ‘Ik sta bij de poort. Ik zie vijfentwintigduizend vluchtelingen die allemaal de compound in willen. We hebben plek voor vijfduizend. We moeten een selectie maken.’ Na een halve bladspiegel witregels eindigt het stukje. ‘Alleen vrouwen en kinderen.’

    Een legerarts staat voor moeilijke keuzes en een onwerkbare situatie. Een man moet na de oorlog in het reine komen met PTTS. Een ander wilde graag net zo heldhaftig worden als zijn grootvaders die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zaten. Het zijn de mooie, en gruwelijke herinneringen, grappige anekdotes en morbide grappen die een eerlijke inkijk geven in wat er destijds gebeurd is. In het laatste hoofdstuk presenteert de auteur zich, en horen we bij monde van een van de slachtoffers meer over haar motief om dit boekje te maken.

    Dark numbers en zwarte zomer
    Zwarte zomer is mooi opgebouwd, gaandeweg weet je (toch) wie er aan het woord is en dringt de pijn en onzekerheid van de slachtoffers steeds dieper tot je door. Zoals de twijfel als je moet kiezen tussen menselijkheid en militair handelen. ‘Ik handelde overeenkomstig de opdracht. Maar was de opdracht goed? Had ik de opdracht moeten negeren.’ En later als de confrontatie met het thuisfront komt, waar de beste stuurlui aan wal stonden, overheerste de twijfel. ‘Ben ik een goede soldaat geweest of een lafaard?’ Dat dealen met het onbegrip van de buitenstaanders wat er bij dergelijke traumatische ervaringen altijd is, bleek voor iedereen moeilijk en ingewikkeld.

    Enkele veteranen die in het boek voorkomen speelden ook mee in het theaterstuk Dark numbers. In een interview met Herien Wensink in De Morgen in 2019 zegt Tupajić:

    ‘Het wordt hen verweten dat ze zich niet als helden hebben gedragen daar. Maar het zijn geen helden, het zijn gewone mensen, mensen die worstelen en fouten maken. Hoe houden zij zich staande in zo’n situatie? En erna? Goed, ze leven nog. Maar als ik naar ze kijk, vraag ik me af of ze het zo goed hebben doorstaan. Hebben ze het wel overleefd? Of zijn ze alleen maar lichamelijk ongeschonden teruggekomen?’

    Zwarte zomer is een aangrijpend relaas van de verschrikkingen van een oorlog, een genocide, gezien door de ogen van gewone mensen. Het is een eyeopener voor gewone mensen die er niet bij waren en die geen idee hebben wat zich daar heeft afgespeeld. Kortom, een belangwekkend boek over een geschiedenis die niet in de vergetelheid mag raken.