• Knausgårds kosmologische blik

    Knausgårds kosmologische blik

    Karl Ove Knausgård lezen is ondergedompeld worden in andermans leven. Niet als een voyeur, maar als een mens die herkenbare situaties, gedachten, relaties en ideeën meebeleeft. Aan die herkenbaarheid is behoefte; Knausgård heeft niet voor niets een wereldpubliek veroverd met het zesdelige autobiografische Mijn strijd waarin hij over zichzelf schrijft en over alles en iedereen in zijn leven. Ook in de seizoensboeken en zijn non-fictie horen en herkennen we zijn stem. Altijd zijn er de onovertroffen invoelbaar beschreven dagelijks handelingen als een jas aantrekken, een grammofoonplaat opzetten, uien snijden, in de pan met soep roeren, koffie zetten, in de auto stappen, een richtingaanwijzer aanzetten, de trap oplopen, naar buiten kijken, sleutels pakken en talloze andere alledaagse verrichtingen. Je ziet wat hij doet, spiegelt zijn bewegingen, hoort de dialogen. Daarnaast zijn er de gedachten, de ontwikkelingen en voortgang in het leven van de ik. Wat de lezer gewaarwordt is het mysterie dat leven heet, het geworstel dat het is. 

    In De wolven van de eeuwigheid ontmoeten we in de eerste helft van het boek ik-personage Syvert, die net uit militaire dienst ontslagen is en weer bij zijn moeder en zeven jaar jongere broertje Joar intrekt. Hij weet niet wat hij zal gaan doen, studeren misschien, maar wat dan? Hij neemt een baantje bij een begrafenisonderneming om financieel bij te dragen in het huishouden, traint weer bij zijn voetbalclub, hangt wat rond, zoekt oude vrienden op. Bij het opruimen van de garage vindt hij brieven van zijn al jaren geleden gestorven vader. In het Russisch. Hij laat ze vertalen en ontdekt dat zijn vader in de Sovjet-Unie een geliefde had. 

    Tweede natuur

    Daarna volgen op zichzelf staande hoofdstukken met andere ik-personages, zoals vrachtwagenchauffeur Jevgeni en biologe Alevtina die na Syvert het tweede hoofdpersonage is. In allen herken je de blik en de manier van denken van de schrijver. Hij kan er zijn veelzijdige interesses in onderbrengen, want Knausgård zou Knausgård niet zijn als hij door het rustig voortkabbelende verhaal niet allerlei essayistische overpeinzingen zou weven, of niet af en toe een blik op de eeuwigheid zou werpen, zoals wanneer hij Syvert op weg naar de winkel laat denken: ‘Nu ik over de asfaltweg liep, leek het alsof de flitsende, dreunende ruimte, waar de opgewonden gezichten werden opgelicht en weer donker werden, zoals bij onweer, opging in iets oneindig veel groters en rustigers.’ 

    Denken en schrijven over zaken die hem intrigeren, zoals de plaats van de mens in de kosmos, lijkt Knausgårds tweede natuur. Behalve een begenadigd schrijver is hij een gedegen denker. In Vrouw, het laatste deel van Mijn strijd, schrijft hij meer dan honderd pagina’s over Hitler en Mein Kampf en in De wolven van de eeuwigheid praat en denkt Alevtina pagina’s lang over evolutie en mycorhizza (de symbiose van planten en schimmels via de wortels), over celdeling en dna. 

    ‘De dood is iets’

    Dan personage Vasilisa, een vriendin van Alevtina. Zij schrijft een boek over F.N. Fjodorov, geboren in 1828. ‘Hij heeft een plan bedacht voor een gemeenschappelijke taak waarbij de hele mensheid betrokken zal zijn, en die de lichamelijke opstanding van alle mensen tot doel heeft.’ Als ze nadenkt over haar jong overleden broertje schrijft ze: ‘De dood is iets.’ Ze bezoekt een bedrijf waar dode lichamen, of alleen hoofden, drijven in tanks gevuld met vloeibaar gas van min tweehonderdvijftig graden. De bedoeling is ze ooit, later, weer tot leven te wekken, hersenen misschien te uploaden in een computer. Vrachtwagenchauffeur Jevgeni levert in dit bedrijf tanks af, bij het weggaan hoort hij een ‘onheilspellend gebonk’ uit een schuur komen. Het bedrijf Krio Rus, de naam die genoemd wordt, bestaat echt. Over het Amerikaanse equivalent schreef Jeanette Winterson in de roman Frankusstein.

    De dood is een onontkoombaar thema bij Knausgård. Morgenster bevat een lang essay over de dood, Wolven begint al meteen met een paar pagina’s over Helge, een jeugdige ik die een auto in het water ziet liggen en er tegen niemand iets over zegt. De suggestie ontstaat, later, dat het Syverts vader is die in die auto om het leven is gekomen en misschien gered had kunnen worden. Deze Helge komt niet terug, of het moet de Helge zijn die in Syverts latere begrafenisonderneming werkt. Maar dan zijn we tientallen jaren verder. Syvert lijkt een stoïcijns personage, totdat uit de gesprekken met Alevtina blijkt hoe hij zijn gevoel uit de weg gaat, zich verbergt achter meegaandheid en aardig zijn. Hij durft haar niet te vertellen dat hij een begrafenisonderneming runt, bang als hij is dat zij dat werk onaangenaam vindt en hij erdoor in haar achting daalt. 

    Bijbel

    De dood is niet het enige terugkerende element bij Knausgård. Grote, zwarte vogels vliegen wederom rond en de hellichte grote ster uit Morgenster is ook in Wolven aanwezig. De Bijbel, inspiratiebron voor Knausgårds eerste, weinig succesvolle roman Engelen vallen langzaam, neemt ook nu een vooraanstaande plaats in. In Wolven en Morgenster wordt eruit geciteerd en over nagedacht. De Bijbel is niet alleen een christelijk cultuurverschijnsel, hij vertegenwoordigt ook de mystiek en het bovenaardse. Wat weer samenvalt met de ‘nieuwe ster’ die in Wolven Vasilisa angst aanjaagt.  

    De wirwar van relaties, de noties over leven, dood, oneindigheid, mensheid, eeuwigheid en de cliffhangers na ieder hoofdstuk, dit alles maakt het boek mateloos boeiend. De wolven van de eeuwigheid is na De morgenster het tweede deel van een drieluik. Recentelijk verscheen Het derde rijk, het laatste deel. Dat belooft wat. 

     

     

  • Oogst week 20 – 2019

    Gevallen engelen

    In de oogst van deze week de debuutroman van Almar Otten en een roman van de Noor Per Petterson; een autobiografisch/biografisch boek over Barbara Loder door Nathalie Léger en een verhalende zoektocht naar de verstandhouding van de mens tot het donker onder het aardoppervlak door Robert Macfarlane.

    Gevallen engelen is de eerste literaire roman van misdaadromanschrijver Almar Otten (1964). Een roman in vier delen die begint met een proloog waarin een notaris, Frederik Corbijn het woord voert: ‘Ik ben namelijk notaris en in die hoedanigheid maakte ik in de herfst van 2016 kennis met de vijf hoofdpersonen in dit boek.’ De vijf hoofdpersonen hebben elkaar sinds vijfentwintig jaar niet meer gezien.

    In 1986 wonen vijf studenten samen in een vervallen landhuis. Hun buurman is filosoof en daagt hen uit op zoek te gaan naar de waarheid. Hij verleidt de studenten (twee vrouwen en drie mannen) tot experimenten gebaseerd op de ideeën van Michel Foucault. Gevolg is dat ze geconfronteerd worden met jeugdtrauma’s en seksualiteit waarbij ze gevaarlijk dicht bij elkaar komen. Tot er een laatste, niet te verdragen experiment volgt. De groep valt uit elkaar. Na vijfentwintig jaar ontmoeten ze elkaar opnieuw. Wat in eerste instantie op een traditionele reünie lijkt, loopt uit op een dramatische apotheose. Een rijke roman, met verschillende verhaallijnen.

    Gevallen engelen
    Auteur: Almar Otten
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden

    Barbara Ann Loden (1932 – 1980) was een Amerikaanse actrice en regisseur. Ze regisseerde welgeteld één film, Wanda (1970), een cultklassieker waarin ze zelf de titelrol vervulde.

    De Franse schrijfster Marguerite Duras zei over de film: ‘Ik geloof dat er een wonder gebeurt in Wanda. (…) Normaal gesproken is er een afstand tussen uitbeelding en tekst, onderwerp en handeling. Hier is die afstand compleet uitgewist.’
    Een film waar kunstenaars als Isabelle Huppert, Rachel Kushner en Kate Zambreno door gefascineerd werden. Voor schrijfster Nathalie Léger vormden de mysterieën in de film Wanda het begin van een zoektocht door archieven, over continenten en een bezoek aan de mijnstadjes van Pennsylvania. Alles in een poging dichterbij de film en degene die hem gemaakt heeft te komen.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden bevindt zich dan ook ergens tussen een biografie en autobiografie, filmkritiek en anekdotiek en is een beschouwing over kennis en zelfkennis, leven en kunst en over waarheid en verbeelding.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden
    Auteur: Nathalie Léger
    Uitgeverij: NBC – Koppernik

    Mannen in mijn situatie

    Per Petterson (1952) werkte als boekhandelaar en later ook als vertaler om vanaf de jaren negentig als fulltime schrijver verder te gaan. Hij is uitgegroeid tot een van de grootste hedendaagse Noorse schrijvers. Bij De Geus verschenen eerder van hem Kielzog, Heimwee naar Siberië, Ik vervloek de rivier des tijds, Ik vind het best en de internationale bestseller Paarden stelen. In 2014 brak hij in Nederland door met de roman Twee wegen, dankzij De Wereld Draait Door. Knut Hamson en de Amerikaanse korte verhalenschrijver Raymond Carver noemt hij zijn grote voorbeelden.

    Mannen in mijn situatie gaat over de achtendertigjarige Arvid. Net gescheiden en ’s nachts eenzaam door de stad zwervend. In de kroegen van Oslo zoekt hij troost bij verschillende vrouwen. Hij leeft roekeloos en zet daarmee de omgang met zijn drie dochters op het spel. Vooral zijn oudste dochter heeft hem nodig. De vraag is of hij in staat is haar te helpen. Arvid verlangt enkel naar het einde van zijn eenzaamheid.

    Mannen in mijn situatie
    Auteur: Per Petterson
    Uitgeverij: De Geus

    Benedenwereld

    De Britse schrijver Robert Macfarlane (1976) schrijft over landschappen en natuur. Met Benedenwereld schreef hij boeiende verkenningen van onderaardse ruimten in de mythologie, de literatuur, het geheugen en het fysieke landschap. Hij duikt onder het aardoppervlak en onderzoekt de verstandhouding van de mens tot het donker, leven en dood in de aarde. Macfarlane beschrijft begraafplaatsen uit de bronstijd en ondergrondse schimmelnetwerken waarlangs bomen onderling communiceren en nog meer.

    Zijn reis voert hem van prehistorische Noorse zeegrotten naar een ondergrondse ‘verstopplaats’ waar de komende honderdduizend jaar kernafval opgeslagen zal liggen, alsook voert het hem van het ontstaan van het heelal naar de toekomst van het antropoceen (het tijdperk waarin het aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteiten) tot het huidige tijdperk waarin de mens domineert. Benedenwereld gaat over de ingewikkelde relatie van de mens tot de wereld onder zijn voeten. Door Macfarlane beeldend beschreven met veel aandacht voor actuele problemen.

    Benedenwereld
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Rake klappen

    Rake klappen

    Ik vind het best is één van de eerste boeken van Per Petterson (Oslo, 1962). Hij schreef het in 1992. Pas onlangs werd het vertaald in het Nederlands. Andere bekende boeken van hem zijn Twee wegen en Paarden stelen.

    Centraal in dit boek staat de verdrietige jeugd van Audun. Door middel van flashbacks komen we het verhaal van zijn jeugd te weten. Audun voelt zich vaak eenzaam te midden van de jongens uit zijn klas die opgroeien in doodnormale gezinnen. Hij komt namelijk  niet uit een normaal gezin. Zijn vader is geregeld dronken en schuwt niet hem en zijn broertje een portie slaag te geven. Ook Auduns moeder is niet bepaald het prototype van een lieve moeder: ze kan de situatie niet aan waardoor ze niet genoeg aandacht aan haar kinderen kan schenken. Bovendien wordt ze zelf ook mishandeld door haar man. Op een gegeven moment vertrekt de vader definitief uit huis (hij is al vaker zomaar opeens een paar dagen of weken weg), maar dit zorgt voor weinig verbetering in de relatie tussen Audun en zijn moeder; het tij is niet meer te keren. Het leed is al geschied, het gezin is verscheurd.

    In Auduns puberteit sterft ook nog eens zijn broer; Audun staat er voor zijn gevoel vanaf dat moment alleen voor. Gelukkig vindt hij troost in de vriendschap met zijn enige vriend Arvin. Samen komen ze de jaren 60 door. Toch bouwt hij naar iedereen (en ook naar Arvin) een muur van onverschilligheid op, daarachter huist een diepgewortelde angst. Audun is bang om zijn vriend te verliezen; hij is immers niet anders gewend dan dat de mensen om wie hij geeft uit zijn leven verdwijnen of hem teleurstellen. Deze gevoelens van angst toegeven of laten blijken zal hij echter nooit; hij heeft nooit geleerd om zijn gevoelens te uiten.

    Iedere ochtend, in de vrieskou, loopt Audun zijn krantenwijk; hij vindt het zo slecht nog niet. Hij loopt zijn vaste ronde en komt zo een beetje onder de mensen; hij maakt een praatje en is heimelijk verliefd op een getrouwde vrouw die altijd op hem staat te wachten.
    Op een dag volgt er een confrontatie met zijn vader, die hij tegenkomt wanneer hij zijn krantenwijk loopt. Hij heeft hem jaren niet gezien en het weerzien is indrukwekkend beschreven.

    Auduns vader weet af en toe rake klappen uit te delen, maar hij is niet de enige. De schrijver van deze ontroerende roman doet dit net zo goed door de manier waarop hij dergelijke situaties beschrijft. Zo’n scène laat geen lezer onberoerd. De geestelijke mishandeling en het hunkeren naar de liefde van hun vader door de beide broers worden door Petterson zeer emotioneel neergezet: zo beschrijft hij een scène waarin de vader dronken thuiskomst en de kinderen geld geeft nadat hij heeft gevraagd ‘of er nog brave kinderen zijn’. De broers pakken het geld aan en Egil, Auduns broertje, is razend blij en bedankt zijn vader uitgelaten en uitbundig: ‘”O, dank je wel, dank je wel,” riep Egil en begon in de rondte te rennen en op en neer te springen, “heel erg bedankt, pappa, jij bent lief!” riep hij.’ Audun echter is al wat terughoudender, en terecht: ‘Ik keek naar mijn vader, die midden in de kamer stond met zijn handen in zijn zij en zijn hoofd scheef, hij leek nu niet zo dronken, zijn ogen lieten ons geen moment los en er was iets in die ogen, een glinstering, die me niet aanstond. Plotseling begon hij hard te lachen, hij lachte en lachte, en opeens werd zijn gezicht strak en liep hij weer naar ons toe, griste de biljetten uit onze hand en zei: “Zo is het wel weer leuk geweest voor vanavond!.”’ Dit soort scènes vergeet je niet snel.

    Achter de onverschilligheid die de titel Ik vind het best uitstraalt – woorden die overigens meermaals in de roman worden geuit –  zit een uiterst beklemmend gevoel dat Audun altijd in zijn greep houdt. Een angst om alleen te zijn, om niemand meer te hebben. Zijn jeugd heeft hem vervreemd van de maatschappij, van het normale leven, iets wat ook blijkt uit het feit dat hij geen baantje weet te behouden. Wanneer hij rond zijn achttiende in een fabriek gaat werken wordt hij even zo snel weer ontslagen omdat hij met andere werknemers op de vuist gaat. Dit biedt weinig hoop op een goede toekomst.

    Het fraaie taalgebruik, in combinatie met het trefzeker neerzetten van de thematiek van een complex gezin, zorgt ervoor dat Petterson een knap en realistisch beeld weet te schetsen van een eenzame jeugd. Ook alle lof aan vertaalster Marin Mars, de zinnen lopen vlot en soepel en nergens valt het taalgebruik in negatieve zin op.

     

    Ik vind het best

    Auteur: Per Petterson
    Vertaald door: Marin Mars
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 256
    Prijs: € 19,95