• Over de pijnlijke kanten van de liefde

    Over de pijnlijke kanten van de liefde

    Er is over geen onderwerp vaker geschreven dan de liefde. Je moet als schrijver of dichter van goeden huize komen om aan al het geschrevene wat toe te voegen. Liefde is het hoofdthema van de Portugese dichteres Maria do Rosário Pedreira. Ze publiceerde tot nu toe drie dichtbundels en een dichtbundel met eerder afzonderlijk verschenen gedichten. Vertaler Harrie Lemmens maakte hier voor deze bloemlezing een keuze uit die in 2020 verscheen onder de titel Scherven. Het betreft een tweetalige editie, die smaakvol is vormgegeven. Do Rosário Pedreira (1959) studeerde letteren, gaf een paar jaar les op een middelbare school en werkt op de afdeling fictie van één van de grootste boekenconcerns van Portugal, Leya. Ze schrijft haar hele leven al gedichten, maar publiceerde vrij laat. Lemmens schrijft in zijn nawoord dat ze door haar collega-uitgevers werd overgehaald om gedichten in te zenden voor een prijsvraag, die ze won. De eerste prijs was een uitgave in boekvorm. Het kenmerkt haar bescheidenheid die je terugziet in het ingetogen karakter van de gedichten. 

    Narratief karakter

    In de vijfendertig opgenomen gedichten komen verschillende facetten van de liefde aan bod en dan vooral de pijnlijke kanten ervan: de hunkering naar de ander, de verlatingsangst en het gemis. De gedichten hebben een narratief karakter. Hoewel ze zijn ingedeeld in strofes lopen de zinnen vaak door op de volgende regel. Het is makkelijk verstaanbare poëzie met een grote ritmische kwaliteit.  Do Rosário Pedreira is duidelijk gepokt en gemazeld in de literatuur. Menig overbekend romantisch thema komt voorbij, maar tegelijkertijd weet de dichteres goedkoop sentiment te vermijden. Dat doet ze door het hanteren van een heel persoonlijke, aardse stijl. Naast de verheven en subtiele gevoelens zet ze de nuchtere feiten van de alledaagse werkelijkheid:

    ‘De wind zegt dat het hoogtij vannacht niet slaapt.
     Ik wacht bang op je terugkeer: de golven hebben
     het kleinste strand al opgeslokt en algen gemorst
     in de bloempotten op het balkon. En naar het heet
     herbergden de pleinen in de stad vanmiddag tientallen
     meeuwen die pikkend achter de duiven aan zaten.’

    Verder zijn de Portugese saudade en fado sterk aanwezig – Do Rosário Pedreira schrijft ook liedteksten voor onder andere fadozangeres Ana Moura. De regels ademen gevoelens van heimwee en verlangen; het noodlot (fatum) ligt altijd op de loer:

    ‘Het was de slaapkamer van geen van ons,
     maar we keerden er telkens naar terug met de haast
     van wie hunkert naar de oude warme geuren van het
     bekende huis; van wie hoopt dat iemand op hem wacht.

     ik vermoedde echter dat ik het niet was op wie je wachtte:
     en ik vroeg je om een extra deken in plaats van om je arm.’

    Deze regels weerspiegelen zowel het verlangen naar de geborgenheid van de liefde – gesymboliseerd door ‘oude warme geuren’ en ‘het bekende huis’ – als het verraad dat op de loer ligt. Deze tegenstelling komt meerdere malen terug. 

    Persoonlijke en eeuwige

    Behalve in besloten huizen en kamers – decors van geluk en eenzaamheid – spelen haar gedichten zich ook vaak in de natuur af: op het strand, aan zee. Het persoonlijke en het eeuwige vallen dan mooi samen:

    ‘We hielden allebei van de kliffen, de uitgesneden rotsen,
     het grillige verloop van het voorgebergte; alle plekken die
     net als eilanden afgesleten worden door de wind en de zee.

     Er hing die nacht geen mist. Er was alleen het doffe licht
     van een vuurtoren dat de sterren tergend doofde. Je zei
     bijna niets om geen overdonderende innerlijke stilte
     te schenden. En je streelde voor het eerst mijn borsten
     alsof je daar voor altijd bang voor zou zijn.

     Je verliet het strand zodra de eerste visser kwam:
     de eerste lantaarn,
     het eerste net.’

    Do Rosário Pedreira weet de teerheid en kwetsbaarheid van de liefde heel precies te beschrijven. De tijd die erdoor verdwijnt of ondraaglijk lang wordt. Het geluk kan zo weer voorbij zijn. Door de orginaliteit en authenticiteit komen de gedichten fris en nieuw over. Het zijn de trefzekere beschrijvingen van gevoelens en de precieze keuze van haar beelden, die de gedichten schoonheid verlenen. 

    ‘Nu is het lichaam meer een boot die losraakt.
     Eerst varen de ogen en de angsten erin weg.
     Pas daarna geeft het vlees van de vingers, op
     drift, de golven van die zee hun smaak.’

    Spiegels en scherven

    De zomer speelt in de zinnelijke gedichten een belangrijke rol. Het jaargetij waarin de zintuigen het meest bediend worden. Ze roepen de typisch mediterrane sfeer op van lome warmte en genot. De volgende regels zullen voor lezers heel herkenbaar zijn: 

    ‘De zomer maakt mijn ogen trager boven de boeken.
     De middagen herhalen zich op het terras, waar de woorden
     kleine geheugenplekken zijn. Ik ben gescheiden van de
     anderen door de tijd tussen deze regels – ver van huis
     heb ik dromen die ik niemand vertel […]’

    Het is niet vreemd dat boeken in de gedichten van deze beroepslezeres en uitgeefster een belangrijke rol spelen. Ook andere elementen komen meerdere malen in de gedichten terug en geven eenheid aan haar poëzie: spiegels die de pijn weerkaatsen, aan scherven vallen (zie de titel van deze verzamelbundel), schaduwen, wonden, kamers, kleding, boten. De herinnering, die de liefde vaak is geworden, is een belangrijk motief. Ook de dood komt in enkele gedichten aan bod: geen gemis pijnlijker dan door de dood. De taal is daar kaler dan ooit: ‘Ik voel/de pijn op de herinnering aan/jouw lichaam in het bed liggen dat/open is gebleven als een wond. En/zonder reden herhaal ik voortdurend/met mijn vermoeide lippen die naam/die ik nog altijd bij haast alles mis.’

    Het blijft moeilijk om liefdesgevoelens in gedichten te vangen, zegt Do Rosário Pedreira ergens: ‘Mijn liefde past niet in een gedicht – er zijn van die dingen / die zich niet overgeven aan de geometrie van deze wereld; / ze zijn als de delen van een geheel die niet bij elkaar passen / of slaapkamers die niet worden ingevuld door de gebaren.’ Toch slaagt zij er hier glansrijk in. De herkenbare thematiek en de persoonlijke toon maken haar poëzie sympathiek. Vertaler Harrie Lemmens heeft haar precieze taal even trefzeker in het Nederlands omgezet.

     

     

  • Oogst week 47 – 2021

    De kleuren van Anna

    Sander Kollaard won met zijn roman Uit het leven van een hond de Libris Literatuurprijs 2020. Dit onderstreept maar weer eens hoezeer de band tussen mens en hond waardering en ontroering oogst. In Kollaards recent verschenen De kleuren van Anna ontmoet een naamloze ik-figuur in Zweden de intrigerende Anna tijdens, hoe kan het anders, het uitlaten van de honden. Het boek is een mengeling van essayistiek, literatuur, een dagboek en ogenschijnlijk losse aantekeningen. Kleuren krijgen bovendien, als we de tot nu toe verschenen recensies mogen geloven, een on-Nederlands rijke dimensie.

    Het leeuwendeel van de inkt reserveert Kollaard voor de gesprekken die de ik-persoon met Anna voert. De onderwerpen met deze rode (activistische) dame variëren rijkelijk: Zweedse natuur, Engelse dichtkunst, de verrechtsing in de VS én de psychische invloed van kleur op de mens. Telkens toont zij zich de meest nuchtere van de twee, waar de ik-persoon nogal eens zwelgt in de Weltschmerz die we van Kollaards oeuvre kennen. De kleuren van Anna is een ideeënrijk tegengif tegen de winterse duisternis.

    De kleuren van Anna
    Auteur: Sander Kollaard
    Uitgeverij: G.A. Van Oorschot

    Ik heb de tijd op je naam laten vallen – Poëzie uit Portugal

    Vele culturen hebben zo hun eigen onvertaalbare concepten waar ze trots op zijn. Nederlanders zijn ‘gezellig’, Denen veraangenamen hun leven met ‘hygge’ en Zweden bewonderen de maanreflectie in het water met ‘mångata’. Portugal kent een begrip dat niets minder dan de hartslag van zijn geliefde fado is: ‘saudade’. Dit betekent zoveel als genietend rouwen om het verloren gegane of nooit verkregene. Deze weemoed kan zich richten op geliefden, landen, geuren, maaltijden of een gevoel. Een uitermate geschikt thema voor de poëzie. Maar deze keer geen uitgave over het driekoppige vlaggenschip van de Portugese literatuur: Luís do Camoes, Fernando Pessoa en José Saramago.

    Uitgeverij Koppernik brengt een Portugees-Nederlandse dichtcompilatie uit, samengesteld door  Harrie Lemmens en getiteld Ik heb de tijd op je naam laten vallen – vrouwenstemmen uit vijf eeuwen. In deze tweetalige uitgave verschijnen alle gedichten titelloos, De boektitel is ontleend aan een gedicht van Maria do Rosário Pedreira: naast dichteres een bekende kinderboeken- en liedtekstschrijfster. In hun vertaling zijn Lemmens en Suy dicht bij de brontekst gebleven van de eenendertig dichteressen, maar weten zij de zinnelijkheid en de ‘saudade’ te behouden in het Nederlands. Deze bundel is een eerbetoon aan de onderbelichte vrouwenstemmen in de Portugese literatuur, en opent een nieuw stukje van de Portugese literatuur voor de Nederlandse lezer.

    Ik heb de tijd op je naam laten vallen - Poëzie uit Portugal
    Auteur: Vrouwenstemmen uit vijf eeuwen
    Uitgeverij: Koppernik

    Arsène Lupin – Gentleman Inbreker

    De populaire beeldcultuur beïnvloedt al jaren ons leesgedrag. Dit jaar wint Lale Gül voor haar debuut Ik ga leven de NS Publieksprijs. Michel van Egmond flikte dit kunstje zelfs twee keer: eerst met Gijp, daarna met Kieft. Hiermee lieten zij mastodonten als Tommy Wieringa, Arthur Japin en Nelleke Noordervliet moeiteloos achter zich. Hoe? Televisiebekendheid. Eenzelfde lot lijkt Martien Meiland en zijn ex-vrouw Erica beschoren, alle xenofobie in hun memoires ten spijt. Onder jeugdige lezers is de grootste stuurder van leesgedrag Netflix. Laat dat medium nu nét de avonturen van Maurice Leblanc reanimeren met een hoofdrol voor de goedlachse Omar Sy als Arsène Lupin. Gentleman, Inbreker.

    Het motief van de goede dief die steelt van de rijken, Robin Hood, doet het altijd goed bij het grote publiek. Uitgeverij Davidsfonds, gesitueerd in het Belgische Leuven, geldt als ’s lands grootste cultuurfonds en begrijpt bovendien dat dit verhaal zich uitstekend leent voor een stripuitgave. Zij is rijkelijk geïllustreerd en brontekstgetrouw vertaald. Daarbij kan de hoofdpersoon wat sluwheid betreft, wedijveren met de prehistorische Galliër uit het dorp dat wij zo goed kennen. Altijd weer tovert de gentleman een truc uit zijn hoge, zwarte hoed. Laat u zich betoveren?

    Arsène Lupin - Gentleman Inbreker
    Auteur: Maurice Leblanc
    Uitgeverij: Davidsfonds – infodok
  • Plattegrond

    Plattegrond

    ‘Wie weggaat van de wereld laat voor wie blijft een
     spoor van vragen achter.’ 

    In Amsterdam was het stil op straat. Anderhalvemeter afstand leek een overbodige regel. Ik liep over de Nieuwmarkt naar de Nieuwezijds Voorburgwal, naar de Sint Olofspoort, het Waterlooplein, ging onder het IJ door. Onderweg verzamel ik de herinneringen van mensen die je gekend hebben in al die jaren dat ik niet wist waar je was. Langzaam ontstaat er een beeld, worden lijnen zichtbaar waarop ik mijn vinger leg, beweeg van A naar B, als op een plattegrond, om te zien waar je ging. Geregeld denk ik, ‘Als ik dit geweten had’, of, ‘Als ik dat gedaan had, hoe zou het dan?’ Een poëtische gedachte, de ‘als dit of dat’ gedachte. Het helpt om het verleden voor even naar je hand te zetten. Deze zomer las ik de gedichten van de Portugese schrijfster Maria do Rosário Pedreira. Daarin krijgen emoties de vrije hand, enkel de woede ontbreekt. Daar had ik wat mee te stellen de laatste tijd, met onverwachte woede, om hoe de dingen gegaan zijn. 

    ‘Ik herinner me het muurtje tussen de weg en
    het strand. Daar gingen we zitten alsof we voor altijd
    het eerste streepje zonlicht konden bewaren, januari,
    een tijdens de nacht geleerd woord, of een eiland
    dat oprees uit de zee en doelloos ronddreef. Veel later
    zouden wespen en meeuwen op het geluid van mijn
    vingers in je haar afkomen – als lang verwachte engelen.’

    Pedreira dicht over verlangens die kwellen, van liefdes en levens die voorbij zijn, tussen de strofen door sijpelt verdriet en een zekere tederheid. Er spreekt verlatenheid in deze bundel, die niet zonder meer Scherven heet. Een verlatenheid die ook uit de verhalen van Natalia Ginzburg spreekt. Scherven is tweetalig uitgegeven – wat mooi is, de Portugese taal in het Nederlands te kunnen zien overgaan – waarmee een vertaler zijn werk vrijgeeft, laat zien welke keuzes hij maakte. Hoe in de ene regel het woord ‘medo’ vertaald wordt als ‘bang’, in een andere regel met ‘angst’. En ‘assustada’ ook de betekenis van bang zijn heeft. De nuances, het zoeken van de vertaler naar de juiste gradatie van een emotie. Ik zocht naar verschillende benamingen, gradaties van emoties.
    ‘ik ben bang. De maan is er nog maar voor de helft, de aarde beeft. En ik beef van angst dat je niet terugkeert.’
    (estou assustada. A lua está apenas por metada, a terra treme. E eu tremo, com medo que nao voltes.)

    Deze bundel was de hele zomer bij me. Telkens sloeg ik het open, verkende opnieuw de regels van verlangen, herkende klanken van voorbije levens.  Sommige gedichten zijn als een lied, het zingt terwijl je leest.

    ‘Ze bewaarde een paar stiltes en ook de dingen
     die ze gewoon bij toeval niet had gezegd. Ook bewaarde ze
     nu die toevalligheden, blanco berichten tussen de woorden,
     waarvan ze er te over had. Desondanks zou ze altijd die
     woorden bewaren, of het beeld van lippen terwijl ze ze
     zeiden – een gezicht dat nog niet triest aan de zomer herinnerde.’

    Zomers kenmerkten zich vroeger door een zomerliefde, een zomerhit. Door deze bundel zal ik mij de zomer van 2020, de zomer waarin jij verongelukte, altijd blijven herinneren.

     

     

    Scherven / Maria do Rosário Pedreira / gekozen, vertaald, nawoord  Harrie Lemmens / Uitgeverij Koppernik


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met een mondkapje, op zoek naar een goed verhaal.